Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van
Advocaten;
Overwegende dat het gewenst is gebleken nieuwe regels te stellen met
betrekking tot de praktijkuitoefening door advocaten in
dienstbetrekking;
Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;
Gelet op het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende
toelichting;
Stelt de navolgende verordening vast:
I. Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking
Artikel 1
In deze Verordening wordt verstaan onder:
a. advocaat: een in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur
daaronder begrepen;
b. Werkgever: degene tot wie de advocaat in privaatrechtelijke of
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
Indien de werkgever deel uitmaakt van een groep rechtspersonen en
vennootschappen worden alle overige groepsmaatschappijen van die
groep mede aangemerkt als werkgever. Het in de vorige volzin
bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
overheidslichamen en daarmee verbonden vennootschappen en
rechtspersonen;
c. beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: de beoefenaar van
een vrij beroep met wie het de advocaat ingevolge de
Samenwerkingsverordening 1993 is toegestaan een samenwerkingsverband
aan te gaan;
d. praktijkrechtspersoon: een praktijkvennootschap,
praktijkstichting of praktijkcoöperatie die uitsluitend de
rechtspraktijk doet uitoefenen door advocaten of beoefenaren van een
toegelaten vrij beroep;
e. Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van het arrondissement
waar de advocaat staat ingeschreven.
Artikel 2
Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen in
dienstbetrekking indien daardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de
uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het
partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de
advocaat en zijn client, in gevaar kunnen worden gebracht.
Artikel 3
1. Het is de advocaat, onverminderd het bepaalde in artikel 2
en de navolgende leden, slechts toegestaan de praktijk in
dienstbetrekking uit te oefenen indien hij in dienst is bij een
werkgever die de hoedanigheid heeft van:
a. in Nederland geschreven advocaat of advocaat die in zijn land
van vestiging lid is van een door de Algemene Raad op de voet van art.
5 van de Samenwerkingsverordening 1993 erkende organisatie;
b. beoefenaar van een toegelaten vrij beroep;
c. samenwerkingsverband in de zin van de Samenwerkingsverordening
1993 waarvan de deelnemers allen zijn advocaat of de beoefenaar van
een toegelaten vrij beroep;
d. praktijkrechtspersoon;
e. verzekeraar die uitsluitend de branche rechtsbijstandverzekering
uitoefent en als zodanig voldoet aan de in de Wet Toezicht
Verzekeringsbedrijf 1993 gestelde voorwaarden of een juridisch
zelfstandig schaderegelingskantoor in de zin van genoemde wet, of een
daarmee vergelijkbare instelling, zolang is voldaan aan het in het
vierde lid bepaalde;
f. organisatie met een ideële doelstelling, zolang deze voldoet
aan het in artikel 6 bepaalde;
g. een stichting rechtsbijstand als bedoeld in artikel 18, eerste
lid van de Wet op de rechtsbijstand.
2. Het is de advocaat toegestaan de praktijk in dienstbetrekking
uit te oefenen bij een andere werkgever dan de in het eerste lid
bedoelde zolang hij binnen die dienstbetrekking uitsluitend optreedt
voor die werkgever en de werkzaamheden in hoofdzaak zijn gericht op de
uitoefening van de rechtspraktijk.
3. De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever
als bedoeld in het eerste lid, onder b, e, f en g alsmede het tweede lid
is de advocaat slechts toegestaan op voorwaarde dat de werkgever zich
conform de bepalingen van het als bijlage aan deze verordening gehechte
Professioneel statuut voor de Advocaat in Dienstbetrekking jegens de
advocaat heeft verbonden de onafhankelijke praktijkuitoefening te
eerbiedigen en de ongestoorde naleving van de beroeps- en gedragsregels
van de advocaat te bevorderen en zolang de werkgever en de advocaat hun
verplichtingen uit hoofde van dat statuut daadwerkelijk nakomen. Een
gelijke verplichting geldt voor de advocaat die de praktijk in
dienstbetrekking uitoefent bij een werkgever als bedoeld in het eerste
lid onder c en d indien de zeggenschap binnen het samenwerkingsverband
onderscheidenlijk de praktijkrechtspersoon niet in meerderheid door
advocaten wordt uitgeoefend.
4.
a. De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever als
bedoeld in het eerste lid onder e is bovendien slechts toegestaan
wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of de bij die
werkgever verzekerden, in het laatste geval echter uitsluitend zolang
het de verzekerde in ieder geval vrij staat een advocaat van zijn keuze
aan te wijzen zodra een advocaat wordt verzocht de belangen van de
verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te
verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, ongeacht of de
gekozen advocaat binnen of buiten de organisatie van de werkgever
werkzaam is.
b. De vrije advocaatkeuze als bedoeld in het vierde lid onder a,
wordt door de advocaat schriftelijk aan de cliënt bevestigd òf met de
als bijlage A aan deze verordening gehechte vergewisverklaring òf met
een bevestiging van gelijke strekking.
5. De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever
met een ideële doelstelling als bedoeld in het eerste lid onder f is
bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die
werkgever of diens leden als zodanig, in het laatste geval echter
uitsluitend zolang de door de advocaat verleende rechtsbijstand zich
beperkt tot b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard
aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die
werkgever kan wenden.
a. de behartiging van de belangen van de leden welke kunnen worden
geacht te vallen binnen het kader van die ideële doelstelling zonder
dat zij strijdig kunnen zijn met de belangen van andere leden en
b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard aannemelijk is
dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die werkgever kan
wenden.
