|
Het College van
Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten;
Overwegende dat het van belang is dat de regels
die zijn gesteld betreffende:
- een behoorlijke inrichting van de administratie van de
praktijkvoering;
- de verzekering door advocaten van het risico van
beroepsaansprakelijkheid;
- de contractuele beperking van beroepsaansprakelijkheid door advocaten;
- de financiële integriteit van advocaten;
- het voorkomen van betrokkenheid van advocaten bij criminele
handelingen;
worden samengevoegd, en waar nodig aangepast, in een overzichtelijke
verordening;
Gelet op de artikelen 26, 28 en 32 van de
Advocatenwet;
Gezien het ontwerp met toelichting van de
Algemene Raad;
Gelet op het advies van de Adviescommissie
Regelgeving;
Stelt de navolgende verordening vast:
Hoofdstuk I. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) Advocaat: de in Nederland
ingeschreven advocaat, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h
van de Advocatenwet;
b) Deken: de deken van het
arrondissement waar de advocaat kantoor houdt;
c) Raad van Toezicht: de Raad van
Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement waar de
advocaat kantoor houdt;
d) Algemene Raad: de Algemene Raad
als bedoeld in artikel 18 van de Advocatenwet;
e) Secretaris: de secretaris van de
Algemene Raad als bedoeld in artikel 34 van de Advocatenwet;
f) Aanspraak: de vordering tot
vergoeding van schade die is ingesteld tegen de advocaat in het
kader van de uitoefening van zijn beroep;
g) Samenwerkingsverband: iedere
samenwerking waarin de deelnemers voor gezamenlijke rekening en
risico praktijk uitoefenen of te dien aanzien de zeggenschap dan wel
de eindverantwoordelijkheid met elkaar delen waarbij de deelnemers
zijn advocaten dan wel niet in Nederland ingeschreven advocaten mits
het land van herkomst lid is van een door de Algemene Raad erkende
organisatie van advocaten dan wel leden van een andere door de
Algemene Raad erkende groep van vrije beroepsbeoefenaars;
h) Derdengelden: de gelden die niet
zijn bestemd voor de advocaat in het kader van zijn optreden in die
hoedanigheid en die een relatie moeten hebben met betrekking tot de
dienst die door hem wordt verleend, maar voor zijn cliënt of enige
andere derde, voor zover deze gelden niet kunnen worden aangemerkt
als verschotten of griffierechten;
i) Stichting Derdengelden: de
stichting waarvan het doel blijkens de doelomschrijving uitsluitend
is het tijdelijk beheer van derdengelden ten behoeve van de
rechthebbende of degene die zal blijken de rechthebbende te zijn en
waarvan de statuten gelijkluidend zijn aan een van de als bijlage A
aan deze verordening gehechte statuten Stichting Derdengelden en met
welke stichting ten behoeve van de advocaat een overeenkomst is
gesloten die onverkort de bepalingen bevat van de als bijlage B aan
deze verordening gehechte Modelovereenkomst Kantoor-Stichting
Derdengelden. Het College van Afgevaardigden kan bij afzonderlijk
besluit bijlage A aanvullen;
j) Rechthebbende: degene voor wie de
ontvangen derdengelden zijn bestemd;
k) Accountant: een registeraccountant
of een accountant administratieconsulent als bedoeld in artikel 55
van de Wet op de registeraccountants respectievelijk artikel 36 van
de Wet op de Accountants-administratieconsulenten.
Hoofdstuk II. Administratie
Artikel 2
De advocaat is verplicht ten aanzien van
zijn praktijk de administratie op zodanige wijze te voeren en de daartoe
behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze
te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen kunnen
worden vastgesteld. Hij is voorts verplicht binnen een redelijke termijn
na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op
schrift te stellen.
Hoofdstuk III. Beroepsaansprakelijkheid
Artikel 3
1. De advocaat is verplicht ter zake
van het risico van zijn beroepsaansprakelijkheid verzekerd te zijn.
