| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
INSCHRIJVINGSBESLUIT
BIJZONDERE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING 1992
Tekst zoals deze geldt op
5 maart 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 19 december 1991, houdende vaststelling
van regelen met betrekking tot de inschrijving van verzekerden ingevolge
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, alsmede met betrekking tot de
duur van overeenkomsten omtrent de wijze waarop verzekerden hun
aanspraken ingevolge die wet tot gelding brengen
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur van 10 september 1991, DGVGZ/VMP/VVU-419 257;
Gelet op de artikelen 6, zevende lid, en 9,
derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb.
1990, 176);
De Raad van State gehoord (advies van 29
november 1991, nr. W13.91 0495);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 18 december
1991, DGVGZ/VMP/VVU-91686;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De aanmelding, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten, geschiedt door inlevering van een volledig
ingevuld en door of namens de verzekerde ondertekend formulier.
Artikel 2
1. Het College zorgverzekeringen stelt het model vast van het
aanmeldingsformulier.
2. Het College zorgverzekeringen kan voor door hem aan te wijzen
groepen van verzekerden afzonderlijke modellen vaststellen.
3. Het College zorgverzekeringen kan modellen vaststellen van het
inschrijvingsbewijs als bedoeld in artikel 5.
Artikel 2a
Het College zorgverzekeringen kan regels stellen inzake de technische
specificaties waaraan een inschrijvingsbewijs als bedoeld in artikel 5
moet voldoen als gebruik wordt gemaakt van een magneetstripkaart of een
chipkaart.
Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 4
De zorgverzekeraar beoordeelt of degene die ingeschreven is,
verzekerd is.
Artikel 5
De zorgverzekeraar verstrekt de verzekerde terstond na diens
inschrijving een bewijs daarvan, dat hij, desverlangd, bij het tot
gelding brengen van zijn aanspraak op zorg, overlegt.
Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 7
Indien het College zorgverzekeringen met toepassing van artikel 35,
derde lid, van de Zorgverzekeringswet aan zorgverzekeraars de in dat lid
bedoelde mededeling heeft gedaan, geldt slechts de oudste inschrijving
bij een zorgverzekeraar als inschrijving ingevolge artikel 9, eerste
lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Artikel 8
1. De inschrijving, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, geldt zolang de zorgverzekering
van de verzekerde, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de
Zorgverzekeringswet voortduurt.
2. De inschrijving, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, geldt één kalenderjaar. Indien
een inschrijving anders dan per 1 januari
tot stand is gekomen, geldt de inschrijving tot en met 31 december
van het volgende kalenderjaar.
3. De inschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt na verloop
van de in dat lid bedoelde termijn, alsmede telkens na verloop van de
overeenkomstig dit lid verlengde termijn, verlengd met één
kalenderjaar, tenzij de verzekerde vóór de dag waarop die termijn is
verstreken, schriftelijk heeft meegedeeld na afloop van die termijn de
inschrijving niet te willen verlengen.
4. De zorgverzekeraar kan schriftelijk een termijn vaststellen
die de verzekerde in acht moet nemen bij het doen van een mededeling als
bedoeld in het derde lid. Deze termijn bedraagt ten hoogste twee
maanden.
5. In afwijking van het tweede en derde lid beëindigt een
zorgverzekeraar de inschrijving van een verzekerde met ingang van de dag
waarop artikel 9, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten ten aanzien van de verzekerde toepassing heeft gevonden of
bij of krachtens de wet inschrijving bij die zorgverzekeraar niet of
niet langer is toegestaan.
Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 10 [Vervallen per 06-09-1996]
Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 13
Het College zorgverzekeringen kan met betrekking tot hetgeen in dit
besluit is bepaald nadere regelen stellen.
Artikel 14
1. Artikel 52, eerste, tweede en derde lid, van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten zijn van overeenkomstige toepassing op:
a. de instellingen die zorg verlenen als bedoeld in het Besluit
zorgaanspraken AWBZ;
b. het centraal administratiekantoor, bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, en de verbindingskantoren, bedoeld in artikel 1,
onderdeel c, van het Administratiebesluit Bijzondere
Ziektekostenverzekering.
2. De in het eerste lid aangewezen instellingen gebruiken het
sociaal-fiscaalnummer slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de
uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Artikel 15
Het Inschrijvingsbesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering (Stb.
1968, 12) wordt ingetrokken.
Artikel 16
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I,
onderdelen A, in zijn geheel, en F, van de Wet stelselwijziging
ziektekostenverzekering tweede fase (Stb. 1991, 587) in werking
treedt.
Artikel 17
Dit besluit kan worden aangehaald als: Inschrijvingsbesluit
bijzondere ziektekostenverzekering 1992.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 19 december 1991
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de eenendertigste december 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|