| |
|
|
|
|
vorige
HANDELSREGISTERWET
2007 (Hrw 2007)
Tekst zoals deze geldt op
15 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Handelsregisterbesluit
2008
- Handelsregisterregeling
WET van 22 maart 2007, houdende regels omtrent een
basisregister van ondernemingen en rechtspersonen (Handelsregisterwet
2007)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die
deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
ter bevordering van een goede vervulling van publiekrechtelijke taken
wenselijk is om het handelsregister uit te breiden en om te vormen tot
een basisregister van ondernemingen en rechtspersonen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop rustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van
Economische Zaken;
b. onderneming: een onderneming als
bedoeld in artikel 5;
c. rechtspersoon: een rechtspersoon
als bedoeld inartikel 6;
d. publiekrechtelijke
rechtspersoon: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in
artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
e. kerkgenootschap: een
kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek;
f. basisregister: een verzameling
gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze authentieke gegevens
bevat;
g. authentiek gegeven: een in een
basisregister opgenomen gegeven dat bij of krachtens wet als
authentiek wordt aangemerkt;
h. handelsregister: het register,
bedoeld in artikel 2;
i. kamer: een kamer van koophandel
en fabrieken als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de kamers van
koophandel en fabrieken 1997;
j. vestiging: een gebouw of complex
van gebouwen waar duurzame uitoefening van de activiteiten van een
onderneming of rechtspersoon plaatsvindt;
k. hoofdvestiging: een door een
onderneming of een rechtspersoon als zodanig aangemerkte
vestiging;
l. nevenvestiging: een vestiging
niet zijnde de hoofdvestiging;
m. hoofdnederzetting: een in
Nederland gelegen nevenvestiging van een buiten Nederland
gevestigde onderneming of rechtspersoon of, indien er meer
nevenvestigingen zijn, de door een onderneming of rechtspersoon
als hoofdnederzetting aangemerkte nevenvestiging;
n. verordening 2137/85:verordening
(EEG) nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
25 juli 1985 tot instelling van Europese economische
samenwerkingsverbanden (EESV) (PbEG L 199);
o. verordening 2157/2001:
verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie
van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese
vennootschap (SE) (PbEG L 294).
2. Onder publiekrechtelijke
rechtspersoon wordt mede verstaan een Europese groepering voor
territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening
(EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor
territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210).
Hoofdstuk 2. Het handelsregister
§ 2.1. Instellen handelsregister
Artikel 2
Er is een handelsregister van
ondernemingen en rechtspersonen:
a. ter bevordering van de
rechtszekerheid in het economisch verkeer;
b. voor de verstrekking van gegevens
van algemene, feitelijke aard omtrent de samenstelling van
ondernemingen en rechtspersonen ter bevordering van de economische
belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening;
c. voor het registreren van alle
ondernemingen en rechtspersonen als onderdeel van de
gegevenshuishouding die bijdraagt aan het efficiënt functioneren
van de overheid.
Artikel 3
1. Het handelsregister wordt gehouden
door de kamers.
2. Ten aanzien van verwerkingen ten
behoeve van het handelsregister zijn de kamers verantwoordelijke in de
zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming
persoonsgegevens.
3. De kamers kunnen met machtiging van
Onze Minister werkzaamheden laten verrichten door een bewerker die
voldoet aan eisen omtrent de deugdelijke uitvoering van zijn
werkzaamheden, de beveiliging van de gegevensbestanden en de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
4. De kamers werken samen ter
bevordering van de uniforme uitvoering van deze wet.
Artikel 4
1. Onze Minister stelt bij
ministeriële regeling een systeembeschrijving vast. De
systeembeschrijving geeft de inrichting en werking van het
handelsregister aan.
2. De kamers dragen in onderling
overleg zorg voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging
van het handelsregister.
3. Onze Minister kan bij ministeriële
regeling regels stellen ter bevordering van de uniforme toepassing van
deze wet door de kamers.
4. De regeling kan onder meer inhouden
dat voor daarbij aangegeven onderwerpen de kamers in onderling overleg
op een daarbij te bepalen wijze zorgdragen voor een uniforme
toepassing van de wet.
