| |
|
|
|
|
vorige
WET
TEGEMOETKOMING CHRONISCH ZIEKEN EN GEHANDICAPTEN
(Wtcg)
Tekst zoals deze geldt op
19 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
- Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
WET van 29 december 2008 tot regeling van een
tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)
WIJ BEATRIX, bij
de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze
zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is dat chronisch zieken en gehandicapten die worden
geconfronteerd met hoge uitgaven in verband met gezondheidsproblemen
hiervoor een tegemoetkoming ontvangen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. rechthebbende: persoon die recht heeft op een tegemoetkoming
voor chronisch zieken en gehandicapten als bedoeld in paragraaf 2.1
van deze wet;
b. het CAK: de besloten vennootschap CAK, gevestigd te ’s-Gravenhage;
c. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport;
d. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
e. sociaal-fiscaalnummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde
lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Hoofdstuk 2. Tegemoetkomingen in verband met gezondheidsproblemen
§ 2.1. Algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en
gehandicapten
Artikel 2
1. Iemand heeft jaarlijks recht op een bij algemene maatregel van
bestuur vast te stellen tegemoetkoming, indien hij behoort tot een bij
of krachtens die maatregel te bepalen groep van personen:
a. die gebruik maken van hulpmiddelenzorg, farmaceutische zorg,
fysiotherapie, oefentherapie en geneeskundige zorg die behoren tot
de verzekerde prestaties op grond van de Zorgverzekeringswet,
b. voor wie ingevolge artikel 9b, eerste lid, van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten is vastgesteld dat zij aanspraak
hebben op zorg, of
c. die gebruik maken van een individuele voorziening, die
beoogt hen in staat te stellen een huishouden te voeren als
bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
maatschappelijke ondersteuning.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, kan voor
verschillende groepen op een verschillend bedrag worden vastgesteld.
3. De criteria, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c,
kunnen indien dit met het oog op een betere werking van deze wet op
korte termijn noodzakelijk wordt geacht, bij algemene maatregel van
bestuur worden aangevuld.
4. Na de plaatsing in het Staatsblad van een krachtens het derde
lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van
wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij
de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of
indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het
voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur
onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt
de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van
inwerkingtreding van die wet.
Artikel 2a
In afwijking van artikel 2 heeft degene die niet verzekerd is
krachtens een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van
de Zorgverzekeringswet, geen recht op een tegemoetkoming, tenzij hij
militaire ambtenaar in werkelijke dienst is als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Militaire
ambtenarenwet 1931, dan wel een militair is aan wie buitengewoon verlof
met behoud van militaire inkomsten is verleend.
Artikel 3
1. Het bestuur van het CAK stelt ambtshalve het recht op en de
hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast.
2. Het CAK verstrekt de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, voor het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar
waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
3. Het CAK ziet bij de uitvoering van de in het eerste en tweede
lid bedoelde taak toe op:
a. een tijdige voorbereiding en uitvoering;
b. de kwaliteit van de daarbij gebruikte procedures;
c. de zorgvuldige behandeling van personen en instellingen die
met hem in aanraking komen;
d. de zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften en klachten
die worden ontvangen.
4. Het CAK treft voorzieningen, waardoor personen en instellingen,
die met hem in aanraking komen in verband met de uitvoering van de in
het eerste en tweede lid bedoelde taak, in de gelegenheid zijn
voorstellen tot verbetering van werkwijzen en procedures te doen.
5. Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot
de uitvoering van de in het eerste en tweede lid bedoelde taak door
het CAK. De beleidsregels worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
6. Indien naar het oordeel van Onze Minister het CAK zijn in het
eerste en tweede lid bedoelde taak ernstig verwaarloost, kan Onze
Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. De voorzieningen
worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan
nadat het CAK in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze
Minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te
voeren. Onze Minister stelt beide kamers der Staten-Generaal
onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld
in de eerste volzin.
