| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Douanewet
DOUANEREGELING
Tekst zoals deze geldt op
6 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
REGELING verband houdende met de herziening van de douanewetgeving,
10 mei 1996/WD96/402
De Staatssecretaris van Financiλn;
Handelende in overeenstemming met de
Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij, en de Minister van Economische
Zaken;
Gelet op de artikelen 10 tot en met
23 van de bijlage bij het Protocol van 15 juni 1970 tot
vaststelling van een Benelux-tarief van invoerrechten, het
Protocol betreffende goederen van oorsprong en van herkomst
uit bepaalde landen onderworpen aan een bijzondere regeling
bij invoer in een van de Lid-Staten, behorende bij het Verdrag
tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Trb.
1957, 91), titel II C van de Inleidende bepalingen van de
gecombineerde nomenclatuur die als bijlage I is gevoegd bij de
Verordening (EEG) nr. 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad van
de Europese Gemeenschappen (PbEG L 256), de artikelen 3, 4, 6,
9, 14, 18, 25, 35, 53 en 58 van de Douanewet, de artikelen 4,
5, 7, 8, 10, 12, 14, 16, 17, 18, 22, 24, 25, 32, 34, 35, 44,
48, 49 en 50 van het Douanebesluit, de artikelen 22a,
22b, 22c, 88b en 88c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
artikel 3 van de Invorderingswet 1990, artikel 21 van de Wet
op de omzetbelasting 1968, artikel 69 van de Wet op de accijns
en artikel 31 van de Wet op de verbruiksbelastingen van
alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten;
Besluit:
Hoofdstuk
1. Inleidende bepalingen
Artikel
1
| 1. |
De
vordering ten behoeve van de visitatie van een
schip:
-
tot
het doen vaart verminderen of bijdraaien, indien
het schip zich bevindt in zee, in een zeegat of
op een meer,
-
tot
het doen stilhouden of aanleggen, indien het
schip zich elders bevindt dan in zee, in een
zeegat of op een meer, wordt gedaan in
duidelijke en op het schip goed verstaanbare
bewoordingen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt
van radiotelefonie of een dergelijk hulpmiddel.
Bij de vordering wordt meegedeeld dat deze wordt
gedaan door de douane.
|
| 2. |
De
inspecteur die de vordering doet, dient, indien hij
geen gebruik maakt van radiotelefonie of een
dergelijk hulpmiddel en hij zich niet bevindt op een
vaartuig van de Belastingdienst/Douane dat als
zodanig kenbaar is, in uniform te zijn of vergezeld
te zijn van een inspecteur in uniform of een
politieambtenaar in uniform.
|
| 3. |
Een
vaartuig van de Belastingdienst/Douane is als
zodanig kenbaar indien het een vlag voert met daarop
duidelijk zichtbaar DOUANE in witte letters of
indien een op andere wijze op dat vaartuig
aangebracht opschrift DOUANE duidelijk
zichtbaar is.
|
Artikel
2
De vordering,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, kan in zee of
in een zeegat vanaf een vaartuig van de
Belastingdienst/Douane dat als zodanig kenbaar is, ook
worden gedaan door middel van het door de Internationale
Maritieme Organisatie (IMO) vastgestelde en in het
Internationaal Seinboek (Stcrt. 1969, 52) vermelde sein met
de betekenis U moet stoppen of bijdraaien. Ik zal bij u
aan boord komen.
Artikel
3
| 1. |
De
vordering tot het doen stilhouden van een ander
vervoermiddel dan een schip of een luchtvaartuig
wordt gedaan:
-
bij
dag door middel van een stopteken, bestaande uit
een ronde witte schijf met rode rand, waarop in
het wit van de schijf met zwarte letters
DOUANE is vermeld;
-
bij
nacht door middel van een stopteken, bestaande
uit een rood licht dat snel verticaal op en neer
wordt bewogen.
|
| 2. |
Bij dag
kan de vordering door een inspecteur in uniform ook
worden gedaan door het opsteken van de rechterhand.
Bij nacht dient de inspecteur die de vordering doet
in uniform te zijn of vergezeld te zijn van een
inspecteur in uniform of een politieambtenaar in
uniform.
|
| 3. |
De in het
eerste lid bedoelde vordering kan ook worden gedaan
door in rood licht afwisselend de woorden
VOLGEN en DOUANE, onderscheidenlijk de
woorden STOP en DOUANE te tonen:
-
bij
een motorvoertuig, waarmee wordt gereden vσσr
het vervoermiddel waarop de vordering ziet;
-
in
spiegelschrift, bij een motorvoertuig, waarmee
wordt gereden achter het vervoermiddel waarop de
vordering ziet.
|
| 4. |
De
vordering tot het buiten werking stellen van de
motor van het in het eerste lid bedoelde
vervoermiddel wordt gedaan in voor de bestuurder
goed verstaanbare bewoordingen.
|
Artikel
4
Het doen van de
vordering tot het stilstaan van personen die goederen
vervoeren welke zich niet in of op een vervoermiddel
bevinden, alsmede van personen die ingevolge wettelijke
bepalingen aan lijfsvisitatie zijn onderworpen, geschiedt in
voor hen goed verstaanbare bewoordingen. De inspecteur maakt
daarbij, indien hij niet in uniform is, zijn kwaliteit
bekend; tussen zonsonder- en zonsopgang behoeft hij, indien
hij niet in uniform is, de bijstand van een inspecteur in
uniform of van een politieambtenaar in uniform.
Artikel 5
[Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 6
[Vervallen per 01-01-2003]
Artikel
7
- 1.
- Voor de
toepassing van artikel
9 van de Douanewet en, voor zover de toepassing
er van plaatsvindt in het kader van de wettelijke
bepalingen, bedoeld in artikel
2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet,
van hoofdstuk VII van
de Invorderingswet 1990 worden als inspecteur,
onderscheidenlijk ontvanger, mede aangemerkt de
ambtenaren van de Algemene Inspectie Dienst.
- 2.
- De
verplichtingen welke ingevolge artikel
9 van de Douanewet bestaan jegens de inspecteur,
gelden mede jegens de ambtenaren van de Algemene
Inspectie Dienst.
Artikel
7a
- 1.
- De bevoegde
douaneadministratie, bedoeld in artikel 10 van de
Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake het gebruik
van informatica op douanegebied (Trb. 1995, 225), is de
voorzitter van het managementteam Belastingdienst/Douane
Rotterdam.
- 2.
- De in het
eerste lid bedoelde douaneadministratie is gehouden
uitvoering te geven aan onherroepelijke beslissingen van
een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit met
betrekking tot kennisneming, verwijdering of verbetering
van persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 15, vierde
lid, onder I, II en III, van de in het eerste lid
genoemde Overeenkomst.
Artikel 8
[Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
8a
- 1.
- Met betrekking
tot de goederen aangewezen in bijlage VII, kolom I,
horizontale balken Ia, Ib, Ic, Id en If, kolom II,
horizontale balken IIe en IIf, kolom IV, horizontale
balk IVa, onder (2) voor zover het betreft de onder
Verordening (EG) no. 1255/99 vallende goederen van post
2309 1011 tot en met 2309 1070 en 2309 9031 tot en met
2309 9070, horizontale balken IVc, IVd, IVe, IVf en IVg
en kolom V, horizontale balk Va, onder (3), zevende
gedachtestreepje, kan zekerheid ter verzekering van de
voldoening van douanerechten worden gesteld bij het bij
die goederen in bijlage VII genoemde productschap,
indien de desbetreffende douaneschuld is ontstaan uit
hoofde van artikel 201, eerste lid, onderdeel a, van het
Communautair douanewetboek.
- 2.
- Indien de
zekerheid wordt gesteld bij het in het eerste lid
bedoelde productschap, wordt dat productschap voor de
toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen
5, 22a, eerste
lid, 22b,
22c, eerste en vierde
lid, alsmede hoofdstuk
V, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en
artikel 3, eerste lid,
van de Invorderingswet 1990 mede aangemerkt als
inspecteur, onderscheidenlijk ontvanger.
Artikel
8b
Indien een
productschap een vergunning heeft verleend als bedoeld in
artikel 56, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 68, eerste
lid, en voor deze goederen een douaneschuld ontstaat uit
hoofde van artikel 204 van het Communautair douanewetboek,
wordt dat productschap voor de toepassing van het bepaalde
bij of krachtens de artikelen
5, 22a, eerste lid,
22b, 22c,
eerste en vierde lid, alsmede hoofdstuk
V, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel
3, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 mede
aangemerkt als inspecteur, onderscheidenlijk ontvanger.
Hoofdstuk
2. Binnenbrengen van goederen
§ 1.
Gemeenschappelijke bepaling voor de paragrafen 2 en 3
Artikel
9 [Vervallen per 01-01-2005]
§ 2.
Over zee binnengebrachte goederen
Artikel
10
Als vaarwater
voor over zee binnengebrachte schepen en de daarin of
daarop aanwezige goederen worden aangewezen de
vaarwaters, opgenomen in bijlage I.
Artikel
11
Als
douanekantoor als bedoeld in artikel
4 van het Douanebesluit worden de plaatsen
aangewezen opgenomen in bijlage II, in voorkomend geval
rekening houdend met de aard van de goederen of met de
douaneregeling waaronder de goederen zullen worden
geplaatst.
Artikel
11a
- 1.
- Als
plaatsen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het
besluit, waar schepen en de daarin of daarop
aanwezige goederen kunnen worden aangebracht, worden
aangewezen de plaatsen opgenomen in bijlage II. Het
aanbrengen geschiedt door het doen van een
mededeling aan de inspecteur van de aankomst op een
plaats als hiervoor bedoeld.
- 2.
- Op de
plaatsen als bedoeld in het eerste lid kunnen geen
andere activiteiten plaatsvinden dan
-
het
innemen van provisie en scheepsbehoeften ten
behoeve van de bemanning van het schip; of
-
het
innemen van brandstoffen of smeermiddelen
bestemd voor de aandrijving of smering van het
schip; of
-
het
aan boord nemen van goederen welke nodig zijn
voor reparatie of vervanging van onderdelen van
het schip, mits deze reparatie of vervanging
noodzakelijk is om het schip zijn reis voort te
kunnen laten zetten alsmede de daadwerkelijke
reparatie of vervanging van deze onderdelen.
Het schip
dient na afloop van deze activiteiten zijn reis
voort te zetten zonder dat de eerstvolgende haven
van bestemming een in Nederland gelegen haven is.
Artikel
11b
- 1.
- De
toestemming tot het overladen van ter zee uitgaande
goederen als genoemd in artikel 35, tweede lid, van
het besluit, wordt door de inspecteur door middel
van een daartoe strekkende vergunning verleend aan
de persoon die de wettelijke verplichtingen met
betrekking tot het uitgaan van goederen dient na te
komen. Met betrekking tot het verlenen, het
aanpassen en het intrekken van de vergunning is
artikel 3 van het besluit van overeenkomstige
toepassing.
- 2.
- De
toestemming wordt slechts verleend voor het
overladen van:
-
provisie
of scheepsbehoeften ten behoeve van de bemanning
van het schip; of
-
brandstoffen
of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of
smering van het schip; of
-
goederen
welke nodig zijn voor reparatie of vervanging
van onderdelen van het schip, mits deze
reparatie of vervanging noodzakelijk is om het
schip zijn reis voort te kunnen laten zetten.
- 3.
- De
overlading kan slechts plaatsvinden in een schip dat
overeenkomstig artikel 11a, eerste lid, is
aangebracht.
Artikel
12
- 1.
- Met
betrekking tot het schip wordt de formaliteit van
het aanbrengen, bedoeld in artikel
4, eerste lid, van het Douanebesluit, vervuld
door de inlevering bij aankomst van de generale
verklaring (IMO/FAL 1).
- 2.
- De
Inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in het
eerste lid bedoelde formaliteit elektronisch wordt
vervuld.
Artikel
13
- 1.
- De
summiere aangifte, bedoeld in artikel
5, eerste lid, van het Douanebesluit, wordt
gedaan door inlevering van:
-
ιιn
of meer volglijsten (Douane 11) behorend tot de
in artikel 12 genoemde generale verklaring;
-
de
scheepsvoorradenaangifte (IMO/FAL 3) voor de in
het schip aanwezige provisie.
- 2.
- De in de
volglijst (Douane 11) te vermelden gegevens mogen
desgewenst worden vermeld in bij te voegen
scheepvaartmanifesten welke zijn ingericht volgens
het model ICS-STANDARD MANIFEST 1968. Alsdan moet op
de voorzijde van de volglijst worden verwezen naar
die scheepvaartmanifesten onder vermelding van hun
aantal. De manifesten en alle in het manifest
omschreven goederen worden doorlopend genummerd.
- 3.
- De
Inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in het
eerste lid bedoelde summiere aangifte elektronisch
wordt gedaan.
Artikel
14
Als vaartuigen
voor het verrichten van openbare diensten welke niet aan
een douanekantoor als bedoeld in de artikelen 40 en 43
van het Communautair douanewetboek behoeven te worden
aangebracht, worden aangewezen:
-
de
vaartuigen van de Belastingdienst/Douane;
-
de
vaartuigen van de regionale politiekorpsen en het
korps landelijke politiediensten;
-
de
vaartuigen voor het verrichten van loodsdiensten;
-
de
vaartuigen van de Vaarwegmarkeringsdienst;
-
de
onderzoekingsvaartuigen ressorterende onder de
Directie Visserij;
Artikel
15
Toestemming
tot overlading van goederen waarvoor ingevolge artikel
5 van het Douanebesluit een summiere aangifte is
gedaan kan slechts worden verleend indien:
-
zekerheid
wordt gesteld als waarborg voor de betaling van de
douaneschuld die ten aanzien van deze goederen kan
ontstaan.
-
wordt
overgeladen in een ander schip, dat de goederen zal
vervoeren naar een douanekantoor als bedoeld in artikel
4 van het Douanebesluit.
Artikel
16
Voor goederen
die over zee zijn binnengebracht en met een ander
vervoermiddel over zee of door de lucht rechtstreeks
zullen worden verder vervoerd, kan een doorvoerlijst
(Douane 51) worden opgemaakt.
§ 3.
Door de lucht binnengebrachte goederen
Artikel
17
- 1.
- Als
internationale luchthaven als bedoeld in artikel
10 van het Douanebesluit worden de
luchthavens aangewezen opgenomen in bijlage III.
- 2.
- Als
douanekantoor als bedoeld in artikel
10 van het Douanebesluit worden de plaatsen
aangewezen opgenomen in bijlage III, in voorkomend
geval rekening houdend met de aard van de goederen
of met de douaneregeling waaronder de goederen
zullen worden geplaatst.
Artikel
18
- 1.
- De
summiere aangifte, bedoeld in artikel
11 van het Douanebesluit, wordt gedaan door
inlevering van een generale verklaring luchtvaart
zoals is voorzien in het Verdrag inzake de
internationale burgerluchtvaart van Chicago, 7
december 1944 (Stb. H 165), met daarin vervat het
manifest van de lading of door inlevering van alleen
het manifest van de lading, zoals voorzien bij dat
verdrag.
- 2.
- De
inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in het
eerste lid bedoelde summiere aangifte elektronisch
wordt gedaan.
Artikel
19
Ter
tegemoetkoming aan bijzondere bezwaren kan in bijzondere
gevallen of groepen van gevallen door de inspecteur
onder daarbij te stellen voorwaarden ontheffing worden
verleend van de bepalingen betreffende de tijden
gedurende welke met binnenkomende luchtvaartuigen kan
worden geland.
§ 4.
Tijdelijke opslag van goederen
Artikel
20
Ruimtes voor
tijdelijke opslag kunnen worden gevestigd op plaatsen,
opgenomen in bijlage IV.
Artikel
21
- 1.
- Degene die
een ruimte voor tijdelijke opslag wenst te beheren,
dient daartoe bij de inspecteur een schriftelijk
verzoek in. Het verzoek bevat gegevens omtrent:
-
de
plaats waar het gebouw of terrein is gelegen,
met vermelding van gemeente en kadastrale
aanduiding;
-
de
ligging, de afscheiding van andere percelen, de
bouw en de inrichting; c. naam en adres van de
verzoeker van de ruimte voor tijdelijke opslag.
- 2.
- Bij het
verzoek wordt van de ruimte een duidelijke tekening
op schaal overgelegd.
Artikel
22
- 1.
- Een
wijziging in de inrichting van een ruimte voor
tijdelijke opslag wordt niet aangebracht dan na
goedkeuring van de inspecteur.
- 2.
- Intrekking
van de vergunning tot beheer van een ruimte voor
tijdelijke opslag door de inspecteur kan, behalve op
verzoek van de beheerder, eveneens geschieden indien
zich een omstandigheid voordoet wanneer naar het
oordeel van de inspecteur bedoelde ruimte niet of
niet meer in die mate gebruikt wordt dat handhaving
van de vergunning gerechtvaardigd is.
Artikel
23
| 1. |
Het
plaatsen van goederen in een ruimte voor
tijdelijke opslag, bedoeld in artikel 186 van de
toepassingsverordening Communautair
douanewetboek, kan slechts geschieden nadat een
zekerheid is gesteld.
|
| 2. |
Geen
nadere aangifte, als bedoeld in artikel 186 van
de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek is vereist indien:
-
alle
in de ingediende summiere aangifte
omschreven goederen in ιιn ruimte voor
tijdelijke opslag worden geplaatst;
-
de
summiere aangifte is gesteld ten name van
een ander dan de beheerder van de ruimte
voor tijdelijke opslag en de beheerder
schriftelijk heeft verklaard dat hij van die
ander de verplichting heeft overgenomen om
de formaliteiten te verrichten welke nodig
zijn om de goederen binnen de ingevolge
artikel 49 van het Communautair
douanewetboek geldende termijn een
douanebestemming te geven.
|
| 3. |
De in
het tweede lid onderdeel b bedoelde overname van
de verplichting wordt in de navolgende vorm door
de beheerder op de summiere aangifte gesteld:
Ondergetekende ...... (naam) ...... verzoekt
hierbij de in deze aangifte vermelde goederen in
de ruimte voor tijdelijke opslag te mogen
plaatsen. ...... (naam ) .......
|
| 4. |
De
nadere aangifte wordt gedaan op de wijze zoals
omschreven in de Toelichting Enig document,
zoals opgenomen in bijlage VI.
|
| 5. |
De
inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in
de artikel 186 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek nadere aangifte
elektronisch dan wel met behulp van een handels-
of administratief document wordt gedaan.
|
Artikel
24
Tot uitslag
van goederen uit een ruimte voor tijdelijke opslag dient
een douaneaangifte, een document voor douanevervoer
onderscheidenlijk een vooraf ingediende schriftelijke
kennisgeving dat goederen een andere douanebestemming
zullen krijgen dan die van plaatsing van de goederen
onder een douaneregeling.
Hoofdstuk
3. Douanebestemmingen
Afdeling
1. Aangiften (normale procedure)
§
1. Douanekantoren
Artikel
25
- 1.
- Douanekantoren
zijn gevestigd in plaatsen opgenomen in bijlage
V.
- 2.
- In
voorkomend geval kan de inspecteur rekening
houdend met de aard van de goederen of met de douaneregeling
waaronder de goederen zullen worden geplaatst
andere plaatsen aanmerken als plaats waar
goederen kunnen worden aangebracht.
§
2. Inhoud van de aangifte
Artikel
26 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel
27
- 1.
-
Het
gebruikstarief wordt onder verantwoordelijkheid van
Onze Minister samengesteld en gepubliceerd.
- 2.
- Het
gebruikstarief is met inbegrip van alle
wijzigingen beschikbaar via Internetadres www.douane.nl/taric-nl.
Tegen betaling is de lijst van
goederenomschrijvingen met acht cijferige codes
(gecombineerde nomenclatuur) ook als losbladig
boekwerk verkrijgbaar. Hierin zijn de algemeen
geldende rechten bij invoer opgenomen. De
afwijkende tarifaire maatregelen en de
non-tarifaire maatregelen zijn uitsluitend
opgenomen in het gebruikstarief op het Internet.
Artikel
28
Voor zover
de vermelding in een douaneaangifte van het gehalte,
de samenstelling of de hoeveelheid van de goederen
van belang is met het oog op de heffing van rechten
bij invoer, mag die vermelding achterwege blijven
voor zover de bijzonderheden redelijkerwijs niet
bekend kunnen zijn en de aangever verzoekt deze op
zijn kosten door het Rijk te laten bepalen. De
aangifte dient een voorlopige aanduiding van het
ontbrekende gegeven te bevatten die gebaseerd is op
de gegevens waarover de aangever beschikt en die de
inspecteur aanvaardbaar acht.
Artikel
29
- 1.
- De
formulieren Enig document worden ingevuld
overeenkomstig het bepaalde in bijlage VI. De in
die bijlage opgenomen tekst wordt aangehaald
als: Toelichting Enig document.
- 2.
- De bij
de invulling van het formulier Enig document te
gebruiken codes zijn de codes opgenomen in het
codeboek Sagitta en beschikbaar via
Internetadres www.douane.nl.
Artikel
30
- 1.
- Tenzij
bij wettelijke bepalingen anders is bepaald,
heeft een douaneaangifte een geldigheidsduur van
ιιn maand.
- 2.
- In
voorkomend geval is de inspecteur bevoegd een
kortere of langere geldigheidsduur vast te
stellen mede met inachtneming van de douaneregeling
waaronder de goederen zijn geplaatst.
Artikel
31
- 1.
- Indien
de aangifte met toepassing van artikel 201,
tweede lid, van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek is ingediend, worden
de goederen binnen zeven dagen na indiening van
die aangifte bij het douanekantoor aangebracht.
- 2.
- De
plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht
dient aan het douanekantoor te worden gemeld
door inlevering van een schriftelijke,
gedateerde en ondertekende verklaring waarin dit
gegeven is vermeld. Tevens wordt in de
verklaring vermeld de aangifte-identificatie die
op de ingeleverde aangifte in vak A door de
aangever of door de douane is vermeld. In geval
van een elektronische aangifte worden deze
gegevens verstrekt in een elektronisch bericht.
§
3. Aangifte welke met gebruikmaking van automatische
gegevensverwerking wordt gedaan
Artikel
32
| 1. |
Aangiften
kunnen, door degenen aan wie daartoe een
vergunning is verleend, elektronisch worden
ingediend. In de vergunning kan het indienen
van een elektronische aangifte worden
beperkt tot bepaalde douaneregelingen.
|
| 2. |
De
vermeldingen in vak 44 van het formulier
Enig document betreffende overgelegde
bescheiden, hebben in een elektronische
aangifte betrekking op bescheiden die de
aangever op het tijdstip waarop de aangifte
wordt gedaan in zijn bezit heeft. De
bescheiden, voorzien van de
aangifte-identificatie op de wijze zoals
bepaald in de Toelichting Enig document,
moeten uiterlijk de tweede werkdag na de dag
waarop de aangifte is gedaan zijn ontvangen
op het douanekantoor waar de elektronische
aangifte is gedaan, tenzij door de
inspecteur anders is bepaald. In de
vergunning tot het indienen van
elektronische aangiften kunnen nadere
bepalingen worden gesteld voor de wijze van
toezending van de bescheiden of voor de
wijze van archivering daarvan.
|
Artikel
33
In geval
van een elektronische aangifte wordt de aangifte van
gegevens inzake de douanewaarde als bedoeld in
artikel 178 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek elektronisch gedaan door
de vereiste gegevens te vermelden in de aangifte
voor het vrije verkeer alsof zij daarvan deel
uitmaken.
De
gegevens worden vermeld op dezelfde wijze als is
voorgeschreven voor het vermelden van de gegevens in
een formulier D.V.1, behoudens de afwijkingen die
blijken uit hetgeen is bepaald in de vergunning tot
het doen van elektronische aangiften voor het vrije
verkeer.
§
4. Controle van aangiften
Artikel
34
- 1.
- Bij
verificatie van een aangifte door middel van
onderzoek van de goederen wordt de uitkomst van
een onderzoek of van het heronderzoek geacht
overeen te komen met de aangifte, indien een
verschil op de waarde of de hoeveelheid geringer
is dan ιιn percent van hetgeen aanwezig is,
mits de bevinding van dat verschil niet van
invloed is op de berekening van het bedrag dat
verschuldigd is, wordt terugbetaald of
kwijtgescholden en het verschil is ontstaan
tengevolge van dwaling of onwillekeurig verzuim.
- 2.
- Een
summiere aangifte dan wel een document voor
douanevervoer waarvan de goederen aan de hand
van de omschrijving niet te identificeren zijn,
wordt voorzien van de vereiste aftekeningen en
verklaringen indien een verschil op de
hoeveelheid van de goederen geringer is dan tien
percent van hetgeen aanwezig is, mits het is
ontstaan ten gevolge van een dwaling of
onwillekeurig verzuim van de aangever.
- 3.
- Vorenstaande
leden zijn niet van toepassing op het aantal
colli of losse voorwerpen.
Artikel
35
Behoudens
hetgeen is bepaald met betrekking tot heronderzoek
van de hoeveelheid en de soort is de aangever
bevoegd heronderzoek te vorderen ten aanzien van de
samenstelling van de goederen.
§
5. Het in het vrije verkeer brengen
Artikel
36
| 1. |
Het
verzoek bedoeld in artikel 81 van het
Communautair douanewetboek kan slechts bij
de inspecteur worden gedaan indien in de
douaneaangifte de goederensoort is vermeld
waarvoor het tarief van de rechten bij
invoer het hoogste is onder de toevoeging
en andere goederen.
Een
dergelijk verzoek dient te worden gedaan
door in vak 44 van het formulier Enig
Document te vermelden Verzoeke toepassing
artikel 81 CDW.
|
| 2. |
De
in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven kan worden toegestaan indien het
een partij goederen betreft bestaande uit
twee of meer goederensoorten die elk een
waarde hebben van niet meer dan 1000 en
een nettogewicht van niet meer dan 1 000 kg;
|
| 3. |
De
in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven is niet toegestaan:
-
indien
onder de goederensoorten die deel
uitmaken van de partij zich een
goederensoort bevindt waarvan het in het
vrije verkeer brengen ingevolge andere
wettelijke bepalingen dan die inzake de
rechten bij invoer is verboden of
beperkt of aan regelen is gebonden;
-
indien
aanspraak wordt gemaakt op toepassing
van een preferentieel tarief zonder dat
wordt aangetoond dat de gehele partij
voldoet aan de daarvoor geldende
bepalingen;
-
indien
onder de goederensoorten die deel
uitmaken van de partij zich een
goederensoort bevindt waarvoor een
tarief geldt met een andere maatstaf dan
de waarde.
|
Artikel
37
- 1.
- Bij
het doen van een aangifte voor het vrije verkeer
voor de goederen bedoeld in bijlage VII, kolom
3, wordt een origineel ondertekend, volledig en
naar waarheid ingevuld en goed leesbaar
formulier L in tweevoud, overgelegd. Het
gestelde bij of krachtens artikel
17 van het Douanebesluit is van
overeenkomstige toepassing.
- 2.
- Als
een aangifte voor het vrije verkeer elektronisch
geschiedt en daartoe toestemming is verleend,
wordt het formulier L geacht in overeenstemming
met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de
volgens het formulier L vereiste gegevens worden
vermeld in de aangifte voor het vrije verkeer.
In de gevallen dat zekerheid is gesteld bij het
productschap dient een formulier
zekerheidsstelling te worden overgelegd.
- 3.
- Voor
goederen, die vallen onder de bij bijlage VII,
onder kolom 3, genoemde posten van de
gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van
posten of ex-posten en aangeduid zijn met het
teken *), gelden de verplichtingen, gesteld in
dit lid, niet, indien op de dag van aanvaarding
van de aangifte in voorkomend geval mede gelet
op hun oorsprong en/of herkomst, volgens de
regelen van de in deze bijlage genoemde
verordeningen dan wel de daarop gebaseerde
uitvoeringsbepalingen geen bedrag aan
landbouwheffingen is vastgesteld.
- 4.
- De
inspecteur zendt terstond nadat de goederen zijn
vrijgegeven, het formulier L, bedoeld in het
eerste lid toe aan het bevoegd productschap.
- 5.
- Uit
het formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan
wel uit begeleidende of nagezonden stukken
blijkt:
-
van
de bevindingen van de inspecteur bij
verificatie van de aangifte voor het vrije
verkeer ten aanzien van alle feiten of
omstandigheden die van belang zijn voor de
toepassing van het heffingen- en in
voorkomend geval het subsidieregime, alsmede
het vergunningen- en certificatenstelsel bij
invoer;
-
in
voorkomend geval, dat de ontvanger zich
heeft belast met de inning van de heffing,
in welk geval tevens het bedrag van de
opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat
geen heffing is opgelegd;
-
ingeval
bij de aangifte voor het vrije verkeer een
voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat
niet hier te lande is afgegeven: de
instantie die het certificaat heeft
afgegeven alsmede het nummer van het
betrokken certificaat, terwijl bovendien een
fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
- 6.
- Op de
aangifte voor het vrije verkeer stelt de
inspecteur met inachtneming van de regels ter
zake in voorkomend geval aantekening op het
overgelegde certificaat.
§
6. Uitvoer
Artikel
38
| 1. |
De
inspecteur kan bij vergunning toestaan dat
voor een partij goederen die bestaat uit
twee of meer goederensoorten waarbij van
elke goederensoort de waarde niet meer is
dan 1000 en het nettogewicht niet meer
dan 1.000 kg, een aangifte ten uitvoer wordt
gedaan alsof de gehele partij uitsluitend
bestaat uit die van de partij deel
uitmakende goederensoort die de hoogste
waarde heeft. In de aangifte wordt aan de
eigen benaming van de vorenbedoelde
goederensoort toegevoegd de vermelding en
andere goederen en worden de vermeldingen
opgenomen die de inspecteur in de vergunning
voorschrijft.
|
| 2. |
De
in het eerste lid bedoelde vergunning kan
slechts worden verleend in de gevallen
waarin het uitgaan uit het douanegebied van
de Gemeenschap zal plaatsvinden vanuit
Nederland.
|
| 3. |
De
in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven is niet toegestaan:
| a. |
indien
een aangifte ten uitvoer betrekking
heeft op de tijdelijke uitvoer of
wederuitvoer;
|
| b. |
indien
onder de goederensoorten die deel
uitmaken van de partij zich een
goederensoort bevindt waarvan de
uitvoer ingevolge andere wettelijke
bepalingen dan die inzake de rechten
bij invoer is verboden of beperkt of
aan regelen is gebonden;
|
| c. |
indien
onder de goederensoorten zich
goederen bevinden waarvoor
terugbetaling of kwijtschelding van
rechten bij invoer, omzetbelasting,
accijns of verbruiksbelastingen kan
worden verleend.
|
|
| 4. |
De
inspecteur kan afwijkingen toestaan van het
bepaalde in het tweede lid.
|
| 5. |
Indien
de in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven wordt toegestaan voor goederen die
als scheepsprovisie of scheepsbehoeften
zullen worden afgeleverd aan in het
buitenland verblijvende schepen, mag als
soort van de goederen worden vermeld
scheepsprovisie onderscheidenlijk
scheepsbehoeften.
|
Artikel
39
- 1.
- Bij
het doen van aangifte ten uitvoer voor de
goederen bedoeld in bijlage VII, kolom 4, wordt
een origineel ondertekend, volledig en naar
waarheid ingevuld en goed leesbaar formulier L
in enkelvoud, overgelegd. Het gestelde bij of
krachtens artikel
17 van het Douanebesluit is van
overeenkomstige toepassing.
- 2.
- Als
een aangifte ten uitvoer elektronisch geschiedt
en daartoe toestemming is verleend, wordt het
formulier L geacht in overeenstemming met het
eerste lid te zijn overgelegd, mits de volgens
het formulier L vereiste gegevens worden vermeld
in de aangifte ten uitvoer.
- 3.
- Ten
aanzien van goederen die vallen onder de in
bijlage VII, onder kolom 4, genoemde posten van
de gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van
posten of ex-posten, en aangeduid zijn met het
teken **), gelden de verplichtingen, gesteld in
het vorige leden niet, indien op de dag van de
aanvaarding van de aangifte, voor geen enkele
bestemming een bedrag aan restitutie is
vastgesteld, tenzij het betreft wederuitvoer van
goederen waarvoor een ontheffing van de ter zake
van de invoer van deze goederen opgelegde
heffing is verzocht.
- 4.
- De
inspecteur zendt het formulier L, bedoeld in het
eerste lid terstond nadat de goederen zijn
vrijgegeven toe aan het bevoegd productschap.
- 5.
- Uit
formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan wel
uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt:
-
van
de bevindingen van de inspecteur bij
verificatie van de aangifte ten uitvoer ten
aanzien van alle feiten of omstandigheden
die van belang zijn voor de toepassing van
het heffingen- en in voorkomend geval het
restitutieregime, alsmede het vergunningen-
en certificatenstelsel bij uitvoer;
-
in
voorkomend geval, dat de ontvanger zich
heeft belast met de inning van de heffing,
in welk geval tevens het bedrag van de
opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat
geen heffing is opgelegd;
-
in
voorkomend geval van de plaatsing onder de
regeling van het communautair douanevervoer
of onder de regeling voor communautair
douanevervoer voor per spoor vervoerde
goederen als bedoeld in de
toepassingsverordening Communautair
douanewetboek.
