| |
|
|
|
|
vorige
UITVOERINGSWET
VERORDENING EUROPESE BETALINGSBEVELPROCEDURE
Tekst zoals deze geldt op
16 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 29 mei 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1896/2006
van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering
van een Europese betalingsbevelprocedure (PbEU L 399) (Uitvoeringswet
verordening Europese betalingsbevelprocedure)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat
Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van
12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure
(PbEU L 399) moet worden uitgevoerd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder verordening: verordening (EG) nr.
1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot
invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (Pb EU L 399).
Artikel 2
Een verzoek om een Europees betalingsbevel als bedoeld in artikel 7
van de verordening wordt gedaan aan de rechtbank. Is het bedrag, bedoeld
in artikel 7, tweede lid, onder b, van de verordening, niet hoger dan
het bedrag genoemd in artikel 93 onder a, van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering of betreft het een zaak als bedoeld onder c,
van dat artikel, dan wordt het verzoek behandeld en wordt daarop beslist
door de kantonrechter.
Artikel 3
1.De stukken voor aanvulling en correctie van het verzoek als
bedoeld in artikel 9 van de verordening, voor wijziging van het
verzoek als bedoeld in artikel 10 van de verordening en voor afwijzing
van het verzoek als bedoeld in artikel 11 van de verordening alsmede
het uitvoerbare Europees betalingsbevel als bedoeld in artikel 18,
derde lid, van de verordening worden aan de eiser toegezonden per
gewone post.
2.Een mededeling als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de
verordening wordt aan partijen toegezonden per gewone post.
Artikel 4
Indien ingevolge artikel 10, tweede lid, van de verordening een
Europees betalingsbevel wordt uitgevaardigd voor het door de eiser
aanvaarde voorstel voor een Europees betalingsbevel voor een gedeelte
van zijn verzoek, laat dit de rechtsvordering voor het resterende deel
onverlet.
Artikel 5
Betekening of kennisgeving aan de verweerder als bedoeld in artikel
12, vijfde lid, van de verordening van het Europees betalingsbevel en
het verzoek waarop het Europees betalingsbevel is gebaseerd, kan op een
van de volgende wijzen:
a. door verzending per aangetekende post met bericht van
ontvangst;
b. bij exploot.
Heeft de verweerder geen bekende woonplaats of bekend werkelijk
verblijf in Nederland, maar wel een bekende woonplaats of bekend
werkelijk verblijf in een andere lidstaat, dan vindt de betekening of
kennisgeving plaats overeenkomstig artikel 277 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 6
1. Op de voortzetting van een procedure na indiening van een
verweerschrift, als bedoeld in artikel 17 van de verordening, is
artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van
overeenkomstige toepassing. De procedure is aanhangig vanaf de dag van
indiening van het verzoek tot uitvaardiging van een Europees
betalingsbevel.
2. Ongeacht of de verweerder in de voortgezette procedure
verschijnt en of hij het griffierecht tijdig heeft voldaan, geldt een
vonnis in de voortgezette procedure als een vonnis op tegenspraak en
moet hoger beroep tegen een eindbeschikking in de voortgezette
procedure door de eiser en de verweerder worden ingesteld binnen drie
maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. In zijn bevel
inzake de voortzetting neemt de rechter de mededeling, bedoeld in
artikel 111, tweede lid, onderdeel k, van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering op en wijst hij de verweerder op de in de vorige zin
bedoelde rechtsgevolgen. De verweerder die niet in de voortgezette
procedure verschijnt, krijgt de uitspraak toegezonden per gewone post.
Artikel 7
In geval van uitvoerbaarverklaring van een Europees betalingsbevel
als bedoeld in artikel 18 van de verordening vormen de
uitvoerbaarverklaring en het aangehechte betalingsbevel tezamen een
executoriale titel in de zin van artikel 430 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel 430, tweede lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van toepassing.
Artikel 8
1.Het afschrift van een door een buitenlands gerecht van oorsprong
uitvoerbaar verklaard Europees betalingsbevel, bedoeld in artikel 21,
tweede lid, onder a, van de verordening en bestaande uit de
uitvoerbaarverklaring als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de
verordening en het aangehechte betalingsbevel, kan ten uitvoer worden
gelegd op dezelfde wijze als een grosse.
2.Een door een gerecht van oorsprong van een andere lidstaat
uitvoerbaar verklaard Europees betalingsbevel wordt voor de toepassing
van artikel 21, tweede lid, onder b, van de verordening gesteld of
vertaald in de Nederlandse taal.
Artikel 9
1.Ten aanzien van een uitvoerbaar verklaard Europees betalingsbevel
in de zin van de verordening kan de verweerder een verzoek tot
heroverweging doen bij het gerecht dat het uitvoerbare Europees
betalingsbevel heeft uitgevaardigd op de gronden genoemd in artikel
20, eerste en tweede lid, van de verordening.
2.Het verzoek moet worden gedaan:
a. in het geval bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van
de verordening, binnen vier weken nadat het uitvoerbare
betalingsbevel aan de verweerder bekend is geworden;
b. in het geval bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder b, van
de verordening, binnen vier weken nadat de daargenoemde gronden
hebben opgehouden te bestaan;
c. in het geval bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de
verordening, binnen vier weken nadat de daargenoemde grond voor
heroverweging aan de verweerder bekend is geworden.
3.Voor de indiening van een verzoek tot heroverweging is de
bijstand van een advocaat niet vereist.
Artikel 10
Op verzoeken betreffende de tenuitvoerlegging als bedoeld in de
artikelen 22 en 23 van de verordening, is artikel 438 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
Artikel 11
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de
verordening, dat in rekening wordt gebracht voor een verzoek om een
Europees betalingsbevel, wordt vastgesteld overeenkomstig de Wet
griffierechten burgerlijke zaken.
2. Van de verweerder wordt geen griffierecht geheven voor de
indiening van een verweerschrift als bedoeld in artikel 16 van de
verordening.
3. Wordt de procedure voortgezet na indiening van een
verweerschrift, dan wordt van de verweerder overeenkomstig de regels
van de Wet griffierechten burgerlijke zaken griffierecht geheven als
hij ook in de voortgezette procedure verschijnt.
Artikel 12
In aanvulling op hetgeen uit de verordening of uit deze wet
voortvloeit, zijn de regels inzake de verzoekschriftprocedure van
toepassing op een ingediend verzoek om een Europees betalingsbevel.
Artikel 13
Onze Minister van Justitie zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid
en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 14
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 15
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening Europese
betalingsbevelprocedure.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 29 mei 2009
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de negende juni 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|