Artikel 4
1. Indien iemand die meent rechthebbende te zijn of zijn erfgenaam
het CAK verzoekt om informatie over de gronden waarop een
tegemoetkoming is verleend of geweigerd, verstrekt het CAK binnen 30
dagen na het verzoek kosteloos en in begrijpelijke taal schriftelijk
de gevraagde informatie. Het verzoek kan worden gedaan vanaf 1
november van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de
tegemoetkoming betrekking heeft. Het CAK gaat bij dit verzoek, na
toestemming van verzoeker, bij zorgverzekeraars als bedoeld in artikel
1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, indicatieorganen als
bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
colleges van burgemeester en wethouders of andere bij algemene
maatregel van bestuur bepaalde instanties als bedoeld in artikel 5,
tweede lid, na onder welke criteria als bedoeld bij of krachtens
artikel 2, eerste lid, degene die meent rechthebbende te zijn, valt en
deelt de uitkomst hiervan aan verzoeker mede. De verzoeker legitimeert
zich desgevraagd op deugdelijke wijze.
2. Indien iemand die meent rechthebbende te zijn of diens erfgenaam
na afloop van de termijn, genoemd in het eerste lid, geen antwoord
heeft gekregen van het CAK dan wel het antwoord onvoldoende acht,
delen de in het eerste lid genoemde en bedoelde instanties op verzoek
van hem of zijn erfgenaam binnen 30 dagen na het verzoek kosteloos en
in begrijpelijke taal schriftelijk mede onder welke criteria, met
inbegrip van de onderliggende zorggegevens, als bedoeld bij of
krachtens artikel 2, eerste lid, degene die meent rechthebbende te
zijn, valt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de
vorm waarin de informatie wordt verstrekt.
Artikel 5
1. Het CAK neemt het burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan,
het sociaal-fiscaalnummer van rechthebbenden voor de uitvoering van de
in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde taak in zijn
administratie op.
2. Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de
Zorgverzekeringswet, indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, colleges van burgemeester en
wethouders en andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
instanties verstrekken aan het CAK persoonsgegevens van
rechthebbenden, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid
als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, noodzakelijk voor
de uitvoering van de in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde
taak.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald tot welke
gegevens de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zich
uitstrekken en in welke gevallen de gegevens, bedoeld in het eerste en
tweede lid, verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de
in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde taak.
4. Bij ministeriële regeling wordt bepaald:
a. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking
plaatsvindt;
b. aan welke beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;
c. de hoogte van de vergoeding voor zorgverzekeraars voor het
aanleveren van gegevens noodzakelijk voor het uitvoeren van de in
artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde taak;
d. op welke datum gegevens als bedoeld in het tweede lid
uiterlijk worden verstrekt aan het CAK.
Artikel 6
1.Onze Minister is bevoegd zorgverzekeraars als bedoeld in artikel
1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet en indicatieorganen als
bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter
handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, tweede lid en
vierde lid, onderdelen a en d, een aanwijzing te geven.
2.Indien een zorgverzekeraar als bedoeld in het eerste lid niet
binnen vier weken aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid,
voldoet, is Onze Minister bevoegd een last onder dwangsom op te
leggen.
3.Indien indicatieorganen als bedoeld in het eerste lid niet binnen
vier weken voldoen aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid,
kan Onze Minister noodzakelijke maatregelen treffen. Onze Minister
stelt beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van deze
door hem getroffen maatregelen.
Artikel 7
1.Het CAK zendt jaarlijks voor 15 november aan Onze Minister een
begroting voor in het volgende kalenderjaar te verstrekken
tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en voor de in
dat jaar met de uitvoering daarvan gepaard gaande beheerskosten.
2.Onze Minister stelt jaarlijks voor 15 december het budget vast
voor de kosten van tegemoetkomingen en de beheerskosten, bedoeld in
het eerste lid.
3.Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de
inrichting van de begroting en over de wijze waarop en de voorwaarden
waaronder het budget wordt vastgesteld.
4.Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of
dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en
lasten, doet het CAK, onder vermelding van de oorzaak van de
verschillen daarvan, onverwijld mededeling aan Onze Minister.
5.Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten,
bedoeld in het eerste lid, te wijzigen.
6.Het CAK gaat met betrekking tot de beheerskosten, bedoeld in het
eerste lid, geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden
tot overschrijding van het daarvoor vastgestelde budget.
