WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
in verband met de invoering van markttoezicht op het aanbod van
dienstverlening door registerloodsen en een herziening van de
loodsgeldtariefstructuur noodzakelijk is de Loodsenwet en enige andere
wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Loodsenwet]
Artikel II
[Wijzigt de Scheepvaartverkeerswet]
Artikel III
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie]
Artikel IV
De ledenvergadering van de Nederlandse loodsencorporatie stelt binnen
een maand na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen
C en E, van deze wet de uit de desbetreffende artikelonderdelen
voortvloeiende verordeningen vast. Artikel 16, tweede en derde lid, van
de Loodsenwet is niet van toepassing.
Artikel V
De ledenvergadering van de Nederlandse loodsencorporatie stelt binnen
twee maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I,
onderdeel F, van deze wet het in artikel 27b van de Loodsenwet bedoelde
toerekeningssysteem vast.
Artikel VI
De raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit stelt
binnen een maand na het tijdstip waarop voor de eerste maal goedkeuring
is verleend aan het toerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de
Loodsenwet, voor de eerste maal besluiten als bedoeld in artikel 27e,
eerste lid, van de Loodsenwet vast.
Artikel VII
1. Indien de algemene raad voor de eerste maal een voorstel als
bedoeld in artikel 27c, derde lid, van de Loodsenwet doet, is de
raming, bedoeld in artikel 27c, zesde lid, onder c, van de Loodsenwet,
gebaseerd op de voor het jaar 2003 geldende hoogte, vermeerderd met de
indexering, vastgesteld krachtens artikel 27d, tweede lid, van de
Loodsenwet.
2. De voor het jaar 2003 geldende hoogte wordt vastgesteld bij
regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. De algemene raad
van de Nederlandse loodsencorporatie doet Onze Minister een voorstel
voor deze regeling. Alvorens op dit voorstel te beslissen hoort Onze
Minister de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Artikel VIII
De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie stelt voor de
eerste maal de verantwoordingen, bedoeld in artikel 27j van de
Loodsenwet, op over het kalenderjaar waarvoor de tarieven voor de eerste
maal overeenkomstig de artikelen 27c tot en met 27f van de Loodsenwet
zijn vastgesteld.
Artikel IX
De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie stelt binnen
een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F, van deze wet voor de eerste maal een vergelijkend onderzoek als
bedoeld in artikel 27k van de Loodsenwet op.
Artikel X
De op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I,
onderdelen B, D en E, en II van deze wet geldende loodsgeldtarieven en
loodsvergoedingen, vastgesteld krachtens de artikelen 14a, 15 en 15a van
de Scheepvaartverkeerswet, en de vergoedingen vastgesteld krachtens de
artikelen 13, derde lid, en 21, tweede lid, van de Loodsenwet, zoals
deze artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de
artikelen I, onderdelen B, D en F, van deze wet, blijven van kracht tot
het tijdstip waarop het besluit waarbij het desbetreffende tarief voor
eerste maal met toepassing van de artikelen 27c tot en met 27g van de
Loodsenwet is vastgesteld.
Artikel XI
De hoofdstukken I tot en met VI en VIII tot en met X en de artikelen
II en III van de Loodsenwet, zoals deze luidden voor het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet, blijven van
kracht ten aanzien van:
a. voor dat tijdstip ingediende aanvragen om enig besluit op
grond van deze hoofdstukken en artikelen;
b. de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen
tegen enig besluit op grond van deze hoofdstukken of artikelen dat
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet
onherroepelijk is;
c. de behandeling van het bezwaar of het beroep gericht tegen
enig besluit op grond van deze hoofdstukken of artikelen dat voor
het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt,
onderscheidenlijk ingesteld;
d. de behandeling van het bezwaar of het beroep dat op of na het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt,
onderscheidenlijk ingesteld en dat is gericht tegen enig besluit op
grond van deze hoofdstukken of artikelen waartegen voor dat tijdstip
eveneens bezwaar is gemaakt, onderscheidenlijk beroep is ingesteld.
Artikel XII
Artikel 15ba, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet vindt voor de
eerste maal toepassing ten aanzien van het eerstvolgende besluit van de
algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie tot wijziging van het
Financieel besluit Loodswezen.
Artikel XIII
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze
wet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Artikel XIIIA
[Wijzigt de Loodsenwet]
Artikel XIV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel XV
Deze wet wordt aangehaald als: Wet markttoezicht registerloodsen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 2007
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
C.M.P.S. Eurlings
Uitgegeven de zevenentwintigste december 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin