Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 21 van deze wet
wordt verstaan onder:
a. Verordening: de Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van
de Europese Unie van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor
een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) (PbEU L 207);
b. Europese coöperatieve vennootschap: een vennootschap,
opgericht overeenkomstig de Verordening.
Artikel 2
Een juridisch lichaam in de zin van artikel 2, tweede lid, van de
Verordening kan deelnemen aan de oprichting van een Europese
coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
Artikel 3
Tenzij de statuten anders bepalen, zijn de leden 2 en 3 van artikel
86c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing
op de levering van aandelen van een Europese coöperatieve vennootschap.
Artikel 4
Ten behoeve van de verplaatsing van de statutaire zetel naar een
andere lidstaat van de Europese Unie, legt een Europese coöperatieve
vennootschap met statutaire zetel in Nederland een voorstel tot
zetelverplaatsing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de
Verordening neer ten kantore van het handelsregister. De Europese
coöperatieve vennootschap kondigt in een landelijk verspreid dagblad
aan dat het voorstel is neergelegd, met opgave van het handelsregister
waar het voorstel ligt en van het adres waar krachtens artikel 7, vierde
lid, van de Verordening van het voorstel kennis kan worden genomen.
Artikel 5
1. Een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel
in Nederland die tot zetelverplaatsing naar een andere lidstaat van de
Europese Unie wil overgaan moet, op straffe van gegrondverklaring van
een verzet als bedoeld in het tweede lid, voor iedere schuldeiser die
dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor
de voldoening van zijn vordering die voor de zetelverplaatsing is
ontstaan of kan ontstaan. Dit geldt niet, indien de schuldeiser
voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de vennootschap
voldoende zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.
2. Tot twee maanden nadat de vennootschap de nederlegging van het
voorstel tot zetelverplaatsing heeft aangekondigd kan iedere schuldeiser
door een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot
zetelverplaatsing in verzet komen met vermelding van de waarborg die
wordt verlangd.
3. Voordat de rechter beslist, kan hij de vennootschap in de
gelegenheid stellen binnen een door hem te stellen termijn een door hem
omschreven waarborg te geven.
4. Indien tijdig verzet is gedaan, mag de verklaring in de zin
van artikel 7, achtste lid, van de Verordening eerst worden afgegeven,
zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet
uitvoerbaar is.
5. Indien de zetelverplaatsing al heeft plaatsgevonden, kan de
rechter op een ingesteld rechtsmiddel het stellen van een door hem
omschreven waarborg bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.
Artikel 6
1. De zetelverplaatsing van een Europese coöperatieve
vennootschap met statutaire zetel in Nederland naar een andere
lidstaat van de Europese Unie heeft geen rechtsgevolg wanneer Onze
Minister van Justitie zich daartegen verzet om redenen van algemeen
belang door nederlegging van een daarop betrekking hebbende verklaring
ten kantore van het handelsregister, binnen twee maanden na de
aankondiging van de nederlegging van het voorstel. Tegen het verzet
staat voor de Europese coöperatieve vennootschap beroep open bij het
College van beroep voor het bedrijfsleven. De verklaring in de zin van
artikel 7, achtste lid, van de Verordening mag eerst worden afgegeven,
zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet
onherroepelijk is.
2. Voor de toepassing van artikel 7, veertiende lid, tweede
alinea, van de Verordening zijn de laatste twee zinnen van het eerste
lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1. Als register voor de inschrijving van een Europese
coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland of van
een Nederlandse nevenvestiging van een Europese coöperatieve
vennootschap wordt aangewezen: het handelsregister, bedoeld in artikel
2 van de Handelsregisterwet 2007.
2. Bij inschrijving van de zetelverplaatsing van een Europese
coöperatieve vennootschap naar Nederland wordt een notariële akte die
de statuten van de vennootschap bevat en is verleden door een notaris
met standplaats in Nederland neergelegd ten kantore van het
handelsregister. De artikelen 65 en 69 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
De statuten van een Europese coöperatieve vennootschap met
statutaire zetel in Nederland kunnen bepalen dat het lidmaatschap open
staat voor niet-gebruikende leden, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
van de Verordening. Worden in de statuten aan niet-gebruikende leden,
bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Verordening, stemrechten
toegekend dan bedragen deze tezamen ten hoogste een kwart van het totale
aantal stemrechten op grond van de statuten.
Artikel 9
Een coöperatie met statutaire zetel in Nederland kan niet aan de
oprichting van een Europese coöperatieve vennootschap door fusie
deelnemen wanneer Onze Minister van Justitie zich daartegen verzet om
redenen van algemeen belang door nederlegging van een daarop betrekking
hebbende verklaring ten kantore van het handelsregister binnen een maand
na de bekendmaking van de gegevens als bedoeld in artikel 24, tweede
lid, van de Verordening. Tegen het verzet staat voor de coöperatie
beroep open bij het College van beroep voor het bedrijfsleven. De
deelneming aan de fusie heeft eerst rechtsgevolg zodra het verzet is
ingetrokken of de opheffing van het verzet onherroepelijk is.
Artikel 10
De coöperatie met statutaire zetel in Nederland die overeenkomstig
artikel 35 van de Verordening een voorstel tot omzetting in een Europese
coöperatieve vennootschap heeft opgesteld, legt het voorstel neer ten
kantore van het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een
landelijk verspreid dagblad. Een accountant als bedoeld in artikel 393
lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek stelt, voorafgaand aan de
algemene vergadering, vast dat het voorstel tot omzetting voldoet aan
het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onder b, van de Verordening.
Artikel 11
1. De benoeming van de leden van het leidinggevend orgaan
geschiedt door het toezichthoudend orgaan, tenzij in de statuten is
bepaald dat benoeming geschiedt door de algemene vergadering.
2. Voor de toepassing van artikel 37, tweede lid, van de
Verordening zijn de leden 2, 4, 5 en 6 van artikel 37 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing op de Europese
coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
Artikel 12
De statuten van de Europese coöperatieve vennootschap met statutaire
zetel in Nederland moeten voorschriften bevatten omtrent de wijze,
waarop voorlopig in het bestuur wordt voorzien ingeval van ontstentenis
of belet van bestuurders.
Artikel 13
1. Het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 42 van de
Verordening bestaat uit ten minste drie leden.
2. De artikelen 7 en 45 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
zijn van overeenkomstige toepassing op een Europese coöperatieve
vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
3. Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, van de
Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig
een onderlinge taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend
bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.
Artikel 14
Voor de toepassing van artikel 54 van de Verordening geldt dat de
eerste algemene vergadering binnen achttien maanden na de oprichting mag
plaatsvinden.
Artikel 15
In de in artikel 63, eerste lid, van de Verordening bedoelde gevallen
kunnen de statuten van een Europese coöperatieve vennootschap voorzien
in sectorvergaderingen of afdelingsvergaderingen.
Artikel 16
In de in artikel 73, eerste lid, van de Verordening bedoelde gevallen
wordt een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in
Nederland door de rechtbank op verzoek van een belanghebbende dan wel op
verzoek van het Openbaar Ministerie ontbonden. Alvorens de ontbinding
uit te spreken kan de rechtbank de vennootschap in de gelegenheid
stellen de geconstateerde gebreken binnen een door haar te bepalen
termijn op te heffen.
Artikel 17
Een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in
Nederland wordt door de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie
ontbonden indien het hoofdbestuur niet in Nederland is gevestigd.
Alvorens de ontbinding uit te spreken kan de rechtbank de vennootschap
in de gelegenheid stellen binnen een door haar te bepalen termijn het
hoofdbestuur naar Nederland te verplaatsen dan wel de statutaire zetel
te verplaatsen overeenkomstig artikel 7 van de Verordening.
Artikel 18
In de statuten kan de bestemming van het batig saldo, bedoeld in
artikel 75 van de Verordening, in geval van ontbinding worden bepaald,
of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
Artikel 19
De Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in
Nederland die overeenkomstig artikel 76 van de Verordening een voorstel
tot omzetting in een coöperatie heeft opgesteld, legt het voorstel neer
ten kantore van het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in
een landelijk verspreid dagblad. Een accountant als bedoeld in artikel
393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek stelt,
voorafgaand aan de algemene vergadering, vast dat de in een coöperatie
om te zetten Europese coöperatieve vennootschap over activa beschikt
die minimaal overeenstemmen met het kapitaal.
Artikel 20
Als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 7, achtste lid, artikel
29, tweede lid, en artikel 30, eerste lid, van de Verordening wordt
aangewezen: een notaris met vestigingsplaats in Nederland.
Artikel 21
Als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 73, vijfde lid, van de
Verordening wordt aangewezen: het hoofd van het ressortsparket te
Amsterdam.
Hoofdstuk 2. Wijziging van andere wetten
Artikel 22
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2]
Artikel 23
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 24
[Wijzigt de Handelsregisterwet 1996]
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 25
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening Europese
coöperatieve vennootschap.
Artikel 26
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.