| |
|
|
|
|
vorige
INVOERINGSWET
BINNENVAARTWET
Tekst zoals deze geldt op
15 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 10 april 2008, houdende bepalingen houdende regeling van de
inwerkingtreding van de Binnenvaartwet (Invoeringswet Binnenvaartwet)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
noodzakelijk is de invoering van de Binnenvaartwet te regelen, alsmede
een aantal wetten waarin wordt verwezen naar de Binnenschepenwet, de Wet
vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en bemanningssterkte
binnenvaart aan te passen aan de Binnenvaartwet;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Overgangsbepalingen
Artikel 1
Een geldig certificaat van onderzoek, afgegeven op grond van de
Binnenschepenwet, geldt als certificaat van onderzoek als bedoeld in
artikel 9 van de Binnenvaartwet.
Artikel 2
Een kennisgeving als bedoeld in artikel 7 van de Binnenschepenwet,
gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 11 van de
Binnenvaartwet, geldt als een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 van
de Binnenvaartwet.
Artikel 3
Een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de
Binnenschepenwet geldt als ontheffing als bedoeld in artikel 13, tweede
lid, van de Binnenvaartwet.
Artikel 4
Op grond van artikel 27 van de Binnenschepenwet aangewezen
natuurlijke personen, diensten, onderzoekingsbureaus en instellingen
worden geacht te zijn aangewezen op grond van artikel 14 van de
Binnenvaartwet.
Artikel 5
Een meetbrief als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de
Binnenschepenwet geldt als een meetbrief als bedoeld in artikel 21,
eerste lid, van de Binnenvaartwet.
Artikel 6
Een ontheffing als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet
vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart geldt als een ontheffing als
bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Binnenvaartwet.
Artikel 7
1.Een aanwijzing van een arts op grond van artikel 21, eerste lid,
van de Binnenschepenwet geldt als een aanwijzing van een deskundige
als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
2.Een geldige geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21,
eerste lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een geneeskundige
verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Binnenvaartwet.
Artikel 8
1.Een aanwijzing van een instelling of persoon op grond van artikel
22, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een aanwijzing van
een instelling of persoon als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
de Binnenvaartwet.
2.Een geldige verklaring als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van
de Binnenschepenwet, geldt als een verklaring als bedoeld in artikel
29, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
Artikel 9
Een vaarbewijs dat op grond van artikel 25, derde lid, van de
Binnenschepenwet ongeldig is verklaard wordt geacht ongeldig te zijn
verklaard op grond van artikel 30, eerste lid, onderdeel d, van de
Binnenvaartwet.
Artikel 10
Een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de
Binnenschepenwet geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 31,
tweede lid, van de Binnenvaartwet.
Artikel 11
Een geldig registratienummer als bedoeld in artikel 53, aanhef en
onderdeel b, van de Wet vervoer binnenvaart geldt als scheepsnummer als
bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
Artikel 12
1.Een aanwijzing van een ambtenaar op grond van artikel 28, eerste
of tweede lid, van de Binnenschepenwet, artikel 11, eerste of tweede
lid, van de Wet vaartijden bemanningssterkte binnenvaart of artikel
60, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart geldt als een
aanwijzing van een met het toezicht op de naleving van de
Binnenvaartwet of de Herziene Rijnvaartakte belaste ambtenaar als
bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, van de Binnenvaartwet.
2.De krachtens artikel 28, eerste lid, van de Binnenschepenwet met
het toezicht op de naleving van die wet of de Herziene Rijnvaartakte
belaste ambtenaren zijn eveneens belast met het toezicht op de
naleving van de Binnenvaartwet en de Herziene Rijnvaartakte.
Artikel 13
Met betrekking tot een onderzoek als bedoeld in artikel 8 van de
Binnenschepenwet, dat is ingesteld voorafgaande aan de inwerkingtreding
van artikel 15, eerste lid, van de Binnenvaartwet, blijven de bepalingen
gegeven bij of krachtens de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat
tijdstip, van toepassing.
Artikel 14
Op het onderbreken van de vaart van een schip op grond van artikel 9
van de Binnenschepenwet voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel
17, eerste lid, van de Binnenvaartwet blijven de bepalingen gegeven bij
of krachtens de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip,
van toepassing.
Artikel 15
Op een onderzoek als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de
Binnenschepenwet, dat is gevorderd voorafgaande aan de inwerkingtreding
van artikel 24, eerste lid, van de Binnenvaartwet, zijn de artikelen 25
en 26 van de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van
toepassing.
Artikel 16
Op een onderzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de
Binnenschepenwet dat is aangevangen voorafgaande aan de inwerkingtreding
van artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet, zijn de artikelen 21,
22, 23 en 26 van de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat
tijdstip, van toepassing.
Artikel 17
Ten aanzien van aanvragen ter verkrijging van een certificaat van
onderzoek, een meetbrief, een vaarbewijs, een medische verklaring, een
verklaring met betrekking tot de vereiste kennis en bekwaamheid om een
schip te voeren, een scheepsregistratienummer of een ontheffing op grond
van respectievelijk de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart of
de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, ingediend ten minste
vier weken voor het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende
artikelen van de Binnenvaartwet, blijft op de behandeling daarvan het
recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.
Artikel 18
Indien tegen een besluit krachtens respectievelijk de
Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart of de Wet vaartijden en
bemanningssterkte binnenvaart, voorafgaande aan de inwerkingtreding van
de Binnenvaartwet, een bezwaar- of beroepschrift is ingediend, blijven
op de behandeling daarvan de regelen bij of krachtens de
Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en
bemanningssterkte binnenvaart, zoals die luidden voor dat tijdstip, van
toepassing.
Artikel 19
Op rechtsgedingen, welke bij het in werking treden van de
Binnenvaartwet aanhangig zijn, blijven ten aanzien van de rechterlijke
bevoegdheid en van de rechtsvordering, zowel in eerste aanleg als in
verdere instantie, de regelen bij of krachtens de Binnenschepenwet, de
Wet vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en bemanningssterkte
binnenvaart van toepassing, zoals deze gelden ten tijde van de
inleidende dagvaarding.
Artikel 20
Na inwerkingtreding van artikel 51, tweede lid, onderdeel a, van de
Binnenvaartwet berust de Regeling tarieven scheepvaart 2005 mede op dat
artikel.
Hoofdstuk 2. Wijziging van wetten
Artikel 21
[Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden]
Artikel 22
[Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden]
Artikel 23
[Wijzigt de Vervoersnoodwet]
Artikel 24
[Wijzigt de Vervoersnoodwet]
Artikel 24a [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Wijzigt de Binnenschepenwet]
Artikel 25
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 26
[Wijzigt de Wet tot wijziging van bepalingen met betrekking tot de
verwerking van persoonsgegevens]
Hoofdstuk 3. Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 26a
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 27
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 28
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 29
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 30
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 31
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 32
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 33
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Artikel 34
[Wijzigt de Binnenvaartwet]
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 35
Ingetrokken worden:
a. de Binnenschepenwet;
b. de Wet vervoer binnenvaart;
c. de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
Artikel 36
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 37
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Binnenvaartwet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 10 april 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J.C. Huizinga-Heringa
Uitgegeven de vijftiende mei 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|