4. Deel Gedragstoezicht
financiële ondernemingen
Hoofdstuk 4.1. Inleidende bepalingen
Afdeling 4.1.1. Reikwijdte
Artikel 4:1
1. Dit deel is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op:
a. financiëledienstverleners waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is
toegestaan in Nederland financiële diensten te verlenen of die een
verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110
hebben, en hebben voldaan aan artikel 3:110, vierde of vijfde lid;
b. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland of in een staat die
geen lidstaat is waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2is toegestaan
beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten;
c. beleggingsinstellingen waaraan het ingevolgeafdeling 2.2.7 is
toegestaan in Nederland rechten van deelneming aan te bieden, de
beheerders van die beleggingsinstellingen en de eventueel aan die
beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;
d. clearinginstellingen waaraan het ingevolgeafdeling 2.2.1 is
toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen voorzover ze optreden
voor cliënten met zetel in Nederland;
e. betaaldienstverleners; en
f. pensioenbewaarders.
2. Deartikelen 4:4a, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19,
4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b, 4:90c, 4:90d, 4:90e,
paragraaf 4.3.7.3. en paragraaf 4.3.7.4. zijn van toepassing op
beleggingsondernemingen met een bijkantoor in Nederland waaraan het
ingevolge paragraaf 2.2.12.2. is toegestaan in Nederland
beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten.
Artikel 4:2
1.Met uitzondering van de artikelen 4:36 en4:37 is dit deel niet van
toepassing op het aanbieden van krediet door een gemeentelijke
kredietbank indien voor de bedrijfsvoering van die gemeentelijke
kredietbank op grond van artikel 4:37, eerste en tweede lid, een
reglement is vastgesteld en goedgekeurd.
2.De artikelen 4:9, eerste lid, en 4:10 zijn niet van toepassing op
personen die het dagelijks beleid van een gemeentelijke kredietbank
bepalen, die het beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen of
mede bepalen of die onderdeel zijn van een orgaan dat is belast met het
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een
gemeentelijke kredietbank en tevens lid of voorzitter zijn van een
gemeenteraad dan wel deel uitmaken van een college van burgemeester en
wethouders.
Artikel 4:2a
Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op het in de
uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde of
ondergevolmachtigde van een herverzekeraar voor diens rekening sluiten
van een herverzekering met een natura-uitvaartverzekeraar,
levensverzekeraar of schadeverzekeraar of andere herverzekeraar.
Artikel 4:2b
Het ingevolge dit deel bepaalde met betrekking tot het verlenen van
betaaldiensten is uitsluitend van toepassing op betaaldiensten, verleend
in euro’s of in andere valuta van lidstaten.
Artikel 4:2c
Met uitzondering van de afdelingen 4.2.4 en 4.2.5, paragraaf 4.3.8.1en
de artikelen 4:17, 4:19, eerste, tot en met derde lid, en 4:22 is het
ingevolge dit deel bepaalde niet van toepassing op het aanbieden van
financiele producten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van
financieel product in artikel 1:1.
Artikel 4:2d
Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22,4:33, 4:34 en 4:35 is dit
deel niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een
geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie
maanden af te lossen.
Afdeling 4.1.2. Bijzondere bepalingen
Artikel 4:3
1. Het is een ieder verboden in Nederland of vanuit Nederland in een
andere lidstaat als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in
artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in de
uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te
verrichten ten behoeve van het buiten besloten kring aantrekken of ter
beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan
professionele marktpartijen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. banken die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning als
bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, eerste lid, hebben en
banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen
vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het
verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan het in
artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de
werkzaamheden, genoemd onder 1 in bijlage I van de herziene richtlijn
banken;
b. banken met zetel in een andere lidstaat die een door de
toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben
voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die
andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten
naar een andere lidstaat;
c. de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de
lidstaten;
d. beleggingsondernemingen die een door de Autoriteit Financiële
Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:96 hebben;
e. beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die
beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten door
middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben
voldaan aan artikel 2:102; en
f. bemiddelaars die voor het bemiddelen in een betaalrekening of
spaarrekening een door de Autoriteit Financiële Markten verleende
vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben.
3. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het
eerste lid.
4. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor
bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de
aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen
anderszins voldoende worden beschermd. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waaraan de houder van
een ontheffing dient te voldoen en met betrekking tot het verlenen van
een ontheffing.
Artikel 4:4
1. Indien een financiële onderneming die geen door de Autoriteit
Financiële Markten verleende vergunning heeft de ingevolge dit deel
gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft, kan de
Autoriteit Financiële Markten aan die financiële onderneming een
verbod opleggen de met die regels strijdige activiteiten te verrichten.
2. Het eerste lid heeft geen betrekking op de afwikkeling van
overeenkomsten die gesloten zijn voor het tijdstip waarop het verbod
wordt opgelegd.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde financiële onderneming haar
zetel heeft in een andere staat stelt de Autoriteit Financiële Markten
de toezichthoudende instantie van die andere staat in kennis van het
door haar opgelegde verbod.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op:
a. beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten
met zetel in een andere lidstaat;
b. bemiddelaars als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid;
c. verbonden agenten als bedoeld inartikel 2:97, vijfde lid en artikel
2:98, tweede lid;
d. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;
e. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het
bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en
f. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 4:4a
De Autoriteit Financiële Markten kan aan een beleggingsonderneming met
systematische interne afhandeling een verbod opleggen tot het uitoefenen
van het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne
afhandeling, indien de beleggingsonderneming de ingevolgeparagraaf
4.3.7.3 gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft.
Artikel 4:4b
1.De Autoriteit Financiële Markten kan een beleggingsonderneming die in
Nederland het bedrijf uitoefent van beleggingsonderneming met
systematische interne afhandeling of een beleggingsonderneming die in
Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, door middel
van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de
Autoriteit Financiële Markten gestelde redelijke termijn de handel in
een bepaald financieel instrument op te schorten, te onderbreken of door
te halen, indien dit met het oog op de bescherming van het belang van de
beleggers in het financieel instrument of de ordelijke handel in het
financieel instrument noodzakelijk is.
2.Nadat de Autoriteit Financiële Markten een aanwijzing als bedoeld in
het eerste lid heeft gegeven, kan zij de rechtbank te Rotterdam
verzoeken het desbetreffende financieel instrument uit te sluiten van de
systematische interne afhandeling of van de handel op de multilaterale
handelsfaciliteit, indien dit met het oog op de bescherming van het
belang van de beleggers in het financieel instrument of de ordelijke
handel in het financieel instrument noodzakelijk is.
Artikel 4:5
1.Voor de toepassing van het bepaalde ingevolge dit deel met betrekking
tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het
aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling geldt
het handelen en het nalaten te handelen van een aangesloten onderneming
als bedoeld in artikel 2:105, eerste en tweede lid, als het handelen
onderscheidenlijk het nalaten te handelen van de rechtspersoon, bedoeld
in artikel 2:105, eerste lid, onderscheidenlijk de rechtspersoon,
bedoeld in artikel 2:105, vierde lid.
2.De rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, maakt bij
de Autoriteit Financiële Markten onverwijld melding van de aansluiting
van een onderneming als bedoeld in artikel 2:105, tweede lid, en van de
beëindiging van de aansluiting van een aangesloten onderneming als
bedoeld in artikel 2:105, eerste of tweede lid.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de wijze waarop de melding, bedoeld in het
tweede lid, wordt gedaan, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de
bescheiden die daarbij worden overgelegd.
Artikel 4:6
1.Een aanbieder die niet langer verantwoordelijk is voor een bemiddelaar
als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, maakt daarvan onverwijld
melding aan de Autoriteit Financiële Markten en de betrokken
bemiddelaar.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de wijze waarop de melding, bedoeld in het
eerste lid, wordt gedaan, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de
bescheiden die daarbij worden overgelegd.
Artikel 4:6a
1.Een onderneming die, alleen of samen met een andere onderneming, aan
het hoofd staat van een groep waartoe een financiële onderneming
behoort waarop het ingevolge dit deel bepaalde van toepassing is,
onthoudt zich van gedragingen of een beleid dat tot gevolg heeft dat die
financiële onderneming in strijd handelt met het ingevolge dit deel
bepaalde.
2.Ten aanzien van de onderneming, bedoeld in het eerste lid, is artikel
1:75 van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 4.1.3. Vrijstelling
Artikel 4:7
1. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het
ingevolge dit deel, met uitzondering van paragraaf 4.3.1.5., bepaalde.
2. Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het
voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod of in reclame-uitingen of
documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld of in
andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de
vrijgestelde activiteit niet onder toezicht staat van de Autoriteit
Financiële Markten, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit
Financiële Markten vast te stellen wijze.
Hoofdstuk 4.2. Regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten
betreffende alle financiële diensten
Afdeling 4.2.1. Deskundigheid, betrouwbaarheid en integriteit
Artikel 4:8
1. Deze afdeling is niet van toepassing op:
a. beheerders met zetel in een andere lidstaat die geen instellingen
voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of
rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in
effecten in Nederland aanbieden, instellingen voor collectieve belegging
in effecten met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die
instellingen verbonden bewaarders;
b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen
staat en beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de
eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;
c. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;
d. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een
aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of
verzekeraar uitoefenen; en
e. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
2. Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:11, is niet van
toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die vanuit een
in Nederland gelegen bijkantoor instellingen voor collectieve belegging
in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in
instellingen voor collectieve belegging in effecten in Nederland
aanbieden.
3. Deze afdeling is niet van toepassing op beheerders met zetel in een
andere lidstaat die via het verrichten van diensten instellingen voor
collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of
rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in
effecten in Nederland aanbieden.
4. Deze afdeling is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die
voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche
Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf
van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende
verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
5. Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede tot en met
vierde lid, is niet van toepassing op financiëledienstverleners die
voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling
of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning
hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling
een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van
ondertoezichtstelling hebben.
6. Deze afdeling is niet van toepassing op premiepensioeninstellingen.
Artikel 4:9
1. Het dagelijks beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij,
beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener of
pensioenbewaarder wordt bepaald door personen die deskundig zijn in
verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële
onderneming.
2. Een financiëledienstverlener draagt zorg voor de vakbekwaamheid van
zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn
verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van
financiële diensten aan consumenten of, indien het financiële diensten
met betrekking tot verzekeringen of herverzekeringsbemiddelen betreft,
cliënten. Hiertoe beschikt in ieder geval een zodanig aantal feitelijk
leidinggevenden van de financiële onderneming over voldoende
vakbekwaamheid dat de kwaliteit van de financiële diensten aan de
consument onderscheidenlijk de cliënt kan worden gewaarborgd.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de vakbekwaamheid van de personen, bedoeld in
het tweede lid. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald
dat Onze Minister volgens daarbij te stellen regels exameninstituten
erkent die bevoegd zijn tot het afgeven van diploma’s en certificaten
waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond en instituten voor permanente
educatie erkent die bevoegd zijn tot het afgeven van certificaten
waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond. Daarbij kunnen tevens regels
worden gesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving van die
regels.
4. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het tweede lid en het op grond van het derde lid bepaalde, indien de
aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en
dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden
bereikt.
5. Indien het dagelijks beleid van een multilaterale handelsfaciliteit
die wordt geëxploiteerd door een marktexploitant waaraan een vergunning
als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, wordt bepaald door
dezelfde personen als degenen die het dagelijks beleid van de door de
marktexploitant geëxploiteerde gereglementeerde markt bepalen, worden
die personen geacht te voldoen aan het eerste lid.
Artikel 4:10
1. Het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij,
beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener of
pensioenbewaarder wordt bepaald of mede bepaald door personen wier
betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële
onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de
algemene gang van zaken van de financiële onderneming wordt dit
toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel
staat.
2. De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid
staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de
toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de
relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot
een nieuwe beoordeling.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld dat de
betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten
twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking
worden genomen.
Artikel 4:11
1. Een beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsonderneming, bewaarder
of pensioenbewaarder voert een adequaat beleid dat een integere
uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt. Hieronder
wordt verstaan dat:
a. belangenverstrengeling wordt tegengegaan;
b. wordt tegengegaan dat de financiële onderneming of haar werknemers
strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen
in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen
schaden;
c. wordt tegengegaan dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de
financiële onderneming of in de financiële markten kan worden
geschaad; en
d. wordt tegengegaan dat andere handelingen door de financiële
onderneming of haar werknemers worden verricht die op een dusdanige
wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het
maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de
financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden
geschaad.
2. Een financiëledienstverlener voert een adequaat beleid dat een
integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt
verstaan dat wordt tegengegaan dat de financiëledienstverlener of zijn
werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het
vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten
kunnen schaden. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere
onderwerpen worden aangewezen die tot de integere uitoefening van het
bedrijf van een financiëledienstverlener worden gerekend.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid,
bedoeld in het eerste en tweede lid, moet voldoen.
4. Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of tweede lid
verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten bij algemene maatregel
van bestuur te bepalen informatie over incidenten die verband houden met
de onderwerpen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
5. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het derde lid bepaalde, met uitzondering van het met
betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van
een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager
aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de
doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Afdeling 4.2.2. Structurering en inrichting
Artikel 4:12
1. Deartikelen 4:13, 4:14, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op:
a. beheerders met zetel in een andere lidstaat van een instelling voor
collectieve belegging in effecten die geen instelling voor collectieve
belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van
deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten in
Nederland aanbieden, instellingen voor collectieve belegging in effecten
met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen
verbonden bewaarders;
b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen
staat, beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de
eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.
2. De artikelen 4:13, 4:15 en 4:17 zijn niet van toepassing op:
a. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;
b. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een
aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of
verzekeraar uitoefenen;
c. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat; en
d. premiepensioeninstellingen.
3. Artikel 4:17 is niet van toepassing op clearinginstellingen met zetel
in een aangewezen staat.
4. Artikel 4:13 en het ingevolge artikel 4:14, tweede lid, aanhef en
onderdelen a en b, bepaalde zijn niet van toepassing op
beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank
een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de
uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de
Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling
hebben.
5. Artikel 4:13 is niet van toepassing op financiëledienstverleners die
voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling
of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning
hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling
een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van
ondertoezichtstelling hebben.
6. Deartikelen 4:13, 4:14, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op
beheerders met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van
diensten instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel
in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor
collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden.
7. Artikel 4:13 is niet van toepassing op beheerders met zetel in een
andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor
instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in
Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor
collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden.
Artikel 4:13
1. Een beheerder, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming,
bewaarder, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder is niet met
personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur
die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of
kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder, de
door de beheerder beheerde beleggingsinstellingen, de
beleggingsmaatschappij, de beleggingsonderneming, de bewaarder
onderscheidenlijk de financiëledienstverlener.
2. Een beheerder, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming,
bewaarder, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder is niet met
personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur
indien het recht van een staat die geen lidstaat is, dat op die personen
van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat
uitoefenen van toezicht op de beheerder, de door de beheerder beheerde
beleggingsinstellingen, de beleggingsmaatschappij, de
beleggingsonderneming, de bewaarder onderscheidenlijk de
financiëledienstverlener.
Artikel 4:14
1. Een beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsonderneming, bewaarder
of pensioenbewaarder richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een
beheerste en integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar
bedrijf waarborgt.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:
a. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;
b. integriteit, waaronder wordt verstaan het tegengaan van:
1°. belangenverstrengeling;
2°. het begaan van strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de
financiële onderneming of haar werknemers die het vertrouwen in de
financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;
3°. relaties met cliënten of deelnemers die het vertrouwen in de
financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; en
4°. andere handelingen door de financiële onderneming of haar
werknemers die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het
ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor
het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële
markten ernstig kan worden geschaad; en
c. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere
verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van
cliënten en deelnemers, waaronder wordt verstaan:
1°. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten of
deelnemers;
2°. het waarborgen van de vastlegging van de relatie met de cliënten
of deelnemers;
3°. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten of
deelnemers;
4°. het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiële
onderneming en cliënten of deelnemers en tussen de cliënten of
deelnemers onderling;
5°. het waarborgen van de rechten van cliënten of deelnemers; en
6°. andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.
3. Onverminderd de artikelen 3:17 en 3:27 kunnen bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur ten aanzien van clearinginstellingen met
zetel in Nederland en bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in
een niet-aangewezen staat regels worden gesteld met betrekking tot de
onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
4. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het tweede lid bepaalde, met uitzondering van het met
betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van
een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager
aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de
doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:15
1. Een financiëledienstverlener die niet het bedrijf van financiële
instelling, bank of verzekeraar uitoefent, richt de bedrijfsvoering
zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn
bedrijf waarborgt.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking
op:
a. integriteit, waaronder wordt verstaan:
1°. het tegengaan van het begaan van strafbare feiten en andere
wetsovertredingen door de financiëledienstverlener of zijn werknemers
die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële
markten kunnen schaden; en
2°. het nemen van maatregelen met betrekking tot andere bij algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen die tot de integere
uitoefening van het bedrijf van een financiëledienstverlener worden
gerekend; en
b. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere
verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van
cliënten en consumenten, waaronder wordt verstaan:
1°. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten of
consumenten; en
2°. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten of
consumenten.
3. Het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde is van
overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf
van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen.
4. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:16
1. Indien een financiële onderneming werkzaamheden uitbesteedt aan een
derde, draagt die financiële onderneming er zorg voor dat deze derde de
ingevolge dit deel met betrekking tot die werkzaamheden op de
uitbestedende financiële onderneming van toepassing zijnde regels
naleeft.
2. Een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling of
elektronischgeldinstelling besteedt bij algemene maatregel van bestuur
aan te wijzen werkzaamheden niet uit.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. worden in verband met het toezicht op de naleving van het ingevolge
dit deel bepaalde, regels gesteld met betrekking tot het uitbesteden van
werkzaamheden door financiële ondernemingen;
b. worden regels gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s
die verband houden met het uitbesteden van werkzaamheden door
beheerders, bewaarders en beleggingsondernemingen; en
c. worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een beheerder,
bewaarder of beleggingsonderneming en de derde te sluiten overeenkomst
inzake het uitbesteden van werkzaamheden.
Artikel 4:17
1. Een beheerder, beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent,
een betaaldienstverlener, clearinginstelling of
financiëledienstverlener draagt zorg voor een adequate behandeling van
klachten van cliënten, consumenten of deelnemers over betaaldiensten,
financiële diensten of financiële producten van de financiële
onderneming. Hiertoe:
a. beschikt de financiële onderneming over een interne
klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling
van klachten; en
b. is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister
erkende geschilleninstantie die geschillen behandelt met betrekking tot
betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de
financiële onderneming, tenzij er geen zodanige geschilleninstantie is.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op financiële
ondernemingen voorzover zij:
a. beleggingsdiensten uitsluitend voor professionele beleggers verlenen;
of
b. optreden als clearinginstelling.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de afhandeling van klachten en worden regels gesteld met
betrekking tot de erkenning van geschilleninstanties, de behandeling van
geschillen door erkende geschilleninstanties en de door erkende
geschilleninstanties aan Onze Minister te verstrekken informatie.
Afdeling 4.2.3. Zorgvuldige dienstverlening
Artikel 4:18
1. Deze afdeling is niet van toepassing op:
a. herverzekeringsbemiddelaars;
b. financiële diensten met betrekking tot de verzekering van grote
risico’s;
c. premiepensioeninstellingen.
2. Voor de toepassing van het ingevolge de artikelen 4:19, 4:20, 4:21 en
4:22 bepaalde wordt onder natura-uitvaartverzekering mede verstaan een
overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de
verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon, indien de
overeenkomst wordt aangegaan door een natura-uitvaartverzekeraar en voor
de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico met zich brengt.
Artikel 4:18a
1. Een beleggingsonderneming kwalificeert haar cliënten als in
aanmerking komende tegenpartij, professionele belegger of als
niet-professionele belegger en stelt hen daarvan in kennis.
2. De beleggingsonderneming informeert haar cliënten op een duurzame
drager dat zij kunnen verzoeken om een andere kwalificatie en informeert
hen over het daaruit voortvloeiende lagere of hogere beschermingsniveau.
Artikel 4:18b
1.Deartikelen 4:19, 4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b,
4:90cen 4:90d, eerste lid, zijn niet van toepassing op het ontvangen en
doorgeven van orders en het uitvoeren van orders of rechtstreeks daarmee
verband houdende nevendiensten met in aanmerking komende tegenpartijen.
2.Een beleggingsonderneming kan een professionele belegger als bedoeld
in onderdeel o van de definitie van professionele belegger in artikel
1:1, of een onderneming met zetel in een andere lidstaat die geen in
aanmerking komende tegenpartij is in de zin van artikel 1:1 en in die
lidstaat wordt aangemerkt als in aanmerking komende tegenpartij,
kwalificeren als in aanmerking komende tegenpartij indien de cliënt
heeft ingestemd met die kwalificatie.
3.Een beleggingsonderneming kan, in afwijking van het eerste lid, op
verzoek van een in aanmerking komende tegenpartij elk van de artikelen
4:19,4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b, 4:90c en 4:90d,
eerste lid, jegens die partij per transactie of in het algemeen
toepassen. In een dergelijk geval is het in dit deel met betrekking tot
professionele beleggers bepaalde van overeenkomstige toepassing, tenzij
de in aanmerking komende tegenpartij met de beleggingsonderneming is
overeengekomen om voor de toepassing daarvan als niet-professionele
belegger te worden behandeld.
4.Een beleggingsonderneming kan een in aanmerking komende tegenpartij op
eigen initiatief per transactie of in het algemeen aanmerken als
professionele belegger of als niet-professionele belegger.
5.Een onderneming die voldoet aan artikel 4:18c, eerste en tweede lid,
kan de beleggingsonderneming verzoeken om als in aanmerking komende
tegenpartij te worden aangemerkt indien zij voor de beleggingsdiensten
of beleggingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, als professionele
belegger is aangemerkt op grond van artikel 4:18c, derde lid.
Artikel 4:18c
1.Een beleggingsonderneming kan een niet-professionele belegger op diens
verzoek als professionele belegger aanmerken indien hij naar het oordeel
van de beleggingsonderneming over voldoende deskundigheid, kennis en
ervaring met betrekking tot de aard van de beoogde beleggingsdiensten,
beleggingsactiviteiten of nevendiensten beschikt om zelf
beleggingsbeslissingen te nemen en de daaraan verbonden risico’s in te
schatten.
2.Een niet-professionele belegger wordt geacht over voldoende
deskundigheid, kennis en ervaring als bedoeld in het eerste lid te
beschikken indien hij voldoet aan ten minste twee van de volgende drie
criteria:
1°. tijdens de voorafgaande vier kwartalen heeft de cliënt op de
desbetreffende markt per kwartaal gemiddeld tien transacties van
significante omvang verricht;
2°. de omvang van de portefeuille financiële instrumenten en deposito’s
in geld van de niet-professionele belegger is groter dan € 500 000; of
3°. de niet-professionele belegger is gedurende ten minste een jaar
werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector, waar hij een
beroep uitoefent of heeft uitgeoefend waarbij kennis van de beoogde
beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten vereist is
of was.
3.In een overeenkomst tussen de beleggingsonderneming en de
niet-professionele belegger wordt gespecificeerd voor welke
beleggingsdiensten, soorten financiële instrumenten of transacties de
kwalificatie als professionele belegger geldt.
4.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de te volgen procedure.
Artikel 4:18d
1.Een beleggingsonderneming kan een cliënt die professionele belegger
is op diens verzoek of op eigen initiatief per beleggingsdienst,
transactie of in het algemeen als niet-professionele belegger aanmerken.
De beleggingsonderneming stelt een cliënt die professionele belegger is
ervan in kennis dat hij kan verzoeken om als niet-professionele belegger
te worden aangemerkt, tenzij de beleggingsonderneming een beleidslijn
heeft vastgelegd waaruit blijkt dat zij een dergelijk verzoek niet zal
inwilligen.
2.Indien de beleggingsonderneming en de cliënt overeenkomen dat de
cliënt als niet-professionele belegger wordt aangemerkt, wordt dat
vastgelegd in een overeenkomst. Daarin wordt bepaald voor welke
beleggingsdiensten, soorten financiële instrumenten of transacties de
kwalificatie als niet-professionele belegger geldt.
Artikel 4:18e
1.Een beleggingsonderneming legt gedragsregels en procedures vast met
betrekking tot het al dan niet kwalificeren van haar cliënten als
professionele belegger.
2.Indien een beleggingsonderneming constateert dat een
niet-professionele belegger structureel niet meer voldoet aan de
voorwaarden om als professionele belegger in aanmerking te komen, merkt
zij hem aan als niet-professionele belegger en stelt zij hem daarvan in
kennis
Artikel 4:19
1. Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat de door of namens
haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een
financieel product, financiële dienst of nevendienst, waaronder
reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan ingevolge deze wet te
verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.
2. De door een financiële onderneming aan cliënten verstrekte of
beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, ter zake
van een financieel product, financiële dienst of nevendienst is
correct, duidelijk en niet misleidend.
3. De financiële onderneming draagt er zorg voor dat het commerciële
oogmerk van de verstrekte of beschikbaar gestelde informatie als zodanig
herkenbaar is.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot het tweede lid, voor zover de informatie, bedoeld in
dat lid, verstrekt wordt in het kader van het verlenen van
beleggingsdiensten.
Artikel 4:20
1.Voorafgaand aan het adviseren, het verlenen van een beleggingsdienst,
het verlenen van een nevendienst of de totstandkoming van een
overeenkomst inzake een financieel product niet zijnde een financieel
instrument verstrekt een beleggingsonderneming of
financiëledienstverlener de consument of, indien het een financieel
instrument of verzekering betreft, de cliënt informatie voor zover dit
redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van die dienst
of dat product. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen
regels worden gesteld met betrekking tot de in de vorige volzin bedoelde
informatie. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de
informatie die wordt verschaft met betrekking tot de uitoefening van de
in artikel 4:28, eerste en tweede lid, bedoelde rechten.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een
financiële onderneming in daarbij te bepalen gevallen in afwijking van
het eerste lid, eerste volzin, de in dat lid bedoelde informatie geheel
of gedeeltelijk na het aangaan van de overeenkomst verstrekt.
3.Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel
product, financiële dienst of nevendienst verstrekt een
beleggingsonderneming of financiëledienstverlener de consument, of,
indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt
tijdig informatie over:
a. wezenlijke wijzigingen in de informatie, bedoeld in het eerste lid,
voor zover deze wijzigingen redelijkerwijs relevant zijn voor de
consument onderscheidenlijk de cliënt; en
b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere
onderwerpen.
4.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop een
financiële onderneming gedurende de looptijd van een overeenkomst
informatie moet verstrekken.
5.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de
informatie, bedoeld in het derde lid, in daarbij aan te wijzen gevallen
uitsluitend op verzoek van de consument onderscheidenlijk de cliënt
wordt verstrekt.
6.De in dit artikel bedoelde informatie mag in gestandaardiseerde vorm
worden verstrekt.
7.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van dit artikel bepaalde, voorzover dat geen betrekking
heeft op het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien de
aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en
dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden
bereikt.
Artikel 4:21
Indien een financiëledienstverlener een financiële dienst verleent
door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of een
ondergevolmachtigde agent wordt de informatie, bedoeld in artikel 4:20,
eerste en derde lid, verstrekt door deze bemiddelaar, gevolmachtigde
agent of ondergevolmachtigde agent, tenzij de desbetreffende financiële
onderneming en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk
ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de financiële
onderneming zelf aanartikel 4:20, eerste en derde lid, voldoet.
