Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsregeling Rijkswet administratieve bijstand douane
RIJKSWET van 1 juli 1999, houdende regels
inzake de administratieve bijstand tussen de landen van het Koninkrijk
op het gebied van de douane en inzake de heffing en de invordering van
accijnzen, omzetbelasting, algemene bestedingsbelasting en belasting op
bedrijfsomzetten (Rijkswet administratieve bijstand douane)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te
stellen als bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid, van het Statuut
voor het Koninkrijk inzake de administratieve bijstand tussen de landen
van het Koninkrijk op het gebied van de douane en inzake de heffing en
de invordering van accijnzen, omzetbelasting, algemene
bestedingsbelasting en belasting op bedrijfsomzetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en
met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze rijkswet wordt verstaan onder:
a. land: Nederland, Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint
Maarten;
b. douanewetgeving: de bij wet of landsverordening en de daarop
berustende bepalingen vastgestelde regels van ieder van de landen
inzake de in-, uit- en doorvoer van goederen, met inbegrip van de
regels inzake verboden, beperkingen en toezicht op het vervoer van
aan regulering onderworpen goederen over de landsgrenzen heen,
alsmede inzake de heffing van accijnzen, omzetbelasting, belasting
op bedrijfsomzetten, dan wel soortgelijke indirecte belastingen;
c. inbreuk: ieder handelen of nalaten in strijd met de
douanewetgeving;
d. douanerechten: de rechten, heffingen en restituties terzake
van in-, uit- en doorvoer van goederen, alsmede accijnzen,
omzetbelasting, belasting op bedrijfsomzetten, dan wel soortgelijke
indirecte belastingen;
e. douanevordering: een bedrag aan verschuldigde douanerechten,
administratieve boeten, vervolgingskosten en interest;
f. douane-administratie: de centrale autoriteit die in een land
belast is met de tenuitvoerlegging van de douanewetgeving,
onderscheidenlijk de invordering van douanevorderingen;
g. informatie: inlichtingen, bescheiden en andere gegevens;
h. persoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
i. persoonsgegevens: informatie betreffende een geïdentificeerde
of identificeerbare natuurlijke persoon;
j. persoonsregistratie: een samenhangende verzameling van op
verschillende personen betrekking hebbende persoonsgegevens, die
langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of met het oog op een
doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is
aangelegd.
Artikel 2
1.De douane-administraties verlenen elkaar administratieve bijstand
onder de in deze rijkswet genoemde voorwaarden teneinde een juiste
toepassing van de douanewetgeving en een juiste invordering van
douanevorderingen te verzekeren, alsmede inbreuken te voorkomen, op te
sporen en te bestrijden.
2.Alle administratieve bijstand door één van de
douane-administraties wordt verleend binnen de grenzen van haar
wettelijke bevoegdheden en de haar ter beschikking staande middelen.
Hoofdstuk 2. Verstrekking en gebruik van informatie
Artikel 3
1.Informatie die in het kader van deze rijkswet wordt ontvangen
wordt slechts gebruikt voor de in artikel 2, eerste lid, genoemde
doeleinden en mag slechts worden overgedragen aan andere
douane-autoriteiten van het ontvangende land.
2.In bijzondere gevallen mag de informatie worden gebruikt voor
andere doeleinden, dan wel door andere autoriteiten, mits de
verstrekkende douane-administratie schriftelijk uitdrukkelijk heeft
ingestemd met een zodanig gebruik. Overdracht van informatie aan het
openbaar ministerie of aan de rechterlijke autoriteiten vindt slechts
plaats met toestemming van het openbaar ministerie dan wel de
rechterlijke autoriteiten in het land van de verstrekkende
douane-administratie.
3.Op verzoek van de verstrekkende douane-administratie verschaft de
ontvangende douane-administratie inlichtingen over het gebruik dat van
de ontvangen informatie is gemaakt en de daarmede bereikte resultaten.
4.Informatie die in het kader van deze rijkswet wordt ontvangen is
onderworpen aan dezelfde regels voor geheimhouding als welke gelden
voor soortgelijke informatie in het land van de ontvangende
douane-administratie.
Hoofdstuk 3. Bescherming van persoonsgegevens
Artikel 4
Dit hoofdstuk is slechts van toepassing in Aruba, Curaçao en Sint
Maarten. Het geldt tot het tijdstip waarop in Aruba, Curaçao,
onderscheidenlijk Sint Maarten, een landsverordening in werking treedt
waarbij algemene, onderscheidenlijk nadere, regels worden gesteld ter
bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met
persoonsgegevens.
