|
Nadere regelgeving:
- Besluit beëdigde tolken en vertalers
WET van 11 oktober 2007, houdende regels inzake de
beëdiging van tolken en vertalers en de kwaliteit en de integriteit van
beëdigde tolken en vertalers (Wet beëdigde tolken en vertalers)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is een wet tot stand te brengen waarin regels worden gesteld
inzake de beëdiging van tolken en vertalers en de kwaliteit en
integriteit van beëdigde tolken en vertalers, waarin de Wet van 6 mei
1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers opgaat;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt
verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
b. register: het register bedoeld in artikel 2;
c. beëdigde tolk: degene die als zodanig is ingeschreven in het
register;
d. beëdigde vertaler: degene die als zodanig is ingeschreven in
het register.
Hoofdstuk II. Register
§ 1. Instelling register
Artikel 2
1.Er is een register voor beëdigde tolken en vertalers. Het
register bevat ten aanzien van iedere ingeschreven tolk of vertaler in
elk geval de volgende gegevens:
a. de personalia;
b. de aanduiding of betrokkene tolk of vertaler is;
c. de bron- of doeltaal dan wel bron- of doeltalen waarin de
tolk of vertaler zijn werkzaamheden verricht; en
d. de overige specifieke bekwaamheden waarvan de tolk of
vertaler vermelding in het register wenselijk acht.
2.Onze Minister is verantwoordelijk voor het register. Onze
Minister kan een bewerker aanwijzen.
3.Onze Minister kan een lijst houden waarop de gegevens worden
bijgehouden van tolken en vertalers die beschikken over een recente
verklaring omtrent het gedrag en die wegens het ontbreken van
opleidingen of het ontbreken van onafhankelijke deskundigen die de
kennis kunnen toetsen, niet kunnen aantonen te beschikken over de
vereiste competenties taalvaardigheid in de bron- of de doeltaal of
kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- of doeltaal.
Onze Minister kan een instelling aanwijzen die deze lijst bijhoudt.
4.Aan een ieder die dit verzoekt, wordt, met inachtneming van de
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels
inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de
betrokkenen, informatie verstrekt uit het register en uit de in het
derde lid bedoelde lijst.
5.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere
regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste tot en met
vierde lid.
§ 2. Inhoud van en inschrijving in het register
Artikel 3
Om voor inschrijving in het register in aanmerking te komen dient de
tolk dan wel de vertaler te voldoen aan de bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur te stellen eisen ten aanzien van de volgende
competenties:
– attitude van een tolk voor de tolk;
– attitude van een vertaler voor de vertaler;
– integriteit;
– taalvaardigheid in de brontaal;
– taalvaardigheid in de doeltaal;
– kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal;
– kennis van de cultuur van het land of gebied van de doeltaal;
– tolkvaardigheid voor de tolk;
– vertaalvaardigheid voor de vertaler.
Artikel 4
1. Een aanvraag tot inschrijving geschiedt bij Onze Minister.
2. Bij de aanvraag tot inschrijving, bedoeld in het eerste lid,
legt de tolk of vertaler een verklaring omtrent het gedrag over, als
bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
3. De tolk of vertaler die minder dan vijf jaar in Nederland
woonachtig is, legt naast de verklaring omtrent het gedrag tevens een
integriteitsverklaring over die is afgegeven door een daartoe bevoegde
instantie in het land van herkomst. Onze Minister weigert inschrijving
van betrokkene in het register indien hij niet overtuigd is dat de
overgelegde integriteitsverklaring voldoende waarborg biedt inzake de
integriteit.
4. In afwijking van het tweede lid legt een tolk of vertaler die
niet in Nederland woonachtig is een integriteitsverklaring over die is
afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in het land van
herkomst. Onze Minister weigert inschrijving van betrokkene in het
register indien hij niet overtuigd is dat de overgelegde
integriteitsverklaring voldoende waarborg biedt inzake de integriteit.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld inzake:
a. de bij de aanvraag over te leggen gegevens of bescheiden die
nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag;
b. de wijze van indiening van de aanvraag;
c. het bedrag dat bij behandeling van de aanvraag verschuldigd
is.
6. Onze Minister neemt binnen zes weken een beslissing op de
aanvraag tot inschrijving.
7. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van
de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
niet van toepassing op een verzoek tot inschrijving als bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 5
De aanvraag tot inschrijving wordt afgewezen indien:
a. de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 3bedoelde eisen;
b. de aanvrager vreemdeling is en geen rechtmatig verblijf heeft
in Nederland in de zin van artikel 8, aanhef en onder a tot en met
e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, of niet gerechtigd is in
Nederland arbeid te verrichten;
c. de aanvrager ingevolge een in kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld wegens geestelijke
stoornis; of
d. een op grond van deze wet jegens de aanvrager genomen
maatregel van doorhaling van de inschrijving zich daartegen verzet.
Artikel 6
In afwijking van artikel 5, onderdeel a, wordt de aanvraag van een
tolk of vertaler die niet voldoet aan de daar bedoelde eisen, niet
afgewezen indien:
a. aan hem ten aanzien van het betrokken beroep een erkenning van
beroepskwalificaties is verleend als bedoeld in de Algemene wet
erkenning EG-beroepskwalificaties;
b. hij in het buitenland een door Onze Minister aangewezen
getuigschrift heeft verkregen dat geldt als bewijs van een verworven
vakbekwaamheid die geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de
vakbekwaamheid welke uit het voldoen aan de in artikel 3 bedoelde
eisen mag worden afgeleid, of
c. Onze Minister, gelet op een door de betrokkene in het
buitenland verkregen getuigschrift, hem op aanvraag een verklaring
heeft afgegeven, inhoudende dat tegen zijn inschrijving in het
register voor wat zijn vakbekwaamheid betreft geen bedenkingen
bestaan.
Artikel 7
1.De beëdigde tolk of vertaler die is ingeschreven in het register
ontvangt een bewijs van inschrijving.
2.Het bewijs van inschrijving vermeldt de bron- of doeltaal dan wel
bron- of doeltalen waarin de tolk of vertaler zijn werkzaamheden
verricht.
Artikel 8
1. De inschrijving geschiedt voor een periode van vijf jaar. De
inschrijving kan op aanvraag van de beëdigde tolk of vertaler telkens
met vijf jaar worden verlengd.
2. Op de aanvraag tot verlenging van de inschrijving is artikel 4,
eerste tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat de in die artikelleden bedoelde verklaringen niet ouder
zijn dan drie maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de aanvraag tot
verlenging wordt ingediend.
3. Op de aanvraag tot verlenging van de inschrijving is artikel 5,
onderdelen b tot en met d, van overeenkomstige toepassing.
4. De aanvraag tot verlenging van de inschrijving wordt afgewezen
indien de aanvrager, naar regelen te stellen bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur, niet kan aantonen dat hij de noodzakelijke
kennis heeft bijgehouden en in de afgelopen periode voldoende
werkervaring als beëdigde tolk of vertaler heeft opgedaan.
5. De beslissing op de aanvraag tot verlenging van de inschrijving
wordt binnen vier weken genomen.
6. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van
de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
niet van toepassing op een verzoek tot verlenging van de inschrijving
als bedoeld in het eerste lid.
§ 3. Doorhaling in het register
Artikel 9
1.De inschrijving in het register kan worden doorgehaald indien
Onze Minister is gebleken van ernstige feiten of omstandigheden, de
integriteit of de vakbekwaamheid van de beëdigde tolk of vertaler
betreffende.
2.Bij de beschikking tot doorhaling van de inschrijving wordt
bepaald binnen welke periode geen nieuw verzoek tot inschrijving in
het register kan worden gedaan. Deze periode bedraagt ten hoogste tien
jaren.
3.Hangende het onderzoek of er reden is tot doorhaling over te
gaan, kan de inschrijving van een beëdigde tolk of vertaler tijdelijk
worden doorgehaald.
4.Indien een beëdigde tolk of vertaler niet binnen twee maanden na
inschrijving is beëdigd, kan Onze Minister besluiten de inschrijving
in het register door te halen.
5.De inschrijving in het register wordt in elk geval doorgehaald
bij overlijden van de ingeschrevene en op schriftelijk verzoek van de
ingeschrevene.
Artikel 10
Indien een beëdigde tolk of vertaler voor meer dan één bron-of
doeltaal in het register is ingeschreven, kan de doorhaling ook worden
beperkt tot één of meer van deze bron- of doeltalen.