Artikel 4:22
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een
financiële onderneming over een financieel product, financiële dienst
of nevendienst.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tevens ter
uitvoering van titel III van de richtlijn betaaldiensten regels worden
gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een
betaaldienstverlener over betaaldiensten.
3. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking
heeft op het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien de
aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en
dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden
bereikt.
4. Artikel 1:23 is niet van toepassing ten aanzien van de regels,
bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4:23
1. Indien een financiële onderneming een consument of, indien het een
financieel instrument of verzekering betreft, cliënt adviseert of een
individueel vermogen beheert:
a. wint zij in het belang van de consument onderscheidenlijk de cliënt
informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring,
doelstellingen en risicobereidheid, voorzover dit redelijkerwijs
relevant is voor haar advies of het beheren van het individuele
vermogen;
b. draagt zij er zorg voor dat haar advies of de wijze van het beheer
van het individueel vermogen, voorzover redelijkerwijs mogelijk, mede is
gebaseerd op de in onderdeel a bedoelde informatie; en
c. licht zij, indien het advisering betreft met betrekking tot
financiële producten die geen financiële instrumenten zijn, de
overwegingen toe die ten grondslag liggen aan haar advies voorzover dit
nodig is voor een goed begrip van haar advies.
2. Indien een financiële onderneming bij het verlenen van een
financiële dienst die geen beleggingsdienst is, een consument of,
indien het een verzekering betreft, cliënt niet adviseert, maakt zij
dat bij aanvang van haar werkzaamheden ten behoeve van de consument
onderscheidenlijk de cliënt aan deze kenbaar.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot:
a. de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de wijze
waarop deze informatie wordt ingewonnen;
b. de wijze, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarop een
beleggingsonderneming bij haar advies over financiële instrumenten of
het beheren van het individueel vermogen rekening houdt met de
ingewonnen informatie;
c. de wijze waarop de toelichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
c, wordt gegeven; en
d. de wijze waarop de financiële onderneming de consument
onderscheidenlijk de cliënt kenbaar maakt dat zij niet adviseert.
4. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het derde lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking
heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van
een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan
redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit
artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:24
1.Indien een financiële onderneming zonder daarbij tevens te adviseren
een andere beleggingsdienst dan het beheren van een individueel vermogen
of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere
financiële dienst verleent, wint zij informatie in over de kennis en
ervaring van de consument, of, indien het een financieel instrument of
verzekering betreft, de cliënt met betrekking tot de desbetreffende
financiële dienst of financieel product, opdat zij kan beoordelen of
deze dienst of dat product passend is voor de consument
onderscheidenlijk de cliënt.
2.Indien de financiële onderneming op basis van de in het eerste lid
bedoelde informatie van mening is dat de financiële dienst niet passend
is voor de consument of de cliënt, waarschuwt zij deze.
3.Indien de consument of de cliënt geen of onvoldoende informatie
verschaft over zijn kennis en ervaring, waarschuwt de financiële
onderneming de consument onderscheidenlijk de cliënt dat zij als gevolg
daarvan niet in staat is na te gaan of de financiële dienst voor hem
passend is.
4.Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op het op
initiatief van een cliënt verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld
in onderdeel a of b van de definitie van verlenen van een
beleggingsdienst in artikel 1:1 met betrekking tot:
a. aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt of een met
een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is zijn toegelaten;
b. instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld;
c. verhandelbare obligaties of andere schuldinstrumenten, voorzover het
geen converteerbare obligaties of converteerbare schuldinstrumenten
betreft;
d. rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging
in effecten; of
e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere financiële
instrumenten, indien de financiële onderneming voorafgaand aan het
verlenen van de beleggingsdienst de cliënt kenbaar maakt dat zij de
geschiktheid van de financiële dienst of het financieel product voor de
consument niet heeft beoordeeld.
5.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid,
wordt ingewonnen en wijze waarop de beoordeling van de passendheid van
de financiële dienst of het financieel product voor de consument of
cliënt plaatsvindt.
6.De waarschuwingen bedoeld in het tweede en derde lid, en het kenbaar
maken, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin, mogen in
gestandaardiseerde vorm geschieden.
Artikel 4:25
1.Een financiële onderneming houdt zich bij de behandeling van de
deelnemer, de consument of, indien het een financieel instrument of
verzekering betreft, de cliënt aan bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te
nemen zorgvuldigheid. Onder nadere regels met betrekking tot de in acht
te nemen zorgvuldigheid worden mede verstaan regels met betrekking tot
de kosten die de financiële onderneming in rekening brengt indien de
deelnemer, consument of cliënt een overeenkomst inzake een financiële
dienst of een financieel product beëindigt en een overeenkomst met
betrekking tot die financiële dienst onderscheidenlijk dat financieel
product aangaat met een andere financiële onderneming.
2.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking
heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van
een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan
redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit
artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
3.De voordracht voor een op grond van het eerste lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur die strekt tot wijziging van een reeds op
grond van dat lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur, wordt
niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal is overgelegd, behoudens indien het vaststellen van de
algemene maatregel van bestuur naar het oordeel van Onze Minister
spoedeisend is.
Artikel 4:25a
Indien een beleggingsonderneming van een andere beleggingsonderneming de
opdracht krijgt om beleggingsdiensten of nevendiensten voor een cliënt
te verlenen:
a. is de verplichting tot het inwinnen van informatie, bedoeld in
artikel 4:23, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en artikel 4:24, eerste
lid, niet op haar van toepassing voor zover de in die bepalingen
bedoelde informatie door de andere beleggingsonderneming aan haar is
verstrekt; en
b. mag zij erop vertrouwen dat het door de andere onderneming aan de
cliënt verstrekte advies over financiële instrumenten of de
voorgestelde wijze van beheer van het individuele vermogen van de
cliënt overeenkomt met hetgeen bij of krachtens deze wet daaromtrent is
bepaald.
Artikel 4:25b
Een betaaldienstverlener neemt bij het uitoefenen van zijn bedrijf Titel
7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
Afdeling 4.2.4. Meldingsplichten
Artikel 4:26
1. Een financiële onderneming meldt wijzigingen met betrekking tot
onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:13, tweede lid, 2:22, tweede
lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid,2:42, tweede lid, 2:43, tweede
lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid,2:67, vierde lid, 2:68, derde
lid, 2:69, tweede lid, 2:69a, vierde en zesde lid, 2:72, tweede
lid,2:73, eerste lid, 2:78, tweede lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede
lid,2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:125, eerste
lid, 2:126, eerste lid, 2:130, eerste lid, 3:110, tweede lid, 4:5, derde
lid, 4:10, derde lid, 4:50, eerste lid, of 4:71, derde lid, verstrekking
van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten.
2. Een beheerder of beleggingsonderneming meldt wijzigingen met
betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:122, tweede lid,
2:122a, tweede lid, 2:127, tweede lid, of 2:129, eerste lid,
verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit
Financiële Markten en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat
waar die financiële onderneming financiële diensten verleent.
3. Een beheerder meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen
waarover ingevolge artikel 2:72, tweede lid, verstrekking van gegevens
is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten.
4. Een beheerder meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen
waarover ingevolge artikel 2:123, tweede lid, verstrekking van gegevens
is voorgeschreven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar
de beheerder financiële diensten verleent.
5. Een beleggingsonderneming die een vergunning heeft voor het verlenen
van de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel b van de definitie van
verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, en het verrichten van
de beleggingsactiviteit, bedoeld in onderdeel a van de definitie van
verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1, en voornemens is
het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne
afhandeling uit te oefenen in transacties in aandelen die tot de handel
op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, meldt dat aan de
Autoriteit Financiële Markten.
6. Een beleggingsonderneming die niet langer het bedrijf van
beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling uitoefent,
doet daarvan mededeling aan de Autoriteit Financiële Markten.
7. Een beleggingsonderneming die een vergunning heeft als bedoeld in
artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, die
nevendiensten verleent, meldt dat onverwijld aan de Autoriteit
Financiële Markten.
8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder
vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke wijzigingen,
bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gemeld, welke gegevens
daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke
voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Artikel 4:27
1. Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een
beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een
beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een beleggingsonderneming,
betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank
of verzekeraar met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële
Markten zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de
uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die in strijd is
met op grond van dit deel opgelegde verplichtingen.
2. Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een
beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een
beleggingsinstelling met zetel in Nederland of een beleggingsonderneming
met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële Markten zo
spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van
het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het
afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van
voorbehouden.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een
accountant die naast het onderzoek van de jaarrekening van de
financiële onderneming, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede
lid, ook het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een andere
persoon met welke de financiële onderneming in een formele of
feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden.
4. De accountant, bedoeld in het tweede lid, verstrekt zo spoedig
mogelijk bij algemene maatregel van bestuur te bepalen inlichtingen aan
de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de
financiële onderneming. Bij algemene maatregel van bestuur worden
regels gesteld met betrekking tot de in acht te nemen procedures.
5. De Autoriteit Financiële Markten stelt de financiële onderneming in
de gelegenheid aanwezig te zijn bij de melding, bedoeld in het eerste of
tweede lid, en bij het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in het
vierde lid, door de accountant.
6. De accountant die op grond van het eerste, tweede of derde lid tot
een melding of op grond van het vierde lid tot het verstrekken van
inlichtingen aan de Autoriteit Financiële Markten is overgegaan, is
niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt,
tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en
omstandigheden in redelijkheid niet tot melding of tot het verstrekken
van inlichtingen had mogen worden overgegaan.
7. Het tweede lid en vierde lid zijn niet van toepassing op accountants
die het onderzoek uitvoeren van de jaarrekening van een
beleggingsonderneming die voor de uitoefening van het bedrijf van bank
een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft.
Afdeling 4.2.5. Overeenkomsten op afstand
Artikel 4:28
1. Een consument kan een overeenkomst op afstand zonder een boete
verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende
veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop die overeenkomst is aangegaan
dan wel, indien dit later is, gedurende veertien kalenderdagen vanaf de
dag waarop de informatie die de financiële onderneming hem op grond van
artikel 4:20, eerste lid, dient te verstrekken, door hem is ontvangen.
2. In afwijking van het eerste lid kan een consument een overeenkomst op
afstand inzake een levensverzekering zonder een boete verschuldigd te
zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende dertig
kalenderdagen vanaf de dag waarop hij van het tot stand komen van de
overeenkomst in kennis is gesteld dan wel, indien dit later is,
gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de
financiële onderneming hem op grond vanartikel 4:20, eerste lid, dient
te verstrekken, door hem is ontvangen.
3. Indien een consument gebruik wenst te maken van het in het eerste of
tweede lid bedoelde recht, geeft hij daarvan voor het verstrijken van de
in dat lid bedoelde termijn, kennis aan de financiële onderneming
volgens de instructies die hem hierover overeenkomstig artikel 4:20,
eerste lid, zijn verstrekt. De kennisgeving wordt als tijdig aangemerkt
indien zij schriftelijk of op een voor de financiële onderneming
beschikbare en toegankelijke duurzame drager is verzonden voor het
verstrijken van de termijn.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:
a. overeenkomsten inzake financiële producten waarvan de waarde
gedurende de termijn, bedoeld in het desbetreffende lid, afhankelijk is
van ontwikkelingen op de financiële markten of andere markten;
b. overeenkomsten inzake verzekeringen met een looptijd van minder dan
een maand;
c. overeenkomsten die op uitdrukkelijk verzoek van de consument volledig
zijn uitgevoerd voordat de consument gebruik maakt van het in het eerste
of tweede lid bedoelde recht;
d. overeenkomsten inzake krediet die zijn ontbonden overeenkomstig de
artikelen 46e en 50e, tweede lid, onderdeel c, van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek;
e. overeenkomsten inzake krediet waarbij hypothecaire zekerheid wordt
verleend; en
f. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere
overeenkomsten inzake financiële producten.
5. Indien aan een overeenkomst op afstand een andere overeenkomst
verbonden is met betrekking tot een zaak of dienst die door de
financiële onderneming wordt geleverd of door een derde op grond van
een overeenkomst tussen de financiële onderneming en deze derde, brengt
de ontbinding van de overeenkomst op afstand overeenkomstig het eerste
of tweede lid van rechtswege en zonder dat de consument een boete
verschuldigd is, de ontbinding met zich van die verbonden overeenkomst.
Artikel 4:29
1.Met de uitvoering van een overeenkomst op afstand wordt pas na
toestemming van de consument een begin gemaakt.
2.Indien de consument gebruik maakt van zijn in artikel 4:28, eerste of
tweede lid, bedoelde recht, kan de financiële onderneming uitsluitend
een vergoeding vragen voor het financiële product dat ter uitvoering
van de overeenkomst op afstand is geleverd. Deze vergoeding is:
a. niet hoger dan een bedrag dat evenredig is aan de verhouding tussen
het reeds geleverde product en de volledige uitvoering van de
overeenkomst op afstand; en
b. in geen geval zo hoog dat deze als een boete kan worden opgevat.
3.De financiële onderneming kan slechts betaling van de in het tweede
lid bedoelde vergoeding verlangen indien zij:
a. kan aantonen dat de consument overeenkomstigartikel 4:20, eerste lid,
is geïnformeerd over de in het tweede lid bedoelde vergoeding; en
b. op uitdrukkelijk verzoek van de consument met de uitvoering van de
overeenkomst is begonnen voor het verstrijken van de in artikel 4:28,
eerste of tweede lid, genoemde termijn.
4.Indien de consument gebruikt maakt van het inartikel 4:28, eerste of
tweede lid, bedoelde recht, betaalt de financiële onderneming de
consument zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertig
kalenderdagen nadat zij de kennisgeving van de ontbinding heeft
ontvangen, al hetgeen zij op grond van de overeenkomst op afstand van de
consument ontvangen heeft terug, verminderd met het in het tweede lid
bedoelde bedrag.
5.Indien de consument gebruik maakt van het inartikel 4:28, eerste of
tweede lid bedoelde recht, geeft hij de financiële onderneming zo
spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat hij
de kennisgeving van de ontbinding heeft verzonden, alle geldbedragen en
goederen terug die hij van de financiële onderneming op grond van de
overeenkomst op afstand heeft ontvangen.
Artikel 4:30
Van de artikelen 4:28 en 4:29 kan niet ten nadele van de consument
worden afgeweken.
Hoofdstuk 4.3. Aanvullende regels voor het werkzaam zijn op de
financiële markten betreffende bepaalde financiële diensten
Afdeling 4.3.1. Aanbieden
§ 4.3.1.1. Beleggingsobjecten
Artikel 4:30a
1.Een aanbieder van een beleggingsobject beschikt over een website en
heeft daarop een beleggingsobjectprospectus beschikbaar. Op verzoek van
een consument verstrekt de aanbieder deze onverwijld kosteloos een
beleggingsobjectprospectus.
2.Indien een beleggingsobject wordt aangeboden door tussenkomst van een
bemiddelaar wordt het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in het eerste
lid, door de bemiddelaar verstrekt, tenzij de aanbieder en de
bemiddelaar zijn overeengekomen dat de aanbieder zelf aan deze
verplichting voldoet. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3.Het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in het eerste lid, bevat
uitsluitend bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens die
op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze in
het beleggingsobjectprospectus worden opgenomen. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
wijze van verstrekking van het beleggingsobjectprospectus.
4.Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden
afgeweken van de verplichting een beleggingsobjectprospectus beschikbaar
te hebben en te verstrekken.
5.Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het
beleggingsobjectprospectus, bedoeld in het eerste lid.
§ 4.3.1.2. Elektronisch geld
Artikel 4:31
1. Een elektronischgeldinstelling geeft elektronisch geld uitsluitend
uit tegen de nominale waarde en in ruil voor ontvangen geld.
2. Een elektronischgeldinstelling kent aan een houder van elektronisch
geld geen voordelen toe die samenhangen met de lengte van de periode dat
die houder het elektronisch geld aanhoudt.
3. Een elektronischgeldinstelling wisselt geldmiddelen die door haar
worden ontvangen met de intentie deze om te wisselen voor elektronisch
geld, direct om in elektronisch geld.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de omwisseling bedoeld in het derde lid.
Artikel 4:31a
Een elektronischgeldinstelling betaalt de nominale waarde van het
aangehouden elektronisch geld terug wanneer de houder van het
elektronisch geld daarom verzoekt en neemt daarbij artikel 521a van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
Artikel 4:31b
Een elektronischgeldinstelling legt de terugbetalingsrechten van
personen die betalingen met het door de elektronischgeldinstelling
uitgegeven elektronisch geld aanvaarden, vast in een overeenkomst met
die personen.
§ 4.3.1.3. Krediet
Artikel 4:32
1. Een aanbieder van krediet neemt deel aan een stelsel van
kredietregistratie dat aan alle aanbieders van krediet die gevestigd
zijn in een lidstaat toegang biedt onder dezelfde voorwaarden.
2. Indien een aanbieder van krediet op grond van de raadpleging van een
stelsel van kredietregistratie besluit een consument geen krediet te
verlenen, stelt hij de consument onverwijld en kosteloos in kennis van
het resultaat van deze raadpleging en van de details van het
geraadpleegde gegevensbestand.
3. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden
afgeweken van het eerste lid.
Artikel 4:33
1. Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet
verstrekt de aanbieder van krediet, indien van toepassing op basis van
de door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie,
aan de consument informatie met het oog op een adequate beoordeling van
het krediet.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in
afwijking van het eerste lid een aanbieder van krediet in daarbij te
bepalen gevallen de in het eerste lid bedoelde informatie geheel of
gedeeltelijk na het aangaan van de overeenkomst verstrekt.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de voorwaarden waaraan de informatie, bedoeld in het eerste lid,
voldoet.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van
krediet worden aangewezen waarop het eerste lid niet van toepassing is.
5. Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de
informatie, bedoeld in het eerste lid.
6. Het eerste lid is niet van toepassing op een aanbieder van krediet
indien het krediet wordt aangeboden door tussenkomst van een
bemiddelaar, anders dan als nevenactiviteit.
Artikel 4:34
1. Voor de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet, of een
belangrijke verhoging van de kredietlimiet, dan wel de som van de
bedragen die op grond van een bestaande overeenkomst inzake krediet aan
de consument ter beschikking zijn gesteld, wint een aanbieder van
krediet in het belang van de consument informatie in over diens
financiële positie en beoordeelt hij, ter voorkoming van
overkreditering van de consument, of het aangaan van de overeenkomst
onderscheidenlijk de belangrijke verhoging verantwoord is.
2. De aanbieder gaat geen overeenkomst inzake krediet aan met een
consument en gaat niet over tot een belangrijke verhoging van de
kredietlimiet of de som van de bedragen die op grond van een bestaande
kredietovereenkomst aan de consument ter beschikking zijn gesteld indien
dit, met het oog op overkreditering van de consument, onverantwoord is.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Artikel 4:35
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding.
Artikel 4:36
Een gemeentelijke kredietbank wordt opgericht en opgeheven bij een
daartoe strekkend besluit van de gemeenteraad of door middel van het
treffen van een gemeenschappelijke regeling door gemeenteraden van twee
of meer gemeenten. Het besluit of de gemeenschappelijke regeling, wordt
onderworpen aan de goedkeuring van gedeputeerde staten.
Artikel 4:37
1.Voor de bedrijfsvoering van een gemeentelijke kredietbank wordt een
reglement vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders
of, indien de gemeentelijke kredietbank is ingesteld door middel van het
treffen van een gemeenschappelijke regeling, door de betrokken
gemeenteraden van de aan de regeling deelnemende gemeenten, waarin voor
het aanbieden van krediet in het kader van het uitoefenen van haar
publieke taak ten minste voorschriften staan opgenomen die overeenkomen
met het ingevolge afdeling 4.2.1, afdeling 4.2.2, afdeling 4.2.3,
afdeling 4.2.5, artikel 4:32, artikel 4:33, paragraaf 4.3.8.1. en de
hoofdstukken IV en V van de Wet op het consumentenkrediet bepaalde.
2.Het reglement wordt onderworpen aan de goedkeuring van gedeputeerde
staten.
3.Het toezicht op de naleving van het reglement door de gemeentelijke
kredietbank:
a. wordt uitgevoerd door het algemeen bestuur van de gemeentelijke
kredietbank, in het geval dat de gemeentelijke kredietbank is opgericht
door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling en geen
privaatrechtelijke rechtsvorm heeft;
b. wordt in het geval dat de gemeentelijke kredietbank een
privaatrechtelijke rechtsvorm heeft gewaarborgd doordat:
1°. de meerderheid van het bestuur wordt benoemd op voordracht van een
gemeenteraad of een college van burgemeester en wethouders van een of
meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke kredietbank werkzaamheden
verricht;
2°. de meerderheid van de Raad van Toezicht wordt benoemd op voordracht
van een gemeenteraad of van een college van burgemeester en wethouders
van een of meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke kredietbank
werkzaamheden verricht;
3°. de jaarrekening en begroting van de gemeentelijke kredietbank
worden goedgekeurd door een gemeenteraad of door een college van
burgemeester en wethouders van een of meer gemeenten waarvoor de
gemeentelijke kredietbank werkzaamheden verricht; of
c. wordt, indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn,
uitgevoerd door het college van burgemeester en wethouders.
4.De vereisten genoemd in het derde lid, onderdeel b, onder 1° tot en
met 3°, zijn niet van toepassing op een gemeentelijke kredietbank met
een privaatrechtelijke rechtsvorm indien een negatief exploitatiesaldo
wordt aangezuiverd door een of meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke
kredietbank werkzaam is.
Artikel 4:37a
1.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde
worden de voorschriften in acht genomen zoals opgenomen in richtlijn nr.
2007/16/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart
2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot
coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten
(icbe’s) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft (PbEU
L 79).
2.Een wijziging van richtlijn nr. 2007/16/EG van de Commissie van de
Europese Gemeenschappen van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn
85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor
collectieve belegging in effecten (icbe’s) wat de verduidelijking van
bepaalde definities betreft (PbEU L 79) gaat voor de toepassing van deze
paragraaf gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken
wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
§ 4.3.1.4. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling
Artikel 4:38
1. Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:53, aanhef en
onderdeel b, en 4:62, is niet van toepassing op beheerders met zetel in
een andere lidstaat die via het verrichten van diensten instellingen
voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of
rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in
effecten in Nederland aanbieden, instellingen voor collectieve belegging
in effecten met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die
instellingen verbonden bewaarders.
2. Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:53, aanhef en
onderdeel b, 4:59a tot en met 4:59e en 4:62, is niet van toepassing op
beheerders met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland
gelegen bijkantoor instellingen voor collectieve belegging in effecten
met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen
voor collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden.
3. Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:46, 4:49, 4:50,
tweede en derde lid, 4:51, 4:52 en 4:53, is niet van toepassing op
beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat,
beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel
aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.
Artikel 4:39
Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van
een beheerder, beleggingsmaatschappij, bewaarder of pensioenbewaarder.
Artikel 4:40
De personen die het dagelijks beleid van een beheerder of
beleggingsmaatschappij met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun
werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.
Artikel 4:41
Een beheerder is statutair bestuurder van elke door hem beheerde
beleggingsmaatschappij met zetel in Nederland.
Artikel 4:42
Een beheerder die een beleggingsfonds beheert, treft maatregelen opdat:
a. de activa van het beleggingsfonds ten behoeve van de deelnemers
worden verkregen door een van de beheerder onafhankelijke bewaarder; en
b. de bewaarder slechts met medewerking van de beheerder over de
vermogensbestanddelen van het beleggingsfonds kan beschikken.
Artikel 4:43
1.Indien de activa van een beleggingsinstelling door een bewaarder
worden bewaard, gaat de beheerder van de beleggingsinstelling met de
bewaarder een schriftelijke overeenkomst inzake beheer en bewaring aan.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de inhoud van de tussen de beheerder en een bewaarder te
sluiten overeenkomst inzake beheer en bewaring.
Artikel 4:44
1. Als bewaarder treedt slechts op een rechtspersoon met als enig
statutair doel het bewaren van activa en het administreren van de
goederen waar een beleggingsinstelling in belegt.
2. De activa van een beleggingsfonds worden bewaard door een bewaarder
die uitsluitend ten behoeve van het beleggingsfonds bewaart, indien op
grond van het beleggingsbeleid van het desbetreffende beleggingsfonds
een reëel risico bestaat dat het vermogen van het beleggingsfonds
ontoereikend zal zijn voor voldoening van vorderingen bedoeld inartikel
4:45, eerste lid, en het eigen vermogen van de bewaarder ontoereikend
zal zijn voor voldoening van dergelijke vorderingen.
3. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het tweede lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs
niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te
bereiken anderszins worden bereikt.
4. Het tweede lid is niet van toepassing op subfondsen.
Artikel 4:45
1. Het vermogen van een beleggingsfonds dient uitsluitend tot voldoening
van vorderingen die voortvloeien uit:
a. schulden die verband houden met het beheer en het bewaren van het
fonds; en
b. rechten van deelneming.
2. Indien het vermogen van een beleggingsfonds bij vereffening
ontoereikend is voor voldoening van de vorderingen, dient het vermogen
van het beleggingsfonds ter voldoening van de vorderingen in de volgorde
van het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid zijn andere vorderingen verhaalbaar
op het vermogen van een beleggingsfonds indien vaststaat dat de in het
eerste lid bedoelde vorderingen zullen kunnen worden voldaan en dat in
de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan.
4. Indien de in het eerste lid bedoelde vorderingen niet volledig uit
het vermogen van het beleggingsfonds kunnen worden voldaan, dient het
vermogen van de bewaarder eerst ter voldoening van de vorderingen in de
volgorde van het eerste lid en vervolgens van de overige vorderingen,
behoudens de door de wet erkende andere redenen van voorrang.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op
beleggingsmaatschappijen waarop richtlijn nr. 1977/91/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1976 betreffende de
oprichting van de naamloze vennootschap, als ook de instandhouding en
wijziging van haar kapitaal (PbEG L 26) van toepassing is.
Artikel 4:46
1.Een beheerder beschikt over een website.
2.De beheerder rangschikt informatie op de website, voorzover relevant,
per afzonderlijke door hem beheerde beleggingsinstelling.
3.De beheerder vermeldt het adres van de website in het prospectus,
bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, in de halfjaarcijfers en in het
jaarverslag van de beheerder en de door hem beheerde
beleggingsinstellingen, bedoeld in artikel 4:51, eerste en tweede lid.
4.Indien de beheerder ingevolge deze wet beschikbaar te stellen of te
verstrekken informatie op zijn website publiceert of anderszins in
elektronische vorm beschikbaar stelt, vermeldt hij daarbij dat
desgevraagd een afschrift van die informatie wordt verstrekt en, indien
van toepassing, welke kosten daaraan verbonden zijn.
Artikel 4:46a
1.Telkens wanneer een beleggingsinstelling rechten van deelneming
aanbiedt, verkoopt, inkoopt of daarop terugbetaalt, bepaalt de beheerder
de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming en publiceert hij
deze onverwijld op zijn website, onder vermelding van het moment waarop
de bepaling van de intrinsieke waarde plaatsvond.
2.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de
verplichting de intrinsieke waarde te publiceren, indien de aanvrager
aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de
doeleinden die met die verplichting worden beoogd te bereiken anderszins
worden bereikt.
Artikel 4:47
1. Een beheerder heeft op zijn website de voorwaarden die gelden tussen
een door hem beheerde beleggingsinstelling en de deelnemers beschikbaar.
