WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is enige
wettelijke voorzieningen te treffen voor de detentie en berechting in
Nederland van Charles Taylor door het Speciaal Hof voor Sierra Leone,
mede in verband met Resolutie 1688 van de Veiligheidsraad van de
Verenigde Naties van 16 juni 2006, handelende krachtens Hoofdstuk
VII van het Handvest van de Verenigde Naties (Trb. 2006, 130), alsmede de op
19 juni 2006 te ’s-Gravenhage/Freetown tot stand gekomen
Zetelovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Speciaal
Hof voor Sierra Leone (Trb. 2006, 131);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
a. Speciaal Hof voor Sierra Leone: het Speciaal Hof voor Sierra
Leone, opgericht bij de op 16 januari 2002 te Freetown tot
stand gekomen Overeenkomst tussen de Verenigde Naties en de Regering
van Sierra Leone inzake de oprichting van een Speciaal Hof voor
Sierra Leone;
b. doorvoer: het begeleid vervoer over Nederlands grondgebied van
personen, afkomstig van het Speciaal Hof voor Sierra Leone in Sierra
Leone of van een vreemde staat en met als bestemming het Speciaal
Hof voor Sierra Leone in Nederland, dan wel afkomstig van het
Speciaal Hof voor Sierra Leone in Nederland en met als bestemming
het Speciaal Hof voor Sierra Leone in Sierra Leone of een vreemde
staat;
c. de verdachte: de verdachte Charles Taylor, voormalig
staatshoofd van Liberia;
d. de wet van 21 april 1994: de wet van 21 april 1994,
houdende bepalingen verband houdende met de instelling van het
Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen
aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationale
humanitaire recht, begaan op het grondgebied van het voormalige
Joegoslavië sedert 1991 (Stb. 308);
e. Onze Minister: Onze Minister van Justitie.
Artikel 2
1. Doorvoer van de verdachte en van andere personen die door
het Speciaal Hof voor Sierra Leone naar Nederland zijn overgebracht of
op verzoek van het Speciaal Hof voor Sierra Leone naar Nederland zijn
overgebracht of gekomen, geschiedt in opdracht van het Speciaal Hof
voor Sierra Leone door en onder de bewaking van door Onze Minister
aangewezen Nederlandse ambtenaren.
2. Doorvoer van de verdachte en van andere personen die door het
Speciaal Hof voor Sierra Leone naar Sierra Leone worden overgebracht of
door het Speciaal Hof voor Sierra Leone vanuit Nederland aan de
autoriteiten van een vreemde staat worden overgedragen, geschiedt in
opdracht van het Speciaal Hof voor Sierra Leone door en onder de
bewaking van door Onze Minister aangewezen Nederlandse ambtenaren.
3. Het transport in Nederland buiten de onder het gezag van het
Speciaal Hof voor Sierra Leone staande ruimten van de verdachte of van
andere personen aan wie op last van het Speciaal Hof voor Sierra Leone
hun vrijheid is ontnomen, geschiedt in opdracht van het Speciaal Hof
voor Sierra Leone door en onder de bewaking van door Onze Minister
aangewezen Nederlandse ambtenaren.
4. De in dit artikel bedoelde ambtenaren zijn bevoegd alle
dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de betrokken personen
en ter voorkoming van hun ontvluchting.
Artikel 3
1. Op verzoek van het Speciaal Hof voor Sierra Leone worden
personen die zijn ontsnapt uit de vrijheidsontneming binnen in
Nederland aan het Speciaal Hof voor Sierra Leone ter beschikking
gestelde ruimten of tijdens transport, aan het Speciaal Hof voor
Sierra Leone overgeleverd.
2. De artikelen 3 tot en met 5 van de wet van 21 april 1994
zijn van overeenkomstige toepassing op de overlevering, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 4
De artikelen 6, 8 tot en met 10, 16 en 17 van de wet van
21 april 1994 zijn van overeenkomstige toepassing op de bijstand en
rechtshulp van Nederland aan het Speciaal Hof voor Sierra Leone ten
behoeve van de detentie en berechting in Nederland van de verdachte.
Artikel 5
Deze wet treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij is geplaatst.
Artikel 6
Deze wet wordt aangehaald als: Wet Speciaal Hof voor Sierra Leone.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 5 juli 2006
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de zesde juli 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner