Nadere regelgeving:
- Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer
Wmg
WET van 7 juli 2006, houdende regels
inzake marktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op
het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regels te stellen inzake de ontwikkeling en ordening van
markten op het gebied van de gezondheidszorg en het toezicht daarop,
mede met het oog op een doelmatig en doeltreffend stelsel van de zorg en
de beheersing van de kostenontwikkeling van de zorg, en dat het tevens
wenselijk is in verband met de informatieachterstand van de consument en
het machtsverschil tussen partijen in de zorg, de positie van de
consument te beschermen en te bevorderen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport;
b. zorg:
1°. zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de
Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
2°. handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de beroepen in
de individuele gezondheidszorg, voor zover uitgevoerd, al dan
niet onder eigen verantwoordelijkheid, door personen,
ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van die
wet of door personen als bedoeld in artikel 34 van die wet en
voor zover die handelingen niet zijn begrepen onder 1°;
c. zorgaanbieder:
1°. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of
bedrijfsmatig zorg verleent;
2°. de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor zover deze
tarieven in rekening brengt namens, ten behoeve van of in
verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als
bedoeld onder 1°;
d. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in de
Zorgverzekeringswet;
e. AWBZ-verzekeraar: een zorgverzekeraar die zich overeenkomstig
artikel 33 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als zodanig
heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet;
f. ziektekostenverzekeraar:
1°. een zorgverzekeraar;
2°. een AWBZ-verzekeraar;
3°. een particuliere ziektekostenverzekeraar, zijnde een
financiėle onderneming die ingevolge de Wet op het financieel
toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag
uitoefenen;
g. verzekerde: degene die een verzekeringsovereenkomst
betreffende het risico van ziektekosten heeft gesloten met een
ziektekostenverzekeraar dan wel van rechtswege verzekerd is op grond
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
h. verzekeringsplichtige: degene die op grond van artikel 2 van
de Zorgverzekeringswet verplicht is zich krachtens een
zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren;
i. consument: verzekeringsplichtige, verzekerde of patiėnt;
j. prestatie: de levering van zorg door een zorgaanbieder als
bedoeld in onderdeel c, onder 1°;
k. tarief: prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie
of geheel van prestaties van een zorgaanbieder;
l. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in
artikel 3;
m. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen,
genoemd in de Zorgverzekeringswet;
n. College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in de
Wet toelating zorginstellingen;
o. College sanering: het College sanering zorginstellingen,
genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;
p. FIOD-ECD: de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en
opsporingsdienst en Economische Controledienst van het Ministerie
van Financiėn;
q. Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in artikel 39 van de
Zorgverzekeringswet.
Artikel 2
1.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien dat voor een
goede uitvoering van deze wet nodig is, werkzaamheden die geheel of
gedeeltelijk liggen op het gebied van de gezondheidszorg of geheel of
gedeeltelijk ten behoeve van de gezondheidszorg worden verricht,
worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kan een vorm van zorg worden
uitgezonderd van deze wet of een deel daarvan.
Hoofdstuk 2. De Nederlandse Zorgautoriteit
Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen
Artikel 3
1. Er is een Nederlandse Zorgautoriteit, die rechtspersoonlijkheid
bezit.
2. De zorgautoriteit is gevestigd in een door Onze Minister te
bepalen plaats.
3. De zorgautoriteit is belast met de taken die haar bij of
krachtens wet zijn opgedragen.
4. De zorgautoriteit stelt bij de uitoefening van haar taken het
algemeen consumentenbelang voorop.
5. De zorgautoriteit wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd
door de voorzitter.
6. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op de zorgautoriteit
van toepassing, met uitzondering van artikel 17 van die wet.
Artikel 4
1. De zorgautoriteit bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie
de voorzitter.
2. Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig
is voor de uitoefening van de taken van de zorgautoriteit alsmede op
grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
3. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming
kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
4. De leden van de zorgautoriteit hebben geen financiėle of andere
belangen bij instellingen of bedrijven die hun onpartijdigheid in het
gedrang kunnen brengen.
Artikel 5
1. De zorgautoriteit stelt een bestuursreglement vast.
2. Vergaderingen van de zorgautoriteit zijn niet openbaar,
behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.
3. In het bestuursreglement legt de zorgautoriteit in ieder geval
vast hoe zij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de
Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2011]
Artikel 7
1. Onze Minister kan de zorgautoriteit een algemene aanwijzing
geven met betrekking tot:
a. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze
wet bevoegd is regels vast te stellen;
b. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze
wet bevoegd is beleidsregels vast te stellen.
2. Onze Minister kan in een aanwijzing als bedoeld in het eerste
lid, onder b, bepalen dat de zorgautoriteit ambtshalve een tarief als
bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b of c, of een
prestatiebeschrijving vaststelt.
3. Een aanwijzing heeft geen betrekking op een individuele
zorgaanbieder, ziektekostenverzekeraar of consument.
Artikel 8
Alvorens Onze Minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onder b,
een aanwijzing vaststelt, deelt hij de zakelijke inhoud van het
voorgenomen besluit schriftelijk mede aan de beide kamers der
Staten-Generaal. Hij stelt het besluit niet eerder vast dan nadat 30
dagen zijn verstreken na die mededeling. Van de vaststelling doet Onze
Minister mededeling door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2011]
Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2011]
Paragraaf 2.2. Planning, verslaglegging en financiering
Artikel 11
1. De zorgautoriteit zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de
begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze
Minister met een beschrijving van de activiteiten die de
zorgautoriteit voornemens is ter uitvoering van haar taken te
verrichten.
2. Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige
bestuursorganen bevat de begroting een meerjarenraming van de
beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het
begrotingsjaar.
Artikel 12
1. Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de
beheerskosten van de zorgautoriteit voor het volgende kalenderjaar
vast.
2. Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van
de zorgautoriteit te wijzigen.
3. De zorgautoriteit gaat met betrekking tot de beheerskosten geen
verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding
van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.
4. Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor
1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft,
is de zorgautoriteit bevoegd, teneinde haar activiteiten gaande te
houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het
budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.
5. Onze Minister kan besluiten dat de zorgautoriteit in een geval
als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde
gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar
is vastgesteld.
6. Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten
van de zorgautoriteit wordt gedekt uit s Rijks kas.
Artikel 13 [Vervallen per 01-07-2011]
Artikel 14
1. Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring
van Onze Minister.
2. In afwijking van artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige
bestuursorganen, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting
geen goedkeuring van Onze Minister, mits:
a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat,
en
b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend
over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van vijf
procent van het in artikel 12bedoelde budget niet te boven gaat.
3. Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de inhoud en inrichting van het werkprogramma, bedoeld in
artikel 11;
b. de inhoud en inrichting van het jaarverslag, de begroting en
de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 18, 26 en 34 van de
Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
c. de accountantscontrole van de jaarrekening;
d. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33
van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
4. Bij ministeriėle regeling worden regels gesteld over de wijze
waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 12
wordt vastgesteld.
5. Onverminderd artikel 35, vierde lid, van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens verslag van
zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van de
zorgautoriteit voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid
en controleerbaarheid.
Artikel 15
1. Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van deze
wet en in de artikelen 29, eerste lid, en 34, tweede lid, van de
Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stelt de zorgautoriteit het
werkprogramma, de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening
algemeen verkrijgbaar.
2. Onze Minister brengt zijn oordeel over het functioneren van de
zorgautoriteit ter kennis van beide kamers der Staten-Generaal.
Hoofdstuk 3. Taken en bevoegdheden Nederlandse Zorgautoriteit
Paragraaf 3.1. Algemeen
Artikel 16
De zorgautoriteit is belast met:
a. markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en
prestatieregulering, op het terrein van de gezondheidszorg;
b. toezicht op de rechtmatige uitvoering door de zorgverzekeraars
van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet is geregeld;
c. toezicht op de rechtmatige afrekening van de bijdragen,
bedoeld in de artikelen 32 tot en met 34 van de Zorgverzekeringswet,
nadat een verzekeraar opgehouden is zorgverzekeringen uit te voeren;
d. toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering door de
AWBZ-verzekeraars en de rechtspersonen, bedoeld in artikel 40 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, van hetgeen bij of krachtens
die wet en de artikelen 91, tweede lid, tweede volzin, 123 en 124
van de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld;
e. toezicht op de uitvoering van de artikelen 41, 42 en43;
f. toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering door het
CAK, bedoeld in artikel 1, onderdeel w, van de Zorgverzekeringswet,
van hetgeen bij of krachtens artikel 118a van de Zorgverzekeringswet
en artikel 15 van de Wet maatschappelijke ondersteuning is geregeld.
Artikel 17
1.Met het oog op een effectieve en efficiėnte besluitvorming over
de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang en
het verzamelen van informatie ten behoeve daarvan worden daarover
afspraken gemaakt tussen de zorgautoriteit en:
a. de Nederlandse Mededingingsautoriteit;
b. het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
c. De Nederlandsche Bank;
d. de Stichting Autoriteit Financiėle Markten;
e. het College zorgverzekeringen;
f. het College bouw;
g. het College sanering;
h. de FIOD-ECD;
i. het College van procureurs-generaal van het Openbaar
Ministerie en
j. het College bescherming persoonsgegevens.
2.De afspraken houden in ieder geval in dat een bestuursorgaan aan
derden geen informatie vraagt indien een van de andere genoemde
bestuursorganen de benodigde informatie kan verstrekken.
Artikel 18
1.De zorgautoriteit en de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
verder in dit artikel te noemen de mededingingsautoriteit, bevorderen
dat belanghebbenden zich bij aangelegenheden waarbij mogelijk sprake
is van samenloop van bevoegdheden eerst wenden tot de zorgautoriteit.
2.Van samenloop van bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid is
sprake in een situatie waarin de mogelijke uitoefening van
bevoegdheden van de zorgautoriteit op grond van artikel 48 van deze
wet en de mogelijke uitoefening van bevoegdheden van de
Mededingingsautoriteit op grond van de Mededingingswet of Europese
wet-en regelgeving samenvallen dan wel kunnen samenvallen.
3.De zorgautoriteit past bij mogelijke samenloop van bevoegdheden
voor zover mogelijk eerst de bevoegdheden toe die zij op grond van
deze wet heeft, alvorens de mededingingsautoriteit de haar ten dienste
staande bevoegdheden op grond van de Mededingingswet toepast.
4.De zorgautoriteit richt zich naar de uitleg van begrippen die de
mededingingsautoriteit hanteert in het kader van de toepassing van het
mededingingsrecht.
5.Van hetgeen bepaald is in het derde lid kan worden afgeweken
indien de zorgautoriteit en de mededingingsautoriteit in gezamenlijk
overleg tot het oordeel komen dat een aangelegenheid op basis van
effectiviteit van het wettelijke instrumentarium of uit efficiėntie
of andere overwegingen beter door de mededingingsautoriteit of door de
mededingingsautoriteit en de zorgautoriteit gezamenlijk kan worden
behandeld.