2. Een beheerder maakt een voorstel tot wijziging van de voorwaarden als
bedoeld in het eerste lid bekend in een advertentie in een landelijk
verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer
alsmede op zijn website. De beheerder licht het voorstel tot wijziging
van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking
van het voorstel tot wijziging stelt de beheerder de Autoriteit
Financiële Markten hiervan in kennis. Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de inhoud van de
advertentie en de toelichting op de website van de beheerder.
3. Een beheerder maakt een wijziging van de voorwaarden als bedoeld in
het eerste lid bekend in een advertentie in een landelijk verspreid
Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn
website voor zover deze wijziging afwijkt van het voorstel, bedoeld in
het tweede lid. De beheerder licht de wijziging van de voorwaarden toe
op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de wijziging stelt
de beheerder de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis.
4. Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het eerste
lid, rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten
aan de deelnemers worden opgelegd, wordt de wijziging tegenover de
deelnemers niet ingeroepen voordat een maand is verstreken na de
bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen
deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden.
5. Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het eerste
lid, het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling wordt gewijzigd,
wordt de wijziging niet ingevoerd voordat een maand is verstreken na de
bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen
deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden.
6. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het tweede lid, eerste volzin, het derde lid, eerste volzin, het vierde
of het vijfde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan
redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die met die
verplichting worden beoogd te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:48
1.Een beheerder heeft op zijn website een registratiedocument
beschikbaar waarin gegevens zijn opgenomen over de beheerder, de
beleggingsinstellingen die hij beheert of voornemens is te beheren en de
eventueel daaraan verbonden bewaarders.
2.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de gegevens die het registratiedocument ten minste moet
bevatten.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs
niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die het eerste lid beoogt
te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:49
1. Een beheerder heeft op zijn website een prospectus beschikbaar over
elke door hem beheerde beleggingsinstelling.
2. Het prospectus bevat ten minste:
a. de gegevens die voor beleggers noodzakelijk zijn om zich een oordeel
te vormen over de beleggingsinstelling en de daaraan verbonden kosten en
risico’s;
b. een verklaring van de beheerder dat hijzelf, de beleggingsinstelling
en de eventueel daaraan verbonden bewaarder voldoen aan de bij of
krachtens deze wet gestelde regels en dat het prospectus voldoet aan de
bij of krachtens deze wet gestelde regels;
c. een mededeling van een accountant, onder vermelding van zijn naam en
kantooradres, dat het prospectus de ingevolge deze wet voorgeschreven
gegevens bevat;
d. het registratiedocument van de beheerder, bedoeld in artikel 4:48,
eerste lid; en
e. bij algemene maatregel van bestuur te bepalen andere gegevens die op
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze in het
prospectus worden opgenomen.
3. Indien een beleggingsinstelling bestaat uit subfondsen, neemt de
beheerder de specifiek voor een subfonds geldende voorwaarden op in het
prospectus van de beleggingsinstelling.
4. Een beheerder actualiseert de gegevens die in het prospectus zijn
opgenomen zodra daartoe aanleiding bestaat.
5. De Autoriteit Financiële Markten kan verlangen dat het prospectus in
een of meer door haar te bepalen talen beschikbaar wordt gesteld indien
dit, gelet op de voorgenomen verspreiding van het prospectus,
noodzakelijk is voor een adequate informatieverschaffing aan het
publiek.
6. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het eerste of derde lid, alsmede van ingevolge het tweede lid bepaalde,
indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden
voldaan en dat de doeleinden die het eerste lid beoogt te bereiken
anderszins worden bereikt.
7. Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing ten aanzien
van beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming
verhandelbaar zijn en niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de
activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Artikel 4:50
1. Een beheerder verstrekt ten minste twee weken voordat rechten van
deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling worden
aangeboden aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van opname
van de beleggingsinstelling in het register als bedoeld in artikel 1:107
de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van de beheerder;
b. de naam en het adres van de beleggingsinstelling;
c. indien van toepassing: de namen van de personen die het dagelijks
beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen, de namen van de personen
die het beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen of mede bepalen en
de namen van de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is
met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de
beleggingsmaatschappij;
d. de naam en het adres van de eventueel aan de beleggingsinstelling
verbonden bewaarder;
e. de wijze van in- en verkoop van rechten van deelneming;
f. een beschrijving van het beleggingsbeleid van de
beleggingsinstelling;
g. de eventuele notering op een gereglementeerde markt;
h. de beoogde datum van het aanbieden van de rechten van deelneming; en
i. het fondsreglement van een beleggingsfonds indien het rechten van
deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten
betreft.
2. De beheerder stelt bij het aanbieden van de rechten van deelneming of
bij de schriftelijke aankondiging dat de rechten van deelneming zullen
worden aangeboden het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, het
fondsreglement of de statuten van de beleggingsinstelling en, voorzover
openbaargemaakt, de jaarrekening van de beleggingsinstelling over de
twee voorafgaande jaren kosteloos algemeen verkrijgbaar en publiceert
deze informatie op zijn website. In iedere bekendmaking waarin deze
rechten van deelneming worden aangeboden, worden de plaatsen vermeld
waar het prospectus voor het publiek verkrijgbaar is.
3. Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van
beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming verhandelbaar
zijn en niet op verzoek van de deelnemer ten laste van de activa direct
of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
4. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het tweede lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs
niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te
bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:51
1. Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder verstrekt binnen
vier maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële
Markten een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens als
bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid,
onderscheidenlijk 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek.
2. Een beheerder of beleggingsinstelling verstrekt binnen negen weken na
afloop van de eerste helft van het boekjaar halfjaarcijfers aan de
Autoriteit Financiële Markten.
3. De beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder stelt de
jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in het
eerste lid, en de halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid, op
overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met
uitzondering van artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor
zover het een beheerder betreft.
4. Indien een beleggingsinstelling bestaat uit subfondsen, neemt de
beheerder of de beleggingsinstelling de relevante financiële gegevens
met betrekking tot de subfondsen op in de jaarrekening, het jaarverslag
en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de
halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid, van de beleggingsinstelling.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot de verstrekking en de inhoud van de jaarrekening, het
jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en van de
halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid.
6. Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek kan de Autoriteit Financiële Markten op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het eerste, tweede of derde lid of van het op grond van het vijfde lid
bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet
kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te
bereiken anderszins worden bereikt.
7. Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op
beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten
tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende
gereglementeerde markt en niet op verzoek van de deelnemers ten laste
van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Artikel 4:52
1.Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder maakt binnen vier
maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening, het jaarverslag en
de overige gegevens, bedoeld inartikel 4:51, eerste lid, openbaar.
2.Een beheerder of beleggingsinstelling maakt binnen negen weken na
afloop van de eerste helft van het boekjaar de halfjaarcijfers, bedoeld
in artikel 4:51, tweede lid, openbaar.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot de openbaarmaking van de jaarrekening, het
jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en van de
halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid.
4.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het eerste of tweede lid of het op grond van het derde lid bepaalde,
indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden
voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken
anderszins worden bereikt.
Artikel 4:52a
Ten minste een maal per jaar voert een onafhankelijke deskundige een
waardering uit van de activa van een beleggingsinstelling die geen
financiële instrumenten zijn die zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met
een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 4:52b
Een beheerder of een beleggingsmaatschappij die beschikt over een
verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld inartikel 2:69a en een
bewaarder die belast is met de bewaring van de activa van de betreffende
beleggingsinstelling, maakt binnen vier maanden na afloop van het
boekjaar de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens,
bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, bekend aan de deelnemers.
Artikel 4:53
Indien van de in Nederland gevoerde of te voeren naam van een beheerder
of een beleggingsinstelling gevaar voor verwarring of misleiding is te
duchten, kan de Autoriteit Financiële Markten verlangen dat de
beheerder onderscheidenlijk de beleggingsinstelling:
a. de naam wijzigt; of
b. een verklarende vermelding aan de naam toevoegt.
Artikel 4:54
1.Een beleggingsmaatschappij die wordt beheerd door een beheerder
waarvan de vergunning is ingetrokken of een beleggingsmaatschappij
waarvan de vergunning is ingetrokken, kan op verzoek van de Autoriteit
Financiële Markten door de rechtbank worden ontbonden.
2.Het vermogen van een beleggingsfonds dat wordt beheerd door een
beheerder waarvan de vergunning is ingetrokken, kan op verzoek van de
Autoriteit Financiële Markten door een of meer door de rechtbank aan te
wijzen vereffenaars binnen een door de rechtbank te bepalen termijn
worden vereffend.
3.Een beleggingsmaatschappij of het vermogen van een beleggingsfonds kan
tevens op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door de
rechtbank worden ontbonden onderscheidenlijk door een of meer door de
rechtbank aan te wijzen vereffenaars binnen een door de rechtbank te
bepalen termijn worden vereffend, indien:
a. de vergunning van de beheerder van de beleggingsinstelling zodanig is
gewijzigd dat die vergunning niet langer strekt tot het beheer van het
beleggingsfonds of de beleggingsmaatschappij;
b. de beleggingsinstelling of haar beheerder:
1°. binnen een termijn van twaalf maanden na de oprichting geen
activiteiten heeft verricht;
2°. uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de beleggingsinstelling
geen activiteiten zal verrichten;
3°. haar onderscheidenlijk zijn activiteiten gedurende een termijn van
meer dan zes maanden heeft gestaakt;
4°. kennelijk heeft opgehouden beleggingsinstelling te zijn;
5°. niet voldoet aan deze wet; of
6°. niet of niet genoegzaam uitvoering heeft gegeven aan een aanwijzing
als bedoeld in artikel 1:75.
4.De ontbinding, bedoeld in het eerste of derde lid, en de vereffening,
bedoeld in het tweede of derde lid, vindt niet eerder plaats dan nadat
het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning onherroepelijk
is geworden.
Artikel 4:55
Indien een beheerder de inkoop of terugbetaling van rechten van
deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling opschort, stelt
hij de Autoriteit Financiële Markten en, indien het een beheerder van
een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft, de
toezichthoudende instantie van elke lidstaat waar de rechten van
deelneming in de beleggingsinstelling worden verhandeld, onverwijld
daarvan op de hoogte.
Artikel 4:55a
Een beheerder of beleggingsmaatschappij die beschikt over een verklaring
van ondertoezichtstelling als bedoeld inartikel 2:69a en die voornemens
is de Autoriteit Financiële Markten te verzoeken die verklaring in te
trekken, maakt dit voornemen ten minste zes maanden voor indiening van
het verzoek bekend aan de deelnemers van de beleggingsinstelling.
Gelijktijdig met de bekendmaking van het voornemen stelt de beheerder of
de beleggingsmaatschappij de Autoriteit Financiële Markten daarvan op
de hoogte. De Autoriteit Financiële Markten neemt een verzoek als
bedoeld in de eerste volzin dat niet of niet tijdig bekend is gemaakt
niet eerder in behandeling dan zes maanden na de datum waarop het
voornemen bekend is gemaakt.
Artikel 4:55b
Indien een beheerder van een master-instelling voor collectieve
belegging in effecten de inkoop, terugbetaling of inschrijving van
rechten van deelneming in een door hem beheerde master-instelling voor
collectieve belegging in effecten tijdelijk opschort, kan een beheerder
van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten
onverminderd artikel 4:55 besluiten in dezelfde periode de inkoop,
terugbetaling of inschrijving van rechten van deelneming in de door hem
beheerde feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten op te
schorten.
Artikel 4:56
1.De activa van een instelling voor collectieve belegging in effecten
die een beleggingsmaatschappij is, worden bewaard door een van haar
onafhankelijke bewaarder. Onder bij algemene maatregel van bestuur te
stellen voorwaarden kan van dit vereiste worden afgeweken.
2.Artikel 4:42, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 4:57
1. Een bewaarder van een instelling voor collectieve belegging in
effecten heeft zijn zetel in Nederland of een in Nederland gelegen
bijkantoor.
2. De bewaarder verstrekt op verzoek van de Autoriteit Financiële
Markten alle informatie die de bewaarder bij de uitoefening van zijn
taken heeft verworven en die de Autoriteit Financiële Markten
redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van het toezicht op de naleving
van het ingevolge deze wet bepaalde door de instelling voor collectieve
belegging in effecten.
Artikel 4:57a
1. Een bewaarder van een master-instelling voor collectieve belegging in
effecten meldt aan de Autoriteit Financiële Markten, de
feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten of, indien van
toepassing, de beheerder en bewaarder van de feeder-instelling voor
collectieve belegging in effecten de onregelmatigheden waarvan zij bij
de uitvoering van haar werkzaamheden ten aanzien van de
master-instelling voor collectieve belegging in effecten kennis heeft
gekregen en die geacht worden een negatief effect op de
feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten te zullen
hebben.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld met betrekking tot de onregelmatigheden, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 4:57b
1. Indien een master-instelling voor collectieve belegging in effecten
en een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten
verschillende bewaarders hebben, sluiten de bewaarders een overeenkomst
tot uitwisseling van informatie.
2. Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten
verstrekt aan haar bewaarder alle informatie over de master-instelling
voor collectieve belegging in effecten die de bewaarder nodig heeft voor
de uitvoering van haar taken.
3. Een bewaarder als bedoeld in het eerste lid is niet aansprakelijk
voor een beperking van informatieverstrekking aan de andere bewaarder
vanwege een contractuele beperking die voortvloeit uit een overeenkomst
met derden of ingevolge de wet is bepaald.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:57c
1. Indien een master-instelling voor collectieve belegging in effecten
en een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten
verschillende accountants hebben, sluiten de accountants een
overeenkomst tot uitwisseling van informatie.
2. Een accountant van een feeder-instelling voor collectieve belegging
in effecten betrekt in zijn accountantsverslag het accountantsverslag
van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten. Indien
de afsluitingsdatum van het boekjaar van de master-instelling voor
collectieve belegging in effecten afwijkt van de afsluitingsdatum van
het boekjaar van de feeder-instelling voor collectieve belegging in
effecten stelt de accountant van de master-instelling voor collectieve
belegging in effecten een ad hoc-verslag op, waarvan de afsluitingsdatum
gelijk is aan de afsluitingsdatum van het boekjaar van de
feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.
3. Een accountant van een feeder-instelling voor collectieve belegging
in effecten vermeldt in zijn accountantsverslag:
a. de door hem geconstateerde onregelmatigheden in het
accountantsverslag van de master-instelling voor collectieve belegging
in effecten; en
b. de gevolgen van deze onregelmatigheden voor de feeder-instelling voor
collectieve belegging in effecten.
4. Een accountant als bedoeld in het eerste lid is niet aansprakelijk
voor een beperking van de informatieverstrekking aan de andere
accountant vanwege een contractuele beperking die voortvloeit uit een
overeenkomst met derden of ingevolge de wet is bepaald.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:58
Een instelling voor collectieve belegging in effecten die een
beleggingsmaatschappij is, heeft een aparte beheerder tenzij de
beleggingsmaatschappij een eigen vermogen heeft van ten minste€
300.000.
Artikel 4:59
1. Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in
effecten heeft zijn zetel in een lidstaat.
2. De werkzaamheden van de beheerder van een instelling voor collectieve
belegging in effecten zijn beperkt tot het beheer van
beleggingsinstellingen, het beheren van individuele vermogens, het
adviseren over financiële instrumenten en bewaarneming en administratie
van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in
effecten.
Artikel 4:59a
1. Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in
effecten voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen van
belangenconflicten.
2. Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in
effecten zorgt ervoor dat de door hem beheerde instellingen voor
collectieve belegging in effecten en de deelnemers van de door hem
beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten op billijke
wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict
onvermijdelijk blijkt te zijn.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot het beleid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:59b
1. Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in
effecten zet zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor
de door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten
en de deelnemers van de door hem beheerde instellingen voor collectieve
belegging in effecten en onthoudt zich van gedragingen die schadelijk
zijn voor de integriteit van de markt.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de verwerking van orders, het verstrekken van
informatie aan deelnemers over de uitgevoerde opdrachten tot
inschrijving, inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming en het
verschaffen of ontvangen van een beloning of vergoeding, in welke vorm
dan ook, in verband met het beheer van beleggingen en de administratie.
Artikel 4:59c
1. Bij het uitvoeren van orders namens instellingen voor collectieve
belegging in effecten neemt een beheerder alle redelijke maatregelen om
het best mogelijke resultaat voor de door hem beheerde instellingen voor
collectieve belegging in effecten te behalen, rekening houdend met de
prijs, de kosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en
afwikkeling, de omvang en de aard van de order en alle andere voor de
uitvoering van de order relevante aspecten.
2. Bij de bepaling van het relatieve gewicht van de factoren, bedoeld in
het eerste lid, neemt de beheerder de volgende aspecten in aanmerking:
a. de doelstellingen, beleggingsstrategie en risico’s met betrekking
tot de instellingen voor collectieve belegging in effecten, zoals
opgenomen in het prospectus, de statuten of het fondsreglement van de
desbetreffende instellingen voor collectieve belegging in effecten;
b. de kenmerken van de order;
c. de kenmerken van de financiële instrumenten waarop de order
betrekking heeft; en
d. de kenmerken van de plaatsen van uitvoering waar de order kan worden
geplaatst.
3. Teneinde te voldoen aan het eerste lid stelt een beheerder adequate
regelingen vast en ziet hij toe op de naleving van deze regelingen. Een
beheerder stelt in ieder geval een beleid vast dat hem in staat stelt om
bij de uitvoering van orders voor de door hem beheerde instellingen voor
collectieve belegging in effecten het best mogelijke resultaat te
behalen.
4. Met de uitvoering van een order wordt pas een begin gemaakt na
instemming van de beleggingsmaatschappij met het orderuitvoeringsbeleid.
5. Een beheerder stelt de deelnemers van de instellingen voor
collectieve belegging in effecten in kennis van het
orderuitvoeringsbeleid en over wezenlijke veranderingen daarvan.
6. Een beheerder ziet periodiek toe op de doeltreffendheid van zijn
uitvoeringsregelingen en orderuitvoeringsbeleid om tekortkomingen te
achterhalen en te corrigeren. Het orderuitvoeringsbeleid wordt jaarlijks
geëvalueerd. Een dergelijke evaluatie wordt ook telkens verricht
wanneer zich een wezenlijke verandering voordoet in de mogelijkheden van
de beheerder om het best mogelijke resultaat te behalen voor de door hem
beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten.
7. Een beheerder zorgt ervoor dat hij kan aantonen dat de orders die hij
namens de instelling voor collectieve belegging in effecten heeft
uitgevoerd in overeenstemming zijn met het orderuitvoeringsbeleid.
Artikel 4:59d
1. Een beheerder neemt alle redelijke maatregelen om het best mogelijke
resultaat voor de door hem beheerde instellingen voor collectieve
belegging in effecten te behalen bij het plaatsen van orders met
betrekking tot financiële instrumenten bij derden. Daarbij rekening
houdend met de factoren, bedoeld in artikel 4:59c, eerste lid, en het
relatieve gewicht van deze factoren dat wordt bepaald aan de hand van de
criteria, bedoeld in artikel 4:59c, tweede lid.
2. De beheerder stelt een beleid vast dat hem in staat stelt te voldoen
aan het eerste lid. In het beleid worden voor alle categorieën van
financiële instrumenten de derden genoemd bij wie de orders worden
geplaatst. De genoemde derden moeten beschikken over
orderuitvoeringsregelingen die de beheerder in staat stelt aan zijn
verplichtingen uit hoofde van dit artikel te voldoen wanneer hij orders
ter uitvoering plaatst bij deze derden.
3. De beheerder verstrekt de deelnemers van de instellingen voor
collectieve belegging in effecten voldoende informatie over het
overeenkomstig het tweede lid vastgestelde beleid en over wezenlijke
veranderingen daarvan.
4. De beheerder houdt periodiek toezicht op de doeltreffendheid van het
beleid, bedoeld in het tweede lid, en met name op de
uitvoeringskwaliteit van de in het beleid genoemde derden en corrigeert
in voorkomend geval eventuele tekortkomingen.
5. De beheerder evalueert jaarlijks het vastgestelde beleid, bedoeld in
het tweede lid, en gaat daarbij met name de kwaliteit van uitvoering van
orders van instellingen voor collectieve belegging in effecten door de
in dit beleid genoemde derden na en corrigeert eventuele tekortkomingen
in het beleid.
Een dergelijke evaluatie wordt ook telkens verricht wanneer zich een
wezenlijke verandering voordoet in de mogelijkheden van de beheerder om
steeds het best mogelijke resultaat voor de door hem beheerde
instellingen voor collectieve belegging in effecten te behalen.
6. De beheerder zorgt ervoor dat hij kan aantonen dat de orders die hij
namens de instelling voor collectieve belegging in effecten heeft
geplaatst, in overeenstemming zijn met het beleid, bedoeld in het tweede
lid.
Artikel 4:59e
1. Een beheerder past procedures en regelingen toe die een
onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders namens de
instellingen voor collectieve belegging in effecten garanderen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot de procedures en regelingen, bedoeld in het eerste
lid.
Artikel 4:60
1. Het statutaire doel of reglementaire doel van een instelling voor
collectieve belegging in effecten is uitsluitend het beleggen met
toepassing van het beginsel van risicospreiding in bij algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen financiële instrumenten.
2. De rechten van deelneming in een instelling voor collectieve
belegging in effecten worden zonder beperkingen in Nederland aangeboden
en worden op verzoek van een deelnemer direct of indirect ten laste van
de activa van de beleggingsinstelling ingekocht of terugbetaald.
3. De werkzaamheden van een instelling voor collectieve belegging in
effecten die een beleggingsmaatschappij is, zijn beperkt tot het beheer
van haar vermogen.
4. Het is een instelling voor collectieve belegging in effecten verboden
haar statuten of reglementen zodanig te wijzigen dat zij niet meer
voldoet aan het eerste tot en met derde lid.
5. Een wijziging van de statuten of reglementen als bedoeld in het
vierde lid is nietig. Op verzoek van het openbaar ministerie benoemt de
rechter een bewindvoerder met de macht om de gevolgen van de nietige
handeling ongedaan te maken.
6. Bij het ongedaan maken van de gevolgen van de nietige handeling
handelt de bewindvoerder mede in het belang van de deelnemers in de
beleggingsinstelling.
Artikel 4:61
1.Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot de bedrijfsvoering van en informatieverstrekking door
instellingen voor collectieve belegging in effecten en bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot
het beleggen door instellingen voor collectieve belegging in effecten.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de
Autoriteit Financiële Markten volgens daarbij te stellen regels
ontheffing kan verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde met
betrekking tot het beleggen door instellingen voor collectieve belegging
in effecten.
Artikel 4:61a
1. Een master-instelling voor collectieve belegging in effecten maakt
een voornemen tot liquidatie bekend aan haar deelnemers en aan de
toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de
feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.
2. De master-instelling voor collectieve belegging in effecten wordt
niet geliquideerd voordat drie maanden zijn verstreken na de
bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien een master-instelling voor collectieve belegging in effecten
met zetel in Nederland of met zetel in een andere lidstaat wordt
geliquideerd, wordt een feeder-instelling voor collectieve belegging in
effecten eveneens geliquideerd, tenzij de Autoriteit Financiële Markten
instemt met een belegging van de feeder-instelling voor collectieve
belegging in effecten als bedoeld in het vierde lid.
4. Indien een master-instelling voor collectieve belegging in effecten
wordt geliquideerd kan een feeder-instelling voor collectieve belegging
in effecten na instemming van de Autoriteit Financiële Markten:
a. ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen beleggen in rechten
van deelneming in een andere master-instelling voor collectieve
belegging in effecten; of
b. haar statuten of fondsreglement zodanig wijzigen dat zij wordt
omgezet in een instelling voor collectieve belegging in effecten niet
zijnde een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de te volgen procedure voor het verkrijgen
van instemming, bedoeld in het vierde lid.
Artikel 4:61b
1. Indien een master-instelling voor collectieve belegging in effecten
fuseert met een andere instelling voor collectieve belegging in effecten
of wordt gesplitst in twee of meer instellingen voor collectieve
belegging in effecten, wordt een feeder-instelling voor collectieve
belegging in effecten geliquideerd tenzij de Autoriteit Financiële
Markten instemt met het voornemen van de feeder-instelling voor
collectieve belegging in effecten om:
a. ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen te beleggen in
rechten van deelneming in een master-instelling voor collectieve
belegging in effecten of een andere instelling voor collectieve
belegging in effecten ontstaan als gevolg van de fusie of splitsing;
b. ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen te beleggen in
rechten van deelneming in een master-instelling voor collectieve
belegging in effecten die niet is ontstaan als gevolg van de fusie of
splitsing; of
c. haar statuten of fondsreglement zodanig te wijzigen dat zij wordt
omgezet in een instelling voor collectieve belegging in effecten, niet
zijnde een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.
2. Indien de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten
een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, stelt
de master-instelling voor collectieve belegging in effecten de
feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten in de
gelegenheid om voor het ingaan van de fusie of splitsing de rechten van
deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging in
effecten ter inkoop of terugbetaling aan de master-instelling voor
collectieve belegging in effecten aan te bieden.
3. Een verdwijnende master-instelling voor collectieve belegging in
effecten verstrekt zestig dagen voor de beoogde ingangsdatum van de
fusie of splitsing informatie over de voorgenomen fusie, met
inachtneming van het ingevolge artikel 4:62g, eerste lid, bepaalde
onderscheidenlijk daarmee vergelijkbare informatie over de voorgenomen
splitsing aan haar deelnemers en aan de toezichthoudende instantie van
de lidstaat van de zetel van haar feeder-instellingen voor collectieve
belegging in effecten.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de te volgen procedure voor het verkrijgen
van instemming met het voornemen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:62
1. Een beheerder die in Nederland rechten van deelneming aanbiedt in een
door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten met
zetel in een andere lidstaat stelt in Nederland de gegevens en
bescheiden met betrekking tot die instelling voor collectieve belegging
in effecten die hij openbaar dient te maken overeenkomstig de regels,
gesteld door de andere lidstaat, beschikbaar. De gegevens en bescheiden
worden verstrekt op de wijze zoals ingevolge deze wet is bepaald.
2. De essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 78, eerste
lid, van de herziene richtlijn beleggingsinstellingen, wordt verstrekt
in de Nederlandse of een andere door de Autoriteit Financiële Markten
goedgekeurde taal.
3. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, met
uitzondering van de essentiële beleggersinformatie, worden verstrekt in
de Nederlandse taal, een andere door de Autoriteit Financiële Markten
goedgekeurde taal of in een taal die in de internationale financiële
kringen gebruikelijk is.
4. De beheerder, bedoeld in het eerste lid, draagt met inachtneming van
de toepasselijke Nederlandse wettelijke bepalingen zorg voor de
uitkeringen op, de inkoop van of terugbetaling op de rechten van
deelneming in Nederland.
§ 4.3.1.4a. Fusie tussen instellingen voor collectieve belegging in
effecten
Artikel 4:62a
Een binnenlandse en grensoverschrijdende fusie kan plaatsvinden door een
rechtshandeling van twee of meer instellingen voor collectieve belegging
in effecten waarbij:
a. een bestaande instelling voor collectieve belegging in effecten onder
algemene titel alle activa en passiva van de verdwijnende instelling
voor collectieve belegging in effecten verkrijgt en waarbij de
deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in
effecten rechten van deelneming verkrijgen in de verkrijgende instelling
voor collectieve belegging in effecten, eventueel met een bijbetaling
van maximaal tien procent van de intrinsieke waarde van deze rechten van
deelneming;
b. door twee of meer instellingen voor collectieve belegging in effecten
een nieuwe instelling voor collectieve belegging in effecten wordt
opgericht die onder algemene titel alle activa en passiva verkrijgt van
de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten en
waarbij de deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve
belegging in effecten rechten van deelneming verkrijgen in de op te
richten instelling voor collectieve belegging in effecten, eventueel met
een bijbetaling van maximaal tien procent van de intrinsieke waarde van
deze rechten van deelneming; of
c. een verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten
blijft bestaan totdat haar schulden zijn voldaan en haar netto activa
worden samengevoegd met die van een verkrijgende instelling voor
collectieve belegging in effecten en waarbij de deelnemers van de
verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten rechten
van deelneming verkrijgen in de verkrijgende instelling voor collectieve
belegging in effecten.
Artikel 4:62b
1. Een verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten
met zetel in Nederland stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis
van een voorgenomen fusie met een verkrijgende instelling voor
collectieve belegging in effecten.
2. De verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten
geeft geen uitvoering aan de voorgenomen fusie voordat de Autoriteit
Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.
3. De kennisgeving van de voorgenomen fusie geschiedt onder opgave van
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens en
in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen taal.
4. De Autoriteit Financiële Markten beoordeelt de mogelijke gevolgen
van de voorgenomen fusie voor de deelnemers van de betrokken instelling
voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland teneinde
na te gaan of aan de deelnemers de juiste informatie zal worden
verstrekt.
5. De Autoriteit Financiële Markten kan aan de verdwijnende instelling
voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland
voorschrijven dat de te verstrekken informatie aan haar deelnemers wordt
verduidelijkt.
6. Indien de door de verdwijnende instelling voor collectieve belegging
in effecten, bedoeld in het eerste lid, ingediende gegevens onvolledig
zijn, stelt de Autoriteit Financiële Markten de instelling voor
collectieve belegging in effecten hiervan binnen tien werkdagen na
ontvangst van de gegevens, bedoeld in het derde lid, op de hoogte en
stelt zij haar binnen een redelijke termijn in de gelegenheid om de
gegevens aan te vullen.
7. Indien de gegevens, bedoeld in het derde lid volledig zijn, verstrekt
de Autoriteit Financiële Markten bij een grensoverschrijdende fusie een
afschrift van die gegevens aan de toezichthoudende instantie van de
verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel
in een andere lidstaat.
Artikel 4:62c
1. Bij een grensoverschrijdende fusie kan de Autoriteit Financiële
Markten aan de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in
effecten met zetel in Nederland voorschrijven dat de te verstrekken
informatie aan haar deelnemers wordt aangepast binnen vijftien werkdagen
na ontvangst van de volledige informatie, bedoeld in artikel 39, tweede
lid, van de herziene richtlijn beleggingsinstellingen van de
toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de
verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten. De
Autoriteit Financiële Markten doet hiervan mededeling aan de
toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de
verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten.
2. De Autoriteit Financiële Markten deelt de toezichthoudende instantie
van de lidstaat van de zetel van de verdwijnende instelling voor
collectieve belegging in effecten binnen twintig werkdagen na ontvangst
van de door de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in
effecten aangepaste informatie mede of de informatie adequaat is
aangepast.
Artikel 4:62d
1. De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voorgenomen
binnenlandse fusie indien:
a. de voorgenomen fusie voldoet aan het ingevolge de artikelen 4:62b,
4:62een 4:62f bepaalde;
b. de beheerder van de verkrijgende instelling voor collectieve
belegging in effecten op grond van artikel 2:123, vijfde lid, rechten
van deelneming kan aanbieden in de lidstaten waar de verdwijnende
instelling voor collectieve belegging in effecten haar rechten van
deelneming mag aanbieden; en
c. de te verstrekken informatie aan de deelnemers van de verdwijnende
instelling voor collectieve belegging in effecten en de verkrijgende
instelling voor collectieve belegging in effecten volledig is.
2. De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voorgenomen
grensoverschrijdende fusie indien:
a. de voorgenomen fusie voldoet aan het ingevolge de artikelen 4:62b,
4:62c,4:62e en 4:62f bepaalde;
b. de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten op
grond van artikel 93 van de herziene richtlijn beleggingsinstellingen
rechten van deelneming in Nederland mag aanbieden of in de andere
lidstaten waar de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in
effecten haar rechten van deelneming mag aanbieden; en
c. de te verstrekken informatie aan de deelnemers volledig is.
3. De Autoriteit Financiële Markten stelt binnen twintig werkdagen, na
ontvangst van de volledige informatie, de aanvrager in kennis van haar
besluit om al dan niet in te stemmen met de voorgenomen fusie.
4. In geval van een grensoverschrijdende fusie als bedoeld in het tweede
lid stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende
instantie van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in
effecten in kennis van haar besluit om al dan niet in te stemmen met de
voorgenomen fusie.
Artikel 4:62e
1. De verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten en
de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten
stellen een gemeenschappelijk fusievoorstel op.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de inhoud van het gemeenschappelijk fusievoorstel en de
controle van de juistheid van de in het gemeenschappelijk fusievoorstel
opgenomen gegevens.
Artikel 4:62f
1. Een verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten
vraagt een accountant om onderzoek te doen naar de juistheid van de
volgende gegevens:
a. de criteria voor de waardering van de activa en, indien van
toepassing, de passiva voor de berekening van de ruilverhouding;
b. de intrinsieke waarde per recht van deelneming;
c. de berekeningsmethode voor de ruilverhouding van de rechten van
deelneming; en
d. de feitelijke ruilverhouding.
2. De accountant stelt van het onderzoek naar de juistheid van de
gegevens, bedoeld in het eerste lid, een verslag op.
3. Een afschrift van het verslag van de accountant wordt door de
beheerder van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in
effecten of van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in
effecten op verzoek kosteloos verstrekt aan de deelnemers van de bij de
fusie betrokken instellingen voor collectieve belegging in effecten, de
Autoriteit Financiële Markten en de betrokken toezichthoudende
instanties.
Artikel 4:62g
1. Een verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten en
een verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten
verstrekken hun deelnemers kosteloos correcte en nauwkeurige informatie
over de voorgenomen fusie.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de deelnemers
verstrekt nadat de Autoriteit Financiële Markten en indien van
toepassing de betrokken toezichthoudende instantie met de fusie heeft
ingestemd.
3. De informatie wordt aan de deelnemers verstrekt ten minste dertig
dagen voor de laatste dag waarop de deelnemers hun rechten van
deelneming kunnen laten inkopen, terugbetalen of zo mogelijk omzetten in
rechten van deelneming in een andere instelling voor collectieve
belegging in effecten.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de inhoud, de vorm en de wijze waarop de
informatie over de voorgenomen fusie wordt verstrekt.
Artikel 4:62h
1. Nadat de deelnemers van een verdwijnende instelling voor collectieve
belegging in effecten en een verkrijgende instelling voor collectieve
belegging in effecten in kennis zijn gesteld van de voorgenomen fusie
ingevolgeartikel 4:62g worden de deelnemers door de betrokken instelling
voor collectieve belegging in effecten in de gelegenheid gesteld hun
rechten van deelneming zonder andere kosten dan de kosten ter dekking
van de desinvesteringskosten in de situaties zoals omschreven in de
prospectussen van de betrokken instellingen voor collectieve belegging
in effecten, in te laten kopen, terug te laten betalen of zo mogelijk om
te laten zetten in rechten van deelneming in een andere instelling voor
collectieve belegging in effecten met een soortgelijk beleggingsbeleid
dat wordt beheerd door dezelfde beheerder of door een andere beheerder
waarmee de beheerder is verbonden door een gezamenlijke bedrijfsvoering,
een gezamenlijke zeggenschapsuitoefening of door een gekwalificeerde
deelneming.
2. De deelnemers kunnen op grond van het eerste lid hun rechten van
deelneming zonder kosten in laten kopen, terug laten betalen of zo
mogelijk om laten zetten in rechten van deelneming in een andere
instelling voor collectieve belegging in effecten tot vijf werkdagen
voor de dag waarop de verhouding voor de omruiling van de rechten van
deelneming wordt bepaald op grond van artikel 4:62j, eerste of tweede
lid.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan een beheerder van een
instelling voor collectieve belegging in effecten, in afwijking van
artikel 4:55, een inschrijving op of, de inkoop of terugbetaling van de
rechten van deelneming tijdelijk opschorten na instemming van de
Autoriteit Financiële Markten indien dit in het belang is van de
deelnemers.
Artikel 4:62i
Een instelling voor collectieve belegging in effecten die een aparte
beheerder heeft, brengt de juridische kosten, administratiekosten of
advieskosten in verband met de voorbereiding en de afronding van een
fusie in rekening bij de beheerder.
Artikel 4:62j
1. In geval van een binnenlandse fusie, wordt de verhouding voor de
omruiling van rechten van deelneming in de verdwijnende instelling voor
collectieve belegging in effecten tegen rechten van deelneming in de
verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten en de
relevante intrinsieke waarde bij betaling in contanten bepaald op de dag
waarop de fusie van kracht wordt.
2. Indien de verhouding voor de omruiling van rechten van deelneming en
de bepaling van de intrinsieke waarde, bedoeld in het eerste lid, op de
dag waarop de fusie van kracht wordt niet mogelijk is, wordt deze
bepaald voor de eerst volgende dag waarop de verhandeling van de rechten
van deelneming in de verkrijgende instelling voor collectieve belegging
in effecten mogelijk is.
3. In geval van een grensoverschrijdende fusie zijn het eerste en tweede
lid van overeenkomstige toepassing op een verkrijgende instelling voor
collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland.
4. De beheerder van een verkrijgende instelling voor collectieve
belegging in effecten met zetel in Nederland maakt de ingangsdatum van
de fusie bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands
dagblad alsmede op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de
ingangsdatum van de fusie stelt de beheerder tevens de Autoriteit
Financiële Markten hiervan in kennis.
5. Een van kracht geworden binnenlandse of grensoverschrijdende fusie
kan niet meer worden vernietigd. Artikel 323 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
Artikel 4:62k
In geval van een fusie op grond van artikel 4:62astelt de beheerder van
de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten de
bewaarder van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in
effecten in kennis van de overdracht van de activa en in voorkomend
geval van de passiva.
§ 4.3.1.5. Verzekeringen
Artikel 4:63
1.Een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar draagt er zorg
voor dat in een individuele levensverzekering met een looptijd van meer
dan zes maanden onderscheidenlijk in een natura-uitvaartverzekering
uitdrukkelijk wordt bepaald dat de verzekeringnemer gedurende dertig
kalenderdagen vanaf de dag waarop hij van het sluiten van de verzekering
in kennis is gesteld, de verzekering met onmiddellijke ingang
schriftelijk of door middel van een voor de verzekeraar beschikbare en
toegankelijke duurzame drager kan opzeggen.
2.De kennisgeving van het sluiten van de verzekering, bedoeld in het
eerste lid, geschiedt schriftelijk of op een voor de verzekeringnemer
beschikbare en toegankelijke duurzame drager binnen vier weken na het
sluiten van de verzekering.
3.De opzegging door de verzekeringnemer heeft tot gevolg dat hij en de
levensverzekeraar onderscheidenlijk natura-uitvaartverzekeraar met
ingang van het tijdstip waarop de verzekeraar deze opzegging heeft
ontvangen, worden ontheven van alle uit deze verzekering voortvloeiende
verplichtingen.
4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op overeenkomsten die
strekken tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de
uitvaart van natuurlijke personen.
Artikel 4:64
De artikelen 4:65 tot en met 4:69 zijn niet van toepassing op:
a. rechtsbijstandverzekeraars met zetel in een andere lidstaat;
b. door een verzekeraar verleende rechtsbijstand voorzover deze
betrekking heeft op risico’s die verband houden met het gebruik van
zeeschepen; en
c. door een verzekeraar als bijkomend risico bij de branche
Hulpverlening verleende rechtsbijstand in een andere staat dan die waar
de verzekerde zijn woonplaats heeft, voorzover:
1°. deze rechtsbijstand deel uitmaakt van een verzekering die alleen
betrekking heeft op hulpverlening; en
2°. in de overeenkomst afzonderlijk is verklaard dat de
rechtsbijstanddekking is beperkt tot rechtsbijstand in een andere staat
dan die waar de verzekerde zijn woonplaats heeft en slechts een
aanvulling vormt op de hulpverlening.
Artikel 4:65
1. Een rechtsbijstandverzekeraar die uitsluitend de branche
Rechtsbijstand uitoefent:
a. richt zijn bedrijfsvoering zodanig in dat de personeelsleden die zich
bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van
juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet
tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten
behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële
of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent;
b. vertrouwt de werkzaamheden met betrekking tot de
rechtsbijstandschaderegeling toe aan een juridisch zelfstandig
schaderegelingkantoor en vermeldt dit schaderegelingkantoor in de
overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking; of
c. neemt in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking de bepaling
op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de verzekering recht
heeft op rechtsbijstand, de behartiging van zijn belangen mag
toevertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde
deskundige van zijn keuze.
2. Een rechtsbijstandverzekeraar die naast de branche Rechtsbijstand een
andere branche uitoefent:
a. vertrouwt de werkzaamheden met betrekking tot de
rechtsbijstandschaderegeling toe aan een juridisch zelfstandig
schaderegelingkantoor en vermeldt dit schaderegelingkantoor in de
overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking; of
b. neemt in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking de bepaling
op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de verzekering recht
heeft op rechtsbijstand, de behartiging van zijn belangen mag
toevertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde
deskundige van zijn keuze.
3. Een rechtsbijstandverzekeraar vertrouwt werkzaamheden met betrekking
tot de rechtsbijstandschaderegeling alleen toe aan een
schaderegelingkantoor als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het
tweede lid, onderdeel a, dat zijn bedrijfsvoering zodanig inricht dat de
personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich
bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van
juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet
tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten
behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het
schaderegelingkantoor financiële, commerciële of administratieve
banden heeft.
Artikel 4:66
Indien een overeenkomst van verzekering tevens risico’s van een andere
branche dekt, draagt een rechtsbijstandverzekeraar er zorg voor dat de
inhoud van de rechtsbijstanddekking wordt opgenomen in een afzonderlijke
overeenkomst of in een afzonderlijk hoofdstuk van de overeenkomst.
Artikel 4:67
1.Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de
overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald
dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens
bevoegde deskundige te kiezen indien:
a. een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige wordt verzocht de
belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve
procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of
b. zich een belangenconflict voordoet.
2.Dit artikel is niet van toepassing op rechtsbijstandverzekeraars die
toepassing hebben gegeven aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, of
4:65, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4:68
1.Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de
overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt
voorzien in een scheidsrechterlijke procedure of een andere procedure
die met een scheidsrechterlijke procedure vergelijkbare garanties inzake
objectiviteit biedt, teneinde te bepalen welke gedragslijn er bij
verschil van mening tussen de verzekeraar onderscheidenlijk het
juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor en de verzekerde zal worden
gevolgd voor de regeling van het geschil waarvoor een beroep op de
rechtsbijstandverzekering wordt gedaan.
2.Dit artikel is niet van toepassing op rechtsbijstandverzekeraars die
toepassing hebben gegeven aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, of
artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4:69
1.Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat telkens wanneer
zich een belangenconflict voordoet of er een verschil van mening bestaat
over de regeling van het geschil de verzekerde op de hoogte wordt
gebracht van het in artikel 4:67 bedoelde recht of van de mogelijkheid
gebruik te maken van de in artikel 4:68bedoelde procedure.
2.Dit artikel is niet van toepassing op rechtsbijstandverzekeraars die
toepassing hebben gegeven aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, of
artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4:70
1.Een schadeverzekeraar die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen
uitoefent vanuit een vestiging in Nederland:
a. is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. komt zijn verplichtingen na jegens het Waarborgfonds Motorverkeer uit
hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
c. komt zijn verplichtingen na tot kennisgeving uit hoofde van artikel
13, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
jegens het overheidsorgaan aldaar bedoeld; en
d. zorgt ervoor dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen.
2.Een schadeverzekeraar met zetel in Nederland die de branche
Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent of een schadeverzekeraar met
zetel in een staat die geen lidstaat is die de branche Aansprakelijkheid
motorrijtuigen uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor
stelt in iedere andere lidstaat een persoon als schaderegelaar aan. De
schaderegelaar is belast met het namens de schadeverzekeraar behandelen
en afwikkelen van vorderingen van benadeelden die aanspraak kunnen maken
op schadevergoeding ten gevolge van feiten veroorzaakt door deelneming
aan het verkeer van motorrijtuigen die gewoonlijk zijn gestald en
verzekerd in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de
benadeelde en die zich ofwel hebben voorgedaan in een andere lidstaat
dan die van de woonplaats van de benadeelde, ofwel in een staat die geen
lidstaat is waar een nationaal bureau werkzaam is dat overeenkomt met
het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van deWet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
3.De schaderegelaar heeft zijn vestiging in de lidstaat waar hij is
aangesteld. Vorderingen van benadeelden als bedoeld in het tweede lid
behandelt hij en wikkelt hij af in de officiële taal of de officiële
talen van die lidstaat.
4.De schaderegelaar houdt zich namens de schadeverzekeraar niet bezig
met de uitoefening van het bedrijf van verzekeraar. Evenmin wordt hij
beschouwd als een vestiging van de schadeverzekeraar in de zin van
verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22
december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en
de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG
L 12), of in de zin van het Verdrag van Brussel van 27 september 1968
betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van de
beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG C 27).
5.De schadeverzekeraar, bedoeld in het tweede lid, meldt binnen twee
weken na de aanvang van de uitoefening van de branche Aansprakelijkheid
motorrijtuigen aan het Informatiecentrum, bedoeld in artikel 27b van de
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, en aan het
informatiecentrum in iedere andere lidstaat de naam en het adres van de
door hem in iedere lidstaat aangestelde schaderegelaar. De
schadeverzekeraar stelt de in de eerste volzin bedoelde informatiecentra
binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres
van de desbetreffende schaderegelaar.
6.De schadeverzekeraar van degene die de schade heeft veroorzaakt, zijn
schaderegelaar of het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, geeft binnen drie
maanden na de datum waarop een benadeelde zijn verzoek tot
schadevergoeding heeft ingediend:
a. een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding indien de
aansprakelijkheid niet wordt betwist en de omvang van de schade is
vastgesteld; of
b. een met redenen omkleed antwoord op alle punten van het verzoek tot
schadevergoeding indien de aansprakelijkheid wordt betwist of de omvang
van de schade nog niet volledig is vastgesteld.
Artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
7.De schadeverzekeraar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, legt
binnen twee weken na de aanvang van de uitoefening van de branche
Aansprakelijkheid motorrijtuigen aan de Autoriteit Financiële Markten
een door hem ondertekende verklaring over dat zijn voorwaarden van
verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen gestelde eisen.
8.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen
van het eerste of tweede lid aan een schadeverzekeraar die geen
aansprakelijkheden dekt ten aanzien waarvan de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is en die de
risico’s van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitsluitend
als bijkomende risico’s dekt.
Artikel 4:71
1.Een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland die de branche
Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent door middel van het
verrichten van diensten naar Nederland:
a. is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. komt zijn verplichtingen na jegens het Waarborgfonds Motorverkeer uit
hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
c. komt zijn verplichtingen na tot kennisgeving uit hoofde van artikel
13, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
jegens het overheidsorgaan aldaar bedoeld;
d. zorgt ervoor dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen; en
e. heeft een persoon als schade-afhandelaar aangesteld die zijn
vestiging in Nederland heeft en die belast is met het namens hem
afwikkelen van vorderingen van benadeelden als bedoeld in artikel 1 van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
2.De schade-afhandelaar beschikt over voldoende bevoegdheden om de
schadeverzekeraar zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
3.Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de
branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de schadeverzekeraar aan
de Autoriteit Financiële Markten de akte van aanstelling van de
schade-afhandelaar over waaruit diens naam, adres en bevoegdheden
blijken.
4.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot:
a. de omstandigheden waaronder de schade-afhandelaar ophoudt
schade-afhandelaar te zijn; en
b. de opvolging van de schade-afhandelaar.
5.Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de
branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de schadeverzekeraar aan
de Autoriteit Financiële Markten een door hem ondertekende verklaring
over dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen.
6.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen
van het eerste lid aan een schadeverzekeraar die geen aansprakelijkheden
dekt ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen van toepassing is en die de risico’s van de branche
Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitsluitend als bijkomende risico’s
dekt.
7.In geval van communautaire co-assurantie is dit artikel slechts van
toepassing op de schadeverzekeraar die als eerste schadeverzekeraar
optreedt.
§ 4.3.1.6. Premiepensioenvorderingen
Artikel 4:71a
1. Onverminderd het derde lid en behoudens vorderingen door pand of
hypotheek gedekt, worden de volgende vorderingen verhaald op het
pensioenvermogen in de volgende volgorde:
a. vorderingen van de premiepensioeninstelling die verband houden met
het beheer over de pensioenregeling en het bewaren van het
pensioenvermogen;
b. vorderingen van pensioendeelnemers en pensioengerechtigden.
2. Vorderingen die niet worden genoemd in het eerste lid, worden eerst
dan voldaan indien de vorderingen, bedoeld in het eerste lid, zijn
voldaan en indien vaststaat dat in de toekomst zodanige vorderingen niet
meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens
de door de wet erkende redenen van voorrang.
3. In geval van een faillietverklaring van een premiepensioeninstelling
of een pensioenbewaarder worden de boedelschulden, overeenkomstig de
bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de
betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel,
hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in
een openbaar register in een andere lidstaat.
Artikel 4:71b
1. Indien op grond van het beleggingsbeleid dat wordt gevoerd in verband
met een pensioenregeling een reëel risico bestaat dat het
pensioenvermogen en het eigen vermogen van de premiepensioeninstelling
ontoereikend zullen zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in
artikel 4:71a, eerste lid, draagt de premiepensioeninstelling de
eigendom van het pensioenvermogen ten behoeve van de pensioendeelnemers
en pensioengerechtigden over aan een onafhankelijke pensioenbewaarder
die uitsluitend het pensioenvermogen behorende bij die pensioenregeling
bewaart.
2. Als pensioenbewaarder treedt slechts op een rechtspersoon met als
enig statutair doel het zijn van eigenaar van het pensioenvermogen en
het zijn van schuldenaar van schulden van het pensioenvermogen inzake
een enkele pensioenregeling.
3. De premiepensioeninstelling treft maatregelen opdat de
pensioenbewaarder slechts met haar medewerking over de bestanddelen van
het pensioenvermogen zal beschikken.
Artikel 4:71c
1. Een premiepensioeninstelling voert een premieregeling slechts uit
nadat zij terzake daarvan met de bijdragende onderneming een
overeenkomst heeft gesloten.
2. Een premiepensioeninstelling draagt de eigendom van een
pensioenvermogen slechts over aan een pensioenbewaarder nadat zij met
deze een overeenkomst inzake het beheer en de bewaring van het
pensioenvermogen heeft gesloten.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de inhoud van de in de vorige leden bedoelde
overeenkomsten.
Artikel 4:71d
1. Een premiepensioeninstelling draagt er zorg voor dat de door of
namens haar verstrekte informatie aan pensioendeelnemers of
pensioengerechtigden geen afbreuk doet aan ingevolge het derde tot en
met zesde lid te verstrekken informatie.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, is feitelijk juist,
begrijpelijk en niet misleidend.
3. Onverminderd de informatie die moet worden verstrekt aan
pensioendeelnemers of pensioengerechtigden op grond van het op de
pensioenregeling toepasselijke recht, verstrekt een
premiepensioeninstelling pensioendeelnemers en pensioengerechtigden:
a. op hun verzoek:
1°. de jaarrekening en het jaarverslag in verband met de premieregeling
die hen recht geeft op het ontvangen van een pensioenuitkering of
ingevolge waarvan de pensioengerechtigden een pensioenuitkering
ontvangen;
2°. de in artikel 3:267a bedoelde verklaring inzake de
beleggingsbeginselen;
b. bij wijzigingen in de voorschriften van een pensioenregeling, binnen
een redelijke termijn alle informatie die redelijkerwijs relevant is
voor een adequate beoordeling van die wijzigingen.
4. Een premiepensioeninstelling verstrekt pensioendeelnemers op hun
verzoek alle informatie die voor hen redelijkerwijs relevant is voor een
adequate beoordeling van:
a. indien van toepassing, het niveau van de uitkering in geval van
beëindiging van de dienstbetrekking;
b. wanneer de pensioendeelnemer de verantwoordelijkheid voor beleggingen
heeft overgenomen, alle beschikbare beleggingsmogelijkheden, indien van
toepassing, en de feitelijke beleggingsportefeuille, evenals gegevens
over de risicopositie en de kosten in verband met de beleggingen;
c. de modaliteiten voor de overdracht van aanspraken op een andere
instelling ingeval van beëindiging van de dienstbetrekking.
5. Een premiepensioeninstelling verstrekt pensioendeelnemers jaarlijks
beknopte informatie over de situatie van de premiepensioeninstelling en
over de actuele waarde van de totale individuele aanspraken.
6. Een premiepensioeninstelling verstrekt een pensioengerechtigde bij
zijn pensionering of op het moment dat de premiepensioeninstelling tot
het uitbetalen van een andere uitkering dan een uitkering in verband met
de pensionering verschuldigd wordt, alle informatie die redelijkerwijs
relevant is voor een adequate beoordeling van de uitkering waarop de
pensioengerechtigde aanspraak kan maken en de wijze van uitbetaling van
deze uitkering.
§ 4.3.1.7. Provisie
Artikel 4:17e
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de provisie die een arbeider betaalt of
verschaft en de wijze van uitbetaling daarvan.
Afdeling 4.3.2. Adviseren
Artikel 4:72
1. Een adviseur die het aanbevolen financiële product niet tevens
aanbiedt of met betrekking tot het aanbevolen financiële product niet
tevens een beleggingsdienst verleent, bemiddelt, optreedt als
gevolmachtigde agent of optreedt als ondergevolmachtigde agent,
informeert de consument of, indien het een verzekering betreft, de
cliënt uiterlijk tegelijk met zijn advies over de volgende onderwerpen:
a. dat hij:
1°. adviseert op grond van een objectieve analyse;
2°. een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer
aanbieders te adviseren, in welk geval hij de consument
onderscheidenlijk de cliënt desgevraagd tevens de namen van deze
aanbieders meedeelt; of
3°. geen contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer
aanbieders te adviseren en hij niet adviseert op grond van een
objectieve analyse, in welk geval hij de consument onderscheidenlijk de
cliënt desgevraagd tevens de namen meedeelt van de aanbieders waarvoor
hij adviseert of kan adviseren;
b. op welke wijze hij wordt beloond;
c. of hij een gekwalificeerde deelneming in een bepaalde aanbieder
houdt;
d. of een bepaalde aanbieder of een bepaalde moedermaatschappij van een
aanbieder een gekwalificeerde deelneming in hem houdt; en
e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
2. Een objectieve analyse als bedoeld in het eerste lid is een analyse
van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare vergelijkbare
financiële producten die de adviseur in staat stelt een financieel
product aan te bevelen dat aan de behoeften van de consument of, indien
het een verzekering betreft, de cliënt voldoet.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot:
a. de vorm en de wijze van verstrekking van de in het eerste lid
bedoelde informatie;
b. de objectieve analyse; en
c. de beloning of de vergoeding voor het adviseren over financiële
producten, in welke vorm ook, en de wijze van uitbetaling daarvan.
4. Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de op
grond van het eerste lid verstrekte informatie.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op
adviseurs in verzekeringen van grote risico’s.
6. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Afdeling 4.3.3. Bemiddelen
§ 4.3.3.1. Algemeen
Artikel 4:73
1. Een bemiddelaar informeert voorafgaande aan de totstandkoming van een
overeenkomst inzake een financieel product de consument of, indien het
een verzekering betreft, de cliënt over de volgende onderwerpen:
a. dat hij:
1°. adviseert op grond van een objectieve analyse;
2°. een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer
aanbieders te bemiddelen, in welk geval hij de consument
onderscheidenlijk de cliënt desgevraagd tevens de namen van deze
aanbieders mededeelt; of
3°. geen contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer
aanbieders te bemiddelen en hij niet adviseert op grond van een
objectieve analyse, in welk geval hij de consument onderscheidenlijk de
cliënt desgevraagd tevens de namen mededeelt van de aanbieders waarvoor
hij bemiddelt of kan bemiddelen;
b. op welke wijze hij wordt beloond;
c. of hij een gekwalificeerde deelneming in een bepaalde aanbieder
houdt;
d. of een bepaalde aanbieder of een moedermaatschappij van een bepaalde
aanbieder een gekwalificeerde deelneming in hem houdt; en
e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
2. Een objectieve analyse als bedoeld in het eerste lid is een analyse
van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare vergelijkbare
financiële producten die de bemiddelaar in staat stelt een financieel
product aan te bevelen dat aan de behoeften van de consument of, indien
het een verzekering betreft, de cliënt voldoet.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot:
a. de vorm en wijze van verstrekking van de in het eerste lid bedoelde
informatie;
b. de objectieve analyse; en
c. de beloning of de vergoeding voor het bemiddelen in financiële
producten, in welke vorm ook, en de wijze van uitbetaling daarvan.
4. Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de op
grond van het eerste lid verstrekte informatie.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op
bemiddelaars in verzekeringen van grote risico’s.
6. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
§ 4.3.3.2. Krediet
Artikel 4:74
1.Het is een bemiddelaar in krediet of een onderbemiddelaar in krediet
verboden ter zake van het krediet een beloning of vergoeding, in welke
vorm dan ook, te bedingen of te aanvaarden van dan wel in rekening te
brengen aan een ander dan de aanbieder van het krediet onderscheidenlijk
de bemiddelaar in krediet voor wie de onderbemiddelaar bemiddelt.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, teneinde een zorgvuldige
bemiddeling in krediet te bevorderen, regels worden gesteld met
betrekking tot de in het eerste lid bedoelde beloning of vergoeding en
de wijze van uitbetaling daarvan.
3.Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden
afgeweken van het eerste lid.
4.Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn
vernietigbaar.
Artikel 4:74a
Artikel 4:33, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing op een bemiddelaar in krediet, tenzij de bemiddelaar slechts
bij wijze van nevenactiviteit bemiddelt in krediet.
§ 4.3.3.3. Verzekeringen
Artikel 4:75
1.Een bemiddelaar in verzekeringen beschikt over een
beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare
voorziening.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de
daarmee vergelijkbare voorziening.
3.Bij ministeriële regeling wordt de hoogte vastgesteld van de dekking
van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare
voorziening.
4.Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op:
a. bemiddelaars in verzekeringen die een door de Nederlandsche Bank
verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank
hebben;
b. bemiddelaars in verzekeringen die een door de Nederlandsche Bank
verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar
hebben;
c. bemiddelaars in verzekeringen als bedoeld inartikel 2:81, tweede lid,
voorzover de verzekeraars voor wie zij bemiddelen een door de
Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het
bedrijf van verzekeraar hebben; en
d. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat.
5.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Afdeling 4.3.4. Herverzekeringsbemiddelen
Artikel 4:76
1.Een herverzekeringsbemiddelaar beschikt over een
beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare
voorziening.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de
daarmee vergelijkbare voorziening.
3.Bij ministeriële regeling wordt de hoogte vastgesteld van de dekking
van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare
voorziening.
4.Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op:
a. herverzekeringsbemiddelaars die een door de Nederlandsche Bank
verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank
hebben;
b. herverzekeringsbemiddelaars die een door de Nederlandsche Bank
verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar
hebben; en
c. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
5.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Afdeling 4.3.5. Optreden als clearinginstelling
Artikel 4:77
1.De voorwaarden die een clearinginstelling hanteert voor toelating van
cliënten zijn objectief en openbaar.
2.Een clearinginstelling voert een adequaat beleid ter zake van het
voorkomen van belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen
haar cliënten onderling.
3.Een clearinginstelling zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke
wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict
onvermijdelijk blijkt te zijn.
4.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
5.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het eerste of tweede lid bepaalde, indien de aanvrager
aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de
doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:78
1.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de informatieverstrekking door een clearinginstelling aan
de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een
clearinginstelling aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van
het toezicht op de naleving van dit deel.
Afdeling 4.3.6. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde
agent
Artikel 4:79
1.De aan een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent te
verlenen volmacht of ondervolmacht wordt schriftelijk verleend en wordt
opgemaakt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen
model.
2.Een volmacht kan door de volmachtverlenende verzekeraar worden
beperkt.
3.Een ondervolmacht kan zowel door de volmachtverlenende verzekeraar als
door diens gevolmachtigde, zolang de volmacht van de gevolmachtigde van
kracht is, worden beperkt. De ondergevolmachtigde geldt jegens de
verzekeraar niet als derde.
4.Beperkingen van de volmacht of de ondervolmacht kunnen niet aan derden
worden tegengeworpen.
Artikel 4:80
1.De beëindiging van een volmacht van een gevolmachtigde agent heeft
geen werking tegen derden tot het tijdstip waarop de verzekeraar of de
gevolmachtigde agent van die beëindiging mededeling heeft gedaan aan de
Autoriteit Financiële Markten en de Autoriteit Financiële Markten het
register, bedoeld in artikel 1:107, heeft aangepast.
2.Ingeval een volmacht is beëindigd, kan de verzekeraar de
gevolmachtigde agent wiens volmacht is vervallen, belasten met het
beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde
verzekeringsportefeuille. De verzekeraar kan ook op andere wijze in het
beheer en de afwikkeling van die portefeuille voorzien.
3.De artikelen 1:104, derde lid, en 4:4, tweede lid, zijn niet van
toepassing op de gevolmachtigde agent, indien de verzekeraar in geval
van beëindiging van de volmacht gebruik maakt van het in het tweede lid
bedoelde recht om op een andere wijze dan door belasting van de
gevolmachtigde agent te voorzien in het beheer en de afwikkeling van de
door de gevolmachtigde agent gevormde verzekeringsportefeuille.
Artikel 4:81
1.Het bepaalde in artikel 4:80 met betrekking tot een gevolmachtigde
agent is van overeenkomstige toepassing op een ondergevolmachtigde
agent.
2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder de verzekeraar,
bedoeld inartikel 4:80, mede verstaan de gevolmachtigde agent in zijn
hoedanigheid van verlener van ondervolmachten.
Afdeling 4.3.7. Verlenen van beleggingsdiensten, verrichten van
beleggingsactiviteiten en systematische interne afhandeling
§ 4.3.7.1. Algemeen
Artikel 4:82
De artikelen 4:83, 4:84, en 4:87, tweede lid, onderdeel b, zijn niet van
toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het
bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning
hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling
een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van
ondertoezichtstelling hebben. Artikel 4:85, eerste lid, is niet van
toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het
bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning
hebben.
Artikel 4:83
1.Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van
een beleggingsonderneming.
2.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen
van het eerste lid aan een beleggingsonderneming die een natuurlijke
persoon is en maatregelen heeft genomen die, gelet op de aard en de
omvang van haar werkzaamheden, adequaat zijn om anderszins de belangen
van haar cliënten te beschermen.
3.Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
rechtspersonen en vennootschappen die door een natuurlijke persoon
worden geleid.
Artikel 4:84
1.De personen die het dagelijks beleid van een beleggingsonderneming met
zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband
daarmee vanuit Nederland.
2.De personen die het dagelijks beleid bepalen van een in Nederland
gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming met zetel in een staat
die geen lidstaat is, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee
vanuit dat bijkantoor.
Artikel 4:85
1.Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland verstrekt binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten
een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens als bedoeld in de
artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid, onderscheidenlijk 392,
eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek.
2.Voorzover de beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet
aan Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is onderworpen, is
deze titel van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, het
jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot de verstrekking van de jaarrekening, het jaarverslag
en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.
4.Een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is,
verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening
en een jaarverslag aan de Autoriteit Financiële Markten. Het derde lid
is van overeenkomstige toepassing.
5.De jaarrekening van de beleggingsonderneming, bedoeld in het vierde
lid, is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een
met een verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring,
afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge
het recht van de staat waar de beleggingsonderneming haar zetel heeft,
bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken.
6.Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek kan de Autoriteit Financiële Markten op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
dit artikel, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs
niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te
bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:86
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een
beleggingsonderneming aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve
van het toezicht op de naleving van dit deel.
Artikel 4:87
1. Een beleggingsonderneming treft adequate maatregelen:
a. ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende
gelden en financiële instrumenten; en
b. ter voorkoming van het gebruik van die gelden of financiële
instrumenten, behoudens uitdrukkelijke instemming van de cliënt indien
het financiële instrumenten betreft, voor eigen rekening door de
beleggingsonderneming.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld met betrekking tot:
a. de maatregelen ter bescherming van de rechten van de cliënt en ter
voorkoming van het gebruik van financiële instrumenten of gelden van de
cliënt; en
b. de wijze waarop instemming kan worden verkregen van de cliënt voor
het gebruik van diens financiële instrumenten voor eigen rekening door
de beleggingsonderneming.
3. Het is een verbonden agent niet toegestaan financiële instrumenten
dan wel gelden die toebehoren aan een cliënt onder zich te houden.
Artikel 4:88
1.Een beleggingsonderneming, met inbegrip van haar bestuurders,
werknemers en verbonden agenten of een persoon die rechtstreeks of
onrechtstreeks is verbonden door een zeggenschapsband, voert een
adequaat beleid ter zake van het voorkomen en beheersen van
belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen haar
cliënten onderling.
2.Een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke
wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict
onvermijdelijk blijkt te zijn. In dat geval stelt een
beleggingsonderneming – alvorens over te gaan tot het doen van zaken
– haar cliënten op de hoogte van het belangenconflict.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde beleid en het
informeren van cliënten bij een belangenconflict als bedoeld in het
tweede lid.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 4:12, eerste lid, onderdeel c,
richt een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat de
bedrijfsvoering van een in Nederland gelegen bijkantoor zodanig in dat
deze niet in strijd is met het eerste en tweede lid.
5.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:89
1.Een beleggingsonderneming legt met betrekking tot iedere cliënt een
dossier aan met documenten waarin de wederzijdse rechten en
verplichtingen van de beleggingsonderneming en de cliënt zijn
beschreven.
2.Een beleggingsonderneming sluit met iedere cliënt een overeenkomst
die schriftelijk of anderszins op een duurzame drager wordt vastgelegd
en in het dossier, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen. Deze
overeenkomst vormt de uitsluitende grondslag voor de beleggingsdiensten
die de beleggingsonderneming aan de cliënt verleent en bevat in ieder
geval de wederzijdse rechten en verplichtingen van de cliënt en de
beleggingsonderneming.
3.Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot de inhoud van de overeenkomst.
4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het verlenen van
beleggingsdiensten aan professionele beleggers.
5.De rechten en verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid,
kunnen worden beschreven door middel van verwijzing naar andere
documenten of wetteksten.
Artikel 4:89a
1.Een verbonden agent informeert de cliënt bij het opnemen van contact
over of voorafgaande aan het verlenen van een beleggingsdienst, als
bedoeld in de onderdelen a, d en e van de definitie van het verlenen van
een beleggingsdienst in artikel 1:1, over de volgende onderwerpen:
a. in welke hoedanigheid hij optreedt;
b. dat hij een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een
beleggingsonderneming op te treden, hij deelt de cliënt tevens de naam
van de beleggingsonderneming mede;
c. op welke wijze hij wordt beloond; en
d. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot:
a. de vorm en wijze van verstrekking van de in het eerste lid bedoelde
informatie; en
b. de beloning of de vergoeding voor het verrichten van de
beleggingsdiensten, in welke vorm ook, en de wijze van uitbetaling
daarvan.
3.Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de op
grond van het eerste lid verstrekte informatie.
4.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden
die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:90
1.Een beleggingsonderneming zet zich bij het verlenen van
beleggingsdiensten of nevendiensten op eerlijke, billijke en
professionele wijze in voor de belangen van haar cliënten, handelt ook
bij het verrichten van beleggingsactiviteiten eerlijk, billijk en
professioneel en onthoudt zich van gedragingen die schadelijk zijn voor
de integriteit van de markt.
2.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de verwerking van orders en het verschaffen of ontvangen
van een provisie bij het verlenen van een beleggingsdiensten of
nevendiensten.
Artikel 4:90a
1. Bij het uitvoeren van orders met betrekking tot financiële
instrumenten voor rekening van cliënten neemt een beleggingsonderneming
alle redelijke maatregelen om het best mogelijke resultaat voor hen te
behalen, rekening houdend met de prijs van de financiële instrumenten,
de uitvoeringskosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering
en afwikkeling, de omvang, de aard en alle andere voor de uitvoering van
de order relevante aspecten. In geval van een specifieke instructie van
de cliënt met betrekking tot een order of een specifiek aspect van een
order voert een beleggingsonderneming die specifieke instructie uit.
2. Bij de bepaling van het relatieve gewicht van de in het eerste lid
genoemde factoren neemt de beleggingsonderneming de volgende aspecten in
aanmerking:
a. de kenmerken van de cliënt, waaronder diens kwalificatie
overeenkomstig artikel 4:18a;
b. de kenmerken van de order;
c. de kenmerken van de financiële instrumenten waarop de order
betrekking heeft;
d. de kenmerken van de plaatsen van uitvoering waar de order kan worden
uitgevoerd.
3. Bij het uitvoeren van een order voor een niet-professionele belegger
gaat een beleggingsonderneming voor de bepaling van het best mogelijke
resultaat uit van de totale tegenprestatie. Deze bestaat uit de prijs
van het financiële instrument en de uitvoeringskosten.
4. Wanneer in het orderuitvoeringsbeleid van de beleggingsonderneming
meerdere plaatsen van uitvoering genoemd zijn waar een order kan worden
uitgevoerd, vergelijkt de beleggingsonderneming de resultaten die voor
de cliënt zouden worden behaald bij het uitvoeren van de order op elk
van die plaatsen van uitvoering. Bij deze vergelijking houdt de
beleggingsonderneming rekening met de eigen provisies en kosten voor de
uitvoering van de order op elk van de in aanmerking komende plaatsen van
uitvoering.
5. Een beleggingsonderneming structureert haar provisies niet zodanig en
brengt deze niet zo in rekening dat deze uiteenlopen zonder dat deze
verschillen samenhangen met feitelijke verschillen in kosten tussen
verschillende plaatsen van uitvoering.
Artikel 4:90b
1.Teneinde te voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 4:90a,
eerste lid, stelt een beleggingsonderneming adequate regelingen vast en
ziet zij toe op de naleving van deze regelingen. Een
beleggingsonderneming stelt in ieder geval een beleid vast dat haar in
staat stelt om bij de uitvoering van orders met betrekking tot
financiële instrumenten van haar cliënten het best mogelijke resultaat
te behalen als bedoeld in artikel 4:90a, eerste lid, en past dit beleid
toe.
2.Het orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in het eerste lid, omvat voor elke
klasse financiële instrumenten informatie over de plaatsen van
uitvoering en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering
beïnvloeden. Het vermeldt in elk geval de plaatsen van uitvoering die
de beleggingsonderneming in staat stellen om consistent het best
mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te
behalen.
3.Een beleggingsonderneming verstrekt haar cliënten deugdelijke
informatie over haar orderuitvoeringsbeleid. Wanneer het
orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders anders dan
op een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit uit te
voeren, brengt de beleggingsonderneming haar cliënten van deze
mogelijkheid op de hoogte.
4.Met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel
instrument wordt pas na instemming van de cliënt met het
orderuitvoeringsbeleid een begin gemaakt.
5.Met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel
instrument anders dan op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit wordt pas na toestemming van de cliënt een begin
gemaakt.
6.Indien een specifieke instructie strijdig is met het
orderuitvoeringsbeleid wordt de order niet of in overeenstemming met die
specifieke instructie uitgevoerd. Het orderuitvoeringsbeleid kan niet
inhouden dat een order in strijd met specifieke instructies kan worden
uitgevoerd.
7.Een beleggingsonderneming ziet toe op de doeltreffendheid van haar
regelingen en beleid voor orderuitvoering om tekortkomingen te
achterhalen en te corrigeren. Zij gaat jaarlijks na of de in het
orderuitvoeringsbeleid opgenomen plaatsen van uitvoering tot het best
mogelijke resultaat voor de cliënt leiden dan wel of zij haar
uitvoeringsregelingen moet wijzigen. Een dergelijke beoordeling wordt
ook telkens verricht wanneer zich een wezenlijke verandering voordoet in
de mogelijkheden van de beleggingsonderneming om steeds het best
mogelijke resultaat te behalen bij de uitvoering van orders van haar
cliënten op de plaatsen van uitvoering die in haar uitvoeringsbeleid
zijn opgenomen.
8.Een beleggingsonderneming geeft haar cliënten kennis van wezenlijke
wijzigingen in haar orderuitvoeringsregelingen of haar
orderuitvoeringsbeleid.
9.Op verzoek van een cliënt toont een beleggingsonderneming aan deze
cliënt aan dat zij voor hem een order heeft uitgevoerd in
overeenstemming met het orderuitvoeringsbeleid, tenzij de order of een
specifiek aspect van de order is uitgevoerd volgens een specifieke
instructie van de cliënt.
10.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de informatieverstrekking aan niet-professionele
beleggers over het orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in het derde lid,
eerste volzin.
Artikel 4:90c
1.Een beleggingsonderneming neemt alle redelijke maatregelen om het best
mogelijke resultaat voor haar cliënten te behalen, rekening houdend met
de factoren genoemd in artikel 4:90a, eerste lid, en het relatieve
gewicht van deze factoren dat wordt bepaald aan de hand van de criteria,
genoemd in artikel 4:90a, tweede en derde lid, bij het:
a. bij derden plaatsen van orders met betrekking tot financiële
instrumenten ter uitvoering van beslissingen in verband met het beheren
van een individueel vermogen;
b. ter uitvoering doorgeven van orders van cliënten met betrekking tot
financiële instrumenten aan derden.
In geval van een specifieke instructie van de cliënt voor een order of
een specifiek aspect van een order plaatst de beleggingsonderneming de
order of geeft zij deze door overeenkomstig die specifieke instructie.
2.De beleggingsonderneming stelt een beleid vast dat haar in staat stelt
te voldoen aan het eerste lid en past dit beleid toe. In het beleid
worden voor alle categorieën van financiële instrumenten de derden
genoemd bij wie de orders worden geplaatst of aan wie de
beleggingsonderneming orders ter uitvoering doorgeeft. De genoemde
derden moeten beschikken over orderuitvoeringsregelingen die de
beleggingsonderneming in staat stellen aan haar verplichtingen uit
hoofde van dit artikel te voldoen wanneer zij orders ter uitvoering
plaatst bij of doorgeeft aan deze derden.
3.De beleggingsonderneming verstrekt haar cliënten voldoende informatie
over het overeenkomstig het tweede lid vastgestelde beleid.
4.De beleggingsonderneming evalueert het overeenkomstig het tweede lid
vastgestelde beleid jaarlijks, gaat daarbij met name de kwaliteit van
uitvoering van orders van cliënten door de in dit beleid genoemde
derden na en corrigeert eventuele tekortkomingen in het beleid. Een
dergelijke evaluatie wordt ook telkens verricht wanneer zich een
wezenlijke verandering voordoet in de mogelijkheden van de
beleggingsonderneming om steeds het best mogelijke resultaat voor haar
cliënten te behalen.
Artikel 4:90d
1.Een beleggingsonderneming past procedures en regelingen toe die een
onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders met betrekking
tot financiële instrumenten van cliënten garanderen ten opzichte van
orders van andere cliënten of de handelsposities van de
beleggingsonderneming zelf. Deze procedures of regelingen stellen de
beleggingsonderneming in staat om vergelijkbare orders van cliënten op
volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.
2.Indien een limietorder van een cliënt inzake tot de handel op een
gereglementeerde markt toegelaten aandelen vanwege de
marktomstandigheden niet onmiddellijk wordt uitgevoerd, maakt de
beleggingsonderneming de bewuste limietorder van de cliënt onmiddellijk
op zodanige wijze openbaar dat andere marktdeelnemers daar gemakkelijk
kennis van kunnen krijgen, tenzij de cliënt uitdrukkelijk andere
instructies geeft.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen
van het tweede lid indien de limietorder van aanzienlijke omvang is in
verhouding tot de normale marktomvang.
4.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de procedures en regelingen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:90e
1. Een beleggingsonderneming bewaart alle relevante gegevens over de
door haar verrichte transacties in financiële instrumenten gedurende
ten minste vijf jaar.
2. Voor zover zij transacties voor rekening van cliënten betreft, omvat
de te bewaren informatie in ieder geval gegevens over de identiteit van
de cliënt en gegevens die moeten worden verstrekt op grond van
Richtlijn nr. 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het
financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van
terrorisme (PbEU L 309).
3. Een beleggingsonderneming die transacties in tot de handel op een
gereglementeerde markt toegelaten financiële instrumenten heeft
verricht, meldt de gegevens over deze transacties zo spoedig mogelijk,
uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag, aan de Autoriteit
Financiële Markten.
4. Meldingen als bedoeld in het derde lid bevatten bij algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens.
5. Meldingen als bedoeld in het derde lid kunnen worden verricht door
een namens de beleggingsonderneming optredende derde, een door de
Autoriteit Financiële Markten aanvaard systeem voor matching of melding
van orders, de gereglementeerde markt of de multilaterale
handelsfaciliteit waarvan de systemen werden gebruikt om de transactie
uit te voeren. In dat geval wordt de beleggingsonderneming geacht te
hebben voldaan aan het derde lid.
6. De Autoriteit Financiële Markten besluit op aanvraag tot aanvaarding
van een systeem voor matching of melding van orders, indien de aanvrager
aantoont dat de regelingen voor het melden van transacties waarin dat
systeem voorziet voldoen aan artikel 12, eerste lid, van de
uitvoeringsverordening richtlijn markten voor financiële instrumenten.
Een besluit tot aanvaarding kan door de Autoriteit Financiële Markten
worden ingetrokken.
7. De Autoriteit Financiële Markten zendt de door haar verkregen
gegevens toe aan:
a. de toezichthoudende instantie van de in termen van liquiditeit voor
deze financiële instrumenten meest relevante markt; en
b. de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de
beleggingsonderneming indien deze haar zetel in een andere lidstaat
heeft, tenzij die toezichthoudende instantie heeft aangegeven dat zij
deze informatie niet wenst te ontvangen.
8. Bij algemene maatregel van bestuur kan het derde lid van
overeenkomstige toepassing worden verklaard op financiële instrumenten
die niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten.
9. Artikel 1:18, aanhef en onderdeel h, is niet van toepassing.
Artikel 4:91
Indien een beleggingsonderneming die lid is van of deelneemt aan een
gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel
5:26, eerste lid, is verleend, ingevolge de op grond van artikel 5:27,
eerste lid, te hanteren regels verplicht is ter medewerking aan de
controle op de naleving van die regels persoonsgegevens als bedoeld in
de Wet bescherming persoonsgegevens te verstrekken, behoeft de
beleggingsonderneming voor deze verstrekking niet de toestemming van
degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben.
§ 4.3.7.2. Exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit
Artikel 4:91a
1.Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit
exploiteert, stelt transparante, niet-discretionaire regels en
procedures vast die een billijke en ordelijke handel garanderen en legt
objectieve criteria vast voor de efficiënte uitvoering van orders.
2.Onder de in het eerste lid bedoelde regels en procedures worden in
ieder geval regels en procedures verstaan voor een gezond beheer van de
technische werking van het systeem en doeltreffende voorzorgsmaatregelen
om met systeemstoringen verband houdende risico’s te ondervangen.
3.De beleggingsonderneming stelt transparante regels vast met betrekking
tot de criteria aan de hand waarvan wordt vastgesteld welke financiële
instrumenten via haar systeem kunnen worden verhandeld.
4.De beleggingsonderneming zorgt voor toegang tot voldoende publieke
informatie opdat de gebruikers van haar handelsfaciliteit zich een
beleggingsoordeel kunnen vormen, rekening houdend met zowel de aard van
de gebruikers als de categorieën verhandelde financiële instrumenten.
5.De beleggingsonderneming stelt op objectieve criteria gebaseerde
transparante regels voor toegang tot de multilaterale handelsfaciliteit
vast en handhaaft deze regels, welke voldoen aan de voorwaarden
inartikel 5:32c.
6.De beleggingsonderneming licht de gebruikers van de multilaterale
handelsfaciliteit terdege in over hun respectieve verantwoordelijkheden
in het kader van de afwikkeling van de via deze faciliteit uitgevoerde
transacties.
7.De beleggingsonderneming treft de nodige voorzieningen om een
efficiënte afwikkeling van de volgens de systemen van de multilaterale
handelsfaciliteit uitgevoerde transacties te bevorderen.
8.Indien een effect dat tot de handel op een gereglementeerde markt is
toegelaten zonder instemming van de uitgevende instelling op een
multilaterale handelsfaciliteit wordt verhandeld, is deze uitgevende
instelling niet onderworpen aan enigerlei verplichting op het gebied van
te verstrekken informatie met betrekking tot deze multilaterale
handelsfaciliteit.
9.De beleggingsonderneming geeft onmiddellijk gevolg aan een aanwijzing
die de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 4:4b geeft om
de handel in bepaalde financiële instrumenten op te schorten, te
onderbreken of door te halen of een financieel instrument van de handel
uit te sluiten.
Artikel 4:91b
1.Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit
exploiteert, stelt effectieve regelingen en procedures vast met
betrekking tot deze handelsfaciliteit en handhaaft deze regelingen en
procedures om er regelmatig op toe te zien of haar gebruikers haar
regels naleven.
2.De beleggingsonderneming ziet toe op de transacties die de gebruikers
van de multilaterale handelsfaciliteit via haar systemen verrichten
opdat zij inbreuken op de in het eerste lid bedoelde regelingen en
procedures, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt
verstoren of gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen, kan
onderkennen.
3.De beleggingsonderneming meldt ernstige inbreuken als bedoeld in het
tweede lid aan de Autoriteit Financiële Markten.
4.De beleggingsonderneming verstrekt onmiddellijk de toepasselijke
informatie aan de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar
Ministerie of opsporingsambtenaren die bevoegd zijn op grond van de Wet
op de economische delicten en verleent haar volledige medewerking aan de
Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie of deze
opsporingsambtenaren bij het onderzoeken of vervolgen van gedragingen
die op marktmisbruik kunnen wijzen die zich in of via haar systemen
hebben voorgedaan.
