Nadere regelgeving:
- Besluit
toezicht financiële verslaggeving
WET van 28 september 2006, houdende
regels inzake het toezicht op en de handhaving van de voorschriften voor
financiële verslaggeving van effectenuitgevende instellingen alsmede
tot wijziging van enige wetten (Wet toezicht financiële
verslaggeving)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat een
verbetering van het toezicht op de naleving en de handhaving van de
voorschriften voor de financiële verslaggeving van effectenuitgevende
instellingen gewenst is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Definities en reikwijdte
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt – voor zover
niet anders is bepaald – verstaan onder:
a. Autoriteit Financiële Markten: de Stichting Autoriteit
Financiële Markten;
b. effectenuitgevende instelling: uitgevende instelling als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waarvan
Nederland de lidstaat van herkomst is als bedoeld in artikel 5:25a,
onderdeel c, van die wet:
1°. met statutaire zetel in Nederland waarvan effecten zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of
de handel op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar
systeem uit een staat die geen lidstaat is, als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, die gelegen
is of functioneert in een staat die niet een lidstaat is van de
Europese Unie;
2°. Met statutaire zetel in een andere lidstaat of een staat
die geen lidstaat is waarvan effecten zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht;
c. IAS-verordening:verordening (EG) nr. 1606/2002 van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002
betreffende de toepassing van internationale standaarden voor
jaarrekeningen (PbEG L 243);
d. financiële verslaggeving:
1°. de vastgestelde jaarrekening, bedoeld in artikel 361 van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. het jaarverslag, bedoeld in artikel 391 van Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek;
3°. de gegevens die op grond van artikel 392 van Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek aan de jaarrekening en het jaarverslag
worden toegevoegd;
4°. indien de effectenuitgevende instelling zetel heeft in
een andere lidstaat, de overeenkomstig artikel 5:25c, eerste en
vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht algemeen
verkrijgbaar gestelde en opgestelde jaarrekening en het
overeenkomstig artikel 5:25c, eerste en vierde lid, van de Wet
op het financieel toezicht algemeen verkrijgbaar gestelde en
opgestelde jaarverslag;
5°. indien de effectenuitgevende instelling zetel heeft in
een staat die geen lidstaat is, de overeenkomstig artikel 5:25c,
eerste en vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht
algemeen verkrijgbaar gestelde jaarrekening en jaarverslag dan
wel de op grond van artikel 5:25c, eerste lid, jo. artikel
5:25v, eerste lid, algemeen verkrijgbaar gestelde jaarlijkse
financiële verslaggeving;
6°. de algemeen verkrijgbaar gestelde verklaringen inzake de
jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 5:25c,
tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het financieel toezicht;
en
7°. de algemeen verkrijgbaar gestelde halfjaarrekening, het
algemeen verkrijgbaar gestelde halfjaarverslag en de algemeen
verkrijgbaar gestelde verklaringen, bedoeld in artikel 5:25d van
de Wet op het financieel toezicht dan wel de op grond van
artikel 5:25d, eerste lid jo. artikel 5:25v, eerste lid algemeen
verkrijgbaar gestelde halfjaarlijkse financiële verslaggeving.
e. Onze Minister: Onze Minister van Financiën.
Artikel 1a
1.Deze wet is niet van toepassing op effectenuitgevende
instellingen die uitsluitend obligaties of effecten zonder
aandelenkarakter als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel e, van de Wet
op het financieel toezicht uitgeven met een nominale waarde per
eenheid van ten minste€ 50 000.
2.Deze wet is niet van toepassing op effectenuitgevende
instellingen met zetel in een door Onze Minster aangewezen staat die
geen lidstaat is en die op grond van artikel 5:25v van de Wet op het
financieel toezicht hun financiële verslaggeving opmaken
overeenkomstig de in die staat geldende wettelijke voorschriften met
betrekking tot financiële verslaggeving. Onze Minister kan een staat
uitsluitend aanwijzen indien het in die staat uitgeoefende toezicht op
de naleving van de in de vorige volzin bedoelde wettelijke
voorschriften voldoende waarborgen biedt ter bescherming van de
belangen die deze wet beoogt te beschermen.
