| |
|
|
|
|
vorige
UITVOERINGSWET
EGTS-VERORDENING
Tekst zoals deze geldt op
16 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 26 november 2009, houdende uitvoering van Verordening (EG)
nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale
samenwerking (EGTS) (PbEU L 210) (Uitvoeringswet
EGTS-verordening)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is wettelijke bepalingen vast te stellen ter uitvoering van Verordening
(EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor
territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
b. verordening: verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006
betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS)
(PbEU L 210);
c. EGTS: Europese groepering voor territoriale samenwerking als
bedoeld in artikel 1 van de verordening.
Hoofdstuk 2. Bepalingen ten aanzien van Nederlandse leden van een
EGTS
Artikel 2
1. Onze Minister besluit omtrent de instemming met de
deelneming, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de verordening.
Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
toepassing.
2. Onze Minister besluit omtrent de goedkeuring van de wijziging
van de overeenkomst en de wezenlijke wijziging van de statuten, bedoeld
in artikel 4, zesde lid, van de verordening.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid,
a. inzake de deelneming van een waterschap, wordt genomen na
overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. inzake de deelneming van een publiekrechtelijke instelling als
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de verordening,
wordt genomen na overleg met Onze Minister(s) wie het mede aangaat.
4. Een besluit als bedoeld in het tweede lid,
a. wordt, in geval een waterschap lid is van de EGTS, genomen na
overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. wordt, in geval een publiekrechtelijke instelling als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de verordening lid is van de
EGTS, genomen na overleg met Onze Minister(s) wie het mede aangaat.
Artikel 3
1. Van een besluit tot de deelneming door de Staat aan een EGTS,
wordt door Onze betrokken Minister aan de beide Kamers der
Staten-Generaal mededeling gedaan. Artikel 34, eerste tot en met derde
lid, van de Comptabiliteitswet 2001 is van overeenkomstige toepassing.
Indien een van beide Kamers binnen 30 dagen na de schriftelijke
mededeling of binnen 14 dagen na het verstrekken van nadere
inlichtingen, als haar oordeel uitspreekt dat het voorgenomen
lidmaatschap van de EGTS niet wenselijk is, wordt afgezien van het
lidmaatschap van de Staat.
2. Op een besluit van gedeputeerde staten of het college van
burgemeester en wethouders tot deelname van de provincie of de gemeente
aan een EGTS is artikel 158, tweede lid, van de Provinciewet,
onderscheidenlijk artikel 160, tweede lid, van de Gemeentewet van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Ter uitvoering van artikel 5, eerste lid, laatste volzin, van de
verordening, stellen de Nederlandse leden van een EGTS met een
statutaire zetel buiten Nederland Onze Minister in kennis van de
overeenkomst en de registratie of bekendmaking van de statuten.
Artikel 5
De aansprakelijkheid van een Nederlands lid van een EGTS voor de
schulden van de EGTS waarvan het lid is, is niet uitgesloten of beperkt,
tenzij in de statuten van de EGTS anders is bepaald.
Hoofdstuk 3. Bepalingen ten aanzien van een EGTS met een statutaire
zetel in Nederland
Artikel 6
Dit hoofdstuk is van toepassing op een EGTS met een statutaire zetel
in Nederland.
Artikel 7
1. Onze Minister besluit tot openbaarmaking van de statuten,
bedoeld in artikel 9 van de verordening, van een EGTS die na
oprichting haar statutaire zetel in Nederland heeft, tenzij
a. van een of meer kandidaat-leden de instemming van de betrokken
lidstaat, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de verordening,
ontbreekt;
b. door de kandidaat-leden niet is voldaan aan artikel 4, vijfde
lid, van de verordening;
c. de overeenkomst en de statuten inhoudelijk afwijken van het
ontwerp dat is gevoegd bij de kennisgeving, bedoeld in artikel 4,
tweede lid, van de verordening, en niet alle betrokken lidstaten met
die inhoudelijke afwijking hebben ingestemd.
2. Openbaarmaking geschiedt door een mededeling in de
Staatscourant van de plaats waar de statuten ter inzage worden gelegd.
3. De openbaarmaking, bedoeld in het tweede lid, vormt de
bekendmaking, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening,
waarbij de EGTS rechtspersoonlijkheid verkrijgt.
Artikel 8
1. Een orgaan van een EGTS is:
a. een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid,
onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;
b. een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van
de Archiefwet 1995.
2. Een EGTS is een openbare dienst in de zin van artikel 1,
tweede lid, van de Ambtenarenwet.
Artikel 9
Een EGTS staat als rechtspersoon, wat het vermogensrecht betreft,
gelijk met een natuurlijk persoon, met dien verstande dat een EGTS geen
uitkeringen doet aan de leden, behoudens in geval van ontbinding in
overeenstemming met de statuten.
