| |
|
|
|
|
vorige
WET
IMPLEMENTATIE RECHTSBESCHERMINGSRICHTLIJNEN AANBESTEDEN
Tekst zoals deze geldt op
17 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 28 januari 2010 tot implementatie van de
rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wet implementatie
rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
ter implementatie van Richtlijn 2007/66/EG tot wijziging van de
Richtlijnen 89/665/EG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de
verhoging van de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het
plaatsen van overheidsopdrachten (PbEU L 335) noodzakelijk is
aanvullende regels te stellen omtrent de rechtsbescherming bij
aanbesteden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. aanbestedende dienst: de staat, een provincie, een gemeente,
een waterschap, een publiekrechtelijke instelling, een
samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke
instellingen, een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling
waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap
of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een
uitsluitend recht is verleend, wanneer deze een van de activiteiten,
bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7 van het Besluit
aanbestedingen speciale sectoren, uitoefent;
b. aankoopcentrale: een aanbestedende dienst die voor
aanbestedende diensten bestemde leveringen of diensten verwerft,
opdrachten gunt of raamovereenkomsten sluit met betrekking tot voor
aanbestedende diensten bestemde werken, leveringen of diensten;
c. bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of
bij besluit van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal
ondernemingen wordt verleend en waarbij binnen een bepaald
geografisch gebied:
1°. het aantal van deze ondernemingen die een dienst mogen
verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere
wijze dan volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende
criteria tot twee of meer wordt beperkt,
2°. verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst
mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een
andere wijze dan volgens deze criteria worden aangewezen, of
3°. aan een of meer ondernemingen op een andere wijze dan
volgens deze criteria voordelen worden toegekend waardoor enige
andere onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de
mogelijkheid om dezelfde activiteiten binnen hetzelfde
geografische gebied onder in wezen gelijkwaardige voorwaarden
uit te oefenen;
d. drempelbedragen: de bedragen, bedoeld in artikel 7 van
richtlijn 2004/18/EG of artikel 16 van richtlijn 2004/17, waarbij
een wijziging van deze bedragen gaat gelden met ingang van de dag
waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven;
e. gegadigde: een ondernemer die heeft verzocht om een
uitnodiging tot deelneming aan een niet-openbare procedure, aan een
procedure van gunning door onderhandelingen of aan een
concurrentiegerichte dialoog;
f. gunningsbeslissing: de keuze van de aanbestedende dienst voor
de ondernemer met wie hij een raamovereenkomst wil sluiten of aan
wie hij een overheidsopdracht wil gunnen, waaronder mede wordt
verstaan de beslissing om een opdracht niet te gunnen;
g. inschrijver: een ondernemer die een inschrijving heeft
ingediend;
h. mededeling van de gunningsbeslissing: een schriftelijke
kennisgeving van de gunningsbeslissing die voldoet aan de in artikel
6 gestelde eisen;
i. overheidsbedrijf: een bedrijf waarop de staat, een provincie,
een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of
een samenwerkingsverband van de hiervoor genoemde overheden of
publiekrechtelijke instellingen, rechtstreeks of middellijk een
overheersende invloed kan uitoefenen uit hoofde van eigendom,
financiële deelneming of de op het bedrijf van toepassing zijnde
voorschriften;
j. overheersende invloed: een invloed die wordt vermoed aanwezig
te zijn, wanneer de staat, een provincie, een gemeente, een
waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een
samenwerkingsverband van de hiervoor genoemde overheden of
publiekrechtelijke instellingen, al dan niet rechtstreeks, ten
aanzien van een overheidsbedrijf:
1°. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van het
overheidsbedrijf bezit, of
2°. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de
door het overheidsbedrijf uitgegeven aandelen zijn verbonden, of
3°. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-,
leidinggevend of toezichthoudend orgaan van het overheidsbedrijf
kan aanwijzen;
k. procedure: een van de aanbestedingsprocedures, bedoeld in het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of het Besluit
aanbestedingen speciale sectoren;
l. publiekrechtelijke instelling: een instelling die is opgericht
met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen
belang, niet zijnde van industriële of commerciële aard, die
rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan:
1°. de activiteiten in hoofdzaak door de staat, een
provincie, een gemeente, een waterschap of een andere
publiekrechtelijke instelling worden gefinancierd,
2°. het beheer onderworpen is aan toezicht door de staat,
een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere
publiekrechtelijke instelling, of
3°. de leden van het bestuur, het leidinggevend of het
toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, een
provincie, een gemeente, een waterschap of andere
publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen;
m. raad: de raad van bestuur van de Nederlandse
Mededingingsautoriteit;
n. relevante redenen: de beschrijving van de redenen, bedoeld in
artikel 41, tweede tot en met vijfde lid van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, of de beschrijving van
de redenen, bedoeld in artikel 50, tweede tot en met vijfde lid van
het Besluit aanbestedingen speciale sectoren;
o. uitsluitend recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of
bij besluit van een bestuursorgaan aan een onderneming wordt
verleend, waarbij voor die onderneming het recht wordt voorbehouden
om binnen een bepaald geografisch gebied een dienst te verrichten of
een activiteit uit te oefenen.
