| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene wet gelijke
behandeling (Awgb)
AANWIJZINGSREGELING
TOEZICHTHOUDENDE AMBTENAREN EN AMBTENAREN
MET SPECIFIEKE UITVOERINGSTAKEN OP GROND
VAN SZW-WETGEVING
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van
Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 18, eerste lid, van de Algemene wet gelijke
behandeling, 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, 8:1 van de
Arbeidstijdenwet, 13, derde lid, en 13c, tweede lid, van de
Bestrijdingsmiddelenwet 1962, 23 van de Leerplichtwet 1969, 3, 4, eerste
en tweede lid, 7, 8, 10, derde lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 13a
en 18 van de Stoomwet, 25, eerste lid, onderdeel a, van de Warenwet, 13
van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, 14 van de Wet
arbeid vreemdelingen, 21, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling van
mannen en vrouwen, 148, eerste lid, van de Wet geluidhinder, 64, eerste
lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, 18a van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag, 8, eerste lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid,
en 16, eerste en tweede lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen,
15, eerste lid, 16 van de Wet op de loonvorming, 49, eerste lid, van
de Wet op de ondernemingsraden, 9, tweede lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, 10 van de Wet op het algemeen
verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve
arbeidsovereenkomsten, 9 en 10, eerste lid, van de Wet stimulering
arbeidsdeelname minderheden en 39a, vierde lid, van de Ziektewet,
Besluiten:
§ 1. Arbeidsinspectie
Aanwijzing toezichthouders
Artikel 1.1
De ambtenaren van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als ambtenaren, belast met
het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet;
b. de Arbeidstijdenwet;
c. de Warenwet;
d. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
e. de Wet arbeid vreemdelingen;
f. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
g. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
h. de Wet op de loonvorming.
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 1.2
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, worden aangewezen als
de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Algemene wet gelijke behandeling: artikel 18, eerste lid;
b. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen: artikel 21,
eerste lid, tweede volzin;
c. de Wet op de loonvorming: artikel 15, eerste lid;
d. de Wet op de ondernemingsraden: artikel 49, eerste lid;
e. de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren
van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten: artikel 10,
tweede zin;
f. de Ziektewet: artikel 39a, vierde lid;
g. het Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen 1997:
artikel 12.
2. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, worden aangewezen als
de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen
onder hem ressorterende ambtenaar, bedoeld in artikel 23 van de
Leerplichtwet 1969.
3. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, worden aangewezen als
de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 6, eerste lid,
onderdeel b, en 7, eerste lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 1.5b, derde lid,
2.5g, eerste lid, 2.27, eerste lid, 2.42c, eerste en tweede lid, 3.5h,
vijfde lid, 3.37b, eerste lid, 4.8, vierde lid, 4.9, derde lid, 4.10,
derde lid, 4.10c, vijfde lid, 4.47c, eerste lid, 4.50, zesde lid,
4.54a, zesde lid, 4.54d, negende lid, 4.94, eerste lid, 4.95, 4.96,
6.10, achtste lid, 6.10a, tweede lid, onderdeel c, 6.16, achtste lid,
6.17, eerste lid, 6.19, tweede lid, 6.20b, vierde lid, 7.4a, zesde
lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.29, tiende lid, 7.32,
tweede lid, 9.5b, eerste lid, 9.15, onderdelen a en b, en 9.34, tweede
lid;
c. de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.11, 3.12,
eerste lid, en 3.13, derde lid, en 4.13.
d. het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer: de
artikelen 6.4, onderdeel c, en 5.15, derde lid, onderdeel a;
e. het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998: de artikelen 9,
derde en vierde lid, en 17, eerste lid.
4. De algemeen directeur van de Arbeidsinspectie wordt aangewezen
als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27,
eerste lid, 28, eerste lid, 28a, 29, vierde lid, en 30, tweede lid;
b. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 3:3, eerste lid, 4:1, vijfde
lid, en 8:2, eerste en tweede lid;
c. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 9.5b, tweede lid;
d. het Besluit risico's zware ongevallen 1999: de artikelen 6,
tweede lid, onderdeel c, 7, eerste lid, onderdeel a, 10, vierde lid,
onderdeel a, 15, derde lid, onderdeel a, 16, eerste lid, 18, tweede
lid, 24, eerste lid, 28, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, en 29;
e. het Vuurwerkbesluit: artikel 3.3.4.