Hoofdstuk 2. Toezicht op de naleving van financiële
verslaggevingsvoorschriften
Artikel 2
1.Indien de Autoriteit Financiële Markten op grond van openbare
feiten of omstandigheden redenen heeft voor twijfel of de financiële
verslaggeving, of een onderdeel daarvan, van een effectenuitgevende
instelling voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 3 van de
IAS-verordening , Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of de
artikelen 5:25c, tweede, vierde of vijfde lid, 5:25d, tweede of vierde
tot en met tiende lid, of artikel 5:25v, eerste lid, van de Wet op het
financieel toezicht gestelde voorschriften, kan zij van deze
instelling ter aanvulling van de financiële verslaggeving om een
nadere toelichting omtrent de toepassing van die voorschriften
verzoeken. Deze nadere toelichting wordt verstrekt binnen een door de
Autoriteit Financiële Markten te stellen redelijke termijn.
2.De Autoriteit Financiële Markten is verplicht tot geheimhouding
van het in het eerste lid bedoelde verzoek en de naar aanleiding
daarvan verstrekte nadere toelichting.
3.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de
accountantsverklaring, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek dan wel de verklaring van de accountant,
bedoeld in artikel 5:25c, vierde lid, van de Wet op het financieel
toezicht of de verklaring of beoordeling van de accountant, bedoeld in
artikel 5:25d, derde lid, van die wet.
4.Het eerste lid en de artikelen 3 en 4 zijn niet van toepassing op
belegginginstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht waarvan de rechten van deelneming op verzoek van
de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden
ingekocht of terugbetaald.
5.Het bepaalde ingevolge dit artikel en deartikelen 3 en 4 is van
overeenkomstige toepassing op jaarrekeningen, jaarverslagen en de
daaraan toe te voegen gegevens van een effectenuitgevende instelling
die ingevolge artikel 394, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek openbaar zijn gemaakt.
Artikel 3
1.De Autoriteit Financiële Markten kan, nadat de in artikel 2,
eerste lid, bedoelde nadere toelichting is verkregen, aan de
effectenuitgevende instelling schriftelijk mededelen dat de in dat lid
bedoelde twijfel niet is weggenomen. De Autoriteit Financiële Markten
kan de in de eerste volzin bedoelde mededeling voorts doen indien de
in de eerste volzin bedoelde nadere toelichting niet binnen de door de
Autoriteit Financiële Markten gestelde termijn is verkregen en de
Autoriteit Financiële Markten twijfelt of de financiële
verslaggeving, of een onderdeel daarvan, voldoet aan de in artikel 2,
eerste lid, bedoelde voorschriften.
2.De in het eerste lid bedoelde mededeling kan vergezeld gaan van
een aanbeveling aan de effectenuitgevende instelling om binnen een
door de Autoriteit Financiële Markten te bepalen redelijke termijn
een bericht algemeen verkrijgbaar te stellen en bij de Autoriteit
Financiële Markten te deponeren waarin de effectenuitgevende
instelling:
a. uitlegt op welke wijze de in het eerste lid bedoelde
voorschriften in de toekomst zullen worden toegepast en de
gevolgen daarvan voor de financiële verslaggeving beschrijft; of
b. uitlegt op welke onderdelen de financiële verslaggeving
niet voldoet aan de ingevolge artikel 3 van de IAS-verordening,
Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of de artikelen
5:25c, tweede, vierde of vijfde lid, 5:25d, tweede lid of vierde
tot en met tiende lid, of artikel 5:25v, eerste lid, van de Wet op
het financieel toezicht gestelde voorschriften en de gevolgen
daarvan voor de financiële verslaggeving beschrijft.