§ 2.2. Inhoud handelsregister
Artikel 5
In het handelsregister worden de volgende
ondernemingen ingeschreven:
a. een onderneming die in Nederland
is gevestigd en die toebehoort aan een naamloze vennootschap, een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een
vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een
maatschap, een rederij, een coöperatie, een onderlinge
waarborgmaatschappij, een vereniging, een stichting, een
kerkgenootschap of een publiekrechtelijke rechtspersoon;
b. een onderneming die in Nederland
gevestigd is en die toebehoort aan een natuurlijke persoon;
c. een onderneming die toebehoort aan
een Europese naamloze vennootschap, een Europese coöperatieve
vennootschap, een Europese commanditaire vennootschap of een
Europees economisch samenwerkingverband die volgens haar statuten
haar zetel in Nederland heeft;
d. een onderneming die toebehoort aan
een buitenlandse rechtspersoon die een hoofd- of een nevenvestiging
in Nederland heeft;
e. een onderneming die in Nederland
is gevestigd en die toebehoort aan een ander dan genoemd in
onderdeel a tot en met d.
Artikel 6
1. In het handelsregister worden de
volgende rechtspersonen die volgens hun statuten hun zetel in
Nederland hebben ingeschreven:
a. een naamloze vennootschap, een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een Europese
naamloze vennootschap, een Europees economisch
samenwerkingsverband, een Europese commanditaire vennootschap, een
Europese coöperatieve vennootschap, een coöperatie en een
onderlinge waarborgmaatschappij;
b. een vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid, een vereniging van eigenaars, een stichting en
overige privaatrechtelijke rechtspersonen;
c. een publiekrechtelijke
rechtspersoon, met dien verstande dat in plaats van de Staat de
ministeries, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de
Comptabiliteitswet 2001 en de dienstonderdelen van een ministerie
die op basis van artikel 10 van de Comptabiliteitswet 2001 de
begroting en de verantwoording inrichten op basis van een stelsel
van baten en lasten worden ingeschreven.
2. Een vereniging zonder volledige
rechtsbevoegdheid kan worden ingeschreven.
3. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald op welke wijze de organisatie waarvan een of meer
kerkgenootschappen deel uitmaken, wordt ingeschreven in het
handelsregister en tevens kan worden bepaald of en in hoeverre
zelfstandige onderdelen of lichamen waarin zij zijn verenigd moeten
worden ingeschreven in het handelsregister.
4. De voordracht voor een krachtens het
derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet
eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 7
Indien aan een rechtspersoon als bedoeld
in artikel 6 een onderneming toebehoort die als zodanig overeenkomstig
artikel 5 moet worden ingeschreven, geldt de inschrijving van de
onderneming tevens als inschrijving van de rechtspersoon.
Artikel 8
Bij algemene maatregel van bestuur:
a. kunnen andere rechtspersonen
worden aangewezen die worden ingeschreven in het handelsregister
indien dit noodzakelijk is voor het toereikend functioneren van het
handelsregister;
b. kan nader worden bepaald wanneer
sprake is van een onderneming.
Artikel 9
In het handelsregister worden over een
onderneming opgenomen:
a. een door een kamer toegekend uniek
nummer;
b. de handelsnaam of de handelsnamen;
c. de datum van aanvang, voortzetting
of beëindiging;
d. degene aan wie de onderneming
toebehoort;
e. de vestigingen.
Artikel 10
1. In het handelsregister worden over
degene aan wie een onderneming toebehoort, indien deze een
rechtspersoon is, de inartikel 12 genoemde gegevens opgenomen.
2. In het handelsregister worden over
degene aan wie een onderneming toebehoort, indien deze een natuurlijke
persoon is, opgenomen:
a. het burgerservicenummer, bedoeld
in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen
burgerservicenummer, het geslacht, de geboorteplaats en het
geboorteland;
b. de naam;
c. het adres;
d. de geboortedatum;
e. de datum van overlijden.
3. In het handelsregister worden over
degene aan wie een onderneming toebehoort, die geen rechtspersoon en
geen natuurlijke persoon is, opgenomen:
a. een door een kamer toegekend
uniek nummer;
b. de naam;
c. de datum van aanvang,
voortzetting of beëindiging;
d. de rechtsvorm;
e. de leden, maten of vennoten, met
uitzondering van de commanditaire vennoten, en:
1°. indien deze natuurlijke
personen zijn,
– het burgerservicenummer,
bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene
bepalingen burgerservicenummer, het geslacht, de
geboorteplaats en het geboorteland,
– de naam,
– het adres,
– de geboortedatum,
– de datum van overlijden;
2°. indien deze geen
natuurlijke personen zijn,
– een door een kamer
toegekend uniek nummer;
– de naam;
– de rechtsvorm en de
statutaire zetel,
– de datum van aanvang of
beëindiging.
Artikel 11
1. In het handelsregister worden over
een vestiging van een onderneming opgenomen:
a. een door een kamer toegekend
uniek nummer;
b. de handelsnaam of handelsnamen;
c. het post- en bezoekadres;
d. de datum van ingebruikname en
beëindiging.