Artikel 2
Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op
opdrachten waarop het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten of
het Besluit aanbestedingen speciale sectoren van toepassing is.
Artikel 3
Indien een aankoopcentrale aan welke door een aanbestedende dienst
een overheidsopdracht wordt gegund, het bepaalde bij of krachtens deze
wet heeft nageleefd, heeft de aanbestedende dienst voldaan aan de voor
hem geldende verplichtingen op grond van deze wet.
Artikel 4
1. Een aanbestedende dienst neemt een termijn in acht voordat hij
de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de
datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan
de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.
3. De termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste
vijftien kalenderdagen.
4. Een aanbestedende dienst behoeft geen toepassing te geven aan
het eerste lid indien:
a. het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of
het Besluit aanbestedingen speciale sectoren geen voorafgaande
bekendmaking van de aankondiging van de opdracht in het
Publicatieblad van de Europese Unie vereist;
b. de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht
wordt gegund en er geen betrokken gegadigden zijn;
c. het gaat om opdrachten op grond van een raamovereenkomst of
om specifieke opdrachten op grond van een dynamisch
aankoopsysteem, als bedoeld in de artikelen 32 onderscheidenlijk
33 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten,
of de artikelen 38 onderscheidenlijk 39 van het Besluit
aanbestedingen speciale sectoren.
Artikel 5
1. Inschrijvers worden geacht bij de procedure betrokken te zijn
als bedoeld in artikel 4, tweede lid, zolang zij niet definitief zijn
uitgesloten. De uitsluiting is definitief wanneer de betrokken
inschrijvers daarvan in kennis zijn gesteld en wanneer de uitsluiting
rechtmatig is bevonden door een rechter, dan wel er niet langer een
rechtsmiddel kan worden aangewend tegen de uitsluiting.
2. Gegadigden worden geacht bij de procedure betrokken te zijn als
bedoeld in artikel 4, tweede lid, indien de aanbestedende dienst geen
informatie over de afwijzing van hun verzoek ter beschikking heeft
gesteld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van
de gunningsbeslissing.
Artikel 6
1. De mededeling aan iedere inschrijver of gegadigde van een
gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing,
alsmede een nauwkeurige omschrijving van de termijn, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, die van toepassing is.
2. De mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval
elektronisch of per fax verzonden aan de betrokken inschrijvers en
betrokken gegadigden.
Artikel 7
Indien gedurende de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, een
onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt verzocht met betrekking tot
de desbetreffende gunningsbeslissing, sluit de aanbestedende dienst de
met die beslissing beoogde overeenkomst niet eerder dan nadat de rechter
dan wel het scheidsgerecht een beslissing heeft genomen over het verzoek
tot voorlopige maatregelen en de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste
lid, is verstreken.