Artikel 8
1.Het CAK zendt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een
jaarverantwoording over de verstrekking van tegemoetkomingen als
bedoeld in artikel 2, eerste lid, en de daarmee gepaard gaande
beheerskosten over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van
bevindingen, bedoeld in het zesde lid.
2.De jaarverantwoording, bedoeld in het eerste lid, omvat:
a. een jaarrekening, en
b. een jaarverslag met betrekking tot het door het CAK gevoerde
beleid, de doeltreffendheid van dat beleid en de bedrijfsvoering
rond de uitvoering van de in artikel 3, eerste en tweede lid,
bedoelde taak en de daarmee gepaard gaande beheerskosten.
3.Het CAK legt in zijn jaarrekening, die zoveel mogelijk met
overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over de kosten
van tegemoetkomingen en de beheerskosten, bedoeld in artikel 7, eerste
lid, en over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer in het
afgelopen kalenderjaar.
4.De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de
getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister
desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden.
5.De verklaring, bedoeld in het vierde lid, heeft mede betrekking
op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen voor de
kosten van tegemoetkomingen en de beheerskosten, bedoeld in artikel 7,
eerste lid.
6.De accountant voegt bij de verklaring een verslag van zijn
bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van de
kosten van tegemoetkomingen en de beheerskosten, bedoeld in artikel 7,
eerste lid, voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid,
controleerbaarheid en doelmatigheid.
7.De jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
8.Onze Minister houdt toezicht op de uitvoering van de in artikel
3, eerste en tweede lid, bedoelde taak en de daarmee gepaard gaande
beheerskosten door het CAK.
9.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
over de inrichting van:
a. de jaarverantwoording, bedoeld in het tweede lid;
b. de verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in vierde lid;
c. het verslag van bevindingen, bedoeld in het zesde lid;
d. het aan de verklaring en het verslag van bevindingen ten
grondslag liggende onderzoek.
Artikel 9
1.Het CAK verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de
uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan
inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat
voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
2.Het CAK geeft bij het verstrekken van de in het eerste lid
bedoelde inlichtingen waar nodig aan welke gegevens een vertrouwelijk
karakter dragen. Dit vertrouwelijke karakter kan voortvloeien uit de
aard van de gegevens, dan wel uit het feit dat natuurlijke of
rechtspersonen deze aan het CAK hebben verstrekt onder het beding dat
zij als vertrouwelijk zullen gelden.
§ 2.2. Tegemoetkoming arbeidsongeschikten
Artikel 10
1. De persoon die van rechtswege verzekerd is ingevolge de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten en recht heeft op een uitkering in verband
met een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer en de persoon die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar een mate van
arbeidsongeschiktheid van 35% of meer of op arbeidsondersteuning op
grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten,
hebben recht op een tegemoetkoming.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 4, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, verstrekt de tegemoetkoming.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere
regels gesteld over de doelgroep, de hoogte van de tegemoetkoming en
de wijze van betaling.
§ 2.3. Algemene bepalingen met betrekking tot tegemoetkomingen
Artikel 11
1.De betaling van tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2 en
10, geschiedt eenmaal per kalenderjaar.
2.De bedragen van de tegemoetkomingen worden jaarlijks aangepast op
een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
3.De tegemoetkomingen zijn niet vatbaar voor beslag.
4.De tegemoetkomingen blijven buiten beschouwing bij de verlening
van op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke
uitkeringen en verstrekkingen.
5.De tegemoetkomingen en de daarmee gepaard gaande beheerskosten
komen ten laste van ’s Rijks kas.
Hoofdstuk 3. Wijzigingen in overige wetten
§ 3.1. Wijzigingen in fiscale wetgeving
Artikel 12
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001]
Artikel 13
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001]
Artikel 14
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001]
Artikel 15
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964]
Artikel 16
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964]
§ 3.2. Wijzigingen met betrekking tot inkomenscompensatie voor
ouderen
Artikel 17
[Wijzigt de Wet op de huurtoeslag]
§ 3.3. Overige wijzigingen
Artikel 18
[Wijzigt de Beroepswet]
Artikel 19
Artikel 4.2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
komt te vervallen, met dien verstande dat dit artikel en de daarop
gebaseerde bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaande aan de
dag waarop dit wetsvoorstel, nadat het tot wet is verheven, in werking
treedt, van toepassing blijven op de aanspraken van belastingplichtigen
over de jaren voor het kalenderjaar 2009.