Artikel 19
De zorgautoriteit volgt het oordeel van het Staatstoezicht op de
volksgezondheid over de kwaliteit van het handelen van zorgaanbieders.
Artikel 20
1.De zorgautoriteit:
a. geeft voorlichting omtrent de inhoud van haar regels,
beleidsregels, beschikkingen en besluiten en ten algemene over de
uitvoering van haar taken;
b. stelt alle naar haar oordeel relevante informatie over
regels, beleidsregels, beschikkingen en besluiten beschikbaar op
internet;
c. legt haar regels, beleidsregels, beschikkingen en besluiten
voor een ieder ter inzage.
2.De zorgautoriteit doet mededeling in de Staatscourant, onder
vermelding dat deze bij haar ter inzage liggen, van:
a. de vaststelling van regels door plaatsing van die regels;
b. de vaststelling van beleidsregels als bedoeld in artikel 57;
c. de beschikkingen met betrekking tot aanmerkelijke marktmacht
onder vermelding van de opgelegde verplichting en de tijdsduur van
de verplichting;
d. de beschikkingen met betrekking tot tarieven en
prestatiebeschrijvingen.
3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op besluiten en
beschikkingen van de zorgautoriteit ter uitvoering vanhoofdstuk 6.
Artikel 21
1.De zorgautoriteit rapporteert desgevraagd aan Onze Minister
omtrent de uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van
voorgenomen beleid in verband met de uitoefening van haar taken,
genoemd in artikel 16.
2.De zorgautoriteit signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze
Minister feitelijke ontwikkelingen inzake markten op het gebied van de
zorg.
3.De rapportages en signaleringen bevatten geen medische
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60.
Artikel 22
1. Onze Minister verstrekt desgevraagd aan de zorgautoriteit de
voor de uitoefening van haar taak benodigde gegevens en inlichtingen.
2. Onze Minister en de zorgautoriteit stellen gezamenlijk een
informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en
procedurele afspraken met betrekking tot de verstrekking van
informatie, bedoeld in het eerste lid alsmede in artikel 20 van de
Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
3. De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid alsmede
in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, hebben
geen betrekking op medische persoonsgegevens als bedoeld in artikel
60.
Artikel 23
1.Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voorzien in hun
reglementen en voorwaarden in de mogelijkheid tot het doen van beklag
over door partijen gebruikte formulieren.
2.Het beklag wordt gedaan bij de zorgautoriteit. Reglementen en
voorwaarden dienen een bepaling te bevatten er toe strekkende dat
uitspraken door de zorgautoriteit de zorgaanbieders,
ziektekostenverzekeraars en consumenten strekken tot bindend advies.
3.Het bindend advies wordt gegeven na ontvangst van het beklag en
kan er toe strekken dat het formulier:
a. overbodig of te ingewikkeld is en niet behoeft te worden
ingevuld;
b. ingewikkeld is en een volgende keer zal worden beoordeeld
als een formulier als bedoeld in onderdeel a, indien het niet
binnen twee weken na het advies is aangepast;
c. geen aanleiding geeft het beklag gegrond te verklaren.
Paragraaf 3.2. Toezicht Zorgverzekeringswet
Artikel 24
1.De zorgautoriteit zendt voor 1 november aan Onze Minister en aan
het College zorgverzekeringen een samenvattend rapport over de
rechtmatigheid van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet en de
daarop gebaseerde regelgeving door de zorgverzekeraars in het
voorafgaande kalenderjaar.
2.Onze Minister zendt het rapport aan beide kamers der
Staten-Generaal.
3.De zorgautoriteit stelt het rapport algemeen verkrijgbaar.
4.Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld over de
inhoud en inrichting van het rapport.
Artikel 25
1.De zorgautoriteit maakt, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen
onderzoek, bij de uitoefening van haar taken, genoemd in artikel 16,
onder b en c, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door
anderen verrichte controles.
2.De zorgverzekeraars verstrekken desgevraagd aan de zorgautoriteit
de informatie over de uitgevoerde werkzaamheden van hen die met de
controle zijn belast en lichten haar volledig in over de resultaten
van de controle door overlegging van rapporten of op andere door de
zorgautoriteit aan te geven wijze.
Artikel 26
1.De zorgautoriteit stelt op verzoek van Onze Minister onderzoek in
bij zorgverzekeraars.
2.De zorgautoriteit kan tevens op verzoek van het College
zorgverzekeringen onderzoek bij zorgverzekeraars instellen.
Artikel 27
De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot:
a. de controle door zorgverzekeraars;
b. de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in
artikel 38 van de Zorgverzekeringswet, en van het aan dat verslag
ten grondslag liggende onderzoek.
Paragraaf 3.3. Toezicht Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Artikel 28
1.De zorgautoriteit zendt voor 1 december aan Onze Minister en aan
het College zorgverzekeringen een samenvattend rapport over de
rechtmatigheid en de doelmatigheid van de uitvoering van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten en de daarop gebaseerde regelgeving door
de AWBZ-verzekeraars en de rechtspersonen, bedoeld in artikel 40 van
die wet, in het voorafgaande kalenderjaar.
2.Onze Minister zendt het rapport aan beide kamers der
Staten-Generaal.
3.De zorgautoriteit stelt het rapport algemeen verkrijgbaar.
4.Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld over de
inhoud en inrichting van het rapport.
Artikel 29
1.De zorgautoriteit maakt, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen
onderzoek, bij de uitoefening van haar taak, genoemd in artikel 16,
onder d, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen
verrichte controles.
2.De AWBZ-verzekeraars verstrekken desgevraagd aan de
zorgautoriteit de informatie over de uitgevoerde werkzaamheden van hen
die met de controle zijn belast en lichten haar volledig in over de
resultaten van de controle door overlegging van rapporten of op andere
door de zorgautoriteit aan te geven wijze.
Artikel 30
1.De zorgautoriteit stelt op verzoek van Onze Minister onderzoek in
bij AWBZ-verzekeraars en rechtspersonen als bedoeld in artikel 40 van
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
2.De zorgautoriteit kan tevens op verzoek van het College
zorgverzekeringen onderzoek bij de AWBZ-verzekeraars instellen.
Artikel 31
De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot:
a. de controle door de AWBZ-verzekeraars;
b. de inhoud en inrichting van de verklaring en van het
accountantsverslag, bedoeld in artikel 36 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten, en van het daaraan ten grondslag liggende
onderzoek.
Hoofdstuk 4. Marktontwikkeling en -ordening
Paragraaf 4.1. Marktonderzoek
Artikel 32
1.De zorgautoriteit onderzoekt, met inachtneming van artikel 65, de
concurrentieverhoudingen en het marktgedrag op het gebied van de zorg.
2.Het onderzoek kan zich onder meer richten op:
a. de totstandkoming van overeenkomsten met betrekking tot
zorg, tarieven of ziektekostenverzekeringen, naar de voorwaarden
in die overeenkomsten en naar de resultaten daarvan;
b. de marktwerking in de markten voor zorgverlening, zorginkoop
en ziektekostenverzekeringen;
c. de informatieverstrekking door zorgaanbieders en
ziektekostenverzekeraars aan de consumenten en de
doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid
van die informatie;
d. het presteren van zorgaanbieders en van
ziektekostenverzekeraars, mede met het oog op de onderlinge
vergelijking daarvan;
e. de onderbouwing en ontwikkeling van kosten en prijzen, mede
in relatie tot de kwaliteit, van zorgverlening en
ziektekostenverzekering.
Artikel 33
De zorgautoriteit kan haar bevindingen op grond van het onderzoek,
bedoeld in artikel 32, openbaar maken, met uitzondering van gegevens en
inlichtingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.
Paragraaf 4.2. Algemene verplichtingen van zorgaanbieders en
ziektekostenverzekeraars
Artikel 34
1.Een procedure die een ziektekostenverzekeraar of zorgaanbieder
hanteert als voorwaarde voor het verlenen van diensten of zorg aan een
andere zorgaanbieder of aan een consument mag uitsluitend informatie
verlangen die van rechtstreeks belang is voor het onderwerp waarop die
procedure betrekking heeft.
2.Bij verandering van ziektekostenverzekeraar blijven alle met
betrekking tot de betrokken verzekerde gehanteerde procedures geldig.
3.De zorgautoriteit kan regels stellen over:
a. verrichtingen waarvoor geen procedure mag worden opgelegd;
b. de geldigheid van eenzelfde procedure voor een aantal
handelingen;
c. de eenvormige invulling van procedures, waarbij kan worden
voorgeschreven dat deze uitsluitend langs elektronische weg worden
toegepast.
Artikel 35
1. Het is een zorgaanbieder verboden een tarief in rekening te
brengen:
a. dat niet overeenkomt met het tarief dat voor de betrokken
prestatie op grond van artikel 50, eerste lid, onderdeel b, is
vastgesteld;
b. dat niet ligt binnen de tariefruimte die op grond van
artikel 50, eerste lid, onderdeel c, voor de betrokken prestatie
is vastgesteld;
c. voor een prestatie waarvoor geen prestatiebeschrijving op
grond van artikel 50, eerste lid, onderdeel d, is vastgesteld;
d. voor een prestatie waarvoor een andere prestatiebeschrijving
wordt gehanteerd dan op grond van artikel 50, eerste lid,
onderdeel d, is vastgesteld;
e. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is
vastgesteld.
2. Het is een zorgaanbieder verboden een tarief als bedoeld in het
eerste lid, te betalen aan een andere zorgaanbieder of aan derden te
vergoeden.
3. Het is een ziektekostenverzekeraar verboden een tarief als
bedoeld in het eerste lid, te betalen of aan derden te vergoeden.
4. Een zorgaanbieder en een ziektekostenverzekeraar kunnen aan het
aanbieden, overeenkomen of leveren van een prestatie als bedoeld in
het eerste lid, onder c of d, dan wel aan het in rekening brengen,
betalen of aan een derde vergoeden van een tarief als bedoeld in het
eerste lid, geen rechten ontlenen.
5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op
een verzekeraar in de zin van de Wet op het financieel toezicht, voor
zover niet begrepen onder artikel 1, onder f, sub 3, van deze wet.
6. Indien de zorgautoriteit een regel heeft vastgesteld als bedoeld
in artikel 37, eerste lid, is het een zorgaanbieder als bedoeld in het
vierde lid van dat artikel, die de betalingen uit in rekening
gebrachte tarieven ontvangt, verboden:
a. meer over te dragen dan het bedrag dat bij of krachtens deze
wet is bepaald;
b. af te wijken van de bij die regel gestelde voorwaarden,
voorschriften en beperkingen.
7. Indien de zorgautoriteit bij de vaststelling van een tarief als
bedoeld inartikel 50, eerste lid, onderdelen a, b of c, op grond van
het tweede lid van dat artikel een grens heeft vastgesteld, is het een
zorgaanbieder verboden:
a. met de som van de tarieven voor de betrokken prestaties
gerelateerd aan de daarbij aangegeven periode van die grens af te
wijken;
b. af te wijken van de aan de grens verbonden voorschriften of
beperkingen.