6. De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever
als bedoeld in het eerste lid onder g is bovendien slechts toegestaan
wanneer zij geschiedt ter uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand en
zolang de advocaat zich beperkt tot de behandeling van zaken waarvan
naar hun aard aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor
rechtsbijstand tot een zodanige werkgever behoeft te wenden.
7. De advocaat behoudt bij alle binnen de dienstbetrekking
voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en doet die
hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar zijn.
8. De praktijkuitoefening van een advocaat in dienstbetrekking
bij een werkgever is slechts te verenigen met een door hem buiten die
dienstbetrekking uitgeoefende praktijk zolang de advocaat in afdoende
mate ervoor zorgdraagt dat geen belangenverstrengeling kan ontstaan, dat
verwarring omtrent de hoedanigheid waarin hij optreedt is uitgesloten en
dat de bepalingen van deze Verordening naar inhoud en strekking volledig
worden nageleefd.
Artikel 4
Het is de advocaat die de praktijk in dienst betrekking uitoefent
niet toegestaan in enige zaak voor een of meer cliënten op te treden,
wanneer hij daarbij uit hoofde van de dienst betrekking belangen in acht
zou moeten nemen die strijden met het belang van die cliënt of
cliënten of wanneer een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is.
Artikel 5
1. De advocaat die de praktijk in dienstbetrekking uitoefent,
het voornemen heeft kenbaar gemaakt zulks te doen of als werkgever
doet uitoefenen is verplicht desgevraagd de terzake door de Raad van
Toezicht gewenste inlichtingen te verstrekken.
2. De advocaat die voornemens is de praktijk in dienstbetrekking
uit te oefenen bij een werkgever als bedoeld in artikel 3 derde lid is,
telkens wanneer zich dit voordoet, verplicht voordat die
praktijkuitoefening een aanvang neemt aan de Raad van Toezicht afschrift
van het in dat lid bedoelde, door hem en zijn werkgever ondertekende
statuut te verstrekken.
3. Geschillen die terzake van de toepassing van het in het vorige
lid bedoelde statuut tussen de advocaat en diens werkgever mochten
ontstaan, kunnen door de advocaat of diens werkgever voor bemiddeling of
advies worden voorgelegd aan de Raad van Toezicht.
Artikel 6
Als organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in artikel
3, eerste lid onder f, wordt slechts aangemerkt de organisatie die
voldoet aan elk van de navolgende criteria:
a. haar activiteiten beperken zich tot het feitelijk en statutair
zonder winstoogmerk nastreven van een ideëel doel dat
maatschappelijk van wezenlijke betekenis is en dat naar zijn aard
parallel loopt met het gezamenlijk belang van haar leden of op
vergelijkbare wijze bij de organisatie aangeslotenen;
b. zij heeft de verlening van de rechtsbijstand ondergebracht in
een organisatorische eenheid welke in voldoende mate onafhankelijk
functioneert ten opzichte van de overige onderdelen van de
organisatie;
c. zij bezit in financieel-economisch opzicht een dusdanige
stabiliteit dat een behoorlijke praktijkuitoefening door de advocaat
in dienst bij die organisatie is gewaarborgd.
Artikel 7
Voor de advocaat die ten tijde van de inwerkingtreding van deze
Verordening de praktijk reeds in dienstbetrekking uitoefent blijven,
zolang die dienstbetrekking voortduurt, de bepalingen van de Verordening
op de advocaat in dienstbetrekking van kracht. Indien die
dienstbetrekking is aangegaan met één van de in artikel 3, derde lid
bedoelde werkgevers en de advocaat binnen 18 maanden na de
inwerkingtreding van deze Verordening het in dat lid bedoelde Statuut
aan de Raad van Toezicht heeft verstrekt, zijn vanaf het moment van die
verstrekking de bepalingen van deze Verordening op hem van toepassing.
Artikel 8
Deze Verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de
praktijkuitoefening in dienstbetrekking. Zij treedt in werking op een
door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip. Zij zal binnen twee
jaren na de inwerkingtreding door de Algemene Raad worden geëvalueerd.
II. Deze Verordening treedt in de plaats van de Verordening op de
advocaat in dienstbetrekking van 17 juni 1977.
Geachte heer/mevrouw,
Op grond van artikel 60, aanhef, onder a van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf 1993) en krachtens de polisvoorwaarden van de
door u met verzekeraar X afgesloten rechtsbijstandverzekering hebt u op
het moment dat er een gerechtelijke of administratieve procedure gevoerd
gaat worden, het recht om een advocaat van uw keuze aan te wijzen. Dat
moment heeft zich recent in uw zaak voorgedaan.
Ik ben advocaat in dienstbetrekking bij uw rechtsbijstandverzekeraar
X.
Of:
Ik ben advocaat in dienstbetrekking bij het zelfstandige
schaderegelingskantoor Y dat in opdracht van uw
rechtsbijstandverzekeraar X de feitelijke rechtsbijstand verleent.
Ik heb u op …………..(datum) telefonisch/ schriftelijk
(doorstrepen wat niet van toepassing is) gewezen op uw recht om een
advocaat van uw keuze aan te wijzen.
Daarvan gebruikmakende, hebt u mij verzocht in deze zaak als uw
advocaat op te treden c.q. mijn werkzaamheden in deze zaak voort te
zetten. Deze brief dient er dan ook toe uw advocaatkeuze te bevestigen.
Hoogachtend,
Mr. Z. Advocaat