3.De Autoriteit Financiële Markten is verplicht tot geheimhouding
van de in het eerste lid bedoelde mededeling en de in het tweede lid
bedoelde aanbeveling.
4.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
met betrekking tot:
a. aan het in het tweede lid bedoelde bericht toe te voegen
stukken, en
b. de wijze waarop en de termijn waarbinnen het bericht,
bedoeld in het tweede lid, algemeen verkrijgbaar wordt gesteld en
bij de Autoriteit Financiële Markten wordt gedeponeerd.
Artikel 4
1.De Autoriteit Financiële Markten kan een verzoek als bedoeld in
artikel 452 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek doen, indien een
effectenuitgevende instelling onvoldoende gevolg heeft gegeven aan het
in artikel 2, eerste lid, bedoelde verzoek.
2.De Autoriteit Financiële Markten kan, nadat zij een mededeling
als bedoeld inartikel 3, eerste lid, aan de effectenuitgevende
instelling heeft gedaan zonder dat zij daarbij een aanbeveling als
bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft gedaan, in het belang van een
adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de
belegger op die markten, een verzoek als bedoeld in artikel 447 of 454
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek doen.
3.De Autoriteit Financiële Markten kan een verzoek als bedoeld in
artikel 447 of 454 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek doen, indien
de effectenuitgevende instelling onvoldoende gevolg heeft gegeven aan
een aanbeveling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of aan het
ingevolgeartikel 3, vierde lid, bepaalde.
4.De Autoriteit Financiële Markten brengt het feit dat zij een
verzoek als bedoeld in artikel 447, 452 of 454 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek heeft gedaan ter openbare kennis, nadat zij de
effectenuitgevende instelling in de gelegenheid heeft gesteld binnen
een redelijke termijn ter openbare kennis te brengen dat de Autoriteit
Financiële Markten een verzoek als bedoeld in artikel 447, 452 of 454
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek heeft gedaan en de
effectenuitgevende instelling daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
Indien de Autoriteit Financiële Markten het feit dat een verzoek is
ingediend ter openbare kennis brengt, vermeldt zij daarbij de naam van
de effectenuitgevende instelling, de datum van indiening van het
verzoek, de wettelijke grondslag voor het verzoek en, indien het een
verzoek als bedoeld in het tweede of derde lid betreft, in welk
opzicht de financiële verslaggeving volgens het verzoek herziening
behoeft.
5.Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op uit
een nadere toelichting afkomstige gegevens en inlichtingen die aan de
Autoriteit Financiële Markten is verstrekt op grond van een bevel
ingevolge artikel 452, vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek en op verzoeken als bedoeld in dit artikel.
6.De Autoriteit Financiële Markten kan in verzoeken als bedoeld in
dit artikel uit een nadere toelichting afkomstige gegevens of
inlichtingen opnemen die aan haar zijn verstrekt op grond vanartikel
2, eerste lid, of op grond van een bevel ingevolge artikel 452, vierde
lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Hoofdstuk 3. Het register
Artikel 5
1.De Autoriteit Financiële Markten houdt een register waarin
worden opgenomen:
a. de ingevolge artikel 3, tweede lid, bij de Autoriteit
Financiële Markten gedeponeerde berichten;
b. het ingevolge artikel 4, vierde lid, ter openbare kennis
gebrachte feit dat een verzoek is gedaan; en
c. afschriften van de beschikkingen, bedoeld in artikel 453 of
455 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede afschriften van
uitspraken van beroep in cassatie tegen de eerstgenoemde
beschikkingen.
2.De Autoriteit Financiële Markten draagt zorg voor het goed
functioneren van het register.
3.De Autoriteit Financiële Markten houdt de gegevens in het
register voor een ieder kosteloos ter inzage.
4.Binnen vijf werkdagen volgend op de werkdag waarop de Autoriteit
Financiële Markten de stukken, berichten of afschriften heeft
ontvangen of het feit, bedoeld in onderdeel c van het eerste lid, ter
openbare kennis is gebracht, neemt zij deze op in het register.