Artikel 4:91c
1.Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit
exploiteert, maakt de via haar systemen afgegeven actuele bied- en
laatprijzen en de diepte van de markt tegen deze prijzen voor tot de
handel op een gereglementeerde markt toegelaten aandelen openbaar.
2.De beleggingsonderneming zorgt ervoor dat de in het eerste lid
bedoelde informatie tegen redelijke commerciële voorwaarden en tijdens
de voor die multilaterale handelsfaciliteit normale handelstijden
doorlopend beschikbaar is voor het publiek.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen
van het eerste lid indien de multilaterale handelsfaciliteit voldoet aan
de artikelen 18 tot en met 20 van de uitvoeringsverordening markten voor
financiële instrumenten.
4.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste
tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing zijn ten aanzien
van andere financiële instrumenten dan aandelen.
5.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van rechten van
deelneming in een beleggingsinstelling die op verzoek van de houder ten
laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Artikel 4:91d
1.Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit
exploiteert, maakt de prijs, de omvang en het tijdstip van de via de
systemen van deze handelsfaciliteit uitgevoerde transacties in aandelen
die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten
openbaar.
2.De beleggingsonderneming maakt de informatie, bedoeld in het eerste
lid, openbaar tegen redelijke commerciële voorwaarden en binnen een
tijdsspanne die real time zo dicht mogelijk benadert.
3.Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van informatie over
transacties op een multilaterale handelsfaciliteit die volgens de
systemen van een gereglementeerde markt openbaar worden gemaakt.
4.De Autoriteit Financiële Markten kan, op aanvraag, de
beleggingsonderneming toestaan de in het eerste lid bedoelde
openbaarmaking uit te stellen op basis van de soort of de omvang van de
transactie, indien:
a. zij heeft ingestemd met de voorgenomen voorzieningen voor de
uitgestelde openbaarmaking; en
b. de beleggingsonderneming duidelijke informatie over deze
voorzieningen verstrekt aan de marktdeelnemers en het beleggerspubliek.
5.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste
tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing zijn ten
aanzien van andere financiële instrumenten dan aandelen.
6.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van rechten van
deelneming in een beleggingsinstelling die op verzoek van de houder ten
laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Artikel 4:91e
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
deze paragraaf indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel
beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
§ 4.3.7.3. Systematische interne afhandeling
Artikel 4:91f
Deze paragraaf is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die het
bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling
uitsluitend uitoefenen met betrekking tot transacties met een omvang
boven de standaard marktomvang.
Artikel 4:91g
1.Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling stelt
de prijs vast waarvoor zij bereid is een transactie uit te voeren in tot
de handel op een gereglementeerde markt toegelaten aandelen die zij
systematisch intern afhandelt en waarvoor een liquide markt bestaat en
maakt deze prijs openbaar tegen redelijke commerciële voorwaarden en op
zodanige wijze dat zij gemakkelijk toegankelijk is.
2.Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling maakt
de prijs van aandelen waarvoor niet een liquide markt bestaat
desgevraagd bekend aan haar cliënten.
3.De beleggingsonderneming kan bepalen voor welke transactieomvang een
vastgestelde prijs geldt en maakt dat gegeven openbaar tegen redelijke
commerciële voorwaarden en op zodanige wijze dat het gemakkelijk
toegankelijk is.
4.De vastgestelde prijs van een aandeel omvat een bied- of laatprijs en
de daarbij behorende transactieomvang. Indien de beleggingsonderneming
niet bepaalt voor welke transactieomvang een vastgestelde prijs geldt,
omvat de prijs de bied- of laatprijzen voor een transactieomvang tot
maximaal de standaard marktomvang voor de aandelenklasse waartoe het
aandeel behoort. De prijzen geven de heersende marktsituatie voor het
betrokken aandeel weer.
5.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste
tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing zijn ten
aanzien van andere financiële instrumenten dan aandelen.
6.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van rechten van
deelneming in een beleggingsinstelling die op verzoek van de houder ten
laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Artikel 4:91h
De Autoriteit Financiële Markten bepaalt voor elk aandeel waarvoor
Nederland in termen van liquiditeit de meest relevante markt is, bedoeld
in artikel 4:90e, vijfde lid, onderdeel a, ten minste eenmaal per jaar
tot welke aandelenklasse het aandeel behoort en maakt deze informatie
openbaar.
Artikel 4:91i
Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling
actualiseert de op grond van artikel 4:91g vastgestelde prijzen
regelmatig en doorlopend gedurende de normale handelstijd.
Artikel 4:91j
1.Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling voert
met inachtneming van de artikelen 4:90a en 4:90b orders die zij van een
niet-professionele cliënt ontvangt met betrekking tot de aandelen die
zij systematisch intern afhandelt, uit tegen de op het tijdstip van
ontvangst van de order door haar vastgestelde prijs.
2.Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling voert
een order die zij van een professionele cliënt ontvangt met betrekking
tot de aandelen die zij systematisch afhandelt, uit tegen de op het
tijdstip van ontvangst van de order door haar vastgestelde prijs. De
beleggingsonderneming mag, in afwijking van de eerste volzin, deze order
uitvoeren tegen een voor de cliënt gunstiger prijs indien:
a. de prijs binnen een openbaar gemaakt prijsbereik valt dat de
heersende marktsituatie, bedoeld in artikel 4:91g, vierde lid, benadert;
en
b. de order een grotere omvang heeft dan de gebruikelijke orderomvang
van een niet-professionele belegger.
3.In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, kan een
beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling een order
die zij van een professionele cliënt ontvangt, uitvoeren tegen een
andere dan de door haar vastgestelde prijzen, indien het een transactie
betreft met betrekking tot verscheidene effecten of indien het een order
betreft waaraan bijzondere voorwaarden verbonden zijn.
4.Indien een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling
die slechts één vastgestelde prijs openbaar heeft gemaakt of die
prijzen heeft vastgesteld en openbaar heeft gemaakt waarvan de hoogste
geldt voor een transactieomvang die lager is dan de standaard
marktomvang, van een cliënt een order ontvangt met een omvang die
groter is dan de bij de vastgestelde prijs behorende omvang, maar
kleiner dan de standaard marktomvang, kan zij, onverminderd het tweede
lid, tweede volzin, en het derde lid, het gedeelte van de order dat de
bij de vastgestelde prijs behorende omvang te boven gaat uitvoeren tegen
de door haar vastgestelde prijs.
5.Indien een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling
de door haar vastgestelde prijzen voor verschillende transactievolumina
openbaar heeft gemaakt en een order met een omvang tussen die volumina
uitvoert, doet zij dit, onverminderd de artikelen 4:90a en 4:90b en het
tweede lid, tweede volzin, en het derde lid, tegen een van de voor die
volumina vastgestelde prijzen.
Artikel 4:91k
1.Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling
verleent beleggers op basis van objectieve en niet-discriminerende
criteria toegang tot haar systeem van interne afhandeling.
2.Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling kan
slechts op grond van commerciële overwegingen weigeren om met een
belegger die voldoet aan de criteria, bedoeld in het eerste lid,
zakelijke betrekkingen aan te gaan of deze betrekkingen verbreken.
§ 4.3.7.4. Overige bepaling informatie na de handel door
beleggingsondernemingen
Artikel 4:91l
1.Een beleggingsonderneming die anders dan op een gereglementeerde markt
of een multilaterale handelsfaciliteit een transactie verricht in
aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn
toegelaten, maakt de prijs, de omvang en het tijdstip van de uitgevoerde
transactie openbaar.
2.De beleggingsonderneming maakt de informatie, bedoeld in het eerste
lid, binnen een tijdsspanne die real time zo dicht mogelijk benadert en
tegen redelijke commerciële voorwaarden openbaar op een zodanige wijze
dat zij gemakkelijk toegankelijk is.
3.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste
lid van overeenkomstige toepassing is ten aanzien van transacties in
andere financiële instrumenten dan aandelen.
4.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van rechten van
deelneming in een beleggingsinstelling die op verzoek van de houder ten
laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Afdeling 4.3.8. Onderlinge verhouding financiële ondernemingen
§ 4.3.8.1. Verhouding tussen aanbieder, (onder)bemiddelaar en
(onder-)gevolmachtigde agent
Artikel 4:92
1.Met uitzondering van artikel 4:93 is het ingevolge deze paragraaf
bepaalde met betrekking tot de verhouding tussen een aanbieder en een
bemiddelaar van overeenkomstige toepassing op:
a. de verhouding tussen een gevolmachtigde agent en een bemiddelaar;
b. de verhouding tussen een ondergevolmachtigde agent en een
bemiddelaar; en
c. de verhouding tussen een bemiddelaar en een onderbemiddelaar.
2.Het bepaalde in deze paragraaf met betrekking tot de verhouding tussen
een aanbieder en een gevolmachtigde agent is van overeenkomstige
toepassing op:
a. de verhouding tussen een gevolmachtigde agent en een
ondergevolmachtigde agent; en
b. de verhouding tussen een ondergevolmachtigde agent en een andere
ondergevolmachtigde agent waaraan hij een ondervolmacht heeft verleend.
Artikel 4:93
1. Een aanbieder draagt er zorg voor dat een bemiddelaar als bedoeld in
artikel 2:81, tweede lid, via welke hij overeenkomsten met consumenten
of, indien het verzekeringen betreft, cliënten aangaat, voldoet aan het
ingevolge deze wet bepaalde.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop de aanbieder er zorg voor draagt dat de
bemiddelaar voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
3. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het krachtens het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat
daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die
dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:94
1. Een aanbieder die voor de eerste maal door tussenkomst van een
bepaalde bemiddelaar een overeenkomst inzake een financieel product
aangaat, gaat daartoe pas over nadat hij zich ervan heeft vergewist dat
de bemiddelaar voor het bemiddelen in dat financiële product niet
handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:80, eerste lid,
en dat aan de bemiddelaar geen verbod als bedoeld in artikel 1:58,
tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd.
2. De aanbieder gaat eenmaal per twaalf maanden en indien hij in het
kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij hem
daaromtrent twijfel oproepen na of de bemiddelaar door wiens tussenkomst
hij overeenkomsten inzake financiële producten aangaat of die hem
assisteert bij het beheer en de uitvoering van een overeenkomst inzake
een krediet of verzekering, met betrekking tot deze activiteit niet
handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:80, eerste lid,
of dat aan de bemiddelaar met betrekking tot deze activiteit geen verbod
als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is
opgelegd.
3. Indien de bemiddelaar, bedoeld in het tweede lid, handelt in strijd
met het verbod, bedoeld inartikel 2:80, eerste lid, of aan hem een
verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is
opgelegd, gaat de aanbieder geen overeenkomsten inzake financiële
producten meer aan door tussenkomst van de bemiddelaar. De bemiddelaar
kan de aanbieder assisteren bij het beheer en de uitvoering van reeds
aangegane overeenkomsten inzake een krediet of verzekering voorzover het
de bemiddelaar op grond van artikel 1:104, derde lid, of4:4, tweede lid,
is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen.
Artikel 4:95
1. Een aanbieder gaat pas over tot het verlenen van een volmacht nadat
hij zich ervan heeft vergewist dat de gevolmachtigde agent niet handelt
in strijd met het verbod, bedoeld inartikel 2:92, eerste lid, en aan de
gevolmachtigde agent geen verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid,
is opgelegd.
2. De aanbieder gaat eenmaal per twaalf maanden en indien hij in het
kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij hem
daaromtrent twijfel oproepen na of de gevolmachtigde agent waaraan hij
een volmacht heeft verleend niet handelt in strijd met het verbod,
bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, of dat aan de gevolmachtigde agent
geen verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, is opgelegd.
3. Indien de gevolmachtigde agent, bedoeld in het tweede lid, handelt in
strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, of aan hem
een verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, is opgelegd,
beëindigt de aanbieder de volmacht. De aanbieder kan de gevolmachtigde
agent belasten met het beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde
verzekeringsportefeuille voorzover het de gevolmachtigde agent op grond
van artikel 1:104, derde lid, of4:4, tweede lid, is toegestaan
overeenkomsten af te wikkelen.
Artikel 4:96
1. Indien een bemiddelaar in het kader van de normale bedrijfsvoering
signalen ontvangt dat een aanbieder voor welke hij bemiddelt voor het
aanbieden van dat financiële product handelt in strijd met een in
hoofdstuk 2.2 neergelegd verbod op het zonder daartoe verleende
vergunning uitoefenen van een bedrijf of verlenen van een financiële
dienst of dat aan de aanbieder een verbod als bedoeld in artikel 1:58,
tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, bemiddelt hij niet meer
voor de aanbieder, behoudens voorzover het de aanbieder op grond van
artikel 1:104, derde lid, of artikel 4:4, tweede lid, is toegestaan
overeenkomsten af te wikkelen.
2. Indien een gevolmachtigde agent in het kader van de normale
bedrijfsvoering signalen ontvangt dat een aanbieder voor welke hij
optreedt als gevolmachtigde agent handelt in strijd met een in hoofdstuk
2.2neergelegd verbod op het zonder daartoe verleende vergunning
uitoefenen van een bedrijf of verlenen van een financiële dienst of dat
aan de aanbieder een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid,
of4:4, eerste lid, is opgelegd, treedt hij niet meer op als
gevolmachtigde agent voor de aanbieder, behoudens voorzover het de
aanbieder op grond van artikel 1:104, derde lid, of4:4, tweede lid, is
toegestaan overeenkomsten af te wikkelen.
Artikel 4:97
1. Indien een aanbieder in het kader van de normale bedrijfsvoering
constateert dat een bemiddelaar of een gevolmachtigde agent het
ingevolge artikel 4:9, 4:10, 4:15 of 4:75bepaalde overtreedt, meldt de
aanbieder de geconstateerde overtreding onverwijld aan de Autoriteit
Financiële Markten.
2. Indien een aanbieder in het kader van de normale bedrijfsvoering
constateert dat een bemiddelaar of een gevolmachtigde agent het
ingevolge deze wet bepaalde, met uitzondering van het ingevolge artikel
4:9, 4:10, 4:15 of 4:75 bepaalde, stelselmatig overtreedt, meldt de
aanbieder de geconstateerde overtredingen onverwijld aan de Autoriteit
Financiële Markten.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de gevallen waarin de aanbieder een
overtreding als bedoeld in het eerste en tweede lid, meldt. Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieder een overtreding
meldt.
Artikel 4:98
Degene die tot een melding op grond van artikel 4:97 is overgegaan, is
niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt,
tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en
omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden
overgegaan.
Artikel 4:99
1.Financiële ondernemingen stellen elkaar over en weer in staat te
voldoen aan hetgeen ingevolge dit deel is bepaald, voorzover zij
daarvoor van elkaar afhankelijk zijn.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop
financiële ondernemingen elkaar in staat stellen om aan dit deel te
voldoen.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het krachtens het tweede lid bepaalde indien de aanvrager aantoont dat
daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die
dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
§ 4.3.8.2. Verhouding tussen beleggingsondernemingen onderling en
tussen beleggingsondernemingen en verbonden agenten
Artikel 4:100
1.Een beleggingsonderneming die voor de eerste maal een beleggingsdienst
als bedoeld in onderdeel a, b of d van de definitie van verlenen van een
beleggingsdienst in artikel 1:1 verleent voor een andere
beleggingsonderneming of een beleggingsdienst verleent voor cliënten
die worden aangebracht door een andere beleggingsonderneming gaat
daartoe pas over nadat zij zich ervan heeft vergewist dat de andere
beleggingsonderneming niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in
artikel 2:96, eerste lid, of dat aan de andere beleggingsonderneming
geen verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid,
is opgelegd.
2.De beleggingsonderneming gaat eenmaal per twaalf maanden en indien zij
in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij
haar daaromtrent twijfel oproepen na of de andere beleggingsonderneming,
bedoeld in het eerste lid, niet handelt in strijd met het verbod,
bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, of dat aan de andere
beleggingsonderneming geen verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede
lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd.
3.Indien de andere beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid,
handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:96, eerste lid,
of aan haar een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4,
eerste lid, is opgelegd, verleent de beleggingsonderneming vanaf het
moment waarop zij van die strijd onderscheidenlijk dat verbod kennis
draagt geen beleggingsdiensten meer voor de andere beleggingsonderneming
of voor cliënten die worden aangebracht door de andere
beleggingsonderneming.
Artikel 4:100a
1.Een beleggingsonderneming die door tussenkomst van een verbonden agent
beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a, d of e van de
definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1,
treft afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele negatieve
gevolgen die andere werkzaamheden van de betrokken verbonden agent,
waarop deze wet niet van toepassing is, kunnen hebben voor de
werkzaamheden van de betrokken verbonden agent die hij voor rekening van
de beleggingsonderneming verricht.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop de beleggingsonderneming er zorg voor
draagt dat de verbonden agent voldoet aan het ingevolge deze wet
bepaalde.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of
gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van
het krachtens het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat
daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die
dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:100b
1.Een beleggingsonderneming die voornemens is voor de eerste maal door
tussenkomst van een bepaalde verbonden agent beleggingsdiensten te
verlenen, als bedoeld in de onderdeel a, d of e van de definitie van het
verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, gaat daartoe pas over
nadat de beleggingsonderneming de verbonden agent heeft aangemeld bij de
Autoriteit Financiële Markten, en de Autoriteit Financiële Markten de
verbonden agent heeft ingeschreven in het register, als bedoeld in
artikel 1:107.
2.De beleggingsonderneming gaat eenmaal per twaalf maanden en indien hij
in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij
hem daaromtrent twijfel oproepen, na of de verbonden agent door wiens
tussenkomst hij beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a,
d of e van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in
artikel 1:1, met betrekking tot deze activiteit niet handelt in
overeenstemming met het ingevolge deze wet bepaalde.
3.Indien de verbonden agent, bedoeld in het tweede lid, handelt in
strijd met het ingevolge deze wet bepaalde, verleent de
beleggingsonderneming geen beleggingsdiensten meer door tussenkomst van
de verbonden agent.
Artikel 4:100c
Indien een verbonden agent in het kader van de normale bedrijfsvoering
signalen ontvangt dat een beleggingsonderneming voor wier rekening hij
beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a, d of e van de
definitie van het verlenen van beleggingsdiensten in artikel 1:1, in
strijd handelt met een in hoofdstuk 2.2 geregeld verbod op het zonder
daartoe verleende vergunning uitoefenen van een bedrijf of verlenen van
een financiële dienst of dat aan de beleggingsonderneming een verbod
als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, 1:104, derde lid, of4:4, eerste
lid, is opgelegd, verleent hij geen beleggingsdiensten meer voor
rekening van de beleggingsonderneming, behoudens voorzover het
beleggingsdiensten betreft ten aanzien waarvan het de
beleggingsonderneming is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen op
grond van artikel 1:58, tweede lid, of artikel 4:4, tweede lid.
Artikel 4:100d
1.Indien een beleggingsonderneming in het kader van de normale
bedrijfsvoering constateert dat een verbonden agent die door haar is
aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in artikel
2:97, vijfde lid, onderdeel b, het ingevolge deze wet bepaalde
overtreedt, meldt de beleggingsonderneming de geconstateerde overtreding
onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.
2.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de gevallen waarin de beleggingsonderneming een
overtreding als bedoeld in het eerste lid, meldt. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop de beleggingsonderneming een overtreding
meldt.
Artikel 4:100e
Degene die tot een melding op grond van artikel 4:100d is overgegaan, is
niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt,
tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en
omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden
overgegaan.
§ 4.3.8.3. Verhouding tussen financiële ondernemingen bij financiële
diensten met betrekking tot verzekeringen
Artikel 4:101
Het bepaalde in deze paragraaf met betrekking tot de verhouding tussen
een verzekeraar en een bemiddelaar is van overeenkomstige toepassing op:
a. de verhouding tussen een gevolmachtigde agent en een bemiddelaar;
b. de verhouding tussen een ondergevolmachtigde agent en een
bemiddelaar; en
c. de verhouding tussen een bemiddelaar en een onderbemiddelaar.
Artikel 4:102
Een verzekering die door bemiddeling van een bemiddelaar tot stand is
gekomen of naar de portefeuille van een bemiddelaar is overgeboekt,
behoort in de relatie tot de betrokken verzekeraar tot de portefeuille
van die bemiddelaar zolang die verzekering daaruit niet is overgeboekt.
Artikel 4:103
1.Een verzekeraar boekt niet zonder toestemming van de bemiddelaar of
diens rechtverkrijgenden een deel of het geheel van diens portefeuille
over naar de portefeuille van een andere bemiddelaar.
2.In afwijking van het eerste lid boekt de verzekeraar op schriftelijk
verzoek van een cliënt diens verzekering uit de portefeuille van een
bemiddelaar over naar die van een andere bemiddelaar, tenzij de
verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar.
3.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het
door een verzekeraar in eigen beheer nemen van een verzekering.
4.De verzekeraar verleent op schriftelijk verzoek van een bemiddelaar
zijn medewerking aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de
portefeuille van die bemiddelaar aan een andere bemiddelaar, tenzij de
verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar.
Artikel 4:104
1.Tenzij anders wordt overeengekomen of de bemiddelaar zich bij de
verzekering tegenover de verzekeraar tot betaling van premie en kosten
als eigen schuld heeft verbonden, verzorgt de bemiddelaar voor de
verzekeraar het incasso van de premies. Ter zake van dit premie-incasso
is hij jegens de verzekeraar te allen tijde rekening en verantwoording
schuldig.
2.Tenzij tussen een verzekeraar en een bemiddelaar anders is
overeengekomen kan de verzekeraar bepalen dat de bemiddelaar niet langer
gerechtigd is tot premie-incasso, indien:
a. de bemiddelaar niet meer is ingeschreven in het register, bedoeld in
artikel 1:107;
b. de bemiddelaar het premie-incasso in ernstige mate verwaarloost;
c. de bemiddelaar in gebreke blijft namens de verzekeraar door hem
geïnde premies tijdig aan deze af te dragen; of
d. de bemiddelaar zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen, die de
vrees wettigen dat hij niet zal voldoen aan zijn uit het premie-incasso
voortvloeiende verplichtingen.
3.In de gevallen waarin op grond van het tweede lid het premie-incasso
door een bemiddelaar eindigt, wordt dit door de verzekeraar overgenomen.
5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
Hoofdstuk 5.1. Regels voor het aanbieden van effecten
Afdeling 5.1.1. Inleidende bepaling
Artikel 5:1
Voor de toepassing van het ingevolge dit hoofdstuk bepaalde wordt
verstaan onder:
a. aanbieden van effecten aan het publiek: het doen van een tot meer dan
een persoon gericht voldoende bepaald aanbod als bedoeld in artikel 217,
eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, tot het aangaan van
een overeenkomst tot het kopen of anderszins verkrijgen van effecten dan
wel een uitnodiging tot het doen van een aanbod op dergelijke effecten;
b. aanbieder: degene die effecten aan het publiek aanbiedt;
c. aanbiedingsprogramma: programma dat de mogelijkheid opent voor het
gedurende een daarin bepaalde periode doorlopend of periodiek aanbieden
van effecten zonder aandelenkarakter of van de effecten, bedoeld in
onderdeel d, onder 2°, van eenzelfde categorie of klasse;
d. effect met een aandelenkarakter:
1°. door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven
verhandelbaar aandeel of een ander met een aandeel gelijk te stellen
verhandelbaar waardebewijs of recht; of
2°. elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling
uitgegeven verhandelbaar waardebewijs waarmee, door uitoefening van het
aan dit waardebewijs verbonden recht, door conversie of omruiling een
ander effect met een aandelenkarakter als bedoeld onder 1° kan worden
verworven, indien het verhandelbare waardebewijs is uitgegeven door de
rechtspersoon, vennootschap of instelling, of door een daarmee in een
groep verbonden groepsmaatschappij, die ook het te verwerven effect met
een aandelenkarakter heeft uitgegeven;
e. effect zonder aandelenkarakter: effect dat geen effect met een
aandelenkarakter is, te onderscheiden in de volgende categorieën:
1°. door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven
verhandelbaar waardebewijs, waarmee door uitoefening van het daaraan
verbonden recht, door conversie of omruiling een ander effect kan worden
verworven en dat niet is uitgegeven door de rechtspersoon, vennootschap
of instelling, of door een daarmee in een groep verbonden
groepsmaatschappij, die ook het te verwerven effect met een
aandelenkarakter heeft uitgegeven;
2°. door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven
verhandelbaar waardebewijs dat door uitoefening van het daaraan
verbonden recht, recht geeft op een afwikkeling in geld;
3°. ieder overig effect dat geen effect met een aandelenkarakter is.
Artikel 5:1a
1.Het ingevolge dit hoofdstuk bepaalde is niet van toepassing op
geldmarktinstrumenten met een looptijd van minder dan 12 maanden.
2.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het aanbieden aan het publiek
of het doen toelaten tot de handel op een gereglementeerde markt van
rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die op verzoek van de
houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of
terugbetaald.
Afdeling 5.1.2. Verbod en uitzonderingen
Artikel 5:2
Het is verboden in Nederland effecten aan te bieden aan het publiek of
effecten te doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of
functionerende gereglementeerde markt, tenzij ter zake van de aanbieding
of de toelating een prospectus algemeen verkrijgbaar is dat is
goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten of door een
toezichthoudende instantie van een andere lidstaat.
Artikel 5:3
1. Artikel 5:2 is niet van toepassing op het aanbieden van effecten aan
het publiek, indien:
a. uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt aangeboden;
b. aan minder dan 100 personen, niet zijnde gekwalificeerde beleggers,
wordt aangeboden;
c. indien de aangeboden effecten slechts kunnen worden verworven tegen
een tegenwaarde van ten minste€ 100 000 per belegger;
d. de nominale waarde per effect ten minste€ 100 000 bedraagt; of
e. de totale tegenwaarde van de aanbieding van effecten aan het publiek
minder dan € 100.000 bedraagt, welk grensbedrag berekend wordt over
een periode van twaalf maanden.
2. Het verbod, bedoeld in artikel 5:2 is voorts niet van toepassing op
het aanbieden aan het publiek van de volgende categorieën effecten:
a. aandelen of certificaten van aandelen die zijn uitgegeven ter
vervanging van reeds uitgegeven aandelen of certificaten van aandelen
van dezelfde categorie of klasse, indien de uitgifte van deze nieuwe
waardebewijzen geen verhoging van het geplaatst kapitaal tot gevolg
heeft;
b. effecten die worden aangeboden bij een overname door middel van een
openbaar bod tot ruil, indien een document algemeen verkrijgbaar is dat
informatie bevat die gelijkwaardig is aan de informatie die het
prospectus bevat;
c. effecten die worden aangeboden of toegewezen dan wel toe te wijzen
zijn bij een fusie of splitsing, indien een document beschikbaar is dat
informatie bevat die gelijkwaardig is aan de informatie die het
prospectus bevat;
d. aandelen of certificaten van aandelen die kosteloos worden aangeboden
of toegewezen dan wel zullen worden toegewezen aan aandeelhouders, en
dividenden die worden uitgekeerd in de vorm van aandelen of certificaten
daarvan van dezelfde categorie of klasse als de waardebewijzen waarop de
dividenden worden uitgekeerd, indien een document beschikbaar wordt
gesteld dat informatie bevat over het aantal aangeboden waardebewijzen,
de kenmerken van de waardebewijzen, de redenen voor de aanbieding en de
bijzonderheden daarvan; of
e. effecten die door een werkgever waarvan effecten tot de handel op een
gereglementeerde markt zijn toegelaten, of door een met die werkgever in
een groep verbonden rechtspersoon, vennootschap of instelling, worden
aangeboden of toegewezen dan wel toe te wijzen zijn aan huidige of
voormalige bestuurders, huidige of voormalige leden van de raad van
commissarissen of huidige of voormalige werknemers, indien een document
beschikbaar wordt gesteld dat informatie bevat over het aantal
aangeboden effecten, de kenmerken van de effecten, de redenen voor de
aanbieding en de bijzonderheden daarvan.