Artikel 35a
Het is een zorgaanbieder verboden een bedrag als bedoeld in artikel
56a in rekening te brengen:
a. dat hoger is dan het bedrag dat als bijdrage voor de
beschikbaarheid van de desbetreffende zorg op grond van artikel 56a,
eerste lid, is vastgesteld;
b. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is
vastgesteld.
Artikel 35b
Het is een ziektekostenverzekeraar verboden een bedrag als bedoeld in
artikel 56b in rekening te brengen:
a. dat hoger is dan het bedrag dat voor de betrokken vereffening
op grond vanartikel 56b, eerste lid, is vastgesteld;
b. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is
vastgesteld.
Artikel 36
1. Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voeren een
administratie waaruit in ieder geval de overeengekomen en geleverde
prestaties blijken, alsmede wanneer die prestaties zijn geleverd, aan
welke patiėnt onderscheidenlijk aan welke verzekerde die prestaties
door een zorgaanbieder zijn geleverd, de daarvoor in rekening
gebrachte tarieven en de in verband daarmee ontvangen of verrichte
betalingen of vergoedingen aan derden.
2. Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voeren op zodanige
wijze een administratie dat te allen tijde mogelijk is elk tarief dat
overeenkomstig artikel 50 of52 is vastgesteld of dat ligt binnen de
tariefruimte die op grond van artikel 50, eerste lid, onderdeel c, is
vastgesteld, in rekening te brengen, te betalen of aan derden te
vergoeden.
3. De zorgautoriteit kan, ten behoeve van de vergelijkbaarheid van
gegevens, toepassing van uniforme principes bij de toerekening van
kosten en opbrengsten en bij het registreren van gegevens over
kwaliteit en opbrengsten, nadere regels stellen betreffende de
administratie van:
a. zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars met het oog op de
bevordering van concurrentie, het voorkomen van fraude, de
inzichtelijkheid en toegankelijkheid van die administratie alsmede
het vaststellen van tarieven, en
b. zorgverzekeraars en AWBZ-verzekeraars met het oog op de
bevordering van een goede uitvoering van de Zorgverzekeringswet
onderscheidenlijk de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
4. De in het derde lid bedoelde regels worden ten aanzien van
zorgverzekeraars, AWBZ-verzekeraars of de rechtspersonen, bedoeld in
artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, gesteld in
overeenstemming met het College zorgverzekeringen.
Artikel 37
1. De zorgautoriteit kan regels vaststellen, inhoudende op welke
wijze en onder welke voorwaarden of met inachtneming van welke
voorschriften en beperkingen:
a. aan wie, door wie, namens wie of via wie een tarief in
rekening wordt gebracht;
b. aan wie of via wie een in rekening gebracht tarief mag
worden betaald;
c. door wie of namens wie ontvangsten voor een in rekening
gebracht tarief moeten worden ingehouden, af- of overgedragen;
d. door wie of namens wie een door de zorgautoriteit te bepalen
bedrag van ten hoogste de overschrijding van de op grond van
artikel 50, tweede lid, onderdelen a, c of d, vastgestelde grens
wordt ingehouden en afgedragen.
2. Indien de zorgautoriteit een regel vaststelt als bedoeld in het
eerste lid, aanhef en onder a, voor een prestatie die door twee of
meer zorgaanbieders gezamenlijk wordt geleverd, kan zij in die regel
bepalen dat uitsluitend een daarbij door haar aangewezen zorgaanbieder
een tarief voor die prestatie in rekening mag brengen aan de consument
of diens ziektekostenverzekeraar, waarbij de andere bij die prestatie
betrokken zorgaanbieders uitsluitend aan de aangewezen zorgaanbieder
voor het deel van die prestatie dat door hen is geleverd een tarief in
rekening kunnen brengen.
3. Indien de zorgautoriteit een regel vaststelt als bedoeld in het
eerste lid, aanhef en onder a, voor een prestatie die door twee of
meer zorgaanbieders gezamenlijk wordt geleverd, kan zij, in die regel
bepalen dat de bij die prestatie betrokken zorgaanbieders het tarief
voor hun deel van die prestatie via de door haar aangewezen
zorgaanbieder of een derde in rekening brengen bij de consument of
diens ziektekostenverzekeraar en dat daarbij de aangewezen
zorgaanbieder of derde het tarief op een zodanige wijze in rekening
brengt dat duidelijk tot uitdrukking komt welk deel van de te
verzenden rekening betrekking heeft op de door de eerstbedoelde
zorgaanbieders verrichte deel van de prestatie.
4. Indien de zorgautoriteit in een regel als bedoeld in het eerste
lid, aanhef en onder a en b, voor een prestatie die door twee of meer
zorgaanbieders gezamenlijk wordt geleverd, bepaalt dat een in rekening
gebracht tarief aan of via een in die regel aangewezen zorgaanbieder
of derde, verder te noemen ontvanger, moet worden betaald, draagt deze
ontvanger er zorg voor dat de ontvangsten voor de door de andere
zorgaanbieders in rekening gebrachte tarieven worden ingehouden en
alleen aan hen worden overgedragen indien en voor zover een betaling
is ontvangen van de consument of diens ziektekostenverzekeraar.
Indien de ontvanger tevens is aangewezen op grond van artikel 37,
eerste lid, aanhef en onder d, draagt deze er zorg voor dat de
ontvangsten voor de door de andere zorgaanbieders in rekening
gebrachte tarieven alleen worden overgedragen met inachtneming van
hetgeen met betrekking tot die vergoeding of het geheel van
vergoedingen voor een van de andere zorgaanbieders of voor alle andere
zorgaanbieders gezamenlijk bij of krachtens deze wet is bepaald.
5. Indien en voor zover de zorgautoriteit in een regel als bedoeld
in het eerste lid, aanhef en onder b, vaststelt aan wie of via wie een
in rekening gebracht tarief moet worden betaald, is de consument of
diens ziektekostenverzekeraar die betaling uitsluitend aan deze
verschuldigd.
6. De zorgautoriteit past het tweede en derde lid niet toe dan na
een aanwijzing van Onze Minister op grond van artikel 7. Artikel 8 is
van overeenkomstige toepassing.
7. Voor de verdere uitvoering van de wet wordt onder zorgaanbieder
mede verstaan een ieder die de ontvangsten uit in rekening gebrachte
tarieven ontvangt, inhoudt, af- of overdraagt.
8. Het bepaalde bij of krachtens dit artikel is mede van toepassing
ten aanzien van een ieder die voor een zorgaanbieder een administratie
voert alsmede ten aanzien van degene die een administratie voert ten
behoeve van of in verband met het in rekening brengen of betalen van
een tarief, het ontvangen, inhouden, af- of overdragen van ontvangsten
voor een in rekening gebracht tarief of het inhouden, af- of
overdragen van een door de zorgautoriteit te bepalen bedrag in verband
met het overschrijden van een door de zorgautoriteit op grond van
artikel 50, tweede lid, onderdelen a, c of d, vastgestelde grens.
9. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing voor het
in rekening brengen of betalen van een tarief voor een deel van een
prestatie of een geheel van prestaties.
Artikel 38
1. Zorgaanbieders informeren hun patiėnten tijdig en zorgvuldig
omtrent het voor de prestatie in rekening te brengen tarief.
2. Zorgaanbieders brengen een tarief in rekening onder vermelding
van de daarbijbehorende prestatiebeschrijving.
3. De zorgautoriteit kan nadere regels stellen betreffende het door
zorgaanbieders:
a. bekendmaken van tarieven;
b. specificeren van op verrichte prestaties betrekking hebbende
rekeningen.
4. Zorgaanbieders maken informatie openbaar over de eigenschappen
van aangeboden prestaties en diensten, op een zodanige wijze dat deze
gegevens voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar zijn. Deze
informatie betreft in ieder geval de tarieven en de kwaliteit van de
aangeboden prestaties en diensten.
5. De zorgautoriteit kan, onverminderd de informatieverplichting
die op grond van het vierde lid rust op zorgaanbieders, ten behoeve
van de inzichtelijkheid van de markt periodiek informatie als bedoeld
in het vierde lid openbaar maken.
6. Het vijfde lid geldt niet indien anderen reeds in voldoende mate
in openbaarmaking van de daar bedoelde informatie voorzien.
7. De zorgautoriteit kan regels stellen betreffende de
informatievoorziening, bedoeld in het vierde lid, met het oog op de
doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid
daarvan.
Artikel 39
1.Zorgaanbieders dragen er zorg voor dat de door of namens hen
verstrekte of beschikbaar gestelde informatie terzake van een product
of dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan het
bepaalde bij of krachtens deze wet, de Zorgverzekeringswet of de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en niet misleidend is.
2.De zorgautoriteit kan regels stellen betreffende de
informatievoorziening, bedoeld in het eerste lid, met het oog op de
doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid
daarvan.
3.De in het tweede lid bedoelde regels worden gesteld in
overeenstemming met het Staatstoezicht op de volksgezondheid.
Artikel 40
1.Ziektekostenverzekeraars maken informatie openbaar over de
eigenschappen van aangeboden producten en diensten op zodanige wijze
dat deze gegevens voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar zijn.
Deze informatie betreft in ieder geval de premies en de kwaliteit van
de aangeboden producten en diensten.
2.Zorgverzekeraars maken ten behoeve van de inzichtelijkheid, voor
verzekeringsplichtigen, van de zorgverzekeringsmarkt informatie
openbaar met betrekking tot:
a. de inhoud van de modelovereenkomsten;
b. de wijze van dienstverlening aan verzekerden.
3.Ziektekostenverzekeraars dragen er zorg voor dat de door of
namens hen verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van
een product of dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet
aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, de Zorgverzekeringswet of
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en niet misleidend is.
4.Artikel 38, vijfde tot en met zevende lid, is ten aanzien van de
informatieverstrekking door ziektekostenverzekeraars van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 41
1.In dit artikel en in de artikelen 42 en 43 wordt verstaan onder:
a. overeenkomst op afstand: een verzekeringsovereenkomst
betreffende het risico van ziektekosten tussen een
ziektekostenverzekeraar en een consument, die wordt gesloten in
het kader van een door de ziektekostenverzekeraar georganiseerd
systeem van verkoop of dienstverrichting op afstand, waarbij tot
en met de totstandkoming van die overeenkomst uitsluitend gebruik
gemaakt wordt van een of meer technieken van communicatie op
afstand;
b. techniek voor communicatie op afstand: ieder middel dat,
zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van
ziektekostenverzekeraar en consument, kan worden gebruikt voor het
sluiten van een verzekeringsovereenkomst betreffende het risico
van ziektekosten tussen die partijen.