2. Indien een onderneming meerdere
vestigingen heeft, wordt in het handelsregister opgenomen welke
vestiging de hoofdvestiging of de hoofdnederzetting is.
Artikel 12
In het handelsregister worden over een
rechtspersoon opgenomen:
a. een door een kamer toegekend uniek
nummer;
b. de naam;
c. de rechtsvorm en de statutaire
zetel;
d. de datum van aanvang of
beëindiging.
Artikel 13
In het handelsregister worden over een
activiteit van een rechtspersoon waaraan geen onderneming toebehoort
opgenomen:
a. een door een kamer toegekend uniek
nummer voor de activiteiten van de rechtspersoon, tenzij er sprake
is van een publiekrechtelijke rechtspersoon;
b. de datum van aanvang, voortzetting
of beëindiging;
c. de vestigingen.
Artikel 14
1. In het handelsregister worden over
een vestiging van een rechtspersoon waaraan geen onderneming
toebehoort opgenomen:
a. een door een kamer toegekend
uniek nummer;
b. de naam;
c. het post- en bezoekadres;
d. de datum van ingebruikname of
beëindiging.
2. Indien een rechtspersoon meerdere
vestigingen heeft, wordt in het handelsregister opgenomen welke
vestiging de hoofdvestiging of de hoofdnederzetting is.
Artikel 15
De inartikel 9 tot en met 14 genoemde
gegevens zijn authentieke gegevens.
Artikel 16
1. In het handelsregister worden
gegevens opgenomen die noodzakelijk zijn voor een goede vastlegging en
verstrekking van de in artikel 9 tot en met 14 bedoelde gegevens en
gegevens omtrent de herkomst van die gegevens.
2. In het handelsregister wordt indien
een authentiek gegeven in onderzoek is, een aantekening opgenomen dat
het gegeven in onderzoek is.
Artikel 16a
1. In het handelsregister wordt de door
een publiekrechtelijke rechtspersoon verleende volmacht tot het
verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen opgenomen.
2. Artikel 25 is niet van toepassing op
de in het eerste lid bedoelde gegevens.
Artikel 17
1. Bij algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald:
a. dat andere gegevens dan de in
artikel 9 tot en met 14 genoemde gegevens in het handelsregister
worden opgenomen of dat bescheiden bij het handelsregister worden
gedeponeerd voor zover dit van belang is voor de in artikel 2,
onderdeel a en b, genoemde doelen en er geen gewichtige redenen
zijn die zich daartegen verzetten;
b. dat in het handelsregister
opgenomen gegevens worden overgenomen uit een ander basisregister;
c. dat voor de inartikel 6, eerste
lid, onderdeel c, en artikel 6, derde lid bedoelde rechtspersonen
bepaalde in artikel 12, 13 en 14 bedoelde gegevens niet behoeven
te worden ingeschreven.
2. De voordracht voor een krachtens het
eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet
eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal is overgelegd.
Hoofdstuk 3. De inschrijving in het
handelsregister
Artikel 18
1.Tot het doen van opgave ter
inschrijving in het handelsregister is verplicht degene aan wie een
onderneming toebehoort, of, indien het de inschrijving betreft van een
rechtspersoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a en b,
het tweede lid en derde lid, ieder der bestuurders van de
rechtspersoon.
2.Indien het eerste lid niet van
toepassing is, is tot het doen van opgave ter inschrijving in het
handelsregister verplicht degene die belast is met de dagelijkse
leiding van een onderneming of rechtspersoon.
3.Indien geen van de in het eerste lid
bedoelde personen in Nederland is gevestigd, is tot het doen van de
opgave tevens verplicht degene die in Nederland belast is met de
dagelijkse leiding van een onderneming of rechtspersoon.
4.Indien een onderneming of
rechtspersoon buiten Nederland is gevestigd, is tot het doen van de
opgave tevens verplicht degene die belast is met de dagelijkse leiding
van de hoofdnederzetting of, indien die er niet is, de door de
onderneming of rechtspersoon aangewezen gevolmachtigde handelsagent.
5.Tot het doen van opgave ter
inschrijving in het handelsregister is een publiekrechtelijke
rechtspersoon verplicht.
6.De opgave, bedoeld in het eerste tot
en met het vijfde lid, kan bij iedere kamer worden gedaan.
Inschrijving in het handelsregister vindt plaats door de kamer in
welker gebied de onderneming of rechtspersoon is gevestigd of in
welker gebied de onderneming of rechtspersoon haar hoofdvestiging
heeft.
7.Indien inschrijving van een
onderneming niet overeenkomstig het zesde lid kan geschieden, is tot
inschrijving bevoegd de daartoe door Onze Minister aangewezen kamer.
