| |
|
|
|
|
vorige
WINKELTIJDENWET
Tekst zoals deze geldt op
19 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Arbeidsomstandighedenbesluit
(Arbobesluit)
- Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet
WET van 21 maart 1996, houdende
vaststelling van ruimere regels met betrekking tot de openingstijden van
winkels
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met
maatschappelijke ontwikkelingen en met de behoefte aan vermindering en
vereenvoudiging van regels wenselijk is de Winkelsluitingswet 1976 te
vervangen door ruimere regels met betrekking tot de openingstijden van
winkels en de tijden waarop goederen, anders dan in een winkel,
bedrijfsmatig aan particulieren mogen worden te koop aangeboden of
verkocht;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
goederen: roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van
binnenlandse en buitenlandse wettige betaalmiddelen;
particulier: degene die een goed koopt anders dan in de uitoefening
van een beroep of bedrijf;
winkel: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin
goederen aan particulieren plegen te worden verkocht.
Artikel 2
1.Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:
a. op zondag;
b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede
Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december
na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;
c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.
2.Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en
tijden in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel,
goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse
aanraking met particulieren.
Artikel 3
1. De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf door hem aan te
wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van de in artikel
2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag,
Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
eerste of tweede Kerstdag. De beperking tot twaalf dagen per
kalenderjaar geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk.
2. De gemeenteraad kan, al dan niet onder het stellen van regels,
de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren aan burgemeester
en wethouders.
3. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de
in het eerste lid bedoelde verboden of aan burgemeester en wethouders
de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in die verordening aan te
wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op een
daartoe strekkende aanvraag ontheffing van die verboden te verlenen
ten behoeve van:
a. op de betrokken gemeente of een deel daarvan gericht
toerisme met een substantiële omvang, mits de aantrekkingskracht
voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de
verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of de bevoegdheid om
ontheffing te verlenen mogelijk worden gemaakt;
b. grensoverschrijdend verkeer, mits de vrijstelling of
ontheffing slechts betrekking heeft op handelingen die
plaatsvinden in de nabijheid van grensovergangen langs daarop
aansluitende doorgaande wegen.
4. Voorts kan de gemeenteraad bij verordening aan burgemeester en
wethouders de bevoegdheid verlenen op een daartoe strekkende aanvraag
en met inachtneming van de in die verordening gestelde regels
ontheffing te verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder a en b,
vervatte verboden, voor zover het winkels betreft die gesloten zijn op
de in die verboden bedoelde dagen tussen 0 uur en 16 uur, en waar
uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te worden
verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, van de Drank- en Horecawet. De verordening bepaalt in
ieder geval het aantal winkels waarvoor in de gemeente ontheffing kan
worden verleend. Dit aantal kan ten hoogste één winkel per 15 000
inwoners van de gemeente zijn of, indien het inwonertal lager is dan
15 000, één winkel.
5. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen
worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen
voorschriften worden verbonden.
6. De gemeenteraad betrekt bij een besluit op grond van het derde
lid, onder a, tot de verlening van een vrijstelling onderscheidenlijk
de toekenning van een bevoegdheid om ontheffing te verlenen in ieder
geval de volgende belangen:
a. werkgelegenheid en economische bedrijvigheid in de gemeente,
waaronder mede wordt begrepen het belang van winkeliers met weinig
of geen personeel en van winkelpersoneel,
b. de zondagsrust in de gemeente,
c. de leefbaarheid, de veiligheid en de openbare orde in de
gemeente.
7. Een besluit als bedoeld in het derde lid, onder a, gaat
vergezeld van een toelichting. Onverminderd de artikelen 3:46 en 3:47,
eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevat de
toelichting ten minste een motivering dat wordt voldaan aan de
voorwaarden die in het derde lid, onder a, worden gesteld aan de
toepassing van de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling
onderscheidenlijk het toekennen van een ontheffingsbevoegdheid. De
toelichting beschrijft tevens de belangen, waaronder in ieder geval de
in het zesde lid genoemde, die in de besluitvorming zijn betrokken,
alsmede een motivering op welke wijze die belangen in de
besluitvorming zijn betrokken.
8. Het zesde en zevende lid, derde volzin, zijn van overeenkomstige
toepassing op een besluit van burgemeester en wethouders tot verlening
van een ontheffing op grond van een hen op grond van het derde lid,
onder a, toegekende bevoegdheid om ontheffing te verlenen.
Artikel 4
1.Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van de in artikel
2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag,
Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
eerste of tweede Kerstdag, verlenen op grond van plotseling opkomende
bijzondere omstandigheden.
2.Zij kunnen in door de gemeenteraad bij verordening aangewezen
gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde
verboden ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard
en ten behoeve van het uitstallen van goederen.
3.De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden
verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften
worden verbonden.
Artikel 5
1.Bij algemene maatregel van bestuur kan vrijstelling van de in
artikel 2 vervatte verboden voor zover deze betrekking hebben op de
zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag worden verleend. Bij een
zodanige maatregel kan de gemeenteraad de bevoegdheid worden verleend
om, indien naar zijn oordeel plaatselijke omstandigheden daartoe
aanleiding geven, bij verordening te bepalen dat een vrijstelling voor
de betrokken gemeente of een of meer delen daarvan niet geldt.
2.Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid,
kan aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid worden verleend om
met inachtneming van de in die maatregel gestelde regels in aanvulling
op een vrijstelling op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing te
verlenen van de in het eerste lid bedoelde verboden.
3.De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden
verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften
worden verbonden.
Artikel 6
1.Indien de eigenaar of beheerder van een winkel tot een
kerkgenootschap behoort, dat de wekelijkse rustdag op een andere dag
dan de zondag houdt, of te goeder trouw verklaart een godsdienst of
levensovertuiging te belijden welke vordert, dat de wekelijkse rustdag
op een andere dag dan de zondag wordt gehouden, verlenen burgemeester
en wethouders op zijn verzoek ontheffing van het verbod van artikel 2,
eerste lid, onder a.
2.Aan de ontheffing wordt het voorschrift verbonden dat de winkel
op die andere dag gesloten dient te zijn.
Artikel 7
1.De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de
in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op
werkdagen.
2.De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en
wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die
verordening te stellen regels, vrijstelling en op een daartoe
strekkende aanvraag ontheffing van de in het eerste lid bedoelde
verboden te verlenen.
3.De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden
verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften
worden verbonden.
Artikel 8
1.Bij algemene maatregel van bestuur kan vrijstelling worden
verleend van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze
betrekking hebben op werkdagen, ten behoeve van:
a. instellingen voor de volksgezondheid,
b. het verkeer en het vervoer en
c. de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften.
2.De vrijstellingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan
de vrijstellingen kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 9
Verordeningen van de gemeenteraad kunnen geen betrekking hebben op de
openingstijden van winkels op werkdagen tussen 6 uur en 22 uur.
Artikel 10
1. Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een
belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven.
2. In afwijking van artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht
is het eerste lid voorts van toepassing op een besluit inzake
verlening van vrijstelling op grond van artikel 3, derde lid, onder a,
voor zover dat besluit aangemerkt wordt als algemeen verbindend
voorschrift.
Artikel 11
De Winkelsluitingswet 1976 wordt ingetrokken.
Artikel 12
[Wijzigt de Wet op economische delicten]
Artikel 13
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 14
Deze wet wordt aangehaald als: Winkeltijdenwet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 21 maart 1996
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
G.J. Wijers
Uitgegeven de achtentwintigste maart 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|