Artikel 5
1.Onverminderd artikel 3 mogen voor de toepassing van deze rijkswet
de in een persoonsregistratie opgenomen persoonsgegevens slechts
worden gebruikt voorzover die gegevens:
a. rechtmatig zijn verkregen en in overeenstemming zijn met de
in artikel 2, eerste lid, genoemde doeleinden;
b. nauwkeurig zijn en, zo nodig, zijn bijgewerkt;
c. toereikend, terzake dienend en niet overmatig zijn,
uitgaande van de in artikel 2, eerste lid, genoemde doeleinden;
d. zodanig zijn bewaard dat de betrokkene hierdoor niet langer
te identificeren is dan strikt noodzakelijk is voor de in artikel
2, eerste lid, genoemde doeleinden.
2.Persoonsgegevens die betrekking hebben op godsdienst of
levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, seksualiteit, intiem
levensgedrag, of op grond van medische of psychologische kenmerken,
worden slechts opgenomen in aanvulling op andere persoonsgegevens en
voorzover het voor de in artikel 2, eerste lid, genoemde doeleinden
onvermijdelijk is.
3.Er worden passende beveiligingsmaatregelen getroffen om
persoonsgegevens die zijn opgenomen in geautomatiseerde bestanden te
beschermen tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, toevallig
verlies en ongeoorloofde toegang, wijziging of verspreiding.
4.Een ieder kan:
a. de douane-administratie verzoeken om hem uitsluitsel te
geven over de vraag of door haar persoonsgegevens over hem zijn
opgenomen en, indien dat het geval is, om hem die gegevens in
begrijpelijke vorm mee te delen;
b. na ontvangst van een mededeling omtrent hem betreffende
persoonsgegevens als bedoeld in onderdeel a, de
douane-administratie schriftelijk verzoeken die gegevens te
verbeteren, aan te vullen of te verwijderen.
5.De douane-administratie kan weigeren aan een in het vierde lid,
onderdeel a, bedoeld verzoek te voldoen, voorzover dit noodzakelijk is
voor:
a. de veiligheid van het land;
b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. de economische en financiële belangen van het land en
andere openbare lichamen;
d. de inspectie, de controle en het toezicht door of vanwege
overheidsorganen of andere organen met een publiekrechtelijke
taak.
6.De douane-administratie:
a. geeft het in het vierde lid, onderdeel a, bedoelde
uitsluitsel en doet de aldaar bedoelde mededeling binnen vier
weken na ontvangst van het in dat lid bedoelde verzoek;
b. bericht binnen acht weken na ontvangst van het verzoek,
bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, de verzoeker schriftelijk
of, dan wel in hoeverre, zij aan het verzoek voldoet.
7.Een weigering om aan het verzoek, bedoeld in het vierde lid,
onderdeel b, te voldoen is met redenen omkleed.
8.De douane-administratie draagt er zorg voor dat een beslissing
tot verbetering, aanvulling of verwijdering zo spoedig mogelijk wordt
uitgevoerd.
Artikel 6
1. De Minister van Financiën van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk
Sint Maarten, stelt voor een persoonsregistratie als bedoeld in dit
hoofdstuk een reglement vast.
2. In het reglement worden het doel en de werking van de
persoonsregistratie beschreven.
3. Het reglement bevat in elk geval een duidelijke regeling van de
volgende onderwerpen:
a. de categorieën personen over wie gegevens in de registratie
worden opgenomen;
b. de soorten van gegevens die in de registratie worden
opgenomen, en de wijze waarop deze worden verkregen;
c. de gevallen waarin gegevens worden verwijderd;
d. de rechtstreekse toegang tot de registratie;
e. de wijze waarop geregistreerde personen of hun wettelijke
vertegenwoordigers kennisneming en verbetering van de over hen
opgenomen gegevens kunnen verkrijgen;
f. de wijze waarop geregistreerde personen of hun wettelijke
vertegenwoordigers mededeling van verstrekking van hen betreffende
gegevens kunnen verkrijgen.
4. Onverminderd de aanspraken op grond van andere wettelijke
regels, heeft degene die schade lijdt doordat ten opzichte van hem in
strijd wordt gehandeld met de bij of krachtens dit hoofdstuk gegeven
voorschriften ter bescherming van de belangen van geregistreerde of te
registreren personen, voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat,
recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.
5. De douane-administratie is aansprakelijk voor de schade of het
nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van de in het vierde lid
bedoelde voorschriften.