8.Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen andere personen worden aangewezen die verplicht of bevoegd zijn
tot het doen van daarbij aangewezen opgaven.
Artikel 19
1. De daartoe verplichte personen doen,
met inachtneming van het bij algemene maatregel van bestuur bepaalde,
de opgaven die een kamer nodig heeft om ervoor te zorgen dat de in
artikel 9 tot en met 14 en 16a, eerste lid, genoemde en de in artikel
17, onderdeel a, bedoelde gegevens te allen tijde juist en volledig in
het handelsregister ingeschreven zijn.
2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing op het deponeren van bescheiden.
3. Op berichtenverkeer met betrekking
tot enige inschrijving of doorhaling in het handelsregister tussen een
kamer en een onderneming, niet zijnde een dienstverrichter als bedoeld
in artikel 1 van de Dienstenwet die onder de reikwijdte van die wet
valt, zijn de paragrafen 3.3, 3.4 en artikel 5, tweede lid, van de
Dienstenwet van overeenkomstige toepassing.
4. Regels die op grond van artikel 5,
derde lid, van de Dienstenwet bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur zijn gesteld, zijn van overeenkomstige toepassing op
berichtenverkeer als bedoeld in het derde lid.
5. Het derde en vierde lid zijn niet
van toepassing op:
a. uitwisseling van gegevens of
bescheiden die betrekking hebben op procedures van bezwaar, beroep
of andere rechterlijke procedures of vormen van
geschilbeslechting;
b. het verrichten van betalingen.
Artikel 20
1. De opgave voor de eerste
inschrijving van een onderneming wordt gedaan binnen een periode van
twee weken, die begint een week vóór en eindigt een week ná de
aanvang van de bedrijfsuitoefening. De opgave voor de eerste
inschrijving van een rechtspersoon wordt gedaan binnen één week na
het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot
inschrijving ontstaat.
2. De andere voorgeschreven opgaven
worden gedaan uiterlijk een week na het plaatsvinden van het feit ten
gevolge waarvan de verplichting tot de opgave ontstaat.
3. De verplichting tot het doen van een
opgave eindigt zodra die opgave is gedaan door iemand anders die
daartoe verplicht of bevoegd was of, voor zover een kamer bevoegd is
tot het wijzigen van gegevens, zodra de kamer de desbetreffende
wijziging heeft ingeschreven.
4. Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld over:
a. de wijze waarop gegevens in het
handelsregister worden opgenomen;
b. de termijnen voor het opnemen
van gegevens in het handelsregister;
c. de actualiteit van het overnemen
van een gegeven uit een ander basisregister.
5. Met toepassing van artikel 28,
eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3.
van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een opgave
ter inschrijving in het handelsregister.
Hoofdstuk 4. De verstrekking en het
gebruik van gegevens
§ 4.1. De verstrekking van gegevens,
algemeen
Artikel 21
1.De in artikel 9, 10, met uitzondering
van het tweede lid, onderdeel a en het derde lid, onderdeel e, onder
1°, eerste gedachtestreepje, 11, 12, 13, 14, 16, tweede lid, en 16a,
eerste lid, genoemde gegevens, de in artikel 17, onderdeel a, bedoelde
gegevens, en de krachtens wettelijk voorschrift gedeponeerde
bescheiden kunnen door een ieder worden ingezien.
2.Een handtekening kan niet in
elektronische vorm worden ingezien.
Artikel 22
1.Een kamer verstrekt op elektronisch
verzoek, indien gewenst in elektronische vorm, een afschrift van of
uittreksel uit de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 21.
2.Een kamer verstrekt op elektronisch
verzoek gegevens van algemene, feitelijke aard omtrent de
samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen uit het
handelsregister ter bevordering van de economische belangen van
handel, industrie, ambacht en dienstverlening. Bij het verstrekken van
gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen
worden deze gegevens niet gerangschikt naar natuurlijke personen.
3.Een verzoek als bedoeld in het eerste
of tweede lid wordt mede door een kamer in behandeling genomen indien
het op andere dan elektronische wijze is gedaan.
4.In afwijking van het eerste lid
verstrekt een kamer een handtekening niet in elektronische vorm.
Artikel 23
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen
ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die in
het handelsregister staan ingeschreven voor daarbij aangewezen gegevens
of bescheiden of categorieën van gegevens of bescheiden, beperkingen
worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 21, 22
en28.