5.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
met betrekking tot:
a. de inrichting en werking van het register en de wijze waarop
wijzigingen in het register kunnen worden aangebracht, en
b. de wijze waarop de in het register op te nemen stukken of
berichten aan de Autoriteit Financiële Markten worden verstrekt.
Hoofdstuk 4. Uitwisseling van gegevens en samenwerking
Artikel 6
1.In afwijking van de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, en
artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Autoriteit
Financiële Markten gegevens of inlichtingen, verkregen bij de
vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken
aan een instantie die in een andere lidstaat met het toezicht op
financiële verslaggeving is belast of een bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen instantie die tot taak heeft een eenvormige
toepassing van de standaarden voor de jaarrekening binnen de Europese
Unie te bevorderen en een gemeenschappelijke aanpak op het vlak van de
handhaving daarvan te ontwikkelen, tenzij:
a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden
gebruikt onvoldoende is bepaald;
b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet
past in het kader van het toezicht op de financiële verslaggeving
van effectenuitgevende instellingen;
c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet
zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;
d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in
voldoende mate is gewaarborgd;
e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen
redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen
die deze wet beoogt te beschermen; of
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen
niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze
worden verstrekt.
2.In afwijking van de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, en
artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Autoriteit
Financiële Markten gegevens of inlichtingen, verkregen bij de
vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken
aan een instantie die in een staat die geen lidstaat is met het
toezicht op financiële verslaggeving is belast, indien met betrekking
tot de gegevens en inlichtingen krachtens de wet in die staat ten
minste gelijkwaardige waarborgen gelden ten aanzien van geheimhouding
als op grond van het eerste lid, en voor zover de uitwisseling ten
behoeve van de uitoefening van het toezicht door de desbetreffende
instantie geschiedt.
3.De Autoriteit Financiële Markten zendt onverwijld nadat met
inachtneming van het tweede lid met een instantie van een staat die
geen lidstaat is een overeenkomst is gesloten ten einde gegevens of
inlichtingen te kunnen uitwisselen, een afschrift van de overeenkomst
aan Onze Minister.
4.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
met betrekking tot de wijze waarop en de voorwaarden waaronder door de
Autoriteit Financiële Markten gegevens of inlichtingen kunnen worden
verstrekt.
Artikel 7
Gegevens en inlichtingen die aan de Autoriteit Financiële Markten
zijn verstrekt op grond vanartikel 2, eerste lid, of artikel 452, eerste
of vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden door de
Autoriteit Financiële Markten alleen gebruikt voor de uitoefening van
bevoegdheden uit hoofde van deze wet.
Artikel 8
De Autoriteit Financiële Markten werkt, wat betreft het toezicht
ingevolge deze wet op de financiële verslaggeving van banken,
verzekeraars of beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 1:1 van
Wet op het financieel toezicht, samen met de Nederlandsche Bank N.V.,
voorzover dit voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5. Rekening en verantwoording van de autoriteit financiële
markten
Artikel 9
1.De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een begroting
op van de in het daaropvolgende jaar te verwachten baten en lasten,
investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot
de uitvoering van de bij en krachtens deze wet opgedragen taak en de
daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De begroting wordt op een
zodanige wijze opgesteld dat de lasten en de uitgaven structureel
worden gedekt door de baten en de inkomsten.
2.De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
3.Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog
niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met
de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde
jaarrekening waarmee Onze Minister heeft ingestemd.
4.De Autoriteit Financiële Markten zendt de begroting voor 1
december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter
instemming aan Onze Minister.
5.De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of
het algemeen belang. In geval van gebleken strijdigheid wordt
instemming niet onthouden dan nadat de Autoriteit Financiële Markten
in de gelegenheid is gesteld de begroting aan te passen, binnen een
door Onze Minister te stellen redelijke termijn.
6.De Autoriteit Financiële Markten doet onverwijld na instemming
mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting
gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage.