-
ingeval
bij de aangifte ten uitvoer een uitvoer- of
voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat
niet hier te lande is afgegeven: de
instantie die het certificaat heeft
afgegeven alsmede het nummer van het
betrokken certificaat, terwijl bovendien een
fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
- 6.
- Voorts
zendt de inspecteur het controle-exemplaar T5 in
voorkomende gevallen toe, terstond na
terugontvangst en na onderzoek, aan het
productschap.
Artikel
40
Overlading
van goederen die voor de douaneregeling
uitvoer zijn vrijgegeven kan in alle gevallen
plaatsvinden. Met de overlading mag echter niet
worden aangevangen dan na toestemming van de
inspecteur onder vermelding van de identiteit van
het vervoermiddel waarin zal worden overgeladen.
Afdeling
2. Vereenvoudigde procedures
Artikel
41
- 1.
- Indien bij
een vereenvoudigde aangifte bescheiden worden
overgelegd, wordt op de vereenvoudigde aangifte
vermeld welke dit zijn.
- 2.
- De
vergunning voor een procedure voor het indienen van
een vereenvoudigde aangifte voor goederen waarvoor
ingevolge andere wettelijke bepalingen dan die
inzake de rechten bij invoer de plaatsing onder een douaneregeling
is beperkt of aan regels is gebonden kan slechts
worden verleend met toestemming van Onze Minister.
Een zodanige toestemming wordt slechts gegeven in
overeenstemming met de Minister onder wiens
verantwoordelijkheid de vorenbedoelde wettelijke
voorschriften vallen.
Artikel
42
Ingeval de
goederen hun bestemming volgen in het bedrijf van een
toegelaten geadresseerde, als bedoeld in artikel
406 van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek wordt de bij of krachtens de In-
en uitvoerwet (Stb. 1988, 228) afgegeven
vergunning, ten behoeve van toezicht op de naleving van
het bepaalde bij of krachtens laatstbedoelde wettelijke
voorschriften, uiterlijk vσσr de tweede werkdag nadat
de goederen in het bedrijf zijn aangekomen ingeleverd
bij de in de vergunning daartoe aangewezen inspecteur.
Het eerste lid
is van overeenkomstige toepassing indien voor de
goederen een registratieformulier wordt overgelegd.
Artikel
43
- 1.
- In de
gevallen waarin op de voet van artikel 260 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
vergunning wordt verleend kan de inspecteur, indien
zulks naar zijn oordeel wenselijk is ter voorkoming
van lange wachttijden als gevolg van ernstige
piekvorming in de werkzaamheden, vergunnen dat de
aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan.
- 2.
- Het
tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte
wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met
dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn
dan een maand. De aanvullende aangifte wordt gedaan
vσσr de derde werkdag na het einde van het
tijdvak.
- 3.
- De
vergunning wordt voor elk douanekantoor waar de
wenselijkheid als bedoeld in het eerste lid zich
voordoet, afzonderlijk verleend en geldt tot
wederopzegging. De vergunning kan worden beperkt of
kan niet geldig worden verklaard voor bepaalde
tijdvakken en/of omstandigheden.
Artikel
44
- 1.
- In de
gevallen waarin met toepassing van artikel 260 van
de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
vergunning wordt verleend kan de inspecteur, voor
massagoederen die veelvuldig in het vrije verkeer
worden gebracht en die, indien zij gelijktijdig in
het vrije verkeer zouden worden gebracht als ιιn
hoeveelheid zouden kunnen worden aangegeven, op de
voet van artikel 262, eerste lid, van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek,
vergunnen dat de aanvullende aangifte periodiek
wordt gedaan.
- 2.
- Het
tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte
wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met
dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn
dan een maand. De termijn waarbinnen de aanvullende
aangifte wordt gedaan is vσσr de derde werkdag na
het einde van een tijdvak.
- 3.
- De
vergunning wordt niet verleend voor goederen waarvan
ingevolge andere wettelijke voorschriften dan de
wettelijke bepalingen het in het vrije verkeer
brengen is beperkt of aan regels is gebonden.
Artikel
45
- 1.
- Vergunning
met toepassing van artikel 260 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
voor het indienen van een onvolledige aangifte
gesteld op een formulier Enig document, wordt
slechts verleend indien het gegeven dat niet bekend
is bepalend is voor de indeling in het
gebruikstarief en dit redelijkerwijze nog niet
bekend kan zijn. In de vergunning wordt vermeld voor
welke goederen de vergunning geldt.
- 2.
- Voor
goederen waarvoor ingevolge andere wettelijke
voorschriften dan de wettelijke bepalingen het in
het vrije verkeer brengen is beperkt of aan regels
is gebonden, wordt de vergunning slechts ιιnmalig
verleend.
Bovendien
dient aan hetgeen dat ingevolge deze wettelijke
voorschriften is vereist, te worden voldaan voordat
de goederen worden weggevoerd. Indien naar het
oordeel van de inspecteur zonder bezwaar kan worden
voldaan aan de wettelijke voorschriften bij
indiening van de aanvullende aangifte kunnen de
goederen worden weggevoerd zonder dat ten tijde van
de wegvoering daaraan is voldaan.
- 3.
- In de
vergunning kan voor het doen van de aanvullende
aangifte een termijn worden bepaald die afwijkt van
de termijn die is bepaald in artikel
22, vierde lid, van het Douanebesluit.
- 4.
- De
aanvraag tot het verlenen van een eenmalige
vergunning wordt gesteld op de vereenvoudigde
aangifte.
Artikel
46
- 1.
- Voor de
vereenvoudigde procedures, bedoeld in de artikelen
282 en 283 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, kan de inspecteur
vergunning verlenen dan wel in de vergunning bepalen
dat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 288 van
de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek, gebruik wordt gemaakt van een
handels- of administratief bescheid in plaats van
het formulier Enig document.
- 2.
- Het
bepaalde in het eerste lid kan slechts worden
toegestaan voor de gevallen waarin het daadwerkelijk
verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap
plaatsvindt vanuit een andere Lid-Staat dan
Griekenland.
Artikel
47
- 1.
- Onverminderd
artikel 22, vierde
lid, van het Douanebesluit kan worden
toegestaan dat de aanvullende aangifte voor de
vereenvoudigde procedures, bedoeld in de artikelen
282 en 283 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek periodiek wordt ingediend
bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Dit kan
slechts worden toegestaan indien ten genoegen van de
inspecteur is aangetoond dat ter zake tussen
belanghebbende en het Centraal Bureau voor de
Statistiek overeenstemming is bereikt. Vorenstaande
is niet van toepassing indien de aanvullende
aangifte elektronisch wordt ingediend.
- 2.
- Het
tijdvak waarover de in het eerste lid bedoelde
periodieke aangifte ten uitvoer wordt gedaan is een
maand. De termijn waarbinnen de aangifte wordt
gedaan is twee werkdagen na het einde van dat
tijdvak. In overeenstemming met het Centraal Bureau
voor de Statistiek kan in de vergunning een ander
tijdvak en een andere termijn worden vastgesteld.
Afdeling
3. Schorsingsregelingen en economische douaneregelingen
§
1. Douanevervoer
Artikel
48
Als
Rijnvaartwaterweg worden de waterwegen aangewezen,
opgenomen in bijlage VIII.
Artikel
49
Goederen
die over zee zijn binnengebracht en rechtstreeks
onder de regeling douanevervoer zullen worden
geplaatst, kunnen worden aangegeven door inlevering
van een Rijnvaartmanifest nieuw model indien zij
verder worden vervoerd langs de Rijn, langs een
Rijnvaartwaterweg of over zee en, indien het vervoer
van de goederen daarbij in Belgiλ of Luxemburg zal
plaatsvinden langs waterwegen waarlangs, ingevolge
de aldaar geldende wetgeving, het vervoer van
goederen welke zijn aangegeven door inlevering van
een Rijnvaartmanifest, kan geschieden.
Artikel
50
- 1.
- Wanneer
de inspecteur het noodzakelijk acht goederen te
identificeren ter verzekering van de heffing van
de rechten bij invoer door middel van het
aanbrengen van identificatiemiddelen op
laadruimten van vervoermiddelen of op containers
wordt slechts geacht hieraan voldaan te zijn
indien:
-
de
bouw en inrichting van de laadruimte van een
vrachtauto, waaronder voor de toepassing van
dit artikel mede worden begrepen
aanhangwagen(s) en oplegger(s):
-
voldoen
aan het bij de TIR-overeenkomst
behorende reglement betreffende de
technische voorwaarden, van toepassing
op voertuigen welke kunnen worden
toegelaten tot internationaal vervoer
onder douaneverzegeling;
-
in
belangrijke mate voldoen aan
vorenbedoeld reglement en daarvan
slechts afwijken in verband met het
bijzondere karakter van de te vervoeren
goederen of met de bijzondere aard van
het vervoer, mits in voldoende mate
afsluitbaarheid mogelijk is.
-
de
bouw en de inrichting van een container
voldoen aan de bij de TIR-Overeenkomst of de
Douane-overeenkomst inzake containers (Trb.
1957, 124) behorende reglementen betreffende
de technische voorwaarden, van toepassing op
containers welke kunnen worden toegelaten
tot internationaal vervoer onder
douaneverzegeling;
-
de
bouw en de inrichting van een laadruimte van
een schip voldoen aan:
-
de
voorwaarden gesteld in het bij
Koninklijk besluit van 26 oktober 1965
(Stb. 458) van kracht verklaarde
Reglement betreffende de douanesluiting
van Rijnschepen, dan wel aan
-
de
volgende maatstaven:
- 1°.
- de
verzegeling moet op eenvoudige en
doeltreffende wijze kunnen worden
aangebracht;
- 2°.
- alle
ruimten welke goederen bevatten,
moeten gemakkelijk door de
inspecteur aan een onderzoek kunnen
worden onderworpen;
-
de
bouw en de inrichting van andere laadruimten
voldoen aan de in onderdeel c, nr. 2
bedoelde maatstaven, alsmede aan de eis dat,
ingeval zich ledige ruimten bevinden tussen
de schotten welke de wanden, de vloer en het
dak van het vervoermiddel vormen, de
binnenkleding vast is bevestigd, volledig en
aaneengesloten en bovendien zodanig is
aangebracht, dat zij niet of ten dele kan
worden losgemaakt zonder zichtbare sporen na
te laten.
- 2.
- Het
eerste lid is niet van toepassing indien de
goederen worden vervoerd onder de regeling voor
communautair douanevervoer.
- 3.
- Ten
bewijze dat de bouw en inrichting van de
laadruimte van een vrachtauto of een container
aan het bepaalde in het eerste lid voldoen,
dient de vrachtauto of de container te zijn
voorzien van een geldig certificaat van
goedkeuring. In plaats van een certificaat van
goedkeuring kan een container welke uitsluitend
per spoor wordt vervoerd en welke toebehoort aan
of is ingeschreven bij een spoorwegmaatschappij,
of een container waarvan een prototype bij de
vervaardiging is goedgekeurd, zijn voorzien van
het bij of ter uitvoering van de
Douane-overeenkomst inzake containers
vastgesteld kenteken. Ten bewijze dat de bouw en
de inrichting van een schip voldoen aan de
bepalingen van het eerste lid, onderdeel c, nr.
1 dient het schip te zijn voorzien van een
geldig certificaat als bedoeld in het in die
bepaling bedoelde reglement.
- 4.
- Vrachtauto's
en containers, waarvan de eigenaar hier te lande
woont of is gevestigd of waarmede voor de eerste
maal goederen onder douaneverzegeling worden
overgebracht, alsmede prototypen van hier te
lande te vervaardigen containers waarvoor de
fabrikant goedkeuring wenst, worden, voordat met
het overbrengen van de goederen wordt
aangevangen, aangeboden aan de inspecteur voor
een onderzoek naar de bouw en de inrichting van
de laadruimte. Voor vrachtauto's welke voldoen
aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a,
nr. 2, worden slechts certificaten van
goedkeuring afgegeven welke zijn voorzien van de
aanduiding: `Niet geldig voor TIR-vervoer'. Op
de certificaten van goedkeuring van
laatstbedoelde vrachtauto's worden voorts
vermeld de soort van de goederen en de aard van
het vervoer waarvoor de laadruimte is
goedgekeurd.
- 5.
- Schepen
waarvoor een certificaat wordt verlangd als
bedoeld in het reglement, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c nr. 1, worden, voordat met het
overbrengen van de goederen wordt aangevangen,
aangeboden aan de inspecteur voor een onderzoek
naar de bouw en de inrichting van de laadruimte.
Het certificaat van goedkeuring wordt afgegeven
door die inspecteur.
- 6.
- De
beoordeling of de laadruimte van een ander
vervoermiddel dan een vrachtauto, container of
een schip is als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c, nr. 1, voldoet aan de in het eerste
lid, onderdeel c, nr. 2 of onderdeel d, vermelde
maatstaven, berust bij de inspecteur die met het
daadwerkelijk toezicht is belast.
Artikel
51
- 1.
- Wanneer
de inspecteur het noodzakelijk acht goederen te
identificeren ter verzekering van de heffing van
de rechten bij invoer, op een andere wijze dan
door middel van het aanbrengen van
identificatiemiddelen op laadruimten van
vervoermiddelen of op containers wordt slechts
geacht hieraan voldaan te zijn indien naar zijn
oordeel:
-
de
goederen zich bevinden in bergings- of
verpakkingsmiddelen welke door het
aanbrengen van zegels zodanig door de
inspecteur kunnen worden gesloten, dat na
het aanbrengen van die zegels geen goederen
aan die bergings- of verpakkingsmiddelen
kunnen worden onttrokken zonder dat die
bergings- of verpakkingsmiddelen of de
daaraan aangebrachte zegels op zichtbare
wijze worden geschonden, of
-
de
soort van de goederen duidelijk kan worden
waargenomen en voor onttrekking geen vrees
bestaat, of
-
de
goederen in verband met hun omvang niet in
een afsluitbare laadruimte van een
vervoermiddel kunnen worden overgebracht,
dan wel
-
de
goederen zich bevinden in behoorlijke
verpakkings- of bergingsmiddelen waarop
herkenningsmerken kunnen worden aangebracht.
- 2.
- Het
eerste lid, onderdeel c, vindt slechts
toepassing indien:
-
de
goederen kunnen worden aangemerkt als zware
of omvangrijke goederen in de zin van de
TIR-Overeenkomst, of
-
het
vervoermiddel waarmede de goederen worden
overgebracht is voorzien van een bijzondere,
op het vervoer van die goederen gerichte
constructie welke het op doeltreffende wijze
aanbrengen van een verzegeling na de lading
van die goederen mogelijk maakt, of
-
op
de goederen herkenningsmerken kunnen worden
aangebracht.
Artikel
52
In
afwijking van het bepaalde in artikel 357, vierde
lid, van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek kan het vervoer van goederen zonder
identificatiemiddel plaatsvinden voor zover dit
vervoer uitsluitend wordt verricht in de
geografische gebieden genoemd in Bijlage IX.
| 2. |
De
toestemming voor dit vervoer wordt slechts
verleend indien naar het oordeel van de
inspecteur de wettelijke maatregelen waaraan
de goederen zijn onderworpen voldoende zijn
gewaarborgd. De inspecteur kan voor de
toepassing van deze bepalingen nadere
voorwaarden stellen.
|
| 3. |
Gebruikmaking
van de in dit artikel bedoelde regeling kan
worden aangehaald als vlagvervoer.
|
Artikel
53 [Vervallen per 25-09-2005]
Artikel
54
- 1.
- Aangiften
voor communautair douanevervoer kunnen op
verzoek van de aangever door de inspecteur
worden aanvaard hoewel hierin het brutogewicht
nog niet is vermeld.
- 2.
- De
goederen worden door de inspecteur slechts
vrijgegeven voor de regeling nadat door
belanghebbende het in het eerste lid bedoelde
gegeven is verstrekt.
§
2. Douane-entrepots
Artikel
55
Als
waarborg voor de betaling van de douaneschuld die
kan ontstaan ten aanzien van goederen die onder het
stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst, dient
door de entreposeur zekerheid te worden gesteld. Ten
aanzien van goederen die zullen worden geplaatst in
een entrepot van het type B dient deze zekerheid te
worden gesteld door de entrepositaris.
§
3. Actieve veredeling
Artikel
56
- 1.
- Met de
afgifte van een vergunning actieve veredeling
voor de goederen die vallen onder de
verordeningen genoemd in kolom 1 van bijlage
VII, met uitzondering van de goederen die vallen
onder de basisverordeningen genoemd in kolom I
van de horizontale balken I-l, VIa, VIb, en VIc
alsmede VIIa, is het productschap belast dat in
deze bijlage is aangegeven.
- 2.
- De
aanvraag ter verkrijging van een vergunning
wordt in een dergelijk geval gericht aan het
betrokken productschap.
- 3.
- Het
betrokken productschap kan aan de plaatsing van
de goederen onder de regeling de voorwaarde
verbinden dat een zekerheid wordt gesteld als
waarborg voor de betaling van de douaneschuld
die ten aanzien van deze goederen kan ontstaan.
Deze zekerheid dient te worden gesteld bij dit
betrokken productschap.
- 4.
- Wanneer
voor de in het eerste lid bedoelde goederen een
douaneschuld ontstaat wordt het bedrag van de
compenserende interesten vastgesteld door het
betrokken productschap.
Artikel
57
- 1.
- Bij
het doen van een aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling actieve veredeling voor goederen
waarvoor ingevolge artikel 56 een productschap
de vergunningafgevende instantie is, dient een
origineel ondertekend, volledig en naar waarheid
ingevuld en goed leesbaar formulier L in
tweevoud te worden overgelegd.
- 2.
- Als
een aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling actieve veredeling elektronisch
geschiedt en daartoe toestemming is verleend,
wordt het formulier L geacht in overeenstemming
met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de
volgens het formulier L vereiste gegevens worden
vermeld in de aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling actieve veredeling. In de
gevallen dat zekerheid is gesteld bij het
productschap dient een formulier
zekerheidsstelling te worden overgelegd.
- 3.
- De
inspecteur zendt dit afgetekende formulier L aan
het betrokken productschap.
§
4. Tijdelijke invoer
Artikel
58
Als
instelling als bedoeld in artikel 570, letter b, van
de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
worden tevens aangemerkt de instellingen, opgenomen
in de bijlagen X en XI.
Artikel
59 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
60
Als
erkende instantie als bedoeld in artikel 565 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
worden aangewezen de instanties opgenomen in bijlage
XII.
Artikel
61 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
62
- 1.
- Gebruikmaking
van de regeling tijdelijke invoer wordt
toegestaan voor de voertuigen waarvoor hier te
lande een kentekenbewijs is afgegeven dat is
voorzien van de letters CD, CDJ dan wel de
letters BN of GN in combinatie met twee
cijfergroepen van elk twee cijfers, mits dat
kentekenbewijs geldig is.
- 2.
- De in
het eerste lid bedoelde voertuigen kunnen onder
de regeling worden geplaatst zonder
schriftelijke aanvraag of vergunning.
Artikel
63
| 1. |
Met
inachtneming van artikel van 561, eerste
lid, onderdeel a, onderscheidenlijk
onderdeel b van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, wordt toegestaan
dat wegvoertuigen welke worden betrokken uit
een douane-entrepot of een ruimte voor
tijdelijke opslag onder de regeling
tijdelijke invoer worden geplaatst.
|
| 2. |
Voor
voertuigen die overeenkomstig het eerste lid
onder de regeling zijn geplaatst, wordt een
kentekenbewijs afgegeven, dat is voorzien
van de letters BN of GN in combinatie met
twee cijfergroepen van elk twee cijfers en
een verticale rode balk met daarin de
vermelding van het jaar waarin de
vrijstelling eindigt en waarop voorkomt de
aanduiding: Vrijstelling van rechten bij
invoer en/of omzetbelasting en belasting van
personenautos en motorrijwielen onder
voorwaarde van wederuitvoer.
|
| 3. |
Het
kentekenbewijs heeft een geldigheidsduur van
ten hoogste zes maanden in de gevallen als
bedoeld in artikel van 561, eerste lid,
onderdeel a, van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboeken van ten hoogste
drie maanden in de gevallen als bedoeld in
artikel van 561, eerste lid, onderdeel b,
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek.
|
Artikel
64 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
65 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel
66
In
afwijking van artikel 233 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
kan voor niet- geregistreerde voertuigen de
douaneaangifte worden gedaan door een triptiek of
een carnet de passage en douane, dat is afgegeven
onder aansprakelijkheid van een vereniging die is
aangesloten bij de Alliance Internationale de
Tourisme of de Fιdιration Internationale
Automobile.
§
5. Passieve veredeling
Artikel
67
- 1.
- Op
verzoek van de vergunninghouder passieve
veredeling stelt de inspecteur het bedrag van
het ingevolge artikel 151 van het Communautair
douanewetboek in mindering te brengen bedrag
vast.
- 2.
- Bij
het in het vrije verkeer brengen van goederen
die overeenkomstig de douaneregeling
passieve veredeling tijdelijk zijn uitgevoerd
uit Nederland, is de gehele of gedeeltelijke
vrijstelling van rechten bij invoer van
overeenkomstige toepassing op de omzetbelasting.
Artikel
68
- 1.
- Met de
afgifte van een vergunning passieve veredeling
voor de goederen die vallen onder de
verordeningen genoemd in kolom 1 van bijlage
VII, met uitzondering van de goederen die vallen
onder de basisverordeningen genoemd in kolom I
van de horizontale balken I-l, VIa, VIb, en VIc
alsmede VIIa, is het productschap belast dat in
deze bijlage is aangegeven.
- 2.
- De
aanvraag ter verkrijging van een vergunning
wordt in een dergelijk geval gericht aan het
betrokken productschap.
- 3.
- Het
betrokken productschap kan aan de plaatsing van
de goederen onder de in het eerste lid genoemde
regeling de voorwaarde verbinden dat een
zekerheid wordt gesteld als waarborg voor de
betaling van de douaneschuld die ten aanzien van
deze goederen kan ontstaan. Deze zekerheid dient
te worden gesteld bij dit betrokken
productschap.
Artikel
69
- 1.
- Bij
het doen van een aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling passieve veredeling dient voor
goederen waarvoor ingevolge artikel 68 het
productschap de vergunningafgevende instantie
is, dient een origineel ondertekend, volledig en
naar waarheid ingevuld en goed leesbaar
formulier L in enkelvoud, te worden overgelegd.
- 2.
- De
inspecteur zendt dit afgetekende formulier L aan
het betrokken productschap.
Hoofdstuk
4. Verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap, vrije
entrepots en vrije zones
§ 1.
Verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap
Artikel
70
- 1.
- Als
douanekantoor van uitgang voor over zee uitgaande
goederen worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in
bijlage II.
- 2.
- Als
douanekantoor van uitgang voor door de lucht
uitgaande goederen worden aangewezen de plaatsen,
opgenomen in bijlage III.
Artikel
71
- 1.
- De
aangifte tot uitklaring, bedoeld in artikel
32 van het Douanebesluit, wordt gedaan door
inlevering van de bij de goederen behorende
douaneaangiften of wel de ten geleide van de
goederen dienende documenten, alsmede door de
inlevering bij vertrek van de generale verklaring (IMO/FAL
1).
- 2.
- De
generale verklaring (IMO/FAL 1) dient eveneens als
kennisgeving tot wederuitvoer zoals bedoeld in
artikel 182, derde lid van het Communautair
douanewetboek.
- 3.
- Van door
de lucht uitgaande goederen wordt de aangifte tot
uitklaring gedaan door inlevering van een generale
verklaring luchtvaart, zoals is voorzien bij het
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart
van Chicago van 7 december 1944, met daarin vervat
het manifest van lading, of van alleen een manifest
van lading, zoals is voorzien bij dat verdrag.
- 4.
- De
Inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in dit
artikel bedoelde aangifte, onderscheidenlijk
kennisgeving elektronisch worden gedaan.
Artikel
72
Als vaarwater
voor over zee uitgaande schepen en de daarin of daarop
aanwezige goederen worden aangewezen de vaarwaters,
opgenomen in bijlage I.
§ 2.
Vrije entrepots
Artikel
73
Als plaats
waar een vrij entrepot kan worden gevestigd, worden
aangewezen de plaatsen, opgenomen in bijlage XIII.
Artikel
74
- 1.
- Voor de
inslag in een vrij entrepot van goederen welke
hierna zijn genoemd, worden de navolgende
minimumhoeveelheden vastgesteld.
-
Voor
bier als bedoeld in artikel
6 van de Wet op de accijns:
-
op
fust: 5 hectoliter;
-
in
flessen of in andere kleine verpakking: 3
hectoliter.
-
Voor
minerale oliλn als bedoeld in de artikelen
25 en 26
van de Wet op de accijns:
-
lichte
olie en gasolie: 250 liter;
-
halfzware
olie: 500 liter;
-
zware
stookolie en andere minerale oliλn: 2000
kilogram.
- 2.
- Voor de
uitslag uit een vrij entrepot van goederen welke
hierna zijn genoemd, worden de navolgende
minimumhoeveelheden vastgesteld.
-
Voor
aan accijns onderworpen goederen: 500 kilogram
nettogewicht.
-
Voor
tabaksprodukten als bedoeld in artikel
29 van de Wet op de accijns: 4 kilogram
nettogewicht.
-
Voor
minerale oliλn:
-
lichte
olie en gasolie: 250 liter;
-
halfzware
olie: 500 liter;
-
zware
stookolie en andere minerale oliλn: 2000
kilogram.
- 3.
- In
afwijking van het tweede lid geldt geen
minimumhoeveelheid bij de uitslag van
tabaksprodukten uit een vrij entrepot bij het
brengen in het vrije verkeer met betaling van de
verschuldigde rechten bij invoer en bedraagt de
minimumhoeveelheid bij de uitslag uit een vrij
entrepot:
-
voor
overige alcoholhoudende produkten ter aflevering
als provisie aan boord van uitgaande schepen en
luchtvaartuigen of aan diplomaten, indien het
betreft:
- 1°.
- vloeistoffen:
5 liter, ongeacht het alcoholgehalte;
- 2°.
- andere
produkten:
-
5
kilogram nettogewicht;
-
voor
alcoholhoudende extracten, essences,
tincturen, parfumerieλn,
toiletartikelen cosmetische produkten,
welke ten uitvoer worden uitgeslagen,
indien het betreft:
- 1°.
- vloeistoffen:
5 liter, ongeacht het
alcoholgehalte;
- 2°.
- andere
produkten: 5 kilogram nettogewicht;
-
voor
tabaksprodukten ter aflevering als
provisie aan boord van uitgaande schepen
en luchtvaartuigen of aan diplomaten: 1
kilogram nettogewicht.
- 4.
- De
inspecteur is bevoegd de in- en uitslag van goederen
in kleinere hoeveelheden toe te staan dan die
vermeld in de voorgaande leden.
§ 3.
Vrije zones
Artikel
74a
Als vrije zone
controletype II als bedoeld in artikel
46a van het Douanebesluit worden aangewezen de
geografische gebieden, opgenomen in bijlage XIII.
Artikel
74b
- 1.
- Bij de
aanvraag, bedoeld in artikel
46a van het Douanebesluit, dient door de
beoogde beheerder en de operateur(s) een aanvraag
tot goedkeuring van de voorraadadministratie,
bedoeld in artikel 804 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, te worden overgelegd.
- 2.
- De
operateur die activiteiten wil uitvoeren in een
aangewezen vrije zone controletype II, dient de
goedkeuring van de voorraadadministratie, bedoeld in
artikel 804 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, in te dienen bij de
inspecteur.
Artikel
74c
- 1.
- De
inspecteur kan van de in artikel
46b van het Douanebesluit genoemde personen
verlangen dat zekerheid wordt gesteld met betrekking
tot de door deze personen na te komen
verplichtingen.
- 2.
- Indien artikel
46b, derde lid, van het Douanebesluit van
toepassing is, kan de inspecteur alleen zekerheid
verlangen van de operateur.
Hoofdstuk
5. Begunstigde verrichtingen
§ 1.
Inleidende bepalingen
Artikel
75
| 1. |
In dit
hoofdstuk wordt verstaan onder verordening
918/83: Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983
betreffende de instelling van een communautaire
regeling inzake douanevrijstellingen (PbEG L
105).
|
| 2. |
In dit
hoofdstuk wordt verstaan onder normale
verblijfplaats: de plaats waar een natuurlijk
persoonlijk gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen
gedurende tenminste 185 dagen per kalenderjaar
wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen
of, indien hij geen beroepsmatige bindingen
heeft, wegens persoonlijke bindingen waaruit
nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar
hij woont, blijken.
Indien
belanghebbende zijn beroepsmatige bindingen op
een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke
bindingen en daardoor afwisselend verblijft in
verschillende landen, wordt hij geacht zijn
normale verblijfplaats te hebben in het land van
zijn persoonlijke bindingen, mits hij daar op
geregelde tijden terugkeert. Indien
belanghebbende zich op de plaats van zijn
beroepsmatige bindingen bevindt voor een
opdracht van een bepaalde duur, wordt hij geacht
zijn normale verblijfplaats te hebben in het
land van zijn persoonlijke bindingen.
De
omstandigheid dat onderwijs wordt genoten houdt
op zich niet in dat de normale verblijfplaats is
verplaatst.
De
normale verblijfplaats wordt aan de hand van
bescheiden, waaronder een legitimatiebewijs,
aangetoond. Indien de inspecteur daar om
verzoekt worden aanvullende inlichtingen en
bewijsstukken overgelegd.
|
§ 2.
Vrijstelling van rechten bij invoer overeenkomstig
verordening 918/83
Artikel
76
| 1. |
Voor
het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in de artikelen 2, 11, 16 en 19, 20, 25, 32 en
38, 51, 52 en 53, 59bis, 60, 63bis, 63quater,
65, 79, 87, onderdeel c en 100 van de
verordening 918/83, is een vergunning van de
inspecteur vereist.
|
| 2. |
Voor
de vrijstelling van rechten bij invoer als
bedoeld in artikel 50 van de verordening 918/83
is een vergunning van de inspecteur vereist voor
zover het betreft de goederen als bedoeld in
bijlage I, onderdeel B van die verordening.
|
| 3. |
Voor
de vrijstelling van rechten bij invoer als
bedoeld in de artikelen 71 en 72 van de
verordening 918/83 is een vergunning van de
inspecteur vereist voor zover de aldaar bedoelde
voorwerpen in het vrije verkeer worden gebracht
door een instelling of een organisatie.
|
Artikel
77
Onverminderd
het bepaalde in de artikelen 8, eerste lid, en 14,
eerste lid, van de verordening 918/83 kan de inspecteur
bepalen dat en tot welk bedrag zekerheid moet worden
gesteld voor het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de
artikelen 2, 11, 20, 25, 32 en 38 van die verordening.
