| |
|
|
|
|
vorige
WET
RECHTSPOSITIE RAAD VAN STATE, ALGEMENE
REKENKAMER EN NATIONALE OMBUDSMAN
Tekst zoals deze geldt op
19 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 6 november 2008, houdende regeling van de rechtspositie van de
vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden
in buitengewone dienst, alsmede van de president en de overige leden van
de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de
substituut-ombudsmannen (Wet rechtspositie Raad van State, Algemene
Rekenkamer en Nationale ombudsman)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de rechtspositie van de vice-president van de Raad van
State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, alsmede
van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede
van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen te
harmoniseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. De bezoldiging van de vice-president van de Raad van State, de
president van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman wordt
bepaald op € 10.325,86 per maand.
2. De bezoldiging van de voorzitter van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt bepaald op € 9691,95
per maand.
3. De bezoldiging van de overige leden van de Raad van State, de
overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de
substituut-ombudsmannen wordt bepaald op € 9098,26 per maand.
4. De staatsraden ontvangen een zodanig deel van de in het derde
lid bedoelde bezoldiging als overeenkomt met de vastgestelde omvang
van de te verrichten taak.
5. De bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De
bezoldiging eindigt in ieder geval met ingang van de dag na het
overlijden.
6. Na het overlijden van de vice-president van de Raad van State,
de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de
leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden van de
Algemene Rekenkamer of de substituut-ombudsmannen wordt een uitkering
verstrekt op de voet van de regeling hieromtrent voor het personeel
werkzaam bij de sector Rijk.
7. Indien de bezoldiging van het personeel werkzaam bij de sector
Rijk wijziging ondergaat, en wordt bepaald dat die wijziging een
algemeen karakter draagt, worden de in het eerste, tweede en derde lid
genoemde bedragen bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 2
1. De staatsraden in buitengewone dienst en de leden in
buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen voor het
deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State onderscheidenlijk
de Algemene Rekenkamer een bij algemene maatregel van bestuur te
regelen vergoeding.
2. De reis-en verblijfkosten van de in het eerste lid genoemde
functionarissen worden vergoed op de voet van de regeling hieromtrent
voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk.
Artikel 3
1. De vice-president van de Raad van State, de president van de
Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de leden van de Raad van
State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de
Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen ontvangen op de voet
van de regeling die hieromtrent geldt voor het personeel werkzaam bij
de sector Rijk een ambtsjubileumgratificatie, een vakantie-uitkering
en een eindejaarsuitkering.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten
aanzien van:
a. de voorzieningen die aan de in het eerste lid genoemde
functionarissen ter beschikking worden gesteld en noodzakelijk
zijn voor de vervulling van hun ambt;
b. een vaste vergoeding voor de kosten van voorzieningen die
voor eigen rekening van de in het eerste lid genoemde
functionarissen komen en door hen mede worden aangewend ten
behoeve van de vervulling van hun ambt.
3. In de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald dat in deze algemene maatregel van bestuur
opgenomen bedragen bij ministeriële regeling kunnen worden gewijzigd
op een in deze algemene maatregel van bestuur aangegeven wijze.
4. Onder de in het tweede lid, onder a, bedoelde voorzieningen zijn
in ieder geval begrepen die met betrekking tot verhuizing, informatie
en communicatie, binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en vervoer.
Artikel 4
1. De vice-president van de Raad van State kan een lid van de Raad
van State en een staatsraad op diens verzoek gedurende een bepaalde
periode ontheffen van de waarneming van zijn ambt.
2. De bezoldiging blijft gedurende de periode van de ontheffing van
de waarneming van zijn ambt achterwege.
Artikel 5
1.De substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, eerste lid, van
de Wet Nationale ombudsman gedurende meer dan 30 dagen onafgebroken is
belast met de vervanging van de ombudsman, geniet een
vervangingstoelage ter hoogte van het verschil tussen zijn bezoldiging
en de bezoldiging van de ombudsman.
2.De substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, derde lid, van
de Wet Nationale ombudsman is belast met de waarneming van het ambt
van de ombudsman, geniet voor de duur van de waarneming een
waarnemingstoelage tot de hoogte van het bedrag van de bezoldiging van
de ombudsman.
3.Degene die op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 10,
tweede of vierde lid, van de Wet Nationale ombudsman, de ombudsman
vervangt respectievelijk het ambt van ombudsman waarneemt, geniet voor
de duur van de vervanging respectievelijk de waarneming, de
bezoldiging en de vakantie-uitkering die voor dit ambt zijn
vastgesteld.
Artikel 6
[Wijzigt de Wet op de Raad van State]
Artikel 7
[Wijzigt de Wet Nationale ombudsman]
Artikel 8
De Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe
regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State
en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de
Algemene Rekenkamer (Stb. 387) en de Wet bezoldiging Nationale ombudsman
worden ingetrokken.
Artikel 9
[Wijzigt deze wet]
Artikel 10
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering
Raad van State) (Kamerstuk 30 585)]
Artikel 11 [Vervallen per 10-03-2010]
Artikel 12 [Vervallen per 10-03-2010]
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie Raad van State,
Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges, en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 6 november 2008
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de vierde december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|