[Vervallen per 01-10-2004]
Artikel 1.3 [Vervallen per 01-10-2004]
§ 2 [Vervallen per 01-09-2003]
[Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 2.1 [Vervallen per 01-09-2003]
§ 3. De Inspectie Verkeer en Waterstaat
Aanwijzing toezichthouders
Artikel 3.1
De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, aangewezen in
artikel 1 van het Besluit aanwijzing toezichthouders luchtvaart, zijn
mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid
verricht aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht en aan boord
van een stilstaand luchtvaartuig, voor zover het betreft de arbeid van
boordpersoneel in verband met de vlucht.
Artikel 3.2
1. De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat belast
met toezicht zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het
bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking
tot arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor
het vervoer van goederen of personen en voor welk vervoer op grond van
de Wet goederenvervoer over de weg onderscheidenlijk de Wet
personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn mede belast met
het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet voorzover het betreft arbeid
verricht in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking
heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid;
b. de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid:
1°. in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking
heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid, of
2°. verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor
het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet
personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
Artikel 3.3
De ambtenaren van de Inspectie verkeer en Waterstaat, bedoeld in
artikel 10, vierde lid van de Schepenwet, zijn mede belast met het
toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de
Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in,
respectievelijk op een zeeschip, met uitzondering van aanbouw,
verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of
reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden
aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij
deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de
bemanning van een zeeschip.
Artikel 3.3a [Vervallen per 01-03-2008]
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 3.4
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, worden voor de in dat
artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27,
eerste lid, 28, eerste lid, 28a en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 7.4a, zesde lid,
en 7.20, negende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2. De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
wordt voor de in artikel 3.1 bedoelde arbeid aangewezen als de
ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.5
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.2, worden voor de in dat
artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 27, eerste lid, 28,
eerste lid, 28a en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 7.4a, zesde lid,
en 7.20, zevende lid.
2. De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
wordt voor de in artikel 3.2, eerste lid, bedoelde arbeid aangewezen als
de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.6
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3, worden voor de in dat
artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27,
eerste lid, 28, eerste lid, 28a en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 3.5h, vijfde lid,
7.4a, zesde lid, 7.20, negende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende
lid.
2. De directeur-hoofdinspecteur van de Inspectie Verkeer en
waterstaat, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, wordt voor de in
artikel 3.3 bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.6a [Vervallen per 01-03-2008]
Artikel 3.7
De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat belast met
toezicht worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op
de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de
Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2
(wegvervoer), hoofdstuk 4 (luchtvaart), hoofdstuk 5 (binnenvaart),
hoofdstuk 6 (zeevaart) en hoofdstuk 6A (zeevisserij) van het
Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
§ 4. Politie
Aanwijzing toezichthouders
Artikel 4.1
1. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3 van de
Politiewet 1993, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van
het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen.
2. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onder a, van de Politiewet 1993, die werkzaam zijn bij de Dienst
Waterpolitie van het Korps landelijke politiediensten of bij de
Zeehavenpolitie van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, zijn mede belast
met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de
Arbeidsomstandighedenwet.
3. De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 3, eerste
lid, van de Politiewet 1993 zijn mede belast met het toezicht op de
naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet voor
zover het betreft arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg
bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van
de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 4.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, worden aangewezen
als ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid en 29,
vierde lid
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 7.4a, zesde
lid, en 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
Artikel 4.3
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet
1993, worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de
naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet,
met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2 (wegvervoer),
hoofdstuk 4 (luchtvaart) en hoofdstuk 5 (binnenvaart) van het
Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
§ 5. Algemene Inspectie Dienst
Aanwijzing toezichthouders
Artikel 5.1
De ambtenaren van de Algemene Inspectie Dienst van het Ministerie van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, belast met toezicht, zijn mede
belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
de Arbeidstijdenwet met betrekking tot het wegvervoer, voor zover het
betreft het vervoer van vee.