Artikel
78
Indien voor
het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van
rechten bij invoer overeenkomstig de verordening 918/83
een vergunning is vereist, kan de inspecteur in die
vergunning bepalen dat in de aangifte voor het vrije
verkeer voor de goederen, andere dan motorrijtuigen, als
soort van de goederen mag worden vermeld:
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 2 van
voornoemde verordening: verhuisgoed;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 11 van
voornoemde verordening: huwelijksgoederen;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in de artikelen 16
en 19 van voornoemde verordening:
erfgoederen;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 20 van
voornoemde verordening: meubilering tweede
woning;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 25 van
voornoemde verordening: roerende goederen
studenten;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in de artikelen 32
en 38 van voornoemde verordening:
kapitaalgoederen;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 79 van
voornoemde verordening: goederen voor
bestrijding van rampen.
|
Artikel
79
| 1. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in de artikelen 2, 11, 16 en 19, 20, 25 en 32 en
38 van de verordening 918/83 wordt slechts
verleend indien een door belanghebbende
ondertekende lijst wordt overgelegd, houdende
een omschrijving van alle goederen waarvoor
aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer
wordt gemaakt.
|
| 2. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 11 van de verordening 918/83 wordt
voorts slechts verleend voor zover
belanghebbende aantoont dat zijn huwelijk heeft
plaatsgehad of dat de eerste officiλle stappen
met het oog op zijn huwelijk zijn gezet.
|
| 3. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in de artikelen 16 en 19 van de verordening
918/83 wordt voorts slechts verleend voor zover
een door een notaris of vergelijkbare
functionaris van het land van uitvoer afgegeven
verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat
de goederen door vererving zijn verkregen.
|
| 4. |
De
termijn van twaalf maanden, als bedoeld in
artikel 37, eerste lid, van de verordening
918/83 wordt niet verlengd.
|
| 5. |
Voor
het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer van
voorwerpen voor blinden en andere gehandicapten
als bedoeld in de artikelen 71 en 72 van de
verordening 918/83, die door de gehandicapten
zelf worden ingevoerd of als gift rechtstreeks
aan hen worden gezonden, kan de inspecteur in
twijfelgevallen om een medische verklaring
vragen om de handicap aan te tonen.
|
Artikel
80
| 1. |
Als
instellingen en organisaties als bedoeld in
artikel 51, tweede streepje, van de verordening
918/83, worden aangewezen de instellingen en
organisaties, genoemd in bijlage XIV.
|
| 2. |
Als
particuliere instellingen als bedoeld in artikel
52, tweede lid, tweede streepje, van de
verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen, genoemd in bijlage XV.
|
| 3. |
Als
particuliere instellingen als bedoeld in artikel
60, tweede lid, tweede streepje, van de
verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen, genoemd in bijlage XVI.
|
| 4. |
Als
laboratorium als bedoeld in artikel 62,
onderdeel a, van de verordening 918/83, wordt
aangewezen het Centraal Laboratorium van de
Bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode
Kruis.
|
| 5. |
Als
instellingen als bedoeld in artikel 63bis,
eerste lid, van de verordening 918/83, worden
aangewezen de ziekenhuizen,
gezondheidsinstellingen en dergelijke
instellingen welke zich uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend bezighouden met medisch onderzoek,
medische diagnose of medische behandeling.
|
| 6. |
Als
geadresseerden als bedoeld in artikel 63quater
van de verordening 918/83, worden aangewezen de
geadresseerden, genoemd in bijlage XVII. De in
de bijlage bedoelde vergunningen dienen bij de
aanvraag voor een vergunning voor het brengen in
het vrije verkeer met vrijstelling van rechten
bij invoer te worden getoond.
|
| 7. |
Als
instellingen met een liefdadig of filantropisch
karakter als bedoeld in artikel 65, eerste lid,
onderdeel a, van de verordening 918/83, worden
aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage
XVIII.
|
| 8. |
Als
instellingen en organisaties als bedoeld in de
artikelen 71 en 72, eerste lid, van de
verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen en organisaties, genoemd in bijlage
XIX.
|
| 9. |
Als
instellingen met een liefdadig of filantropisch
karakter als bedoeld in artikel 79, eerste lid,
van de verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen, genoemd in bijlage XVIII.
|
| 10. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 107 van de verordening 918/83, wordt
slechts verleend indien de goederen zijn bestemd
voor een van de instellingen genoemd in bijlage
XX.
|
| 11. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 117 van de verordening 918/83, wordt
slechts verleend indien een attest of een
verklaring wordt overgelegd welke is afgegeven
door een organisatie, genoemd in bijlage XXI.
|
Artikel
81
Onverminderd
het bepaalde in de verordening 918/83 kan de aangifte
voor het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij
invoer voor de vrijstellingen bedoeld in de artikelen
86, onderdelen a en b, 87, onderdelen a en b, 90, 110,
111, 112, 116, 117 en 118 van die verordening, mondeling
worden gedaan.
Artikel
82
| 1. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer bedoeld in
artikel 45 van de verordening 918/83, wordt,
voor personeel van vervoermiddelen die in het
verkeer tussen derde landen en de Gemeenschap
worden gebruikt, voor de hierna vermelde
goederen beperkt tot de volgende hoeveelheden.
-
tabaksprodukten:
sigaretten:
40 stuks
of
cigarillos
(sigaren die per stuk niet meer dan 3 gram
wegen): 20 stuks
of
sigaren:
10 stuks
of
rooktabak:
50 gram;
-
alcoholhoudende
dranken:
gedistilleerde
en alcoholhoudende dranken met een
alcoholgehalte van meer dan 22
volumepercenten: 1 liter
of
gedistilleerde
en alcoholhoudende dranken, aperitieven op
basis van wijn of alcohol, met een
alcoholgehalte van ten hoogste 22
volumepercenten; mousserende wijnen,
likeurwijnen: 1 liter,
en
niet-mousserende
wijnen: 1 liter.
|
| 2. |
Voor
de beoordeling van de vraag of monsters en
stalen als bedoeld in artikel 91 van de
verordening 918/83 een onbeduidende waarde
hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle
monsters en stalen die van eenzelfde zending
deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden
van de zendingen door dezelfde afzender aan
verschillende geadresseerden verzonden, worden
niet samengeteld, ook al worden de zendingen
gelijktijdig aangegeven voor het brengen in het
vrije verkeer.
|
| 3. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 118 van de verordening 918/83, voor
lijkkisten die het stoffelijk overschot van een
overledene bevatten en voor urnen die de as van
een overledene bevatten, wordt slechts verleend
voor zover een laissez-passer voor lijken, een
lijkenpas of een overeenkomstige verklaring
wordt overgelegd.
|
§ 3.
Overige vrijstellingen van rechten bij invoer
Artikel
83
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van:
-
provisie
en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende
schepen, geen woonschepen zijnde;
-
provisie
aanwezig in luchtvaartuigen in internationaal
verkeer;
-
brandstoffen
en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende
schepen en luchtvaartuigen en bestemd voor de
aandrijving of smering daarvan.
- 2.
- Provisie
en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende
schepen, geen woonschepen zijnde, alsmede
brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in die
schepen en bestemd voor de aandrijving of smering
daarvan kunnen slechts met vrijstelling in het vrije
verkeer worden gebracht, indien die goederen
overeenkomstig artikel
4, derde lid van het Douanebesluit worden
aangegeven.
- 3.
- De
vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, wordt slechts verleend voor de
hoeveelheden, welke redelijkerwijs noodzakelijk
worden geacht voor het verbruik of gebruik aan
boord, gedurende de reis in Benelux.
- 4.
- De
vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c, wordt slechts verleend voor de
hoeveelheden welke redelijkerwijs noodzakelijk
worden geacht voor het verbruik aan boord van de
luchtvaartuigen gedurende de reis in Benelux.
- 5.
- De
vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel d, wordt slechts verleend voor de
hoeveelheden welke redelijkerwijs noodzakelijk
worden geacht voor het verbruik aan boord gedurende
de reis in Benelux.
- 6.
- Het is
verboden de goederen uit de vervoermiddelen te
verwijderen.
Artikel
84
| 1. |
Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van goederen die
bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik -
gebruik door inwonende gezinsleden daaronder
begrepen - van diplomatieke en consulaire
ambtenaren van in Nederland gevestigde
diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen,
mits zij geen Nederlander zijn en niet duurzaam
in Nederland verblijven. De vrijstelling wordt
voor motorrijtuigen beperkt tot maximaal twee
personenvoertuigen. De vrijstelling wordt
overeenkomstig verleend ten aanzien van
internationale ambtenaren voor wie met de
desbetreffende organisatie is overeengekomen dat
aan hen de voorrechten worden verleend die in
het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
1961 worden toegekend aan diplomatieke
ambtenaren. Honorair consuls zijn van de
vrijstelling uitgesloten.
|
| 2. |
Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van goederen die
bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik -
gebruik door inwonende gezinsleden daaronder
begrepen - van leden van het administratief,
technisch en bedienend personeel van in
Nederland gevestigde diplomatieke en consulaire
vertegenwoordigingen, mits zij geen Nederlander
zijn en niet duurzaam in Nederland verblijven,
en mits sinds de aanvang van de tewerkstelling
in Nederland ten hoogste tien jaar zijn
verstreken. De vrijstelling wordt voor
motorrijtuigen beperkt tot maximaal twee
personenvoertuigen. De vrijstelling wordt met
inachtneming van het in het vierde lid bepaalde
overeenkomstig verleend ten aanzien van
internationale ambtenaren voor wie met de
desbetreffende organisatie is overeengekomen dat
aan hen de voorrechten worden verleend die in
het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
1961 worden toegekend aan leden van het
administratief en technisch personeel van
diplomatieke vertegenwoordigingen.
|
| 3. |
Voor
het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer is een
vergunning van de inspecteur vereist.
|
| 4. |
De
vergunning wordt slechts verleend onder
voorwaarde van wederkerigheid. Ten aanzien van
de internationale ambtenaren bedoeld in het
eerste lid wordt aangenomen dat aan de
voorwaarde van wederkerigheid wordt voldaan. Ten
aanzien van de internationale ambtenaren bedoeld
in het tweede lid wordt aangenomen dat aan de
voorwaarde van wederkerigheid wordt voldaan voor
ιιn personenvoertuig, alsmede voor goederen
ingevoerd binnen ιιn jaar na aanvang van de
tewerkstelling in Nederland.
|
| 5. |
De
aangifte voor het vrije verkeer wordt gedaan bij
de inspecteur, door de overlegging van een door
het hoofd van de diplomatieke of consulaire
vertegenwoordiging ondertekende aangifte Douane
39. De overlegging van deze aangifte houdt
tevens het verzoek tot het verlenen van de
vergunning in.
|
| 6. |
De
vergunning wordt slechts verleend, indien alle
douane-exemplaren van eerder gedane aangiften
ten behoeve van eenzelfde belanghebbende,
voorzien van een door hem en het hoofd van de
diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
voor gezien getekende ontvangstbevestiging,
binnen drie dagen na het verstrijken van de
geldigheidsduur van de volgens het vijfde lid
gedane aangifte door de inspecteur zijn
terugontvangen.
|
| 7. |
Voor
motorrijtuigen waarvoor overeenkomstig het
eerste of tweede lid vrijstelling van rechten
bij invoer is verleend, wordt een kentekenbewijs
afgegeven dat is voorzien van de aanduiding
vrijstelling van rechten bij invoer en/of
omzetbelasting en/of belasting van
personenautos en motorrijwielen; vervalt bij
vervreemding; kentekenbewijs niet
overdraagbaar.
|
| 8. |
De
overeenkomstig dit artikel met vrijstelling in
het vrije verkeer gebrachte goederen mogen niet
worden uitgeleend, verpand, verhuurd, noch onder
bezwarende titel of om niet worden overgedragen,
zonder dat daartoe, van de inspecteur die de
vrijstelling heeft verleend, toestemming is
verkregen.
|
| 9. |
Het is
verboden de goederen te gebruiken of te doen
gebruiken op een wijze of voor doeleinden
waarvoor de vrijstelling niet geldt. Met
betrekking tot motorrijtuigen geldt voorts dat
deze slechts mogen worden gebruikt indien
daarvoor een geldig Nederlands kentekenbewijs
kan worden getoond.
|
Artikel
85
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen van goederen in het vrije verkeer, die
bestemd zijn voor het officiλle gebruik - bouwen en
herstellen daaronder begrepen - van in Nederland
gevestigde diplomatieke en beroepsconsulaire
vertegenwoordigingen.
- 2.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde tot en met negende
lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat het hoofd van de diplomatieke of
consulaire vertegenwoordiging in een verklaring
bevestigt dat de goederen voor het officiλle
gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.
Artikel
86
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van
kanselarijbenodigdheden die bestemd zijn voor het
officiλle gebruik van in Nederland gevestigde
honorair consulaire vertegenwoordigingen.
- 2.
- Onder
kanselarijbenodigdheden wordt verstaan officiλle
emblemen en documenten alsmede kantoormeubilair en
kantoorbenodigdheden.
- 3.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde tot en met zesde lid,
achtste lid en negende lid, is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de
consulaire vertegenwoordiging in een verklaring
bevestigt dat de goederen voor het officiλle
gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.
Artikel
87
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van goederen die
bestemd zijn voor het verrichten van de officiλle
werkzaamheden door een internationale organisatie
genoemd in bijlage XXII.
- 2.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde lid en vijfde tot en
met negende lid, is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat het hoofd van de organisatie
in een verklaring bevestigt dat de goederen voor het
officiλle gebruik van de organisatie bestemd zijn.
Artikel
88
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van personenvoertuigen
die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik
-gebruik door inwonende gezinsleden daaronder
begrepen - van personen in dienst bij een
internationale organisatie genoemd in bijlage XXIII
op wie artikel 84 niet van toepassing is, mits zij
geen Nederlander zijn en niet duurzaam in Nederland
verblijven, en mits sinds de aanvang van de
tewerkstelling in Nederland ten hoogste tien jaar
zijn verstreken. De vrijstelling wordt beperkt tot
ιιn personenvoertuig.
- 2.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde lid en vijfde tot en
met negende lid, is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat de in het derde lid bedoelde
vergunning slechts wordt verleend indien de
organisatie in een schriftelijke verklaring
bevestigt dat de persoon die gebruik wenst te maken
van de vrijstelling van rechten bij invoer in dienst
is bij die organisatie, geen Nederlander is en niet
duurzaam in Nederland verblijft; deze verklaring
dient tevens de normale verblijfplaats op het moment
van aanwerving te vermelden, alsmede de datum van de
aanvang van de tewerkstelling in Nederland.
Artikel
89 [Vervallen per 01-07-2002]
Artikel
90
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het in
het vrije verkeer brengen van gronduitrusting door
buiten Benelux gevestigde luchtvaartondernemingen om
op een douaneluchtvaartterrein te worden gebruikt
voor de inrichting of exploitatie van een
internationale luchtdienst door die ondernemingen.
- 2.
- Voor het
brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van
rechten bij invoer is een vergunning van de
inspecteur vereist.
- 3.
- De
vrijstelling wordt slechts verleend indien en voor
zover de Staat op wiens grondgebied de
luchtvaartonderneming is gevestigd aan Nederland,
Belgiλ of Luxemburg een overeenkomstige
vrijstelling verleent.
- 4.
- Indien
eenzelfde vrijstellingsgenietende tegelijkertijd
goederen van twee of meer soorten in het vrije
verkeer brengt, mag worden volstaan met ιιn
aangifte voor het brengen in het vrije verkeer die
is aangevuld met een lijst waarop de gegevens van de
goederen zijn vermeld.
§ 4.
Terugkerende goederen
Artikel
91
- 1.
- Goederen
waarvoor in het douanegebied van de Gemeenschap een
carnet ATA is afgegeven overeenkomstig artikel 797
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek worden aangegeven voor het vrije
verkeer door overlegging van een carnet.
- 2.
- Overlegging
bij de aangifte voor het vrije verkeer van een
uitvoerdocument als bedoeld in artikel 847 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
dan wel van het inlichtingenblad INF-3 kan,
behoudens in de gevallen waarin de goederen in het
kader van de regeling passieve veredeling zijn
uitgevoerd, achterwege blijven voor:
-
motorrijtuigen
alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd
voor het vervoer van reisbenodigdheden,
duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen
met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien
bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs
aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens,
het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor
zover daaruit blijkt dat zij in het vrije
verkeer zijn;
-
aanhangwagens,
andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en
opleggers, voor zover uit de overgelegde
bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat
zij in het vrije verkeer zijn;
-
luchtvaartuigen
die in ιιn der lid-staten zijn ingeschreven;
-
locomotieven
en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn
ingeschreven in het wagenpark van een in ιιn
der lid-staten gevestigde spoorweg- of andere
onderneming, indien ten genoegen van de
inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit
het vrije verkeer van het douanegebied van de
Gemeenschap zijn uitgevoerd;
-
andere
vervoermiddelen, indien ten genoegen van de
inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit
het vrije verkeer van het douanegebied van de
Gemeenschap zijn uitgevoerd;
-
containers,
met inbegrip van het normale toebehoren en de
normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen
en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht
voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden
en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij
wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere
kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk
is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het
douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
-
goederen
die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van
reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer
van het douanegebied van de Gemeenschap zijn
uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de
herkomst uit het vrije verkeer van het
douanegebied van de Gemeenschap wordt aangetoond
door middel van een schriftelijk bewijsstuk.
- 3.
- Indien de
inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan
de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij
invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd
nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij
invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd
zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij
de inspecteur een verzoek indienen om voor de
goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer
te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de
voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij
invoer is voldaan.
- 4.
- Het is
verboden aanspraak te maken op vrijstelling van
rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het
chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd
zonder dat daartoe door de inspecteur toestemming is
verleend.
- 5.
- Indien bij
de uitvoer van de goederen een inlichtingenblad
INF-3 is verkregen dient dit inlichtingenblad bij de
wederinvoer van de goederen te worden overgelegd.
§ 5.
Vrijstelling van omzetbelasting, accijnzen en
verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele
andere produkten
Artikel
92
Op de
accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelastingen
van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten
zijn de artikelen 29 tot en met 31 van de verordening
918/83 van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat:
-
de
vrijstelling voor alcoholhoudende dranken als
bedoeld in artikel 31, onderdeel b, eerste en tweede
streepje, van de verordening 918/83, is beperkt tot
ιιn fles van het gebruikelijke type met een
maximum van 1 liter;
-
de
vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is
beperkt tot de volgende hoeveelheden:
| 1°. |
koffie:
500 gram of koffie-extracten en essences:
200 gram;
|
| 2°. |
thee:
100 gram of thee-extracten en essences: 40
gram.
|
Artikel
93
Op de
omzetbelasting zijn de artikelen 32 tot en met 38 van de
verordening 918/83, alsmede de artikelen 76, 77, 78, en
79 van overeenkomstige toepassing voor zover de voor het
vrije verkeer aangegeven goederen niet zijn bestemd voor
de uitoefening van een activiteit die op grond van artikel
11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is
vrijgesteld.
Artikel
94
Op de
accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelastingen
van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten
zijn de artikelen 45 tot en met 49 van de verordening
918/83, alsmede artikel 82, eerste lid, van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
-
het
bepaalde met betrekking tot een proportioneel
assortiment als bedoeld in artikel 46, eerste lid,
onderdelen a en b
van de verordening 918/83, niet van toepassing is;
-
de
vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is
beperkt tot de volgende hoeveelheden:
| 1e. |
koffie:
500 gram of koffie-extracten en essences:
200 gram;
|
| 2e. |
thee:
100 gram of thee-extracten en essences: 40
gram.
|
Artikel
95
Op de
omzetbelasting is artikel 50 van de verordening 918/83,
alsmede artikel 76 van overeenkomstige toepassing voor
zover betreft de goederen genoemd in bijlage I,
onderdeel B, van voornoemde verordening.
Artikel
96
Op de
omzetbelasting is artikel 51 van de verordening 918/83,
alsmede de artikelen 76 en 80 van overeenkomstige
toepassing voor zover betreft de goederen genoemd in
bijlage II, onderdeel B, van voornoemde verordening,
mits de aan de aangifte voor het vrije verkeer ten
grondslag liggende levering om niet geschiedt, of,
indien zij onder bezwarende titel plaatsheeft, de
goederen worden geleverd door een ander dan een
ondernemer in de zin van de Wet
op de omzetbelasting 1968.
Artikel
97
Op de
accijnzen en de omzetbelasting is artikel 60 van de
verordening 918/83, alsmede de artikelen 76 en 80 van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor
laboratoriumgebruik gefokte dieren de vrijstelling
uitsluitend van toepassing is indien die dieren gratis
aan laboratoria worden afgestaan.
Artikel
98
- 1.
- Op
de omzetbelasting zijn de artikelen 71 en 72 van de
verordening 918/83, alsmede de artikelen 76 en 80
van overeenkomstige toepassing met dien verstande
dat:
- a)
- de
vrijstelling kan worden verleend voor alle
goederen die speciaal zijn ontworpen voor
onderwijs aan en tewerkstelling of verbetering
van de maatschappelijke positie van blinden en
andere lichamelijke of geestelijk gehandicapten;
- b)
- geen
vrijstelling wordt verleend indien de goederen
door de blinden of andere gehandicapten voor hun
eigen gebruik worden ingevoerd;
- c)
- geen
vrijstelling wordt verleend indien de goederen
met enige commerciλle bijbedoeling van de gever
of niet gratis aan een in bijlage XIX aangewezen
instelling of organisatie worden gezonden.
- 2.
- De
omstandigheid dat er op het tijdstip van de aangifte
voor het vrije verkeer in het douanegebied van de
Gemeenschap gelijkwaardige voorwerpen worden
vervaardigd staat het verlenen van de vrijstelling
niet in de weg.
Artikel
99
Op de
omzetbelasting is artikel 109 van de verordening 918/83
van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat
geen vrijstelling wordt verleend voor belastingzegels
als bedoeld in artikel 109, onderdeel q, van de
verordening 918/83.
Artikel
100
- 1.
- Op de
accijnzen en de omzetbelasting zijn de artikelen 185
tot en met 187 van het Communautair Douanewetboek,
de artikelen 844 tot en met 856 van de
toepassingsverordening Communautair Douanewetboek
alsmede artikel 91 van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat de bepalingen inzake het
inlichtingenblad INF 3 slechts van toepassing zijn
voorzover gelijktijdig aanspraak op vrijstelling van
rechten bij invoer wordt gemaakt.
- 2.
- Vrijstelling
van omzetbelasting voor terugkerende goederen als
bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend,
indien wordt aangetoond, dat op de terugkerende
goederen omzetbelasting drukt.
- 3.
- Vrijstelling
van accijns voor terugkerende goederen als bedoeld
in het eerste lid wordt slechts verleend, indien
wordt aangetoond, dat de voorafgaande uitvoer van
deze goederen niet heeft plaatsgevonden uit een
accijnsgoederenplaats dan wel met teruggaaf van
accijns.
Artikel
101
| 1. |
Op de
accijnzen zijn de artikelen 2 tot en met 19, 27,
28, 63quater, 79 tot en met 85, 90, 91, 100 tot
en met 106 en 112 tot en met 117 van verordening
918/83 alsmede de artikelen 76 tot en met 87, en
90 van overeenkomstige toepassing.
|
| 2. |
Op de
omzetbelasting zijn de artikelen 2 tot en met
19, 25, 27, 28, 61 tot en met 63, 63quater tot
en met 69, 79 tot en met 108 en 110 tot en met
118 van verordening 918/83, alsmede de artikelen
76 tot en met 88, en 90 van overeenkomstige
toepassing.
|
| 3. |
Op de
verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en
van enkele andere produkten zijn de artikelen 2
tot en met 19, 27, 28, 63 quater, 79 tot en met
85, 90, 91, 95 tot en met 106 en 112 tot en met
117 van verordening 918/83 alsmede de artikelen
76 tot en met 87, en 90 van overeenkomstige
toepassing.
|
§ 6.
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel
102
De inspecteur
kan in de vergunning nadere voorwaarden en bepalingen
stellen met betrekking tot de in acht te nemen
formaliteiten en het uit te oefenen toezicht. Tevens kan
de inspecteur in de vergunning bepalen dat de vergunning
slechts geldt indien de in- of uitvoer plaatsvindt
binnen een te stellen termijn.
Artikel
103
In de gevallen
waarin het verlenen van vrijstelling van rechten bij
invoer afhankelijk is van de voorwaarde dat de goederen
een bepaalde bestemming volgen wordt de vrijstelling
niet verleend indien naar het oordeel van de inspecteur
de vaststelling van de identiteit van de goederen niet
kan worden verzekerd. De aanspraak op vrijstelling
vervalt indien de identiteit van de goederen bij de
aangifte voor het vrije verkeer niet overeenstemt met
die welke is vermeld in de vergunning.
De aanspraak
op vrijstelling vervalt eveneens indien bij het volgen
van de bestemming de identiteit van de goederen niet
wordt gehandhaafd.
Artikel
104
Tenzij anders
is bepaald, kunnen de termijnen welke bij of krachtens
deze ministeriλle regeling zijn gesteld, door de
inspecteur worden verlengd of verkort.
Artikel
105
Degene aan wie
een vrijstelling is verleend, is desgevraagd gehouden
aan de inspecteur de goederen aan te wijzen waarop de
vrijstelling betrekking heeft, in voorkomend geval in de
vorm van tijdens de behandeling verkregen goederen.
Artikel
106
Indien
bijzondere omstandigheden welke bij het verlenen van de
vrijstelling van rechten bij invoer niet waren te
voorzien, beletten de met vrijstelling in het vrije
verkeer gebrachte goederen hun bestemming te doen
volgen, kan de inspecteur toestaan dat voor de goederen
een aangifte voor het vrije verkeer wordt gedaan of dat
de goederen worden vernietigd. De inspecteur kan met die
vernietiging gelijkstellen de vernietiging van goederen
welke te wijten is aan toevallige omstandigheden of
overmacht.
Artikel
107
Aan degene ten
aanzien van wie een vergunning voor het brengen in het
vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer is
ingetrokken kan enkel op grond daarvan een vergunning
tot invoer met vrijstelling worden geweigerd.
Hoofdstuk
6. Douaneschuld
§ 1.
De uitnodiging tot betaling
Artikel
108
| 1. |
Voor
de uitnodiging tot betaling die wordt
vastgesteld met toepassing van artikel
22a, tweede lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, wordt door de Minister
van Economische Zaken of, voor zover het
landbouwgoederen betreft, Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een
aanslagbiljet opgemaakt en aan de ontvanger ter
hand gesteld door tussenkomst van de inspecteur.
|
| 2. |
Voor
de uitnodiging tot betaling die wordt
vastgesteld met toepassing van artikel
22a, derde lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, door Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij
ministeriλle regeling aan te wijzen gevallen,
wordt het aanslagbiljet ter zake opgemaakt door
daarbij aan te wijzen organen en in de door Onze
Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit ingevolge artikel
3 van de Invorderingswet 1990 bij
ministeriλle regeling aan te wijzen gevallen
ter hand gesteld aan de bij die regeling aan te
wijzen functionaris.
|
Artikel
109
De inspecteur
kan uitnodigingen tot betaling uit hoofde van dezelfde
douaneschuld, of uit hoofde van verschillende
douaneschulden op ιιn aanslagbiljet verenigen of
vermelden.
Artikel
110
De inspecteur
kan beschikkingen tot terugbetaling of kwijtschelding
van rechten bij invoer welke voortvloeien uit dezelfde
douaneschuld, of welke voortvloeien uit verschillende
douaneschulden op ιιn kennisgeving verenigen of
vermelden.
§ 2.
Terugbetaling of kwijtschelding van accijnzen,
omzetbelasting en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije
dranken en van enkele andere produkten.
Artikel
110a
- 1.
- Terugbetaling
of kwijtschelding van accijnzen, omzetbelasting en
de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en
van enkele andere produkten wordt verleend in de
gevallen waarin bij of krachtens het Communautair
douanewetboek aanspraak op terugbetaling of
kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou
bestaan.
- 2.
- De door de
Commissie genomen beschikking bedoeld in artikel
239, lid 1, tweede gedachtestreepje, van het
Communautair douanewetboek en de ter uitvoering van
dit artikel vastgestelde bepalingen is van
overeenkomstige toepassing op het verzoek om
terugbetaling of kwijtschelding voor zover het
tevens betrekking heeft op accijnzen, omzetbelasting
en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken
en van enkele andere produkten.
Hoofdstuk
7. Bijzondere regelingen
§ 1.
Postzendingen
Artikel
111
Als plaats
waar een sorteerplaats van de Post in de zin van het Douanebesluit
is gelegen, worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in
bijlage XXIV.
Artikel
112
Als plaats
waar een bergplaats van de Post in de zin van het Douanebesluit
is gelegen, worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in
bijlage XXV.
Artikel
113
Als plaats
waar op kantoren van de Post de aftekening als bedoeld
in artikel 50, tweede
lid van het Douanebesluit kan plaatsvinden,
worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in bijlage
XXVI.
Hoofdstuk
8. Algemene bepalingen
§ 1.
Inbeslagneming en inbewaringneming
Artikel
114
- 1.
- Van de
inbeslagneming van goederen ter zake van het begaan
van bij wettelijke bepalingen strafbaar gestelde
feiten door onbekende personen wordt mededeling
gedaan in ιιn of meer door de inspecteur, aan te
wijzen dag- of nieuwsbladen, met vermelding van een
omschrijving van de goederen en van de voor de
goederen gebezigde verpakking.
- 2.
- Indien de
goederen aan spoedige, aanmerkelijke waarde-
vermindering onderhevig zijn of indien de bewaring
of het onderhoud ervan gevaar oplevert dan wel hoge
kosten met zich meebrengt, wordt, in afwijking van
het eerste lid, van de inbeslagneming op door de
inspecteur te bepalen wijze, naar plaatselijk
gebruik, in het openbaar mededeling gedaan.
- 3.
- De vorige
leden vinden overeenkomstige toepassing bij de
inbeslagneming op onbekende personen van
vervoermiddelen en voorwerpen op de voet van artikel
52, eerste lid, van de Douanewet, in welk
geval mede de gronden tot die inbeslagneming worden
vermeld.
Artikel
115
Onder de
voorwaarden voor het vrijgeven van goederen welke ter
zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen
strafbaar gestelde feiten in beslag zijn genomen, wordt
ten minste gesteld dat ten kantore van een door de
inspecteur aangewezen ontvanger zekerheid wordt gesteld
tot verzekering van de uitlevering van de goederen of de
voldoening van de waarde daarvan.
Artikel
116
- 1.
- Bij de
inbewaringneming van goederen vindt, indien de
belanghebbende bij die goederen niet bekend is,
artikel 114, eerste en tweede lid, overeenkomstige
toepassing.
- 2.
- De verkoop
van de inbewaring genomen goederen vindt niet eerder
plaats dan nadat aan het voornemen daartoe in de een
of meer door de inspecteur, aan te wijzen dag- of
nieuwsbladen bekendheid is gegeven.
- 3.
- Indien de
goederen aan spoedige, aanmerkelijke
waardevermindering onderhevig zijn of indien de
bewaring of het onderhoud ervan gevaar oplevert dan
wel hoge kosten met zich meebrengt, vindt, in
afwijking van het tweede lid, de verkoop plaats
nadat van het voornemen op door de inspecteur te
bepalen wijze in het openbaar bekendheid is gegeven.
- 4.
- De verkoop
geschiedt in het openbaar en volgens plaatselijke
gebruiken.
- 5.
- In
afwijking van het bepaalde in de vorige leden, kan
de verkoop met volmacht van de inspecteur onderhands
geschieden indien wordt vermoed dat uit de opbrengst
van de goederen de aan een openbare verkoop
verbonden kosten niet kunnen worden bestreden of
indien het de verkoop van in het derde lid bedoelde
goederen betreft.
Paragraaf
2. Kosten
Artikel
117
| 1. |
Het
tarief dat verschuldigd is ter zake van
ambtelijke werkzaamheden, bedoeld in artikel
74, eerste lid, van het Douanebesluit
bedraagt 42 per uur. Voor werkzaamheden die
een half uur duren of een gedeelte van een half
uur duren, wordt de helft van het uurbedrag in
rekening gebracht.
|
| 2. |
Voor
de berekening van de duur van de ambtelijke
verrichting wordt mede in aanmerking genomen de
tijd welke nodig is om zich van de plaats waar
hij zich gewoonlijk ter beschikking houdt te
begeven naar de plaats waar de werkzaamheden
verricht dienen te worden, alsmede de tijd nodig
om aan het einde van de werkzaamheden zich weer
naar eerstgenoemde plaats te begeven.
|
| 3. |
Indien
werkzaamheden als bedoeld in artikel
74, eerste lid, onderdeel f, van het
Douanebesluit worden verricht naar
aanleiding van:
| a. |
een
verzoek om terugbetaling of
kwijtschelding van rechten bij invoer;
|
| b. |
een
verzoek om een aangifte waarvan de
geldigheidsduur is verstreken,
wedergeldig te verklaren;
|
| c. |
een
verzoek om vaststelling van een nieuwe
termijn van wederuitvoer, indien de
daarvoor krachtens wettelijke bepalingen
gestelde termijn is verstreken, al dan
niet gepaard gaande met een verzoek om
wedergeldigverklaren;
|
zijn
de kosten gelijk aan een bedrag dat, naar het in
het eerste lid vastgestelde tarief, overeenkomt
met ιιn uur voor de werkzaamheden in verband
met een verzoek als bedoeld onder a en een half
uur voor de werkzaamheden in verband met een
verzoek als bedoeld onder b of c. Voorzover een
verzoek als bedoeld onder a betrekking heeft op
een aanvullende aangifte in het kader van
vereenvoudigde procedures, wordt iedere
aangifteregel beschouwd als een afzonderlijke
aangifte. Voorzover een verzoek als bedoeld
onder b of c betrekking heeft op twee of meer
aangiften, wordt voor de berekening van de
kosten uitgegaan van een half uur verrichte
werkzaamheden per aangifte, met een maximum van
twee uur. Indien een verzoek betrekking heeft op
twee of meer aangifteregels van een aanvullende
aangifte, worden de kosten berekend over een
maximum van 10 uur.
|
| 4. |
Indien
een verzoek als bedoeld in het derde lid
betrekking heeft op een carnet en wordt dit
gedaan door de aansprakelijke organisatie, zijn
de kosten per carnet waarvoor het verzoek wordt
ingewilligd, gelijk aan een bedrag dat naar het
in het eerste lid vastgestelde tarief,
overeenkomt met ιιn uur.
|
| 5. |
In de
gevallen waarin ter zake van het verrichten van
ambtelijke werkzaamheden door de belanghebbende
kosten zijn verschuldigd worden deze voldaan
uiterlijk tien dagen nadat aan hem een
beschikking terzake is uitgereikt, tenzij hij in
voorkomend geval gebruik heeft gemaakt van de
hem geboden mogelijkheid om de kosten direct na
het verrichten van de ambtelijke werkzaamheden
te betalen. In dit laatste geval wordt aan de
belanghebbende onmiddellijk een schriftelijke
beschikking verstrekt waarin het bedrag aan
kosten is vermeld.
|
§ 3.
