Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 13 april 2006, houdende regels inzake de verstrekking van
subsidies door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (Wet
overige BZK-subsidies)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet
overige BiZa-subsidies te vervangen door een nieuwe regeling;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties of Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en
Koninkrijksrelaties.
Artikel 2
Dit hoofdstuk is van toepassing op subsidies die door Onze Minister
worden verstrekt en:
a. die op één van de gronden genoemd in het tweede hoofdstuk
van deze wet berusten;
b. die berusten op een algemene maatregel van bestuur, als
bedoeld in artikel 4:23, tweede lid, van de Algemene wet
bestuursrecht, of
c. die op grond van het derde lid van artikel 4:23 van de
Algemene wet bestuursrecht, niet op een wettelijk voorschrift hoeven
te berusten.
Artikel 3
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld,
wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid,
van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4
Bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kan
jaarlijks een subsidieplafond worden vastgesteld voor de activiteiten
waarvoor subsidie kan worden verstrekt, alsmede regels voor de wijze van
verdeling van de subsidie.
Artikel 5
Indien Onze Minister subsidie verstrekt voor activiteiten die mede
door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan hij afwijken van
bij of krachtens deze wet aan de subsidie verbonden of te verbinden
verplichtingen, voor zover
a. dit wenselijk is met het oog op een goede afstemming met de
door die andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen, en
b. het belang met het oog waarop die verplichtingen zijn
opgelegd, daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 6
1.Onze Minister kan toezichthouders aanwijzen, die zijn belast met
het toezicht op de naleving van de aan subsidie-ontvangers opgelegde
verplichtingen.
2.Een toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in
de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 7
Voorzover bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële
regeling krachtens deze wet niet anders is bepaald, is op per boekjaar
verstrekte subsidies Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht
van toepassing.
Artikel 8
1.Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet
bestuursrecht, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan
de subsidie verbonden verplichtingen, overeenkomstig bij ministeriële
regeling vast te stellen aanwijzingen over de reikwijdte en de
intensiteit van de controle.
2.De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de accountant
meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te
stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte
werkzaamheden. De subsidie kan worden aangewend voor de dekking van de
hieruit voortvloeiende kosten.
Artikel 9
1. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking, inhoudende
de verstrekking van een subsidie op grond van deze wet, kan worden
ingetrokken of gewijzigd voorzover subsidieverstrekking in strijd zou
zijn met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen.
2. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald dat over
onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding
verschuldigd is.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging
anders is bepaald.
4. Artikel 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene
wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking of
wijziging, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 2. Activiteiten die gesubsidieerd kunnen worden
Artikel 10
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten
inzake openbare orde en veiligheid die gericht zijn op:
a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van
strafbare feiten;
b. het vergroten van de kennis en het inzicht in
veiligheidsvraagstukken, alsmede het verder ontwikkelen van
integraal veiligheidsbeleid;
c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het
algemeen, waaronder de handhaving van de openbare orde;
d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van
de politie, de brandweer en de rampenbestrijdingsorganisaties.
Artikel 11
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten
inzake de Koninkrijksrelaties die gericht zijn op:
a. het bevorderen van de ontwikkeling van de democratische
rechtsstaat en rechtsorde in Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
b. het bevorderen van de ontwikkeling van Aruba, Curaçao en Sint
Maarten in het bijzonder de economische, sociale, culturele,
bestuurlijke ontwikkeling, evenals de ontwikkeling op het terrein
van het onderwijs en de gezondheidszorg;
c. het bevorderen en handhaven van een behoorlijk bestuursniveau
in Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
d. het verstrekken van noodhulp aan Aruba, Curaçao en Sint
Maarten en de wederopbouw na natuurrampen of andere noodsituaties;
e. de onderlinge relaties tussen Nederland, Aruba, Curaçao, en
Sint Maarten;
f. het bevorderen van onderzoek en advisering ter ondersteuning
van het beleid inzake de Koninkrijksrelaties.
Artikel 12
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten
inzake het bevorderen van de democratische rechtsstaat en ten behoeve
van activiteiten op het gebied van het decentraal bestuur die gericht
zijn op:
a. het bevorderen van legitimiteit, integriteit, transparantie en
efficiëntie van het bestuur;
b. het bevorderen van de kennis over en de participatie in de
politieke en bestuurlijke besluitvorming op lokaal, regionaal,
nationaal en internationaal niveau;
c. het optimaliseren van de interbestuurlijke samenwerking;
d. het vergroten van de kennis van de nationale en internationale
mensenrechten en het bevorderen van het respecteren van deze
rechten;
e. het bevorderen en instandhouden van de kennis over
gebeurtenissen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van
Nederland en het Koninkrijk.
Artikel 13
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten
inzake het management en personeelsbeleid van de openbare dienst, die
gericht zijn op:
a. het bevorderen van de professionaliteit, integriteit,
efficiëntie, innovatie van de openbare sector;
b. kennisontwikkeling en kennisverspreiding;
c. het overleg met de sociale partners;
d. de educatie van leden van de vakbeweging.
Hoofdstuk 3. Nadere regels
Artikel 14
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële
regeling kunnen de activiteiten bedoeld in hoofdstuk 2 nader worden
bepaald, alsmede criteria voor de verstrekking worden vastgesteld.
Artikel 15
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële
regeling kunnen voor subsidies die verstrekt worden op grond van
hoofdstuk 2, regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag
wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de aan de subsidie verbonden of te verbinden verplichtingen;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of
subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de
subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet
bestuursrecht.
Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 16
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de algemene maatregelen
van bestuur en de ministeriële regelingen, vastgesteld krachtens
artikel 2 van de Wet overige BiZa-subsidies op de artikelen 14 en 15 van
deze wet.
Artikel 17
De Wet overige BiZa-subsidies wordt ingetrokken.
Artikel 18
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 19
Deze wet wordt aangehaald als: Wet overige BZK-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 13 april 2006
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
A. Pechtold
Uitgegeven de negende mei 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|