|
Nadere regelgeving:
- Besluit
etikettering energiegebruik personenauto's
- Besluit
etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten
- Besluit
gastoestellen
- Besluit
rendementseisen cv-ketels
- Kaderbesluit
etikettering energiegebruik huishoudelijke apparatuur (vervallen)
WET van 26
februari 2011, houdende regels omtrent energie-efficiëntie (Wet
implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om in het belang van energiebesparing regels te stellen ter
uitvoering van Richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 (PbEG L 114)
betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten
en houdende intrekking van Richtlijn 93/76/EEG van de Raad en deze
regels samen te voegen met de Wet energiebesparing toestellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Energiebesparing
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. energie: alle vormen van in de
handel verkrijgbare energie, waaronder elektriciteit, aardgas (met
inbegrip van vloeibaar aardgas en LPG), brandstoffen voor
verwarming of koeling (met inbegrip van stadsverwarming en
-koeling), steenkool en bruinkool, turf, transportbrandstof (met
uitzondering van bunkerbrandstoffen voor het lucht- en zeevervoer)
en biomassa;
c. biomassa: de biologisch
afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de
landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen
–, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de
biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk
afval;
d. warmte: warm water bestemd voor
ruimteverwarming en warm tapwater bestemd voor huishoudelijke
doeleinden;
e. koude: koud water bestemd voor
ruimtekoeling;
f. eindafnemer: een natuurlijke
persoon of rechtspersoon die energie koopt voor eigen eindgebruik;
g. energiegerelateerd product: een
in de Europese Unie in de handel gebrachte of in gebruik genomen
zaak die tijdens het gebruik een effect heeft op het
energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om
in onder deze wet vallende energiegerelateerde producten te worden
ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers in de handel
worden gebracht of in gebruik worden genomen als losse onderdelen
waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden
beoordeeld;
h. raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit: de raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 2 van de
Mededingingswet.
§ 2. Meetinrichtingen voor levering
van warmte of koude
Artikel 2
1. Een beheerder van een warmtenet of
koudenet heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een
redelijke termijn aan eindafnemers een individuele meetinrichting
ter beschikking wordt gesteld die het actuele energieverbruik van
warmte of koude kan weergeven en die informatie kan geven over de
tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik, wanneer:
a. een eindafnemer hierom vraagt,
tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of
financieel niet redelijk is;
b. een bestaande meter wordt
vervangen, tenzij het ter beschikking stellen technisch
onmogelijk is of niet kostenefficiënt is in verhouding tot de
geraamde potentiële besparingen op lange termijn;
c. een nieuwe aansluiting wordt
gemaakt in een nieuw gebouw;
d. een gebouw ingrijpend wordt
gerenoveerd.
2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de eisen waaraan een
meetinrichting als bedoeld in het eerste lid ten minste voldoet;
b. de tarieven voor de koop of
het gebruik van een meetinrichting als bedoeld in het eerste
lid.
3. Een beheerder van een warmtenet of
een koudenet voorziet in een transparante, eenvoudige en goedkope
procedure voor de behandeling van klachten van eindafnemers over de
betrouwbaarheid van de meetinrichting.
Artikel 3 [Vervallen per 05-03-2011]
§ 3. Verbruiks- en indicatief
kostenoverzicht van warmte en koude
Artikel 4
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld over:
a. de inrichting van een verbruiks-
en indicatief kostenoverzicht inzake het verbruik van warmte of
koude,
b. de frequentie van een verbruiks-
en indicatief kostenoverzicht inzake het verbruik van warmte of
koude,
c. het verstrekken van gegevens
over het verbruik van warmte of koude, en
d. degenen die de informatie,
bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken,
welke regels kunnen verschillen per
categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen
a, b en c.
§ 4. Informatieverstrekking over
energie
Artikel 5
Bij algemene maatregel van bestuur
worden regels gesteld over de informatie die netbeheerders,
leveranciers van of handelaren in energie met uitzondering van
elektriciteit en gas als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de
Gaswet, verstrekken in of bij contracten, facturen of
ontvangstbewijzen over energie, welke regels per energiesoort en per
categorie eindafnemers kunnen verschillen.
