Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten;
Overwegende dat het gewenst is gebleken nieuwe regels te stellen met betrekking
tot de praktijkuitoefening in het verband van een rechtspersoon;
Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;
Gelet op het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende
toelichting;
Stelt de navolgende verordening vast:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur
daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van
de Advocatenwet;
b. beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: de beoefenaar van
een vrij beroep met wie het de advocaat ingevolge de
Samenwerkingsverordening 1993 is toegestaan een samenwerkingsverband
aan te gaan;
c. praktijkrechtspersoon: een praktijkvennootschap,
praktijkstichting of praktijkcoöperatie;
d. praktijkvennootschap: een naamloze vennootschap of besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een vennootschap die
is opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland en die
een met de naamloze vennootschap of besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid vergelijkbare rechtsvorm heeft, die
uitsluitend de rechtspraktijk uitoefent of doet uitoefenen door
advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep;
e. houdstervennootschap: een naamloze vennootschap of besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een vennootschap die
is opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland en die
met een met de naamloze vennootschap of besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid vergelijkbare rechtsvorm heeft, waarvan
de activiteiten statutair en feitelijk beperkt zijn tot het direct
of indirect een of meer aandelen houden in het kapitaal van een
praktijkvennootschap of van een houdstervennootschap en daarmee
verband houdende beheersactiviteiten;
f. praktijkstichting: de rechtspersoon bedoeld in titel 6 van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die uitsluitend de rechtspraktijk
uitoefent of doet uitoefenen door advocaten of beoefenaren van een
toegelaten vrij beroep;
g. praktijkcoöperatie: de rechtspersoon bedoeld in titel 3 van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die uitsluitend de rechtspraktijk
uitoefent of doet uitoefenen door advocaten of beoefenaren van een
toegelaten vrij beroep;
h. Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van het arrondissement
waar de advocaat staat ingeschreven.
Artikel 2
Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen in het
verband van een praktijkrechtspersoon indien daardoor de vrijheid en
onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de
behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende
vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn cliënt, in gevaar kunnen
worden gebracht.
Artikel 3
1. Het is de advocaat geoorloofd als zodanig werkzaam te zijn
in het verband van een praktijkvennootschap, zolang deze voldoet aan
elk van de volgende voorwaarden:
a. de statutaire doelomschrijving van de praktijkvennootschap
behelst dat de uitoefening van de rechtspraktijk geschiedt met
inachtneming van alle op het beroep van de advocaat toepasselijke
regelgeving;
b. het statutaire doel en de feitelijke werkzaamheden van de
praktijkvennootschap omvatten niet meer dan het uitoefenen of doen
uitoefenen van de rechtspraktijk, het deelnemen in en het voeren van
beheer over een praktijkvennootschap of een houdstervennootschap, het
beleggen van haar vermogen en dat van andere praktijkvennootschappen
en houdstervennootschappen waarmee zij in een groep is verbonden en
het verrichten van handelingen die met het vorenstaande verband
houden;
c. de statuten van de praktijkvennootschap bepalen dat deze
uitsluitend aandelen op naam kan uitgeven; en
d. de aandeelhouders en bestuurders van de praktijkvennootschap
zijn allen advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep die
de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uitoefenen.
2. Met aandeelhouders van een praktijkvennootschap als bedoeld in
het eerste lid onder d. worden gelijkgesteld houdstervennootschappen die
voldoen aan de bepalingen van het eerste lid onder b. en c. en waarvan
de bestuurders allen advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij
beroep zijn, die de praktijk daadwerkelijk uitoefenen binnen een
praktijkvennootschap waarmee de houdstervennootschap in een groep
verbonden is en waarvan de aandelen alle in handen zijn van die
bestuurders, danwel alle, of mede, gehouden worden door een of meer
houdstervennootschappen waarvan de statuten de bestuurssamenstelling en
het aandeelhouderschap geheel beantwoorden aan het in dit artikellid
bepaalde.
3. Met aandeelhouders van een praktijkvennootschap als bedoeld in
het eerste lid onder d. of van een houdstervennootschap als bedoeld in
het tweede lid worden gelijkgesteld stichtingen, die
a. geen ander doel en feitelijke werkzaamheid hebben dan het ten
titel van beheer houden van aandelen in een praktijkvennootschap of
houdstervennootschap;
b. geen andere bestuurders hebben dan advocaten of beoefenaren van
een toegelaten vrij beroep, die de praktijk daadwerkelijk uitoefenen
binnen de praktijkvennootschap, danwel binnen de praktijkvennootschap
waarmee de betreffende houdstervennootschap in een groep verbonden is;
en
c. certificaten van onder a. bedoelde aandelen uitgeven, welke
certificaten op naam luiden en uitsluitend gehouden kunnen worden door
advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep, die de
praktijk daadwerkelijk uitoefenen binnen de praktijkvennootschap,
danwel binnen de praktijkvennootschap waarmee de betreffende
houdstervennootschap in een groep verbonden is.