Formulieren
Artikel
118
- 1.
- Tenzij
anders is bepaald wordt voor aangiften en
formulieren die ingevolge de wettelijke bepalingen
dienen te worden ingeleverd, gebruik gemaakt van de
formulieren vermeld in bijlage XXVII die blijkens
hun benaming en ingevolge het bepaalde daartoe
dienen.
- 2.
- In bijlage
XXVII wordt aangegeven welke aangiften en
formulieren, die ingevolge wettelijke bepalingen
zijn vereist, van rijkswege tegen betaling
verkrijgbaar worden gesteld.
- 3.
- Het
formulier IMO/FAL 1 dient om bij aankomst of vertrek
ingevuld te worden ingeleverd als generale
verklaring. Bij aankomst dient dit formulier
eveneens als akte van afrekening nadat alle goederen
overeenkomstig wettelijke bepalingen zijn gelost.
Bij vertrek dient dit formulier eveneens als verzoek
tot het verkrijgen van de akte van uitklaring.
- 4.
- Het
formulier IMO/FAL 3 dient om ingevuld te worden
ingeleverd als scheepsvoorradenaangifte.
- 5.
- Het
formulier Douane 11 (inlegvel) dient om in ιιn of
meer exemplaren te worden gebruikt bij het formulier
Douane 11 in de gevallen waarin dit laatste
formulier ontoereikend is voor het aantal
goederensoorten dat moet worden vermeld.
- 6.
- Het
formulier Douane 51 (inlegvel) dient om in ιιn of
meer exemplaren te worden gebruikt bij het formulier
Douane 51 in de gevallen waarin dit laatste
formulier ontoereikend is voor het aantal
goederensoorten dat moet worden vermeld.
Artikel
119
De formulieren
genoemd in bijlage XXVII worden ingediend in het aantal
exemplaren zoals vermeld in kolom 3 van die bijlage.
Artikel
120
De in bijlage
XXVII vermelde formulieren kunnen worden aangehaald met
de aanduiding die achter de naam van het formulier in de
vijfde kolom is vermeld. Aangiften die worden gedaan met
gebruikmaking van deze formulieren kunnen eveneens
worden aangehaald met vorenbedoelde aanduiding.
Artikel
121 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel
122
| 1. |
Indien
gebruik wordt gemaakt van formulieren welke niet
van rijkswege zijn verkregen, daaronder begrepen
de gevallen waarin het vervaardigen en het
invullen van het formulier gelijktijdig
geschiedt, dienen deze, behoudens het bepaalde
hierna onder a tot en met e of in andere
wettelijke bepalingen, overeen te komen met een
van rijkswege verkrijgbaar gestelde uitvoering
van het desbetreffende formulier.
-
De
toelichting mag achterwege worden gelaten.
-
Van
hetgeen op de van rijkswege verkrijgbaar
gestelde formulieren voorkomt in de
onderrand wordt slechts de aanduiding van
het formulier overgenomen. In de onderrand
mogen verder vermeldingen worden gedrukt die
uitsluitend betekenis hebben voor de drukker
van de formulieren en/of zijn afnemers.
-
Indien
de formulieren als kettingformulieren worden
uitgevoerd mag de regelafstand worden
aangepast met het oog op de apparatuur
waarmee deze formulieren worden ingevuld.
-
Voor
wat betreft het formaat van de formulieren
zijn zowel voor de lengte als voor de
breedte afwijkingen toegestaan van maximaal
vijf mm in minder en maximaal acht mm in
meer.
-
Andere
afwijkingen zijn slechts toegestaan indien
daartoe door de inspecteur toestemming is
verleend.
|
| 2. |
Het
papier van de formulieren dient te voldoen aan
de volgende vereisten: houtvrij, zodanig gelijmd
dat het goed te beschrijven is, gewicht van ten
minste 40 gram per m2, zo
ondoorzichtig dat de op de ene zijde voorkomende
gegevens de leesbaarheid van de op de andere
zijde voorkomende gegevens niet aantasten en zo
stevig dat het bij normaal gebruik niet scheurt
of kreukt.
|
| 3. |
Van de
formulieren IMO/FAL moet het model en het
formaat voldoen aan de formulieren zoals deze
zijn vastgesteld bij het, het verdrag inzake het
vergemakkelijken van het internationaal verkeer
ter zee van de Internationale Maritieme
Organisatie (1965), (IMO/FAL Verdrag) en de
Richtlijn nr. 2002/6/EG betreffende
meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen
in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten
van de Gemeenschap (PbEG L 67).De modellen van
de IMO/FAL formulieren en de toelichting op het
gebruik daarvan zijn beschikbaar via het
Internetadres http://www.douane.nl.
|
Artikel
123
- 1.
- Het
Rijnvaartmanifest, - nieuw model - bedoeld in
artikel 91, tweede lid onderdeel d, van het
Communautair douanewetboek wordt vastgesteld
overeenkomstig het model, opgenomen in bijlage
XXVIII. Het manifest wordt ingediend in tweevoud.
Artikel
124
Een generale
verklaring luchtvaart met het daarin vervatte manifest
van de lading en het manifest van de lading worden
ingediend in tweevoud.
Artikel
125 [Vervallen per 25-09-2005]
Artikel
126
- 1.
- In
schriftelijke aangiften dan wel formulieren welke
anders dan met het formulier Enig document worden
ingediend, worden de gegevens vermeld overeenkomstig
de aanwijzingen welke op het formulier zijn gesteld.
- 2.
- De
invulling van de formulieren geschiedt onuitwisbaar
en zodanig dat de vermeldingen zonder moeite
leesbaar zijn. Invulling met de hand geschiedt in
blokletters.
- 3.
- Voor zover
in de aanwijzingen niet anders is bepaald, worden
alle getallen in cijfers uitgedrukt.
- 4.
- Tenzij
anders is bepaald of uit de inrichting van het
formulier anders blijkt mag in elk punt, vak of
onderdeel slechts ιιn gegeven worden vermeld.
- 5.
- Indien een
formulier in meer dan ιιn exemplaar moet worden
ingediend, wordt een wijze van invulling toegepast
die de zekerheid geeft dat deze op alle exemplaren
gelijkluidend is.
- 6.
- Indien
formulieren van Rijnvaartmanifesten door
aaneenhechting tot ιιn aangifte worden verenigd,
en doorlopend worden genummerd, kan voor wat betreft
de vermelding van gegevens welke voor alle
formulieren gelijkluidend zijn, worden volstaan met
invulling van het eerste formulier, mits daaruit
blijkt dat de gegevens mede betrekking hebben op de
aangehechte formulieren.
- 7.
- De
ondertekening geschiedt zodanig dat alle exemplaren
van de aangifte zijn voorzien van een onuitwisbare
handtekening. Op het tweede en de volgende
exemplaren mag de handtekening worden verkregen door
middel van doordruk van de ondertekening van het
eerste exemplaar. Indien de invulling van de
exemplaren van een aangifte op andere wijze
geschiedt dan door invulling van het eerste
exemplaar met doordruk op de andere exemplaren, mag
ook de handtekening op alle exemplaren op die andere
wijze worden verkregen, mits de aangever tegenover
de inspecteur bij wie de aangifte wordt gedaan,
schriftelijk heeft verklaard zodanige aangiften als
van hem afkomstig te erkennen.
- 8.
- Schriftdelging
of overschrijving in een aangifte is niet
toegestaan. Bij elke doorhaling en bij elke
toevoeging die als zodanig herkenbaar zijn, plaatst
de aangever zijn paraaf.
Artikel
127
- 1.
- Voor het
doen van aangiften voor het vrije verkeer voor
postzendingen waarvoor gebruik gemaakt zou moeten
worden van een formulier Enig document, mag de Post
gebruik maken van formulieren van de Post waarvan de
inrichting door Onze Minister is goedgekeurd.
- 2.
- Voor het
doen van aangiften voor douanevervoer voor
postzendingen waarvoor gebruik gemaakt zou moeten
worden van een formulier Enig document, mag de Post
gebruik maken van formulieren van de Post waarvan de
inrichting Onze Minister goedgekeurd. Deze
formulieren worden voor het doen van de aangifte in
drie exemplaren ingediend.
- 3.
- Voor
goederen die als postzending zullen worden
uitgevoerd wordt een formulier van de Post gebruikt
waarvan de inrichting door Onze Minister is
goedgekeurd en dat verkrijgbaar is bij de Post.
- 4.
- In
afwijking van het derde lid, dient in de navolgende
gevallen gebruik te worden gemaakt van het formulier
Enig document:
-
indien
het een aangifte ten uitvoer betreft waarvoor in
de Toelichting Enig document de vermelding in
vak 1 ιιn van de codes EU 2, EU 3, EX 2, EX 3
is voorgeschreven;
-
indien
onder de goederensoorten die deel uitmaken van
de partij zich een goederensoort bevindt waarvan
de uitvoer ingevolge andere wettelijke
bepalingen dan die inzake de rechten bij invoer
is verboden of beperkt of aan regelen is
gebonden;
-
indien
onder de goederensoorten zich goederen bevinden
waarvoor terugbetaling of kwijtschelding van
rechten bij invoer kan worden verleend.
Artikel
128
| 1. |
Door
de Post kunnen aangiften voor het vrije verkeer
voor postzendingen, die zich bevinden in een
bergplaats, bij de Post worden gedaan. Deze
aangiften worden door de Post aanvaard. De
aangiften worden geacht te zijn gedaan op het
tijdstip waarop het daartoe strekkende formulier
door een medewerker van de Post is ondertekend.
Deze wijze van aangeven is niet mogelijk indien
voor de desbetreffende goederen aanspraak wordt
gemaakt op een gehele of een gedeeltelijke
schorsing van de rechten bij invoer in het kader
van een tariefcontingent of een vast bedrag met
nulrecht.
|
| 2. |
In de
in het eerste lid bedoelde aangiften dient te
worden vermeld:
-
aangifte
voor het vrije verkeer;
-
de
soort van de goederen, omschreven onder hun
eigen benaming; Voor dit gegeven kan worden
verwezen naar een bijgevoegde opgave van de
afzender, van de geadresseerde of van de
Post;
-
de
goederencode van het Gebruikstarief die op
de betreffende goederen van toepassing is;
De vermelding van de goederencode kan
achterwege blijven indien er aanspraak op
bestaat dat voor de in het vrije verkeer
brengen geen rechten bij invoer worden
geheven, mits, indien die aanspraak mede
afhankelijk is van de soort van de goederen,
de omschrijving van de soort van de goederen
met het oog daarop voldoende gegevens bevat.
In afwijking van de voorafgaande zin mag de
goederencode niet achterwege blijven voor
goederen genoemd onder a in de bij de Wet
op de omzetbelasting 1968 behorende
tabel I;
-
het
bedrag van de verschuldigde rechten bij
invoer; De rechten bij invoer dienen te
worden vermeld naar de onderscheiding die
gehanteerd is op de wijze zoals voorzien in artikel
1, tweede lid van de Douanewet.
|
| 3. |
De in
het eerste lid bedoelde aangifte wordt uiterlijk
acht dagen na dagtekening van de aangifte ter
verificatie aangeboden, onder overlegging van de
bij aangifte vereiste bescheiden.
|
| 4. |
Dagelijks
vermeldt de Post op een formulier van de Post
waarvan de inrichting door Onze Minister is
goedgekeurd, alle door de Post aanvaarde
aangiften voor het vrije verkeer, met voor elke
aanvaarde aangifte het totale bedrag aan rechten
bij invoer alsmede een uitsplitsing van die
rechten naar de onderscheiding die gehanteerd is
op de wijze zoals voorzien in artikel
1, tweede lid, van de Douanewet. Per
kalendermaand worden de bedragen door de Post
per kolom samengesteld. Op het formulier worden
door de Post vermeld de totalen per kolom vanaf
het begin van de lopende maand, zoals deze waren
bij de aanvang van de dag en zoals deze zijn
geworden op het einde van de dag. Het ingevulde
formulier met een daarbij te voegen telstrook
waaruit de juistheid van de optellingen blijkt,
wordt uiterlijk bij de aanvang van de
eerstvolgende werkdag na de dag waarop het
formulier betrekking heeft, in handen gesteld
van de inspecteur.
|
| 5. |
De
door de Post verschuldigde rechten bij invoer
worden door de Onze Minister verrekend door de
debitering van de met de Post te houden
rekening-courant.
|
| 6. |
De
Post bewaart de aanvaarde aangiften met de
daarbij behorende bescheiden ten minste drie
kalenderjaren overeenkomstig artikel 3 van
Verordening (EEG) 1552/89 en wel zodanig dat aan
de hand van de vermelding op het in het vierde
lid bedoelde formulier elke aanvaarde aangifte
met bescheiden aan de administratie ter inzage
kan worden verstrekt.
|
Artikel
129
- 1.
- In een
bergplaats van de Post kan een postzending waarvoor
bij het in het vrije verkeer brengen geen rechten
bij invoer verschuldigd zijn, door de Post worden
aangegeven bij de inspecteur:
- a.
- indien
die postzending vergezeld is van een daarbij
behorende douaneverklaring als bedoeld in het
Algemeen Postverdrag, door overlegging van die
douaneverklaring;
- b.
- indien
de Post wegens het ontbreken van een
douaneverklaring een nooddouaneverklaring heeft
opgemaakt, door overlegging van die
nooddouaneverklaring;
- c.
- indien
de Post geen douaneverklaring heeft ontvangen en
geen nooddouaneverklaring heeft opgemaakt, door
verwijzing naar een op de postzending door de
afzender geplaatste aantekening omtrent de
inhoud van de zending;
- d.
- indien
het een postzending is die op grond van artikel
47, tweede lid, van het Douanebesluit
reeds vanaf de sorteerplaats zijn bestemming had
kunnen volgen, door een door de Post geplaatste
aantekening vrij.
- 2.
- Uitslag
van de in het eerste lid bedoelde postzendingen uit
de bergplaats geschiedt nadat de inspecteur daartoe
toestemming heeft gegeven.
Artikel
130
Voor
postzendingen die in de statistiek van de in- en uitvoer
zullen worden opgenomen, levert de Post tegelijk met de
aanbieding ter verificatie van de aanvaarde aangifte
voor het vrije verkeer, of indien artikel 89 toepassing
vindt, op het tijdstip waarop de aangifte voor het vrije
verkeer wordt gedaan, een exemplaar van de bij de
zending behorende douaneverklaring in het Algemeen
Postverdrag in, of, indien deze ontbreekt, een door de
Post opgemaakte nooddouaneverklaring.
Artikel
131
In de gevallen
waarin de aangifte ten uitvoer bij de Post wordt gedaan,
geschiedt deze:
-
voor een
zending uitsluitend bestaande uit andere goederen
dan handelsgoederen en goederen voor zakelijk
gebruik;
-
voor een
zending handelsgoederen en/of goederen voor zakelijk
gebruik met een waarde van niet meer dan
1000;
door
overlegging van de bij de zending behorende
douaneverklaring als bedoeld in het Algemeen
Postverdrag of, indien ingevolge dat verdrag voor de
zending geen douaneverklaring behoeft te worden
opgemaakt, door een door de afzender op de zending
geplaatste aantekening omtrent de soort van de
goederen en hun waarde. Voor zendingen zonder waarde
behoeft geen aangifte ten uitvoer te worden gedaan.
§ 4.
Bijzondere bestemmingen
Artikel
132
| 1. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder verordening
2342/92: verordening (EEG) nr. 2342/92 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7
augustus 1992 betreffende de invoer van
raszuivere fokrunderen uit derde landen en de
toekenning van uitvoerrestituties voor deze
dieren en tot intrekking van verordening (EEG)
nr. 1544/79 (PbEG L 227).
|
| 2. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder BLEU: het
grondgebied van de Belgisch-Luxemburgse
Economische Unie.
|
| 3. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder bevoegde
douaneautoriteit:
| - |
inspecteur,
indien het bedrijf waarin de goederen
worden ingeslagen in Nederland is
gelegen, of
|
| - |
Auditeur-generaal
van financiλn, dienst Nomenclatuur,
Landbouw en Waarde (D.T.) te Brussel of
de Directeur der douane te Luxemburg of
een door een van hen aangewezen
ambtenaar van de Belgische of
Luxemburgse douanediensten, indien de
plaats waar de vergunninghouder is
gevestigd in de BLEU is gelegen.
|
|
| 4. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder
onderverdeling: onderverdeling van de
gecombineerde nomenclatuur.
|
Artikel
133
- 1.
- Bij de
aangifte van goederen om ze in het vrije verkeer te
brengen, op de voet van een krachtens artikel 292
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek afgegeven vergunning, wordt een
volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend
controle-exemplaar T5 in drievoud (origineel, kopie
nr.1 en kopie nr.2) overgelegd.
- 2.
- Het
origineel en de kopie nr. 1 van het afgegeven
controle-exemplaar T5 worden binnen de daarvoor in
de vergunning gestelde termijn aan de bevoegde
autoriteit aangeboden, nadat zij zijn voorzien van
een gedagtekende en ondertekende verklaring van de
vergunninghouder dat hij de goederen in zijn bedrijf
heeft opgenomen onder het stelsel van de bijzondere
bestemmingen.
Artikel
134
| 1. |
De
gunstige tariefregeling bedoeld bij de
onderverdelingen 0101 1100, 0103 1000, 0104 1010
en 0104 2010 wordt slechts toegepast, indien de
bij die onderverdelingen bedoelde dieren van
zuiver ras zijn en voor het fokken kunnen
dienen.
|
| 2. |
Bij de
aangifte voor het vrije verkeer wordt een
volledig ingevuld, door de inspecteur van het
voor de desbetreffende diersoort bestaande
Nederlandse stamboek gedagtekende en
ondertekende verklaring volgens het in bijlage
XXX opgenomen model ingeleverd.
|
| 3. |
Voor
de toepassing van deze regeling wordt onder
stamboek verstaan: een boek, register,
kaartsysteem of andere informatiedrager,
| - |
bijgehouden
door een officieel erkende organisatie
of vereniging van veefokkers, en
|
| - |
waarin
de raszuivere fokdieren van een bepaald
ras worden ingeschreven of geregistreerd
met vermelding van hun voorgeslacht.
|
|
Artikel
135
| 1. |
Voor
de toepassing van onderverdeling 0102 1010, 0102
1030 en 0102 1090 is op de rechten bij invoer,
de verordening 2342/92 van overeenkomstige
toepassing.
|
| 2. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van een fokrund
van zuiver ras van herkomst en oorsprong uit
IJsland, Noorwegen of Zwitserland dient
belanghebbende aan de inspecteur een volledig
ingevulde, door de inspecteur van het voor de
desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse
stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring
volgens het in bijlage XXXI opgenomen model over
te leggen.
|
| 3. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van een fokrund
van zuiver ras van herkomst of oorsprong uit
andere derde landen dan die bedoeld in het
tweede lid is een vergunning vereist. Het
schriftelijke verzoek tot verkrijging van de
vergunning wordt gedaan door overlegging van een
extra exemplaar van de aangifte voor het vrije
verkeer bij de inspecteur.
|
| 4. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van fokrunderen
van herkomst of oorsprong uit andere derde
landen dan bedoeld in het tweede lid dient het
bewijs als bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel a, van verordening 2342/92 te worden
geleverd door overlegging van een volledig
ingevulde, door de inspecteur van het voor de
desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse
stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring
volgens het in bijlage XXXII opgenomen model.
|
| 5. |
Overdracht
van de in het derde lid genoemde runderen,
binnen de termijn van 24 maanden waarin deze
niet mogen worden geslacht, doet niet af aan de
verplichtingen die rusten op de
vergunninghouder.
|
Artikel
136 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
137
| 1. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van reuzel en
ander varkensvet op de voet van een krachtens
artikel 292 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek afgegeven vergunning
wordt bij de aangifte voor het vrije verkeer,
een in artikel 37 bedoeld formulier L in
drievoud ingeleverd dat, behalve de gegevens
welke ingevolge andere wettelijke voorschriften
zijn vereist, bevat:
-
de
aanduiding BIJZONDERE BESTEMMING;
-
de
vermelding van de inspecteur die de
vergunning heeft verleend, alsmede de datum
en het nummer van de vergunning;
-
de
door de vergunninghouder gedagtekende en
ondertekende verklaring dat hij de goederen
slechts zal bezigen voor ander industrieel
gebruik dan voor de vervaardiging van
produkten voor menselijke consumptie, dan
wel zal afleveren aan een andere
vergunninghouder.
|
| 2. |
Indien
hier te lande tot het in het vrije verkeer
brengen aangegeven vet rechtstreeks naar de BLEU
zal worden vervoerd, is in afwijking van het
eerste lid, artikel 133, eerste en tweede lid,
van toepassing.
|
| 3. |
Indien
het in de BLEU tot het in het vrije verkeer
brengen aangegeven vet rechtstreeks naar
Nederland is vervoerd, worden het origineel en
de kopie nr 1 van het door de Belgische of
Luxemburgse douanediensten afgegeven
controle-exemplaar T5, alsmede een door de
afnemer ingevuld, gedagtekend en ondertekend
Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen,
volgens het in bijlage XXXIII opgenomen model,
in tweevoud (1e en 2e exemplaar) overgelegd bij
de instantie waarbij zekerheid is gesteld ter
verzekering van de voldoening van de eventueel
verschuldigde rechten bij invoer. Op dit
formulier wordt in plaats van de door de
leverancier te verstrekken gegevens een
verwijzing naar het controle-exemplaar T5
opgenomen, inhoudende de datum en het nummer,
alsmede de plaats van afgifte.
|
Artikel
138 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
139
- 1.
- De
tariefregeling voor machines, bedoeld bij de
aanvullende aantekening (GN) 3 op afdeling XVI van
de gecombineerde nomenclatuur, en voor
vervoermaterieel, bedoeld bij de aanvullende
aantekening (GN) 2 op afdeling XVII van de
gecombineerde nomenclatuur, die in deelzendingen
worden binnengebracht, wordt slechts toegepast
indien:
-
uiterlijk
bij het binnenkomen van de goederen aan degene
die de goederen zal aangeven voor het vrije
verkeer door de inspecteur vergunning is
verleend de goederen in het vrije verkeer te
brengen met toepassing van de aanvullende
aantekening (GN) 3 op de afdeling XVI of de
aanvullende aantekening (GN) 2 op afdeling XVII
van de gecombineerde nomenclatuur;
-
de
goederen die deel zullen uitmaken van de
gemonteerde machine of het gemonteerde
vervoermaterieel, alsmede de andere goederen die
in het kader van de montage worden ingevoerd,
behoudens bijzondere toestemming, op hetzelfde
douanekantoor worden aangevoerd.
- 2.
- Bij het
verzoek tot verlening van de vergunning worden de
akte ter zake van de overeenkomst die aan de
levering van de in het eerste lid, onderdeel b,
bedoelde goederen ten grondslag ligt en de
bescheiden als omschreven in de aanvullende
aantekening (GN) 2 op afdeling XVI van de
gecombineerde nomenclatuur, overgelegd.
- 3.
- Op de dag
waarop de goederen op het douanekantoor worden
aangebracht wordt overeenkomstig de vergunning aan
de inspecteur kennisgeving gedaan. Gelijktijdig
wordt een inhoudsopgave van de verschillende colli
ingeleverd.
- 4.
- Bij de
ontvanger, wordt een bedrag voldaan, gelijk aan de
rechten bij invoer die bij het in het vrije verkeer
brengen van de goederen verschuldigd zouden zijn bij
toepassing van het op dat tijdstip voor de
gemonteerde machine of het gemonteerde
vervoermaterieel geldende tarief.
- 5.
- Zo spoedig
mogelijk na de montage van de machine of het
vervoermaterieel, doch in ieder geval binnen een
door de inspecteur te bepalen termijn, worden de in
het eerste lid, onderdeel b, bedoelde goederen voor
het vrije verkeer aangegeven.
- 6.
- De
wettelijk verschuldigde rechten bij invoer worden
naar het percentage van het douanetarief, geldend op
de dag waarop de goederen op het douanekantoor zijn
aangebracht, berekend overeenkomstig de aangifte en
met inachtneming van hetgeen bij verificatie van de
aangifte en ingevolge andere wettelijke bepalingen
is bevonden of vastgesteld.
Artikel
140
Indien de
overdracht van goederen binnen de Benelux plaatsvindt
geschiedt dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 296
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek.
Artikel
141
- 1.
- Bij
overdracht en overneming hier te lande op de voet
van artikel 296 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek van reuzel en ander
varkensvet dat bij het in het vrije verkeer brengen
is ingedeeld onder de onderverdeling 1501 0011,
overhandigt de leverancier aan zijn afnemer een
Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen, zoals
opgenomen in Bijlage XXXIII in drievoud, dat is
voorzien van de door de leverancier te verstrekken
gegevens, de dagtekening en zijn handtekening. Alle
exemplaren van het overdrachtsformulier worden door
de afnemer verder ingevuld, gedagtekend en
ondertekend en overgelegd bij de instantie waarbij
zekerheid is gesteld ter verzekering van de
voldoening van de eventueel verschuldigde rechten
bij invoer.
- 2.
- Indien het
in de BLEU ingeslagen vet wordt overgedragen aan een
hier te lande gevestigde afnemer, worden het
origineel en de kopie nr. 1 van het door de
Belgische of Luxemburgse douanediensten afgegeven
controle-exemplaar T5, alsmede een door de afnemer
ingevuld, gedagtekend en ondertekend
Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen in
tweevoud (1e en 2e exemplaar) overgelegd bij de
instantie waarbij zekerheid is gesteld ter
verzekering van de voldoening van de rechten bij
invoer. Op dit formulier wordt in plaats van de door
de leverancier te verstrekken gegevens een
verwijzing naar het controle-exemplaar T5 opgenomen,
inhoudende de datum en het nummer, alsmede de
instantie die het heeft afgegeven.
Artikel
142 [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel
143 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
144 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
145
Het is
verboden:
-
onjuiste
of onvolledige gegevens te verstrekken of te doen
verstrekken waarvan het gevolg zou kunnen zijn dat
ten onrechte een gunstige tariefregeling wordt
toegepast;
-
een
handeling te verrichten of medewerking te weigeren
in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit
de verordeningen van de Raad of van de Commissie van
de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van
een gunstige tariefregeling in verband met de
bijzondere bestemming, aard of eigenschappen van in
het vrije verkeer te brengen goederen of in strijd
met de bepalingen die bij of krachtens deze
ministeriλle regeling zijn gesteld.
§ 5.
Douanewaarde
Artikel
146 [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel
147 [Vervallen per 01-01-1999]
Artikel
148
- 1.
- De
mededeling bedoeld in artikel 177, tweede lid, van
de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
wordt gedaan indien de douanewaarde, vastgesteld met
toepassing van de artikelen 28 tot en met 33 van het
Communautair douanewetboek, 10% of meer lager is dan
de douanewaarde vastgesteld op basis van de
eenheidswaarde.
- 2.
- Indien op
de voet van het eerste lid een mededeling wordt
gedaan met betrekking tot goederen waarvan de
douanewaarde wordt vastgesteld in het tijdvak van 1
november tot en met 31 december van een bepaald
jaar, strekt de in die mededeling genoemde periode
zich uit tot het einde van het daaropvolgende
kalenderjaar.
Artikel
149
Wanneer de
gegevens voor de bepaling van de douanewaarde zijn
uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese
Centrale Bank dagelijks referentiekoersen publiceert,
worden deze koersen voor de bepaling van die waarde
aangemerkt als de genoteerde koers in de zin van artikel
168, onderdeel a, tweede streepje, van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
Artikel
150
- 1.
- Wanneer de
gegevens voor de bepaling van de douanewaarde zijn
uitgedrukt in een andere munteenheid dan die bedoeld
in artikel 149, wordt voor het bepalen van die
waarde gebruik gemaakt van de koers van die
munteenheid ten opzichte van het Engelse pond zoals
die op de voorlaatste maandag van de maand in de F.T.
Guide to World Currencies in de Financial Times
wordt gepubliceerd. Voor de omrekening van het
Engelse pond in euro's wordt gebruik gemaakt van de
koers zoals deze is opgenomen in de in dit lid
bedoelde publikatie.
- 2.
- De
overeenkomstig het eerste lid vastgestelde koers
geldt gedurende de kalendermaand volgende op de in
dat lid bedoelde publikatie in de Financial Times.
- 3.
- Indien
geen publikatie plaatsvindt zoals bedoeld in het
eerste lid, wordt de voor de betrokken munteenheid
laatst in de F.T. Guide to World Currencies in de
Financial Times gepubliceerde koers van die
munteenheid ten opzichte van het Engelse pond geacht
de op de voorlaatste maandag van de maand
gepubliceerde wisselkoers te zijn.
- 4.
- Indien een
munteenheid als bedoeld in het eerste lid revalueert
of devalueert, waardoor de in de F.T. Guide to World
Currencies in de Financial Times gepubliceerde koers
5% of meer afwijkt van de overeenkomstig het eerste
en derde lid berekende koers, uitgedrukt in euro's,
wordt de eerstbedoelde koers toegepast in plaats van
de laatstbedoelde koers.
- 5.
- Artikel
172 van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek is van overeenkomstige toepassing.
Artikel
151
De aangifte
van gegevens inzake de douanewaarde als bedoeld in
artikel 178, eerste lid, van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, kan achterwege blijven:
-
indien de
douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt
vastgesteld op een andere wijze dan met toepassing
van artikel 29 van het Communautair douanewetboek;
-
in de
gevallen bedoeld in artikel 179, eerste lid, van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
- 2.
- In de
gevallen, waarin de in het eerste lid bedoelde
aangifte ingevolge het bepaalde in onderdeel a van
dat lid achterwege blijft en voor zover de
douanewaarde niet is aangegeven met toepassing van
de vereenvoudigde procedures als bedoeld in de
artikelen 173 tot en met 177 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek,
dient de aangever, indien de douanewaarde niet
rechtstreeks uit de factuur is afgeleid, op een
afzonderlijk blad de gegevens te verstrekken met
behulp waarvan de aangegeven douanewaarde is
berekend. Deze gegevens bevatten ten minste:
- -
- de
methode van de vaststelling van de douanewaarde,
aan te duiden door vermelding van het
desbetreffende artikel van het Communautair
douanewetboek;
- -
- een
verwijzing naar een door de douane genomen
beslissing voor zover de douanewaarde
overeenkomstig een dergelijke beslissing is
aangegeven;
- -
- een
gedetailleerde opgave van de wijze van
berekening.
§ 6.
Tarieven particuliere zendingen en reizigersbagage
Artikel
152
In afwijking
van het forfaitair invoerrecht dat wordt toegepast op
grond van paragraaf 1 van Titel II D van de Inleidende
Bepalingen van de gecombineerde nomenclatuur die als
bijlage I is gevoegd bij Verordening (EEG) nr. 2658/87
van 23 juli 1987 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen met betrekking tot de tarief- en
statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk
douanetarief (PbEG L 256) (de gecombineerde
nomenclatuur) worden zonder heffing van rechten bij
invoer toegelaten:
-
boeken,
kranten en tijdschriften;
-
goederen
van herkomst uit het vrije verkeer van:
| - |
Andorra,
voor zover zij vallen onder de hoofdstukken
25 tot en met 97 van de gecombineerde
nomenclatuur;
|
| - |
Turkije;
|
-
andere
goederen, voor zover zij van oorsprong zijn uit:
| - |
Andorra,
voor zover zij vallen onder de hoofdstukken
1 tot en met 24 van de gecombineerde
nomenclatuur;
|
| - |
Faerφer,
Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of
Zwitserland;
|
| - |
de
A.C.S.-staten, Albaniλ, Algerije, Gebied
onder Palestijnse autoriteit, Bosniλ-Herzegovina,
Bulgarije, Ceuta, Egypte, Israλl,
Joegoslaviλ (Serviλ en Montenegro) Jordaniλ,
Kroatiλ, de landen en gebieden die als
begunstigde zijn aangewezen in het kader van
het stelsel van de algemene
tariefpreferenties, de Landen en Gebieden
Overzee, Libanon, de voormalige
Joegoslavische Republiek Macedoniλ,
Marokko, Melilla, Roemeniλ, Syriλ of
Tunesiλ.
|
Artikel
153
Voor goederen,
vermeld in onderstaande lijst, wordt, behoudens het
bepaalde in artikel 152, een forfaitaire accijns geheven
overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die gelden
voor het douanerecht. De accijns wordt berekend naar de
bij die goederen vermelde tarieven.
|
Omschrijving
|
Grondslag
|
Tarief
|
|
a.
overige alcoholhoudende
|
|
|
|
produkten
als bedoeld in
|
|
|
|
artikel
12 van de Wet op de accijns:
|
|
|
|
-
dranken
|
liter
|
5,72
|
| |
|
|
|
b.
rooktabak
|
kleinhandelsprijs
van soortgelijke
|
44,4%
|
| |
produkten
|
|
| |
|
|
|
c.sigaretten
|
kleinhandelsprijs
van soortgelijke
|
57%
|
| |
produkten
|
|
§ 7.
