| |
|
|
|
|
vorige
WET
VERZEKERING ZEESCHEPEN
Tekst zoals deze geldt op
12 januari 2012
|
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 27 oktober 2011 tot invoering van de verplichting voor
scheepseigenaren om een verzekering te hebben voor het schip en hiervan
een bewijs aan boord te hebben ter uitvoering van Richtlijn nr.
2009/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 23 april 2009 betreffende de verzekering van scheepseigenaren tegen
maritieme vorderingen (PbEU L 131) (Wet verzekering zeeschepen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
gelet op Richtlijn 2009/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van
de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de verzekering van
scheepseigenaren tegen maritieme vorderingen (PbEU L 131)
noodzakelijk is om de verplichting in te voeren voor scheepseigenaren om
een verzekering voor het schip te hebben en hiervan een
verzekeringsbewijs aan boord van het schip te hebben;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van
de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
b. bruto-tonnage: maateenheid waarin de totale inhoud van een
schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen tot
stand gekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970,
122) wordt uitgedrukt;
c. scheepseigenaar: geregistreerde eigenaar van een zeeschip of
enig ander persoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie van
het schip;
d. richtlijn:richtlijn 2009/20/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de
verzekering van scheepseigenaren tegen maritieme vorderingen (PbEU L
131);
e. Nederlands zeeschip: een zeeschip dat op grond van Nederlandse
rechtsregels gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren;
f. buitenlands zeeschip: een zeeschip dat geen Nederlands
zeeschip is.
Artikel 2
Deze wet is niet van toepassing op:
a. zeeschepen met een bruto-tonnage van minder dan 300; en
b. oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere zeeschepen die
eigendom zijn of geëxploiteerd worden door een Staat en voor
niet-commerciële overheidsdoeleinden worden gebruikt.
Artikel 3
1. Een scheepseigenaar van een Nederlands zeeschip heeft ten
aanzien van dit zeeschip een verzekering als bedoeld in artikel 3,
aanhef, onder b, van de richtlijn.
2. Een scheepseigenaar van een buitenlands zeeschip dat een
Nederlandse haven aandoet heeft ten aanzien van dit zeeschip een
verzekering als bedoeld in het eerste lid.
3. De verzekering, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoet aan
artikel 4, derde lid van de richtlijn.
Artikel 4
1. Een Nederlands zeeschip en een buitenlands zeeschip dat een
Nederlandse haven aandoet tonen het bestaan van de in artikel 3
bedoelde verzekering aan met een of meer door de
verzekeringverstrekker afgegeven bewijzen van de verzekering, als
bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aan boord worden meegevoerd.
2. Het verzekeringsbewijs bevat de informatie, bedoeld in artikel
6, tweede lid, van de richtlijn.
3. Indien het verzekeringsbewijs is opgesteld in een andere taal
dan de Engelse, Franse of Spaanse taal, bevat het een vertaling in een
van deze talen.
Artikel 5
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 3, eerste
lid, zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
Artikel 6
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 7
[Wijzigt de Wet havenstaatcontrole]
Artikel 8
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 9
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verzekering zeeschepen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 27 oktober 2011
BEATRIX
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
Uitgegeven de achttiende november 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|
|