Artikel 10
De statuten bevatten naast de onderwerpen genoemd in artikel 9,
tweede lid, van de verordening, tevens een regeling betreffende:
a. de beëindiging van het
lidmaatschap en de aansprakelijkheid van gewezen leden voor schulden
van de EGTS na beëindiging van het lidmaatschap;
b. de wijze van ontbinding, de vereffening bij ontbinding en de
benoeming van een vereffenaar.
Artikel 11
1. De EGTS legt authentieke afschriften van de
oprichtingsovereenkomst en de statuten neer ten kantore van een kamer
van koophandel.
2. De EGTS legt een authentiek afschrift van de wijziging en de
gewijzigde oprichtingsovereenkomst en statuten neer ten kantore van de
in het eerste lid bedoelde kamer.
Artikel 12
1. Als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 6, eerste
lid, van de verordening, wordt aangewezen: Onze Minister.
2. Een EGTS stelt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag op. Het
jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Het
jaarverslag wordt aan Onze Minister toegezonden.
3. Tegelijk met het jaarverslag, dient de EGTS de jaarrekening
bij Onze Minister in.
4. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de
goedkeuring van Onze Minister.
5. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het
recht of het algemeen belang.
Artikel 13
1. De jaarrekening van de EGTS, waarin rekening en
verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de
geleverde prestaties over het verstreken boekjaar, wordt ingericht
zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek.
2. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de
getrouwheid, afgegeven door een door de EGTS aangewezen accountant als
bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek. De aangewezen accountant biedt Onze Minister desgevraagd
inzicht in de controlewerkzaamheden.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, heeft mede
betrekking op de rechtmatige inning en besteding van de middelen door
een EGTS.
4. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede
lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer
en de organisatie van een EGTS voldoen aan eisen van doelmatigheid.
Artikel 14
Onze Minister is ambtshalve of op verzoek van een bevoegde autoriteit
met een rechtmatig belang in de zin van artikel 14, eerste lid, van de
verordening bevoegd de ontbinding in de zin van artikel 14, eerste lid,
van de verordening te gelasten.
Artikel 15
1. Een EGTS wordt ontbonden:
a. onder de in de overeenkomst opgenomen voorwaarden;
b. met toepassing van artikel 14 van de verordening;
c. na faillietverklaring door hetzij opheffing van het
faillissement wegens de toestand van de boedel, hetzij door
insolventie.
2. De rechtbank verklaart op verzoek van de vergadering, bedoeld
in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de verordening, de directeur
of een belanghebbende, of en op welk tijdstip de EGTS is ontbonden in
het geval volgens de overeenkomst het intreden van een gebeurtenis de
ontbinding tot gevolg heeft die niet een besluit of een op ontbinding
gerichte handeling is. De beschikking is voor een ieder bindend. De in
kracht van gewijsde gegane uitspraak, inhoudende de verklaring, wordt
door de zorg van de griffier ingeschreven in het register, bedoeld in
artikel 11, en toegezonden aan Onze Minister.
3. Aan Onze Minister en het register, bedoeld in artikel 11,
wordt van de ontbinding opgaaf gedaan:
a. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, door de
vereffenaar, indien deze er is en anders door de directeur;
b. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, door de
griffier van het betrokken gerecht, en
c. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, door de
faillissementscurator.
4. Artikel 19, vierde tot en met zevende lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing in geval van de
ontbinding van een EGTS.
Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
Artikel 16
1. Met het toezicht op de naleving van deze wet en de
verordening zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen
personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 17
Onze Minister kan regels stellen betreffende de controle, bedoeld in
artikel 6, tweede lid, van de verordening, door een andere lidstaat van
de Europese Unie met betrekking tot handelingen van een EGTS met een
statutaire zetel in Nederland op het grondgebied van die lidstaat. Onze
Minister verleent ten behoeve van die controle alle medewerking. Het
uitwisselen van persoonsgegevens is daarbij toegestaan.
Artikel 18
Onze Minister is bevoegd om overeenkomstig artikel 13 van de
verordening activiteiten van een EGTS op Nederlands grondgebied te
verbieden of van Nederlandse leden van een EGTS te eisen dat zij zich
uit de EGTS terugtrekken. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een
last onder bestuursdwang ter handhaving van dit verbod of deze eis.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 19
[Wijzigt de Handelsregisterwet 2007]
Artikel 19a
[Wijzigt de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde
topinkomens]
Artikel 20
De ledenvergadering van de EGTS met een statutaire zetel in Nederland
kan subsidies verstrekken ter uitvoering van de in de overeenkomst,
bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de verordening gespecificeerde
taken in het kader van Europese territoriale samenwerking die worden
medegefinancierd door de Europese Gemeenschap of door organen van één
of meer lidstaten. Onze Minister wie het aangaat kan nadere regels
stellen over de uitoefening van deze bevoegdheid.
Artikel 21
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 22
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EGTS-verordening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 26 november 2009
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de achtste december 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|