2.Een verzekerde kan een overeenkomst op afstand zonder een boete
verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende
veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop die overeenkomst is
aangegaan, dan wel, indien dit later is, gedurende veertien
kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de
ziektekostenverzekeraar hem krachtens artikel 43, tweede lid, dient te
verstrekken, door hem is ontvangen.
3.Indien een verzekerde gebruik wenst te maken van het in het
tweede lid bedoelde recht, geeft hij daarvan voor het verstrijken van
de in het tweede lid genoemde termijn kennis aan de
ziektekostenverzekeraar volgens de instructies voor de uitoefening van
dat recht, die hem krachtens artikel 43, tweede lid, zijn gegeven. De
kennisgeving wordt als tijdig aangemerkt indien zij schriftelijk of op
een voor de ontvanger beschikbare en toegankelijke duurzame drager is
verzonden voor het verstrijken van de termijn.
4.Indien aan een overeenkomst op afstand een andere overeenkomst
verbonden is ten aanzien van een zaak of dienst die door de
ziektekostenverzekeraar wordt geleverd of door een derde op grond van
een overeenkomst tussen de ziektekostenverzekeraar en deze derde,
brengt de ontbinding van de overeenkomst op afstand overeenkomstig het
tweede lid, van rechtswege en zonder dat de verzekerde een boete
verschuldigd is, de ontbinding mee van die verbonden overeenkomst.
Artikel 42
1.Met de uitvoering van een overeenkomst op afstand wordt pas na
toestemming van de verzekerde een begin gemaakt.
2.Indien de verzekerde gebruik maakt van zijn in artikel 41, tweede
lid, bedoelde recht, kan de ziektekostenverzekeraar uitsluitend een
vergoeding vragen voor het product dat of dienst die krachtens de
overeenkomst op afstand is geleverd. Deze vergoeding is:
a. niet hoger dan een bedrag dat evenredig is aan de verhouding
tussen het reeds geleverde product of dienst en de volledige
uitvoering van de overeenkomst op afstand; en
b. in geen geval zo hoog dat deze als een boete kan worden
opgevat.
3.De ziektekostenverzekeraar kan slechts betaling van de in het
tweede lid bedoelde vergoeding verlangen indien hij:
a. kan aantonen dat de verzekerde overeenkomstig het bepaalde
krachtens artikel 43, tweede lid, is geļnformeerd over de in het
tweede lid bedoelde vergoeding; en
b. op uitdrukkelijk verzoek van de verzekerde met de uitvoering
van de overeenkomst is begonnen voor het verstrijken van de in
artikel 41, tweede of derde lid, genoemde ontbindingstermijn.
4.De ziektekostenverzekeraar betaalt de consument zo spoedig
mogelijk en uiterlijk binnen 30 kalenderdagen nadat hij de
kennisgeving van de in artikel 41 bedoelde ontbinding heeft ontvangen,
al hetgeen hij krachtens de overeenkomst op afstand van hem ontvangen
heeft terug, verminderd met het in het tweede lid bedoelde bedrag.
5.De consument geeft de ziektekostenverzekeraar onverwijld, en
uiterlijk binnen 30 kalenderdagen nadat hij de kennisgeving van de in
artikel 41 bedoelde ontbinding heeft verzonden, alle zaken terug die
hij van de ziektekostenverzekeraar heeft ontvangen.
Artikel 43
1.Van hetgeen bij of krachtens de artikelen 41en 42 is bepaald, kan
niet ten nadele van de verzekerde worden afgeweken.
2.Ten aanzien van de informatieverstrekking door
ziektekostenverzekeraars met betrekking tot de overeenkomst op afstand
is het ter zake bepaalde krachtens de artikelen 31, eerste lid, juncto
100, 31, tweede lid, en 35 van de Wet financiėle dienstverlening van
toepassing.
Artikel 44
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 36 en 38 tot en met 43 is
mede van toepassing ten aanzien van degene die voor een zorgaanbieder of
ziektekostenverzekeraar een administratie voert alsmede ten aanzien van
degene die een administratie voert ten behoeve van of in verband met het
aanbieden, overeenkomen, leveren, in rekening brengen, betalen of
vergoeden aan derden van een prestatie of een tarief of het ontvangen
van een betaling.
Paragraaf 4.2.a. Invloed op overeenkomsten
Artikel 45
De zorgautoriteit kan, met het oog op de inzichtelijkheid van de
zorgmarkten of de bevordering van de concurrentie, regels stellen
betreffende de wijze van totstandkoming van overeenkomsten met
betrekking tot zorg of tarieven en betreffende de voorwaarden in die
overeenkomsten.
Artikel 46
De zorgautoriteit kan bij het vaststellen van een regel op grond van
deze wet bepalen dat overeenkomsten in strijd met die regel nietig zijn
indien en voor zover deze niet zijn aangepast binnen een door de
zorgautoriteit te stellen termijn.
Paragraaf 4.3. Ontwikkeling zorgverzekeringsmarkt,
zorgverleningsmarkt en zorginkoopmarkt
Artikel 47
In deze paragraaf wordt onder aanmerkelijke marktmacht verstaan de
positie van een of meer zorgaanbieders of ziektekostenverzekeraars om
alleen dan wel gezamenlijk de ontwikkeling van daadwerkelijke
concurrentie op de Nederlandse markt of een deel daarvan te kunnen
belemmeren door de mogelijkheid zich in belangrijke mate onafhankelijk
te gedragen van:
a. zijn concurrenten;
b. ziektekostenverzekeraars, indien het een zorgaanbieder
betreft;
c. zorgaanbieders, indien het een zorgaanbieder betreft;
d. zorgaanbieders, indien het een ziektekostenverzekeraar
betreft, of
e. consumenten.
Artikel 48
1. Indien de zorgautoriteit van oordeel is dat een of meer
zorgaanbieders of een of meer ziektekostenverzekeraars alleen dan wel
gezamenlijk beschikt onderscheidenlijk beschikken over aanmerkelijke
marktmacht op een door de zorgautoriteit volgens de beginselen van het
algemeen mededingingsrecht afgebakende markt, kan de zorgautoriteit
die zorgaanbieder of zorgaanbieders dan wel die
ziektekostenverzekeraar of ziektekostenverzekeraars een of meer van de
volgende verplichtingen opleggen:
a. de verplichting om door de zorgautoriteit te bepalen
categorieėn van informatie aan door de zorgautoriteit te bepalen
categorieėn van belanghebbenden op een door de zorgautoriteit te
bepalen wijze bekend te maken;
b. de verplichting om bij de levering van door de
zorgautoriteit te bepalen diensten, de afnemers van die diensten
in gelijke gevallen gelijk te behandelen;
c. de verplichting om een door de zorgautoriteit te bepalen
dienst los te leveren van andere diensten;
d. de verplichting om de kosten en opbrengsten van door de
zorgautoriteit te bepalen diensten die de zorgaanbieder of
ziektekostenverzekeraar aan zichzelf of aan zijn afnemers
aanbiedt, te scheiden van die van de overige door de zorgaanbieder
of ziektekostenverzekeraar verrichte activiteiten en daartoe een
gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig door de
zorgautoriteit gegeven aanwijzingen;
e. de verplichting om onder redelijke voorwaarden te voldoen
aan elk redelijk verzoek van een zorgaanbieder of
ziektekostenverzekeraar tot het sluiten van een overeenkomst op of
ten behoeve van de zorginkoopmarkt;
f. de verplichting voor een ziektekostenverzekeraar om in zijn
overeenkomsten met zorgaanbieders niet een onredelijk hoge
capaciteit overeen te komen in relatie tot de capaciteit die de
verzekeraar naar verwachting voor zijn verzekerden nodig heeft;
g. de verplichting om voor het medegebruik van door de
zorgautoriteit aan te wijzen categorieėn van zorg, diensten of
faciliteiten een openbaar aanbod te doen en in stand te houden;
h. de verplichting om het onder g bedoelde openbare aanbod
overeenkomstig door de zorgautoriteit gegeven aanwijzingen te
wijzigen;
i. de verplichting om de tarieven van door de zorgautoriteit
aan te wijzen diensten of leveringen vast te stellen
overeenkomstig een door de zorgautoriteit te bepalen
berekeningsmethode;
j. de verplichting om ten behoeve van de vaststelling als
bedoeld onder i een kostentoerekeningssysteem te hanteren dat
voldoet aan door de zorgautoriteit te bepalen
toerekeningsprincipes;
k. de verplichting om op door de zorgautoriteit te bepalen
wijze door middel van een accountantsverklaring of anderszins,
eenmalig of periodiek aan te tonen dat aan de onder i en j
bedoelde verplichting is voldaan;
l. de verplichting voor een zorgaanbieder om in zijn
overeenkomsten met andere zorgaanbieders niet een onredelijk hoge
capaciteit overeen te komen in relatie tot de capaciteit die de
eerstbedoelde zorgaanbieder naar verwachting voor zijn consumenten
nodig heeft;
m. andere, bij ministeriėle regeling aangewezen
verplichtingen.
2. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing.
3. De zorgautoriteit neemt bij het opleggen van verplichtingen als
bedoeld in het eerste lid de eisen van proportionaliteit in acht.
4. De zorgautoriteit kan aan de verplichtingen, bedoeld in het
eerste lid, voorschriften en beperkingen verbinden die nodig zijn voor
een goede uitvoering van de verplichtingen.
5. Een verplichting als bedoeld in het eerste lid geldt voor een
periode van ten hoogste drie jaar na de datum waarop deze ingaat. De
zorgautoriteit kan binnen die periode beslissen tot intrekking indien
de verplichting naar haar oordeel niet meer noodzakelijk is. Voorts
kan de zorgautoriteit binnen die periode beslissen tot wijziging of
verlenging van de verplichting, telkens voor een periode van ten
hoogste drie jaar.
Artikel 49
1.Indien de zorgautoriteit een redelijk vermoeden heeft dat zij tot
een oordeel als bedoeld in het eerste lid van artikel 48 zal komen,
kan zij in spoedeisende gevallen vooruitlopen op de toepassing van dat
artikel en de desbetreffende zorgaanbieder of zorgaanbieders dan wel
ziektekostenverzekeraar of ziektekostenverzekeraars een of meer van de
verplichtingen opleggen, genoemd in het eerste lid van artikel 48.
2.Artikel 48, derde en vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing op de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
3.Artikel 48, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de
verplichting, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de
verplichting geldt voor een periode van ten hoogste zes maanden en dat
deze eenmaal met een periode van ten hoogste zes maanden kan worden
verlengd.
Paragraaf 4.4. Vaststelling van tarieven en prestatiebeschrijvingen
Artikel 50
1. De zorgautoriteit legt, met inachtneming van de artikelen 51 tot
en met 56en 59, in een beschikking ten behoeve van het rechtsgeldig in
rekening kunnen brengen van een tarief vast:
a. of er sprake is van een vrij tarief, zijnde een tarief
waarop artikel 35, eerste lid, onderdelen a en b, niet van
toepassing is;
b. of er sprake is van een vast tarief;
c. of er sprake is van een bedrag dat ten minste of ten hoogste
als tarief in rekening kan worden gebracht;
d. de beschrijving van de prestatie, deel van de prestatie of
geheel van prestaties behorend bij het tarief bedoeld in de
onderdelen a, b en c.