§ 5. Meetinrichtingen voor levering
van elektriciteit en gas, facturering van en informatieverstrekking
over elektriciteit en gas
Artikel 6
De artikelen 2, eerste lid en tweede
lid, onderdeel a, 3, 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing ten
aanzien van elektriciteit en gas, met dien verstande dat voor dit
artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. beheerder van een
elektriciteitsnet: de netbeheerder, bedoeld in artikel 1,
onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998;
b. beheerder van een gasnet: de
netbeheerder, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Gaswet;
c. eindafnemer van elektriciteit:
een afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a,
eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998;
d. eindafnemer van gas: een
afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste
lid, van de Gaswet.
§ 6. Monitoring
Artikel 7
1. In het kader van het beleid op het
gebied van energiebesparing verzamelt, analyseert en bewerkt Onze
Minister inlichtingen en gegevens met betrekking tot:
a. energieverbruik;
b. maatregelen ter verbetering
van de energie-efficiëntie;
c. overige maatregelen ter
verbetering van energiebesparing.
2. Onze Minister gebruikt gegevens of
inlichtingen, welke hij heeft verkregen in verband met enige
werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in
het eerste lid, uitsluitend voor de uitvoering van die taak.
3. Ter uitvoering van de taak,
bedoeld in het eerste lid, kunnen bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent:
a. degenen van wie Onze Minister
kan verlangen dat zij hem gegevens en inlichtingen verstrekken;
b. de gegevens en inlichtingen
waarvan Onze Minister kan verlangen dat zij hem worden
verstrekt;
c. de termijn waarbinnen de
gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt;
d. de wijze waarop de gegevens en
inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt;
e. de vorm waarin de gegevens en
inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.
Artikel 8
1. Onze Minister kan een ander
opdragen werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak,
bedoeld in artikel 7, eerste lid. In dat geval zijn artikel 7,
tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de taak, bedoeld in artikel
7, eerste lid, aan een ander is opgedragen en deze bij de uitvoering
van deze taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het
vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is
hij verplicht tot geheimhouding van de gegevens, behoudens voor
zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht.
Hoofdstuk 2. Energiebesparing
energiegerelateerde producten
§ 1. Energiegerelateerde producten
Artikel 10
1. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen, in het belang van het doelmatig
gebruik van energie, regels worden gesteld met betrekking tot
energiegerelateerde producten.
2. Tot de regels, bedoeld in het
eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod
categorieën van energiegerelateerde producten in of uit te voeren,
ten verkoop voorhanden te hebben, ten verkoop aan te bieden, ten
toon te stellen, te verkopen, te verhuren, af te leveren of te
installeren, dan wel te gebruiken:
a. indien het energiegerelateerde
product niet voldoet aan de bij of krachtens het besluit
gestelde eisen;
b. indien het energiegerelateerde
product dan wel het type, waartoe het energiegerelateerde
product behoort, niet bij een keuring is goedgekeurd.
3. Tot de regels, bedoeld in het
eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende het verbod
categorieën van energiegerelateerde producten te installeren of te
gebruiken op een bepaalde plaats of wijze of onder bepaalde
omstandigheden.
4. De regels, bedoeld in het eerste
lid, zijn niet van toepassing op het gebruik van energiegerelateerde
producten in woningen of op erven in de sfeer van de particuliere
huishouding of een daarmee bij algemene maatregel van bestuur gelijk
te stellen huishouding.
Artikel 11
1. Indien toepassing wordt gegeven
aan artikel 10, tweede lid, onderdeel b, wijst Onze Minister een of
meer instellingen aan, die de in die bepaling bedoelde keuringen
verrichten.
2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van een keuring als bedoeld
in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, regels worden gesteld
omtrent:
a. de aanvraag;
b. de wijze waarop de keuring
plaatsheeft;
c. de voorwaarden waaronder een
goedkeuring kan worden verkregen;
d. de termijn, voor welke een
goedkeuring van kracht is.
3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. het gebruik van aanduidingen
inzake de goedkeuring;
b. de gevallen waarin een
goedkeuring kan worden geschorst of ingetrokken;
c. de wijze waarop een
goedkeuring kan worden geschorst of ingetrokken;
Artikel 12
1. Indien met betrekking tot het
type, waartoe een energiegerelateerd product behoort, goedkeuring is
voorgeschreven en verkregen, is de vervaardiger of de importeur van
de betrokken energiegerelateerde producten gehouden een ingevolge
artikel 11, eerste lid, aangewezen instelling in de gelegenheid te
stellen te controleren of energiegerelateerde producten
overeenkomstig het goedgekeurde type zijn of worden vervaardigd.