2. Uitsluitend indien een werkgever als
bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Verordening op de
praktijkuitoefening in dienstbetrekking schriftelijk en onherroepelijk
te kennen heeft gegeven de advocaat in dienstbetrekking niet
aansprakelijk te zullen houden voor schade, in de beroepsuitoefening
als advocaat toegebracht aan hem als werkgever, behoeft de advocaat
dat risico niet te verzekeren. In dat geval blijft voor de advocaat in
dienstbetrekking de verplichting bestaan een
aansprakelijkheidsverzekering te sluiten voor schade, als advocaat
toegebracht aan derden.
3. De advocaat die de praktijk
uitoefent in dienst van de Staat is niet verplicht een verzekering te
sluiten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, indien de Staat
door middel van een schriftelijke verklaring te kennen heeft gegeven
de advocaat niet aansprakelijk te zullen houden voor schade, in zijn
beroepsuitoefening aan de Staat toegebracht en de advocaat te
vrijwaren tegen aanspraken van derden ter zake van schade hun
toegebracht in zijn beroepsuitoefening als advocaat in dienst van de
Staat. De verklaring dient onverkort de bepalingen te bevatten van het
als bijlage F aan deze verordening gehechte model.
Artikel 4
De in artikel 3 bedoelde verzekering
dient te voldoen aan de volgende eisen:
a) Het verzekerd bedrag dient per
advocaat of indien de advocaat deel uitmaakt van een
samenwerkingsverband per samenwerkingsverband in overeenstemming te
zijn met het soort zaken en de belangen, die de advocaat of dat
samenwerkingsverband pleegt te behartigen. Onverminderd het
vorenstaande is de hoogte van het verzekerd bedrag ten minste €
500.000,– per aanspraak tot een totaal van ten minste twee maal
dit bedrag per verzekeringsjaar;
b) Het bedrag van het eigen risico is
voor één advocaat en voor een samenwerkingsverband van twee
advocaten ten hoogste € 12.500,– per aanspraak. Indien aan de in
artikel 3, eerste lid bedoelde verplichting wordt voldaan door het
sluiten van een verzekering ten name van een samenwerkingsverband
bestaande uit meer dan twee advocaten, mag het bedrag van het eigen
risico ten hoogste zoveel maal € 5.000,– per aanspraak zijn als
het aantal verzekerde advocaten met een maximum van € 100.000,–
per aanspraak;
c) De advocaat dient zich te
verzekeren voor alle werkzaamheden die gerekend kunnenworden tot de
beroepsuitoefening van de advocaat, daaronder begrepen het optreden
als curator in een faillissement, als bewindvoerder in een
(voorlopige)surséance van betaling en in andere hoedanigheid waarin
de advocaat door de rechter wordt benoemd dan wel als mediator,
bindend adviseur of arbiter;
d) De verzekering is ten minste van
kracht voor gebeurtenissen in de lidstaten van de Europese Unie en
landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte en Zwitserland;
e) De verzekering is aangegaan met
een verzekeraar van wie aannemelijk is dat deze voldoet aan
redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit;
f) De verzekering dekt mede de
burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de advocaat voor handelingen
en nalatigheden van personen die onder zijn verantwoordelijkheid
werkzaam zijn.
Artikel 5
1. De advocaat die aan zijn in artikel
3 omschreven verplichtingen heeft voldaan is het toegestaan zich,
buiten het bedrag van het eigen risico, van aansprakelijkheid vrij te
tekenen; vrijtekening is slechts geoorloofd voor zover de door hem
overeenkomstig deze verordening verplicht afgesloten
beroepsaansprakelijkheidsverzekering geen aanspraak op een uitkering
geeft.
2. Een afspraak tot beperking van de
beroepsaansprakelijkheid dient schriftelijk tussen de advocaat en de
cliënt te worden vastgelegd.
Hoofdstuk IV. Stichting Derdengelden
Artikel 6
1. De advocaat is verplicht een
Stichting Derdengelden ter beschikking te hebben. De Stichting
Derdengelden mag uitsluitend gebruikt worden voor derdengelden in de
zin van deze verordening.