Artikel 20
[Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg]
Artikel 21
[Wijzigt de Wet werk en bijstand]
Artikel 22
[Wijzigt de Wet werk en inkomen kunstenaars]
Artikel 23
[Wijzigt de Zorgverzekeringswet]
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 24
1.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over
door de rijksbelastingdienst te verstrekken tegemoetkomingen
specifieke zorgkosten aan belastingplichtigen met uitgaven voor
specifieke zorgkosten als bedoeld in afdeling 6.5 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
2.De uitbetaling en terugvordering van verstrekte tegemoetkomingen
specifieke zorgkosten geschieden overeenkomstig de regels die gelden
voor de invordering van inkomstenbelasting, met dien verstande dat bij
de overeenkomstige toepassing van artikel 24 van de Invorderingswet
1990 een uit te betalen tegemoetkoming specifieke zorgkosten
uitsluitend kan worden verrekend met een terugvordering van een
tegemoetkoming specifieke zorgkosten.
Artikel 25
1.Het CAK brengt uiterlijk 30 november 2009 de krachtens artikel 6
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of artikel 15 van de Wet
maatschappelijke ondersteuning verschuldigde bijdragen over de
kalenderjaren tot en met 2008 in rekening bij de verzekerde, bedoeld
in artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
onderscheidenlijk de persoon, bedoeld in artikel 15 van de Wet
maatschappelijke ondersteuning.
2.Na 30 november 2009 in rekening gebrachte bijdragen als bedoeld
in het eerste lid hoeven niet te worden voldaan.
Artikel 26
1.Tot en met 31 december 2009 behoren mede tot de uitgaven voor
specifieke zorgkosten, bedoeld in afdeling 6.5 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, de volgende door de belastingplichtige over
de kalenderjaren tot en met 2008 verschuldigde bijdragen, voor zover
deze na 30 november 2008 aan hem in rekening zijn gebracht en door hem
in 2009 zijn betaald of verrekend:
a. de krachtens artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten verschuldigde bijdragen in verband met het verblijf
in een instelling die is toegelaten om zorg te verlenen, tot een
bedrag van 25% van die bijdragen;
b. de krachtens artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten verschuldigde bijdragen, bij verblijf
buiten een instelling als bedoeld in onderdeel a;
c. de krachtens artikel 15 van de Wet maatschappelijke
ondersteuning verschuldigde bijdragen, voorzover de
belastingplichtige deze verschuldigd is voor huishoudelijke
verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van
die wet of voor een daarvoor bestemd persoonsgebonden budget.
2.Tot en met 31 december 2009 worden de bijdragen, bedoeld in het
eerste lid, mede in aanmerking genomen als uitgaven als bedoeld in
artikel 6.19 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 27
1.Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip waarbij voor een of meer artikelen of onderdelen
daarvan terugwerkende kracht mogelijk is tot en met 1 januari 2009.
2.Bij het begin van het kalenderjaar 2009 vindt artikel 10.1 van de
Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing met betrekking tot de in
de artikelen 6.17, derde lid, en 6.20 van de Wet inkomstenbelasting
2001 vermelde bedragen.
3.Artikel 12, onderdelen G en H, vindt eerst toepassing nadat
artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het
kalenderjaar 2009 is toegepast.
4.Artikel 15 vindt eerst toepassing nadat artikel 22d van de Wet op
de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2009 is
toegepast.
5.Artikel 13, onderdeel B, vindt eerst toepassing nadat artikel
10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het
kalenderjaar 2010 is toegepast.
6.Artikel 16 vindt eerst toepassing nadat artikel 22d van de Wet op
de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2010 is
toegepast.
Artikel 28
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 december 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
De Staatssecretaris van Financiën,
J.C. de Jager
Uitgegeven de dertigste december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|