2. Indien met betrekking tot enige
categorie van energiegerelateerde producten goedkeuring van het type
is voorgeschreven, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur regels worden gesteld omtrent:
a. de wijze waarop de controle,
bedoeld in het eerste lid, wordt uitgeoefend;
b. de normen volgens welke de
controle plaatsvindt;
c. de vergoeding van de voor de
controle gemaakte kosten van de ingevolge artikel 11, eerste
lid, aangewezen instelling.
3. De ingevolge artikel 11, eerste
lid, aangewezen instelling wijst de personen aan, die met de
controle zullen zijn belast.
4. De vervaardiger of de importeur
van de energiegerelateerde producten is gehouden aan de ingevolge
het derde lid aangewezen personen, indien deze zich behoorlijk als
zodanig hebben bekendgemaakt, alle medewerking te verlenen en alle
inlichtingen met betrekking tot die energiegerelateerde producten te
verstrekken, die zij redelijkerwijs bij de vervulling van hun taak
behoeven.
Artikel 13
1. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen, in het belang van een doelmatig
gebruik van energie, regels worden gesteld ten aanzien van:
a. gegevens en aanwijzingen met
betrekking tot het energieverbruik van energiegerelateerde
producten;
b. gegevens over andere
eigenschappen van energiegerelateerde producten die samenhangen
met de gegevens, bedoeld in onderdeel a;
c. bepaalde identificatiegegevens
van energiegerelateerde producten.
2. Tot de regels, bedoeld in het
eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende:
a. de verplichting om met
betrekking tot energiegerelateerde producten, behorende tot een
bij of krachtens het besluit aangewezen categorie, gegevens of
aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid beschikbaar te hebben
of te verstrekken, die voldoen aan bij of krachtens het besluit
gestelde eisen;
b. het verbod om met betrekking
tot energiegerelateerde producten, behorende tot een bij of
krachtens het besluit aangewezen categorie, gegevens of
aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid beschikbaar te hebben
of te verstrekken, indien die gegevens of aanwijzingen niet
voldoen aan bij of krachtens het besluit gestelde eisen;
c. de verplichting om in de
gevallen, bedoeld in de onderdelen a of b, gegevens of
aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid, beschikbaar te
hebben of te verstrekken op een bij of krachtens het besluit
aangegeven wijze;
d. de verplichting aan de hand
van bij of krachtens het besluit gestelde regels onderzoek te
verrichten ter vaststelling of ter toetsing van gegevens als
bedoeld in het eerste lid omtrent energiegerelateerde producten,
behorende tot een bij of krachtens het besluit aangewezen
categorie;
e. de verplichting op een bij of
krachtens het besluit aangegeven wijze een administratie te
voeren van het onderzoek, bedoeld in onderdeel d, en van de
daarbij verkregen resultaten, alsmede de verplichting om de
bescheiden, behorende tot die administratie, gedurende een
bepaalde termijn te bewaren;
f. het verbod in de onderdelen a
of b bedoelde gevallen gegevens als bedoeld in het eerste lid
beschikbaar te hebben of te verstrekken, welke niet
overeenstemmen met de resultaten van een onderzoek als bedoeld
in onderdeel d dan wel niet overeenstemmen met de resultaten van
een keuring, verricht aan de hand van de bij of krachtens het
besluit daartoe vastgestelde voorschriften;
g. de verplichting om in de bij
of krachtens het besluit aangegeven gevallen op een bij of
krachtens het besluit aangegeven wijze het bij of krachtens het
besluit aangegeven kenmerk te vermelden of gegevens te
verstrekken ter identificatie van de partij of serie, waartoe
energiegerelateerde producten behoren, of van het type van
energiegerelateerde producten, dan wel de bij of krachtens het
besluit aangewezen gegevens ter identificatie van de
vervaardiger, de importeur of een ander van wie de
energiegerelateerde producten afkomstig zijn.
3. De eisen, bedoeld in het tweede
lid, onderdelen a of b, kunnen worden gesteld met betrekking tot een
bij of krachtens het besluit aangegeven groep van
energiegerelateerde producten. Daarbij kunnen regels worden gesteld
volgens welke bij een onderzoek als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel d, aan de hand van onderzoek met betrekking tot een uit
die groep genomen steekproef kan worden getoetst of aan de eisen is
voldaan.