2. De advocaat ziet erop toe dat
derdengelden niet naar hem worden overgemaakt, maar hetzij
rechtstreeks naar de rechthebbende, hetzij naar de hem ter beschikking
staande Stichting Derdengelden. De advocaat mag op zijn briefpapier
uitsluitend het bankrekeningnummer van die stichting vermelden. De
vermelding van het eigen bankrekeningnummer is slechts toegestaan bij
betalingsverzoeken betrekking hebbende op verschotten en geldbedragen
die de advocaat zelf toekomen.
3. De advocaat is verplicht zodra hij
desondanks derdengelden onder zich heeft gekregen deze onverwijld over
te maken hetzij naar de rechthebbende, hetzij naar de in het eerste
lid bedoelde Stichting Derdengelden, en een dergelijke handeling
steeds afzonderlijk te registreren zodanig dat daaruit telkens blijkt
– het ontvangen bedrag;
– de datum en wijze van
ontvangst;
– de datum van overmaking;
– de begunstigde;
– de naam van de behandelend
advocaat.
4. De advocaat ziet erop toe dat de
derdengelden die worden gehouden door de Stichting Derdengelden worden
overgemaakt naar de rechthebbende zodra de gelegenheid zich daartoe
voordoet.
5. Het is de advocaat niet toegestaan
derdengelden te doen strekken tot zekerheid van hemzelf, zijn praktijk
of enige derde of anderszins in strijd met hun bestemming te
gebruiken.
6. De advocaat mag slechts gelden die
zich bevinden onder een Stichting Derdengelden aanwenden voor betaling
van een eigen declaratie indien de rechthebbende daarmee
ondubbelzinnig instemt en de advocaat dit onverwijld schriftelijk
vastlegt met verwijzing naar een specifiek omschreven declaratie en
het verschuldigde bedrag.
7. Het in dit artikel bepaalde is voor
zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op geldswaardige
papieren en kostbaarheden.
8. Het bepaalde in leden twee tot en
met zeven geldt niet in het geval de advocaat optreedt in een
hoedanigheid die het gevolg is van een rechterlijke benoeming, indien
en voor zover daarbij voorzien is in een regeling voor het beheer van
derdengelden.
Hoofdstuk V. Gegevensverificatie
Artikel 7
1. De advocaat is verplicht zich bij
aanvaarding van de opdracht te vergewissen van de identiteit van de
cliënt en in voorkomend geval tevens van de identiteit van de
tussenpersoon die de opdracht heeft verstrekt, tenzij de aard of de
omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken.
2. De advocaat is verplicht bij de
aanvaarding van de opdracht na te gaan of niet in redelijkheid
aanwijzingen bestaan dat de opdracht strekt tot voorbereiding,
ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten.
Artikel 8
1. De advocaat mag afgaan op de
juistheid van de hem door de cliënt verstrekte gegevens zolang in
redelijkheid aanwijzingen van het tegendeel ontbreken.
2. Indien de advocaat gerede twijfel
heeft, dan wel indien er omstandigheden zijn die gerede twijfel
rechtvaardigen, over de juistheid van de door of namens de cliënt
verschafte gegevens, de identiteit van de cliënt of de tussenpersoon
of aan de wettigheid van het doel waartoe de opdracht strekt, stelt de
advocaat een onderzoek in naar de juistheid van de verschafte
gegevens, de achtergrond van de cliënt, de tussenpersoon
onderscheidenlijk het doel van de opdracht, tenzij de aard of
omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken.
Artikel 9
1. De advocaat onthoudt zich van de
verlening van diensten of legt een opdracht neer, indien hij in
redelijkheid niet in voldoende mate de gegevens heeft verkregen waarom
hij de cliënt of de tussenpersoon ter uitvoering van het bepaalde in
de artikelen 7 en 8 heeft verzocht, of indien in redelijkheid
aanwijzingen bestaan dat de opgedragen diensten strekken tot de
voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige
activiteiten.
2. De advocaat mag slechts gelden,
geldswaardige papieren, kostbaarheden of andere zaken aannemen of
bewaren, indien hij zich ervan heeft vergewist welke gelden,
geldswaardige papieren, kostbaarheden of andere zaken het betreft en
zich ervan heeft overtuigd dat dit in het kader van een door hem
behandelde zaak een redelijk doel dient.