Preferentiλle Invoerrechten Suriname
Artikel
154
| 1. |
De ad
valorem douanerechten worden voor de
onderstaande goederen, van oorsprong en van
herkomst uit Suriname, geschorst overeenkomstig
hetgeen hieronder bij die goederen is vermeld.
|
Goederencode
van de
gecombineerde
nomenclatuur
|
Omschrijving
van de goederen
|
Tarief
|
|
ex
0805 1037
|
Sinaasappelen,
van 1 augustus
|
|
|
t/m
|
tot
en met 14 oktober
|
vrij
|
|
ex
0805 1046
|
|
|
|
ex
0805 1084
|
|
|
|
ex
0805 2023
|
Satsumas,
mandarijnen en tangarines,
|
|
|
ex
0805 2025
|
van
1 augustus tot en met 14 oktober
|
vrij
|
|
ex
0805 2027
|
|
|
|
0805
3020
|
Citroenen
|
vrij
|
|
0805
3030
|
|
|
|
0805
3040
|
|
|
|
| 2. |
De
oorsprong en de herkomst van de in het eerste
lid genoemde goederen wordt aangetoond
overeenkomstig Protocol nr. 1, behorende bij de
Vierde ACS-EEG-Overeenkomst; Lomι, 15 december
1989 (PbEG 1991, L 229).
|
| 3. |
De in
het eerste lid genoemde goederen worden niet
afgeboekt van eventuele tariefplafonds die door
de Europese Unie binnen het kader van preferentiλle
tariefregelingen worden vastgesteld.
|
§ 8.
Andere bepalingen
Artikel
155
- 1.
- In geval
van een schriftelijke of mondelinge aangifte wordt
de aangever in kennis gesteld van de wijze waarop de
toepassing van het douanetarief heeft plaatsgevonden
of van de door de inspecteur bevonden of
vastgestelde tariefindeling door op de dag waarop de
toepassing van dit tarief heeft plaatsgevonden, dan
wel de tariefindeling is bevonden of vastgesteld,
een exemplaar van de aangifte of een ander bescheid
waaruit die toepassing of indeling blijkt aan hem te
overhandigen of vanaf die dag te zijner beschikking
te houden op het douanekantoor waar de aangifte is
gedaan. Indien de goederen voordat de verificatie
van de aangifte is beλindigd zijn vrijgegeven,
geschiedt de inkennisstelling door een schriftelijke
mededeling waarvoor gebruik wordt gemaakt van een
formulier waarop het resultaat van de verificatie is
vermeld.
- 2.
- In geval
van een elektronische aangifte geschiedt de
inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid door
een elektronisch bericht.
- 3.
- In geval
van een aangifte als bedoeld in artikel 76
eerste
lid, onderdeel b, onderscheidenlijk c, van het
Communautair douanewetboek waarbij de aanvullende
aangifte periodiek wordt gedaan, wordt de aangever
in kennis gesteld door een schriftelijke mededeling
waarvoor gebruik wordt gemaakt van een exemplaar van
de aanvullende aangifte.
Hoofdstuk
9. Strafrechtelijke bepalingen
Artikel
156
- 1.
- Strafbare
feiten zijn:
-
het niet
in acht nemen van het bepaalde in artikel 40;
-
het
verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens,
onderscheidenlijk
het verrichten van handelingen, welke leiden dan wel
kunnen leiden tot een onjuiste terugbetaling of
kwijtschelding van rechten bij invoer;
-
het
verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens,
waarvan het gevolg is of zou kunnen zijn dat
vrijstelling wordt genoten zonder dat daarop
aanspraak bestaat;
-
de
voorwaarden en bepalingen die bij of krachtens de in
artikel 75 genoemde verordening of in andere
bepalingen in hoofdstuk 5, onderscheidenlijk
hoofdstuk 8, paragraaf 4, van deze ministeriλle
regeling zijn gesteld, niet na te komen;
-
het
overtreden van een in deze ministeriλle regeling
omschreven verbod.
- 2.
- Het eerste
lid, onderdeel d is niet van toepassing, indien met
betrekking tot de vrijstelling de overtreding van het
verbod is gelijk te stellen met het gebruiken of doen
gebruiken van de goederen waarvoor vrijstelling van
rechten bij invoer wordt genoten op een wijze of voor
doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt.
Hoofdstuk
10. Slotbepalingen
Artikel
157
Deze ministeriλle
regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Douanewet
in werking treedt.
Artikel
158
Deze ministeriλle
regeling wordt aangehaald als: Douaneregeling.
Deze regeling zal in
de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10
mei 1996.
De Staatssecretaris
van Financiλn,
W.A.
Vermeend.
Bijlage I. Vaarwaters voor binnenkomst (artikel 10 Douaneregeling
onderscheidenlijk voor uitgang (artikel 72 Douaneregeling)
Als vaarwaters voor uit zee binnenkomende onderscheidenlijk naar zee
uitgaande schepen worden aangewezen de grootscheepse vaarwaters van de
Noordzee vice versa:
-
via de Eems naar Delfzijl;
-
via het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog naar Lauwersoog;
-
via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling naar Oost-Vlieland of
West-Terschelling;
-
via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling, dan wel via het zeegat
tussen Noord-Holland en Texel, naar Harlingen;
-
via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Texel en Den Helder;
-
via het Noordzeekanaal naar Amsterdam, Beverwijk, Velsen, IJmuiden of
naar Zaandam;
-
naar de Scheveningse haven;
-
-
via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg dan wel via de Maasmond en het
Calandkanaal naar Rotterdam;
-
via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg naar Dordrecht of Zwijndrecht;
-
via de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Oude Maas, de Dordtse Kil en het
Hollands Diep naar Moerdijk;
-
via de Westerschelde naar Breskens, Hansweert, Terneuzen of Vlissingen;
-
via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Oudeschild;
-
naar de haven van Stellendam;
-
naar de Roompotsluis.
Bijlage II. Douanekantoren als bedoeld in artikel 11 van de
Douaneregeling en douanekantoren van uitgang als bedoeld in artikel 70,
eerste lid, van de Douaneregeling
1. In de volgende plaatsen zijn douanekantoren gevestigd voor het
aanbrengen en aangeven van uit zee binnengebrachte goederen,
onderscheidenlijk voor goederen die over zee zullen uitgaan:
|
Douane Noord,
douanekantoor Eemshaven:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Delfzijl , Eemshaven en
Lauwersoog;
|
|
|
Douane Noord, douanekantoor
Leeuwarden:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Oost-Vlieland,
West-Terschelling en Harlingen;
|
|
|
Douane Zuid, douanekantoor
Moerdijk:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Dordrecht, voor wat betreft
het deel ten zuiden van de Oude Maas, en Moerdijk;
|
|
|
Douane Zuid, douanekantoor
Vlissingen:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Breskens, Hansweert,
Stellendam, Terneuzen, Veere-Roompotsluis en Vlissingen;
|
|
|
Douane West, douanekantoor
Amsterdam:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Amsterdam, Beverwijk, Den
Helder, Scheveningen, Oudeschild, IJmuiden, Velsen-Noord, en
Zaandam;
|
|
|
Douane Rotterdam,
douanekantoor Reeweg:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Heijplaat, Hoek van Holland,
Rozenburg, Schiedam, Vlaardingen en Zwijndrecht.
|
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Dordrecht, voor wat betreft
het deel ten noorden van de Oude Maas
|
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien
vanaf het douanekantoor Rotterdam Reeweg, bevinden tot en met
het Beerkanaal.
|
|
|
Douane Rotterdam,
douanekantoor Maasvlakte:
| |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien
vanaf het douanekantoor Rotterdam Maasvlakte, bevinden tot aan
het Beerkanaal.
|
|
2. In de havens van
Oost-Vlieland, West-Terschelling, Oudeschild, Stellendam en Veere (Roompotsluis)
mogen slechts schepen worden aangebracht bij het desbetreffende
douanekantoor met goederen die mondeling dan wel door enige andere
handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een
persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven
mag in dit geval niet hoger zijn dan 1000.
3. De plaatsen, bedoeld in
artikel 11a, eerste lid, van de Douaneregeling, zijn:
|
Eemshaven rede en
Oterdum rede;
|
|
Ankerplaatsen Den Helder A
t/m Q (Adm. chart 1546);
|
|
IJmuiden deep draft area en
recommended anchor area;
|
|
Ankerplaats Scheveningen;
|
|
Deepdraft 1 en 2;
|
|
Maas outer 3 Maas West 4
en Maas Noord 5;
|
|
Wielingen-Noord bewesten de
W8;
|
|
Wielingen-Zuid beoosten de
W8;
|
|
Wielingen-Zuid bewesten het
haventje van Nieuwe Sluis;
|
|
Rede van Vlissingen incl.
oostelijk deel Springergeul, Merlemon, Everingen A t/m E;
|
|
Put van Terneuzen A t/m C.
|
Bijlage III . Internationale luchthavens als bedoeld in artikel 17,
eerste lid, van de Douaneregeling, douanekantoren als bedoeld in artikel
17, tweede lid, van de Douaneregeling, alsmede douanekantoren van
uitgang als bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de Douaneregeling
1. In de volgende plaatsen zijn ten behoeve van de genoemde
internationale luchthavens douanekantoren gevestigd voor het aanbrengen
en aangeven op de van door de lucht binnengebrachte goederen,
onderscheidenlijk voor goederen die door de lucht zullen uitgaan:
-
Douane Noord,
douanekantoor Duiven:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Hilversum, Lelystad, Soesterberg en Teuge;
|
-
Douane Noord,
douanekantoor De Lutte:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Twente;
|
-
Douane Noord,
douanekantoor Eelde Airport:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Eelde Airport;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Maastricht-Aachen Airport:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Maastricht-Aachen Airport;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Moerdijk:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Seppe en Woensdrecht;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Vlissingen:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Midden-Zeeland;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Eindhoven Airport:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Budel en Eindhoven Airport;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Hazeldonk:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Gilze-Rijen;
|
-
Douane West,
douanekantoor Rotterdam Airport:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Rotterdam Airport.
|
-
Douane West,
douanekantoor Schiphol:
| |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Den Helder, Schiphol, Texel en Valkenburg.
|
2. De aanwijzing van Gilze-Rijen en Soesterberg geldt slechts voor
militaire luchtvaartuigen.
3. De aanwijzing van Eindhoven Airport, Twente en Valkenburg geldt
slechts voor militaire luchtvaartuigen alsmede burgerluchtvaartuigen
waarvoor de Minister van Defensie toestemming heeft gegeven tot gebruik
van de luchthaven.
4. De aanwijzing van Hilversum, Midden-Zeeland, Seppe, Teuge en Texel
geldt slechts voor goederen welke mondeling dan wel door enige andere
handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een
persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven mag
in dit geval niet hoger zijn dan 1000.
Bijlage IV. Plaatsen waar een ruimte voor tijdelijke opslag kan worden
gevestigd (artikel 20 Douaneregeling)
-
de plaatsen die genoemd zijn in bijlage II met uitzondering van
Oost-Vlieland en West-Terschelling.
-
de plaatsen die genoemd zijn in bijlage III en bijlage V.
Bijlage V . Plaatsen van vestiging van douanekantoren als bedoeld in
artikel 60 van het Communautair douanewetboek, artikel
31 van het Douanebesluit en artikel 25 van de Douaneregeling.
Amsterdam
Maastricht-Aachen Airport
Brunssum (Afnorth)
Duiven
Groningen Airport Eelde
Eemshaven
Eindhoven Airport
Hazeldonk
Leeuwarden
Moerdijk
De Lutte
Rotterdam
Rotterdam Airport
Schiphol
Veendam
Venlo
Vlissingen
Bijlage VI. bij de Douaneregeling
Toelichting Enig document
Inleiding
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
(CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiλle model is voor de
schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale
procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het
vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve
veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer,
passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beλindiging van
een economische douaneregeling.
De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage
37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW)
terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken
communautaire codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van
artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de
Lidstaten toegestaan de communautaire toelichting nader aan te vullen.
Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel
18 van het Douanebesluit vast te leggen dat dit kan geschieden
bij ministeriλle regeling. Deze Toelichting Enig document is de
uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de
Douaneregeling.
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan
met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in
Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de
schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
De Toelichting bestaat uit drie titels, waarvan een algemeen gedeelte,
Titel I, waarin een matrix is opgenomen op basis waarvan kan worden
bepaald welke vakken ingevuld dienen te worden bij een bepaalde
douaneprocedure. In Titel II wordt een beschrijving van de afzonderlijke
vakken gegeven voor de formaliteiten bij uitvoer, douanevervoer en
invoer. Titel III bevat informatie voor het invullen van aanvullende
formulieren Enig document. De bij de invulling te gebruiken codes zijn
afzonderlijk opgenomen in het codeboek Sagitta. In artikel 29 van de
Douaneregeling is bepaald dat het codeboek Sagitta beschikbaar is via
het Internetadres www.douane.nl.
Teneinde de gebruiker een compleet overzicht te kunnen geven van alle
formaliteiten, die van belang zijn voor de juiste invulling van het Enig
document, bevat de Toelichting zowel de communautaire aanwijzingen uit
Bijlage 37 als de nationale aanvullingen. In het codeboek Sagitta zijn
daartoe zowel de communautaire codes uit Bijlage 38 als de codes die
nationaal zijn vastgesteld opgenomen.
Titel I. Algemene opmerkingen
A. Algemeen
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van
geautomatiseerde systemen (Sagitta-Invoer, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn
de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis
mutandis van toepassing.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
| a. |
wanneer volgens de
communautaire wetgeving aangifte tot plaatsing onder een
douaneregeling of tot wederuitvoer moet worden gedaan;
|
| b. |
indien nodig,
tijdens de in een toetredingsakte bepaalde overgangsperiode,
in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar
samenstelling voor de toetreding en de nieuwe lidstaten,
enerzijds, en tussen deze laatste onderling, anderzijds, voor
goederen waarvoor alle douanerechten en heffingen van gelijke
werking nog niet geheel zijn opgeheven of waarvoor nog andere
in de toetredingsakte vastgestelde maatregelen gelden;
|
| c. |
wanneer de
communautaire wetgeving daar uitdrukkelijk in voorziet.
|
De aldus te gebruiken formulieren en aanvullende formulieren bestaan uit
de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten
voor een of meer douaneregelingen en worden gekozen uit een set van acht
exemplaren:
| |
exemplaar 1 te
bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de
formaliteiten bij uitvoer (eventueel verzending) of
communautair douanevervoer worden vervuld,
|
| |
exemplaar 2 bestemd
voor de statistiek van de lidstaat van uitvoer; dit exemplaar
kan eveneens worden gebruikt voor de statistiek van de
lidstaat van verzending in het geval van handelsverkeer tussen
delen van het douanegebied van de Gemeenschap met
verschillende belastingstelsels,
|
| |
exemplaar 3 bestemd
voor de exporteur, na visering door de douane,
|
| |
exemplaar 4 te
bewaren door het kantoor van bestemming bij communautair
douanevervoer of te gebruiken als bewijs van de communautaire
status van de goederen,
|
| |
exemplaar 5
terugzendingsexemplaar van de regeling communautair
douanevervoer,
|
| |
exemplaar 6 te
bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de
formaliteiten bij invoer worden vervuld,
|
| |
exemplaar 7 bestemd
voor de statistiek van de lidstaat van invoer. Dit exemplaar
kan eveneens voor de statistiek van deze lidstaat worden
gebruikt wanneer het gaat om handelsverkeer tussen delen van
het douanegebied van de Gemeenschap met verschillende
belastingstelsels.
|
| |
exemplaar 8 bestemd
voor de geadresseerde.
|
Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk,
bijvoorbeeld:
| |
uitvoer, passieve
veredeling of wederuitvoer: exemplaren 1, 2 en 3,
|
| |
communautair
douanevervoer: exemplaren 1, 4 en 5,
|
| |
douaneregelingen bij
invoer: exemplaren 6, 7 en 8.
|
Bovendien moet in bepaalde gevallen het communautaire karakter van de
goederen op de plaats van bestemming worden aangetoond. In dergelijke
gevallen kan het exemplaar nr. 4 als T2L document worden gebruikt.
Dit betekent dat belanghebbenden de sets kunnen laten drukken die
overeenkomen met de door hen gemaakte keuze, voor zover het gebruikte
formulier in overeenstemming is met het officiλle model.
Iedere set moet zodanig zijn samengesteld dat wanneer voor de betrokken
lidstaten eenzelfde gegeven moet worden ingevuld, dit door de exporteur
of de aangever rechtstreeks op exemplaar nr. 1 wordt vermeld en als
gevolg van de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op
alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om een of
andere reden (met name wanneer naar gelang de fase waarin de
goederenbeweging zich bevindt andere gegevens moeten worden ingevuld)
een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden
doorgegeven, mag dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren
worden doorgeschreven.
Bij gebruikmaking van een systeem van geautomatiseerde
aangiftebehandeling, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan
elk exemplaar een dubbele bestemming heeft: 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.
In dit geval worden op elke gebruikte set de nummers van de
overeenkomstige exemplaren vermeld, terwijl de niet van toepassing
zijnde nummers worden doorgehaald.
Deze sets zijn zo samengesteld dat de op de verschillende exemplaren te
vermelden gegevens dankzij de chemische behandeling van het papier
worden doorgeschreven.
Wanneer overeenkomstig artikel 205, lid 3, TVo.CDW aangiften tot
plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer of documenten
waarmee het communautaire karakter wordt aangetoond van goederen die
niet onder de regeling intern communautair douanevervoer worden
vervoerd, met behulp van openbare of particuliere systemen voor
automatische gegevensverwerking op blanco papier worden gesteld, moet
aan alle vormvereisten van het CDW of van de onderhavige verordening
zijn voldaan, ook wat de ommezijde van het formulier betreft (voor de in
het kader van de regeling communautair douanevervoer gebruikte
exemplaren), met uitzondering van:
| |
de kleur van de
drukinkt,
|
| |
het gebruik van
cursief gedrukte tekst,
|
| |
de onderdruk van de
vakken die betrekking hebben op communautair douanevervoer.
|
De aangifte voor douanevervoer wordt in een enkel exemplaar ingediend
bij het kantoor van vertrek wanneer dit kantoor de aangifte met behulp
van een systeem voor de automatische gegevensverwerking (NCTS) verwerkt.
Het hier te lande vervaardigen van formulieren Enig document is slechts
toegestaan onder voorwaarde dat de formulieren geheel identiek zijn aan
de officiλle uitgaven opgenomen in de bijlagen 31 tot en met 34 TVo.CDW.
Formulieren die in een andere lidstaat door de douane zijn aanvaard,
worden hier te lande geaccepteerd.
Extra exemplaren van de formulieren Enig document worden gebruikt:
| |
bij communautair
douanevervoer naar of via Zwitserland dient aan het Zwitserse
kantoor van binnenkomst een extra exemplaar dat identiek is
aan het exemplaar nr. 4 te worden afgegeven (zie artikel 12
van de overeenkomst tussen de EEG en de EVA-landenx [1]
betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake
douanevervoer).
|
| |
indien goederen
onder een douaneregeling worden geplaatst met gebruikmaking
van het formulier Enig document, dienen in de hierna
omschreven gevallen ιιn, twee of drie extra exemplaren van
het formulier Enig document te worden ingediend. Daartoe is
nationaal een exemplaar 0/0 ontwikkeld. De aangever kan voor
het extra exemplaar echter ook een fotokopie van het formulier
Enig document gebruiken. Achter de verticaal gedrukte
aanduidingen van het extra exemplaar komen letters en een
lettercombinatie voor. De aangever kan door omcirkeling van
een letter of lettercombinatie aanduiden voor welk doel het
extra exemplaar wordt ingediend.
|
|
Extra
exemplaar (A): Wanneer een aangifte
ten uitvoer of voor communautair douanevervoer wordt gedaan,
kunnen ιιn of meer exemplaren (A) zijn vereist, ingevolge de
bepalingen inzake vrijstelling of teruggaaf van rechten bij
uitvoer of inzake landbouwrestitutie.
|
|
Extra
exemplaar (W): Wanneer een aangifte voor
een douaneregeling wordt gedaan waarbij een exemplaar noodzakelijk is
om de goederen weg te mogen voeren, kan een extra exemplaar (W) worden
ingediend.
|
|
Extra
exemplaar (D-W): Wanneer een exemplaar
van het Enig document als vervoersopdracht wordt gebruikt op grond van
de Wet op de accijns of de Wet op de verbruiksbelasting, kan een extra
exemplaar (D-W) worden ingediend.
|
|
Extra
exemplaar (Z): Een extra exemplaar (Z)
moet worden ingediend indien het betreft goederen waarvoor in de
vrijstellingsvergunning is bepaald dat een vrijstellingsregeling wordt
gehouden.
|
B. Te vermelden gegevens
De invulling van de vakken en deelvakken wordt beheerst door de
communautaire matrix van Bijlage 37 TVo.CDW. In de nationale matrix, die
hierna is opgenomen, is de communautaire matrix verwerkt en zijn
eveneens de nationaal verplicht gestelde vakken opgenomen. Deze
nationale matrix bepaalt voor elke douaneregeling of -bestemming, bewijs
communautair karakter van de goederen en tijdelijke opslag of een vak of
deelvak moet of mag worden gebruikt volgens de kolommen A tot en met L.
Voorzover van toepassing zijn daarbij ook vermeld de codes van de
gevraagde regelingen als bedoeld voor het eerste deelvak van vak 37:
|
Opschriften van de
kolommen in de nationale matrix
|
In het eerste
deelvak van vak 37 te gebruiken codes
|
|
A:
Uitvoer/verzending
|
10, 11, 23
|
|
B: Opslag in
douane-entrepot van voor uitvoer bestemde goederen met
voorfinanciering
|
76, 77
|
|
C: Wederuitvoer na
plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan het
stelsel van douane-entrepots (actieve veredeling, tijdelijke
invoer, behandeling onder douanetoezicht)
|
31
|
|
D: Wederuitvoer na
opslag in douane-entrepot
|
31
|
|
E: Passieve
veredeling
|
21, 22
|
|
F: Douanevervoer
|
|
|
G: Communautair
karakter van de goederen
|
|
|
H: In het vrije
verkeer brengen
|
01, 02, 07, 40 41,
42, 43, 45, 48, 49, 61, 63, 68
|
|
I: Plaatsing onder
een economische douaneregeling andere dan passieve veredeling
en douane-entrepot (actieve veredeling (schorsingssysteem),
tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht)
|
51, 53, 54(a), 91,
92(a)
(a) verwijst
uitsluitend naar de voorafgaande regeling.
|
|
J: Opslag in
douane-entrepot van het type A, B, C, E of F1 [2]
|
71, 78
|
|
K: Opslag in
douane-entrepot van het type D2 [3]3 [4]
|
71, 78
|
|
L: Tijdelijke opslag
|
|
Slechts een gedeelte van de vakken wordt ingevuld, naar gelang de
gevraagde douaneregeling(en).
Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures zijn de voor
elke regeling in te vullen vakken in de onderstaande tabel aangegeven.
De specifieke bepalingen betreffende elk vak in titel II doen geen
afbreuk aan de status van de in de tabel vermelde vakken.
Verklaring van de symbolen in de vakken van de nationale matrix
|
X
|
Verplicht voor de
aangever.
|
|
X*
|
Facultatief voor de
aangever: gegevens die de aangevers vrijwillig kunnen
verstrekken.
|
|
X* [1, enz.]
|
Facultatief voor de
aangever: gegevens die de aangevers vrijwillig kunnen
verstrekken, tenzij voetnoot van toepassing is dan voetnoot
verplicht volgen.
|
Opgemerkt zij dat indien een vak verplicht is voor de aangever (X), dit
geen afbreuk doet aan het feit dat de opgave van bepaalde gegevens,
wegens hun aard, enkel wordt verlangd wanneer de omstandigheden dit
rechtvaardigen. Zo wordt bijvoorbeeld de opgave van de bijzondere
maatstaf in vak 41 enkel verlangd wanneer Taric daarin voorziet.
Nationale matrix
|
Vak nr.
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
H
|
I
|
J
|
K
|
L
|
|
1[1]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
1[2]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
1[3]
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
|
|
2
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
|
X [25]
|
|
|
|
|
|
|
2 (No)
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
3
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
|
4
|
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
X
|
|
5
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
6
|
|
|
|
|
|
X [4]
|
|
|
|
|
|
|
|
7
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
X [5]
|
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
|
8
|
X [1]
|
X
|
|
|
|
X [6]
|
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
|
|
8 (No)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
14
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
|
14 (No)
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
15
|
|
|
|
|
|
X [2]
|
|
|
|
|
|
|
|
15a
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X [5]
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
17
|
|
|
|
|
|
X [2]
|
|
|
|
|
|
|
|
17a
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X [5]
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
18 (Iden-titeit)
|
X [1] [7]
|
|
X [7]
|
|
X [7]
|
X [7]
|
|
X [7]
|
X [7]
|
|
|
X
|
|
18(Natio-naliteit)
|
|
|
|
|
|
X [8]
|
|
|
|
|
|
|
|
19
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X [4]
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
20
|
X [10]
|
|
X [10]
|
|
X [10]
|
|
|
X [10]
|
X [10]
|
|
X [10]
|
|
|
21(Iden-titeit)
|
X [1]
|
|
|
|
|
X [8]
|
|
|
|
|
|
|
|
21(Natio-naliteit)
|
X [8]
|
|
X [8]
|
|
X [8]
|
X [8]
|
|
X [8]
|
X [8]
|
|
|
|
|
22
(Valuta)
|
X
|
|
X
|
|
X
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
22 (Bedrag)
|
X
|
|
X
|
|
X
|
|
|
X*
|
X*
|
|
|
|
|
23
|
|
|
|
|
|
|
|
X [11] [26]
|
X [11] [26]
|
|
|
|
|
24
|
X
|
|
X
|
|
X
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
25
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
26
|
X [12]
|
X [12]
|
X [12]
|
X [12]
|
X [12]
|
|
|
X [13]
|
X [13]
|
|
|
X
|
|
27
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
|
29
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
|
|
|
|
|
|
30
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X [14]
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
31
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
32
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
X [3]
|
|
33[1]
|
X
|
X
|
X
|
X [15]
|
X
|
X [16]
|
X [17]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
33[2]
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
33[3]
|
X
|
X
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
33(4)
|
X
|
X
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
33(5)
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
34a
|
X*[1]
|
X
|
X*
|
X*
|
X*
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
35
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
36
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X [17]
|
|
|
|
|
37[1]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
37[2]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
38
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X [17]
|
X [17]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
39
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
40
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
41
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
42
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
X
|
|
|
43
|
|
|
|
|
|
|
|
X [26]
|
X [26]
|
|
X [26]
|
|
|
44
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X [4]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
45
|
|
|
|
|
|
|
|
X [26]
|
X [26]
|
|
X [26]
|
|
|
46
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
47(Type)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
X
|
|
|
47(Maat-staf
heffing)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
X
|
|
|
47 (Hef-fingsvoet)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
47 (Bedrag)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
47 (WB)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
47 (Totaal)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
49
|
X [23] [24]
|
X
|
X [23]
|
X
|
X [23]
|
|
|
X [23]
|
X [23]
|
X
|
X
|
|
|
50
|
X*
|
|
X*
|
|
X*
|
X
|
|
|
|
|
|
|
|
51
|
|
|
|
|
|
X [4]
|
|
|
|
|
|
|
|
52
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
|
53
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
|
54
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
55
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
|
56
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
Voetnoten
[1] Dit gegeven is verplicht voor landbouwproducten die voor
uitvoerrestituties in aanmerking komen.
[2] Dit gegeven mag enkel in het kader van niet-geautomatiseerde
procedures worden gevraagd.
[3] Wanneer de aangifte slechts op ιιn enkel artikel betrekking heeft
wordt dit vak niet ingevuld.
[4] Dit vak is verplicht voor het NCTS (nieuw geautomatiseerd systeem
voor douanevervoer) overeenkomstig het bepaalde in bijlage 37 bis TVo.CDW.
[5] Dit gegeven mag enkel in het kader van geautomatiseerde procedures
worden gevraagd.
[6] Dit vak behoeft niet te worden ingevuld wanneer de geadresseerde
noch in de EU, noch in een EVA-land gevestigd is.
[7] Niet gebruiken in geval van verzending met de post of door vaste
installaties.
[8] Niet gebruiken bij verzending met de post, door vaste installaties
of per spoor.
[9] Niet van toepassing in NL.
[10] Het 3e deelvak niet invullen.
[11] Dit gegeven uitsluitend invullen in gevallen waarbij een
uitzondering wordt gemaakt op de in titel V, hoofdstuk 6, neergelegde
regels inzake de maandelijkse vaststelling van de wisselkoersen.
[12] Dit vak wordt niet ingevuld wanneer de uitvoerformaliteiten op de
plaats van uitgang uit de Gemeenschap worden vervuld.
[13] Dit vak wordt niet ingevuld wanneer de invoerformaliteiten op de
plaats van binnenkomst in de Gemeenschap worden vervuld.
[14] Dit vak kan in het kader van het NCTS-systeem worden gebruikt
volgens de bepalingen van bijlage 37bis TVo.CDW.
[13] Verplicht bij wederuitvoer na opslag in een entrepot van het type D
[16] Dit deelvak moet worden ingevuld:
| |
wanneer de aangifte
voor douanevervoer door dezelfde persoon wordt opgesteld samen
met of volgend op een douaneaangifte waarop de goederencode is
vermeld, of
|
| |
wanneer de aangifte
voor douanevervoer betrekking heeft op goederen die in bijlage
44 quater TVo.CDW zijn vermeld, of
|
| |
wanneer de
communautaire wetgeving daarin voorziet.
|
[17] Enkel in te vullen wanneer de communautaire wetgeving daarin
voorziet.
[18] Niet van toepassing in NL.
[19] Niet van toepassing in NL.
[20] Niet van toepassing in NL.
[21] Niet van toepassing in NL.
[22] Niet van toepassing in NL.
[23] Dit vak moet worden ingevuld wanneer de aangifte tot plaatsing
onder een douaneregeling ten doel heeft het stelsel van douane-entrepots
aan te zuiveren.
[24] Dit vak moet worden ingevuld bij inslag in een Bevoorradingsdepot
[25] Indien een aangifte via geautomatiseerde wijze wordt aangeleverd is
de vermelding van de naam, adres, woonplaats gegevens uitsluitend
toegestaan indien geen identificatienummer is vermeld.
[26] Alleen van toepassing bij de aanvullende aangifte in het kader van
de vereenvoudigde procedures als bedoeld in artikel 76, 1, letters b en
c CDW.
C. Gebruiksaanwijzing van het formulier
Wanneer de gebruikte set minstens ιιn exemplaar bevat dat in een
andere lidstaat zal worden gebruikt, dienen de formulieren met de
schrijfmachine of door middel van een mechanografisch of soortgelijk
procιdι te worden ingevuld. Ter vereenvoudiging van het invullen met
de schrijfmachine, moet het formulier zo worden ingevoerd dat de eerste
letter van het in vak 2 in te vullen gegeven in het daarvoor bestemde
positievakje in de linkerbovenhoek komt te staan.
Wanneer alle exemplaren van de gebruikte set bestemd zijn om in dezelfde
lidstaat te worden gebruikt, mogen zij, voor zover deze lidstaat dit
toestaat, eveneens op duidelijk leesbare wijze met de hand, met inkt en
in blokletters worden ingevuld. Dit geldt eveneens voor de gegevens die
worden vermeld op de exemplaren die bij de toepassing van de regeling
communautair douanevervoer worden gebruikt.
In de formulieren mogen geen raderingen noch overschrijvingen voorkomen.
Wijzigingen worden aangebracht door doorhaling van de onjuiste gegevens
en, in voorkomend geval, toevoeging van de gewenste gegevens. Elke aldus
aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die deze
heeft aangebracht en moet uitdrukkelijk door de bevoegde autoriteiten
worden geviseerd. Deze kunnen eisen dat een nieuwe aangifte wordt
ingediend.
Voorts is het toegestaan dat de formulieren met behulp van een
reproductietechniek, in plaats van met de bovenomschreven technieken,
worden ingevuld. Zij mogen eveneens met behulp van een
reproductietechniek worden vervaardigd en ingevuld, mits aan de
vereisten inzake model en afmetingen, te gebruiken taal, leesbaarheid en
aanbrengen van wijzigingen wordt voldaan en het verbod inzake raderingen
en overschrijvingen in acht wordt genomen.
Slechts de genummerde vakken worden, indien van toepassing, door de
belanghebbenden ingevuld, alsmede vak A. De overige met een hoofdletter
aangeduide vakken zijn uitsluitend voor intern gebruik door de
administraties bestemd.
Op de exemplaren die in het kantoor van uitvoer (of eventueel van
verzending) of van vertrek blijven, moet de originele handtekening van
de belanghebbende voorkomen, onverminderd het bepaalde in artikel 205
TVo.CDW.
