|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 24 mei 2012, houdende regels met betrekking tot de naleving
van Europese regelgeving door publieke entiteiten (Wet naleving
Europese regelgeving publieke entiteiten)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regels te stellen met betrekking tot het toezicht op de
naleving van Europese regelgeving door publieke entiteiten en deze in
één wet op te nemen met bestaande bepalingen over het toezicht op de
besteding van subsidies die ten laste komen van de begroting van de
Europese Unie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
a. nutsrichtlijn: richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende
coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in
de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEG
L 134);
b. aanbestedingsrichtlijn: richtlijn nr. 2004/18/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004
betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van
overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEG L
134);
c. publieke entiteit:
1°. een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet zijnde een van Onze
Ministers;
2°. een overige aanbestedende dienst als bedoeld in artikel
1, negende lid, van de aanbestedingsrichtlijn en artikel 2,
eerste lid, onderdeel a, van de nutsrichtlijn, niet zijnde de
staat;
3°. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdeel b, van de nutsrichtlijn;
4°. een bedrijf of instelling waaraan een bijzonder of
uitsluitend recht verleend is als bedoeld in artikel 2, tweede
lid, onderdeel b, van de nutsrichtlijn;
5°. een instantie die een opdracht als bedoeld in artikel 8
van de aanbestedingsrichtlijn plaatst;
6°. een overige houder van een concessie als bedoeld in
artikel 63, eerste lid, van de aanbestedingsrichtlijn;
d. Onze Minister: Onze Minister wie het aangaat;
e. Europese verdragen: het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie, het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap voor Atoomenergie of het Verdrag betreffende de Europese
Unie;
f. Europese subsidie: een aanspraak op financiële middelen van
de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
gezamenlijk of de Europese Commissie die rechtstreeks of middellijk
bestaat op grond van een vastgesteld programma, een verordening, een
richtlijn, een beschikking of een besluit, voor zover uit deze
aanspraak verplichtingen voortvloeien welke bij of krachtens de
Europese verdragen op Nederland rusten.
Artikel 2
1. Indien een publieke entiteit niet of niet naar behoren voldoet
aan een voor haar geldende rechtsplicht die voortvloeit uit een bij of
krachtens de Europese verdragen op Nederland rustende verplichting,
niet zijnde een rechtsplicht die behoort tot de in artikel 3 bedoelde
verplichtingen, dan kan Onze Minister de publieke entiteit een
aanwijzing geven om, binnen een in die aanwijzing te vermelden
termijn, alsnog aan die rechtsplicht te voldoen.
2. Een aanwijzing wordt gegeven:
a. in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties ten aanzien van provincies, gemeenten en
gemeenschappelijke regelingen waaraan zij deelnemen;
b. in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat ten aanzien van waterschappen en gemeenschappelijke
regelingen waaraan uitsluitend waterschappen deelnemen.
3. Een aanwijzing wordt niet gegeven ten aanzien van de uitoefening
van rechtspraak.
4. Dit artikel is niet van toepassing op bestuursorganen van
provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen waaraan zij
deelnemen, indien de bevoegdheden van artikel 121 en hoofdstuk XVIII
van de Provinciewet en van de artikelen 124 en 124a en hoofdstuk XVII
van de Gemeentewet toereikend zijn om het niet of niet naar behoren
voldoen als bedoeld in het eerste lid te herstellen.
Artikel 3
Indien een publieke entiteit verzuimt te voldoen aan een voor haar
geldende rechtsplicht die voortvloeit uit een bij of krachtens de
Europese verdragen op Nederland rustende verplichting ten aanzien van de
rechtmatige en doelmatige besteding van een Europese subsidie of ten
aanzien van de wijze van beheer, controle of toezicht met betrekking tot
een Europese subsidie, of indien een dergelijk verzuim dreigt te
ontstaan, kan Onze Minister die verantwoordelijk is voor het
beleidsterrein ten aanzien waarvan de subsidie is verstrekt de publieke
entiteit een aanwijzing geven omtrent de rechtmatige en doelmatige
aanwending van een door die publieke entiteit ontvangen Europese
subsidie of de wijze van beheer, controle of toezicht met betrekking tot
die subsidie. In de aanwijzing wordt de termijn vermeld waarbinnen de
aanwijzing moet worden opgevolgd.
Artikel 4
1. Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat aan de publieke
entiteit gelegenheid tot overleg is geboden.
2. Een aanwijzing wordt, behoudens in spoedeisende gevallen, niet
eerder gegeven dan nadat de publieke entiteit in de gelegenheid is
gesteld om binnen een door Onze Minister in overeenstemming met Onze
andere betrokken Minister gestelde termijn de verplichting, bedoeld in
artikel 2 of 3, alsnog na te komen.
3. De motivering van de aanwijzing verwijst naar hetgeen in het
overleg aan de orde is gekomen.
4. Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 5
Indien de in de aanwijzing vermelde termijn verstrijkt zonder dat de
aanwijzing is opgevolgd, kan Onze Minister die de aanwijzing heeft
gegeven er, namens en op kosten van de publieke entiteit, zowel door het
verrichten van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke
rechtshandelingen als door het verrichten van feitelijke handelingen in
voorzien dat alsnog wordt voldaan aan de rechtsplicht in verband waarmee
de aanwijzing, bedoeld in artikel 2, is gegeven of dat alsnog het
verzuim, bedoeld in artikel 3, wordt hersteld of voorkomen.
Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 7
1. Als Nederland door een instelling van de Europese Unie, de
Europese Investeringsbank of een andere lidstaat van de Europese Unie
aansprakelijk wordt gesteld voor het niet nakomen van bij of krachtens
de Europese verdragen opgelegde verplichtingen en als dit leidt tot
een vordering op de staat in de vorm van een verplichting tot een of
meer van de navolgende betalingen, kan Onze Minister besluiten deze
bedragen te verhalen op een publieke entiteit, voor zover de
aansprakelijkheid van Nederland het gevolg is van een verzuim van de
betreffende publieke entiteit:
a. de betaling van een forfaitaire som;
b. de betaling van een dwangsom;
c. de terugbetaling van een aan de betrokken publieke entiteit
verstrekte Europese subsidie vermeerderd met de eventueel daarover
berekende rente.
2. Een besluit tot verhaal wordt niet genomen dan nadat aan de
betreffende publieke entiteit gelegenheid tot overleg is geboden.
3. Onze Minister kan het bedrag van het verhaal invorderen bij
dwangbevel.
4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing als de
aansprakelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, leidt tot het niet
vergoeden van door Nederland gedane uitgaven die mede worden
gefinancierd uit Europese middelen of leidt tot verlaging van die
middelen.
Artikel 8
Een wijziging van de nutsrichtlijn of de aanbestedingsrichtlijn gaat
voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan
de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij
bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt,
een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 9
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht]
Artikel 10
[Wijzigt de Dienstenwet]
Artikel 11
De Wet toezicht Europese subsidies wordt ingetrokken.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet Naleving Europese regelgeving
publieke entiteiten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 mei 2012
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W.E. Spies
De Minister van Financiën,
J.C. de Jager
Uitgegeven de twaalfde juni 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|