Bij de toepassing van de aanhef en onderdelen b en c in de eerste
volzin stelt de zorgautoriteit de hoogte van het tarief dan wel het
bedrag dat als tarief in rekening kan worden gebracht vast in die
beschikking.
2. De zorgautoriteit kan bij de toepassing van het eerste lid
ambtshalve voor de som van de tarieven voor de betrokken prestaties
gerelateerd aan een daarbij aangegeven periode, voorafgaand aan die
periode, vaststellen:
a. een vaste grens,
b. een ondergrens,
c. een bovengrens of
d. een bandbreedtegrens.
Voor onderscheiden delen van een prestatie of geheel van prestaties
als bedoeld in artikel 57, derde lid, kunnen afzonderlijke grenzen en
grenssoorten als bedoeld in de voorgaande volzin worden vastgesteld.
3. De zorgautoriteit kan aan de vaststelling van een tarief, een
prestatiebeschrijving of een grens als bedoeld in de voorgaande leden
voorschriften of beperkingen verbinden.
4. De vaststelling van een tarief of een prestatiebeschrijving
bevat in ieder geval voor zover van toepassing de onderwerpen, genoemd
in artikel 54.
Artikel 51
De zorgautoriteit past artikel 50, eerste lid, onderdeel a,
uitsluitend ambtshalve toe.
Artikel 52
De zorgautoriteit past artikel 50, eerste lid, onderdelen b en c,
toe:
a. op aanvraag van een zorgaanbieder en een
ziektekostenverzekeraar, indien zij een tarief zijn overeengekomen.
Het vastgestelde tarief geldt voor alle gevallen waarin de
zorgaanbieder het tarief in rekening brengt aan de
ziektekostenverzekeraar of aan degene die bij deze voor de prestatie
waarop het tarief van toepassing is, is verzekerd;
b. op aanvraag van een zorgaanbieder of een
ziektekostenverzekeraar dan wel ambtshalve, indien op een ingevolge
onderdeel a gedane aanvraag afwijzend is beslist. De tweede volzin
van onderdeel a is met betrekking tot dat tarief van overeenkomstige
toepassing;
c. op aanvraag van een zorgaanbieder of van een
ziektekostenverzekeraar, indien een overeenkomst als bedoeld in
onderdeel a niet tot stand komt. Bij de vaststelling bepaalt de
zorgautoriteit in welke gevallen het tarief geldt;
d. op aanvraag van een zorgaanbieder dan wel ambtshalve, voor
alle gevallen waarin het in rekening wordt gebracht aan iemand die
voor de prestatie waarop het tarief van toepassing is, niet is
verzekerd bij een ziektekostenverzekeraar. Daarbij kunnen met
betrekking tot de kring van hen aan wie het tarief rechtsgeldig in
rekening kan worden gebracht, beperkingen worden gesteld;
e. ambtshalve, indien een beleidsregel als bedoeld in artikel 57
dat vordert;
f. ambtshalve, indien de zorgautoriteit daarbij een grens als
bedoeld in artikel 50, tweede lid, vaststelt.
Artikel 53
De zorgautoriteit past artikel 50, eerste lid, onderdeel d, toe:
a. ingeval de zorgautoriteit gebruik maakt van de bevoegdheid op
grond van artikel 37, tweede lid;
b. in de gevallen, bedoeld in artikel 52, onderdelen a tot en met
f;
c. op aanvraag van een zorgaanbieder of een
ziektekostenverzekeraar met betrekking tot een prestatie waarvoor de
zorgautoriteit op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2,
tweede lid, artikel 50, eerste lid, onderdeel a, of artikel 58,
vierde lid, onderdeel a, geen tarief behoeft vast te stellen.
Artikel 54
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 52 bevat een voorstel voor:
a. het in rekening te brengen tarief;
b. de periode waarvoor het tarief zal gelden.
2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 53 bevat een voorstel voor
de vast te stellen prestatiebeschrijving.
3. Indien de zorgautoriteit geen regels heeft vastgesteld als
bedoeld in artikel 37, eerste lid, aanhef en onder a, bevat de
aanvraag, bedoeld in deartikelen 52 en 53, voorts een voorstel voor:
a. degene aan wie het betrokken tarief in rekening wordt
gebracht;
b. degene door wie het betrokken tarief in rekening wordt
gebracht;
c. de wijze waarop het betrokken tarief in rekening wordt
gebracht.
Artikel 55
1. De zorgautoriteit beslist, met in achtneming van artikel 4:84
van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval afwijzend op een
aanvraag als bedoeld in artikel 52:
a. indien de voorstellen in de aanvraag in strijd zijn met het
bepaalde in de beleidsregels, bedoeld in artikel 57;
b. indien de aanvraag overigens niet voldoet aan het bepaalde
bij of krachtens deze paragraaf.
2. De zorgautoriteit beslist, met in achtneming van artikel 4:84
van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval afwijzend op een
aanvraag als bedoeld in artikel 53:
a. indien de voorgestelde prestatiebeschrijving in strijd is
met het recht of met het belang van de volksgezondheid;
b. indien de aanvraag overigens niet voldoet aan het bepaalde
bij of krachtens deze paragraaf.
Artikel 56
1. Voordat de zorgautoriteit een beschikking neemt op een aanvraag
tot vaststelling van een tarief als bedoeld in artikel 52, onderdelen
a of d, stelt zij de naar haar oordeel betrokken zorgaanbieder en
betrokken ziektekostenverzekeraar in de gelegenheid te worden gehoord,
indien dezen of een van hen daarom hebben verzocht.
2. De zorgautoriteit doet van haar voornemen een aanvraag in
behandeling te nemen tijdig mededeling aan de in het eerste lid
bedoelde betrokkenen.
Paragraaf 4.5. Vaststelling van bijdragen en vereffeningen
Artikel 56a
1. De zorgautoriteit kan een beschikbaarheidbijdrage toekennen ten
behoeve van de beschikbaarheid van bij algemene maatregel van bestuur
aangewezen vormen van zorg als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, sub
1°, van deze wet met inachtneming van daarbij te stellen voorwaarden,
voorschriften en beperkingen. Een zorgaanbieder kan de
beschikbaarheidbijdrage bij het College zorgverzekeringen in rekening
brengen ten laste van het Zorgverzekeringsfonds dan wel het Algemeen
Fonds Bijzondere Ziektekosten. Voor een beschikbaarheidbijdrage komen
uitsluitend vormen van zorg in aanmerking waarvan de kosten niet of
niet geheel zijn toe te rekenen naar, of door middel van tarieven in
de zin van deze wet in rekening te brengen zijn aan, individuele
ziektekostenverzekeraars of verzekerden, of waarvan de bekostiging bij
een zodanige toerekening dan wel een zodanige tarifering
marktverstorend zou werken, en die niet op andere wijze worden
bekostigd.
2. De zorgautoriteit past het eerste lid toe:
a. op aanvraag van een zorgaanbieder of een
ziektekostenverzekeraar;
b. ambtshalve, indien een beleidsregel als bedoeld in artikel
57 dat vordert.
3. De toekenning op grond van het eerste lid laat de door de
zorgaanbieder in rekening gebrachte tarieven onverlet.
4. Een aanvraag om toepassing van het eerste lid bevat een voorstel
voor:
a. het in rekening te brengen bedrag;
b. degene door wie het bedrag in rekening wordt gebracht.
5. De zorgautoriteit kan aan de toekenning van het bedrag
voorschriften of beperkingen verbinden.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en onder daarbij
te stellen voorwaarden, voorschriften en beperkingen, kan worden
bepaald in welke vorm de zorgautoriteit de beschikbaarheidbijdrage kan
toekennen.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of
en in welke gevallen Onze minister of de zorgautoriteit, onder daarbij
te stellen voorwaarden, voorschriften of beperkingen, zorgaanbieders
kunnen aanwijzen die worden belast met een dienst van algemeen
economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het
Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie of een dienst van
algemeen belang als bedoeld in Protocol nr. 26 bij het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 56b
1. De zorgautoriteit kan een vereffeningbedrag vaststellen, zijnde
een bedrag dat een ziektekostenverzekeraar bij een zorgaanbieder in
rekening kan brengen ten behoeve van het vereffenen van het voor een
prestatie of geheel van prestaties in rekening gebrachte, betrekking
hebbend op een door de zorgautoriteit bepaalde periode.
2. De zorgautoriteit past het eerste lid toe:
a. op aanvraag van een ziektekostenverzekeraar of een
zorgaanbieder;
b. ambtshalve, indien een beleidsregel als bedoeld in artikel
57 dat vordert.
3. De vaststelling op grond van het eerste lid laat de door de
zorgaanbieder in rekening gebrachte tarieven onverlet.
4. Een aanvraag om toepassing van het eerste lid bevat een voorstel
voor:
a. het in rekening te brengen bedrag.
b. degene aan wie het bedrag in rekening wordt gebracht;
c. degene door wie het bedrag in rekening wordt gebracht;
d. de wijze waarop het bedrag in rekening wordt gebracht.
5. De zorgautoriteit kan aan de vaststelling van het bedrag
voorschriften of beperkingen verbinden.
Paragraaf 4.6. Beleidsregels
Artikel 57
1. De zorgautoriteit stelt beleidsregels vast met betrekking tot:
a. het uitoefenen van de bevoegdheid om verplichtingen op te
leggen op grond van de artikelen 48 en49;
b. het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven vast te
stellen op grond van artikel 50, eerste lid, onderdeel a, b en c;
c. het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vaststellen van
prestatiebeschrijvingen op grond van artikel 50, eerste lid,
onderdeel d;
d. het uitoefenen van de bevoegdheid om een grens vast te
stellen op grond vanartikel 50, tweede lid;
e. het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vaststellen van
bedragen als bedoeld in deartikelen 56a en 56b.
2. De beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, onder b, c en e,
kunnen inhouden op welke wijze, waaronder schriftelijk of
elektronisch, onder welke voorwaarden of met inachtneming van welke
voorschriften of beperkingen een aanvraag als bedoeld in die artikelen
moet worden ingediend. De beperkingen kunnen mede inhouden dat de
aanvraag alleen gedaan kan worden door een zorgaanbieder met een
ziektekostenverzekeraar gezamenlijk of dat een aanvraag moet worden
gedaan binnen een bepaalde termijn.
3. De beleidsregels kunnen inhouden onder welke voorwaarden of met
inachtneming van welke voorschriften en beperkingen voor in die regel
te onderscheiden delen van een prestatie of geheel van prestaties
daarbij nader aangegeven beleidsregels van toepassing zijn.
