| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene wet gelijke
behandeling (Awgb)
BESLUIT
GELIJKE BEHANDELING
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 18 augustus 1994, houdende nadere omschrijving van
gevallen waarin het geslacht bepalend is, van gevallen waarin het de
bescherming van de vrouw betreft, van gevallen waarin uiterlijke
kenmerken die samenhangen met het ras van een persoon bepalend zijn en
van gevallen waarin de nationaliteit bepalend is
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 29
april 1994, nr. CW94/409, stafafdeling Constitutionele Zaken en
Wetgeving, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie, de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van
Onderwijs en Wetenschappen en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid
en Cultuur;
Gelet op artikel 2, zesde lid, van de Algemene wet gelijke
behandeling;
Gezien het advies van de Emancipatieraad (advies van 14 oktober 1993,
nr. IV/06/93) en het advies van de Commissie gelijke behandeling van
mannen en vrouwen bij de arbeid (advies van 5 oktober 1993, nr. 93/CMS/1621);
De Raad van State gehoord (advies van 12 juli 1994,
nr. W04.94.0238);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van
9 augustus 1994, nr. CW94/851, stafafdeling Constitutionele Zaken en
Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie, de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van
Onderwijs en Wetenschappen en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid
en Cultuur;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Als gevallen waarin het geslacht bepalend is, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet gelijke behandeling,
alsmede waarin het de bescherming van de vrouw betreft, bedoeld in
artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van die wet, worden aangemerkt die
gevallen die behoren tot één of meer van de volgende categorieën:
a. de toegang tot de beroepsactiviteiten en de hiervoor
noodzakelijke opleidingen, bedoeld in artikel 1 van het Besluit
beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn;
b. de bescherming van de gezondheid alsmede de geneeskundige
behandeling of verzorging, waaronder begrepen geneeskundig
onderzoek, in verband met zwangerschap, moederschap, de
voortplantingsfunctie van de mens of anderszins de lichamelijke
verschillen tussen mannen en vrouwen betreffende, voor zover voor
een doelmatige bescherming dan wel behandeling of verzorging
onderscheid op grond van geslacht nodig is;
c. de bescherming van de zedelijkheid van personen jonger dan
zestien jaar;
d. het gebruik van sanitaire voorzieningen, baden, sauna's of
slaap- of kleedruimten die zijn bestemd voor gebruik door twee of
meer personen, voor zover voor mannen en vrouwen gelijkwaardige
voorzieningen aanwezig zijn;
e. de bescherming tegen of bestrijding van seksueel geweld of
seksuele intimidatie of de hulpverlening aan slachtoffers van
seksueel geweld of seksuele intimidatie, voor zover voor een
doelmatige bescherming, bestrijding of hulpverlening onderscheid op
grond van geslacht nodig is;
f. de deelname aan schoonheidswedstrijden voor zover het geslacht
van belang is in verband met het doel van de wedstrijd;
g. de deelname aan activiteiten op het terrein van spel of sport,
voor zover een relevant verschil bestaat tussen de gemiddelde
prestaties van mannen en vrouwen, dan wel voor zover het de
toelating tot voor mannen en vrouwen gescheiden activiteiten in
internationaal verband betreft en in internationaal verband
afspraken zijn gemaakt of regels gelden die meebrengen dat eisen
worden gesteld aan het geslacht van de deelnemers;
h. de verzekering van een risico dat afhankelijk is van het leven
van een persoon tegen een van het geslacht van die persoon
afhankelijke premie, voor zover het verschil in levensverwachting
tussen mannen en vrouwen het verschil in premie redelijkerwijs
meebrengt;
i. het verlenen van diensten die uitsluitend kunnen worden
verleend aan mannen dan wel vrouwen.
Artikel 2
Als gevallen waarin uiterlijke kenmerken die samenhangen met het ras
van een persoon bepalend zijn, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de
Algemene wet gelijke behandeling worden aangemerkt, die gevallen die
behoren tot één of meer van de volgende categorieën:
a. de uitoefening van het beroep of de activiteit van acteur,
danser of kunstenaar, voor zover het beroep of de activiteit
betrekking heeft op het vertolken van een bepaalde rol;
b. de uitoefening van het beroep of de activiteit van mannequin
die bepaalde kledingstukken moet tonen door deze te dragen, van
model voor beeldend kunstenaars, fotografen, cineasten, kappers,
grimeurs en schoonheidsspecialisten, voor zover in redelijkheid
eisen kunnen worden gesteld aan uiterlijke kenmerken.
Artikel 3
Als gevallen waarin de nationaliteit bepalend is, bedoeld in artikel
2, vijfde lid, onderdeel b, van de Algemene wet gelijke behandeling,
worden aangemerkt de gevallen waarin het op grond van een regeling of
praktijk van een organisatie op het gebied van sport of spel aan
Nederlanders is voorbehouden om deel te nemen aan wedstrijden ter
vertegenwoordiging van het land.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de
Algemene wet gelijke behandeling in werking treedt.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gelijke behandeling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 18 augustus 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
De Minister van Justitie,
A. Kosto
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
J.M.M. Ritzen
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de dertigste augustus 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|