| |
|
|
|
|
vorige
UITVOERINGSWET
VERORDENING EUROPESE PROCEDURE VOOR
GERINGE VORDERINGEN
Tekst zoals deze geldt op
16 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 29 mei 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 861/2007 van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007
tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PbEU
L 199) (Uitvoeringswet verordening Europese procedure voor geringe
vorderingen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om wettelijke voorzieningen te treffen ter uitvoering van
de Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese
procedure voor geringe vorderingen (PbEU L 199);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. verordening: verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot
vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (Pb
EU L 199);
b. Europese geringe vordering: vordering in grensoverschrijdende
burgerlijke zaken en handelszaken met een waarde van ten hoogste €
2 000 als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening.
Artikel 2
1.Zaken betreffende Europese geringe vorderingen worden behandeld
en beslist door de kantonrechter.
2.Tegen een beslissing van de kantonrechter in de Europese
procedure voor geringe vorderingen staat geen hoger beroep open.
3.Artikel 80 van de Wet op de rechterlijke organisatie is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
Op een geding betreffende een Europese geringe vordering is de Wet
griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1. Indien de kantonrechter eiser ervan in kennis heeft gesteld dat
zijn vordering buiten het in artikel 2 van de verordening genoemde
toepassingsgebied valt, kan eiser zijn vordering intrekken. Eiser doet
hiervan schriftelijk mededeling aan de kantonrechter binnen 30 dagen
na ontvangst van de kennisgeving van de kantonrechter. Het
griffierecht wordt in geval van intrekking niet gerestitueerd.
2. Indien een tegenvordering als bedoeld in artikel 5, zesde lid,
van de verordening buiten het in artikel 2 van de verordening genoemde
toepassingsgebied valt, is het eerste lid van overeenkomstige
toepassing.
3. Indien eiser of verweerder zijn vordering respectievelijk
tegenvordering na de kennisgeving van de kantonrechter niet intrekt,
is artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
Bij de veroordeling van de in het ongelijk gestelde partij in de
proceskosten zijn de artikelen 238, 241, 242 en 244 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1.De verweerder kan de kantonrechter die een beslissing over een
Europese geringe vordering heeft gegeven verzoeken om heroverweging
van die beslissing op de gronden, genoemd in artikel 18, eerste lid,
van de verordening.
2.Het verzoek wordt gedaan:
a. in het geval, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a,
van de verordening, binnen vier weken nadat de beslissing aan de
verweerder bekend is geworden;
b. in het geval, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder b,
van de verordening, binnen vier weken nadat de daar genoemde
gronden hebben opgehouden te bestaan.
Artikel 7
1.Het afschrift van de door een gerecht van een andere lidstaat
gegeven beslissing over een Europese geringe vordering en het
afschrift van het in artikel 20, tweede lid, van de verordening
bedoelde certificaat kunnen tezamen ten uitvoer worden gelegd op
dezelfde wijze als een grosse.
2.Een door een gerecht van een andere lidstaat verstrekt afschrift
van een certificaat als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de
verordening wordt voor de toepassing van artikel 21, tweede lid, onder
b, van de verordening gesteld of vertaald in de Nederlandse taal.
Artikel 8
Op verzoeken inzake de tenuitvoerlegging als bedoeld in de artikelen
22 en 23 van de verordening is artikel 438 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
Artikel 9
In aanvulling op hetgeen uit de verordening of uit deze wet
voortvloeit, zijn op een in Nederland ingediende Europese geringe
vordering de regels inzake de verzoekschriftprocedure van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 11
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening Europese
procedure voor geringe vorderingen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 29 mei 2009
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de negende juni 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|