Door het indienen van een door hem ondertekende aangifte bij een
douanekantoor geeft de aangever of zijn vertegenwoordiger de wens te
kennen de goederen voor de gevraagde regeling aan te geven. Onverminderd
de eventuele toepassing van strafbepalingen verbindt hij zich hierdoor
ten aanzien van:
| |
de juistheid van de
in de aangifte voorkomende gegevens,
|
| |
de echtheid van de
bijgevoegde documenten, en
|
| |
de naleving van alle
verplichtingen in verband met de plaatsing van de betrokken
goederen onder de gevraagde regeling.
|
Bij communautair douanevervoer bindt de handtekening van de aangever of,
in voorkomend geval, zijn gemachtigde vertegenwoordiger, hem ter zake
van alle elementen in verband met het communautair douanevervoer die
voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen inzake communautair
douanevervoer die in het CDW en TVo.CDW zijn vervat en zoals hiervoor
onder B zijn omschreven.
Bij het vervullen van de formaliteiten van de regeling communautair
douanevervoer en ter bestemming heeft de betrokkene er belang bij de
inhoud van zijn aangifte te controleren alvorens deze te ondertekenen en
bij het douanekantoor in te dienen. Indien de reeds op het formulier
voorkomende gegevens niet met de aan te geven goederen overeenstemmen,
dient hij dit onmiddellijk aan de douane mede te delen. In dit geval
wordt op nieuwe formulieren een nieuwe aangifte opgesteld.
Behoudens het bepaalde in titel III mag in een vak dat niet behoeft te
worden ingevuld, geen enkele vermelding of teken voorkomen.
Titel II. Aanwijzingen voor het invullen van de vakken
De in de vakken te vermelden communautaire- en nationale codes zijn
opgenomen in het Codeboek Sagitta, beschikbaar via Internetadres http://www.douane.nl.
Eventuele toelichtingen op het gebruik van de codes zijn door middel van
een noot bij het betreffende vak opgenomen in deel D van Titel II.
Deel A. Formaliteiten bij uitvoer/verzending, opslag in douane-entrepot
met voorfinanciering met het oog op uitvoer, wederuitvoer, passieve
veredeling, communautair douanevervoer en/of in verband met het bewijs
van het communautair karakter van goederen
Vak A. Kantoor van Verzending/Uitvoer
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld indien het formulier uitsluitend
wordt gebruikt bij communautair douanevervoer.
Een aangever aan wie door de douane een douanenummer is toegekend, dient
in dit vak de aangifte-identificatie te vermelden. Deze bestaat uit drie
bestanddelen:
| |
het douanenummer,
bestaande uit 11 cijfers;
|
| |
de laatste twee
cijfers van het lopende kalenderjaar.
|
| |
het
aangiftevolgnummer, dit is een uniek nummer bestaande uit ten
hoogste acht cijfers naar eigen keuze van de aangever. Het mag
niet hetzelfde zijn als een nummer dat eerder in hetzelfde
jaar door dezelfde aangever aan een aangifte is toegekend. Het
nummer van een buiten werking gestelde aangifte mag niet
opnieuw worden gebruikt.
|
De drie bestanddelen dienen in bovenstaande volgorde te worden vermeld
op ιιn regel onderling van elkaar gescheiden door spaties of in drie
regels onder elkaar.
Een aangever aan wie geen douanenummer is toegekend, vermeldt niets in
dit vak.
Vak 1: Aangifte
In het eerste deelvak het aangiftesymbool vermelden volgensde
desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel
uitvoer, tabel A03).
In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de
desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel
uitvoer, tabel A04).
In het derde deelvak de desbetreffende communautaire code vermelden (zie
codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel 031).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 2: Afzender/exporteur
Bij Nr. het douanenummer vermelden dat door de douane aan de
afzender/exporteur is toegekend, voorafgegaan door de landcode NL.
Indien de belanghebbende niet over een douanenummer beschikt, wordt bij
Nr. niets vermeld.
De naam en voornaam of de handelsnaam en het adres van de belanghebbende
vermelden.
Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord diverse vermeld,
gevolgd door de desbetreffende communautaire code voor bijzondere
vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A12).
Tevens wordt de lijst van afzenders/exporteurs bij de aangifte gevoegd.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 3: Formulieren
Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets
(formulieren en aanvullende formulieren samen) vermelden. Bijvoorbeeld:
wanneer ιιn EX-formulier en twee EX/c-formulieren worden ingediend, op
het EX-formulier 1/3, op het eerste EX/c-formulier 2/3 en op het tweede
EX/c-formulier 3/3 invullen.
Wanneer voor de aangifte twee sets van vier exemplaren in plaats van
ιιn set van acht exemplaren worden gebruikt, worden deze geacht, wat
het aantal formulieren betreft, slechts ιιn set te vormen.
Vak 4: Ladingslijsten
In cijfers het aantal eventueel bijgevoegde ladingslijsten of door de
bevoegde autoriteiten toegelaten lijsten van commerciλle aard vermelden
waarin de goederen zijn omschreven.
Vak 5: Artikelen
In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de
belanghebbende met alle gebruikte formulieren en aanvullende formulieren
(of ladingslijsten of lijsten van commerciλle aard) wordt aangegeven.
Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet
worden ingevuld.
Vak 6: Totaal colli
In cijfers het totale aantal colli vermelden waaruit de zending is
samengesteld.
Vak 7: Referentienummer
Dit is het commerciλle referentienummer dat door belanghebbende aan de
betrokken zending is toegekend. Naar keuze in te vullen door
belanghebbende.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel
D van Titel II.)
Vak 8: Geadresseerde
Naam en voornaam of handelsnaam en adres vermelden van de persoon of
personen bij wie de goederen zullen worden afgeleverd. Voor goederen met
voorfinanciering die met bestemming uitvoer in een douane-entrepot
worden opgeslagen is de geadresseerde verantwoordelijk voor de
voorfinanciering of voor het entrepot waar de goederen worden
opgeslagen.
Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord diverse vermeld,
gevolgd door de betreffende communautaire code voor bijzondere
vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A12).
Tevens wordt de lijst van geadresseerden bij de aangifte gevoegd.
Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger
Bij Nr. invullen het douanenummer genoemd onder vak A,
voorafgegaan door de landencode NL. Een aangever aan wie geen
douanenummer is toegekend, vermeldt niets bij Nr..
De naam en voornaam of de handelsnaam en het adres van de belanghebbende
vermelden.
Wanneer de aangever en de exporteur/afzender dezelfde persoon zijn, het
woord exporteur/afzender en de desbetreffende communautaire code
voor bijzondere vermeldingen vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel
uitvoer, tabel A12).
Voor het vermelden van de status van de aangever/vertegenwoordiger de
desbetreffende communautaire code vermelden (zie codeboek Sagitta,
onderdeel algemeen, tabel A81).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 15: Land van verzending/uitvoer
Ten behoeve van de formaliteiten bij uitvoer wordt onder werkelijke
lidstaat van uitvoer verstaan de lidstaat waaruit de goederen
aanvankelijk met het oog op de uitvoer werden verzonden wanneer de
exporteur niet in de lidstaat van uitvoer is gevestigd. De lidstaat van
uitvoer is identiek aan de werkelijke lidstaat van uitvoer wanneer geen
enkele andere lidstaat bij de transactie is betrokken.
Bij douanevervoer in vak 15 de lidstaat van waaruit de goederen zijn
verzonden vermelden.
In vak 15a volgens de desbetreffende communautaire code de lidstaat
vermelden waaruit de goederen worden uitgevoerd/verzonden (zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 17: Land van bestemming
Bij douanevervoer in vak 17 het land van bestemming vermelden waarnaar
de goederen worden gezonden.
In vak 17a de betreffende communautaire code vermelden van het laatste
land van bestemming dat op het tijdstip van uitvoer bekend is waarnaar
de goederen dienen te worden uitgevoerd (zie codeboek Sagitta, onderdeel
algemeen, tabel S01).
Wanneer goederen met prefinanciering onder het stelsel van
douane-entrepots worden geplaatst, wordt in dit vak het land vermeld
waarvoor de goederen zijn bestemd.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 18: Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek
De identiteit vermelden van het voertuig waarin de goederen rechtstreeks
zijn geladen op het tijdstip waarop de formaliteiten bij uitvoer of voor
douanevervoer worden vervuld, gevolgd door de nationaliteit volgens de
desbetreffende communautaire code van het vervoermiddel (of van het
vervoermiddel waarmee het geheel wordt voortbewogen indien er meerdere
vervoermiddelen zijn). Wanneer een trekker en een aanhangwagen
verschillende registratienummers hebben, zowel het registratienummer van
de trekker als dat van de aanhangwagen en de nationaliteit van de
trekker vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Naargelang het gebruikte vervoermiddel worden ter identificatie de
volgende vermeldingen aangebracht:
|
Vervoermiddel |
Wijze van
identificatie
|
|
Vervoer over zee en
per binnenschip
|
Naam van het
vaartuig
|
|
Vervoer door de
lucht
|
Nummer en datum van
de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het
registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)
|
|
Vervoer over de weg
|
Kentekenplaat van
het voertuig
|
|
Vervoer per spoor
|
Nummer van de wagon
|
Vak 19: Container (Ctr)
Volgens de desbetreffende communautaire code de voorziene situatie bij
het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap vermelden zoals
deze bekend is op het tijdstip waarop de formaliteiten bij uitvoer of
voor douanevervoer worden vervuld.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 20: Leveringsvoorwaarden
Door middel van de desbetreffende communautaire codes de relevante
clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de
contractvoorwaarde (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel
A14).
Vak 21: Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve
vervoermiddel
Volgens de desbetreffende communautaire code de nationaliteit vermelden
van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap
wordt overschreden, zoals deze bij het vervullen van de formaliteiten
bij uitvoer of voor douanevervoer bekend is (zie codeboek Sagitta,
onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Bij gecombineerd vervoer of wanneer het vervoer met meer dan een
vervoermiddel geschiedt, is het voertuig dat het geheel voortbeweegt het
actieve vervoermiddel. Bijvoorbeeld, bij vrachtwagen op schip is het
schip het actieve vervoermiddel, bij trekker en aanhangwagen is dit de
trekker.
Naargelang het vervoermiddel, worden wat de identiteit betreft, de
volgende vermeldingen aangebracht:
|
Vervoermiddel |
Wijze van
identificatie
|
|
Vervoer over zee en
per binnenschip
|
Naam van het
vaartuig
|
|
Vervoer door de
lucht
|
Nummer en datum van
de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het
registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)
|
|
Vervoer over de weg
|
Kentekenplaat van
het voertuig
|
|
Vervoer per spoor
|
Nummer van de wagon
|
Vak 22: Valuta en totaal gefactureerd bedrag
In het eerste deelvak, volgens de desbetreffende communautaire code de
valuta van de factuur vermelden (zie codeboek, Sagitta onderdeel,
algemeen tabel S10).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
In het tweede deelvak het gefactureerde bedrag vermelden voor alle
aangegeven goederen.
Vak 24: Aard van de transactie
In het eerste deelvak, door middel van de desbetreffende communautaire
codes en indeling de gegevens vermelden waaruit blijkt om welk type
contract het in dit geval gaat (zie codeboek Sagitta, onderdeel
algemeen, tabel A22)
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Het tweede deelvak behoeft niet te worden ingevuld.
Vak 25: Vervoerwijze aan de grens
Volgens de desbetreffende communautaire code de wijze van vervoer
vermelden die overeenstemt met het actieve vervoermiddel waarop of
waarin de goederen het douanegebied van de Gemeenschap naar verwachting
zullen verlaten (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A27).
Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze
Volgens de desbetreffende communautaire code de wijze van vervoer bij
vertrek vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A27).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de
code, zie deel D van Titel II.)
Vak 27: Plaats van lading
In dit vak wordt de plaats, zoals bekend bij het vervullen van de
formaliteiten voor douanevervoer, vermeld waar de goederen worden
geladen op of in het actieve vervoermiddel waarmee zij de grens van de
Gemeenschap zullen overschrijden.
Vak 29: Kantoor van uitgang
Volgens de desbetreffende communautaire code het douanekantoor vermelden
via hetwelk de goederen het douanegebied van de Gemeenschap vermoedelijk
zullen verlaten (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S20).
(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)
Vak 30: Plaats waar de goederen zich bevinden
Een nauwkeurige vermelding van de plaats, bestaande uit de postcode
aangevuld met huisnummer, waar de goederen kunnen worden onderzocht.
Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers
containernummer(s) aantal en soort
1. In dit vak de merken en nummers, het aantal en de soort van de colli
vermelden, of voor onverpakte goederen het aantal voorwerpen, evenals de
voor de identificatie van de goederen vereiste gegevens. Als
omschrijving van de goederen kan met de gebruikelijke handelsbenaming
worden volstaan. Wanneer vak 33 goederencode moet worden ingevuld,
moet deze handelsbenaming dermate duidelijk zijn dat de goederen aan de
hand daarvan kunnen worden ingedeeld. In dit vak worden eveneens de bij
bijzondere voorschriften vereiste gegevens vermeld (bijvoorbeeld inzake
accijns, omzetbelasting, landbouw enz.). De aard van de colli wordt
volgens de desbetreffende communautaire code vermeld (zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A25).
Indien de goederen die in dit vak worden omschreven een gedeelte vormen
van de inhoud van ιιn collo, dient te worden vermeld: deel van collo
nr. .... (in te vullen het nummer van het collo of, als het geen nummer
heeft, de identiteitsgegevens). Deze vermelding laat onverlet de
verplichting om merk, nummer, aantal en soort van het collo te
vermelden.
Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de
merktekens daarvan te worden vermeld.
2. Voor halfzware olie en gasolie de aantekening onvermengd of
voorzien van herkenningsmiddelen plaatsen, gevolgd door de
desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek
Sagitta onderdeel uitvoer tabel A12).
3. In de gevallen waarin ingevolge de Regeling
in- en uitvoer landbouwgoederen de productschapsgoederencode moet
worden vermeld, deze code vermelden voorafgegaan door de vermelding
PGC.
4. In de gevallen waarin volgens artikel 5, vierde lid, van de
Verordening (EG) 800/1999 houdende gemeenschappelijke bepalingen van het
stelsel van restitutie bij uitvoer van landbouwproducten (Pb EG L 102
van 17 maart 1999), de samenstelling moet worden opgegeven, deze
vermelden met toepassing van maatstafcodes en maatstafhoeveelheden. (zie
codeboek Sagitta onderdeel uitvoer tabel T08).
Indien de samenstelling achterwege mag blijven op grond van een
toestemming van de productschappen volgens artikel
20 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen, hier het
toestemmingsnummer vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 32: Artikelnummer
Indien sprake is van meer dan ιιn artikel, in dit vak het volgnummer
van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen,
opgegeven in vak 5, dat in de formulieren en aanvullende formulieren is
aangegeven.
Vak 33: Goederencode
De goederencode van het betrokken artikel vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 34: Code land van oorsprong
In vak 34a, volgens de desbetreffende communautaire code het land van
oorsprong als bedoeld in Titel II van het CDW vermelden (zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 35: Brutomassa (kg)
De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De
brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al
hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met
name van de containers.
Wanneer een aangifte voor douanevervoer op meerdere soorten goederen
betrekking heeft, kan ermee worden volstaan de totale brutomassa in het
eerste vak 35 te vermelden, terwijl de andere vakken 35 niet worden
ingevuld.
Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een
eenheid (kg) omvat, mag de volgende afronding worden toegepast:
| |
van 0,001 tot 0,499:
afronding op de lagere eenheid (kg),
|
| |
van 0,5 tot 0,999:
afronding op de hogere eenheid (kg).
|
Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling
deze in de vorm 0,xyz te vermelden (bijvoorbeeld: 0,654 is
gelijk aan 654 gram).
Vak 37: Regeling
Volgens de desbetreffende communautaire- en nationale codes de regeling
vermelden waarvoor de goederen zijn aangegeven (zie codeboek Sagitta,
onderdeel uitvoer, tabel A35 voor het eerste deelvak en tabel A29 voor
het tweede deelvak).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 38: Nettomassa (kg)
De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De
nettomassa is de eigen massa van de goederen zonder verpakking.
Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document
Volgens de desbetreffende communautaire codes de referenties vermelden
van de documenten die voorafgingen aan de uitvoer naar een derde
land/verzending naar een andere lidstaat. (zie codeboek Sagitta,
onderdeel algemeen, tabel A80 voor het documenttype en tabel A28 voor
het soort voorafgaand document)
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Wanneer de aangifte betrekking heeft op goederen die na de zuivering van
het stelsel van douane-entrepots type B wederuitgevoerd worden, het
referentienummer van de aangifte tot plaatsing van de goederen onder
deze regeling vermelden.
Wanneer het een aangifte voor de regeling communautair douanevervoer
betreft, de voorafgaande douanebestemming of het referentienummer van de
desbetreffende douanedocumenten vermelden. Indien, in het kader van
niet-geautomatiseerde douanevervoerprocedures, meer dan een
referentienummer moet worden vermeld, kan in dit vak het woord
diverse worden vermeld, gevolgd door de desbetreffende
communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta,
onderdeel uitvoer, tabel A12). Tevens wordt de lijst van
referentienummers bij de aangifte voor douanevervoer gevoegd.
Vak 41: Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf)
In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden
in de eenheid die in het gebruikstarief is aangegeven. De eenheid zelf
niet vermelden.
Vak 44: Bijzondere vermeldingen; voorgelegde stukken; certificaten en
vergunningen
In dit vak, met gebruikmaking van de desbetreffende communautaire- of
nationale codes de mogelijkerwijze door specifieke verordeningen
voorgeschreven vermeldingen aanbrengen samen met de referentienummmers
van de tot staving van de aangifte overgelegde stukken, met inbegrip
van, in voorkomend geval, de controle-exemplaren T5.
Bij de vermeldingen in dit vak onderscheid maken naar:
| 1. |
Bijzondere
vermeldingen; (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer tabel
A12);
|
| 2. |
Bescheiden,
voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen (zie
codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel T03);
|
| 3. |
Overig/Lopende
procedures (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel.
A15).
|
1. Bijzondere vermeldingen
| a. |
In geval van
aangifte ten uitvoer met terugbetaling dient te worden
vermeld: verzoek om terugbetaling CDW, alsmede de
betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen
|
| b. |
Wanneer aangifte ten
uitvoer plaatsvindt voor uit het vrije verkeer afkomstige
accijnsgoederen c.q. verbruiksbelastinggoederen waarvoor
teruggaaf van de accijnzen/verbruiksbelasting wordt verlangd
dient te worden vermeld: verzoek om terugbetaling van
accijns/verbruiksbelasting, alsmede de betreffende
nationale code voor bijzondere vermeldingen.
|
| c. |
Indien het formulier
wordt gebruikt bij communautair douanevervoer dient ter
voldoening aan artikel 843 lid 2 TVo.CDW in voorkomend geval
te worden vermeld Verlaten van Gemeenschap aan beperkingen
onderworpen c.q. Verlaten van de Gemeenschap aan
belastingheffing onderworpen, alsmede de nationale code
voor bijzondere vermeldingen.
|
| d. |
Wanneer de aangifte
tot wederuitvoer ter aanzuivering van het stelsel van
douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het
controlekantoor wordt ingediend, vermelding van de naam en het
adres van het controlekantoor, alsmede de betreffende
nationale code voor bijzondere vermeldingen
|
| e. |
Indien de aanvraag
van een vergunning op de aangifte wordt gedaan voor een
economische douaneregeling op basis van artikel 497, lid 3 TVo.CDW
dient te worden vermeld: Vereenvoudigde vergunning,
alsmede de desbetreffende communautaire code voor bijzondere
vermeldingen.
|
| f. |
In het geval van een
aangifte ten uitvoer, waarbij gebruik wordt gemaakt van de
mogelijkheid het exemplaar nr.3 aan een tussenpersoon terug te
geven, de vermelding RET/EXP vermelden, alsmede de
desbetreffende communautaire code voor bijzondere
vermeldingen. Zonodig kan in vak 50 de naam en het adres
worden vermeld van de persoon aan wie het exemplaar nr. 3 kan
worden teruggegeven.
|
2. Bescheiden (voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen)
| a. |
Alle over te leggen
bescheiden dienen door de aangever te worden voorzien van de
aangifte-identificatie die in vak A is vermeld. Deze nummering
dient op de bescheiden te worden aangebracht rechtsboven of,
als dat niet mogelijk is, zo dicht mogelijk bij die plaats of
in een daartoe bestemd vak. In de gevallen waarin op de
aangifte geen aangifte-identificatie is vermeld, blijft de
nummering van de bescheiden achterwege.
|
| b. |
Wanneer aangifte ten
uitvoer plaatsvindt voor accijnsgoederen en tevens een
administratief geleide document (AGD) wordt opgemaakt, dan
wordt het referentienummer uit vak 3 van het AGD vermeld.
|
3. Overige/lopende procedures
Indien de aangever weet dat voor dezelfde soort goederen door hem ten
behoeve van zichzelf of ten behoeve van dezelfde exporteur, een aangifte
is gedaan ten aanzien waarvan de verificatie nog niet is geλindigd, in
afwachting van het resultaat een code voor lopende procedures vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 46: Statistische waarde
De statistische waarde in Euro vermelden overeenkomstig de ter zake
geldende communautaire voorschriften.
In het algemeen komt de statistische waarde neer op de prijs, eventueel
verminderd met de ter zake van de uitvoer aftrekbare belastingen, maar
vermeerderd met onder andere de vracht- en verzekeringskosten tot de
Nederlandse grens, voor zover deze niet reeds in de prijs zijn begrepen.
Vak 49: Identificatie van het entrepot
In dit vak het entrepot vermelden volgens de desbetreffende
communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A30
voor het soort entrepot en tabel S01 voor de landencode).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 50: Aangever
Naam en voornaam of handelsnaam en adres van de aangever. In voorkomend
geval de naam en voornaam of handelsnaam vermelden van de gevolmachtigde
vertegenwoordiger die namens de aangever ondertekent.
Bij Nr. het aan de aangever toegekende douanenummer vermelden. Een
aangever aan wie geen douanenummer is toegekend vermeldt niets bij
Nr..
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het
gebruik van informatica, moet op het door het kantoor van vertrek te
bewaren exemplaar (nr.1) de originele handtekening van de betrokkene
voorkomen. Wanneer deze een rechtspersoon is, dient de handtekening
gevolgd te worden door de naam, voornaam en functie van de
ondertekenaar.
In geval van uitvoer en indien in vak 44 de vermelding RET/EXP, gevolgd
door de bijbehorende code voor bijzondere vermelding is vermeld, kan de
aangever of zijn vertegenwoordiger de naam en het adres van een in het
ambtsgebied van het kantoor van uitgang gevestigde tussenpersoon
vermelden. Het door dit kantoor afgetekende exemplaar nr. 3 kan aan deze
tussenpersoon worden teruggegeven.
Vak 51: Voorziene kantoren en landen van doorgang
In dit vak de code van het voorziene kantoor van binnenkomst in elk
EVA-land vermelden over het grondgebied waarvan de goederen zullen
worden vervoerd, evenals het kantoor van binnenkomst waar de goederen
het douanegebied van de Gemeenschap opnieuw binnenkomen na over het
grondgebied van een EVA-land te zijn vervoerd of, indien het vervoer
over een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap en van een
EVA-land zal plaatsvinden, het kantoor van uitgang waar de zending de
Gemeenschap verlaat en het kantoor van binnenkomst waar de zending de
Gemeenschap weer binnenkomt.
De betrokken douanekantoren vermelden volgens de desbetreffende
communautaire code. (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel
S20)
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 52: Zekerheid
Volgens de desbetreffende communautaire codes in het tweede deelvak het
type zekerheid opgeven of vermelden dat ontheffing van zekerheidstelling
is verleend, alsmede, in voorkomend geval, het nummer van het
certificaat van doorlopende zekerheidstelling of van ontheffing van
zekerheidstelling of het nummer van het bewijs van zekerheidstelling per
aangifte en het kantoor van zekerheidstelling opgeven (zie codeboek
Sagitta. onderdeel transit, tabel 051).
Indien de doorlopende zekerheid, de ontheffing van zekerheidstelling of
de zekerheid per aangifte niet voor alle EVA-landen geldig is, na de
woorden zekerheid niet geldig voor het of de betrokken EVA-land(en)
vermelden volgens de desbetreffende communautaire codes (zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 53: Kantoor van bestemming (en land)
Volgens de desbetreffende communautaire code het kantoor vermelden waar
de goederen moeten worden aangebracht om het communautair douanevervoer
te beλindigen (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S20).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 54: Plaats en datum, handtekening en naam van de
aangever/vertegenwoordiger
De plaats en de datum vermelden waarop de aangifte werd opgesteld.
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het
gebruik van informatica, dient het voor het kantoor van
uitvoer/verzending bestemde exemplaar (nr.1) de originele handtekening
van de betrokkene te bevatten, gevolgd door diens naam en voornaam.
Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden
gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft
ondertekend.
Deel B. Formaliteiten tijdens het vervoer
Het is mogelijk dat tussen het tijdstip waarop de goederen het kantoor
van uitvoer en/of vertrek verlaten en het tijdstip waarop zij bij het
kantoor van bestemming aankomen bepaalde gegevens dienen te worden
vermeld op de exemplaren die de goederen vergezellen. Deze gegevens
hebben betrekking op het vervoer en dienen, wanneer zich bepaalde
gebeurtenissen voordoen tijdens het vervoer, op het document te worden
ingevuld door de vervoerder die verantwoordelijk is voor het
vervoermiddel waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen.
Wanneer deze gegevens met de hand worden aangebracht, moet dit op
duidelijk leesbare wijze, met inkt en blokletters geschieden.
Deze gegevens worden uitsluitend op de exemplaren 4 en 5 vermeld en
hebben betrekking op de hierna volgende gevallen:
Overlading: Vak 55 invullen.
Vak 55: Overlading
De eerste drie regels van dit vak worden door de vervoerder ingevuld
wanneer de goederen tijdens het vervoer op of in een ander vervoermiddel
of in een andere container worden overgeladen.
De vervoerder mag de goederen eerst overladen nadat hij hiervoor
toestemming heeft verkregen van de douaneautoriteiten van de lidstaat
waar de overlading plaatsvindt.
Indien deze autoriteiten van oordeel zijn dat het douanevervoer op de
normale wijze kan worden voortgezet, viseren zij, na eventueel de nodige
maatregelen te hebben genomen, de exemplaren 4 en 5 van de aangifte voor
douanevervoer.
Andere voorvallen: Vak 56 invullen.
Vak 56: Andere voorvallen tijdens het vervoer
In te vullen overeenkomstig de voorschriften inzake communautair
douanevervoer.
Wanneer tijdens het vervoer van goederen die in of op een oplegger zijn
geladen, de oplegger aan een ander trekkend voertuig wordt gekoppeld (en
de goederen daarbij niet worden behandeld of overgeladen), wordt in dit
vak het registratienummer van de nieuwe trekker vermeld. In dit geval is
visering door de bevoegde autoriteiten niet vereist.
Deel C. Formaliteiten bij in het vrije verkeer brengen, plaatsing onder
de regeling actieve veredeling, tijdelijke invoer, behandeling onder
douanetoezicht, opslag in douane-entrepot, binnenbrengen van goederen in
vrije zones die aan controles van het type ii zijn onderworpen en
tijdelijke opslag
Vak A: Kantoor van bestemming
Een aangever dient in dit vak de aangifte-identificatie te vermelden.
De aangifte-identificatie bestaat uit drie bestanddelen:
| |
het douanenummer
bestaande uit 11 cijfers.
|
| |
de laatste twee
cijfers van het lopende kalenderjaar.
|
| |
het
aangiftevolgnummer. Dit is een uniek nummer bestaande uit ten
hoogste acht cijfers naar eigen keuze van de aangever. Het mag
niet hetzelfde zijn als een nummer dat eerder in hetzelfde
jaar door dezelfde aangever aan een aangifte is toegekend. Het
nummer van een buiten werking gestelde aangifte mag niet
opnieuw worden gebruikt.
|
De drie bestanddelen dienen in bovenstaande volgorde te worden vermeld
op ιιn regel, onderling van elkaar gescheiden, door spaties of in drie
regels onder elkaar.
Een aangever die niet is geregistreerd bij de douane, vermeldt niets in
dit vak.
Indien bij het doen van een schriftelijke aangifte contant wordt
betaald, wordt geen aangifte-identificatie vermeld.
Vak 1: Aangifte
In het eerste deelvak van het aangiftesymbool de desbetreffende
communautaire code vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer,
tabel A03).
In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de
desbetreffende communautaire- of nationale code (zie codeboek Sagitta,
onderdeel invoer, tabel A04).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 3: Formulieren
Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets vermelden
(zowel gewone als aanvullende formulieren). Bijvoorbeeld wanneer een IM
formulier en 2 IM/c formulieren worden overgelegd, op het IM formulier
1/3, op het eerste IM/c formulier 2/3 en op het tweede IM/c formulier
3/3 invullen.
Vak 4: Ladingslijsten
In cijfers het eventueel bijgevoegde aantal ladingslijsten vermelden of
het aantal beschrijvende commerciλle lijsten waarvoor de bevoegde
autoriteit toestemming heeft verleend.
Vak 5: Artikelen
In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de
belanghebbende op al de formulieren en aanvullende formulieren (of
ladingslijsten of commerciλle lijsten) is aangegeven. Het aantal
artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden
ingevuld.
Vak 7: Referentienummer
Dit is het commerciλle referentienummer dat de belanghebbende aan de
zending heeft toegekend. Naar keuze in te vullen door belanghebbende.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel
D van Titel II.)
Vak 8: Geadresseerde
Bij Nr. vermelden:
| |
Indien de aangifte
betrekking heeft op de invoer van goederen als bedoeld in artikel
18 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de goederen
zijn bestemd voor een geadresseerde met een Nederlands
btw-identificatienummer, het btw-identificatienummer van deze
geadresseerde vermelden voorafgegaan door NL als landencode.
|
| |
Maakt de
geadresseerde deel uit van een fiscale eenheid voor de
omzetbelasting en is de gehele fiscale eenheid aangewezen op
de voet van artikel 23 van
de Wet op de omzetbelasting 1968, het
btw-identificatienummer van de fiscale eenheid vermelden
voorafgegaan door NL als landencode.
|
| |
Als de goederen
bestemd zijn voor een buitenlandse geadresseerde die gebruik
maakt van een (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld
in artikel 33a van de Wet op
de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van
de (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger vermelden voorafgegaan
door NL als landencode.
|
De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de
geadresseerde vermelden.
Wanneer de goederen met toepassing van het stelsel van douane-entrepots
in een particulier entrepot (type C, D of E) worden opgeslagen, de naam
en het volledige adres vermelden van de entrepositaris indien deze niet
tevens de aangever is.
Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord diverse vermeld,
gevolgd door de desbetreffende communautaire code voor bijzondere
vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A12). Een
lijst van geadresseerden wordt bij de aangifte gevoegd.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie onderdeel D
van deze Titel)
Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger
Voorafgaand aan de naam van de aangever/vertegenwoordiger moet de code
van diens status worden vermeld (zie codeboek Sagitta, onderdeel
algemeen, tabel A81).
Bij een vergunningaanvraag op de aangifte de tekst wijze van
zekerheidstelling vermelden, alsmede de desbetreffende communautaire
code (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel S09).
Indien de aangever tevens de geadresseerde is, de tekst
geadresseerde vermelden, alsmede de desbetreffende communautaire
code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel
invoer, tabel A12).
Aangifte op eigen naam en voor eigen rekening:
Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de aangever, zoals dat deel
uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door NL
als landencode.
De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever
vermelden.
Aangifte op basis van directe vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel
5, tweede lid van het Communautair Douanewetboek:
Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de vertegenwoordiger zoals dat
deel uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door
NL als landencode.
De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de
vertegenwoordiger vermelden.
In geval van vertegenwoordiging de tekst betaling door vermelden,
alsmede de desbetreffende nationale code (zie codeboek Sagitta,
onderdeel algemeen, tabel A84).
Tevens vermelden het douanenummer van de vertegenwoordigde indien dit
door de douane aan de vertegenwoordigde is toegekend, voorafgegaan door
NL als landencode.
De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de
vertegenwoordigde vermelden.
In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van
de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.
Vak 15: Land van verzending/uitvoer
In vak 15a, door middel van de desbetreffende communautaire code het
land vermelden waaruit de goederen oorspronkelijk naar de invoerende
lidstaat werden verzonden, zonder oponthoud of niet aan het vervoer
inherente juridische handeling in een tussenliggend land. Indien een
dergelijk oponthoud of een dergelijke handeling heeft plaatsgevonden,
wordt het laatste tussenliggende land als land van verzending/uitvoer
beschouwd. (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 17: Land van bestemming
In vak 17a de desbetreffende communautaire code vermelden van de op het
tijdstip van invoer bekende lidstaat waarvoor de goederen uiteindelijk
bestemd zijn (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 18: Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij aankomst
De identiteit van het (of de) vervoermiddel(en) vermelden waarin/waarop
de goederen rechtstreeks zijn geladen wanneer zij worden aangebracht bij
het douanekantoor waar de formaliteiten voor de bestemming worden
vervuld. Wanneer het trekkende voertuig en de oplegger een verschillend
kenteken hebben, zowel het kenteken van het trekkende voertuig als dat
van de oplegger vermelden.