7.Wanneer Onze Minister niet met de begroting heeft ingestemd
vóór 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft, kan de
Autoriteit Financiële Markten, in het belang van een juiste
uitvoering van haar taak, voor het aangaan van verplichtingen en het
verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde
gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen in de
begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.
Artikel 10
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of
dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan
wel inkomsten en uitgaven, doet de Autoriteit Financiële Markten
daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de
oorzaak van de verschillen.
Artikel 11
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de
inrichting van de begroting.
Artikel 12
1.De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een
jaarrekening op van de bij deze wet opgedragen taak en de daaruit
voortvloeiende werkzaamheden.
2.De jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten, waarin
rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en
van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar, wordt
ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van Titel 9
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3.De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de
getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten
aangewezen registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten
aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is
geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten.
4.De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid,
een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en
besteding van de middelen door de Autoriteit Financiële Markten uit
hoofde van deze wet.
5.De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het derde lid,
tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en
de organisatie van de Autoriteit Financiële Markten uit hoofde van
deze wet voldoen aan eisen van doelmatigheid.
6.De Autoriteit Financiële Markten zendt de jaarrekening voor 1
mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan Onze
Minister.
7.De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of
het algemeen belang.
8.De Autoriteit Financiële Markten doet onverwijld na instemming
mededeling van de jaarrekening in de Staatscourant en houdt de
jaarrekening gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze
ter inzage.
Artikel 13
1.Het verschil tussen de aan het eind van een begrotingsjaar
gerealiseerde baten van de Autoriteit Financiële Markten en de
gerealiseerde lasten van de Autoriteit Financiële Markten vormt het
exploitatiesaldo.
2.Indien in enig boekjaar een exploitatiesaldo ontstaat en de
Autoriteit Financiële Markten dit exploitatiesaldo wil betrekken bij
de in rekening te brengen kosten als bedoeld in artikel 18 doet de
Autoriteit Financiële Markten daaromtrent een voorstel in de
jaarrekening.
Artikel 14
1.De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een jaarverslag
op. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het daartoe
gevoerde beleid uit hoofde van deze wet in het voorafgaande jaar. Het
jaarverslag beschrijft voorts het gevoerde beleid met betrekking tot
de kwaliteitszorg.
2.De Autoriteit Financiële Markten zendt het jaarverslag voor 1
mei aan Onze Minister. Onze Minister zendt een afschrift van het
jaarverslag aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
3.De Autoriteit Financiële Markten houdt het jaarverslag op
elektronische wijze ter inzage.
Artikel 15
1.De Autoriteit Financiële Markten legt een voorgenomen
statutenwijziging ter voorafgaande instemming voor aan Onze Minister.
De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn van overeenkomstige toepassing.
2.De instemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd:
a. indien de statuten na wijziging onvoldoende zijn afgestemd
op het in deze wet bepaalde;
b. indien de statuten onvoldoende waarborgen bieden voor een
onafhankelijke taakvervulling door de Autoriteit Financiële
Markten;
c. wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 16
1.De Autoriteit Financiële Markten draagt met betrekking tot de
uitoefening van haar taak op grond van deze wet zorg voor:
a. een tijdige voorbereiding en uitvoering;
b. de kwaliteit van de daarbij gebruikte procedures;
c. de zorgvuldige behandeling van een ieder die met haar in
aanraking komt;
d. de zorgvuldige behandeling van klachten die worden
ontvangen.
2.De Autoriteit Financiële Markten treft voorzieningen, waardoor
ieder die met haar in aanraking komt in de gelegenheid is voorstellen
tot verbetering van werkwijzen en procedures te doen.
3.In het jaarverslag, bedoeld in artikel 14, doet de Autoriteit
Financiële Markten verslag van hetgeen tot uitvoering van het eerste
en het tweede lid is verricht.