Artikel 5:4
Artikel 5:2 is niet van toepassing op het toelaten tot de handel op een
in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt van:
a. aandelen of certificaten van aandelen die, bezien over een periode
van twaalf maanden, minder dan tien procent vertegenwoordigen van het
aantal aandelen of certificaten van aandelen van dezelfde categorie of
klasse die reeds zijn toegelaten tot de handel op dezelfde in Nederland
gelegen of functionerende gereglementeerde markt;
b. aandelen of certificaten van aandelen die zijn uitgegeven ter
vervanging van aandelen of certificaten van aandelen van dezelfde
categorie of klasse die reeds zijn toegelaten tot de handel op dezelfde
gereglementeerde markt, en waarvan de uitgifte niet leidt tot een
verhoging van het geplaatst kapitaal;
c. effecten die worden aangeboden bij een overname door middel van een
openbaar bod tot ruil, indien een document beschikbaar is dat informatie
bevat die gelijkwaardig is aan de informatie die het prospectus bevat;
d. effecten die worden aangeboden of zijn dan wel zullen worden
toegewezen in verband met een fusie of splitsing, indien een document
beschikbaar is dat informatie bevat die gelijkwaardig is aan de
informatie die het prospectus bevat;
e. aandelen of certificaten daarvan die kosteloos worden aangeboden of
zijn dan wel zullen worden toegewezen aan de aandeelhouders of als
dividend worden uitgekeerd in de vorm van aandelen of certificaten
daarvan van dezelfde categorie of klasse als de waardebewijzen waarop
zij worden uitgekeerd, indien deze waardebewijzen van dezelfde categorie
of klasse zijn als de waardebewijzen die reeds tot de handel op dezelfde
gereglementeerde markt zijn toegelaten en een document beschikbaar wordt
gesteld dat informatie bevat over het aantal aangeboden waardebewijzen,
de kenmerken van de waardebewijzen, de redenen voor de aanbieding en de
bijzonderheden daarvan;
f. effecten die door een werkgever of een met die werkgever in een groep
verbonden rechtspersoon, vennootschap of instelling worden aangeboden of
toegewezen dan wel zullen worden toegewezen, aan zijn huidige of
voormalige bestuurders, huidige of voormalige leden van de raad van
commissarissen of huidige of voormalige werknemers, indien die effecten
van dezelfde categorie of klasse zijn als de effecten die reeds tot de
handel op dezelfde gereglementeerde markt zijn toegelaten en een
document beschikbaar wordt gesteld dat informatie bevat over het aantal
aangeboden effecten, de kenmerken van de effecten, de redenen voor de
aanbieding en de bijzonderheden daarvan;
g. aandelen of certificaten daarvan die voortkomen uit de conversie of
omruiling van andere effecten of uit de uitoefening van rechten
verbonden aan andere effecten, indien die aandelen of certificaten
daarvan van dezelfde categorie of klasse zijn als de aandelen of
certificaten daarvan die reeds tot de handel op dezelfde
gereglementeerde markt zijn toegelaten; of
h. effecten die reeds tot de handel op een andere gereglementeerde markt
zijn toegelaten indien:
1°. die effecten, of effecten van dezelfde categorie of klasse,
gedurende meer dan achttien maanden toegelaten zijn tot de handel op die
andere gereglementeerde markt;
2°. voorzover het effecten betreft die voor het eerst tot de handel op
een gereglementeerde markt worden toegelaten na inwerkingtreding van de
richtlijn prospectus, bij de toelating tot de handel op die andere
gereglementeerde markt een goedgekeurd prospectus is uitgebracht dat
conform artikel 5:21 algemeen verkrijgbaar is gesteld;
3°. het prospectus voor die effecten, indien deze na 30 juni 1983 voor
het eerst tot de notering zijn toegelaten is goedgekeurd
overeenkomstigrichtlijn nr. 80/390/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 17 maart 1980 tot coördinatie van de eisen gesteld
aan de opstelling van, het toezicht op en de verspreiding van het
prospectus dat gepubliceerd moet worden voor de toelating van effecten
tot de officiële notering aan een effectenbeurs (PbEG L 100) of
richtlijn nr. 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot
de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over
deze effecten moet worden gepubliceerd (PbEG L 184), tenzij het bepaalde
onder 2° van toepassing is;
4°. de geldende verplichtingen inzake handel op die andere
gereglementeerde markt zijn vervuld;
5°. degene die verzoekt om toelating van effecten tot de handel op de
gereglementeerde markt, een samenvatting algemeen verkrijgbaar stelt in
een taal die wordt aanvaard door de Autoriteit Financiële Markten;
6°. de samenvatting op de in artikel 5:21bedoelde wijze algemeen
verkrijgbaar wordt gesteld; en
7°. de inhoud van de samenvatting voldoet aanartikel 5:14 en in de
samenvatting vermeld wordt waar het meest recente prospectus te
verkrijgen is en waar de uitgevende instelling de financiële informatie
op grond van zijn doorlopende informatieverplichtingen ter beschikking
stelt.
Artikel 5:5
1. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van dit
hoofdstuk.
2. Indien aan een vrijstelling het voorschrift wordt verbonden dat ter
zake van een aanbieding van effecten aan het publiek die niet
uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt gedaan, of ter zake van
een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt
waarvoor geen prospectus algemeen verkrijgbaar behoeft te worden gesteld
dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten, zulks wordt
vermeld bij het aanbod, in reclame-uitingen en in documenten waarin een
dergelijke aanbieding of toelating in het vooruitzicht wordt gesteld,
wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten
vast te stellen wijze.
Afdeling 5.1.3. Aanbieden van effecten aan het publiek en het toelaten
van effecten op een gereglementeerde markt
§ 5.1.3.1. Goedkeuringsbevoegdheid
Artikel 5:6
1.De Autoriteit Financiële Markten is bevoegd tot goedkeuring van een
prospectus, indien de uitgevende instelling zetel heeft in Nederland en
het een aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt betreft:
a. in Nederland of in een andere lidstaat van effecten met een
aandelenkarakter;
b. in Nederland van effecten zonder aandelenkarakter als bedoeld in
artikel 5:1, onderdeel e, onder 1° en 2°;
c. in Nederland of in een andere lidstaat van effecten zonder
aandelenkarakter als bedoeld inartikel 5:1, onderdeel e, onder 3°, met
een nominale waarde per effect die kleiner is dan € 1.000; of
d. in Nederland van effecten zonder aandelenkarakter als bedoeld in
artikel 5:1, onderdeel e, onder 3°, met een nominale waarde per effect
van ten minste€ 1.000.
2.De Autoriteit Financiële Markten is tevens bevoegd tot goedkeuring
van een prospectus indien het een aanbieding van effecten aan het
publiek of een toelating van effecten tot de handel op een
gereglementeerde markt betreft:
a. van effecten met een aandelenkarakter of effecten zonder
aandelenkarakter als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel e, onder 3°, met
een nominale waarde per effect die kleiner is dan€ 1.000:
1°. in Nederland door een uitgevende instelling met zetel in een staat
die geen lidstaat is;
2°. in Nederland of in een andere lidstaat door een uitgevende
instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is indien bij een
eerdere aanbieding van die effecten aan het publiek of een toelating van
die effecten tot de handel op een gereglementeerde markt is gekozen voor
goedkeuring door de Autoriteit Financiële Markten; of
3°. in Nederland of in een andere lidstaat door een uitgevende
instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien bij een
eerdere aanbieding van die effecten aan het publiek of een toelating van
die effecten tot de handel op een gereglementeerde markt een ander heeft
gekozen voor goedkeuring door een toezichthoudende instantie van een
andere lidstaat en de uitgevende instelling met betrekking tot de
aanbieding van die effecten aan het publiek of de toelating van die
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt kiest voor
goedkeuring door de Autoriteit Financiële Markten;
b. van effecten zonder aandelenkarakter als bedoeld in artikel 5:1,
onderdeel e, onder 1° en 2° of effecten zonder aandelenkarakter als
bedoeld in artikel 5:1, onderdeel e, onder 3°, met een nominale waarde
per effect van ten minste€ 1.000:
1°. In een andere lidstaat door een uitgevende instelling met zetel in
Nederland;
2°. in Nederland door een uitgevende instelling met zetel in een andere
lidstaat; of
3°. in Nederland of in een andere lidstaat door een uitgevende
instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is.
3.Voorzover het eerste lid, aanhef en onderdeel c of d, of het tweede
lid betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter waarvan de
nominale waarde niet luidt in euro’s, wordt voor de toepassing van de
in die bepalingen genoemde grensbedragen de nominale waarde van de
effecten omgerekend in euro’s, waarbij een omgerekende waarde van
nagenoeg€ 1.000 wordt gelijkgesteld aan€ 1.000.
Artikel 5:7
De Autoriteit Financiële Markten is tevens bevoegd tot goedkeuring van
een prospectus, indien een toezichthoudende instantie van een andere
lidstaat die bevoegd is om het prospectus goed te keuren de Autoriteit
Financiële Markten heeft verzocht om het prospectus goed te keuren en
de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.
Artikel 5:8
1.Indien de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 5:6,
eerste of tweede lid, bevoegd is om een prospectus goed te keuren, kan
zij een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat verzoeken een
besluit omtrent de goedkeuring van het prospectus te nemen. Indien die
instantie daarmee instemt, besluit de Autoriteit Financiële Markten de
aanvraag niet verder te behandelen en doet zij daarvan mededeling aan de
aanvrager. Vanaf het tijdstip van de mededeling is de Autoriteit
Financiële Markten niet langer bevoegd om het prospectus goed te
keuren.
2.De Autoriteit Financiële Markten stelt de aanvrager en Onze Minister
binnen drie werkdagen in kennis van een verzoek dat zij krachtens het
eerste lid heeft gedaan.
3.Indien de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft
ingestemd met het nemen van een besluit omtrent de goedkeuring van het
prospectus, zendt de Autoriteit Financiële Markten de op de aanvraag
betrekking hebbende documenten onverwijld door naar die instantie.
§ 5.1.3.2. Goedkeuring van het prospectus
Artikel 5:9
1. De Autoriteit Financiële Markten verleent goedkeuring van een
prospectus indien wordt voldaan aan:
a. de artikelen 5:13 tot en met 5:19;
b. de artikelen 3 tot en met 23, 25, 26, met uitzondering van het vijfde
lid, en 28 van de prospectusverordening; en
c. artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de verordening
ratingbureaus.
2. De Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij bevoegd is op grond
van artikel 5:6 of 5:7, goedkeuring van het prospectus verlenen aan een
uitgevende instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is
indien:
a. die instelling het prospectus heeft opgesteld in overeenstemming met
de wetgeving van de staat van haar zetel;
b. die instelling het prospectus heeft opgesteld conform door
internationale organisaties van effectentoezichthouders opgestelde
internationale standaarden, met inbegrip van standaarden voor de
informatievoorziening; en
c. de doorlopende informatievereisten omtrent het bedrijf van de
uitgevende instelling, met inbegrip van informatie van financiële aard,
gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van de richtlijn prospectus.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald wat onder
gelijkwaardig in de zin van het tweede lid, onderdeel c, wordt verstaan.
Artikel 5:9a
1.De Autoriteit Financiële Markten maakt na ontvangst van een aanvraag
van goedkeuring haar besluit omtrent de goedkeuring binnen tien
werkdagen bekend aan de aanvrager.
2.De in het eerste lid bedoelde termijn bedraagt ten hoogste twintig
werkdagen, indien het een effectenuitgevende instelling betreft waarvan
nog geen effecten zijn aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt.
3.Indien de door de aanvrager ingediende documenten onvolledig zijn of
ingevolge artikel 3, derde alinea, 22, eerste lid, derde alinea, 23,
eerste lid of derde lid, tweede alinea, van de prospectusverordening
aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling van het vermogen, de
financiële positie, het resultaat of de vooruitzichten van de
instelling of de aan de effecten verbonden rechten en plichten, stelt de
Autoriteit Financiële Markten de aanvrager hiervan binnen de termijn,
bedoeld in het eerste of, indien van toepassing, het tweede lid op de
hoogte en stelt zij hem binnen een door haar te stellen termijn in de
gelegenheid om de aanvraag aan te vullen. Indien de aanvrager niet
binnen de gestelde termijn de aanvraag heeft aangevuld, kan de
Autoriteit Financiële Markten besluiten de aanvraag niet verder te
behandelen.
4.Indien de aanvrager overeenkomstig het derde lid, eerste volzin, door
de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid is gesteld om de
aanvraag aan te vullen, gaan de termijnen, bedoeld in het eerste en
tweede lid, opnieuw in, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de
aanvrager de aanvullende informatie heeft verstrekt.
5.Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht blijft buiten
toepassing.
Artikel 5:10
1.Indien de Autoriteit Financiële Markten een prospectus heeft
goedgekeurd, verstrekt zij op aanvraag van de uitgevende instelling of
van de met het opstellen van het prospectus belaste persoon aan de
toezichthoudende instantie van iedere andere lidstaat waar de
desbetreffende effecten aan het publiek worden aangeboden of waar
toelating van die effecten tot de handel op een gereglementeerde markt
wordt aangevraagd, een verklaring dat het prospectus in overeenstemming
met de richtlijn prospectus is opgesteld, alsmede een afschrift van het
goedgekeurde prospectus. De kennisgeving gaat desgevraagd vergezeld van
een vertaling van de samenvatting.
2.De Autoriteit Financiële Markten verstrekt de verklaring, bedoeld in
het eerste lid, en het afschrift van het goedgekeurde prospectus binnen
drie werkdagen na ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag wordt
gedaan voordat goedkeuring is verleend, verstrekt de Autoriteit
Financiële Markten de verklaring binnen een werkdag nadat de
goedkeuring is verleend.
3.Indien van toepassing vermeldt de verklaring, bedoeld in het eerste
lid, tevens dat de Autoriteit Financiële Markten, met inachtneming van
artikel 5:18, derde en vierde lid, heeft toegestaan dat bepaalde
informatie niet in het prospectus behoeft te worden opgenomen alsmede de
redenen daarvoor.
4.Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op
een door de Autoriteit Financiële Markten goedgekeurd document ter
aanvulling van het prospectus als bedoeld in artikel 5:23.
§ 5.1.3.3. Reikwijdte van een in een andere lidstaat goedgekeurd
prospectus
Artikel 5:11
1.Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating van
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt die beschikt over
een prospectus dat is goedgekeurd door een toezichthoudende instantie
van een andere lidstaat, kan de desbetreffende effecten in Nederland aan
het publiek aanbieden of doen toelaten tot de handel op een in Nederland
gelegen of functionerende gereglementeerde markt, indien de Autoriteit
Financiële Markten een verklaring dat het prospectus in overeenstemming
met de richtlijn prospectus is opgesteld en een afschrift van het
goedgekeurde prospectus heeft ontvangen van de toezichthoudende
instantie van die andere lidstaat.
2.De verklaring, bedoeld in het eerste lid, vermeldt, indien van
toepassing, dat artikel 8, tweede of derde lid, van de richtlijn
prospectus of de regelgeving van een lidstaat ter implementatie daarvan
is toegepast alsmede de redenen daarvoor.
§ 5.1.3.4. Procedure inzake het opstellen van het prospectus en de in
het prospectus op te nemen gegevens
Artikel 5:12
De artikelen 5:13 tot en met 5:18, 5:20 en 5:21 zijn uitsluitend van
toepassing met betrekking tot aanbiedingen van effecten aan het publiek
en toelatingen van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt
terzake waarvan de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel
5:6 of 5:7 bevoegd is tot de goedkeuring van het prospectus.
Artikel 5:13
1.Het prospectus bevat alle gegevens die, gelet op de aard van de
uitgevende instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot de
handel op de gereglementeerde markt toegelaten effecten, van belang zijn
voor het vormen van een verantwoord oordeel over het vermogen, de
financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de
uitgevende instelling en de eventuele garant en de rechten welke aan
deze effecten verbonden zijn, waaronder de gegevens, bedoeld in de
artikelen 3 tot en met 23 van de prospectusverordening en de bij die
artikelen behorende bijlagen.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn niet met elkaar in strijd
of in tegenspraak met andere bij de Autoriteit Financiële Markten
aanwezige informatie omtrent de uitgevende instelling, aanbieder of
aanvrager van toelating van effecten tot de handel op de
gereglementeerde markt en worden gepresenteerd in een vorm die voor een
redelijk geïnformeerd en zorgvuldig handelend persoon begrijpelijk
zijn.
Artikel 5:14
1.De samenvatting beschrijft op beknopte wijze en in bewoordingen die
voor een redelijk geïnformeerd en zorgvuldig handelend persoon
begrijpelijk zijn de belangrijkste kenmerken van en risico’s verbonden
aan de uitgevende instelling, de eventuele garant en de effecten, in de
taal waarin het prospectus oorspronkelijk is gesteld.
2.De samenvatting bevat de waarschuwing dat:
a. de samenvatting gelezen moet worden als een inleiding op het
prospectus;
b. een beslissing om in de effecten te beleggen gebaseerd moet zijn op
de bestudering van het gehele prospectus door degene die in de effecten
belegt;
c. indien een vordering met betrekking tot de informatie in het
prospectus bij een rechterlijke instantie aanhangig wordt gemaakt, de
eiser in de procedure eventueel volgens de nationale wetgeving van de
lidstaten de kosten voor de vertaling van het prospectus draagt voordat
de vordering wordt ingesteld; en
d. degenen die de samenvatting, met inbegrip van een vertaling ervan,
hebben ingediend en om een verklaring als bedoeld in artikel 5:10,
eerste lid, hebben verzocht, uitsluitend aansprakelijk kunnen worden
gesteld, indien de samenvatting gelezen in samenhang met de andere delen
van het prospectus misleidend, onjuist of inconsistent is.
Artikel 5:15
1.Het prospectus wordt opgesteld in:
a. een enkel document dat, naast een samenvatting die voldoet aan
artikel 5:14, ten minste de gegevens bevat, bedoeld in heteerste lid van
artikel 5:13; of
b. de drie hierna genoemde afzonderlijke documenten:
1°. een registratiedocument dat gegevens bevat over de uitgevende
instelling;
2°. een verrichtingsnota die gegevens bevat over de effecten die aan
het publiek worden aangeboden of waarvoor een aanvraag tot toelating tot
de handel op een gereglementeerde markt wordt ingediend; en
3°. een samenvatting die voldoet aan artikel 5:14.
2.De uitgevende instelling die in het bezit is van een
registratiedocument dat deel uitmaakt van een reeds goedgekeurd
prospectus, stelt alleen dan een nieuwe verrichtingsnota en een
samenvatting op, indien effecten aan het publiek worden aangeboden of
tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten.
3.Indien zich na de goedkeuring van het meest actuele
registratiedocument of van enig document ter aanvulling van het
prospectus overeenkomstig artikel 5:23 een verandering of recente
ontwikkeling van betekenis heeft voorgedaan die de beoordeling van de
aanbieding door degene die in effecten belegt zou kunnen beïnvloeden,
bevat de verrichtingsnota, bedoeld in het tweede lid, de gegevens die in
een registratiedocument moeten worden vermeld. De verrichtingsnota en de
samenvatting vormen tezamen met het in het tweede lid bedoelde
registratiedocument een nieuw prospectus.
Artikel 5:16
1. Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt kan het prospectus
opstellen in de vorm van een basisprospectus dat, voorzover van
toepassing, de in de artikelen 5:13en 5:14 bedoelde informatie bevat,
indien het betreft:
a. effecten zonder aandelenkarakter die worden aangeboden of uitgegeven
in het kader van een aanbiedingsprogramma; of
b. effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek door
banken worden aangeboden of uitgegeven indien:
1°. de opbrengsten van de aanbieding of toelating van de effecten
overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen worden belegd in
activa die afdoende dekking vormen voor de verplichtingen die tot de
vervaldag uit de bedoelde effecten voortvloeien; en
2°. deze opbrengsten bij faillissement van de betrokken bank bij
voorrang worden gebruikt om het kapitaal en de verschuldigde rente terug
te betalen, onverminderd het bepaalde in richtlijn nr. 2001/24/EGvan het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 april 2001
betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PbEG L
125).
2. Indien een uitgevende instelling de definitieve voorwaarden van een
aanbieding van effecten aan het publiek niet in het basisprospectus en
evenmin in een document ter aanvulling van het prospectus heeft vermeld,
stelt zij deze bij elke aanbieding van effecten aan het publiek of
toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt
algemeen verkrijgbaar en deponeert zij de definitieve voorwaarden zo
spoedig mogelijk bij de Autoriteit Financiële Markten, voorzover
mogelijk voor de aanvang van de aanbieding van effecten aan het publiek
of de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde
markt. Artikel 5:18, eerste lid, is daarbij van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 5:17
1.Indien in het prospectus informatie door middel van verwijzing wordt
opgenomen, wordt verwezen naar eerder of gelijktijdig met het prospectus
algemeen verkrijgbaar gestelde documenten die door de Autoriteit
Financiële Markten, of, indien van toepassing, door een bevoegde
toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, in overeenstemming
met de richtlijn prospectus of de titels IV of V van de richtlijn nr.
2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële
notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten
moet worden gepubliceerd (PbEG L 184), zijn goedgekeurd of bij de
Autoriteit Financiële Markten of de instantie van een andere lidstaat
zijn gedeponeerd.
2.De informatie waarnaar in het prospectus wordt verwezen, is de meest
recente die de uitgevende instelling algemeen verkrijgbaar heeft
gesteld.
3.In de samenvatting wordt geen informatie door middel van verwijzing
opgenomen.
4.Bij opneming van informatie door middel van verwijzing in het
prospectus wordt een lijst met de gebruikte verwijzingen verstrekt opdat
degene die in effecten belegt specifieke gegevens gemakkelijk kan
terugvinden.
Artikel 5:18
1.Indien de uitgevende instelling of de aanbieder de definitieve prijs
of ruilverhouding waartegen de effecten aan het publiek zullen worden
aangeboden en het definitieve aantal effecten dat zal worden aangeboden
niet in het prospectus vermeldt, vermeldt het prospectus de criteria of
de voorwaarden aan de hand waarvan deze gegevens zullen worden
vastgesteld of, in het geval nog geen definitieve prijs is vermeld, een
maximumprijs.
2.De uitgevende instelling of de aanbieder deponeert bij de Autoriteit
Financiële Markten de gegevens met betrekking tot de definitieve prijs
waartegen de effecten aan het publiek zullen worden aangeboden en het
definitieve aantal aan te bieden effecten en stelt deze gegevens
algemeen verkrijgbaar overeenkomstig artikel 5:21, derde lid.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan ontheffing verlenen van de
ingevolge dit hoofdstuk of de prospectusverordening in het prospectus op
te nemen informatie, indien:
a. openbaarmaking van die informatie in strijd is met het algemeen
belang;
b. openbaarmaking van die informatie de uitgevende instelling ernstig
zou schaden, en het achterwege blijven van de vermelding het publiek
niet kan misleiden ten aanzien van feiten en omstandigheden die van
essentieel belang zijn om tot een verantwoord oordeel te kunnen komen
over de uitgevende instelling, de aanbieder, aanvrager van de toelating
van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt, of in
voorkomend geval de garant of over de rechten die verbonden zijn aan de
effecten waarop het prospectus betrekking heeft; of
c. dergelijke informatie van minder belang is, uitsluitend voor een
specifieke aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt bedoeld is en niet
van zodanige aard is dat zij invloed heeft op de beoordeling van de
financiële positie en vooruitzichten van de uitgevende instelling, de
aanbieder, aanvrager van de toelating van effecten tot de handel op een
gereglementeerde markt of, in voorkomend geval, de garant.
4.Indien de ingevolge de artikelen 3 tot en met 22 van de
prospectusverordening in het prospectus te vermelden gegevens niet
aansluiten bij de activiteiten dan wel de rechtsvorm van de uitgevende
instelling of bij de effecten waarop het prospectus betrekking heeft,
neemt de uitgevende instelling, indien zij daarover beschikt, gegevens
in het prospectus op die gelijkwaardig zijn aan de vereiste gegevens,
zonder afbreuk te doen aan de adequate informatievoorziening aan
beleggers.
Artikel 5:19
1.Een prospectus ten behoeve van het in Nederland aanbieden van effecten
aan het publiek of het toelaten van effecten tot de handel op een in
Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt ten aanzien
waarvan de Autoriteit Financiële Markten tot goedkeuring bevoegd is,
wordt, ongeacht of deze effecten ook in andere lidstaten worden
aangeboden, opgesteld in de Nederlandse taal of in een taal die in de
internationale financiële kringen gebruikelijk is.
2.Een prospectus ten behoeve van het in Nederland aanbieden van effecten
aan het publiek of het toelaten van effecten tot de handel op een in
Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt ten aanzien
waarvan een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat tot
goedkeuring bevoegd is, wordt opgesteld in de Nederlandse taal of in een
taal die in de internationale financiële kringen gebruikelijk is.
Indien het prospectus in een andere dan de Nederlandse taal is
opgesteld, kan de Autoriteit Financiële Markten verlangen dat de
samenvatting in de Nederlandse taal wordt vertaald.
3.Een prospectus ten behoeve van het in een andere lidstaat aanbieden
van effecten aan het publiek of het toelaten van effecten tot de handel
op een in een andere lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde
markt ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten tot
goedkeuring bevoegd is, wordt opgesteld in de Nederlandse taal of in een
taal die in de internationale financiële kringen gebruikelijk is.
4.Een prospectus ten behoeve van het toelaten van effecten zonder
aandelenkarakter met een nominale waarde per eenheid van ten minste €
50.000 tot de handel op een in een andere lidstaat gelegen of
functionerende gereglementeerde markt ten aanzien waarvan de Autoriteit
Financiële Markten tot goedkeuring bevoegd is, of ten behoeve van het
toelaten van effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde
per eenheid van ten minste€ 50.000 tot de handel op een in Nederland
gelegen of functionerende gereglementeerde markt ten aanzien waarvan de
toezichthoudende instantie van een andere lidstaat tot goedkeuring
bevoegd is, wordt opgesteld in een taal die door de Autoriteit
Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere
lidstaat wordt aanvaard of een taal die in de internationale financiële
kringen gebruikelijk is.
§ 5.1.3.5. Reclame-uitingen, algemeenverkrijgbaarstelling van het
prospectus en geldigheidsduur van het prospectus
Artikel 5:20
1. Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating
van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt draagt er zorg
voor dat een reclame-uiting die betrekking heeft op het aanbieden van
effecten aan het publiek of op de toelating van effecten tot de handel
op de gereglementeerde markt:
a. vermeldt dat er een prospectus algemeen verkrijgbaar is of wordt
gesteld en waar het prospectus kan worden verkregen; en
b. als reclame-uiting herkenbaar is en informatie bevat die niet onjuist
of misleidend is en in overeenstemming is met de informatie die in het
prospectus is of wordt opgenomen.
2. Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating
van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt doet geen
mondelinge of schriftelijke mededelingen die betrekking hebben op de
aanbieding van effecten aan het publiek of de toelating van effecten tot
de handel op de gereglementeerde markt die niet overeenstemmen met de
informatie die in het prospectus is vermeld.
3. Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt neemt de door hem
tot gekwalificeerde beleggers en andere personen gerichte essentiële
informatie, met inbegrip van in het kader van bijeenkomsten betreffende
aanbiedingen van effecten aan het publiek of toelatingen van effecten
tot de handel op een gereglementeerde markt verstrekte informatie die
van belang is voor de beoordeling van het vermogen, de financiële
positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling
en de aan de effecten verbonden rechten, op in het prospectus of,
overeenkomstig artikel 5:23, in een document ter aanvulling van het
prospectus.
4. Indien op grond vanartikel 5:3, 5:4 of 5:5, of indien van toepassing,
op grond van het recht van een andere lidstaat, ter zake van een
aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van effecten
tot de handel op een gereglementeerde markt geen prospectus algemeen
verkrijgbaar behoeft te worden gesteld, vindt het in het eerste tot en
met het derde lid bepaalde geen toepassing en wordt de in het derde lid
bedoelde informatie verstrekt aan diegenen waartoe de aanbieding van
effecten aan het publiek is gericht.
5. Indien ter zake van een aanbieding van effecten aan het publiek
artikel 5:3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, c, d, e of f van
toepassing is, vermeldt de aanbieder bij het aanbod, in reclame-uitingen
en in documenten waarin het aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld:
a. dat geen prospectus algemeen verkrijgbaar wordt gesteld dat is
goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten; en
b. dat de aanbieding niet onder toezicht staat van de Autoriteit
Financiële Markten.
De Autoriteit Financiële Markten stelt de wijze vast waarop de
vermelding wordt gedaan.
Artikel 5:21
1.Na goedkeuring door de Autoriteit Financiële Markten kan het
prospectus door de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de
toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt,
algemeen verkrijgbaar worden gesteld. De algemeenverkrijgbaarstelling
vindt plaats binnen een redelijke termijn voorafgaand aan en uiterlijk
bij aanvang van de aanbieding van effecten aan het publiek of de
toelating van de betrokken effecten tot de handel op de gereglementeerde
markt.
2.In geval van een eerste aanbieding aan het publiek of toelating tot de
handel op een gereglementeerde markt van effecten als bedoeld in artikel
5:1, onderdeel d, onder 1°, die nog niet tot de handel op een
gereglementeerde markt zijn toegelaten en die voor de eerste keer tot de
handel op een gereglementeerde markt zullen worden toegelaten, stelt de
aanbieder of aanvrager van de toelating van effecten tot de handel op
een gereglementeerde markt het prospectus ten minste zes werkdagen voor
het einde van de aanbieding of toelating algemeen verkrijgbaar.
3.De uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van
effecten tot de handel op een gereglementeerde markt stelt het
prospectus algemeen verkrijgbaar door middel van:
a. publicatie in een landelijk verspreid dagblad in de lidstaat waar de
aanbieding van effecten aan het publiek wordt gedaan of waar de
toelating van effecten tot de handel op de gereglementeerde markt wordt
aangevraagd;
b. een drukwerk dat kosteloos kan worden verkregen ten kantore van de
marktexploitant waar de effecten tot de handel worden toegelaten, of ten
kantore van de uitgevende instelling en ten kantore van de
beleggingsonderneming die de effecten plaatst of anderszins werkzaam is
bij de totstandkoming van transacties in de desbetreffende effecten;
c. plaatsing op de website van de uitgevende instelling en, in
voorkomend geval, op de website van de beleggingsonderneming die de
effecten plaatst of anderszins werkzaam is bij de totstandkoming van
transacties in de desbetreffende effecten;
d. plaatsing op de website van de marktexploitant waar de toelating van
de effecten tot de handel werd aangevraagd; of
e. plaatsing op de website van de Autoriteit Financiële Markten, indien
deze mogelijkheid wordt geboden.
4.Indien het prospectus op de wijze, bedoeld in artikel 5:15, eerste
lid, onderdeel b, is opgesteld, kunnen de verschillende documenten die
het prospectus omvat afzonderlijk algemeen verkrijgbaar worden gesteld
op de in het derde lid bepaalde wijze. In elk afzonderlijk algemeen
verkrijgbaar gesteld document wordt vermeld waar de andere delen van het
prospectus kunnen worden verkregen.
5.De vorm en inhoud van het algemeen verkrijgbaar gestelde prospectus of
de documenten ter aanvulling daarvan stemmen steeds geheel overeen met
de vorm en inhoud van het prospectus dat door de Autoriteit Financiële
Markten is goedgekeurd.
6.Indien het prospectus uitsluitend elektronisch algemeen verkrijgbaar
is gesteld, verstrekt de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager
van de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde
markt of de effecteninstelling aan een ieder die daarom verzoekt
kosteloos een schriftelijk afschrift van het prospectus.
7.Indien in het prospectus informatie door middel van verwijzing als
bedoeld in artikel 5:17 is opgenomen, kunnen de documenten waarnaar
wordt verwezen, onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met het
vijfde lid, afzonderlijk algemeen verkrijgbaar worden gesteld. In elk
afzonderlijk algemeen verkrijgbaar gesteld document wordt vermeld waar
de andere delen van het prospectus kunnen worden verkregen.
Artikel 5:22
1.Een prospectus is gedurende twaalf maanden na
algemeenverkrijgbaarstelling geldig voor aanbiedingen van effecten aan
het publiek dan wel voor de toelatingen van effecten tot de handel op
een gereglementeerde markt, indien het, voorzover van toepassing, wordt
aangevuld met de ingevolge artikel 5:23 vereiste documenten.
2.In geval van een aanbiedingsprogramma is het eerder ingediende
basisprospectus geldig gedurende een periode van ten hoogste twaalf
maanden na algemeenverkrijgbaarstelling.
3.Het basisprospectus is voor de in artikel 5:16, eerste lid, onderdeel
b, bedoelde effecten zonder aandelenkarakter geldig vanaf
algemeenverkrijgbaarstelling tot het tijdstip waarop de betrokken
effecten niet langer doorlopend of periodiek worden uitgegeven.
4.Een eerder gedeponeerd registratiedocument als bedoeld in artikel
5:15, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, is geldig voor een periode van
ten hoogste twaalf maanden na algemeenverkrijgbaarstelling van het
registratiedocument, indien het overeenkomstig artikel 5:23 is
geactualiseerd. Het registratiedocument dat vergezeld gaat van de
eventueel overeenkomstigartikel 5:15, derde lid, geactualiseerde
verrichtingsnota en de samenvatting, wordt als een geldig prospectus
beschouwd.
§ 5.1.3.6. Informatieverplichtingen na goedkeuring van het prospectus
Artikel 5:23
1.Indien tussen het tijdstip van de goedkeuring van een prospectus en
het tijdstip waarop de handel in de desbetreffende effecten op een in
Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt aanvangt of
de aanbieding van de desbetreffende effecten aan het publiek in
Nederland wordt afgesloten, zich een belangrijke nieuwe ontwikkeling
voordoet die verband houdt met de informatie in het goedgekeurde
prospectus of indien in het prospectus een materiële vergissing of
onjuistheid wordt geconstateerd die van invloed kan zijn op de
beoordeling van de effecten, stelt de uitgevende instelling, aanbieder
of aanvrager van de toelating van de effecten tot de handel op de
gereglementeerde markt een document ter aanvulling van het prospectus
op.
2.Het in het eerste lid bedoelde document behoeft de goedkeuring van de
Autoriteit Financiële Markten of van een toezichthoudende instantie van
een andere lidstaat.
3.Indien de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 5:6 of
5:7 een prospectus heeft goedgekeurd is zij bevoegd een document ter
aanvulling van het prospectus goed te keuren. De Autoriteit Financiële
Markten neemt binnen zeven werkdagen na ontvangst van het document het
besluit omtrent de goedkeuring van het document en maakt dit onverwijld
bekend aan de aanvrager. Het document maakt, na goedkeuring door de
Autoriteit Financiële Markten, deel uit van het prospectus.
4.De samenvatting, bedoeld in artikel 5:14, en de eventuele vertaling
daarvan worden zo nodig door de uitgevende instelling, aanbieder of
aanvrager van de toelating van de effecten tot de handel op de
gereglementeerde markt aangevuld met de nieuwe in het document ter
aanvulling van het prospectus opgenomen informatie.
5.Het document ter aanvulling van het prospectus, bedoeld in het eerste
lid wordt algemeen verkrijgbaar gesteld overeenkomstig artikel 5:21,
derde lid.
6.Indien terzake van een aanbieding van effecten aan het publiek in
Nederland een document ter aanvulling van het prospectus algemeen
verkrijgbaar is gesteld, heeft degene die terzake van deze effecten een
overeenkomst inzake het kopen of verkrijgen van deze effecten is
aangegaan of een aanbod heeft gericht op het aangaan van een
overeenkomst inzake het kopen of verkrijgen van deze effecten, het recht
om binnen twee werkdagen na de publicatie van dat document de
overeenkomst te ontbinden of het aanbod te herroepen.
7.Indien ter zake van een toelating van effecten tot de handel op een in
Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt een document
ter aanvulling van het prospectus algemeen verkrijgbaar is gesteld, komt
het in het zesde lid genoemde recht tevens toe aan degene die een
overeenkomst inzake het kopen of verkrijgen van deze effecten is
aangegaan.
8.Indien een prospectus is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële
Markten en de effecten terzake waarvan het prospectus is goedgekeurd in
een andere lidstaat aan het publiek worden aangeboden of zijn toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt, voldoet de Autoriteit
Financiële Markten aan een verzoek van de toezichthoudende instantie
van die andere lidstaat om een document ter aanvulling van het
prospectus te laten opstellen.
§ 5.1.3.7. Aanvullende bevoegdheden voor de Autoriteit Financiële
Markten bij aanbieden van effecten
Artikel 5:24 [Vervallen per 01-01-2009]
Artikel 5:25
1. De Autoriteit Financiële Markten kan overeenkomstige toepassing
geven aan artikel 1:75, eerste lid, ten aanzien van een uitgevende
instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating van effecten tot de
handel op een gereglementeerde markt, indien die uitgevende instelling,
aanbieder of aanvrager niet voldoet aan het ingevolge dit hoofdstuk of
de prospectusverordening bepaalde.
2. Een op grond van het eerste lid gegeven aanwijzing strekt niet tot
aantasting van overeenkomsten tussen de uitgevende instelling, aanbieder
of aanvrager van toelating van effecten tot de handel op een
gereglementeerde markt waaraan de aanwijzing is gegeven en derden.
Hoofdstuk 5.1a. Regels voor informatievoorziening door uitgevende
instellingen
Afdeling 5.1a.1. Afdeling 5.1a.1 Informatieverplichtingen voor
uitgevende instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel
op een gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst
is
§ 5.1a.1.1. Inleidende bepalingen
Artikel 5:25a
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt, in afwijking van artikel
1:1, verstaan onder:
a. aandeelhouder: degene die middellijk of onmiddellijk houder is, al
dan niet voor eigen rekening, van aandelen of certificaten van aandelen
in een uitgevende instelling;
b. accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid,
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of indien een uitgevende
instelling zetel heeft in een andere lidstaat een externe accountant
die, op grond van de wetgeving van die lidstaat ter implementatie van de
artikelen 51 en 51bis van de richtlijn jaarrekening of artikel 37 van de
richtlijn geconsolideerde jaarrekening, bevoegd is tot controle van de
jaarrekening;
c. lidstaat van herkomst:
1°. voor een uitgevende instelling die aandelen of die obligaties met
een kleinere nominale waarde per obligatie dan € 1 000 uitgeeft: de
lidstaat waar de uitgevende instelling haar zetel heeft of, indien zij
haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is, de lidstaat van de
toezichthoudende instantie waar zij overeenkomstig artikel 10 van de
richtlijn prospectus de jaarlijks te verstrekken informatie moet
indienen;
2°. voor een uitgevende instelling anders dan bedoeld onder 1°, de
lidstaat die een uitgevende instelling heeft gekozen uit hetzij de
lidstaat waar zij haar zetel heeft, hetzij de lidstaat waar haar
effecten zijn toegelaten tot de handel op een in die lidstaat gelegen of
werkzame gereglementeerde markt;
d. obligatie: effect als bedoeld in onderdeel b van de definitie van
effect in artikel 1:1, niet zijnde een effect dat met een aandeel gelijk
te stellen is of dat door middel van conversie of door uitoefening van
een daaraan verbonden recht recht geeft tot het verkrijgen van aandelen
of met aandelen gelijk te stellen waardepapieren.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt de nominale
waarde van een obligatie die niet luidt in euro’s omgerekend in euro’s,
waarbij een omgerekende waarde van nagenoeg€ 1000 wordt gelijkgesteld
aan€ 1000.
3. Een uitgevende instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
onder 2, kan slechts een lidstaat als lidstaat van herkomst kiezen. Die
keuze blijft ten minste drie jaar geldig, tenzij de effecten van de
uitgevende instelling niet meer tot de handel op een gereglementeerde
markt in de Europese Unie worden toegelaten.
Artikel 5:25b
1. Deze afdeling, met uitzondering van de artikelen 5:25f en 5:25i, is
uitsluitend van toepassing op uitgevende instellingen waarvan effecten
zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt en waarvan Nederland
lidstaat van herkomst is.
2. Indien certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de
instelling die de onderliggende aandelen heeft uitgegeven aangemerkt als
uitgevende instelling, voor zover die certificaten met haar medewerking
zijn uitgegeven.
3. Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 5:25i, is niet van
toepassing op beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming
op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect
worden ingekocht of terugbetaald.
§ 5.1a.1.2. Periodieke verplichtingen voor uitgevende instellingen
Artikel 5:25c
1.Binnen vier maanden na afloop van het boekjaar stelt een uitgevende
instelling haar opgemaakte jaarlijkse financiële verslaggeving algemeen
verkrijgbaar. De jaarlijkse financiële verslaggeving wordt gedurende
een periode van ten minste vijf jaar beschikbaar gehouden voor het
publiek.
2.De jaarlijkse financiële verslaggeving omvat:
a. de door een accountant gecontroleerde jaarrekening;
b. het jaarverslag; en
c. verklaringen van de bij de uitgevende instelling als ter zake
verantwoordelijk aangewezen personen, met duidelijke vermelding van naam
en functie, van het feit dat, voor zover hun bekend,
1°. de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva,
de financiële positie en de winst of het verlies van de uitgevende
instelling en de gezamenlijk in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
en
2°. het jaarverslag een getrouw beeld geeft omtrent de toestand op de
balansdatum, de gang van zaken gedurende het boekjaar van de uitgevende
instelling en van de met haar verbonden ondernemingen waarvan de
gegevens in haar jaarrekening zijn opgenomen en dat in het jaarverslag
de wezenlijke risico’s waarmee de uitgevende instelling wordt
geconfronteerd, zijn beschreven.
3.Indien de uitgevende instelling zetel heeft in Nederland wordt voor de
toepassing van dit artikel verstaan onder:
a. de jaarrekening: de jaarrekening, bedoeld in artikel 361 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek alsmede de gegevens die op grond van artikel
392, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek hieraan moeten
worden toegevoegd;
b. het jaarverslag: het jaarverslag, bedoeld in artikel 391 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek.
4.Indien de uitgevende instelling zetel heeft in een andere lidstaat
wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan onder:
a. de jaarrekening: de jaarrekening die met inachtneming van het recht
van die lidstaat ter uitvoering van de richtlijn jaarrekening of de
richtlijn geconsolideerde jaarrekening en, voor zover toepasselijk,
overeenkomstig artikel 3 van de IAS-verordening goedgekeurde
voorschriften is opgemaakt, alsmede de door de accountant, die belast
was met de controle van die jaarrekening, ondertekende en gedagtekende
verklaring over de door hem uitgevoerde controle en, indien de
uitgevende instelling tevens moederonderneming in de zin van de
richtlijn geconsolideerde jaarrekening is, de jaarrekening die is
opgemaakt met inachtneming van het recht van die lidstaat ter uitvoering
van de richtlijn jaarrekening;
b. het jaarverslag: het jaarverslag dat is opgesteld met inachtneming
van het recht van die lidstaat ter uitvoering van artikel 46 van de
richtlijn jaarrekening of artikel 36 van de richtlijn geconsolideerde
jaarrekening.
5.Indien de uitgevende instelling zetel heeft in een staat die geen
lidstaat is en Nederland lidstaat van herkomst is, geeft de uitgevende
instelling ten aanzien van de jaarrekening en het jaarverslag
overeenkomstige toepassing aan het derde lid.
Artikel 5:25d
1. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee maanden na afloop van de
eerste zes maanden van het boekjaar maakt een uitgevende instelling de
halfjaarlijkse financiële verslaggeving op en stelt zij deze algemeen
verkrijgbaar. De halfjaarlijkse financiële verslaggeving wordt
gedurende een periode van ten minste vijf jaar beschikbaar gehouden voor
het publiek.
2. De halfjaarlijkse financiële verslaggeving omvat:
a. de halfjaarrekening;
b. het halfjaarverslag; en
c. verklaringen van de bij de uitgevende instelling als ter zake
verantwoordelijk aangewezen personen, met duidelijke vermelding van naam
en functie, van het feit dat, voor zover hun bekend,:
1°. de halfjaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de
passiva, de financiële positie en de winst of het verlies van de
uitgevende instelling en de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen
ondernemingen; en
2°. het halfjaarverslag een getrouw overzicht geeft van de in het
achtste en, voor zover van toepassing, negende lid bedoelde informatie.
3. Indien de halfjaarlijkse financiële verslaggeving is gecontroleerd
of beperkt is beoordeeld door een accountant wordt de door hem
ondertekende en gedagtekende verklaring of beoordeling samen met de
halfjaarlijkse financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar gesteld.
4. Indien de halfjaarlijkse financiële verslaggeving niet door een
accountant is gecontroleerd of beperkt is beoordeeld, wordt dat door de
uitgevende instelling in haar halfjaarverslag vermeld.
5. De halfjaarrekening van een uitgevende instelling met zetel in
Nederland:
a. wordt opgemaakt met inachtneming van de ter zake overeenkomstig
artikel 3 van de IAS-verordening goedgekeurde voorschriften, indien de
uitgevende instelling op grond van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te maken; of
b. bevat de verkorte balans, de verkorte winst- en verliesrekening en de
toelichtingen daarop, indien de uitgevende instelling niet verplicht is
een geconsolideerde jaarrekening op te maken.
6. De halfjaarrekening van een uitgevende instelling met zetel in een
andere lidstaat:
a. wordt opgemaakt met inachtneming van de ter zake overeenkomstig
artikel 3 van de IAS-verordening goedgekeurde voorschriften, indien de
uitgevende instelling naar het recht van die lidstaat verplicht is een
geconsolideerde jaarrekening op te maken; of
b. bevat de verkorte balans, de verkorte winst- en verliesrekening en de
toelichtingen daarop, indien de uitgevende instelling niet verplicht is
een geconsolideerde jaarrekening op te maken.
7. Bij het opmaken van de verkorte balans en de verkorte winst- en
verliesrekening, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b en zesde lid,
onderdeel b, past de uitgevende instelling dezelfde beginselen en
grondslagen inzake indeling en waardering toe als bij de jaarlijkse
financiële verslaggeving.
8. Het halfjaarverslag bevat ten minste een opsomming van belangrijke
gebeurtenissen die zich de eerste zes maanden van het desbetreffende
boekjaar hebben voorgedaan en het effect daarvan op de halfjaarrekening,
alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden
voor de overige zes maanden van het desbetreffende boekjaar.
9. Indien van een uitgevende instelling aandelen zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt, bevat het halfjaarverslag eveneens
de belangrijkste transacties met verbonden partijen.
10. Indien de uitgevende instelling zetel heeft in een staat die geen
lidstaat is en Nederland lidstaat van herkomst is, geeft de uitgevende
instelling ten aanzien van de halfjaarrekening en het halfjaarverslag
overeenkomstige toepassing aan het vijfde en het zevende lid.
Artikel 5:25e
1.Een uitgevende instelling waarvan aandelen zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt stelt een tussentijdse verklaring
algemeen verkrijgbaar in de eerste en in de tweede helft van het
boekjaar. Deze verklaring wordt afgelegd in een periode gelegen tussen
tien weken na aanvang en zes weken voor het einde van de desbetreffende
periode.
2.De tussentijdse verklaring bevat informatie over de periode tussen het
begin van het desbetreffende halfjaar en de datum van
algemeenverkrijgbaarstelling. De verklaring omvat:
a. een toelichting van belangrijke gebeurtenissen en transacties die in
die periode hebben plaatsgevonden en van de gevolgen daarvan voor de
financiële positie van de uitgevende instelling en de door haar
gecontroleerde ondernemingen; en
b. een algemene beschrijving van de financiële positie en de prestaties
van de uitgevende instelling en de door haar gecontroleerde
ondernemingen tijdens die periode.
3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een uitgevende
instelling die reeds op grond van het op haar toepasselijke recht elk
kwartaal een verklaring als bedoeld in het tweede lid algemeen
verkrijgbaar stelt.
Artikel 5:25f
1.Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen waarvan
effecten zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of
functionerende gereglementeerde markt ongeacht hun lidstaat van
herkomst.
2.Een uitgevende instelling stelt ten minste eenmaal per jaar een
document algemeen verkrijgbaar dat informatie bevat over of verwijst
naar:
a. de in de voorafgaande twaalf maanden ingevolge de artikelen 5:25c,
eerste lid, 5:25d, eerste lid, en 5:25e, eerste lid, of ingevolge het in
haar lidstaat van herkomst ter uitvoering van de artikelen 4, 5, of 6
van de richtlijn transparantie bepaalde algemeen verkrijgbaar gestelde
informatie; en
b. de overige informatie die door de uitgevende instelling naar het
recht inzake het toezicht op het effectenverkeer in enige staat in de
bedoelde twaalf maanden openbaar is gemaakt.
3.Indien de uitgevende instelling in het document, bedoeld in het eerste
lid, verwijst naar informatie die elders beschikbaar is, wordt
aangegeven waar en op welke wijze die informatie kan worden verkregen.
Artikel 5:25g
1.Deartikelen 5:25c, 5:25d en 5:25e zijn niet van toepassing op staten,
regionale of lokale overheidslichamen, internationaalrechtelijke
organisaties waarbij lidstaten zijn aangesloten, de Europese Centrale
Bank en de nationale centrale banken van lidstaten.
2.Deze paragraaf is niet van toepassing op uitgevende instellingen die
uitsluitend obligaties of andere effecten zonder aandelenkarakter als
bedoeld in artikel 5:1, onderdeel e, uitgeven met een nominale waarde
per eenheid van ten minste € 50 000 of de tegenwaarde daarvan, op de
datum van uitgifte, in een andere munteenheid.
§ 5.1a.1.3. Incidentele verplichtingen voor uitgevende instellingen
Artikel 5:25h
1. Een uitgevende instelling waarvan aandelen tot de handel op een
gereglementeerde markt zijn toegelaten stelt onverwijld informatie
omtrent wijzigingen in de rechten die aan door haar uitgegeven aandelen
van een bepaalde klasse zijn verbonden algemeen verkrijgbaar. De eerste
volzin is van overeenkomstige toepassing op door de uitgevende
instelling uitgegeven rechten op het verwerven van aandelen.
2. Een uitgevende instelling waarvan andere effecten, dan bedoeld in het
eerste lid, eerste volzin, zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt, stelt onverwijld informatie omtrent wijzigingen
in de rechten van houders van de eerstgenoemde effecten algemeen
verkrijgbaar. Onder wijzigingen in de rechten van houders als bedoeld in
de eerste volzin worden eveneens verstaan wijzigingen in de voorwaarden
die verbonden zijn aan de effecten, indien die wijzigingen van invloed
kunnen zijn op die rechten.
3. Indien een uitgevende instelling obligaties aan het publiek aanbiedt
als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel a, stelt zij met betrekking tot
die aanbieding informatie algemeen verkrijgbaar, tenzij ten aanzien van
die aanbieding een goedgekeurd prospectus als bedoeld in artikel
5:2algemeen verkrijgbaar is gesteld. De uitgevende instelling stelt
daarbij onder meer informatie algemeen verkrijgbaar omtrent de bij die
obligaties behorende garanties of zekerheden.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien de uitgevende instelling
een internationaalrechtelijke organisatie is waarbij ten minste een
lidstaat is aangesloten.
Artikel 5:25i
1.In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt, in afwijking
vanartikel 1:1, onder uitgevende instelling verstaan: rechtspersoon,
vennootschap of instelling:
a. die financiële instrumenten of andere instrumenten heeft uitgegeven
die met haar instemming zijn toegelaten, of waarvoor met haar instemming
verzocht is om toelating, tot de handel in Nederland op:
1°. een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in
artikel 5:26, eerste lid, is verleend; of
2°. een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor een vergunning is
verleend als bedoeld in artikel 2:96; of
b. op wiens voorstel een koopovereenkomst tot stand is gekomen inzake
een financieel instrument, niet zijnde een effect, dat op een
gereglementeerde markt als bedoeld in onderdeel a, onder 1° of een
multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in onderdeel a, onder 2° is
toegelaten of waarvoor toelating is aangevraagd.
2.Een uitgevende instelling stelt informatie als bedoeld in de definitie
van voorwetenschap in artikel 5:53, eerste lid, die rechtstreeks op haar
betrekking heeft, onverwijld algemeen verkrijgbaar.
3.De uitgevende instelling of beheerder kan de
algemeenverkrijgbaarstelling van de informatie uitstellen indien:
a. het uitstel een rechtmatig belang van de uitgevende instelling dient;
b. van het uitstel geen misleiding van het publiek te duchten is; en
c. zij de vertrouwelijkheid van deze informatie kan waarborgen.
4.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot het derde lid. Daarbij kan worden bepaald wat onder een
rechtmatig belang van de uitgevende instelling kan worden verstaan en
aan welke vereisten de uitgevende instelling dient te voldoen om de
vertrouwelijkheid van de informatie te waarborgen.
5.Indien de uitgevende instelling of een persoon die haar
vertegenwoordigt, doelbewust informatie als bedoeld in artikel 5:53,
eerste lid, in het kader van de normale uitoefening van werk, beroep of
functie meedeelt aan een derde, stelt de uitgevende instelling die
informatie gelijktijdig algemeen verkrijgbaar. Indien de informatie niet
doelbewust aan een derde is meegedeeld stelt de uitgevende instelling de
informatie onverwijld na het doen van de mededeling algemeen
verkrijgbaar. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
6.Het vijfde lid, eerste volzin, is niet van toepassing indien de
persoon aan wie de informatie wordt meegedeeld ter zake daarvan gehouden
is tot geheimhouding.
Afdeling 5.1a.2. Regels voor uitgevende instellingen met Nederland als
lidstaat van herkomst
§ 5.1a.2.1. Inleidende bepalingen
Artikel 5:25j
1. Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op uitgevende
instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst is.
2. In afwijking van het eerste lid is artikel 5:25m tevens van
toepassing op uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25i,
eerste lid, voor zover het de op grond van artikel 5:25i algemeen
verkrijgbaar te stellen gereglementeerde informatie betreft.
3. In afwijking van het eerste lid is artikel 5:25ka, eerste lid,
onderdeel a, en tweede lid, zowel van toepassing op uitgevende
instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeer
|