| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen (Awir)
UITVOERINGSBESLUIT
ALGEMENE WET INKOMENSAFHANKELIJKE REGELINGEN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 29 augustus 2005 tot vaststelling van het
Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 15
augustus 2005, nr. WDB 2005/489M;
Gelet op artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke
regelingen;
De Raad van State gehoord (advies van 24 augustus 2005, nr.
W06.05.0382IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van
26 augustus 2005, nr. WDB 2005/489M, Directoraat-Generaal voor Fiscale
Zaken, Directie Wetgeving Directe Belastingen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Reikwijdte en definitie
1. Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 38, 38a en 46 van
de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
2. Dit besluit verstaat onder:
a. wet: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
b. Hulp- en informatiepunt: een rechtspersoon die
belanghebbenden hulp biedt bij het aanvragen van een
tegemoetkoming en belanghebbenden informeert over een
tegemoetkoming en waarmee de Belastingdienst/Toeslagen een
overeenkomst als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet
bescherming persoonsgegevens heeft gesloten;
c. Verordening (EG) nr. 883/2004: verordening (EG) nr. 883/2004
van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU
2004, L 166);
d. Verordening (EG) nr. 987/2009: verordening (EG) nr. 987/2009
van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot
vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr.
883/2004 betreffende de coördinatie van de
socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284).
Artikel 1a. Informatieverstrekking aan de Belastingdienst/Toeslagen
Aan de Belastingdienst/Toeslagen worden desgevraagd door de hierna
aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen en instellingen de
volgende gegevens verstrekt die van belang kunnen zijn voor de
uitvoering van de wet:
a. voor zover het de toekenning van huurtoeslagen betreft: door
de verhuurder, gegevens inzake het huurcontract, waaronder in elk
geval begrepen de huurprijs van de woning;
b. voor zover het de toekenning van kinderopvangtoeslagen
betreft:
1°. door het kindercentrum of het gastouderbureau: de
gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in artikel
11, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
2°. door de gastouder: gegevens inzake het
kinderopvangcontract, waaronder in elk geval begrepen de
uurprijs voor de kinderopvang en het aantal kinderen en uren
waarvoor kinderopvang wordt genoten;
c. voor zover het de toekenning van zorgtoeslagen betreft: door
de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de
Zorgverzekeringswet, gegevens inzake de zorgverzekering.
Artikel 1b
1. De verstrekking van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel
38, eerste lid, van de wet aan de Belastingdienst/Toeslagen vindt
plaats onder vermelding van het Burger Service Nummer van degene op
wie de gegevens betrekking hebben en geschiedt op de door de
Belastingdienst/Toeslagen voorgeschreven wijze.
2. Degene op wie de gegevens betrekking hebben, dienen hiertoe hun
Burger Service Nummer bekend te maken aan de instelling die de
gegevensverstrekking aan de Belastingdienst/Toeslagen verzorgt.
Artikel 2. Gegevensverstrekking aan Hulp-en informatiepunten
1.Als voorzieningen die de dienstverlening voortvloeiende uit de
uitvoering van de wet verbeteren, worden aangemerkt: Hulp- en
informatiepunten.
2.De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Hulp-en
informatiepunten de gegevens die noodzakelijk zijn voor de
informatieverstrekking overeenkomstig het derde lid aan
belanghebbenden.
3.Hulp- en informatiepunten zijn verplicht tot geheimhouding van de
gegevens waarvan zij ingevolge het tweede lid kennis nemen en mogen
uitsluitend op verzoek van de belanghebbende de in zijn
aanvraagformulier voor een tegemoetkoming gevraagde dan wel reeds
vermelde gegevens raadplegen of aan hem verstrekken.
Artikel 2a. Samenloop met buitenlandse tegemoetkomingen
1. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld
met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de
Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee
overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een
andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, een Staat
die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte, of Zwitserland.
2. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld
met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de
Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee
overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een
volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in de artikelen 3, eerste
lid, onderdeel d, of 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en
beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
3. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, worden regels gesteld
met betrekking tot de berekeningswijze en de wijze van verrekening van
tegemoetkomingen op grond van een inkomensafhankelijke regeling in
situaties waarin een of meer Nederlandse gezinsbijslagen als bedoeld
in artikel 1, onder z) van verordening (EG) nr. 883/2004 met
toepassing van artikel 68 van die verordening en verordening (EG) nr.
987/2009 worden uitbetaald in de vorm van een aanvulling op een of
meer gezinsbijslagen van een andere lidstaat.
4. Bij regeling van Onze Minister worden, zo nodig met
terugwerkende kracht, voor situaties waarin de
Belastingdienst/Toeslagen op grond van artikel 6, vierde lid, van
Verordening (EG) nr. 987/2009 geacht wordt retroactief bevoegd te zijn
geweest regels gesteld met betrekking tot de aanvraag tot toekenning
van een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling,
de beslissingstermijnen die gelden voor de toekenning of herziening
van deze tegemoetkoming alsmede met betrekking tot het
aanvangstijdstip van het tijdvak waarover rente wordt berekend als
bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2005. Indien
het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 augustus 2005, treedt het in werking met ingang van de
dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2005.
Artikel 4. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 augustus 2005
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn
Uitgegeven de eenendertigste augustus 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|