Artikel 8
1. Een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten
overeenkomst is in rechte vernietigbaar op een van de volgende
gronden:
a. de aanbestedende dienst heeft, in strijd met het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of het Besluit
aanbestedingen speciale sectoren, de overeenkomst gesloten zonder
voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht in
het Publicatieblad van de Europese Unie;
b. de aanbestedende dienst heeft de termijnen, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, onderscheidenlijk 7, niet in acht genomen;
c. de aanbestedende dienst heeft toepassing gegeven aan artikel
4, vierde lid, onder c, bij de gunning van een opdracht waarvan de
geraamde waarde gelijk is aan of groter is dan de drempelbedragen,
en heeft gehandeld in strijd met artikel 32, tiende lid, onderdeel
b, of artikel 33, elfde tot en met veertiende lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten dan wel artikel 39,
elfde tot en met veertiende lid van het Besluit aanbestedingen
speciale sectoren.
2. De vordering tot vernietiging wordt door een ondernemer die zich
door een gunningsbeslissing benadeeld acht ingesteld:
a. voor het verstrijken van een periode van 30 kalenderdagen
ingaande, op de dag na de datum waarop
– de aanbestedende dienst de aankondiging van de gegunde
opdracht bekendmaakte overeenkomstig de artikelen 35, twaalfde
tot en met zeventiende lid, 36 en 37 van het Besluit
aanbestedingsregels overheidsopdrachten respectievelijk 43 en
44 van het Besluit aanbestedingen speciale sectoren;
– de aanbestedende dienst aan de betrokken inschrijvers
en gegadigden een kennisgeving zond van de sluiting van de
overeenkomst, op voorwaarde dat die kennisgeving vergezeld
gaat van de relevante redenen voor de gunningsbeslissing;
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, voor het
verstrijken van een periode van zes maanden, ingaande op de dag na
de datum waarop de overeenkomst is gesloten.
Artikel 9
1. Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing
indien de aanbestedende dienst:
a. van mening is dat de gunning van een opdracht zonder
voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht in
het Publicatieblad van de Europese Unie op grond van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of het Besluit
aanbestedingen speciale sectoren is toegestaan,
b. de aankondiging van zijn voornemen om tot sluiting van de
overeenkomst over te gaan in het Publicatieblad van de Europese
Unie heeft bekendgemaakt, en
c. de overeenkomst niet heeft gesloten voor het verstrijken van
een termijn van ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na
de datum van de bekendmaking van bedoelde aankondiging.
2. Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing
indien de aanbestedende dienst:
a. van mening is dat de gunning van een opdracht in
overeenstemming is met artikel 32, tiende lid, onderdeel b, en
artikel 33, elfde tot en met veertiende lid van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of artikel 39, elfde
tot en met veertiende lid van het Besluit aanbestedingen speciale
sectoren,
b. het besluit tot gunning van de opdracht, tezamen met de
relevante redenen als bedoeld in artikel 6 aan de betrokken
inschrijvers heeft gezonden, en
c. de overeenkomst niet is gesloten vóór het verstrijken van
een termijn van ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na
de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht aan de
betrokken inschrijvers is gezonden.
Artikel 10
1. De bekendmaking, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, onder a,
eerste gedachtenstreepje, en 9, eerste lid, onder b, bevat tenminste
de volgende gegevens:
a. de naam en contactgegevens van de aanbestedende dienst;
b. een beschrijving van het onderwerp van de opdracht;
c. een rechtvaardiging van de beslissing om de opdracht te
gunnen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van
de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie;
d. de naam en contactgegevens van de onderneming ten gunste van
wie de beslissing om een opdracht te gunnen is genomen;
e. voor zover van toepassing alle andere informatie die de
aanbestedende dienst nuttig acht.
2. De bekendmaking geschiedt overeenkomstig het daartoe door de
Europese Commissie vastgestelde formulier.
3. Onze Minister van Economische Zaken zorgt ervoor dat het
formulier, bedoeld in het tweede lid, beschikbaar wordt gesteld.
Artikel 11
1. De rechter kan besluiten een overeenkomst niet te vernietigen
indien, alle relevante aspecten in aanmerking genomen, dwingende
redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de overeenkomst
in stand blijft.
