Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van
Advocaten;
Overwegende dat het gewenst is regels te stellen voor samenwerking
van advocaten onderling en met beoefenaren van andere vrije beroepen;
Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;
Gelet op het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende
toelichting;
Gelet op de adviezen van de Raden van Toezicht;
Stelt de navolgende verordening vast:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder
a. advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur
daaronder begrepen, voor zover de artikelen van deze verordening
niet anders bepalen.
b. samenwerkingsverband: iedere samenwerking waarin de deelnemers
voor gezamenlijke rekening en risico praktijk uitoefenen of te dien
aanzien de zeggenschap danwel de eindverantwoordelijkheid met elkaar
delen,
c. naar buiten optreden: het op enigerlei wijze doen van
mondelinge of schriftelijke mededelingen aan derden.
Artikel 2
1. Het is de advocaat niet toegestaan verplichtingen aan te
gaan of te laten voortbestaan waardoor de vrijheid en
onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van
de behartiging van het partijbclang en de daarmee samenhangende
vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn cliënt, in gevaar
kunnen worden gebracht.
2. Het bepaalde in het eerste lid is ook van toepassing, indien
de advocaat niet in een samenwerkingsverband met beroepsgenoten of
derden samenwerkt.
Artikel 3
Het is de advocaat slechts toegestaan een samenwerkingsverband aan te
gaan of te laten voortbestaan indien de praktijk van ieder der
deelnemers aan het samenwerkingsverband in hoofdzaak is gericht op de
uitoefening van de rechtspraktijk.
Artikel 4
Het is de advocaat slechts toegestaan een samenwerkingsverband aan te
gaan of te laten voortbestaan:
a. met andere in Nederland ingeschreven advocaten;
b. met andere niet in Nederland ingeschreven advocaten, mits is
voldaan aan het bepaalde in artikel 5;
c. met leden van een andere beroepsgroep, die daartoe door de
Algemene Raad is erkend overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.
Artikel 5
1. Een samenwerkingsverband met een niet in Nederland
ingeschreven advocaat is slechts toegestaan, indien de advocaat in
zijn land van herkomst lid is van een organisatie van advocaten, die
door de Algemene Raad daartoe is erkend.
2. Alvorens te besluiten tot erkenning als bedoeld in het eerste
lid, toetst de Algemene Raad of en in welke mate de leden van de
betreffende organisatie van advocaten:
a. hun beroep in vrijheid en onafhankelijkheid kunnen uitoefenen;
en
b. onderworpen zijn aan tuchtrecht, vergelijkbaar met het
tuchtrecht voor de advocaat.
Voorts slaat de Algemene Raad hierbij mede acht op het gegeven of de
betreffende organisatie van advocaten in eigen land een
samenwerkingsverband toestaat van haar leden met Nederlandse advocaten.
3. Betreft het samenwerkingsverband een niet in Nederland
ingeschreven advocaat die zich duurzaam in Nederland heeft gevestigd,
dan is vereist dat deze bij de deken van de Orde in het arrondissement
waar hij zich heeft gevestigd een schriftelijke verklaring heeft
gedeponeerd dat hij zich zal gedragen overeenkomstig de verordeningen
en gedragsregels die gelden voor advocaten en dat hij zich onderwerpt
aan het toezicht vanwege de Orde.
4. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige
toepassing, indien een advocaat of een samenwerkingsverband een niet
in Nederland ingeschreven advocaat in dienst neemt of anderszins
daarmee een duurzame relatie aangaat.
Artikel 6
1. De erkenning bedoeld in artikel 4 sub c kan geschieden
indien:
a. de leden van die andere beroepsgroep een vrij beroep uitoefenen;
en
b. voor de uitoefening van dat beroep een academische of daarmee
gelijk te stellen opleiding is vereist; en
c. de leden van die andere beroepsgroep zijn onderworpen aan
tuchtrecht, vergelijkbaar met het tuchtrecht voor de advocaat: en
d. het aangaan van een samenwerkingsverband met leden van die
andere beroepsgroep niet strijdt met het bepaalde in de artikelen 2 en
3.
2. De erkenning kan ook plaatsvinden ten aanzien van een bepaald
deel van een beroepsgroep. De in het eerste lid sub a - d genoemde
voorwaarden zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing,
onverminderd de bevoegdheid van de Algemene Raad om aanvullende
voorwaarden te stellen.
3. De Algemene Raad raadpleegt het College van Afgevaardigden,
voordat hij een besluit neemt als bedoeld in de voorgaande leden van dit
artikel.
Artikel 7
1. De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een
onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt
gegeven ten aanzien van enige vorm van samenwerking waarbij hij is
betrokken, een samenwerkingsverband daaronder begrepen.
2. Het is de advocaat die geen samenwerkingsverband onderhoudt
verboden de praktijk te voeren onder een gemeenschappelijke naam of een
zodanige benaming dat daardoor een samenwerkingsverband wordt
gesuggereerd. In geval de gemeenschappelijke naam voorheen werd gevoerd
door een inmiddels niet meer bestaand samenwerkingsverband kan de Raad
van Toezicht van dit verbod ontheffing verlenen onder door deze te
stellen voorwaarden, ter voorkoming van misleiding van het publiek.