4. De beleidsregels kunnen inhouden dat deze alleen van toepassing
zijn voor instellingen die zijn aangewezen op grond van artikel 8 van
de Wet op bijzondere medische verrichtingen.
Artikel 58
1. Indien de zorgautoriteit in een beleidsregel als bedoeld in
artikel 57 de mogelijkheid opneemt van een experiment, neemt zij de in
dit artikel bedoelde bepalingen in acht.
2. In de beleidsregel kan de zorgautoriteit opnemen onder welke
voorwaarden of met inachtneming van welke in die beleidsregel
aangegeven voorschriften of beperkingen kan worden afgeweken van
andere, in die beleidsregel genoemde beleidsregels als bedoeld in
artikel 57, of van in die beleidsregel genoemde, door haar gestelde
algemeen verbindende regels.
3. De beperkingen, bedoeld in het tweede lid, kunnen inhouden dat
de werking van de desbetreffende beleidsregel is beperkt tot een
bepaald gebied, tot een bepaalde categorie of een deel van een
categorie van zorgaanbieders, van ziektekostenverzekeraars, van
patiėnten of van prestaties, of tot een beperkt aantal
zorgaanbieders, ziektekostenverzekeraars, patiėnten of prestaties.
4. De beleidsregel kan inhouden dat onder in die beleidsregel
gestelde voorwaarden of met inachtneming van in die beleidsregel
aangegeven voorschriften of beperkingen:
a. artikel 35 niet van toepassing is op het tarief voor de bij
het experiment betrokken prestaties;
b. artikel 35, eerste lid, onder c en d, niet van toepassing is
op de prestatiebeschrijving van de bij het experiment betrokken
prestaties;
c. artikel 12, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of
artikel 15 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten niet van
toepassing is op het tarief voor de bij het experiment betrokken
prestaties;
d. artikel 12, tweede of derde lid, van de Zorgverzekeringswet
dan wel artikel 16b, eerste lid, of 16c, eerste lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten niet van toepassing is op het
tarief voor de bij het experiment betrokken prestaties.
5. Een beleidsregel als bedoeld in het eerste lid bepaalt de
maximale duur van het experiment, die ten hoogste vijf jaren bedraagt.
De zorgautoriteit kan besluiten de gevolgen van het experiment geheel
of gedeeltelijk in stand te laten tot het einde van het boekjaar
volgend op het boekjaar waarin het experiment is geėindigd.
6. De zorgautoriteit evalueert het experiment tijdig en tijdens
zijn uitvoering.
7. De zorgautoriteit rapporteert over de uitslag van een experiment
aan Onze Minister in ieder geval binnen drie maanden na afloop van het
experiment.
Artikel 59
De zorgautoriteit stelt niet dan na een aanwijzing van Onze Minister
op grond van artikel 7, eerste lid, onder b, een beleidsregel vast met
betrekking tot:
a. het toepassen van artikel 50, eerste lid, onderdeel a, b of c,
indien voor de betrokken prestatie of voor een betrokken categorie
van zorgaanbieders met betrekking tot de betrokken prestatie nog
geen zodanige beleidsregel geldt;
b. het wijzigen van een beleidsregel met betrekking tot de
vaststelling van een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid,
onderdeel a, b of c, in die zin dat de bij die beleidsregel
betrokken prestatie onder een andere tariefsoort als bedoeld in die
onderdelen komt te vallen;
c. het vaststellen van een grens als bedoeld in artikel 50,
tweede lid;
d. het wijzigen van een beleidsregel met betrekking tot de
vaststelling van een grens als bedoeld in de onderdelen van artikel
50, tweede lid, in die zin dat de in die beleidsregel genoemde grens
onder een andere grenssoort als bedoeld in die onderdelen komt te
vallen;
e. het vaststellen van een bedrag als bedoeld in artikel 56a
en56b;
f. een experiment als bedoeld in artikel 58.
Hoofdstuk 5. Informatie
Artikel 60
1.In dit hoofdstuk worden persoonsgegevens onderscheiden in:
a. identificerende persoonsgegevens,
b. medische persoonsgegevens,
c. strafrechtelijke persoonsgegevens.
2.Onder identificerende persoonsgegevens wordt verstaan:
a. naam, adres, woonplaats, postadres;
b. geboortedatum en geslacht;
c. administratieve gegevens, zoals nummers van bank-,giro- en
creditcard, inschrijvingsgegevens van de gemeentelijke
basisadministratie en registratie ingevolge de Wet op de beroepen
in de individuele gezondheidszorg.
3.Onder medische persoonsgegevens wordt in het kader van deze wet
verstaan de persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in
artikel 21 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
4.Onder strafrechtelijke persoonsgegevens wordt verstaan
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 22 van de Wet bescherming
persoonsgegevens en persoonsgegevens betreffende onrechtmatig of
hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding
van dat gedrag.
Artikel 61
1.Een ieder is gehouden desgevraagd aan de zorgautoriteit of aan
een daartoe door deze aangewezen persoon, verder in dit artikel aan te
duiden als vrager, kosteloos en met inachtneming van het bepaalde
krachtens artikel 65:
a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke
redelijkerwijs voor de uitvoering van deze wet van belang kunnen
zijn;
b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud
daarvan zulks ter keuze van de vrager waarvan de
raadpleging redelijkerwijs van belang kan zijn voor de
vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de
uitvoering van deze wet, voor dit doel beschikbaar te stellen.
2.Ingeval deze wet aangelegenheden van een derde aanmerkt als
aangelegenheden van degene die op grond van het eerste lid
inlichtingenplichtig is, gelden, voor zover het deze aangelegenheden
betreft, gelijke verplichtingen voor de derde.
3.De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verplichting geldt
onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van
degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de vrager voor
raadpleging beschikbaar te stellen.
4.De vrager stelt degene wiens gegevensdragers hij bij een derde
voor raadpleging vordert, gelijktijdig hiervan in kennis.
5.De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder
voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op andere
wijze zulks ter keuze van de vrager en binnen een door de
vrager te stellen termijn.
6.Toegelaten moet worden dat kopieėn, leesbare afdrukken of
uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar
gestelde gegevensdragers of de inhoud daarvan.
7.De verplichting van het eerste of tweede lid geldt niet indien de
betrokkene de gevraagde gegevens of inlichtingen reeds aan een ander
bestuursorgaan heeft verstrekt en zij door dat bestuursorgaan aan de
zorgautoriteit verstrekt kunnen worden.
Artikel 62
1.De zorgautoriteit kan, met inachtneming van het bepaalde
krachtens artikel 65, regels stellen, inhoudende welke gegevens en
inlichtingen regelmatig moeten worden verstrekt door de
zorgaanbieders, ziektekostenverzekeraars en degenen, bedoeld in
artikel 44.
2.Het eerste lid is mede van toepassing ten aanzien van degene die
gegevens verzamelt, bewaart en bewerkt ten behoeve van zorgaanbieders
of ziektekostenverzekeraars, alsmede ten aanzien van de groep in de
zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien
zorgaanbieders of ziektekostenverzekeraars daartoe behoren.
Artikel 63
De in dit hoofdstuk bedoelde gegevens en inlichtingen dienen volledig
en naar waarheid te worden verstrekt.
Artikel 64
Op het opvragen van gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen
61 en62, is afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht van
overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 5:11, 5:12
en 5:20.
Artikel 65
Onze Minister geeft bij ministeriėle regeling aan:
a. welke van de in artikel 60 onderscheiden categorieėn van
persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de in die
regeling aangewezen taken en bevoegdheden van de zorgautoriteit;
b. welke van de inartikel 60 onderscheiden categorieėn van
persoonsgegevens de zorgautoriteit mag verstrekken aan de in artikel
70 genoemde instanties ten behoeve van de uitoefening van hun taken
en bevoegdheden.
Artikel 66
1.Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars zijn verplicht op
verzoek henzelf betreffende identificerende gegevens alsmede, met
inachtneming van het bepaalde krachtens artikel 65, de in artikel 60
bedoelde identificerende persoonsgegevens en medische persoonsgegevens
aan de zorgautoriteit en de FIOD-ECD te verstrekken ten behoeve van
het toezicht op de naleving en de handhaving van deartikelen 35, 36 en
38, waaronder begrepen de uitvoering van de Wet op de economische
delicten.
2.Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars zijn niet verplicht op
verzoek medische persoonsgegevens te verstrekken ten behoeve van de
uitvoering van een verplichting die het eerste lid oplegt aan anderen.
3.Het eerste lid is mede van toepassing op degene bedoeld in
artikel 44.
Artikel 67
1.Voor degene die op grond van deze wet gegevens en inlichtingen
ontvangt, gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake
geheimhouding van die gegevens en inlichtingen als voor degene die ze
heeft verstrekt.
2.De gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 70, tweede lid,
worden door de zorgautoriteit verstrekt mits:
a. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in
voldoende mate is gewaarborgd, en
b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen
niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij
worden verstrekt.
3.Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van de Algemene
Rekenkamer ingevolge artikel 91 van de Comptabiliteitswet 2001. De
Algemene Rekenkamer is bij het doen van mededelingen als bedoeld in
artikel 91, elfde tot en met veertiende lid, van die wet verplicht tot
geheimhouding voorzover het betreft gegevens en inlichtingen die haar
ingevolge de eerste volzin bekend zijn geworden.
Artikel 68
1.De zorgautoriteit kan, met inachtneming van het bepaalde
krachtens artikel 65, regels stellen, inhoudende aan wie daarbij te
bepalen gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 61 en 62,
moeten worden verstrekt, het tijdstip en de wijze waarop en de vorm
waarin de gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt of door wie
en de wijze waarop de gegevens moeten worden bewerkt of door wie en de
wijze waarop de gegevens dan wel de bewerkingen van die gegevens
moeten worden bekendgemaakt, alsmede dat een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de
verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt.
2.De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen ook inhouden de
wijze waarop, de vorm waarin of door wie daarbij te bepalen gegevens
en inlichtingen, waaronder medische persoonsgegevens, moeten worden
bewerkt alvorens de bewerking moet worden verstrekt.
Artikel 68a
1.Een zorgaanbieder die aan een verzekerde zorg heeft verleend, en
die daarvoor krachtens een door hem met de ziektekostenverzekeraar
gesloten overeenkomst rechtstreeks een tarief bij die
ziektekostenverzekeraar in rekening brengt, verstrekt die
ziektekostenverzekeraar of een door die ziektekostenverzekeraar
aangewezen persoon de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder
persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van de ziektekostenverzekering of van de wet, dan wel stelt hem deze
gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter
beschikking.
2.Een zorgaanbieder die aan een verzekerde zorg heeft verleend en
die daarvoor bij de verzekerde een tarief in rekening brengt,
verstrekt hem de persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens
betreffende zijn gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming
persoonsgegevens, die voor zijn ziektekostenverzekeraar noodzakelijk
zijn voor de uitvoering van de ziektekostenverzekering of van de wet.