Artikel 17
1.De Autoriteit Financiële Markten stelt een orgaan in voor
overleg over:
a. de door de Autoriteit Financiële Markten op te stellen
begroting;
b. de door de Autoriteit Financiële Markten gerealiseerde
baten en lasten alsmede inkomsten en uitgaven, en verrichte
werkzaamheden;
c. de kosten voor effectenuitgevende instellingen die verband
houden met de uitoefening van haar taak op grond van deze wet en
daaruit voortvloeiende werkzaamheden.
2.Het overleg wordt gevoerd door de Autoriteit Financiële Markten
en een representatieve vertegenwoordiging van effectenuitgevende
instellingen. De Autoriteit Financiële Markten kan tevens daarvoor in
aanmerking komende organisaties van belanghebbenden toelaten tot het
overleg. Onze Minister wijst ambtenaren aan die namens hem het overleg
bijwonen.
3.Het overleg vindt tweemaal per jaar plaats.
4.De Autoriteit Financiële Markten maakt het verslag van het
overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar.
Artikel 18
1.De Autoriteit Financiële Markten brengt de kosten van de
werkzaamheden die zij verricht in verband met de uitoefening van haar
taak op grond van deze wet in rekening bij de effectenuitgevende
instellingen voor zover deze kosten niet ten laste komen van de
Rijksbegroting. Tot de kosten behoren onder meer de kosten die zij ter
voorbereiding op de uitvoering van nieuwe onderdelen van haar taak
heeft gemaakt, voordat deze taak aan haar werd opgedragen.
2.De kosten worden gebaseerd op de begroting waarmee Onze Minister
heeft ingestemd en op het exploitatiesaldo, indien Onze Minister heeft
ingestemd met de jaarrekening waarin een voorstel als bedoeld in
artikel 13, tweede lid, is opgenomen.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere
regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. Daarbij
kan onderscheid worden gemaakt tussen incidenteel en jaarlijks in
rekening te brengen kosten en kan tevens worden voorzien in een
bevoegdheid voor de Autoriteit Financiële Markten om in bepaalde
gevallen kosten niet of niet geheel in rekening te brengen indien het
volledig in rekening brengen van de kosten zou leiden tot een
onbillijkheid van overwegende aard. Deze regels hebben onder meer
betrekking op de toerekening van toezichthandelingen aan
ondernemingen.
4.Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld op
basis waarvan de kosten, bedoeld in het eerste tot en met het derde
lid, worden doorberekend.
Artikel 19
De Autoriteit Financiële Markten verstrekt Onze Minister desgevraagd
inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid
van algemene beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften,
voor zover deze betrekking hebben op het door de Autoriteit Financiële
Markten uit te oefenen toezicht ingevolge deze wet.
Artikel 20
1.Onze Minister kan aan de Autoriteit Financiële Markten de
gegevens of inlichtingen vragen die nodig zijn voor een onderzoek naar
de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de Autoriteit
Financiële Markten deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd, indien dat
ter wille van het toezicht nodig blijkt.
2.De Autoriteit Financiële Markten verstrekt aan Onze Minister de
in het eerste lid bedoelde gegevens of inlichtingen, tenzij het
vertrouwelijke gegevens of inlichtingen betreft in de zin van artikel
2:5 van de Algemene wet bestuursrecht die betrekking hebben op of
herleidbaar zijn tot een afzonderlijke rechtspersoon of vennootschap.
In afwijking van de vorige volzin verstrekt de Autoriteit Financiële
Markten aan Onze Minister wel gegevens of inlichtingen die betrekking
hebben of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke effectenuitgevende
instelling ten aanzien waarvan surséance van betaling is verleend, of
die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een
rechterlijke uitspraak is ontbonden.
3.Onze Minister kan een derde opdragen de gegevens of inlichtingen
die hem ingevolge het tweede lid zijn verstrekt te onderzoeken en aan
hem verslag uit te brengen. Tevens kan Onze Minister de derde die in
zijn opdracht handelt, machtigen namens hem gegevens of inlichtingen
in te winnen, in welk geval het eerste en tweede lid van
overeenkomstige toepassing zijn.
