Nadere regelgeving:
- Reglement zwerfstromen
WET van 1 november 1924, houdende
wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den
bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische
spoor- en tramwegen
WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat wettelijke maatregelen
noodig zijn tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door
zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en
tramwegen;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Deze wet is van toepassing op de bij de Spoorwegwet of bij een der
artikelen 1, 6 of 8 der Locaalspoor- en Tramwegwet bedoelde spoor- en
tramwegen, op welke vervoer plaats heeft door middel van als
gelijkstroom opgewekte electriciteit en met terugleiding van den stroom
door de spoorstaven.
Artikel 2
1.Ter voorkoming van aantasting van metalen voorwerpen in den bodem
door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven, worden bij
algemeenen maatregel van bestuur bepalingen vastgesteld betreffende de
samenstelling van den bovenbouw der spoor- en tramwegen en tegen
afvloeiing van den electrischen stroom naar den bodem.
2.In den algemeenen maatregel van bestuur wordt omschreven, in
hoeverre van zijne bepalingen ontheffing kan worden verleend ten
aanzien van niet op openbare wegen aangelegde gedeelten van spoor- en
tramwegen, en ten aanzien van de spoor- en tramwegen, waarop bij het
in werking treden dezer wet de dienst wordt uitgeoefend.
Artikel 3
1.Ingeval van kruising van spoor- of tramwegen en van onderlinge
nadering tot bij den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld bij
artikel 2, te bepalen afstanden worden de kosten van de krachtens dien
algemeenen maatregel te treffen voorzieningen omgeslagen over de
ondernemers.
2.Bij gebreke van overeenstemming beslist Onze Minister van Verkeer
en Waterstaat.
Artikel 4
1.Overtreding van de bij artikel 2 bedoelde algemene maatregel van
bestuur wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
2.De beambten en bedienden van een spoor- of tramwegdienst zijn
niet strafbaar, zoo hunne overtreding een gevolg is van den last, door
de bestuurders van zoodanigen dienst gegeven.
3.[Vervallen]
4.De krachtens het eerste lid strafbaar gestelde feiten worden
beschouwd als overtredingen.
Artikel 5
1. Met de opsporing van overtredingen van de in artikel 2 bedoelde
algemene maatregel van bestuur zijn, onverminderd artikel 141 van het
Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren.
Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten,
strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het
Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op
een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet
bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
in het eerste lid bedoelde ambtenaren.
4. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging
van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in artikel 2
bedoelde algemene maatregel van bestuur.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging
van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20 van
de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting
tot het verlenen van medewerking aan een krachtens het eerste lid
aangewezen ambtenaar.
Artikel 6
Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize het Loo, den 1sten November 1924
WILHELMINA
De Minister van Waterstaat,
G.J. van Swaay
Uitgegeven den zeventienden November 1924
De Minister van Justitie,
Heemskerk
|