4. In afwijking van het in het derde lid onder c. bepaalde geldt
dat bedoelde certificaten ook gehouden mogen worden door andere personen
dan advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep, mits zij
werkzaam zijn in het verband van de betrokken praktijkvennootschap, en
mits zij niet meer certificaten houden dan het aantal certificaten dat
een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal van de
praktijkvennootschap of houdstervennootschap vertegenwoordigt.
Artikel 4
1. Het is de advocaat slechts toegestaan aandelen in een
praktijkvennootschap of certificaten daarvan te houden, indien hij de
praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uitoefent. Het
is de advocaat slechts toegestaan aandelen in een houdstervennootschap
of certificaten daarvan te houden, indien deze houdstervennootschap
direct of indirect aandelen houdt in een praktijkvennootschap en zij
de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uitoefenen.
2. Het bepaalde in het vorige lid lijdt uitzondering:
a. indien een houder van aandelen in een praktijkvennootschap of
van aandelen in een houdstervennootschap die direct of indirect
houdster is van een of meer aandelen in een praktijkvennootschap,
ophoudt de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uit
te oefenen;
b. ingeval van eigendomsovergang van aandelen in de
praktijkvennootschap of van aandelen in een houdstervennootschap die
houdster is van een of meer aandelen in een praktijkvennootschap, door
overlijden van degene te wiens name die aandelen zijn gesteld.
3. De uitzonderingen genoemd in het tweede lid gelden slechts
voor een korte periode.
4. De Raad van Toezicht kan – al dan niet onder het
stellen van voorwaarden of een tijdlimiet – ontheffing verlenen
van het bepaalde in het eerste lid, onverminderd hetgeen overigens uit
de wet voortvloeit.
Artikel 5
1. Op aandelen in een praktijkvennootschap of een
houdstervennootschap mag een pandrecht worden gevestigd, mits de
statuten van de desbetreffende praktijkvennootschap of
houdstervennootschap uitsluiten dat het stemrecht op de desbetreffende
aandelen kan toekomen aan een ander dan de houder van de
desbetreffende aandelen.
2. De advocaat die houder is van aandelen in een
praktijkvennootschap of van aandelen in een houdstervennootschap of van
certificaten daarvan werkt niet mee aan de vestiging van een
vruchtgebruik op deze aandelen of de certificaten daarvan.
3. Het is de advocaat niet toegestaan als zodanig werkzaam te
zijn in het verband van een praktijkvennootschap zolang een recht van
vruchtgebruik is gevestigd op een of meer aandelen van die
praktijkvennootschap of op een of meer aandelen van een
houdstervennootschap of van een praktijkvennootschap waarmee die
eerstgenoemde praktijkvennootschap in een groep verbonden is of op
certificaten van de aandelen van de eerder bedoelde vennootschappen.
Artikel 6
Het is de advocaat geoorloofd als zodanig werkzaam te zijn in het
verband van een praktijkstichting, zolang deze voldoet aan elk van de
volgende voorwaarden:
a. de statutaire doelomschrijving van de praktijkstichting
behelst dat de uitoefening van de rechtspraktijk geschiedt met
inachtneming van alle op het beroep van advocaat toepasselijke
regelgeving;
b. het statutaire doel en de feitelijke werkzaamheden van de
praktijkstichting omvatten niet meer dan het uitoefenen of doen
uitoefenen van de rechtspraktijk en het verrichten van andere
handelingen die daarmee verband houden;
c. de statuten van de praktijkstichting bepalen dat alleen de
praktijkstichting economisch belang kan hebben bij de financiële
resultaten van de uitoefening van de rechtspraktijk, de
praktijkstichting aan niemand uitkeringen kan doen die geheel of
gedeeltelijk van haar winst afhankelijk zijn en de uitkering van het
overschot bij liquidatie slechts kan geschieden aan personen of
rechtspersonen die met goedkeuring van de Raad van Toezicht zijn
aangewezen;
d. de statuten van de praktijkstichting bepalen dat uitsluitend
advocaten en beoefenaren van een toegelaten vrij beroep bestuurders
van die praktijkstichting kunnen zijn die de praktijk daadwerkelijk
binnen die praktijkstichting uitoefenen.