4. Met betrekking tot keuringen als
bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, is artikel 12 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
1. De regels, bedoeld in de artikelen
10, eerste lid, en 13, eerste lid, zijn niet van toepassing op
energiegerelateerde producten in woningen of op erven in de sfeer
van de particuliere huishouding.
2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de
gelijkstelling met een huishouding als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 15
Indien regels als bedoeld in de
artikelen 10 en 13 worden gesteld, wordt daarbij tevens een termijn
bepaald, waarna die regels van toepassing zijn ten aanzien van
energiegerelateerde producten, die bij het in werking treden van de
regels reeds vervaardigd en in Nederland aanwezig zijn.
§ 2. Overige bepalingen
Artikel 16
1. Bij algemene maatregel van bestuur
kan aan Onze Minister de bevoegdheid worden verleend om vrijstelling
en, op aanvraag, ontheffing te verlenen van dit hoofdstuk en de
daarop berustende bepalingen.
2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels over de vrijstelling en
ontheffing worden gesteld.
3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking
tot de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.
4. Een ontheffing als bedoeld in het
eerste lid kan onder beperkingen worden verleend.
5. Aan een ontheffing als bedoeld in
het eerste lid kan voorschriften worden verbonden.
Artikel 17
1. Bij algemene maatregel van bestuur
kan een bedrag worden vastgesteld, dat ter zake van een verzoek,
gedaan op grond van op dit hoofdstuk berustende bepalingen, door de
verzoeker dient te worden betaald.
2. Bij een maatregel als bedoeld in
het eerste lid wordt aangewezen degene, aan wie het bedrag, bedoeld
in het eerste lid, dient te worden voldaan.
3. Bij of krachtens een maatregel als
bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld omtrent het
tijdstip en de wijze van de betaling van het bedrag, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 17a
Voor zover energiegerelateerde
producten bij of krachtens titel 9.4 van de Wet milieubeheer
voorschriften zijn vastgesteld, die op dezelfde onderwerpen betrekking
hebben als waarvoor bij of krachtens dit hoofdstuk voorschriften zijn
vastgesteld, blijven laatstgenoemde voorschriften buiten toepassing.
Artikel 18
(vervallen)
Hoofdstuk 3. Handhaving
energiebesparing
Artikel 19
1. Met het toezicht op de naleving
van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, derde
lid, en 9 is belast de raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit.
2. Met het toezicht op de naleving
van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, derde
lid, en 9 zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren.
3. Van een besluit als bedoeld in het
tweede wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 20 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 21
1. De raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit kan een last onder dwangsom opleggen terzake
van overtreding van het bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6, 7,
derde lid, en 9 bepaalde.
2. Indien de raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit vaststelt dat een overtreding als bedoeld in
het eerste lid is begaan, doet hij daarvan een rapport opmaken.
3. Afdeling 5.4.2 van de Algemene wet
bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22
De raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit kan in geval van overtreding van het bij of
krachtens de artikelen 2,4, 5, 6, 7, derde lid, en 9 bepaalde of van
artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de
overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten
hoogste€ 450 000.
Artikel 23 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 24 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 25 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 26 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 27 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 28
1. Een beschikking tot oplegging van
een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete wordt, nadat zij
bekend is gemaakt, ter inzage gelegd bij de raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit.
2. Van de beschikking wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 29 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 30
Verzet schorst de tenuitvoerlegging van
een dwangbevel dat strekt tot invordering van de bestuurlijke boete.
Hoofdstuk 4. Handhaving
energiebesparing energiegerelateerde producten
Artikel 31
1. Met het toezicht op de naleving
van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10 tot en met 17 zijn
belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het
eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de
Staatscourant.
Artikel 32
Van elk krachtens artikel 5:18 van de
Algemene wet bestuursrecht onderzocht energiegerelateerde product,
wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven
ter grootte van het bedrag waarmee de verkoopwaarde daarvan ten
gevolge van het onderzoek is verminderd.
Artikel 33
1. Bij algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald, dat, in geval aanartikel 13, derde lid,
toepassing is gegeven of in andere bij dat besluit aangewezen
categorieën van gevallen de krachtens artikel 31, eerste lid,
aangewezen ambtenaren volgens bij of krachtens dat besluit gestelde
regels aan de hand van een onderzoek van een deel, dat als
steekproef is genomen uit een bij dat besluit omschreven groep van
energiegerelateerde producten, kunnen vaststellen of die groep
voldoet aan de bij dat besluit aangewezen eisen of voorschriften,
gesteld krachtens de artikelen 10 en 13.