Artikel 11
1.Van een beschikking tot doorhaling wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
2.Van een beschikking tot tijdelijke doorhaling en tot beëindiging
van de tijdelijke doorhaling wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
Hoofdstuk III. De beëdiging
Artikel 12
1. De beëdigde tolk of vertaler legt binnen twee maanden na
inschrijving in het register de in artikelen 13en 14 bedoelde eed of
belofte af ten overstaan van de rechtbank van het arrondissement
waarbinnen zijn woonplaats is gelegen.
2. Indien de woonplaats buiten Nederland is gelegen wordt de eed of
belofte afgelegd ten overstaan van de rechtbank Den Haag.
3. Om te kunnen worden beëdigd dient de beëdigde tolk of vertaler
een bewijs van inschrijving in het register over te leggen.
Artikel 13
1.De beëdigde tolk legt ter zitting van de rechtbank de navolgende
eed of belofte af:
«Ik zweer/beloof dat ik mijn werk als beëdigde tolk eerlijk,
nauwgezet en onpartijdig zal uitvoeren en mij bij het uitoefenen van
de tolkwerkzaamheden zal gedragen zoals een beëdigde tolk betaamt».
«Ik zweer/beloof dat ik geheimhouding zal betrachten ten aanzien
van vertrouwelijke informatie waarvan ik door mijn werk kennis neem».
2.Na het afleggen van de eed of belofte wordt aan de beëdigde tolk
een akte van beëdiging uitgereikt.
Artikel 14
1.De beëdigde vertaler legt ter zitting van de rechtbank de
navolgende eed of belofte af:
«Ik zweer/beloof dat ik mijn werk als beëdigde vertaler eerlijk,
nauwgezet en onpartijdig zal uitvoeren en mij bij de uitoefening van
mijn vertaalwerkzaamheden zal gedragen zoals een beëdigde vertaler
betaamt».
«Ik zweer/beloof dat ik geheimhouding zal betrachten ten aanzien
van vertrouwelijke informatie waarvan ik door mijn werk kennis neem».
2.Na het afleggen van de eed of belofte deponeert de beëdigde
vertaler zijn handtekening ter griffie van de rechtbank, bedoeld in
artikel 12, eerste lid of tweede lid.
3.Na het afleggen van de eed of belofte en het neerleggen van de
handtekening wordt aan de beëdigde vertaler een akte van beëdiging
uitgereikt.
Artikel 15
1.Na overlegging van de akte van beëdiging ontvangt de betrokkene
een legitimatiebewijs.
2.Onze Minister stelt regels ten aanzien van het legitimatiebewijs.
Hoofdstuk IV. Klachtbehandeling
Artikel 16
1.Eenieder kan een klacht indienen bij Onze Minister inzake de
wijze waarop een beëdigde tolk of vertaler zich in een bepaalde
aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen.
2.Onze Minister stelt een klachtencommissie in ter behandeling van
en de advisering over klachten ten aanzien van beëdigde tolken en
vertalers.
3.Het klaagschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht
gericht is;
d. de naam van de beëdigde tolk of vertaler op wiens gedraging
de klacht betrekking heeft.
4.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld over de samenstelling en de werkwijze van de
klachtencommissie, waaronder in elk geval regels betreffende de
onafhankelijkheid van de klachtencommissie.
Artikel 17
Indien de beëdigde tolk of vertaler naar tevredenheid van de klager
aan diens klacht tegemoet is gekomen, ziet Onze Minister af van verdere
behandeling van de klacht.
Artikel 18
1.Onze Minister bevestigt de ontvangst van het klaagschrift
schriftelijk.
2.Bij het bericht van ontvangst wordt vermeld dat, indien de klacht
wordt behandeld, de klachtencommissie daarover zal adviseren.
3.Het horen geschiedt door de in artikel 16 bedoelde
klachtencommissie. De klachtencommissie kan het horen opdragen aan de
voorzitter of een lid van de commissie.
Artikel 19
1.Onze Minister is niet verplicht de klacht te behandelen indien
zij betrekking heeft op een gedraging:
a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met
inachtneming van de artikelen 16 en volgende is behandeld;
b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft
plaatsgevonden;
c. zolang ter zake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van
de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel
indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging
van een strafbaar feit en terzake van dat feit een
opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een
vervolging gaande is.
2.Onze Minister is niet verplicht een klacht te behandelen indien
het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging
kennelijk onvoldoende is.
3.Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager
zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van
het klaagschrift schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 20
Aan degene op wiens gedraging een klacht betrekking heeft, wordt een
afschrift van het klaagschrift alsmede van de daarbij meegezonden
stukken gezonden.