Hoofdstuk 4. Uitwisseling van informatie
Artikel 7
1.De douane-administraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit
eigen beweging, informatie om het bereiken van de in artikel 2, eerste
lid, genoemde doeleinden te bevorderen.
2.Indien de aangezochte douane-administratie niet beschikt over de
informatie waar om wordt verzocht, stelt zij een onderzoek in om die
informatie te verkrijgen. Zij is bevoegd daartoe de handelingen te
verrichten die haar ten behoeve van de toepassing van, en de
voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op, de eigen
douanewetgeving, onderscheidenlijk ten behoeve van de invordering van
eigen douanevorderingen, ter beschikking staan.
3.Indien aan het verzoek kan worden voldaan op grond van een andere
wettelijke regeling inzake samenwerking tussen de landen, geeft de
aangezochte douane-administratie aan welke andere autoriteiten daarbij
betrokken zijn.
Artikel 8
Op verzoek verstrekt de aangezochte douane-administratie in het
bijzonder de volgende informatie:
a. of goederen die in het grondgebied van het land van de
verzoekende douane-administratie zijn binnengebracht rechtmatig het
grondgebied van het land van de aangezochte douane-administratie
hebben verlaten;
b. of goederen die het grondgebied van het land van de
verzoekende douane-administratie hebben verlaten rechtmatig in het
grondgebied van het land van de aangezochte douane-administratie
zijn binnengebracht en welke douanebestemming eventueel aan de
goederen is gegeven;
c. of goederen een bepaalde herkomst of oorsprong hebben.
Artikel 9
De douane-administratie verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging,
de douane-administratie van een ander land van het Koninkrijk verslagen,
bewijsmiddelen, gewaarmerkte afschriften van documenten of andere
gegevensdragers die informatie bevatten over gedragingen die een inbreuk
behelzen of kunnen behelzen.
Hoofdstuk 5. Bijzonder toezicht
Artikel 10
Op verzoek oefent de aangezochte douane-administratie bijzonder
toezicht uit op:
a. goederen waarvan de verzoekende douane-administratie weet of
vermoedt dat deze illegaal naar het grondgebied van haar land worden
of zullen worden vervoerd;
b. plaatsen waar voorraden goederen zijn aangelegd waarvan de
verzoekende douane-administratie weet of vermoedt dat zij worden of
zullen worden gebruikt voor een inbreuk op het grondgebied van haar
land;
c. vervoermiddelen en bergingsmiddelen waarvan de verzoekende
douane-administratie weet of vermoedt dat zij worden of zullen
worden gebruikt voor een inbreuk;
d. bewegingen, in het bijzonder het binnenkomen in en het
verlaten van het grondgebied van haar land, van personen waarvan de
verzoekende douane-administratie weet of vermoedt dat deze betrokken
zijn of zullen zijn bij een inbreuk.
Hoofdstuk 6. Aanwezigheid van ambtenaren op het grondgebied van een
ander land van het Koninkrijk
Artikel 11
1.Op verzoek kunnen ambtenaren die daartoe door de verzoekende
douane-administratie speciaal zijn aangewezen, met toestemming van de
aangezochte douane-administratie en onder door deze te stellen
voorwaarden, ten behoeve van een onderzoek naar een inbreuk:
a. in de douanekantoren van de aangezochte douane-administratie
documenten, gegevensbestanden en andere gegevens raadplegen
teneinde daaruit de informatie te selecteren die van belang is
voor het onderzoek naar die inbreuk;
b. aldaar afschriften maken van documenten, gegevensbestanden
en andere gegevens die van belang zijn met betrekking tot die
inbreuk;
c. aanwezig zijn tijdens enig onderzoek;
d. de uitkomsten van een onderzoek als bedoeld in onderdeel c,
alsmede alle overige informatie verkregen in het kader van het
onderzoek, mededelen aan hun douane-administratie.
2.Tijdens hun verblijf op het grondgebied van een ander land van
het Koninkrijk dienen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren zich te
allen tijde te kunnen legitimeren.Tijdens hun optreden ingevolge het
eerste lid staan zij onder gezag van de aangezochte
douane-administratie. Zij worden wat betreft de toepasselijkheid van
de strafwet terzake van strafbare feiten tegen het openbaar gezag
gelijk gesteld met ambtenaren van het land waar zij ingevolge dit
artikel aanwezig zijn.
