|
BESCHIKKING van de Minister van Justitie van 22 september 1956,
houdende vaststelling van bepalingen nopens het genot van een
vacatiegeld van de door de Kroon benoemde leden van het Hof van
Discipline, bedoeld in de Advocatenwet
De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 60, eerst lid, van de Advocatenwet (Stb.
1952, 365);
Besluit:
Artikel 1
De voorzitter van het Hof van Discipline bedoeld in de Advocatenwet,
geniet een vacatiegeld van f 560,- voor elke dag, waarop hij een
vergadering bijwoont.
Artikel 2
De overige door de Koningin benoemde leden en de door de Koningin
benoemde plaatsvervangende leden van het Hof van Discipline genieten
voor elke dag, waarop zij een vergadering bijwonen, een vacatiegeld van
f 420,-, of voor zover zij de voorzitter vervangen, van f 560,-.
Artikel 3
De beschikking van 28 april 1953 (Stb. 196) wordt ingetrokken.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste
kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
zij wordt geplaatst.
's-Gravenhage, 22 september 1956.
De Minister van Justitie,
J.C. van Oven.
Uitgegeven de achtentwintigste september 1956.
De Minister van Justitie,
J.C. van Oven.
|