St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Advocatenwet

 

VERORDENING  OP  DE  BEROEPSAANSPRAKELIJKHEID  1991

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2009

Vervallen m.i.v. 1 juli 2009

 

  
 

 

 
     Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten;
     Overwegende dat het in het belang van de Orde van Advocaten, haar leden en derden is om bij verordening regelen te stellen omtrent:
a. de verzekering door advocaten en procureurs van het risico van beroepsaansprakelijkheid;
b. de contractuele beperking van beroepsaansprakelijkheid door advocaten en procureurs;
    
Gezien het ontwerp van de Algemene Raad;
     Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;

     Stelt de navolgende verordening vast:

 

 

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

* ‘advocaat’: de in Nederland ingeschreven advocaat en/of procureur;

* ‘Raad van Toezicht’: de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement waarbinnen de advocaat is ingeschreven;

* ‘gebeurtenis’: een feit dat leidt tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de advocaat in het kader van de uitoefening van zijn beroep;

* ‘samenwerkingsverband’: iedere vorm van samenwerking van duurzame aard, waaraan een advocaat als zodanig deelneemt en die een overwegend deel van zijn praktijk betreft.

Artikel 2

1. De advocaat is verplicht terzake van het risico van zijn beroepsaansprakelijkheid een verzekering te sluiten en in stand te houden.

2. De verplichting uit het vorige lid geldt tevens voor de advocaat die de praktijk uitoefent in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 3 tweede lid van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking. Uitsluitend indien de werkgever schriftelijk te kennen heeft gegeven de werknemer-advocaat, voor zover het betreft het risico van aansprakelijkheid jegens zijn werkgever voor schade die hij in zijn beroepsuitoefening als advocaat aan zijn werkgever, als cliënt, heeft toegebracht, niet aansprakelijk te zullen houden, behoeft de advocaat dat risico niet te verzekeren. Wel blijft voor de advocaat in dienstbetrekking in dat geval de verplichting bestaan een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor schade, toegebracht aan derden;.

3. De advocaat die de praktijk uitoefent in dienst van de Staat is niet verplicht een verzekering af te sluiten voor het risico van zijn beroepsaansprakelijkheid als bedoeld in het eerste lid, indien de Staat door middel van een schriftelijke verklaring te kennen heeft gegeven de advocaat niet aansprakelijk te zullen houden voor schade in zijn beroepsuitoefening als advocaat aan de Staat als werkgever toegebracht en de advocaat te vrijwaren wanneer deze aansprakelijk wordt gesteld voor schade die hij in zijn beroepsuitoefening als advocaat in dienst van de Staat heeft toegebracht. De verklaring dient onverkort de bepalingen te bevatten van het als bijlage aan deze verordening gehechte model.

Artikel 3

De in artikel 2 bedoelde verzekering dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. het verzekerd bedrag bedraagt per advocaat, of – indien de advocaat deel uitmaakt van een samenwerkingsverband – per samenwerkingsverband tenminste ƒ 1 000 000 per gebeurtenis tot een totaal van tenminste tweemaal dit bedrag per verzekeringsjaar;

b. het bedrag van het eigen risico bedraagt voor één advocaat en voor een samenwerkingsverband van twee advocaten ten hoogste ƒ 25 000 per gebeurtenis. Indien aan de in artikel 2 bedoelde verplichting wordt voldaan door het sluiten van een verzekering ten name ven een samenwerkingsverband bestaande uit meer dan twee advocaten, mag het bedrag van het eigen risico ten hoogste zoveel maal ƒ 10 000 bedragen als het aantal verzekerde advocaten met een maximum van ƒ 200 000;

c. de verzekerde werkzaamheden omvatten al hetgeen gerekend kan worden tot de beroepsuitoefening van de advocaat, daaronder begrepen het optreden als curator in een faillissement, als bewindvoerder in een surséance van betaling en in andere hoedanigheden waarin de advocaat door de rechterlijke macht wordt benoemd;

d. De verzekering is tenminste van kracht voor gebeurtenissen in de landen van de Europese Unie;

e. de verzekering is aangegaan met een verzekeraar van wie aannemelijk is dat deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit;

f. de verzekering dekt mede de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de advocaat voor handelingen en nalatigheden van personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

Artikel 4

Indien de advocaat er niet in slaagt een verzekering af te sluiten of in stand te houden die voldoet aan de vereisten van deze verordening, kan de Algemene Raad bemiddeling verlenen.

Artikel 5

1. De advocaat is verplicht op eerste uitnodiging van de deken van zijn Orde ten genoege van deze aan te tonen dat hij aan zijn verplichtingen ingevolge deze verordening heeft voldaan.

2. De deken kan zich bij de uitoefening van zijn bevoegdheid uit hoofde van lid 1 van dit artikel doen vervangen door een lid van de Raad van Toezicht.

3. Ten aanzien van de deken oefent de Raad van Toezicht of een door deze aangewezen lid de bevoegdheid uit welke aan de deken in lid 1 van dit artikel ten aanzien van de andere advocaten is toegekend.

Artikel 6

De Algemene Raad is bevoegd vrijstelling te verlenen van de verplichting als bedoeld in artikel 2 op grond van het feit dat de betrokken advocaat gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering. De Algemene Raad kan aan deze vrijstelling voorwaarden verbinden.

Artikel 7

1. Het is slechts de advocaat die aan zijn in artikel 2 omschreven verplichtingen heeft voldaan toegestaan zich, buiten het bedrag van het eigen risico, van aansprakelijkheid vrij te tekenen; vrijtekening is slechts geoorloofd voor zover de door hem overeenkomstig deze verordening verplicht afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering geen aanspraak op een uitkering geeft.

2. Een afspraak tot beperking van de beroepsaansprakelijkheid dient schriftelijk tussen de advocaat en de cliënt te worden vastgelegd; vrijtekening door enkele verwijzing naar algemene voorwaarden is niet toegestaan.

Artikel 8

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam ‘Verordening op de beroepsaansprakelijkheid 1991’.

Artikel 9

De Algemene Raad bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening. (Is geworden 1 januari 1992).

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Advocatenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x