Artikel 12
Op verzoek stelt de aangezochte douane-administratie haar ambtenaren
in de gelegenheid om als deskundige of getuige te verschijnen voor een
gerecht van een ander land van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 7. Bijzondere invorderingsbepalingen
Artikel 13
1.Een verzoek om bijstand ter daadwerkelijke invordering van
douanevorderingen gaat vergezeld van:
a. de executoriale titel tegen degene te wiens laste
invordering wordt verzocht;
b. een verklaring omtrent het al of niet onherroepelijk
vaststaan van de douanevordering;
c. een verklaring omtrent de mogelijkheden tot invordering op
het grondgebied van het land van de verzoekende
douane-administratie;
d. andere stukken en informatie welke van nut kunnen zijn.
2.De betekening van de executoriale titel, het bevel tot betaling
en de tenuitvoerlegging geschieden overeenkomstig de in het land van
de aangezochte douane-administratie van kracht zijnde wettelijke
bepalingen met betrekking tot bij regeling van de Minister van
Financiën van dat land als soortgelijk aangemerkte douanevorderingen.
3.Zolang geen verklaring is ingekomen dat de douanevordering
onherroepelijk vaststaat, beperkt de aangezochte douane-administratie
zich tot maatregelen om de inning van de douanevordering te
verzekeren.
4.De douanevorderingen worden in het land van de aangezochte
douane-administratie niet als bevoorrechte vorderingen beschouwd.
5.De aangezochte douane-administratie is niet verplicht aan het
verzoek te voldoen indien de mogelijkheden tot invordering op het
grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie niet
zijn uitgeput.
Hoofdstuk 8. Kosten
Artikel 14
1.De douane-administraties brengen elkaar voor verleende bijstand
geen kosten in rekening, met uitzondering van de kosten en honoraria
betaald aan deskundigen en getuigen, alsmede de kosten van tolken en
vertalers die niet in overheidsdienst zijn, welke kosten en honoraria
zullen worden betaald door de verzoekende douane-administratie.
2.Indien een verzoek aanzienlijke en buitengewone kosten meebrengt
of zal meebrengen, voeren de douane-administraties overleg over de
wijze waarop het verzoek zal worden uitgevoerd en de kosten zullen
worden gedragen.
3.De niet-verhaalbare kosten van de invordering worden vergoed door
het land van de verzoekende douane-administratie.
Hoofdstuk 9. Verzoeken
Artikel 15
1.Bijstand op grond van deze rijkswet wordt rechtstreeks tussen de
douane-administraties verleend.
2.Verzoeken om bijstand op grond van deze rijkswet worden
schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de daartoe nuttig geachte
informatie. Indien de omstandigheden daartoe nopen, kan een verzoek
ook mondeling worden gedaan. Een dergelijk verzoek wordt onverwijld
schriftelijk bevestigd.
3.Verzoeken om bijstand op grond van deze rijkswet bevatten ten
minste de volgende informatie:
a. de naam van de verzoekende douane-administratie;
b. het voorwerp van en de reden voor het verzoek;
c. een korte beschrijving van de feiten, de juridische
elementen en de aard van het onderzoek;
d. de namen en adressen van de betrokken personen, voorzover
deze bekend zijn.
Artikel 16
1.De douane-administratie van een land kan weigeren gevolg te geven
aan een verzoek om bijstand op grond van deze rijkswet indien door het
verlenen van de gevraagde bijstand een industrieel geheim, een
handelsgeheim of een beroepsgeheim zou worden geschonden.
2.Indien een verzoekende douane-administratie niet in staat zou
zijn om harerzijds aan een soortgelijk verzoek om bijstand van de
douane-administratie van een ander land van het Koninkrijk gevolg te
geven, vermeldt zij dat in haar verzoek. Het staat de aangezochte
douane-administratie vrij om aan een dergelijk verzoek gevolg te
geven.
3.Weigering om aan een verzoek te voldoen wordt steeds met redenen
omkleed.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 17
1.Na overleg tussen de Ministers van Financiën van de landen,
worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld voor de
toepassing van deze rijkswet.
2.De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in
ieder geval:
a. de instanties die in de onderscheiden landen met de
uitvoering van deze rijkswet zijn belast;
b. de wetten, landsverordeningen en andere regelingen waarin
aan de douane-administraties van de onderscheiden landen controle-
en opsporingstaken zijn opgedragen.
Artikel 18
Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 19
Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijkswet administratieve bijstand
douane.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het
Publicatieblad
van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal
worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 1 juli 1999
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de twintigste juli 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|