4.Onze Minister gebruikt de gegevens of inlichtingen die hij
ingevolge het tweede of derde lid heeft verkregen uitsluitend voor het
vormen van zijn oordeel over de toereikendheid van deze wet of de
wijze waarop de Autoriteit Financiële Markten deze wet uitvoert of
heeft uitgevoerd.
5.Onze Minister en degenen die in zijn opdracht handelen zijn
verplicht tot geheimhouding van de op grond van het tweede en derde
lid ontvangen gegevens of inlichtingen.
6.Niettegenstaande het vierde en vijfde lid kan Onze Minister de
aan de gegevens of inlichtingen ontleende bevindingen en de daaruit
getrokken conclusies aan de beide kamers der Staten-Generaal mededelen
en de conclusies in algemene zin uit het onderzoek openbaar maken.
7.De Wet openbaarheid van bestuur, de Wet Nationale Ombudsman en
Titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing
met betrekking tot de in dit artikel bedoelde gegevens of inlichtingen
die Onze Minister of de in zijn opdracht werkende derde onder zich
heeft.
Artikel 21
1.Indien naar het oordeel van Onze Minister de Autoriteit
Financiële Markten haar taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister
de noodzakelijke voorzieningen treffen.
2.Ter uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister besluiten een
of meer onderdelen van de taak van de Autoriteit Financiële Markten
zelf uit te voeren of door een ander bestuursorgaan te laten
uitvoeren. Alsdan komen de desbetreffende bevoegdheden van de
Autoriteit Financiële Markten toe aan Onze Minister onderscheidenlijk
het andere bestuursorgaan.
3.De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet
eerder getroffen dan nadat de Autoriteit Financiële Markten in de
gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen
termijn alsnog haar taak naar behoren uit te voeren.
4.Onze Minister stelt de Tweede Kamer der Staten-Generaal
onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld
in het eerste lid.
Artikel 22
1.Onze Minister zendt drie jaar na het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet en vervolgens elke vijf jaar een verslag
aan beide kamers der Staten-Generaal over de doeltreffendheid en
doelmatigheid van het functioneren van de Autoriteit Financiële
Markten in het kader van de uitvoering van deze wet.
2.De Autoriteit Financiële Markten verstrekt desgevraagd aan Onze
Minister gegevens en inlichtingen ten behoeve van het verslag.
Artikel 23
In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen
besluiten op grond van de Hoofdstukken 4 en 5 van deze wet de rechtbank
te Rotterdam bevoegd.
Hoofdstuk 6. Wijziging van andere wetten
Artikel 24
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht]
Artikel 25
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie]
Artikel 26
[Wijzigt Burgerlijk Wetboek Boek 2]
Artikel 27
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering]
Artikel 28
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 29
[Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995]
Hoofdstuk 7. Overgangs-en slotbepalingen
Artikel 30
1.Binnen zes weken na het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet zendt de Autoriteit Financiële Markten ter instemming aan Onze
Minister een begroting van de in het resterende deel van het
kalenderjaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven
alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de
bij en krachtens deze wet opgedragen taak en daaruit voortvloeiende
werkzaamheden.
2.Artikel 9, tweede, vijfde en zesde lid, en artikel 11 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 30a
1.Deze wet heeft geen betrekking op jaarrekeningen, jaarverslagen
en de daaraan toe te voegen gegevens van een rechtspersoon,
vennootschap, effectenuitgevende instelling of beleggingsinstelling
die betrekking hebben op boekjaren die vóór 1 januari 2006 zijn
aangevangen.
2.Met betrekking tot financiële verslaggeving als bedoeld in het
eerste lid blijft het recht zoals dat gold voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet van toepassing.
Artikel 31
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 32
Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht financiële
verslaggeving.
Lasten en bevelen dat deze in
het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 28 september 2006
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de drieëntwintigste november 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|