|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de
heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is op korte termijn te voorzien in een grondslag voor de
heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van
de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Artikel 1
Voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van
een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid,
van de Paspoortwet door de burgemeester van een gemeente, kunnen rechten
worden geheven. Deze rechten worden aangemerkt als gemeentelijke
belastingen. Hoofdstuk XV, paragraaf 1 en 4, van de Gemeentewet, is van
toepassing. De artikelen 229b en 229c van de Gemeentewet zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 2
1. Een gemeentelijke belastingverordening ter zake van het heffen
van rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van
de Gemeentewet, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de
aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart, berust vanaf de dag tot
welke deze wet terugwerkt op artikel 1.
2. Artikel 7, tweede lid, van de Paspoortwet en een algemene
maatregel van rijksbestuur als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de
Paspoortwet, hebben mede betrekking op rechten als bedoeld in artikel
1.
3. In verband met het aanvragen van een Nederlandse
identiteitskaart worden geen rechten geheven indien de aanvraag is
ingediend in de periode vanaf 9 september 2011 tot de dag tot welke
deze wet terugwerkt.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met de dag na de datum van indiening van het wetsvoorstel
bij de Tweede Kamer.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 13 oktober 2011
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de veertiende oktober 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|