Naargelang het gebruikte vervoermiddel, worden ter identificatie de
volgende vermeldingen aangebracht:
|
Vervoer-
middel
|
Identificatie
|
|
Vervoer over zee en
per binnenschip
|
Naam van het
vaartuig
|
|
Vervoer door de
lucht
|
Nummer en datum van
de vlucht (indien er geen vluchtnummer is, het
registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)
|
|
Vervoer over de weg
|
Kentekenplaat van
het voertuig
|
|
Vervoer per spoor
|
Nummer van de wagon
|
Vak 19: Container (Ctr)
Door middel van de desbetreffende communautaire code de situatie bij het
overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap aangeven.
(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)
Vak 20: Leveringsvoorwaarden
Door middel van de desbetreffende communautaire codes de relevante
clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de
contractvoorwaarde (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel
A14).
Vak 21: Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve
vervoermiddel
Door middel van de desbetreffende communautaire code in het tweede
deelvak de nationaliteit vermelden van het actieve vervoermiddel waarmee
de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden (zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Bij gecombineerd vervoer of wanneer meerdere vervoermiddelen worden
gebruikt, is het actieve vervoermiddel datgene waarmee het geheel wordt
voortbewogen. Bijvoorbeeld bij vrachtwagen op zeeschip is het actieve
vervoermiddel het schip; bij trekker en oplegger is het actieve
vervoermiddel de trekker.
Vak 22: Valuta en totaal gefactureerd bedrag
In het eerste deelvak de valuta van de factuur vermelden volgens de
desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel
algemeen, tabel S10).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
In het tweede deelvak het gefactureerde bedrag voor alle aangegeven
goederen vermelden.
Vak 23: Wisselkoers
In dit vak wordt de koers vermeld waartegen de factuurvaluta in de
valuta van de betrokken lidstaat wordt omgerekend.
Vak 24: Aard van de transactie
In het eerste deelvak, door middel van de desbetreffende communautaire
codes en indeling de gegevens vermelden waaruit blijkt om welk type
contract het in dit geval gaat (zie codeboek Sagitta, onderdeel
algemeen, tabel A22).
Het tweede deelvak behoeft niet te worden ingevuld.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 25: Vervoerwijze aan de grens
Door middel van de desbetreffende communautaire code de vervoerwijze
vermelden waartoe het actieve vervoermiddel behoort waarop of waarin de
goederen het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengekomen (zie
codeboek Sagitta onderdeel algemeen tabel A27).
Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze
Door middel van de desbetreffende communautaire code de wijze van
vervoer bij aankomst vermelden (zie codeboek Sagitta onderdeel algemeen
tabel A27).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 30: Plaats waar de goederen zich bevinden
In dit vak de juiste plaats, bestaande uit de postcode aangevuld met
huisnummer, vermelden waar de goederen kunnen worden onderzocht.
Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers
containernummer(s) aantal en soort
1. In dit vak de merken en nummers, het aantal en de aard van de colli
of, bij onverpakte goederen, het aantal voorwerpen vermelden, evenals de
voor de identificatie van de goederen noodzakelijke gegevens. De aard
van de colli wordt vermeld volgens de desbetreffende communautaire code
(zie codeboek Sagitta onderdeel algemeen tabel A25).
Indien de goederen die in dit vak worden omschreven een gedeelte vormen
van de inhoud van ιιn collo, dient te worden vermeld: deel van collo
nr. ... (in te vullen het nummer van het collo of, als het geen nummer
heeft, het merk). Deze vermelding laat onverlet de verplichting om merk,
nummer, aantal en soort van het collo te vermelden.
Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de
merktekens daarvan te worden ingevuld.
2. Onder omschrijving van de goederen wordt de gebruikelijke
handelsbenaming verstaan. Behalve voor niet communautaire goederen die
in een entrepot van het type B, C, of E onder het stelsel van
douane-entrepots worden geplaatst, dient deze benaming dermate duidelijk
te zijn dat de goederen op basis daarvan kunnen worden geοdentificeerd
en onmiddellijk en met zekerheid kunnen worden ingedeeld in het
gebruikstarief.
3. In dit vak worden eveneens de krachtens bijzondere voorschriften
vereiste gegevens vermeld (omzetbelasting, accijnzen, enz.).
4. In de gevallen waarin ingevolge de In- en uitvoerbeschikking
landbouwgoederen 1981 de productschapsgoederencode moet worden vermeld,
deze code vermelden voorafgegaan door de vermelding PGC.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 32: Artikelnummer
Indien sprake is van meer dan ιιn artikel, in dit vak het volgnummer
van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen,
opgegeven in vak 5, dat in de gebruikte formulieren en aanvullende
formulieren is aangegeven.
Vak 33: Goederencode
De goederencode van het betrokken artikel invullen.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 34: Code land van oorsprong
In vak 34a wordt volgens de desbetreffende communautaire code het land
van oorsprong zoals vastgesteld in titel II van het Communautair
douanewetboek vermeld (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel
S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van
Titel II.)
Vak 35: Brutomassa (kg)
De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De
brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al
hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met
name van de containers.
Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een
eenheid (kg) omvat, mag deze als volgt worden afgerond:
| |
van 0,001 tot 0,499:
afronding op de lagere eenheid (kg),
|
| |
van 0,5 tot 0,999:
afronding op de hogere eenheid (kg).
|
Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling
deze in de vorm 0,xyz te vermelden (bijvoorbeeld 0,654 = 654
gram).
Vak 36: Preferentie
Dit vak bevat informatie betreffende de tariefbehandeling van de
goederen. Ook invullen indien geen tariefpreferentie wordt gevraagd. Dit
vak behoeft echter niet te worden ingevuld voor handelsverkeer tussen
delen van het douanegebied van de Gemeenschap waarop Richtlijn
77/388/EEG van toepassing is en delen van dit douanegebied waarop deze
richtlijn niet van toepassing is of in het kader van het handelsverkeer
tussen delen van dit douanegebied waarop die richtlijn niet van
toepassing is. De desbetreffende communautaire code vermelden (zie
codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel T17 voor de codes voor
communautaire preferenties en voor de toegestane combinaties met de
nationale preferenties).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 37: Regeling
Volgens de desbetreffende communautaire- of nationale codes de regeling
vermelden waarvoor de goederen zijn aangegeven (zie codeboek Sagitta,
onderdeel invoer, tabel A35 voor het eerste deelvak en tabel A29 voor
het tweede deelvak).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 38: Nettomassa (kg)
De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De
nettomassa is de massa van de goederen zonder enige verpakking.
Vak 39: Contingent
Het volgnummer van het gevraagde tariefcontingent vermelden.
Vermelding van de nationaal in het gebruikstarief vastgestelde codes van
de aanspraak op niet-heffing, verlaagde heffing of vooraf gefixeerde
heffing van rechten bij invoer. Echter geen code vermelden indien geen
douaneschuld ontstaat. Opgemerkt wordt dat een 0-recht als douaneschuld
wordt aangemerkt (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel T12
voor codes nationale preferenties en tabel T17 voor de toegestane
combinaties met de communautaire preferenties).
Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document
In dit vak, volgens de desbetreffende communautaire codes de referenties
van de eventueel in de lidstaat van invoer gebruikte summiere aangifte
of van de eventuele voorafgaande documenten vermelden (zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A80 voor documenttype en tabel A28
voor soort document).
Wanneer de aangifte ter aanzuivering dient van het stelsel van
douane-entrepots type B het referentienummer van de aangifte tot
plaatsing van de goederen onder deze regeling vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 41: Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf)
In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden
in de eenheid die in de goederennomenclatuur is vastgesteld. De eenheid
zelf niet vermelden.
Vak 42: Prijs van de goederen
De prijs van de betreffende goederen vermelden.
Vermelding van het deel van de in vak 22 genoemde factuurprijs die op
het goed betrekking heeft.
Vak 43: Code MW
De desbetreffende communautaire code vermelden van de methode die
gebruikt is voor het bepalen van de douanewaarde (zie codeboek Sagitta,
onderdeel algemeen, tabel A83).
Vak 44: Bijzondere vermeldingen/voorgelegde stukken/certificaten en
vergunningen
In dit vak, door middel van de desbetreffende communautaire- en
nationale code de eventueel in bepaalde specifieke verordeningen
voorgeschreven vermeldingen aanbrengen samen met de referenties van de
tot staving van de aangifte overgelegde stukken, met inbegrip van, in
voorkomend geval, de controle-exemplaren T5.
Bij de vermeldingen in dit vak onderscheid maken naar:
| 1. |
Bijzondere
vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel
A12);
|
| 2. |
Bescheiden
(voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen) (zie
codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel T03);
|
| 3. |
Overig/Lopende
procedures.
|
1. Bijzondere vermeldingen
| a. |
Wanneer de aangifte
tot plaatsing van goederen onder het stelsel van
douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het
controlekantoor wordt overgelegd, de naam en het adres van het
controlekantoor vermelden, alsmede de desbetreffende nationale
code voor bijzondere vermeldingen.
|
| b. |
Indien de aanvraag
van een vergunning op aangifte wordt gedaan voor een:
| |
bijzondere
bestemming op basis van artikel 292, lid 3, Tvo.CDW;
|
| |
economische
douaneregeling op basis van artikel 497, lid3 TVo.CDW,
dient te worden vermeld: Vereenvoudigde
vergunning, alsmede de desbetreffende communautaire
code voor bijzondere vermeldingen.
|
|
| c. |
In geval van
aangifte ten invoer tot verbruik, inzake de bevoorrading van
vervoermiddelen als is bedoeld in artikel
24a van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
vermelden: art. 24a Uitv. besl. o.b. 1968, alsmede de
desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.
|
2. Bescheiden (voorgelegde stukken/certificaten en vergunningen)
Ongeacht of de bescheiden al dan niet een eigen referentienummer dragen,
dienen alle over te leggen bescheiden door de aangever te worden
voorzien van de aangifte-identificatie die in vak A is vermeld. Deze
nummering dient op de bescheiden te worden aangebracht rechtsboven of,
als dat niet mogelijk is, zo dicht mogelijk bij die plaats of in een
daartoe bestemd vak.
3. Overige/Lopende procedures
| a. |
Indien de aangever
een onvolledige aangifte doet in het deelvak rechts onderaan
een van de nationaal vastgestelde codes vermelden(zie codeboek
Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A17). Op de aanvullende
formulieren mag de code achterwege blijven.
|
| b. |
In geval van
aangifte voor textielproducten van oorsprong uit
ontwikkelingslanden en -gebieden waarvoor de heffing van
invoerrecht in het kader van algemene tariefpreferenties
geheel is geschorst, het nummer van de categorie waartoe de
producten behoren volgens de bepalingen inzake de algemene
tariefpreferenties vermelden, voorafgegaan door de vermelding:
cat.
|
| c. |
In geval van een
aangifte voor het vrije verkeer voor goederen waarvoor om
aanspraak te maken op regelingen, preferenties of
vrijstellingen, meerdere preferentiecodes van toepassing zijn,
wordt in dit vak die betreffende codering vermeld,
voorafgegaan door de vermelding preferentiecode.
|
| d. |
Indien de aangever
weet dat voor dezelfde soort goederen door hem ten behoeve van
zichzelf of ten behoeve van dezelfde geadresseerde, een
aangifte is gedaan ten aanzien waarvan de verificatie nog niet
is geλindigd, in afwachting van het resultaat een nationale
code voor lopende procedures vermelden (zie codeboek Sagitta,
onderdeel invoer, tabel A15).
|
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 45: Aanpassing
Dit vak bevat informatie betreffende eventuele aanpassingen die
plaatsvinden wanneer tot staving van de aangifte geen DV1 document wordt
overgelegd. De eventueel in dit vak vermelde bedragen worden uitgedrukt
in Euro.
Vak 46: Statistische waarde
De statistische waarde vermelden in Euro overeenkomstig de communautaire
voorschriften terzake.
Voor niet-communautaire goederen is de douanewaarde de basis voor de
statistische waarde. Bij het ontbreken van een douanewaarde is de
statistische waarde de terzake van de levering betaalde of te betalen
prijs vermeerderd met onder andere de vervoer- en verzekeringskosten,
echter zonder de verschuldigde rechten bij invoer.
Voor communautaire goederen is het de door de koper ter zake van de
levering betaalde of te betalen prijs, eventueel verminderd met de hier
te lande betaalde belastingen en met de vracht- en verzekeringskosten
hier te lande.
Vak 47: Berekening van de belastingen
De maatstaf van heffing (waarde, gewicht of andere) is de basis voor de
berekening van de belastingen. Voor zover van toepassing op elke regel
de volgende gegevens vermelden, zo nodig volgens de desbetreffende
communautaire- en nationale codes.
| 1. |
type belasting
(douanerechten, omzetbelasting, enz.) (zie codeboek Sagitta,
onderdeel algemeen, tabel A16);
|
| 2. |
maatstaf van heffing
(zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel T08);
|
| 3. |
heffingsvoet;
|
| 4. |
bedrag van de
verschuldigde belasting;
|
| 5. |
gekozen wijze van
betaling (WB). (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel
S09);
|
| 6. |
totaal bedrag.
|
In dit vak slechts in de volgende gevallen de daarbij aangeduide
gegevens vermelden:
| 1. |
Aangifte waarbij
voor de berekening van de rechten bij invoer andere maatstaven
dan douanewaarde, brutogewicht of nettogewicht noodzakelijk
zijn:
| (2) |
maatstaf van
heffing, zowel in code als in hoeveelheid.
|
|
| 2. |
Aangifte voor
goederen die zijn onderworpen aan het douanerecht op
landbouwproducten of aanvullende rechten waarvoor de aangever
als wijze van betaling kiest voor de afboeking op zekerheid
gesteld bij productschap:
| (1) |
type van
belasting;
|
| (2) |
maatstaf van
heffing zowel in code als in hoeveelheid;
|
| (3) |
wijze van
betaling.
|
|
De derde kolom (heffingsvoet) en de vierde kolom (bedrag) en zesde
(totaalbedrag) behoeven niet te worden ingevuld. Voor zover deze
kolommen wel worden ingevuld, zijn bij foutieve vermelding daaraan geen
administratieve of strafrechtelijke gevolgen verbonden.
De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in Euro's.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 49: Identificatie van het entrepot
In dit vak het entrepot vermelden volgens de desbetreffende
communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A30
voor het soort entrepot en tabel S01 voor de landencode).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van
Titel II.)
Vak 54: Plaats en datum, handtekening en naam van de
aangever/vertegenwoordiger
In dit vak plaats en datum van de aangifte vermelden.
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het
gebruik van informatica, wordt op het door het kantoor van invoer
bewaarde exemplaar (nr. 6) de originele handtekening van de betrokkene
aangebracht, gevolgd door diens naam en voornaam. Wanneer het een
rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de
naam, de voornaam en de functie van de ondertekenaar.
Deel D. Toelichting bij de te gebruiken Communautaire- en Nationale
Codes op de formulieren van het enig document
I. Algemene opmerkingen
Deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op de bijzondere
basisvereisten die gelden wanneer formulieren worden gebruikt. Wanneer
de formaliteiten in verband met het douanevervoer door de uitwisseling
van EDI berichten worden vervuld, geldt het bepaalde in deze bijlage
behoudens andersluidende bepalingen in de bijlagen 37bis of 37quater.
In bepaalde gevallen worden aanwijzingen gegeven betreffende het type en
de lengte van de gegevens. De codes betreffende het type gegeven zijn:
a (alfabetisch)
n (numeriek)
an (alfanumeriek)
Het na de code vermelde getal geeft de toegestane lengte van het gegeven
aan. De twee punten die in sommige gevallen aan de aanduiding van de
lengte voorafgaan, betekenen dat het gegeven geen vaste lengte heeft,
maar uit maximaal het aangegeven aantal tekens kan bestaan.
Onder uitvoer, wederuitvoer, invoer en
wederinvoer worden in deze toelichting eveneens verstaan de
verzending, de wederverzending, het binnenbrengen en het opnieuw
binnenbrengen van goederen.
De in vak 29 vermelde codes gebruiken.
II. Toelichting op de codes
Vak 1: Aangifte
Eerste deelvak
(a2)
Tweede deelvak
(a1)
Voor tijdelijke opslag wordt de nationale code t vermeld.
Derde deelvak
(an..5)
Vak 2: Afzender/exporteur
De landencodes: De communautaire alfabetische codificering van de landen
en gebieden is gebaseerd op de ISO alpha 2 (a2) norm, voorzover
deze verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht. De rechtsgrondslag van
deze codificering is verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad van 22 mei
1995 betreffende de statistieken van het goederenverkeer van de
Gemeenschap en haar lidstaten met derde landen (PB L 118 van 25.5.1995).
Een geactualiseerde lijst van landencodes wordt op gezette tijden bij
verordening van de Commissie bekendgemaakt.
Vak 7: Referentienummer
(an..35)
Dit nummer kan de vorm hebben van het Unique Consignment Reference
Number (UCRN) [5] .
Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger
In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte wordt de code voor de
status van de aangever, voorafgaand aan de naam van de aangever, tussen
vierkante haken geplaatst, bijvoorbeeld: [1].
Vak 15a: Code land van verzending/uitvoer
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
Vak 17a: Code land van bestemming
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
Vak 18: Nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
Vak 19: Container
De te gebruiken codes (n1) zijn:
|
0
|
niet in containers
vervoerde goederen.
|
|
1
|
in containers
vervoerde goederen.
|
Vak 21: Nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
Vak 22: Valuta factuur
De valuta van de factuur wordt door middel van de ISO alpha-3-code
muntcode (Code ISO 4217-valuta's en fondsen) aangegeven. Bij het gebruik
van het geautomatiseerd systeem Sagitta-Invoer is een beperkte lijst van
muntsoorten, volgens het wisselkoersen bestand, van toepassing.
Vak 24: Aard van de transactie
Bij de volgende te gebruiken codes behoren de volgende toelichtingen:
Code 1: (Transacties die gepaard gaan met een
feitelijke of voorziene eigendomsoverdracht onder bezwarende titel
(financiλle of andere tegenprestatie) met uitzondering van de onder de
codes 2, 7 en 8 te registreren transacties)
Deze code bestrijkt het grootste deel van de in- en uitvoer, namelijk de
transacties waarbij:
|
|
een eigendomsoverdracht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene
plaatsvindt, en
|
|
|
een financiλle tegenprestatie of een tegenprestatie in natura
(ruilhandel) plaatsvindt of zal plaatsvinden.
|
Opgemerkt zij dat dit ook geldt voor goederenbewegingen tussen eenheden
van een zelfde onderneming of groep van ondernemingen en voor bewegingen
van en naar distributiecentra, tenzij voor deze transacties geen
betaling of tegenprestatie plaatsvindt (in welk geval zij onder code 3
vallen).
Inclusief vervanging tegen betaling van reserveonderdelen of andere
goederen.
Inclusief financiλle leasing (huurkoop): de huur wordt zodanig berekend
dat de waarde van de goederen volledig of bijna volledig wordt gedekt.
De risico's en winsten in verband met het bezit van de goederen gaan
over op de huurder. Aan het einde van de overeenkomst wordt de huurder
de feitelijke eigenaar van de goederen.
Code 2: (Retourzendingen na registratie van de
oorspronkelijke transactie onder code 1; gratis vervanging van goederen)
Bij retourzendingen en vervangende goederen die oorspronkelijk met de
codes 3 tot en met 9 werden geregistreerd, worden de desbetreffende
codes wederom gebruikt.
Code 4 en 5: (Verrichtingen met het oog op
loonveredeling, na loonveredeling of reparatie (met uitzondering van de
onder code 7 te registreren verrichtingen))
Loonveredeling wordt met code 4 of 5 geregistreerd, ongeacht of deze al
dan niet onder douanetoezicht plaatsvindt. Veredeling voor eigen
rekening valt niet onder deze codes, maar moet onder code 1 worden
ondergebracht.
Reparatie van een goed betekent het herstel van de oorspronkelijke
functie ervan. Dit kan reconstructie- en verbeteringswerkzaamheden
omvatten.
Met uitzondering van de met code 7 te registreren verrichtingen.
Code 6: (Transacties zonder eigendomsoverdracht,
namelijk verhuur, bruikleen, operationele leasing en ander tijdelijk
gebruik met uitzondering van loonveredeling en reparaties (levering en
retourzending))
Operationele leasing: elke huurovereenkomst met uitzondering van financiλle
leasing als bedoeld onder code 3.
Deze code heeft betrekking op goederen die worden uitgevoerd/ingevoerd
met het oogmerk van wederinvoer of wederuitvoer zonder
eigendomsoverdracht.
Code 8: (Levering van bouwmaterialen en
bouwmaterieel in het kader van een algemene overeenkomst)
Voor de met code 8 te registreren transacties mogen de goederen niet
afzonderlijk worden gefactureerd, maar moeten de werkzaamheden in hun
geheel in rekening worden gebracht. Indien dit niet het geval is, worden
de transacties met code 1 geregistreerd.
Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze
De voor vak 25 vastgestelde codes gebruiken.
Vak 29: Kantoor van uitgang/binnenkomst
De te gebruiken codes (an8) hebben de volgende structuur:
| |
de eerste twee tekens
(a2) identificeren het land door middel van de in vak 2 vermelde
landencodes.
|
| |
de zes volgende tekens
(an6) identificeren het betrokken douanekantoor in dit land.
Hiervoor geldt de volgende structuur:
De eerste drie tekens
(a3) zijn de UN/LOCODE gevolgd door een nationale alfanumerieke
onderverdeling (an3). Indien deze onderverdeling niet wordt
gebruikt, dan 000 te vermelden.
Voorbeeld: NLRTM291:
NL = ISO 3166 voor Nederland, RTM = UN/LOCODE voor de stad
Rotterdam, en 291 voor het betreffende douanekantoor.
|
Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers
containernummer(s) aantal en soort
Aard van de colli
(an2)
Te gebruiken code voor verpakkingsmiddelen volgens UN/ECE aanbeveling
nr. 21/rev. 4, mei 2002.
Productschapsgoederencode
De productschapsgoederencode is opgenomen in bijlage V van het
gebruikstarief.
Vak 33: Goederencode
In te vullen overeenkomstig het gebruikstarief.
Eerste deelvak (8 cijfers)
Wordt het formulier ten behoeve van de regeling communautair
douanevervoer gebruikt, dan worden in dit deelvak tenminste de eerste
zes cijfers van de goederencode vermeld. Indien de wetgeving van de
Gemeenschap dit voorschrijft, wordt de gehele goederen code van het
gebruikstarief gebruikt.
Tweede deelvak (2 tekens)
In te vullen overeenkomstig Taric (2 tekens voor de toepassing van
specifieke communautaire maatregelen ter vervulling van de formaliteiten
op de plaats van bestemming).
Derde deelvak (4 tekens)
In te vullen overeenkomstig Taric (eerste aanvullende code).
Vierde deelvak (4 tekens)
In te vullen overeenkomstig Taric (tweede aanvullende code).
Vijfde deelvak (4 tekens)
De nationale codes vermelden.
De nationale code bestaat uit een code van 2 tekens, zonodig aangevuld
met de nationale accijnscode van 2 tekens.
Indien in vak 31 met toepassing van artikel 38, vijfde lid, van de
Douaneregeling is vermeld scheepsprovisie of
scheepsbehoeften, vermelden 9930.24.0000 (indien het betreft
uitsluitend of hoofdzakelijk goederen van de hoofdstukken 124) of
9930.99.0000 (indien het betreft uitsluitend of hoofdzakelijk goederen
van andere hoofdstukken).
Deze goederencodes worden verder niet gebruikt, ook niet bij invoer.
Voor een samenstelling van goederen van diverse soorten waarvoor is
toegestaan dat als omschrijving een algemene aanduiding wordt vermeld
(zoals Verhuisgoed, Huwelijksgoederen), als goederencode
vermelden 9990 99 0200.
Bij plaatsing onder het stelsel van douane-entrepot van de typen B en C,
de vermelding van de goederencode 9990.99.0200, indien op grond van de
vergunning van het douane-entrepot de vermelding van de goederencode
niet is vereist.
Vak 34a: Code land van oorsprong
Gebruik de in vak 2 vermelde landencode.
Vak 36: Preferentie
De in dit vak aan te brengen codes zijn driecijfercodes bestaande uit
een element van ιιn cijfer gevolgd door een element van twee cijfers.
De Commissie zal in de C-reeks van het Publicatieblad
van de Europese Unie op gezette tijden de lijst van combinaties van
codes bekendmaken, vergezeld van de nodige voorbeelden en een
toelichting.
Vak 37: Regeling
A. Eerste deelvak
De in dit deelvak in te vullen codes zijn viercijfercodes waarvan de
eerste twee de gevraagde regeling en de laatste twee de voorafgaande
regeling weergeven.
Onder voorafgaande regeling wordt verstaan de regeling waaronder de
goederen zich bevonden alvorens onder de gevraagde regeling te worden
geplaatst.
Indien de goederen voordien onder een entrepotstelsel of een regeling
tijdelijke invoer waren geplaatst of uit een vrije zone herkomstig zijn,
wordt de desbetreffende code slechts gebruikt indien de goederen niet
onder een economische douaneregeling (actieve/passieve veredeling,
behandeling onder douanetoezicht) waren geplaatst.
Voorbeeld: wederuitvoer van in het kader van de regeling actieve
veredeling (schorsingssysteem) ingevoerde en vervolgens onder het
stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen = 3151 (en niet 3171)
(eerste verrichting = 5100; tweede verrichting = 7151; wederuitvoer =
3151).
Op dezelfde wijze wordt de plaatsing van goederen onder ιιn van de
vorengenoemde opschortende regelingen bij wederinvoer na tijdelijke
uitvoer als een gewone invoer onder dat stelsel beschouwd. De
wederinvoer wordt pas bij het in het vrije verkeer brengen van de
goederen in aanmerking genomen.
Voorbeeld: gelijktijdige aangifte tot verbruik en voor het vrije verkeer
van goederen die in het kader van de regeling passieve veredeling werden
uitgevoerd en bij wederinvoer onder het stelsel van douane-entrepots
worden geplaatst = 6121 (en niet 6171) (eerste verrichting = tijdelijke
uitvoer voor passieve veredeling = 2100; tweede verrichting = plaatsing
onder het stelsel van douane-entrepots = 7121; derde verrichting =
aangifte tot verbruik + in het vrije verkeer brengen = 6121).
De met de letter (a) aangemerkte codes (54 en 92) mogen niet worden
gebruikt als eerste element van de code die de regeling aangeeft, doch
verwijzen naar de voorafgaande regeling.
Bijvoorbeeld: 4054 = aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van
goederen die voordien in een andere lidstaat onder de regeling AV
schorsingssysteem waren geplaatst.
Deze basiselementen worden twee per twee tot een viercijfercode
gecombineerd.
Bij de te gebruiken codes worden de volgende toelichtingen en
voorbeelden gegeven:
Let op: De codes uit de serie 0 hebben uitsluitend betrekking op de
betaling van communautaire middelen (vrij verkeer brengen) en niet de
nationale middelen zoals omzetbelasting en accijns.
Code 01: (In het vrije verkeer brengen van
goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen
delen van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG
van de Raad (PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1) van toepassing is en delen
van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is, dan wel in
het handelsverkeer tussen delen van dit gebied waar deze richtlijn niet
van toepassing is. In het vrije verkeer brengen van goederen met
gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen de
Gemeenschap en landen waarmee deze een douane-unie heeft opgericht)
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen die in Nederland in
het vrije verkeer worden gebracht en verder worden vervoerd met
bijvoorbeeld de bestemming de Kanaaleilanden.
Code 02: (Goederen die in het vrije verkeer worden
gebracht teneinde onder de regeling actieve veredeling
(terugbetalingssysteem) te worden geplaatst)
Toelichting: Actieve veredeling (terugbetalingssysteem) overeenkomstig
artikel 114, lid 1, onder b), van het CDW.
Code 07: (In het vrije verkeer brengen en
gelijktijdige plaatsing onder een andere entrepotregeling dan een
douane-entrepotregeling)
Toelichting: Deze code wordt gebruikt bij het uitsluitend in het vrije
verkeer brengen van goederen waarvoor de omzetbelasting, en
in voorkomend geval, de accijns niet is voldaan.
Voorbeelden: Ingevoerde machines worden in het vrije verkeer gebracht
zonder dat de omzetbelasting is voldaan. Tijdens het verblijf van de
goederen in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte is
de omzetbelasting geschorst.
Ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht zonder dat de
omzetbelasting en de accijnzen worden voldaan. Tijdens het verblijf in
een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte zijn de
omzetbelasting en de accijnzen geschorst.
Code 10: Definitieve uitvoer
Voorbeeld: Normale uitvoer van communautaire goederen naar een derde
land, alsmede uitvoer/verzending van communautaire goederen naar delen
van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG (PB L
145 van 13.6.1977, blz. 1) niet van toepassing is.
Code 11: (Uitvoer van uit equivalente goederen
verkregen veredelingsproducten in het kader van de regeling actieve
veredeling (schorsingssysteem) voordat de invoergoederen onder de
regeling worden geplaatst)
Toelichting: Voorafgaande uitvoer (EX-IM) overeenkomstig artikel 115,
lid 1, onder b) van het CDW.
Voorbeeld: Uitvoer van sigaretten vervaardigd van tabaksbladeren die de
status hebben van communautaire goederen, alvorens uit derde landen
herkomstige tabaksbladeren onder de regeling actieve veredeling worden
geplaatst.
Code 21: (Tijdelijke uitvoer in het kader van de
regeling passieve veredeling)
Toelichting: Regeling passieve veredeling overeenkomstig de artikelen
145 tot 160 van het CDW. Zie eveneens code 22.
Code 22: (Tijdelijke uitvoer andere dan bedoeld
onder code 21)
Voorbeeld: Gelijktijdige toepassing van de regelingen passieve
veredeling en economische passieve veredeling voor textielproducten
(Verordening nr. 3036/94 van de Raad).
Code 23: (Tijdelijke uitvoer met het oog op latere
terugkeer in ongewijzigde staat)
Voorbeeld: Tijdelijke uitvoer van voorwerpen voor tentoonstellingen,
monsters, materieel voor beroepsdoeleinden enz.
Code 31: (Wederuitvoer)
Toelichting: Wederuitvoer van niet-communautaire goederen volgende op
een opschortende economische douaneregeling.
Voorbeeld: Aangifte van goederen tot opslag in douane-entrepot gevolgd
door aangifte tot wederuitvoer.
Code 40: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije
verkeer en tot verbruik van goederen die niet met vrijstelling van
omzetbelasting worden geleverd)
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen waarvoor de
douanerechten en de omzetbelasting worden betaald.
Code 41: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije
verkeer en tot verbruik van onder de regeling actieve veredeling
(terugbetalingssysteem) geplaatste goederen)
Voorbeeld: Regeling actieve veredeling met betaling van douanerechten en
nationale heffingen bij invoer zoals omzetbelasting en accijns.
Code 42: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije
verkeer en tot verbruik van goederen met vrijstelling van omzetbelasting
voor levering in een andere lidstaat)
Voorbeeld: Invoer met vrijstelling van omzetbelasting door tussenkomst
van een fiscaal vertegenwoordiger.
Code 43: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije
verkeer en tot verbruik van goederen krachtens bijzondere maatregelen in
verband met de invordering van bepaalde bedragen die gedurende een
overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten van toepassing
zijn)
Voorbeeld: In het vrije verkeer brengen van landbouwproducten in het
kader van de toepassing, gedurende een specifieke overgangsperiode na de
toetreding van nieuwe lidstaten, van een tussen de nieuwe lidstaten en
de rest van de Gemeenschap toepasselijke bijzondere douaneregeling of
bijzondere maatregelen van het type dat destijds ten aanzien van Spanje
en Portugal van kracht was.
Code 45: (Aangifte voor het vrije verkeer en tot
verbruik met vrijstelling van, hetzij omzetbelasting, hetzij accijnzen,
en plaatsing onder een fiscale entrepotregeling)
Toelichting: Vrijstelling van omzetbelasting of accijnzen bij de
plaatsing van goederen onder een fiscale entrepotregeling.
Voorbeelden: Uit een derde land ingevoerde sigaretten worden in het
vrije verkeer gebracht en de omzetbelasting wordt betaald. Tijdens het
verblijf van de goederen in een belastingentrepot of fiscaal
goedgekeurde ruimte is de accijns geschorst.
Uit een derde land ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer
gebracht en de accijns wordt betaald. Tijdens het verblijf in een
belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte is de omzetbelasting
geschorst.