§ 4.2. Publicatie inschrijvingen
Artikel 24
1.Heeft de opgave van een gegeven ter
inschrijving in het handelsregister betrekking op een naamloze
vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, een Europese naamloze vennootschap, een Europees
economisch samenwerkingsverband, een Europese commanditaire
vennootschapof een andere bij algemene maatregel van bestuur
aangewezen rechtspersoon of vennootschap, dan dragen de kamers er zorg
voor dat daarvan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan in een
door Onze Minister aangewezen publicatieblad of een ander, even
doeltreffend instrument, dat ten minste het gebruik van een systeem
omvat dat in chronologische volgorde via een centraal elektronisch
platform toegang tot de openbaar gemaakte informatie biedt.
2.Het eerste lid is mede van toepassing
op een wijziging van het ingeschrevene en op een deponering van
bescheiden.
3.Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen gegevens en bescheiden worden aangewezen waarvoor het eerste of
tweede lid niet geldt.
§ 4.3. Derdenwerking
Artikel 25
1.Op een feit dat door inschrijving of
deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan
onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of
deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 24 bedoelde
mededeling niet hebben plaatsgevonden.
2.Indien de derde aantoont dat hij
onmogelijk kennis heeft kunnen nemen van een mededeling als bedoeld in
artikel 24 kan hij zich erop beroepen dat hij van het bekendgemaakte
feit onkundig was, mits dit beroep betrekking heeft op hetgeen heeft
plaatsgevonden binnen vijftien dagen nadat de mededeling was geschied.
De Algemene Termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.
3.Degene aan wie een onderneming
toebehoort, de ingeschreven rechtspersoon of degene die enig feit
heeft opgegeven of verplicht is enig feit op te geven, kan aan derden
die daarvan onkundig waren niet de onjuistheid of onvolledigheid van
de inschrijving of van de in artikel 24 bedoelde mededeling
tegenwerpen. Met de inschrijving wordt de deponering van bescheiden
gelijkgesteld.
4.Dit artikel is niet van toepassing
ten aanzien van:
a. artikel 811, tweede lid, van
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. opgaven betreffende
aangelegenheden die ingevolge enig wettelijk voorschrift– niet
zijnde Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, verordening 2137/85 of
verordening 2157/2001 – ook op andere wijze worden bekend
gemaakt;
c. de bij algemene maatregel van
bestuur aangewezen gegevens.
Artikel 26
De kamers dragen zorg voor mededeling aan
het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen als
bedoeld in artikel 39, tweede lid, van verordening 2137/85 en artikel
14, derde lid, vanverordening 2157/2001.
§ 4.4. Verplichte vermelding nummer
Artikel 27
1.De volgende in het handelsregister
ingeschreven ondernemingen of rechtspersonen zorgen ervoor dat op alle
van die onderneming of die rechtspersoon uitgaande brieven, orders,
facturen, offertes en andere aankondigingen, met uitzondering van
reclames, is vermeld onder welk nummer deze in het handelsregister is
ingeschreven:
a. de in artikel 5 en 6, eerste
lid, onderdeel a, genoemde ondernemingen en rechtspersonen;
b. de in artikel 6, eerste lid,
onderdeel b, genoemde rechtspersonen, tenzij stukken uitgaan van
een rechtspersoon waaraan geen onderneming toebehoort.
2.Het in het eerste lid bedoelde nummer
is het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, of in artikel 13,
onderdeel a.
3.Bij ministeriële regeling kan
vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bepaalde. Een
vrijstelling kan niet worden verleend:
a. aan Europese economische
samenwerkingsverbanden;
b. voor zover het betreft brieven
en orders, aan naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen
met beperkte aansprakelijkheid en Europese naamloze
vennootschappen.
Hoofdstuk 5. Verstrekking van gegevens
aan bestuursorganen en gebruik van gegevens door bestuursorganen
§ 5.1. Verstrekking aan bestuursorganen
Artikel 28
1. De in artikel 10, tweede lid,
onderdeel a, en derde lid, onderdeel e, onder 1°, eerste
gedachtestreepje, enartikel 16, eerste lid, genoemde gegevens kunnen
door een bestuursorgaan worden ingezien.
2. Artikel 22 is van overeenkomstige
toepassing op verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste en
tweede lid.
3. Bij het verstrekken van gegevens
omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen aan een
bestuursorgaan worden deze gegevens uitsluitend gerangschikt naar
natuurlijke personen indien het verzoek daartoe wordt gedaan door:
a. Onze Minister van Justitie ten
behoeve van de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet
controle op rechtspersonen;
b. een officier van justitie ten
behoeve van de opsporing van strafbare feiten;
c. de rijksbelastingdienst voor de
uitvoering van zijn taken;
d. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de uitvoering
van hun bij die wet opgedragen taken;
e. burgemeesters en wethouders voor
de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
f. het Bureau bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ten behoeve
van het geven van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet
bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
g. de raad van bestuur van de
Nederlandse Mededingingsautoriteit voor de uitvoering van zijn
taken;
h. de raad van bestuur van de
Autoriteit Financiële Markten voor de uitvoering van zijn taken;
i. het college voor de post- en
telecommunicatiemarkt voor de uitvoering van de bij of krachtens
de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit
opgedragen taken;
j. de Consumentenautoriteit, voor
de uitvoering van haar taken.