3.Behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen mededeling
toestaat, zijn personen werkzaam bij een ziektekostenverzekeraar, bij
een door de ziektekostenverzekeraar aangewezen persoon of bij een door
Onze Minister aangewezen persoon als bedoeld in artikel 53, eerste of
derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of artikel 87,
derde lid, van de Zorgverzekeringswet, voor wie niet reeds uit hoofde
van ambt of beroep een geheimhoudingsplicht geldt, verplicht tot
geheimhouding van persoonsgegevens van een verzekerde, waaronder
persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die voor een ziektekostenverzekeraar
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een ziektekostenverzekering.
4.Bij ministeriėle regeling kan worden bepaald:
a. tot welke gegevens en tot welke categorie van
ziektekostenverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, de
verplichting, bedoeld in het eerste of tweede lid, zich in ieder
geval uitstrekt;
b. op welke wijze gegevens, bedoeld in het eerste of tweede
lid, worden verwerkt;
c. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking
plaatsvindt;
d. aan welke beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;
e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede
lid, verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van
ziektekostenverzekeringen, voor zover deze gegevens niet worden
gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een
aspirant-verzekerde door een ziektekostenverzekeraar als bedoeld
in artikel 1, onderdeel f, onder 3°, en bovendien noodzakelijk
zijn voor:
1°. de betaling aan een zorgaanbieder of de vergoeding van
zorgkosten aan een verzekerde,
2°. de vaststelling van eigen bijdragen, nog openstaand
eigen risico of een no-claimteruggave aan de verzekerde,
3°. het uitoefenen van het verhaalsrecht, of
4°. het verrichten van controle of fraudeonderzoek.
Artikel 69
1.Onverminderd de verplichting van zorgaanbieders en
ziektekostenverzekeraars om gegevens en inlichtingen te verstrekken
als bedoeld in de artikelen 61 en 62, kan de zorgautoriteit bij het
uitoefenen van aan haar opgedragen taken eigen informatie gebruiken
indien de in die artikelen bedoelde gegevens en inlichtingen niet of
niet volledig worden verstrekt.
2.De zorgautoriteit is bevoegd alle gegevens en inlichtingen, die
zij heeft verzameld op grond van alle haar daartoe ten dienste staande
wettelijke bevoegdheden, te gebruiken voor alle aan haar opgedragen
taken.
3.Bij het gebruik door de zorgautoriteit van informatie, gegevens
en inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, is het
bepaalde krachtensartikel 65 met betrekking tot het verwerken van
persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing.
Artikel 70
1.De zorgautoriteit, het College zorgverzekeringen, het College
bouw, het College sanering en het Staatstoezicht op de volksgezondheid
verstrekken elkaar die gegevens en inlichtingen die van belang kunnen
zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken.
2.De zorgautoriteit verstrekt desgevraagd aan de Nederlandse
Mededingingsautoriteit, De Nederlandsche Bank, de Stichting Autoriteit
Financiėle Markten, het College bescherming persoonsgegevens, de
Consumentenautoriteit en de FIOD-ECD die gegevens en inlichtingen die
van belang kunnen zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken.
3.De zorgautoriteit verstrekt desgevraagd aan de Gezondheidsraad,
het Rijksinstituut voor de volksgezondheid en milieu, de Raad voor de
Volksgezondheid en Zorg, de Raad voor gezondheidsonderzoek, het
Centraal Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het
Sociaal Cultureel Planbureau in verband met de beperking van
administratieve lasten die gegevens en inlichtingen die van belang
kunnen zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken.
4.Bij de verstrekkingen als bedoeld in het eerste tot en met derde
lid wordt het bepaalde krachtensartikel 65 in acht genomen.
5.De zorgautoriteit maakt bij de toepassing van het eerste tot en
met derde lid geen gebruik van haar bevoegdheden, bedoeld in de
artikelen 61 en 64.
Artikel 71
De griffiers of secretarissen van de in de Wet op de rechterlijke
organisatie bedoelde gerechten, van de Centrale Raad van Beroep, van het
College van Beroep voor het bedrijfsleven en van de tuchtcolleges,
bedoeld in artikel 47, derde lid, van de Wet op de beroepen in de
individuele gezondheidszorg, verstrekken aan Onze Minister, aan de
zorgautoriteit, aan de FIOD-ECD of aan een krachtens artikel
72aangewezen persoon vrij van alle kosten alle gegevens en uittreksels
uit of afschriften van vonnissen, arresten, uitspraken, registers, en
andere stukken, die ten behoeve van de uitvoering van deze wet van hen
worden verlangd.
Hoofdstuk 6. Handhaving
Paragraaf 6.1. Algemeen
Artikel 72
1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
deze wet zijn belast:
a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;
b. de bij besluit van de zorgautoriteit aangewezen medewerkers
van de zorgautoriteit;
c. de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
en
d. de medewerkers van de FIOD-ECD.
2.Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder a of b,
wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 73
Degenen die ingevolge artikel 72 belast zijn met toezicht op de
naleving en degenen die ingevolge artikel 17 van de Wet op de
economische delicten belast zijn met de opsporing van hetgeen bij of
krachtens deze wet is bepaald of strafbaar is gesteld, verstrekken
elkaar alle gegevens en inlichtingen voor zover dat noodzakelijk is voor
de uitoefening van hun taak.
Artikel 74
De zorgautoriteit heeft een meldpunt voor het ontvangen van gegevens
en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in
overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde.
Artikel 75
De zorgautoriteit maakt openbaar op welke wijze zij van plan is
uitvoering te geven aan de in dit hoofdstuk aan haar toegekende taken en
bevoegdheden.
Paragraaf 6.2. Aanwijzingen
Artikel 76
1. De zorgautoriteit is bevoegd ter handhaving van het bepaalde bij
of krachtens de artikelen 23, 25, tweede lid, 27, 34, 35 tot en met
45,48, 49, 61, 62 en 68 een aanwijzing te geven, erop gericht dat aan
het bepaalde bij of krachtens die artikelen wordt voldaan.
2. Indien de zorgautoriteit een zorgaanbieder een aanwijzing geeft
ter handhaving van artikel 35, zevende lid, of artikel 37, eerste lid,
aanhef en onder d, kan de aanwijzing voor zover het betreft de hoogte
van het af te dragen bedrag uitsluitend de verplichting inhouden dat
de zorgaanbieder een door de zorgautoriteit te bepalen bedrag van ten
hoogste de overschrijding van de in die artikelen bedoelde vaste
grens, bovengrens of bandbreedtegrens afdraagt aan het
Zorgverzekeringsfonds of het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Artikel 77
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel
16, onder b en c, een aanwijzing geven aan een zorgverzekeraar, dan wel
aan een verzekeraar die verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of
uitvoert die niet aan het bepaalde bij of krachtens de
Zorgverzekeringswet voldoen.
Artikel 78
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel
16, onder d, een aanwijzing geven aan een AWBZ-verzekeraar of een
rechtspersoon als bedoeld in artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens die
wet.
Artikel 79
1.De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in artikel
76, 77 of 78 omtrent de beoordeling of behandeling van individuele
gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht.
2.Bij de aanwijzing stelt de zorgautoriteit een termijn waarbinnen
de betrokkene aan de aanwijzing voldoet.
Artikel 80
1. Indien een zorgverzekeraar of een verzekeraar als bedoeld in
artikel 77, dan wel een AWBZ-verzekeraar, hierna te noemen:
betrokkene, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid,
aan een krachtens artikel 77 onderscheidenlijk 78 gegeven aanwijzing
voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd:
a. een last onder bestuursdwang op te leggen, of
b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding
van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid:
1°. dat de betrokkene verzekeringen als zorgverzekering
aanbiedt of uitvoert die niet aan het bij of krachtens de
Zorgverzekeringswet geregelde voldoen;
2°. dat de zorgverzekeraar in strijd handelt met een of
meer door de zorgautoriteit genoemde, bij of krachtens de
Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
geregelde bepalingen;
3°. dat aan de betrokkene een aanwijzing is gegeven dan
wel een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is
opgelegd.
2. De zorgautoriteit stelt, indien zij voornemens is een feit ter
openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan in kennis onder
vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
3. In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht
is de zorgautoriteit niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te
stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de
betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een
redelijke inspanning kan worden verkregen.
4. De beschikking om een feit ter openbare kennis te brengen,
vermeldt in ieder geval het feit dat ter openbare kennis wordt
gebracht alsmede de wijze en de termijn waarop dit zal geschieden.
5. Het ter openbare kennis brengen geschiedt niet eerder dan nadat
vijf werkdagen zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het
tweede lid, aan de betrokkene.
6. Indien de betrokkene verzoekt een voorlopige voorziening als
bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen,
wordt de werking van de beschikking opgeschort totdat er een uitspraak
is van de voorzieningenrechter.
7. Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt of de
positie van de verzekeraars op die markt geen uitstel toelaat, kan de
zorgautoriteit, in afwijking van het tweede tot en met zesde lid, het
feit onverwijld ter openbare kennis brengen.
8. Indien de betrokkene na een publicatie als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b, alsnog voldoet aan de aanwijzing, doet de
zorgautoriteit hiervan op dezelfde wijze mededeling als bij de
voorafgaande publicatie.
Artikel 81
1. Indien een zorgaanbieder of een ziektekostenverzekeraar,
voorzover niet in een geval als bedoeld in artikel 80, eerste lid,
hierna te noemen: betrokkene, niet binnen de termijn, bedoeld
inartikel 79, aan een krachtens artikel 76 gegeven aanwijzing voldoet,
is de zorgautoriteit bevoegd:
a. een last onder bestuursdwang op te leggen,
b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding
van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid:
1°. dat de betrokkene in strijd handelt met een of meer
door de zorgautoriteit genoemde, bij of krachtens deze wet
geregelde bepalingen;
2°. dat aan de betrokkene een aanwijzing is gegeven dan
wel een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is
opgelegd, of
c. het bedrag, bedoeld in artikel 76, tweede lid, in te
vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van
overeenkomstige toepassing.
2. Indien het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of
zorginkoopmarkt of de positie van zorgaanbieders op die markt geen
uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit het feit onverwijld ter
openbare kennis brengen.
3. Het tweede tot en met achtste lid van artikel 80zijn van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste en tweede
lid.
Paragraaf 6.3. Bestuursdwang en last onder dwangsom
Artikel 82
De zorgautoriteit is ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens
deartikelen 25, tweede lid, 35 tot en met 45, 48, 49, 61, 62, 68, 68a of
79, tweede lid, bevoegd tot het opleggen van een last onder
bestuursdwang dan wel het opleggen van een last onder dwangsom.
Artikel 83
1. De zorgautoriteit kan een zorgverzekeraar een last onder
dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften
gesteld bij of krachtens de artikelen 3, 4, tweede tot en met vijfde
lid, 5, derde lid, 9, 25, derde lid, 28, 29, eerste en tweede lid, 35,
tweede lid, 37, 38, eerste en vierde lid, 64, tweede lid, 68, tweede
lid, 86, 87, vijfde of zesde lid, 89, eerste, tweede en vijfde lid,
90, 92, 96, vijfde lid, 114 of 118a, derde lid, van de
Zorgverzekeringswet.