Artikel 7
Het is de advocaat geoorloofd als zodanig werkzaam te zijn in het
verband van een praktijkcoöperatie, zolang deze voldoet aan elk van de
volgende voorwaarden:
a. de statutaire doelomschrijving van de praktijkcoöperatie
behelst dat de uitoefening van de rechtspraktijk geschiedt met
inachtneming van alle op het beroep van de advocaat toepasselijke
regelgeving;
b. het statutaire doel en de feitelijke werkzaamheden van de
praktijkcoöperatie omvatten niet meer dan het uitoefenen of doen
uitoefenen van de rechtspraktijk, het verrichten van andere
handelingen die daarmede verband houden en het sluiten van
arbeidsovereenkomsten met haar leden;
c. de statuten van de praktijkcoöperatie bepalen dat uitsluitend
advocaten en beoefenaren van een toegelaten vrij beroep leden en
bestuurders van die praktijkcoöperatie kunnen zijn die de praktijk
daadwerkelijk binnen die praktijkcoöperatie uitoefenen.
Artikel 8
De statuten van een praktijkrechtspersoon mogen voorzien in de
instelling van een raad van commissarissen of een toezicht houdend
orgaan.
Artikel 9
1. De advocaat die de praktijk uitoefent in het verband van een
praktijkrechtspersoon, doet uitoefenen of daartoe het voornemen heeft
kenbaar gemaakt, is verplicht desgevraagd de terzake door de Raad van
Toezicht of door de secretaris van de Algemene Raad namens de Raad van
Toezicht gewenste inlichtingen te verstrekken.
2. De advocaat die bestuurder is van een praktijkrechtspersoon is
gehouden aan de Raad van Toezicht of desgevraagd aan de namens de Raad
van Toezicht optredende secretaris van de Algemene Raad, afschrift te
verstrekken van de akte van oprichting van de praktijkrechtspersoon en
van elke akte houdende wijziging van de statuten, in het laatste geval
onder bijvoeging van een volledige doorlopende tekst van de statuten
zoals deze ten gevolge van de aangebrachte wijziging luiden.
3. De advocaat die bestuurder is van een praktijkvennootschap
respectievelijk een houdstervennootschap is bovendien gehouden aan de
Raad van Toezicht of desgevraagd aan de namens de Raad van Toezicht
optredende secretaris van de Algemene Raad schriftelijke opgaaf te
verstrekken van de namen en adressen van alle houders van aandelen of
certificaten in de praktijkvennootschap respectievelijk in de
houdstervennootschap en van het aantal aandelen dat door ieder hunner
wordt gehouden.
4. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige
toepassing op de stichting-administratiekantoor, zoals bedoeld in
artikel 3 derde lid.
5. De in het tweede en derde lid bedoelde verstrekking vindt
plaats:
– voorzover het de in het tweede lid bedoelde stukken betreft:
binnen gelijke termijn als de overlegging van afschriften van deze
stukken aan het handelsregister is voorgeschreven ingevolge de
Handelsregisterwet, respectievelijk het in artikel 289, eerste lid,
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
– voorzover het de in het derde lid bedoelde opgaven betreft:
telkens wanneer de Raad van Toezicht of de namens de Raad van Toezicht
optredende secretaris van de Algemene Raad zulks verlangt, binnen een
week nadat dit verlangen is geuit.
6. De advocaat die wenst over te gaan tot de oprichting van een
praktijkvennootschap of houdstervennootschap volgens het recht van een
ander land dan Nederland of tot wijziging van de statuten van een
dergelijke praktijkvennootschap of houdstervennootschap of die gaat
deelnemen in een dergelijke praktijkvennootschap of
houdstervennootschap, pleegt vooraf overleg met de Algemene Raad,
verschaft aan de Algemene Raad alle door deze gevraagde inlichtingen en
bescheiden die de Algemene Raad redelijkerwijs in staat kunnen stellen
om te beoordelen of voldaan zal worden aan de voorschriften van de
Advocatenwet en de op grond daarvan gegeven verordeningen en houdt
rekening met de opmerkingen die door de Algemene Raad in dit verband
worden gemaakt, alvorens tot oprichting, wijziging respectievelijk
deelneming over te gaan.
Artikel 10
1. Tegen een beschikking van de Raad van Toezicht ingevolge
artikel 4 vierde lid staat voor belanghebbenden administratief beroep
open bij de Algemene Raad. De hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene Wet
Bestuursrecht zijn van toepassing.
2. De secretaris van de Raad van Toezicht maakt de beschikking
onverwijld bekend aan de betrokkenen en aan de secretaris van de
Algemene Raad.
3. Het beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de bekendmaking
van de in het eerste lid bedoelde beschikking.
Artikel 11
Deze Verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de
praktijkrechtspersoon. Zij treedt in werking op een door de Algemene
Raad nader te bepalen tijdstip.
Deze Verordening treedt in de plaats van de Verordening op de
praktijkvennootschap van 24 november 1972.