| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene wet
politieke ambtsdragers (Appa)
AANPASSINGSREGELING
APPA-PENSIOENEN 2007
Tekst zoals deze geldt op
18 juli 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
Gelet op de artikelen 105, derde lid, en 107, derde lid, van de Algemene
pensioenwet politieke ambtsdragers;
Besluit:
Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
b. pensioen: een pensioen als bedoeld in de artikelen 105, eerste
lid, en 157, eerste lid, van de wet;
c. berekeningsgrondslag: het bedrag waarnaar een pensioen wordt
berekend;
d. aangepaste berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag zoals
die laatstelijk is aangepast ingevolge de Aanpassingsregeling
Appa-pensioenen 2006;
e. aanpassingsdatum: 1 januari 2007.
2. Indien een pensioen wordt afgeleid van een ander pensioen,
wordt onder berekeningsgrondslag verstaan het bedrag waarnaar dat andere
pensioen wordt berekend.
Artikel 2
1. De aangepaste berekeningsgrondslagen
van de pensioenen die zijn ingegaan voor of op de aanpassingsdatum
worden met ingang van die datum nader aangepast door vermenigvuldiging
met 1,0282.
2. Een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang
van de aanpassingsdatum aangepast in evenredigheid aan de wijziging van
de aangepaste berekeningsgrondslag.
Artikel 3
1. De aangepaste berekeningsgrondslagen
van de pensioenen die ingaan na de aanpassingsdatum worden, indien die
berekeningsgrondslagen betrekking hebben op tijd voor die datum, nader
aangepast door vermenigvuldiging met 1,0282.
2. Een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang
van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de nader aangepaste
berekeningsgrondslag, met inachtneming van de bedragen vermeld in
artikel 5.
Artikel 4
1. Degene die op 31 december 2006 recht
had op pensioen ontvangt bij wijze van nabetaling een bedrag van 2,16
procent van het in het derde lid bedoelde pensioenbedrag.
2. Degene die op 31 december 2006 recht had op pensioen ontvangt
een eenmalige uitkering van 0,31 procent van het in het derde lid
bedoelde pensioenbedrag.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid geldt als
pensioenbedrag het na inbouw en franchise vastgestelde pensioenbedrag op
jaarbasis op 31 december 2006.
4. In afwijking van het eerste lid ontvangt degene wiens pensioen
is ingegaan na 26 maart 2006 een nabetaling die ten opzichte van de
periode 26 maart 2006 tot de aanpassingsdatum naar evenredigheid is
verminderd.
Artikel 5
1. Met ingang van de aanpassingsdatum
luiden:
a. het in de artikelen 14, tweede lid, 59, tweede lid en 139,
tweede lid, genoemde bedrag: € 4.261,76;
b. het in de artikelen 27a, vierde lid, 27b, derde lid, 73, vierde
lid, 73a, derde lid, 150a, vierde lid, en 150b, derde lid genoemde
bedrag: € 37.219,60;
c. de bedragen van de artikelen 93 en 94 van de wet, zoals die
artikelen luidden op 31 december 1985:
– artikel 93, eerste, tweede en derde lid: € 94.293,35;
– artikel 94, onder a: € 94.293,35; € 67.353,19;
– artikel 94, onder b: € 94.293,35; € 13.470,84;
€ 26.939,12;
d. het in artikel 156, tweede lid, van de wet genoemde bedrag: € 16.519,54;
2. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 38
van de wet bedraagt vanaf de aanpassingsdatum ten hoogste € 27.687,51.
3. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 83
van de wet bedraagt vanaf de aanpassingsdatum € 1.241,50 per
lidmaatschapsjaar en ten hoogste € 22.577,86.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 2007.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanpassingsregeling
Appa-pensioenen 2007.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes.
|
|
|