Artikel 21
Indien de klacht gericht is op het handelen van een lid van de
klachtencommissie, wordt dit lid vervangen door een door de voorzitter
aan te wijzen ander lid.
Artikel 22
1.De klachtencommissie stelt de klager en degene op wiens gedraging
de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord.
2.Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht
kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen
gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
3.Van het horen wordt een verslag gemaakt.
Artikel 23
1.De klachtencommissie behandelt de klacht binnen zes weken na
ontvangst van het klaagschrift.
2.De klachtencommissie kan de behandeling voor ten hoogste vier
weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan
aan de klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking
heeft.
Artikel 24
1.De klachtencommissie zendt een rapport van bevindingen, vergezeld
van een advies en eventuele aanbevelingen aan Onze Minister. Het
rapport bevat een verslag van het horen.
2.De klachtencommissie kan bij het advies tot het gegrond verklaren
van een klacht de aanbeveling doen aan Onze Minister dat een beëdigde
tolk of vertaler gezien zijn gedraging in aanmerking komt voor een
tijdelijke doorhaling dan wel doorhaling in het register.
Artikel 25
1.Onze Minister handelt de klacht af binnen tien weken na ontvangst
van het klaagschrift.
2.Onze Minister kan de behandeling van het klaagschrift voor ten
hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk
mededeling gedaan aan de klager en degene op wiens gedraging de klacht
betrekking heeft.
3.Onze Minister stelt de klager en degene op wie de klacht
betrekking heeft schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de
bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de conclusie
die hij hieraan verbindt.
4.Indien de conclusie van Onze Minister afwijkt van het advies,
wordt in de conclusie de reden voor die afwijking vermeld.
Artikel 26
Onze Minister draagt zorg voor de registratie van de bij hem
ingediende klachten. De geregistreerde klachten worden jaarlijks
gepubliceerd.
Artikel 27
Tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht als bedoeld in
artikel 16, eerste lid, kan geen beroep worden ingesteld.
Hoofdstuk V. Afnameplicht
Artikel 28
1.De volgende diensten en instanties maken in het kader van het
strafrecht en het vreemdelingenrecht uitsluitend gebruik van beëdigde
tolken of vertalers:
a. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
b. de tot de rechterlijke macht behorende gerechten;
c. het Openbaar Ministerie;
d. de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
e. de politie;
f. de Koninklijke Marechaussee.
2.Onze Minister kan bij ministeriële regeling instanties en
organen aanwijzen die in het kader van het strafrecht en het
vreemdelingenrecht ook gehouden zijn gebruik te maken van beëdigde
tolken en vertalers.
3.In afwijking van het eerste en tweede lid kan gebruik worden
gemaakt van een tolk die geen beëdigde tolk is of van een vertaler
die geen beëdigde vertaler is indien wegens de vereiste spoed een
ingeschrevene in het register niet tijdig beschikbaar is of indien het
register voor de desbetreffende bron- of doeltaal dan wel bron- of
doeltalen geen ingeschrevene bevat.
4.Indien van het eerste of tweede lid wordt afgeweken wordt dit met
redenen omkleed schriftelijk vastgelegd. Ingeval geen sprake is van
spoedeisende inzet van een tolk of vertaler, dient deze voorafgaand
aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag dan wel een
integriteitsverklaring over te leggen. Indien het vanwege de
spoedeisendheid niet mogelijk is voorafgaand aan de inzet een
verklaring omtrent het gedrag over te leggen geschiedt dit na de
inzet. De artikelen 29 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing op
een tolk of vertaler als bedoeld in het derde lid.
Hoofdstuk VI. Beëdigde tolken
Artikel 29
De beëdigde tolk is verplicht tot geheimhouding van de gegevens
waarover hij bij de uitoefening van zijn werkzaamheden de beschikking
krijgt en waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs
moet vermoeden, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hem tot
mededeling verplicht of uit zijn werkzaamheden de noodzaak tot
mededeling voortvloeit.
Artikel 30
Bij het verrichten van zijn werkzaamheden is de beëdigde tolk
verplicht het legitimatiebewijs, bedoeld in artikel 15, op verzoek te
tonen.
Artikel 31
1.Een dienst of instantie als bedoeld inartikel 28, eerste en
tweede lid, kan indien de bijzondere aard van de werkzaamheden dit
vereist van een beëdigde tolk verlangen dat deze voorafgaande aan
zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag overlegt.
