| |
|
|
|
|
vorige
WET
VERGOEDINGEN ADVIESCOLLEGES EN COMMISSIES
Tekst zoals deze geldt op
19 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Vergoedingenbesluit
adviescolleges (vervallen)
WET van 13 november 2008, houdende regeling van de vergoedingen voor
adviescolleges en commissies (Wet vergoedingen adviescolleges en
commissies)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels
met betrekking tot de vergoeding van de leden van adviescolleges en bij
of krachtens wet, bij koninklijk besluit of bij ministerieel besluit
ingestelde commissies te harmoniseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. een adviescollege: een adviescollege als bedoeld in de
Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van adviescolleges waarvan
de adviestaak, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet
adviescolleges niet de hoofdtaak is;
b. een commissie: een bij of krachtens wet, bij koninklijk
besluit of bij ministerieel besluit ingestelde commissie, niet
zijnde een adviescollege of een zelfstandig bestuursorgaan als
bedoeld in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
c. Onze Minister: Onze Minister wie het aangaat.
Artikel 2
1. Bij besluit van Onze Minister kan een vergoeding per vergadering
of een vaste vergoeding per maand worden toegekend aan:
a. de leden, met inbegrip van de voorzitter, van een
adviescollege onderscheidenlijk een commissie;
b. de secretaris en adjunct-secretaris van een commissie;
c. personen die aan de werkzaamheden van een adviescollege
onderscheidenlijk een commissie deelnemen.
2. De in het eerste lid genoemde personen ontvangen een vergoeding
van reis- en verblijfkosten op de voet van de regeling voor het
personeel werkzaam bij de sector Rijk.
3. Van de toekenning van vergoedingen als bedoeld in het eerste en
tweede lid zijn uitgesloten:
a. personen die een functie vervullen bij instellingen of
organisaties als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 van de Wet
openbaarmaking met publieke middelen gefinancierde topinkomens,
indien hun benoeming of deelname aan de werkzaamheden haar oorzaak
vindt in de functie die zij vervullen;
b. vertegenwoordigers van organisaties die gelegenheid hebben
op te komen voor groepen of individuele personen wier belangen bij
de arbeid van de commissie zijn betrokken, tenzij door Onze
Minister in bijzondere gevallen anders wordt beslist.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere
regels vastgesteld met betrekking tot de vergoedingen, bedoeld in het
eerste lid.
5. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt in de
Staatscourant geplaatst.
Artikel 3
1. [Wijzigt de Kaderwet adviescolleges]
2. Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de ministeriële
regelingen die krachtens artikel 14 van de Kaderwet adviescolleges
zijn vastgesteld op deze wet.
Artikel 4
Beschikkingen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het
Vacatiegeldenbesluit 1988 en koninklijke besluiten als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, van dat besluit die van kracht waren op de dag
voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven na de
inwerkingtreding van deze wet van kracht.
Artikel 5
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 6
Deze wet wordt aangehaald als: Wet vergoedingen adviescolleges en
commissies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges, en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 13 november 2008
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de vierde december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|