Artikel 29
Vervallen
§ 5.2. Gebruik door bestuursorganen
Artikel 30 [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
1. Een bestuursorgaan dat bij de
vervulling van zijn taak informatie over een onderneming of
rechtspersoon nodig heeft die in de vorm van een authentiek gegeven
beschikbaar is in het handelsregister, gebruikt voor die informatie
dat gegeven.
2. Het eerste lid is niet van
toepassing indien:
a. in het handelsregister is
opgenomen dat een gegeven in onderzoek is;
b. het bestuursorgaan een melding
doet als bedoeld in artikel 32, eerste lid;
c. bij wettelijk voorschrift anders
is bepaald;
d. een goede vervulling van de taak
van het bestuursorgaan door de onverkorte toepassing van het
eerste lid wordt belet.
§ 5.3. Eenmalige gegevensverstrekking
Artikel 31 [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
Een onderneming of rechtspersoon aan wie
door een bestuursorgaan een gegeven wordt gevraagd, waarop artikel 30,
eerste lid, van toepassing is, behoeft dat gegeven niet mede te delen,
behoudens voor zover het gegeven noodzakelijk wordt geacht voor een
deugdelijke vaststelling van de identiteit van de onderneming of
rechtspersoon.
Hoofdstuk 6. Wijziging van de in het
handelsregister opgenomen gegevens
Artikel 32 [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
1. Een bestuursorgaan dat gerede
twijfel heeft over de juistheid van een authentiek gegeven dat hij
verstrekt heeft gekregen uit het handelsregister, doet hiervan melding
aan een kamer.
2. Een bestuursorgaan dat gerede
twijfel heeft over de juistheid van het ontbreken van een authentiek
gegeven in het handelsregister, doet hiervan melding aan een kamer.
Artikel 33
Indien de melding betrekking heeft op een
gegeven dat ingevolge artikel 17, onderdeel b, uit een ander register is
overgenomen, zendt de kamer deze melding aan de beheerder van het
register waaruit dit gegeven afkomstig is.
Artikel 34
1.Indien een melding als bedoeld in
artikel 32, eerste lid, niet is doorgezonden naar de beheerder van een
ander register, tekent de kamer in welker gebied de onderneming of
rechtspersoon is gevestigd of in welker gebied de onderneming of
rechtspersoon haar hoofdvestiging heeft binnen een bij ministeriële
regeling vastgestelde termijn aan dat het gegeven in onderzoek is,
tenzij de kamer binnen deze termijn beslist over de wijziging van dat
gegeven.
2.Indien een gegeven in onderzoek is,
beslist de kamer over wijziging van dat gegeven.
3.Indien een beslissing, bedoeld in het
eerste of tweede lid, leidt tot wijziging van de gegevens, doet de
kamer onverwijld schriftelijk mededeling aan een tot opgave verplichte
persoon.
4.De kamer verwijdert de aantekening
dat een gegeven in onderzoek is indien een besluit als bedoeld in het
tweede lid niet tot wijziging van gegevens leidt.
Artikel 35
De beslissing, bedoeld in artikel 34,
tweede lid, geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht.
Artikel 36
1.Indien tegen een beslissing, bedoeld
inartikel 34, eerste en tweede lid, bezwaar wordt gemaakt of beroep
wordt ingesteld, tekent, voor zover dit nog niet het geval is, de
kamer in het handelsregister aan dat een gegeven in onderzoek is.
2.Nadat op het bezwaar of beroep
onherroepelijk is beslist, schrijft de kamer indien nodig een
wijziging in het handelsregister in en verwijdert de kamer de
aantekening dat een gegeven in onderzoek is.
Artikel 37
Op een melding als bedoeld in artikel 32,
tweede lid, zijn de artikelen 33,34, tweede en derde lid, 35 en 36 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 38
1.Indien een kamer gerede twijfel heeft
over de juistheid van authentieke gegevens, zijn de artikelen 33 tot
en met 36van overeenkomstige toepassing.
2.Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen niet-authentieke gegevens worden aangewezen waarop het eerste
lid van overeenkomstige toepassing is.