2.De kosten die samenhangen met de aanvraag van de verklaring
omtrent het gedrag komen voor rekening van de verzoekende dienst of
instantie.
Hoofdstuk VII. Beëdigde vertalers
Artikel 32
De beëdigde vertaler is verplicht tot geheimhouding van de gegevens
waarover hij bij de uitoefening van zijn werkzaamheden de beschikking
krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs
moet vermoeden, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hem tot
mededeling verplicht of uit zijn werkzaamheden de noodzaak tot
mededeling voortvloeit.
Artikel 33
1.Een dienst of instantie als bedoeld inartikel 28, eerste en
tweede lid, kan indien de bijzondere aard van de werkzaamheden dit
vereist, van een beëdigde vertaler verlangen dat deze voorafgaand aan
zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag overlegt.
2.De kosten die samenhangen met de aanvraag van de verklaring
omtrent het gedrag komen voor rekening van de verzoekende dienst of
instantie.
Artikel 34
Onze Minister kan regels stellen waaraan de wijze van vertalen en de
administratie van de beëdigde vertaler dienen te voldoen.
Artikel 35
1.Indien stukken of opgaven die krachtens wettelijk voorschrift in
openbare registers moeten worden ingeschreven, in een vreemde taal
zijn gesteld, wordt van deze stukken een getrouwe vertaling in het
Nederlands bijgevoegd, vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard
door een voor die brontaal beëdigde vertaler.
2.In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met een
getrouwe vertaling in het Nederlands vervaardigd en voor
overeenstemmend verklaard door de notaris voor wie de akte is
verleden, indien het een notariële akte in de Friese taal betreft van
oprichting van een vereniging of stichting, dan wel houdende de
statuten van een dergelijk rechtspersoon. Van een vertaling in het
Nederlands kan worden afgezien indien de vereniging of stichting haar
werkzaamheden geheel of gedeeltelijk in de provincie Fryslân
verricht. Wanneer een belanghebbende die de Friese taal niet machtig
is een Nederlandse vertaling wenst van de akten van laatstgenoemde
stichtingen of verenigingen, verschaft deze stichting of vereniging
een Nederlandse vertaling die door een notaris vervaardigd en voor
overeenstemmend verklaard is.
3.De vertalingen worden ingeschreven in plaats van de in de vreemde
taal gestelde stukken of opgaven die aan het register blijven gehecht.
4.Bij de wet kan worden bepaald dat het eerste tot en met derde lid
niet van toepassing zijn.
Artikel 36
Ingeval een beëdigde vertaler werkzaamheden verricht bij een dienst
of een instantie als bedoeld in artikel 28, eerste of tweede lid, is hij
verplicht het door Onze Minister afgegeven legitimatiebewijs, bedoeld in
artikel 15, op verzoek te tonen.
Hoofdstuk VIII. Overgangs-
en slotbepalingen
Artikel 37
Deartikelen 3 en 5, onderdeel a, zijn gedurende een periode van twee
jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op de
inschrijving in het register van degenen die op het moment van
inwerkingtreding van deze wet:
a. werkzaam zijn als beëdigde vertaler in de zin van de wet van
6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëdigde vertalers; of
b. definitief zijn ingeschreven in het landelijk
kwaliteitsregister tolken en vertalers, bedoeld in de Tijdelijke
regeling van 13 mei 2003 houdende machtiging van de Raad voor
rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch tot het beheer van het
landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers (Stcrt. 2003, 94).
Artikel 38
De wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde
vertalers wordt ingetrokken.
Artikel 39
[Wijzigt de Registratiewet 1970]
Artikel 40
[Wijzigt de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer]
Artikel 41
[Wijzigt het Wetboek van Strafvordering]
Artikel 41a
[Wijzigt de Advocatenwet]
Artikel 41b
[Wijzigt de Advocatenwet]
Artikel 41c
[Wijzigt de Advocatenwet]
Artikel 41d
[Wijzigt de Advocatenwet]
Artikel 42
Deze wet wordt aangehaald als: Wet beëdigde tolken en vertalers.
Artikel 43
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en werken wat
betreft de artikelen 41a tot en met 41c terug tot en met 1 juli 2006.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 11 oktober 2007
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de drieëntwintigste oktober 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|