WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de wet
van 1 Maart 1815, Staatsblad no. 21, houdende voorschriften ter
viering van de dagen aan de openbare Christelijke Godsdienst toegewijd,
te vervangen door nadere voorschriften ter wegneming van beletselen voor
de viering van en ter verzekering van de openbare rust op de Zondag en
enige Christelijke feestdagen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Voor de toepassing van deze wet worden de Hemelvaartsdag en
de eerste Kerstdag met de Zondag gelijkgesteld.
2. Voor de toepassing van artikel 2 worden de tweede Paas-,
Pinkster- en Kerstdag, de Goede Vrijdag en de Nieuwjaarsdag met de
Zondag gelijkgesteld.
Artikel 2
1. Het is verboden op Zondag in de nabijheid van kerken of
andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, zonder strikte
noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstoefening wordt
gehinderd.
2. De burgemeester treft de nodige maatregelen teneinde te
voorkomen, dat op Zondag door het verkeer op land- en waterwegen in de
nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in
gebruik, meer voor de godsdienstoefeningen hinderlijk gerucht wordt
veroorzaakt dan met het oog op de eisen van dat verkeer redelijkerwijze
onvermijdelijk is. Hij is bevoegd daartoe verbiedend of bevelend op te
treden of te doen optreden.
Artikel 3
1. Het is verboden op Zondag zonder strikte noodzaak gerucht te
verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van
verwekking hoorbaar is.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
uitingen tijdens geoorloofde samenkomsten tot het belijden van
godsdienst of levensovertuiging, vergaderingen of betogingen als bedoeld
in de Wet openbare manifestaties. Voor zover dat vereist is ter
voorkoming van gerucht dat de viering van de Zondag en de openbare rust
op de Zondag ernstig verstoort, voegt de burgemeester aan de
voorschriften en beperkingen bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de
Wet openbare manifestaties voorschriften en beperkingen toe met
betrekking tot het geluidsniveau en met betrekking tot het gebruik van
geluidsapparaten, of worden door hem aanwijzingen ter zake gegeven.
3. Voor andere gevallen dan die bedoeld in het tweede lid kan de
burgemeester voor de tijd na 13 uur ontheffing verlenen van het bepaalde
in het eerste lid; de gemeenteraad kan ter zake regels stellen.
Artikel 4
1. Het is verboden op Zondag voor 13 uur openbare
vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan
deel te nemen.
2. De gemeenteraad kan bij plaatselijke verordening voor de tijd
na 13 uur voor door hem aan te wijzen openbare vermakelijkheden
eenzelfde verbod vaststellen als in het eerste lid vervat.
3. De burgemeester is bevoegd ontheffing te verlenen van het
bepaalde bij het eerste en krachtens het tweede lid; de gemeenteraad kan
terzake regels stellen.
4. Ten aanzien van openbare vermakelijkheden, waarvan
redelijkerwijze geen beletselen voor de viering van de Zondag en geen
verstoring van de openbare rust op de Zondag zijn te duchten, wordt bij
algemene maatregel van bestuur bepaald, dat zij niet als openbare
vermakelijkheden in de zin van deze wet zullen worden beschouwd.
Artikel 5
1. Het is verboden op Zondag voor 13 uur optochten of
bijeenkomsten op openbare plaatsen te houden, daartoe gelegenheid te
geven, of daaraan deel te nemen.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op:
a. samenkomsten tot het belijden van godsdienst of
levensovertuiging;
b. wandeltochten die niet door muziek worden begeleid.
3. Met betrekking tot de in het tweede lid onder a
bedoelde samenkomsten voegt de burgemeester, voor zover dat vereist is
ter voorkoming van onnodige verstoring van de openbare rust op de
Zondag, aan de voorschriften en beperkingen bedoeld in artikel 5, eerste
lid, van de Wet openbare manifestaties voorschriften en beperkingen toe
met betrekking tot tijd, plaats en duur van zodanige samenkomsten, of
worden door hem aanwijzingen ter zake gegeven.
Artikel 5a
1. Artikel 3, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, zijn in een
gemeente of groep van gemeenten niet van toepassing op door
Gedeputeerde Staten aangewezen, bij het in werking treden dezer wet
aldaar bestaande tradities en gebruiken, welke naar hun oordeel in het
volksleven zijn geworteld en niet als openbare vermakelijkheden in de
zin van deze wet zijn te beschouwen. Aanwijzing kan slechts geschieden
binnen 18 maanden na het in werking treden van dit artikel. Alvorens
Gedeputeerde Staten tot aanwijzing overgaan horen zij burgemeester en
wethouders.
2. Artikel 3, derde lid, en artikel 4, derde lid, zijn niet van
toepassing in door Gedeputeerde Staten aangewezen gemeenten, waar naar
hun oordeel het verlenen van ontheffing zou indruisen tegen
godsdienstige overtuigingen, welke het volksleven aldaar overwegend
beheersen. Alvorens Gedeputeerde Staten tot aanwijzing overgaan, horen
zij burgemeester en wethouders.
Artikel 6
Het is verboden op Zondag zonder genoegzame reden de openbare rust
door arbeid in beroep of bedrijf te verstoren.
Artikel 7
1. Plaatselijke verordeningen tot regeling van punten,
waaromtrent bij deze wet niet is voorzien, mogen geen
verbodsbepalingen inhouden omtrent sportbeoefening of andere vormen
van ontspanning op Zondag, die niet als openbare vermakelijkheid in de
zin van deze wet zijn te beschouwen.
2. Besluiten van een orgaan van de gemeente mogen geen beletselen
inhouden voor sportbeoefening of andere vormen van ontspanning op
zondag, niet zijnde openbare vermakelijkheden als bedoeld in het eerste
lid.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden met een
"orgaan van de gemeente" gelijkgesteld:
a. een orgaan ingesteld tot uitvoering van een gemeenschappelijke
regeling; en
b. een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen voor zover
het betreft besluiten ten aanzien van de exploitatie van een
inrichting voor sportbeoefening of andere vormen van ontspanning
waarvan de gemeente eigenaresse is of ten behoeve waarvan de gemeente
een bijdrage in welke vorm dan ook heeft verleend na 8 mei 1974.
4. De gemeenteraad kan bij plaatselijke verordening bepalen, dat
artikel 2 mede van toepassing zal zijn op in de verordening met name
genoemde dagen, welke door een of meer kerkgenootschappen tot rust- of
feestdagen zijn bestemd.
Artikel 8
1. Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid,
4, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, wordt gestraft met hechtenis van
ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft degene die in strijd handelt
met een verbod of bevel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, met een
voorschrift of beperking als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en
artikel 5, derde lid, of met een aanwijzing als bedoeld in artikel 3,
tweede lid, en artikel 5, derde lid.
Bij het in werking treden van deze wet vervalt de wet van 1 Maart
1815 (Staatsblad no. 21), zoals deze laatstelijk is gewijzigd,
zomede het Besluit van de Souvereine Vorst van 1 October 1814, no. 68.
Artikel 13
Deze wet kan worden aangehaald onder de benaming
"Zondagswet".
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 15 October 1953
JULIANA
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Beel
Uitgegeven de zeventiende November 1953
De Minister van Justitie,
L.A. Donker