3.Op een verzoek als bedoeld in artikel
36 van de Wet bescherming persoonsgegevens, zijn de artikelen 33 tot
en met 36 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 39
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de melding, bedoeld in artikel 32;
b. de doorzending van de melding,
bedoeld in artikel 33;
c. het plaatsen van de aantekening in
onderzoek, bedoeld in artikel 34, eerste lid;
d. het besluit over de melding,
bedoeld in artikel 34, tweede lid;
e. de gegevens die over de
terugmelding en het onderzoek in het register worden opgenomen
ingevolge artikel 16, eerste lid;
f. de criteria om een inschrijving te
weigeren.
Hoofdstuk 7. Kwaliteitscontrole van het
handelsregister
Artikel 40
Een kamer treft na overleg met de andere
kamers maatregelen die ertoe strekken te waarborgen dat het
handelsregister juist, actueel en volledig is.
Artikel 41
1.De kamers laten in onderling overleg
eens per drie jaar de uitvoering van deze wet alsmede de juistheid van
de in het handelsregister opgenomen gegevens controleren door een
accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek.
2.Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels betreffende de controle worden
gesteld, waaronder regels omtrent de elementen die de controle moet
bevatten.
3.De kamers zenden aan Onze Minister
een afschrift van de controleresultaten en maken deze
controleresultaten openbaar. Onze Minister zendt een uittreksel van
deze controleresultaten aan het College bescherming persoonsgegevens.
4.Indien uit de controle, bedoeld in
het eerste lid, blijkt dat niet voldaan wordt aan bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, laten de kamers
binnen een jaar een hercontrole uitvoeren op die onderdelen die bij de
eerdere controle niet voldeden aan de gestelde voorwaarden. Het tweede
lid is van overeenkomstige toepassing.
5.De in het eerste lid bedoelde
accountant heeft ten behoeve van een controle als bedoeld in het
eerste of derde lid inzage in het handelsregister. Een kamer verleent
hiertoe de nodige medewerking.
6.Eenieder die is betrokken bij een
controle als bedoeld in het eerste of vierde lid is verplicht tot
geheimhouding van de gegevens waarover hij de beschikking heeft
gekregen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot
mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling
voortvloeit.
7.Bij ministeriële regeling worden
regels gesteld over de vergoeding van de kosten van de controle. Een
hercontrole als bedoeld in het vierde lid wordt niet vergoed.
Artikel 41a
1.De kamers stellen gezamenlijk een
protocol op, dat betrekking heeft op:
a. de beschikbaarheid, werking en
beveiliging van het handelsregister, bedoeld in artikel 4, tweede
lid;
b. de juistheid, actualiteit en
volledigheid van het handelsregister, bedoeld in artikel 40,
eerste lid;
c. de controle, bedoeld in artikel
41, eerste lid;
d. de procedure voor de behandeling
van klachten, bedoeld in artikel 48.
2.Het protocol behoeft de goedkeuring
van Onze Minister.
3.De goedkeuring kan worden onthouden
wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Hoofdstuk 8. Toezicht en handhaving
§ 8.1 [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 42 [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 43 [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 44 [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 45 [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 46 [Vervallen per 01-07-2008]
§ 8.2. Handhaving
Artikel 47
Het is verboden te handelen in strijd met
dan wel niet te voldoen aan een bij of krachtens deze wet gestelde
verplichting tot het doen van een opgave ter inschrijving in het
handelsregister.
§ 8.3. Klachtenbehandeling
Artikel 48
Een kamer draagt na overleg met de andere
kamers zorg voor een procedure voor de behandeling van klachten over de
uitvoering van deze wet. Bij de behandeling van klachten wordt de
procedure, bedoeld in afdeling 9:3 van de Algemene wet bestuursrecht
gevolgd.
Hoofdstuk 9. Financiën
Artikel 49
1.Een onderneming of rechtspersoon die
in het handelsregister is ingeschreven of behoort te zijn
ingeschreven, is voor ieder kalenderjaar of gedeelte daarvan waarin
hij in Nederland gevestigd is, in Nederland een nevenvestiging heeft
of in Nederland wordt vertegenwoordigd door een gevolmachtigde
handelsagent, een bijdrage verschuldigd.
2.De onderneming of rechtspersoon is
het totale bedrag van de bijdrage verschuldigd aan de kamer waar de
hoofdvestiging van de onderneming of rechtspersoon is ingeschreven.
Deze kamer draagt indien nodig zorg voor de verrekening met de andere
kamers.
3.De bijdrage, bedoeld in het eerste
lid, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
vastgesteld. Hierbij kunnen regels gesteld worden over de verhouding
naar rechtsvorm en grootte, niet zijnde het maatschappelijk kapitaal,
in relatie tot de hoogte van de bijdrage tussen de verschillende
ondernemingen en rechtspersonen.
