| |
|
|
|
|
vorige
WET
GEMEENTELIJKE ANTIDISCRIMINATIEVOORZIENINGEN
Tekst zoals deze geldt op
17 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 25 juni 2009, houdende regels met betrekking tot
voorzieningen op gemeentelijk niveau voor de behandeling en registratie
van klachten over discriminatie (Wet gemeentelijke
antidiscriminatievoorzieningen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is dat een ieder toegang heeft tot een laagdrempelige
gemeentelijke voorziening ter behandeling van klachten over
discriminatie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen
toegang tot een antidiscriminatievoorziening.
Artikel 2
1. Een antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1 heeft
tot taak:
a. onafhankelijke bijstand te verlenen aan personen bij de
afwikkeling van hun klachten betreffende onderscheid als bedoeld
in de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen, de Wet gelijke behandeling op grond van
handicap of chronische ziekte, de Wet gelijke behandeling op grond
van leeftijd bij de arbeid, de artikelen 125g en 125h van de
Ambtenarenwet, de artikelen 646 tot en met 649 van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek, en artikel II van de wet van 7 november 2002
tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de
Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de
UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake
arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, of discriminatie als
bedoeld in artikel 90quater van het Wetboek van Strafrecht;
b. de klachten, bedoeld in onderdeel a, te registreren.
2. De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast omtrent de
inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld in artikel 1,
en de uitvoering door die voorziening van de taak, bedoeld in het
eerste lid, onder a.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld
aan de inrichting van de antidiscriminatievoorziening en de uitvoering
door die voorziening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.
4. Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties kunnen regels worden gesteld omtrent de taak,
bedoeld in het eerste lid, onder b.
Artikel 3
1. Het college van burgemeester en wethouders brengt jaarlijks
vσσr 1 april verslag uit aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties over de door de antidiscriminatievoorziening in
het daaraan voorafgaande kalenderjaar geregistreerde klachten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de inhoud en de inrichting van het verslag, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 4
Uiterlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet geeft het college van burgemeester en wethouders uitvoering aan
artikel 1.
Artikel 5
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt in
overeenstemming met Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de
Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van
deze wet in de praktijk.
Artikel 6
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 7
Deze wet wordt aangehaald als: Wet gemeentelijke
antidiscriminatievoorzieningen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te s-Gravenhage, 25 juni 2009
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
E.E. van der Laan
Uitgegeven de zevenentwintigste juli 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|