Hoofdstuk VI. Betalingsverkeer
Artikel 10
1. De advocaat verricht of aanvaardt in
het kader van zijn praktijkuitoefening betalingen slechts giraal
behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel.
2. De advocaat mag betalingen in het
kader van zijn praktijkuitoefening alleen dan in contanten verrichten
of aanvaarden, indien er feiten of omstandigheden zijn die dat
rechtvaardigen en met inachtneming van het bepaalde in het derde lid.
3. Indien de advocaat contante
betalingen verricht of aanvaardt van € 15.000,– of meer pleegt de
advocaat overleg met de deken.
Hoofdstuk VII. Toezicht
Artikel 11
De advocaat is verplicht met betrekking
tot zijn praktijk een zodanige administratie te voeren dat daaruit te
allen tijde genoegzaam blijkt van de naleving van het bepaalde in de Wet
ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Artikel 11a
1. De advocaat is verplicht te
beschrijven hoe hij voldoet aan de verplichtingen die volgen uit de
artikelen 2-11 van deze verordening.
2. De Algemene Raad stelt– gehoord
het College van Afgevaardigden – over het bepaalde in het voorgaande
lid nadere regels.
Artikel 12
1. De advocaat is verplicht desgevraagd
aan de deken of de namens de deken optredende secretaris van de
Algemene Raad te verklaren dat is voldaan aan de hem in deze
verordening opgelegde verplichtingen. De deken of de secretaris
bepaalt de wijze waarop deze verklaring dient te geschieden.
2. De advocaat is verplicht desgevraagd
de deken of de namens de deken optredende secretaris van de Algemene
Raad de gewenste inlichtingen te verschaffen over de door hem gevoerde
administratie, de hem ter beschikking staande of door hem bestuurde
Stichting Derdengelden en de financiële situatie van zijn praktijk,
met inbegrip van de liquiditeit en de solvabiliteit daarvan. Wanneer
de deken van oordeel is dat ten aanzien van die onderwerpen een nader
onderzoek noodzakelijk is, gaat hij of de namens de deken optredende
secretaris van de Algemene Raad, daartoe over. Daarvoor kan hij een
accountant en/of een andere advocaat aanwijzen. Hij bedingt daarbij
diens geheimhouding. De advocaat is verplicht aan een dergelijk
onderzoek zijn medewerking te verlenen.
3. Indien bij het in het voorgaande lid
genoemde onderzoek van tekortkomingen van betekenis niet blijkt, komen
de kosten daarvan voor rekening van de Algemene Raad. In het andere
geval worden die kosten geheel of ten dele ten laste van de advocaat
gebracht. Van een ingevolge het voorgaande lid opgemaakt verslag
ontvangt de advocaat een afschrift.
4. De deken kan zich bij de uitoefening
van zijn bevoegdheid uit hoofde van het eerste lid van dit artikel
doen vervangen door een lid van de Raad van Toezicht.
5. Ten aanzien van de deken oefent de
Raad van Toezicht of een door deze aangewezen lid de bevoegdheid uit
welke aan de deken in eerste lid van dit artikel ten aanzien van de
andere advocaten is toegekend.
Hoofdstuk VIII. Citeertitel en
inwerkingtreding
Artikel 13
Deze verordening wordt aangehaald als de
Verordening op de administratie en de financiële integriteit en treedt
in werking op een door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip.
Deze verordening treedt in de plaats van de Verordening op de
Beroepsaansprakelijkheid 1991, de Boekhoudverordening 1998, de
Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Wid en Wet MOT) en de
Richtlijnen ter voorkoming van betrokkenheid van de advocaat bij
criminele handelingen.
Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten.
Bijlage A
[Niet opgenomen]
Bijlage B
[Niet opgenomen]
Bijlage C
[Niet opgenomen]
Bijlage D
[Niet opgenomen]
Bijlage E
[Niet opgenomen]
Bijlage F
[Niet opgenomen]
|