2. Tot de regels, bedoeld in het
eerste lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de mededeling of de
openbaarmaking van de uitslag van een onderzoek, dat met
toepassing van het krachtens het eerste lid bepaalde is
verricht;
b. het verbod voor degene onder
wie alle tot de steekproef behorende energiegerelateerde
producten zijn aangetroffen, om, nadat de steekproef is genomen,
energiegerelateerde producten, behorende tot de krachtens het
eerste lid omschreven groep, waartoe de steekproef behoort, af
te leveren, zolang hem een mededeling als bedoeld in onderdeel a
niet is gedaan.
3. Indien met toepassing van het
krachtens het eerste lid bepaalde wordt vastgesteld dat een groep
niet aan de bij dat besluit aangewezen eisen of voorschriften,
bedoeld in het eerste lid, voldoet, kan bij algemene maatregel van
bestuur worden bepaald dat:
a. volgens bij dat besluit
gestelde regels aan een betrokkene de gelegenheid wordt geboden
om tegenbewijs te leveren;
b. de desbetreffende groep of een
deel daarvan niet mag worden afgeleverd alvorens ten aanzien
daarvan de maatregelen zijn genomen, die bij of krachtens dat
besluit zijn voorgeschreven;
c. in de bij het besluit
aangewezen gevallen er geen sprake is van een strafbaar feit
wegens overtreding van het krachtens de artikelen 10 en13
bepaalde;
d. de desbetreffende groep niet
in de handel mag worden gebracht, uit de handel wordt genomen,
of niet in gebruik genomen mag worden.
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 34a
De voordracht voor een krachtens deze
wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder
gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal is overgelegd.
Hoofdstuk 6. Wijziging van andere
wetten
Artikel 35
[Wijzigt de Wet op de economische
delicten]
Artikel 36
[Wijzigt de Wet milieubeheer]
Hoofdstuk 7. Overgangs- en
slotbepalingen
Artikel 37
[Wijzigt deze wet]
Artikel 38
[Wijzigt de Wet energiebesparing
toestellen]
Artikel 39
[Wijzigt deze wet]
Artikel 40
Na de inwerkingtreding van deze wet
berust:
a. het Besluit
energie-efficiëntienormen koel- en vriesapparatuur op de
artikelen 10, 13 en 18 van deze wet;
b. het Besluit
energierendementseisen voorschakelapparaten voor
fluorescentielampen op de artikelen 10, 13 en 18 van deze wet;
c. het Besluit Energy
Star-etiketteringsprogramma op de artikelen 13 en 18 van deze wet;
d. het Besluit etikettering
energiegebruik personenauto’s op artikel 13 van deze wet;
e. het Besluit gastoestellen op de
artikelen 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 18 van deze wet;
f. het Besluit rendementseisen
cv-ketels op de artikelen 10, 13 en 18 van deze wet;
g. het Kaderbesluit etikettering
energiegebruik huishoudelijke apparatuur op de artikelen 13 en 18
van deze wet.
Artikel 41
Indien artikel IV, eerste lid, van het
bij koninklijke boodschap van 9 februari 2007 ingediende voorstel van
wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet
energiebesparing toestellen en de Wet op de economische delicten ten
behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2005/32/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005
betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van
eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en
tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de richtlijnen
96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad
(Implementatiewet EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende
producten) (Kamerstukken II 2006/07, 30 958, nr. 2) tot wet wordt
verheven en in werking treedt voor het tijdstip waarop artikel 10 van
deze wet in werking treedt, berust op het tijdstip waarop artikel 10
van deze wet in werking treedt:
a. het Besluit
energie-efficiëntienormen koel- en vriesapparatuur op de
artikelen 10, 13 en 18 van deze wet en artikel 9.4.4, eerste lid,
van de Wet milieubeheer;
b. het Besluit
energierendementseisen voorschakelapparaten voor
fluorescentielampen op de artikelen 10, 13 en 18 van deze wet en
artikel 9.4.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
c. het Besluit rendementseisen
cv-ketels op de artikelen 10, 13 en 18 van deze wet en artikel
9.4.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
Artikel 42 [Vervallen per 05-03-2011]
Artikel 43
De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.
Artikel 44
Deze wet wordt aangehaald als: Wet
implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 26 februari
2011
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie,
M.J.M. Verhagen
Uitgegeven de vierde maart 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|