2. Economische belangen mogen alleen als een dwingende reden als
bedoeld in het eerste lid, worden beschouwd indien vernietiging in
uitzonderlijke omstandigheden onevenredig grote gevolgen zou hebben.
Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de betrokken
overeenkomst, mogen evenwel geen dwingende reden bedoeld in het eerste
lid vormen. Zodanige belangen omvatten onder meer de kosten die
voortvloeien uit vertraging bij de uitvoering van de overeenkomst, de
kosten van een nieuwe aanbestedingsprocedure, de kosten die
veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de
overeenkomst uitvoert, en de kosten van de wettelijke verplichtingen
die voortvloeien uit de vernietiging.
Artikel 12
1. Indien de rechter toepassing geeft aan artikel 11, eerste lid,
kan de rechter op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve de
looptijd van de overeenkomst verkorten.
2. De rechter houdt in ieder geval rekening met de ernst van de
overtreding, het gedrag van de aanbestedende dienst, de aard van de
overeenkomst en, in voorkomend geval, met de mogelijkheid om de
werking van een vernietiging te beperken.
Artikel 13
1. Indien de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 11,
eerste lid, wordt door de griffie van de rechtbank onverwijld en
kosteloos een afschrift van de uitspraak gezonden aan Onze Minister
van Economische Zaken en aan de raad.
2. De minister draagt zorg dat afschriften van uitspraken als
bedoeld in het eerste lid eenmaal per jaar aan de Commissie van de
Europese Gemeenschappen worden gezonden.
Artikel 14
1. De raad legt de aanbestedende dienst die partij is bij een
overeenkomst waarbij toepassing is gegeven aan artikel 11, eerste lid,
een bestuurlijke boete op.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de
overeenkomst in rechte is vernietigd doch de werking geheel of
gedeeltelijk aan die vernietiging is ontzegd.
3. De in het eerste lid bedoelde boete is afschrikkend, evenredig
en doeltreffend, beschouwd in samenhang met de in artikel 12 bedoelde
verkorting van de looptijd.
4. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste vijftien procent van
de geraamde waarde van de desbetreffende overheidsopdracht. Bij het
bepalen van de hoogte van de boete neemt de raad de relevante
omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van de overtreding in
acht.
5. De te betalen geldsom van de opgelegde bestuurlijke boete komt
toe aan de Staat.
Artikel 15
1. De raad neemt de beschikking, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
niet dan nadat de uitspraak, bedoeld in artikel 13, eerste lid, kracht
van gewijsde heeft gekregen.
2. De werking van een beschikking waarmee een bestuurlijke boete is
opgelegd, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of,
indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
Artikel 16
1. De raad kan onder haar ressorterende ambtenaren aanwijzen als
toezichthouders als bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet
bestuursrecht.
2. Alvorens een boete op te leggen kan de raad de overeenkomst
onderzoeken teneinde de voor de vaststelling van de boete in
aanmerking komende financiële gegevens te bepalen.
3. De aanbestedende dienst is verplicht mee te werken aan de
onderzoeken bedoeld in het tweede lid.
Artikel 17
Indien de aanbestedende dienst, bedoeld in artikel 14, eerste lid, de
Nederlandse Mededingingsautoriteit is, worden de bevoegdheden van de
artikelen 14 tot en met 16 uitgeoefend door Onze Minister van
Economische Zaken.
Artikel 18
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is
voor beroepen tegen besluiten op grond van de artikel 14 de rechtbank te
Rotterdam bevoegd.
Artikel 19
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie]
Artikel 20
Indien terzake van een aanbestedingsgeschil arbitrage is
overeengekomen:
a. voldoet de voorzitter van het scheidsgerecht aan de eisen
genoemd in artikelen 1c en 1d van de Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren;
b. kan van een uitspraak in arbitrage beroep worden ingesteld bij
de rechter.
Artikel 21
Artikel 8 van deze wet is niet van toepassing op overeenkomsten die
gesloten zijn voor 20 december 2009.
Artikel 22
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 23
Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie
rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 28 januari 2010
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven
Uitgegeven de zestiende februari 2010
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|