2. De zorgautoriteit kan een verzekeraar onderscheidenlijk
rechtspersoon een last onder dwangsom opleggen ter zake van
overtreding van de artikelen 25, eerste en tweede lid, respectievelijk
30 van de Zorgverzekeringswet.
3. De zorgautoriteit kan een verzekeraar die verzekeringen als
zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bij of krachtens
de Zorgverzekeringswet geregelde voldoen, een last onder dwangsom
opleggen.
Artikel 84
De zorgautoriteit kan een AWBZ-verzekeraar onderscheidenlijk een
rechtspersoon als bedoeld in artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding
van de voorschriften, gesteld bij of krachtens die wet of de Wet
financiering sociale verzekeringen.
Paragraaf 6.4. Bestuurlijke boete
Artikel 85
1. De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake
van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 23, 34
tot en met 45, 48, eerste lid, 49, 61, 62 of68.
2. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding
bedraagt ten hoogste 500 000 of, indien dat meer is, tien procent
van de omzet van de onderneming in Nederland.
3. De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt
op de voet van hetgeen artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek bepaalt voor de netto-omzet.
Artikel 86
1. De zorgautoriteit kan aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke
boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 3, 25, derde lid, 28, of 29, eerste en tweede
lid, van de Zorgverzekeringswet.
2. De zorgautoriteit kan aan een verzekeraar of rechtspersoon een
bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de
voorschriften, gesteld bij de artikelen 25, eerste en tweede lid, of
30 van de Zorgverzekeringswet.
3. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding
bedraagt ten hoogste 500 000.
Artikel 87
1. De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen aan een
zorgverzekeraar die het College zorgverzekeringen of een door hem
aangewezen persoon onjuiste of onvolledige informatie verschaft met
betrekking tot de aantallen bij hem verzekerde verzekeringsplichtigen,
hun verzekerdenkenmerken of zijn zorgkosten, noodzakelijk voor de
vaststelling van de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32 tot en met
34 van de Zorgverzekeringswet.
2. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding
bedraagt ten hoogste 10 000 000.
Artikel 88
1. De zorgautoriteit kan aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke
boete opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften gesteld
bij of krachtens de artikelen 4, tweede tot en met vijfde lid, 5,
derde lid, 9, 35, tweede lid, 37, 38, eerste en vierde lid, 64, tweede
lid, 68, tweede lid, 86, 90, 92, 114 of 118a, derde lid, van de
Zorgverzekeringswet.
2. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding
bedraagt ten hoogste 100 000.
Artikel 89
1. De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen aan degene
die niet voldoet aan een hem bij of krachtens artikel 68a van deze wet
of artikel 87, vijfde of zesde lid, 88 of 89 van de
Zorgverzekeringswet opgelegde verplichting.
2. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding
bedraagt ten hoogste 2 250.
Artikel 90 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 91 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 92 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 93 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 94 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 95 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 96 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 97 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 98 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 99 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 100 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 101 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 102 [Vervallen per 01-07-2009]
Artikel 103 [Vervallen per 01-07-2009]
Paragraaf 6.5. Afdracht dwangsommen, boetes en andere invorderingen
Artikel 104
1. De zorgautoriteit draagt het op grond van artikel 81, eerste
lid, onderdeel c, ingevorderde bedrag af aan het Zorgverzekeringsfonds
of het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
2. De zorgautoriteit draagt de op grond van deartikelen 82 en 85
ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan s Rijks kas.
3. De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 83 en 86
tot en met 89 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan
het Zorgverzekeringsfonds.
4. De zorgautoriteit draagt de op grond van artikel 84 ingevorderde
dwangsommen af aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Paragraaf 6.6. Rechtsbescherming
Artikel 105
1.Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een
belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven.
2.Met betrekking tot besluiten waarbij consumenten of patiėnten
belanghebbend kunnen zijn, worden voor de toepassing van het eerste
lid op landelijk niveau werkzaam zijnde consumenten- en
patiėntenorganisaties als belanghebbenden aangemerkt.
Artikel 106
In afwijking van artikel 105 van deze wet en van artikel 8:7, tweede
lid, van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen
beschikkingen van de zorgautoriteit als bedoeld in paragraaf 4 van dit
hoofdstuk de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
Artikel 107
In afwijking van artikel 45 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie
neemt de Rechtbank te Rotterdam in eerste aanleg kennis van strafzaken
en economische delicten in de zin van deze wet.
Hoofdstuk 7. Wijzigingen in andere wetten
Artikel 108
[Wijzigt de Zorgverzekeringswet]
Artikel 109
[Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten]
Artikel 110
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 111
[Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen]
Artikel 112
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen]
Artikel 113
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers]
Artikel 114
[Wijzigt de Wet werk en bijstand]
Artikel 115
[Wijzigt de Wet werk en inkomen kunstenaars]
Artikel 116
[Wijzigt de Ambtenarenwet]
Artikel 117
[Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen]
Artikel 118
[Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg]
Artikel 119
[Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet]
Artikel 120
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie]
Artikel 121
[Wijzigt de Mededingingswet]
Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 122
In afwijking van artikel 4 kan de zorgautoriteit gedurende vier jaar,
te rekenen vanaf de inwerkingtreding van artikel 4 van deze wet, uit ten
hoogste vier leden bestaan.
Artikel 123
1. De Wet tarieven gezondheidszorg wordt ingetrokken.
2. Een tarief dat onmiddellijk voor het tijdstip waarop deze wet in
werking treedt, rechtsgeldig in rekening placht te worden gebracht aan
ziektekostenverzekeraars of aan degenen die bij deze voor de prestatie
waarop het tarief van toepassing is, zijn verzekerd of niet zijn
verzekerd, wordt in alle gevallen waarin het aan degene die tot die
zelfde groep behoort, of aan een derde in rekening wordt gebracht,
aangemerkt als een tarief dat ingevolge deze wet is tot stand gekomen.
3. Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg gedaan verzoek om
goedkeuring of vaststelling van een tarief door een orgaan voor
gezondheidszorg of een ziektekostenverzekeraar wordt gelijkgesteld met
een ingevolge deze wet gedane aanvraag tot vaststelling van een
tarief.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op
een prestatiebeschrijving van een vorm van zorg waarvoor een tarief in
rekening wordt gebracht.
5. Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg goedgekeurde
beleidsregel wordt gelijkgesteld met een ingevolge deze wet
vastgestelde beleidsregel.
6. Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg door het College
tarieven gezondheidszorg vastgestelde regel wordt gelijkgesteld met
een ingevolge deze wet door de zorgautoriteit vastgestelde regel.
7. Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg goedgekeurde
beleidsregel inhoudende aan wie, door wie en op welke wijze en met
inachtneming van welke voorwaarden, voorschriften of beperkingen een
tarief in rekening wordt gebracht, wordt gelijkgesteld met een
ingevolge deze wet door de zorgautoriteit vastgestelde regel als
bedoeld in artikel 37.
8. Een beleidsregel als bedoeld in artikel 13 van de Wet tarieven
gezondheidszorg zoals die wet luidde onmiddellijk voor het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met een
aanwijzing als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b.
Artikel 124
1.Het College tarieven gezondheidszorg, genoemd in artikel 18 van
de Wet tarieven gezondheidszorg, en het College van toezicht op de
zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de
Zorgverzekeringswet, zoals die wetten luidden onmiddellijk voor het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, vormen gezamenlijk één
rechtspersoon, en wel de zorgautoriteit. Besluiten van het College
tarieven gezondheidszorg of het College van toezicht op de
zorgverzekeringen worden na inwerkingtreding van deze wet aangemerkt
als besluiten van de zorgautoriteit.
2.De vaststelling door de zorgautoriteit van een bestuursreglement
als bedoeld in artikel 5 onderscheidenlijk een «werkprogramma» en
een«begroting» als bedoeld in artikel 11, vindt plaats zo spoedig
mogelijk onderscheidenlijk vindt voor het eerst plaats ten aanzien van
het kalenderjaar na dat waarin deze wet in het Staatsblad is
geplaatst.
3.Onze Minister stelt voor de zorgautoriteit een voorlopig
bestuursreglement vast. Het voorlopig reglement geldt totdat het
bestuursreglement van de zorgautoriteit de goedkeuring van Onze
Minister heeft verkregen.
4.Voor zover het eerste tot en met derde lid daarin niet voorzien,
stelt Onze Minister regels met betrekking tot de gevolgen van de
inwerkingtreding van deze wet. Deze regels gelden tot en met 31
december van het kalenderjaar na dat waarin zij in werking zijn
getreden. Van het vaststellen van deze regels wordt kennis gegeven aan
de beide kamers der Staten-Generaal.
5.Voorzover de regels, bedoeld in het vierde lid betrekking hebben
op onderwerpen waarover de zorgautoriteit regels kan stellen, gelden
zij tot inwerkingtreding van die regels van de zorgautoriteit.
6.In afwijking van artikel 6 van deze wet zijn de regels voor
ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries gedurende een periode
van vier jaren, te rekenen vanaf de datum waarop de Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet in werking is getreden, niet van
toepassing op de rechtspositie van het personeel van de
zorgautoriteit. Gedurende die periode wordt de rechtspositie van dat
personeel geregeld door de zorgautoriteit.
7.Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de
personeelsleden van het College tarieven gezondheidszorg en het
College van toezicht op de zorgverzekeringen in dienst van de
zorgautoriteit aangesteld. Daarbij worden hun arbeidsvoorwaarden als
geheel zoveel mogelijk op een gelijk niveau gesteld met de
arbeidsvoorwaarden die verbonden waren aan hun dienstbetrekking bij
het College tarieven gezondheidszorg, onderscheidenlijk het College
van toezicht op de zorgverzekeringen. Bij ministeriėle regeling
kunnen regels worden gesteld omtrent het in dit lid bepaalde.
Artikel 125
[Wijzigt de Mededingingswet]
Artikel 126
[Wijzigt deze wet]
Artikel 127
Onze Minister zendt voor 1 januari 2009 een verslag aan de
Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in
de praktijk. Hierin wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
a. de manier waarop de beslissingen van de zorgautoriteit hebben
bijgedragen aan het bereiken van de doelstelling van de wet;
b. het vaststellen van de aanmerkelijke marktmacht;
c. de mate waarin de wet heeft bijgedragen aan het terugdringen
van de bureaucratie;
d. de effectiviteit en wenselijkheid van tariefsregulering;
e. de taken die betrekking hebben op het mededingingsrecht.
Artikel 128
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 129
Deze wet wordt aangehaald als: Wet marktordening gezondheidszorg.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te s-Gravenhage, 7 juli 2006
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de eenentwintigste september 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|