§ 6 [Vervallen per 09-07-2006]
[Vervallen per 09-07-2006]
Artikel 6.1 [Vervallen per 09-07-2006]
[Vervallen per 09-07-2006]
Artikel 6.2 [Vervallen per 09-07-2006]
§ 7. Staatstoezicht op de Mijnen
Aanwijzing toezichthouders
Artikel 7.1
1. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen
zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Warenwet en de
daarop berustende bepalingen bij of in verband met:
a. verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of
aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de
Mijnbouwwet;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een
vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken nodig is, die zich in de territoriale zee of op
het continentaal plat bevinden.
2. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen
worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving,
bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, wordt
opgedragen met betrekking tot:
a. arbeid op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of
op een mijnbouwlocatie alsmede met betrekking tot arbeid die direct
verband houdt met mijnbouwkundige activiteiten die niet plaatsvinden
op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een
mijnbouwlocatie;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een
vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken nodig is, die zich in de territoriale zee of de
exclusieve economische zone bevinden.
3. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen
zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de
Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen met
betrekking tot:
a. arbeid verricht bij of in verband met verkenningsonderzoek, het
opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan
van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een
vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken nodig is, die zich in de territoriale zee of de
exclusieve economische zone bevinden.
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 7.2
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 7.1 tweede lid, worden met
betrekking tot de in dat lid bedoelde arbeid, aangewezen als de
ambtenaar, bedoeld in de artikelen 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en
tweede lid, van de Arbeidstijdenwet.
2. De ambtenaren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, worden met
betrekking tot de in dat lid bedoelde arbeid aangewezen als de
ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27,
eerste lid, 28, eerste lid, 28a en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de , artikelen 2.42c, eerste
en tweede lid, 3.37b, eerste lid, 3.5h, vijfde lid, 4.8, vierde lid,
6.16, achtste lid, 6.17, eerste lid, 6.19, tweede lid, 6.20b, vierde
lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.29,
tiende lid, en 9.5b, eerste lid.
c. de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.11, 3.12,
eerste lid en 3.13, derde lid.
3. De Inspecteur-Generaal der Mijnen wordt voor de in artikel
7.1, derde lid, bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 4.47c, eerste
lid, en 9.5b, tweede lid.
§ 7a. Ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd
inzake douane
[Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 7a.1 [Vervallen per 01-09-2003]
§ 8. Voedsel en Waren Autoriteit
Aanwijzing toezichthouders
Artikel 8.1
De ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit, bedoeld in artikel
1 van de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren Voedsel en
Waren Autoriteit belast met het toezicht op de naleving van de bij of
krachtens de Drank- en Horecawet, Warenwet of Vleeskeuringswet gestelde
voorschriften, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het
bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet, met
betrekking tot arbeid verricht in een hotel, pension,
conferentieoord, restaurant, cafetaria, lunchroom, ijssalon, café,
bar-dancing, discotheek, nachtclub, seizoen-horecabedrijf, tearoom,
koffiehuis, sociëteit, buffet in een bioscoop, theater of trein,
buffet in een buurt- of clubhuis dan wel een daaraan verwante
inrichting, waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, al dan
niet alcoholische dranken worden geschonken of spijzen voor directe
consumptie worden bereid of verstrekt;
b. de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid
verricht in verband met het in bedrijf nemen en houden van een
waterinstallatie die water in äerosolvorm in de lucht kan brengen,
niet zijnde een collectieve watervoorziening, bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onder g, of collectief leidingnet, bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onder h, van de Waterleidingwet.
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 8.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 8.1, worden met betrekking tot de
in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 27, eerste lid, 28,
eerste en tweede lid, 28a, 29, vierde lid, en 36, eerste lid;
b. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 4:1, vijfde lid, 8:2 en
10.3, eerste lid.
§ 9. Slotbepalingen
Inwerkingtreding
Artikel 9.1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Citeertitel
Artikel 9.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling
toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke
uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 28 september 2000.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.
|
|
|