4.In afwijking van het eerste lid
behoeven zelfstandige onderdelen van een kerkgenootschap en lichamen
waarin zij zijn verenigd indien deze ingevolge artikel 6, derde lid,
in het handelsregister ingeschreven worden, geen bijdrage als bedoeld
in het eerste lid te betalen.
Artikel 50
1.Voor de inzage of de verstrekking van
gegevens is een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te
bepalen vergoeding verschuldigd, welke kan variëren naar de wijze van
inzage of verstrekking van gegevens en de hoeveelheid gegevens.
2.De verplichting tot betaling van een
vergoeding als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien het verzoek
om gegevens wordt gedaan door de directeur-generaal van de statistiek
op grond van artikel 33, vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau
voor de statistiek.
Artikel 50a
Een kamer is bevoegd de betaling van een
vergoeding of bijdrage af te dwingen door het uitvaardigen van een
dwangbevel.
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Artikel 51
Indien in deze wet geregelde of daarmee
verband houdende onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van
de wet of in het belang van de uitvoering van een bindend besluit van de
Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen
regeling of nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene
maatregel van bestuur.
Artikel 52
Onze Minister overlegt periodiek met een
representatieve vertegenwoordiging van de gebruikers van het
handelsregister over de inhoud, de inrichting, de werking en de
beveiliging van het handelsregister.
Hoofdstuk 11. Wijziging andere wetten
Artikel 53
[Wijzigt de Wet op de kamers van
koophandel en fabrieken 1997]
Artikel 54
[Wijzigt de Wet op de economische
delicten]
Artikel 55
[Wijzigt de Wet op de
bedrijfsorganisatie]
Artikel 55a
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2 en
de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen]
Artikel 55b
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6]
Artikel 55c
[Wijzigt het Wetboek van Koophandel]
Artikel 55d
[Wijzigt de Wet documentatie
vennootschappen]
Artikel 55e
[Wijzigt de Uitvoeringswet verordening
Europese coöperatieve vennootschap, de Uitvoeringswet verordening
Europese vennootschap en de Uitvoeringswet Verordening tot instelling
van Europese economische samenwerkingsverbanden]
Artikel 55f
[Wijzigt de Kieswet]
Artikel 55g
[Wijzigt de Wet nationaliteit zeeschepen
in rompbevrachting]
Artikel 55h
[Wijzigt de Uitvoeringswet
Visserijverdrag 1967]
Artikel 55i
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de
Wet werk en bijstand en de Wet werk en inkomen kunstenaars.]
Hoofdstuk 12. Overgangs-en slotbepalingen
Artikel 56
De Handelsregisterwet 1996 vervalt.
Artikel 57
1.Opgaven ter inschrijving in het
handelsregister en deponering van bescheiden waartoe de verplichting
ontstaat als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet, worden
gedaan binnen 18 maanden na inwerkingtreding van deze wet.
2.Indien op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet in het handelsregister gegevens staan
ingeschreven die niet op grond van een wettelijk voorschrift behoeven
te worden ingeschreven, haalt een kamer die gegevens binnen drie
maanden na het eerder genoemde tijdstip door.
Artikel 58
Bij ministeriële regeling kunnen, in
overeenstemming met Onze betrokken Ministers, gegevens worden aangewezen
die eenmalig worden gebruikt om ondernemingen en rechtspersonen die
thans niet in het handelsregister zijn opgenomen, in te schrijven in het
handelsregister.
Artikel 59
In afwijking van artikel 32 kunnen
gedurende zes jaar na de inwerkingtreding van artikel 32 bij
ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze betrokken Ministers,
bestuursorganen worden aangewezen voor wie de in artikel 32 genoemde
verplichting uitsluitend geldt.
Artikel 60
In afwijking van artikel 41 geschiedt de
controle, bedoeld in artikel 41, gedurende zes jaar na de
inwerkingtreding van artikel 41, eens per twee jaar.
Artikel 61
Bij algemene maatregel van bestuur kan
gedurende vier jaar na inwerkingtreding van artikel 2, met het oog op
een goede invoering van deze wet regels stellen waarbij zo nodig kan
worden afgeweken van het bepaalde bij en krachtens deze wet.
Artikel 62
[Wijzigt deze wet]
Artikel 62a
[Wijzigt de Postwet]
Artikel 62b
[Wijzigt kamerstuk 30 536]
Artikel 63
Onze Minister zendt binnen vier jaar na
de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over
de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 64
De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor
verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.
Artikel 65
Deze wet wordt aangehaald als: Handelsregisterwet, met vermelding van
het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 22 maart 2007
BEATRIX
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
F. Heemskerk
Uitgegeven de eerste mei 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|