Artikel 8
1. Een samenwerkingsverband is verplicht in zijn optreden naar
buiten een gemeenschappelijke naam te voeren.
2. Een gemeenschappelijke naam mag niet misleidend zijn. Zo mag
een gemeenschappelijke naam:
a. niet de naam of namen vermelden van een of meer natuurlijke
personen, tenzij zij aan het samenwerkingsverband deelnemen of bij de
totstandkoming daarvan hieraan deelnamen. Tot dit laatste wordt mede
gerekend het gebruik van namen van natuurlijke personen waaronder
reeds bestaande samenwerkingsverbanden naar buiten optreden voordat
zij in een nieuw samenwerkingsverband opgingen;
b. niet naast een aanduiding van het karakter van het
samenwerkingsverband uitsluitend de plaats van vestiging van het
samenwerkingsverband vermelden, tenzij de naam in zijn geheel
voldoende onderscheidende betekenis heeft. Onder plaats van vestiging
is in dit verband mede te verstaan de straat, de wijk of een ander
gedeelte van de plaats waar het kantoor van het samenwerkingsverband
is gevestigd;
c. niet anderszins, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht,
in strijd zijn met de bepalingen van deze verordening.
3. De advocaat die deelneemt aan een samenwerkingsverband is
verplicht desgevraagd een lijst beschikbaar te stellen van de deelnemers
aan het samenverkingsverband, hun beroep en hun plaats van vestiging.
4. Uit elk schriftelijk stuk dat vanwege een samenwerkingsverband
wordt verzonden dienen te blijken de naam. de hoedanigheid en de plaats
van vestiging van degene die dit heeft ondertekend.
Artikel 9
1. De advocaat die is betrokken bij enige vorm van
samenwerking, een samenwerkingsverband daaronder begrepen, is
verplicht desgevraagd de terzake door de Raad van Toezicht gewenste
inlichtingen te verstrekken.
2. De advocaat verleent geen medewerking aan de totstandkoming of
wijziging van een samenwerkingsverband voordat de Raad van Toezicht
heeft beslist over de vraag of de voorwaarden waaronder het
samenwerkingsverband wordt aangegaan of gewijzigd, de wijze van naar
buiten optreden daaronder begrepen, voldoen aan het bepaalde bij of
krachtens deze verordening.
3. Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op het
toetreden van nieuwe deelnemers aan een bestaand samenwerkingsverband,
waarover de in het voorgaande lid bedoelde beslissing reeds werd
gegeven.
4. Wanneer een samenwerkingsverband is gevestigd in meer dan
één arrondissement, kan de Raad van Toezicht aan wie een beslissing is
gevraagd overleg plegen met de andere betrokken Raad danwel Raden van
Toezicht. Voorts kunnen de betrokken Raden van Toezicht besluiten dat
een hunner de beslissing zal nemen.
Artikel 10
1. Van een beslissing ingevolge deze Verordening door de Raad
van Toezicht gegeven staat de betrokken advocaat of advocaten beroep
open bij de Algemene Raad.
2. De Secretaris van de Raad van Toezicht zendt onverwijld een
afschrift van elke beslissing als bedoeld in het vorige lid aan de
betrokken advocaat of advocaten en aan de secretaris van de Algemene
Raad.
3. Het beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van
verzending van het in het tweede lid bedoelde afschrift, bij een met
redenen omklede memorie, in tweevoud in te dienen bij de Secretaris van
de Algemene Raad, ieder exemplaar vergezeld van een afschrift van de
beslissing waartegen beroep open staat. De Secretaris van de Algemene
Raad geeft onverwijld kennis aan de betrokken Raad van Toezicht.
4. De Algemene Raad kan binnen dertig dagen na de dag van
verzending van het in het tweede lid bedoelde afschrift aan de betrokken
advocaat of de betrokken advocaten en aan de Raad van Toezicht
mededelen, dat naar zijn aanvankelijk oordeel die beslissing niet in
stand kan blijven.
5. In de gevallen bedoeld in lid 3 en 4 roept de Algemene Raad de
betrokken advocaat of advocaten zo spoedig mogelijk op teneinde hen in
de gelegenheid te stellen in een vergadering van de Algemene Raad hun
standpunt nader toe te lichten. De Raad van Toezicht, die de beslissing
in eerste aanleg heeft gegeven, is bevoegd, en op verzoek van de
Algemene Raad verplicht, al dan niet ter vergadering van de Algemene
Raad, nadere inlichtingen te verschaffen.
6. De beslissing van de Algemene Raad is met redenen omkleed.
7. De Secretaris van de Algemene Raad zendt van de beslissing
onverwijld afschrift aan degene of degenen, die het beroep heeft of
hebben ingesteld, en aan de Raad van Toezicht, die de beslissing in
eerste aanleg heeft gegeven.
Artikel 11
1. Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Samenwerkingsverordening
1993’.
2. Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 1993.
3. Het bepaalde in de artikelen 3, 5 en 6 heeft geen betrekking
op samenwerkingsverbanden die zijn toegestaan op het tijdstip waarop
deze verordening in werking treedt.