Code 48: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije
verkeer en tot verbruik van vervangingsproducten in het kader van de
regeling passieve veredeling, voorafgaand aan de uitvoer van tijdelijk
uit te voeren goederen)
Toelichting: Regeling equivalentieverkeer (IM-EX), voorafgaande invoer
overeenkomstig artikel 154, lid 4, van het CDW.
Code 49: (Aangifte tot verbruik van communautaire
goederen in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de
Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG van toepassing is en delen van dit
gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is, dan wel in het kader
van het handelsverkeer tussen delen van dit gebied waar de genoemde
richtlijn niet van toepassing is)
Toelichting: Invoer met aangifte tot verbruik van goederen herkomstig
uit delen van de EU waar de Richtlijn 77/388/EG (omzetbelasting) niet
van toepassing is. Aanwijzingen betreffende het gebruik van het Enig
document zijn in artikel 206 TVo.CDW opgenomen.
Voorbeelden: Goederen van herkomst uit Martinique die in Belgiλ tot
verbruik worden aangegeven.
Goederen van herkomst uit Turkije die in Duitsland tot verbruik worden
aangegeven.
Code 51: (Plaatsing onder de regeling actieve
veredeling (schorsingssysteem))
Toelichting: Actieve veredeling (schorsingssysteem) overeenkomstig
artikel 114, lid 1, onder a), en lid 2, onder a), van het CDW.
Code 53: (Invoer in het kader van de regeling
tijdelijke invoer)
Voorbeeld: Tijdelijke invoer, bijvoorbeeld voor een tentoonstelling.
Code 54: (Actieve veredeling (schorsingssysteem)
in een ander lidstaat (zonder dat de goederen aldaar in het vrije
verkeer zijn gebracht). (a))
Toelichting: Deze code dient ter registratie van de transactie in de
statistiek van de intracommunautaire handel.
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen worden in Belgiλ
voor de regeling actieve veredeling aangegeven (5100). Na actieve
veredeling worden zij naar Duitsland verzonden teneinde aldaar in het
vrije verkeer te worden gebracht (4054) of aanvullende
veredelingshandelingen te ondergaan (5154).
Code 63: ( Wederinvoer met gelijktijdige aangifte
tot verbruik voor het vrije verkeer van goederen met vrijstelling van
omzetbelasting die in een andere lidstaat worden geleverd)
Voorbeeld: Wederinvoer na passieve veredeling of tijdelijke uitvoer
waarbij de eventuele omzetbelastingschuld ten laste komt van een fiscaal
vertegenwoordiger.
Code 68 : (Wederinvoer met gelijktijdige partiλle
aangifte tot verbruik en aangifte voor het vrije verkeer en plaatsing
onder een entrepotregeling andere dan het stelsel van douane-entrepots)
Voorbeeld: Verwerkte alcoholische dranken die wederingevoerd worden en
in een accijnsentrepot worden opgeslagen.
Code 71: (Plaatsing onder het stelsel van
douane-entrepots)
Toelichting: Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots. Dit vormt
geen beletsel voor de gelijktijdige opslag in, bijvoorbeeld, een
accijns- of omzetbelastingentrepot.
Code 76: (Plaatsing onder het stelsel van
douane-entrepots of in een vrije zone met voorfinanciering van producten
of goederen die bestemd zijn om in ongewijzigde staat wederuitgevoerd te
worden)
Voorbeeld: Opslag van voor uitvoer bestemde goederen met
voorfinanciering (artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 565/80 van
de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de
uitvoerrestituties voor landbouwproducten (PB L 62 van 7.3.1980, blz.
5)).
Code 77: (Opslag in douane-entrepot, vrije zone of
vrij entrepot met voorfinanciering van verwerkte producten of goederen
die bestemd zijn om na behandeling te worden uitgevoerd)
Voorbeeld: Opslag van voor uitvoer bestemde verwerkte producten en uit
basisproducten verkregen goederen met voorfinanciering (artikel 4, lid
2, van Verordening (EEG) nr. 565/80)).
Code 92: (Behandeling onder douanetoezicht in een
andere lidstaat (zonder dat de goederen aldaar in het vrije verkeer zijn
gebracht)(a))
Toelichting: Deze code dient voor de registratie van de transactie in de
statistiek van de intracommunautaire handel.
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen ondergaan in Belgiλ
een behandeling onder douanetoezicht (9100), waarna zij naar Duitsland
worden verzonden teneinde aldaar in het vrije verkeer te worden gebracht
(4092) of een aanvullende behandeling te ondergaan (9192).
B. Tweede deelvak
1. Wanneer in dit vak een communautaire regeling wordt vermeld, dan
wordt een communautaire code bestaande uit een letterteken gevolgd door
twee alfanumerieke tekens gebruikt, waarbij het eerste teken een van de
volgende categorieλn maatregelen aangeeft:
|
Actieve veredeling
|
Axx
|
|
Passieve veredeling
|
Bxx
|
|
Vrijstellingen
|
Cxx
|
|
Tijdelijke invoer
|
Dxx
|
|
Landbouwproducten
|
Exx
|
|
Diverse
|
Fxx
|
2. Nationale codes bestaan uit een numeriek teken gevolgd door twee
(alfa)numerieke tekens.
|
Vrijstelling
douaneregeling:
|
001-099
|
|
Aanvullingen onderdeel
vrijstellingen (c):
|
100-199
|
|
Aanvullingen onderdeel
actieve veredeling (a):
|
200-299
|
|
Aanvullingen onderdeel
passieve veredeling (b):
|
300-399
|
|
Aanvullingen onderdeel
tijdelijke invoer (d):
|
400-499
|
|
Aanvullingen onderdeel
landbouwproducten (e):
|
500-599
|
|
Aanvullingen onderdeel
diverse (f):
|
600-699
|
Bij de te gebruiken codes worden de volgende toelichtingen en
voorbeelden gegeven:
Gevraagde regeling 01
Voorafgaande regeling 00
Verbijzondering regeling E02
Combinatie code 0100E02
Omschrijving: In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdig
wederverzending naar bijvoorbeeld de Kanaaleilanden voor groenten en
fruitproducten met toepassing van de forfaitaire invoerwaarde. Er is
geen voorafgaande regeling van toepassing.
Gevraagde regeling 40
Voorafgaande regeling 41
Verbijzondering regeling F43
Combinatie code 4041F43
Omschrijving: In het vrije verkeer brengen en tot verbruik aangeven van
goederen die ter beλindiging van de onder de regeling actieve
veredeling terugbetaling geplaatste goederen met het oog op wederuitvoer
in een douane-entrepot (art 128, lid 1, 2e
gedachtestreepje CDW) waren geplaatst waarbij geen
compenserende rente is verschuldigd (artikel 519, lid 4, TVo.CDW).
Gevraagde regeling 63
Voorafgaande regeling 21
Verbijzondering regeling B02
Combinatie code 6321B02
Omschrijving: Wederinvoer met gelijktijdige aangifte tot verbruik voor
het vrije verkeer van goederen met vrijstelling van omzetbelasting die
in een andere lidstaat worden geleverd na passieve veredeling,
(eventueel met tussentijds entrepotopslag voorafgaande aan de
wederinvoer) bij wijze van herstelling onder garantie, van terugkerende
veredelingsproducten.
Gevraagde regeling 53
Voorafgaande regeling 71
Verbijzondering regeling D51
Combinatie code 5371D51
Omschrijving: Invoer in het kader van de regeling tijdelijke invoer na
douane-entrepot opslag. Het betreft hier tijdelijke invoer met
gedeeltelijke vrijstelling van artikel 142 CDW. De wettelijke bepalingen
inzake de omzetbelasting voorzien niet in een vrijstelling waardoor de
omzetbelasting is verschuldigd.
Gevraagde regeling 11
Voorafgaande regeling 00
Verbijzondering regeling ---
Combinatie code 1100
Omschrijving: Voorafgaande uitvoer bij actieve verdeling. Er is geen
voorafgaande regeling en verbijzondering van de regeling van toepassing.
Gevraagde regeling 21
Voorafgaande regeling 51
Verbijzondering regeling B51
Combinatie code 2151B51
Omschrijving: Goederen die onder de regeling passieve veredeling worden
uitgevoerd die zich op dat moment bevinden onder de regeling actieve
veredeling schorsing. De goederen worden in het kader van herstelling
onder de regeling passieve veredeling geplaatst.
Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document
De in dit vak te vermelden codes zijn alfanumeriek (an..31) Elke code
bestaat uit drie verschillende elementen die van elkaar worden
gescheiden door een (-).
Het eerste element (a1), dat uit drie verschillende letters bestaat,
dient om een onderscheid te maken tussen de drie soorten aangiften.
Het tweede element (an..3), bestaande uit cijfers of letters of een
combinatie van cijfers en letters, geeft de aard van het document aan.
In tabel A28 komt onder meer de code CLE voor die betekent
Datum en kenmerk van inschrijving van de goederen in de
administratie (artikel 76, lid 1, onder c van het CDW). De datum
wordt als volgt gecodeerd: jjjjmmdd.
Het derde element (an..25) bevat de identificatie van het document,
hetzij het identificatienummer (bestaande uit het voorafgaand
artikelnummer (an..4), indien van toepassing, en het nummer van het
document (an..21)), hetzij een ander kenmerk.
Voorbeelden:
| |
Het voorafgaande
document is een document voor douanevervoer T1 en het door het
kantoor van bestemming toegekende nummer is 238544. De
code is dan Z-821-238544. (Z voor het voorafgaand
document, 821 voor de regeling douanevervoer en
238544 voor het registratienummer van het document (of MRN
voor NCTS-transacties).
|
| |
Een goederenmanifest
met het nummer 2222 wordt als summiere aangifte gebruikt.
De code is dan X-785-2222. (X voor de summiere
aangifte, 785 voor het goederenmanifest en 2222 voor
het identificatienummer van het goederenmanifest).
|
| |
De goederen zijn op 14
februari 2002 in de administratie ingeschreven. De code is dan:
Y-CLE-20020214-5 (Y om aan te geven dat er een
oorspronkelijke aangifte is, CLE voor inschrijving in
de administratie, 20020214 voor de datum van
registratie, dat wil zeggen het jaar 2002, de maand
02 en de dag 14, en 5 voor de referentie van
de inschrijving.
|
Indien het voorafgaand document op basis van het Enig document is
opgesteld, bestaat de afkorting van het document uit de voor vak 1,
eerste deelvak, voorgeschreven codes. (IM, EX, CO en EU).
Vak 44: Bijzondere vermeldingen/voorgelegde stukken/certificaten en
vergunningen
1. Bijzondere vermeldingen
De bijzondere vermeldingen op douanegebied worden gecodeerd door middel
van een code van vijf cijfers. Deze code wordt na de betrokken
vermelding ingevuld, tenzij de communautaire wetgeving voorschrijft dat
deze code de tekst vervangt.
De codes voor bijzondere communautaire vermeldingen zijn als volgt
ingedeeld:
|
Algemene categorie
|
Code 0xxxx
|
|
Bij invoer
|
Code 1xxxx
|
|
Bij uitvoer
|
Code 3xxxx
|
Voorbeeld: Bij de vereenvoudigde aangifte ten uitvoer moet het exemplaar
3 van de vermelding vereenvoudigde uitvoer zijn voorzien (artikel
280, lid 3). In dit geval wordt in vak 44: Vereenvoudigde uitvoer
30100 ingevuld.
De communautaire wetgeving schrijft voor dat in andere vakken dan vak 44
bepaalde bijzondere vermeldingen moeten worden aangebracht. Deze worden
evenwel volgens dezelfde regels gecodificeerd als de vermeldingen die
specifiek in vak 44 moeten worden aangebracht. Wanneer in de
communautaire wetgeving niet is bepaald in welke vakken een vermelding
dient voor te komen, dient deze eveneens in vak 44 te worden
aangebracht.
De codes voor bijzondere nationale vermeldingen zijn als volgt
ingedeeld:
|
Bij invoer
|
Code: 90xxx
|
|
Bij uitvoer
|
Code: 95xxx
|
|
Algemene categorie
|
Code: 97xxx
|
2. Overgelegde documenten, certificaten en vergunningen
| a. |
De tot staving van de
aangifte overgelegde documenten, certificaten en communautaire
of internationale vergunningen worden opgegeven door middel van
een code bestaande uit 4 alfanumerieke tekens gevolgd door,
hetzij een identificatienummer, hetzij een ander kenmerk. De
lijst van documenten, certificaten en vergunningen en de
overeenkomstige codes zijn in de TARIC-databank opgenomen. Deze
lijst is beschikbaar via de Internet website van de douane: www.douane.nl/taric-nl.
|
Omschrijving
|
1e
positie
|
|
Verschillende
types van echtheidcertificaten
|
A
|
|
Andere
certificaten/documenten dan bedoeld onder de andere
categorieλn hiervoor en hierna.
|
C
|
|
Antidumping
documenten
|
D
|
|
Exportcertificaten/documenten
afgegeven door een derde land
|
E
|
|
Handilooms
certificaten
|
H
|
|
Surveillance
certificaten/documenten
|
I
|
|
Invoercertificaten/documenten
|
L
|
|
Codes door
Verenigde Naties vastgesteld voor verschillende
documenten/certificaten in het Enig Document
|
N
|
|
Oorsprongscertificaten
met bijzondere vermeldingen
|
U
|
|
Exportcertificaten/documenten
afgegeven door een lidstaat
|
X
|
|
| b. |
De tot staving van de
aangifte overgelegde nationale documenten, certificaten en
vergunningen worden vermeld in de vorm van een code bestaande
uit een numeriek teken gevolgd door 3 alfanumerieke tekens
(bijvoorbeeld 2123, 34d5
), eventueel gevolgd door, hetzij een
identificatienummer, hetzij een ander kenmerk.
|
Omschrijving
|
1e
positie
|
|
Bescheid t.b.v.
invoer
|
0
|
|
Fictieve
bescheiden voor in- en uitvoer
|
1
|
|
Bescheid t.b.v.
invoer
|
2
|
|
Bescheid t.b.v.
uitvoer
|
8
|
|
Bescheid t.b.v.
in- en uitvoer
|
9
|
|
Vak 46: Statistische waarde
Bij plaatsing onder het stelsel van douane-entrepot van de typen B en C,
de vermelding van de waarde van 1 indien op grond van de
vergunning van het douane-entrepot de vermelding van de statistische
waarde niet is vereist.
Vak 47 (1) Type belasting
Type belasting (middelcode)
De communautair vastgestelde codes (an3) bestaan uit 1 letter (1e
positie) plus 2 twee tekens (2e en 3e
positie).
|
Omschrijving
|
1e
positie
|
|
Communautaire rechten
bij invoer
|
A
|
|
Omzetbelasting
|
B
|
|
Communautaire rechten
bij uitvoer
|
C
|
|
Communautaire renten
|
D
|
|
Voor andere lidstaten
geheven rechten
|
E
|
De nationaal vastgestelde codes (an3) bestaan uit 1 cijfer (1e
positie) plus 2 twee tekens (2e en 3e
positie).
|
Omschrijving
|
1e
positie
|
|
Nationale rechten m.b.t.
aangiften
|
0
|
Vak 49: Identificatie van het entrepot
De te vermelden code bestaat uit drie elementen en heeft de volgende
structuur:
| |
een letter ter
aanduiding van het soort entrepot (a1):
|
| |
de letter die het type
entrepot (B, C, D en E) aangeeft volgens de omschrijving in
artikel 525 TVo.CDW.
|
| |
Voor andere dan de in
artikel 525 vermelde entrepots het volgende vermelden:
| a: |
voor een
entrepot dat geen douane-entrepot is: Y (waaronder
bijvoorbeeld het bevoorradingsdepot of een
accijnsgoederenplaats);
|
| b: |
voor een vrije
zone of een vrij entrepot: Z.
|
|
| |
het door de lidstaat
bij de afgifte van de vergunning toegekende identificatienummer.
(an..20).
|
| |
de landencode van de
lidstaat die de vergunning heeft afgegeven, zoals vermeld in vak
2 (a2).
|
Vak 51: Voorziene kantoren van doorgang (en land)
De in vak 29 vermelde codes gebruiken.
Vak 52: Zekerheid
Vermelding van landen in de rubriek niet geldig voor:
De in vak 2 vermelde landencodes gebruiken.
Vak 53: Kantoor van bestemming (en land)
De in vak 29 vermelde codes gebruiken.
III. Overzicht van de te gebruiken tabellen
|
Vak
|
Rubrieknaam
|
Tabel
|
Codeboek Sagitta/
Opmerking
|
|
1a
|
Aangiftesymbool
|
A03
|
invoer
|
| |
|
A03
|
uitvoer
|
|
1b
|
Aangiftetype
|
A04
|
invoer
|
| |
|
A04
|
uitvoer
|
|
1c
|
Douanestatus
|
031
|
algemeen
|
|
2
|
Afzender/Exporteur
landcode NL
|
S01
|
algemeen
|
| |
Afzender/Exporteur
code diverse
|
A12
|
uitvoer* [6]
|
|
3
|
Formulieren
|
nvt
|
|
|
4
|
Ladingslijsten
|
nvt
|
|
|
5
|
Artikelen
|
nvt
|
|
|
6
|
Totaal aantal colli
|
nvt
|
|
|
7
|
Referentienummer
|
nvt
|
|
|
8
|
Geadresseerde
landcode NL
|
S01
|
algemeen
|
| |
Geadresseerde code
diverse
|
A12
|
invoer* [7]
|
| |
|
A12
|
uitvoer* [8]
|
|
9
|
Financieel
verantwoordelijke vertegenwoordigde landcode NL
|
S01
|
algemeen
|
|
14
|
Aangever/vertegenwoordiger
status vertegenwoordiging
|
A81
|
algemeen
|
| |
Aangever/vertegenwoordiger
landcode NL
|
S01
|
algemeen
|
| |
Aangever/vertegenwoordiger
code exp-afzender
|
A12
|
uitvoer* [9]
|
| |
Aangever/vertegenwoordiger
code geadresseerde
|
A12
|
invoer* [10]
|
| |
Aangever/vertegenwoordiger
betaling door
|
A84
|
algemeen
|
| |
Aangever/vertegenwoordiger
wijze zekerheidstelling
|
S09
|
invoer
|
|
15a
|
Land van
Verzending/Uitvoer
|
S01
|
algemeen
|
|
17a
|
Land van Bestemming
|
S01
|
algemeen
|
|
18a
|
Identiteit
vervoermiddel bij vertrek/aankomst
|
nvt
|
|
|
18b
|
Nationaliteit
vervoermiddel bij vertrek/aankomst
|
S01
|
algemeen
|
|
19
|
Container (indicatie)
|
nvt
|
0 of 1
|
|
20
|
Leveringsvoorwaarden
|
A14
|
algemeen
|
|
21a
|
Identiteit actieve
vervoermiddel grensoverschrijding
|
nvt
|
|
|
21b
|
Nationaliteit actieve
vervoermiddel grensoverschrijding
|
S01
|
algemeen
|
|
22
|
Valuta en Totaal
gefactureerd bedrag
|
S10
|
algemeen
|
|
23
|
Wisselkoers (alleen
voor Aanvullende Aangiften)
|
nvt
|
|
|
24
|
Aard van de transactie
|
A22
|
algemeen
|
|
25
|
Vervoerwijze aan de
grens
|
A27
|
algemeen
|
|
26
|
Binnenlandse
vervoerwijze
|
A27
|
algemeen
|
|
27
|
Plaats van
lading/lossing
|
nvt
|
|
|
29
|
Kantoor van Uitgang
Kantoor van
binnenkomst (DV1 gegeven bij invoer)
|
S20
UN lijst
|
algemeen
UN/Locode plus
|
|
30
|
Plaats van de goederen
|
nvt
|
postcode/ huisnummer
|
|
31
|
Colli en omschrijving
van de goederen
|
|
|
| |
soort
colli
|
A25
|
algemeen
|
| |
vermeldingen
vanuit de accijnswetgeving
|
A12
|
uitvoer
|
| |
samenstelling
van de goederen Vo 800/1999
|
T08
|
uitvoer
|
|
32
|
Artikelnummer
|
nvt
|
|
|
33
|
Goederencode
|
nvt
|
HBI II** [11]
|
|
34a
|
Land van Oorsprong
|
S01
|
algemeen
|
|
35
|
Brutomassa
|
nvt
|
|
|
36
|
Preferentie
(communautaire)
|
T17
|
algemeen
|
|
37a
|
Gevraagde- en
voorafgaande regeling
|
A35
|
invoer
|
| |
|
A35
|
uitvoer
|
|
37b
|
Verbijzondering
regeling
|
A29
|
invoer
|
| |
|
A29
|
uitvoer
|
|
38
|
Nettomassa
|
nvt
|
|
|
39
|
Contingent
|
T12
|
algemeen
|
| |
(combinaties met
communautaire preferenties vak 36)
|
T17
|
algemeen
|
|
40
|
Summiere aangifte /
voorafgaande document type
|
A80
|
algemeen
|
| |
Summiere aangifte /
voorafgaande document soort
|
A28
|
algemeen
|
|
41
|
Aanvullende eenheden
|
nvt
|
|
|
42
|
Prijs van de goederen
|
nvt
|
|
|
43
|
Code M/W (alleen voor
Aanvullende Aangiften)
|
A83
|
algemeen
|
|
44 (1)
|
Bijzondere
vermeldingen
|
A12
|
invoer
|
| |
|
A12
|
uitvoer
|
|
44 (2)
|
Voorgelegde
stukken/certificaten/vergunningen
|
T03
|
invoer
|
| |
|
T03
|
uitvoer
|
|
44 (3)
|
Overig / lopende
procedures
|
A15
|
invoer
|
| |
|
A15
|
uitvoer
|
|
45
|
Aanpassing
|
nvt
|
|
|
46
|
Statistische/douanewaarde
|
nvt
|
|
|
47 (1)
|
Berekeningsgegevens
type belasting
|
A16
|
algemeen
|
|
47 (2)
|
Berekeningsgegevens
code maatstaf van heffing
|
T08
|
invoer
(voor uitvoer: zie vak
31)
|
|
47 (5)
|
Berekeningsgegevens
wijze van betaling
|
S09
|
invoer
|
|
49
|
Identificatie entrepot
type
|
A30
|
algemeen
|
| |
Identificatie entrepot
land
|
S01
|
algemeen
|
|
50
|
Aangever communautair
Douanevervoer
|
nvt
|
|
|
51
|
Voorziene Kantoor van
Doorgang
|
UN lijst
|
UN/Locode* [12]
|
|
52
|
Zekerheid type
|
051
|
transit
|
| |
Zekerheid niet
geldig voor
|
S01
|
algemeen
|
|
53
|
Kantoor van Bestemming
|
UN lijst
|
UN/Locode* [13]
|
|
54
|
Plaats en datum
|
nvt
|
|
|
55
|
Overlading
|
nvt
|
|
|
56
|
Andere gebeurtenissen
tijdens vervoer
|
nvt
|
|
Titel III. Toelichting op de aanvullende formulieren
A. Aanvullende formulieren mogen slechts worden gebruikt wanneer de
aangifte op meerdere artikelen betrekking heeft (zie vak 5) en moeten
tezamen met een IM, EX, EU (of, eventueel, CO) formulier worden
overgelegd.
B. De aanwijzingen in de titels I en II zijn eveneens van toepassing op
de aanvullende formulieren.
Hierbij wordt echter het volgende opgemerkt:
| |
in het eerste
deelvak van vak 1 wordt de afkorting IM/c, EX/c
of EU/c (of eventueel CO/c) aangebracht; deze
afkortingen worden echter niet vermeld:
|
| |
wanneer het
formulier uitsluitend voor communautair douanevervoer wordt
gebruikt, in welk geval in het derde deelvak T1bis,
T2bis, T2Fbis of T2SMbis wordt vermeld, al naar
gelang de regeling communautair douanevervoer die op de
goederen van toepassing is;
|
| |
wanneer het
formulier uitsluitend wordt gebruikt om het communautaire
karakter van de goederen aan te tonen, in welk geval in het
derde deelvak, naar gelang de douanestatus van de goederen,
T2Lbis, T2LFbis of T2LSMbis wordt ingevuld.
|
| |
de lidstaten
kunnen bepalen dat vak 2/8 niet wordt ingevuld of
uitsluitend de naam, de voornaam en het eventuele
identificatienummer van de betrokkene mag bevatten,
|
| |
het gedeelte
samenvatting van vak 47 is bestemd voor de definitieve
samenvatting van alle artikelen waarop de gebruikte IM en IM/c
of EX en EX/c of EU en EU/c (eventueel CO en CO/c)
formulieren betrekking hebben. Dit vak wordt dus uitsluitend
ingevuld op het laatste formulier van de bij een IM, EX of
EU (eventueel CO) document gevoegde IM/c, EX/c of EU/c
(eventueel CO/c) formulieren. Op deze plaats worden het
totaal per type belasting en het totaalgeneraal (TG) van de
verschuldigde belastingen vermeld.
|
C. Wanneer aanvullende formulieren worden gebruikt:
| |
worden de
niet-ingevulde vakken 31 (Colli en omschrijving van de
goederen) van het aanvullend formulier doorgehaald zodat het
niet mogelijk is daar later iets toe te voegen;
|
| |
wanneer in het
derde deelvak van vak 1 de afkorting T is vermeld,
worden de vakken 32 Artikelnummer, 33
Goederencode, 35 Brutomassa (kg), 38
Nettomassa (kg), 40 Summiere aangifte/voorafgaand
document, en 44 Bijzondere vermeldingen/voorgelegde
stukken/certificaten en vergunningen van het eerste
artikel op de aangifte voor douanevervoer doorgehaald en
mogen de merken, nummers, aantal en soort van de colli en de
omschrijving van de goederen niet in het eerste vak 31
Colli en omschrijving van de goederen van het document
worden vermeld. In het eerste vak 31 van dit document wordt
het aantal aanvullende formulieren ingevuld waarop het teken
T1bis, T2bis, T2Fbis of T2LSMbis voorkomt.
|
Bijlage VII
Opsomming van:
| |
diverse
Verordeningen ((E)EG), houdende marktordeningen voor diverse
landbouwproducten;
|
| |
bevoegde
Productschappen;
|
| |
goederen onderworpen
aan de overlegging van een Formulier L voor diverse
douaneregelingen.
|
| |
Goederen vallende
onder de volgende basisverordening
|
Bevoegd Productschap
|
Goederen onderworpen
aan de overlegging van een formulier L bij invoer,
het in het vrije
verkeer brengen
het plaatsen
onder een regeling actieve veredeling
|
Goederen onderworpen
aan de overlegging van een formulier L bij uitvoer,
uitvoer
het plaatsen van
goederen onder de regeling passieve veredeling
|
|
I
|
|
a
|
Verordening (EG) nr.
1784/2003 van de Raad van 29 september 2003, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen; (PbEG
L 270)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 1784/2003
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG nr. 1784/2003
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 2730/75 van de Raad van 29 oktober 1975, betreffende
glucose en lactose; (PbEG L 281)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
1702 3051 en 1702
3059, glucose en glucosesiroop bevattende in droge toestand 99
of meer gewichtspercenten zuivere glucose
|
1702 3051 en 1702
3059, glucose en glucosesiroop bevattende in droge toestand 99
of meer gewichtspercenten zuivere glucose
|
|
c
|
Verordening (EG) nr.
1785/2003 van de Raad van 29 september 2003, houdende een
gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (PbEG L 270)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 1784/2003
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 1785/2003
|
|
d
|
Verordening (EG) nr.
1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker; (PbEG
L 178)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr.1260/2001 met uitzondering
van de posten 2303 2011 t/m 2203 2090 Bietenpulp, uitgeperst
suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr.1260/2001 met uitzondering
van 1212 9120, 1212 9180 en 1212 99 suikerbieten, vers,
gedroogd of in poeder en suikerriet, 2303 2011 t/m 2303 2090.
Bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas)
|
|
e
|
vervallen
|
|
|
|
|
f
|
Verordening (EG) nr.
1493/1999 de Raad van 17 mei 1999, houdende een
gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, met uitzondering
van de post 0806 1090
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 1493/1999, met uitzondering
van de post 0806 1090 begrepen: alsmede druivenmost dan
bedoeld bij 2009 6090
|
22.04. Wijn van
druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daar onder
begrepen: alsmede druivenmost dan bedoeld bij 2009 6090 de
posten 2009 6110 t/m 2009 6990,met uitzondering van de post
2204 3010 en producten waarvoor geen restitutie wordt
gevraagd.
|
|
g
|
Verordening (EG) nr.
1673/2000, van de Raad van 27 juli 2000, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vlas en
hennep; (PbEG L 193)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
|
|
|
h
|
Verordening (EEG)
nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop; (PbEG
L 175)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
|
|
|
i
|
Verordening (EEG)
nr. 2358/71 van de Raad van 26 oktober 1971 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad;
(PbEG L 246)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
De posten 1005 1011
t/m 1005 1019 maїshybriden voor zaaidoeleinden (*)
|
|
|
j
|
Verordening (EG) nr.
603/95 van de Raad van 21 februari 1995, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde
voedergewassen; (PbEG L 63)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
1007 0010
sorgohybriden voor zaaidoeleinden (*)
|
|
|
k
|
Vervallen
|
|
|
|
|
l
|
Verordening (EG) nr.
3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van
de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van
landbouwproducten verkregen goederen; (PbEG L 318)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw tenzij het Productschap Zuivel bevoegd is
|
De goederen
opgenomen in de bijlage Verordening (EEG) nr. 3448/93 met
uitzondering van:
de posten 3501
1010 t/m 3501 1090 en de post 3501 9090 caseїnaten en
andere derivaten van caseїne, indien vervaardigd uit
ondermelk waarvoor steun is verleend ingevolge Verordening
(EEG) nr. 2921/90;
mengsels in de
zin van artikel 4, vijfde lid, van Verordening (EEG nr.
2921/90 die vallen onder de posten 1901, 2106, 3501 en 3504 en
bij de vervaardiging waarvan de onder het eerste streepje
bedoelde producten zijn gebruikt: uitsluitend bij het
Productschap Zuivel
|
de posten 3501
1010 t/m de post 3501 9090, caseїne, caseїnaten en
andere derivaten van caseїne, indien vervaardigd uit
ondermelk waarvoor steun is verleend ingevolge Verordening
(EEG) nr. 2924/90;
mengsels in de
zin van artikel 4, vijfde lid van Verordening (EEG) nr.
2921/90 die vallen onder de posten 1901, 3501 en 3504 en bij
de vervaardiging waarvan de onder het eerste streepje bedoelde
producten zijn gebruikt: uitsluitend bij het Productschap
Zuivel
|
|
m
|
Verordening (EG) nr.
1520/2000 van de Commissie van 13 juli 200 tot vaststelling
van de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor de
regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer
en criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag
betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm
van goederen die niet onder bijlage I van het verdrag vallen (PbEG
L 177)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
|
De niet-bijlage
I-producten bedoeld in artikel I, eerste lid van Verordening
(EG) nr. 1520/2000 (*)
|
|
n
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68 (Pb.EG nr. L 151), houdende de marktordening voor
bepaalde bijlage I-producten, voorzover het betreft de
producten opgenomen onder A van het aanhangsel bij deze
bijlage
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw
|
|
|
|
II
|
|
a
|
Verordening (EEG)
nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector
varkensvlees
|
Productschap voor
Vee en Vlees
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2759/75
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2759/75
|
|
b
|
Verordening (EG) nr.
1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector
rundvlees; (PbEG L 160)
|
Productschap voor
Vee en Vlees
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 1254/1999
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 1254/1999
|
|
c
|
Verordening (EG) nr.
2529/2001 van de Raad van 19 december 2001, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen-
en geitenvlees; PbEG L 341)
|
Productschap voor
Vee en Vlees
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 2529/2001
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EG) nr. 2529/2001
|
|
d
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68 van de Raad van 28 juni 1968, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten voor bepaalde in
bijlage II van het Verdrag vermelde producten, voor zover het
betreft de producten opgenomen onder B en D van het aanhangsel
van deze bijlage (PbEG L 151)
|
Productschap voor
Vee en Vlees
|
|
|
|
III
|
|
a
|
Verordening (EEG)
nr. 2771/75, van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren; (PbEG
L 282).
|
Productschap voor
Pluimvee en Eieren
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2771/75
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2771/75
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector
slachtpluimvee; (PbEG L 282)
|
Productschap voor
Pluimvee en Eieren
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2777/75
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2777/75
|
|
c
|
Verordening (EEG)
nr. 2783/75 van de Raad van 29 oktober 1975, betreffende een
gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor
ovoalbumine en lactoalbumine; (PbEG L 282)
|
Productschap voor
Pluimvee en Eieren
|
Alle goederen die
vallen onder Verordening (EEG) nr. 2783/75
|
|
|
d
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68, van de Raad van 28 juni 1968 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten voor bepaalde in
bijlage II van het Verdrag vermelde producten voor zover het
betreft de producten opgenomen onder C van het aanhangsel bij
deze bijlage (PbEG L 151)
|
Productschap voor
Pluimvee en Eieren
|
|
|
|
IV
|
|
a
|
Verordening (EG) nr.
1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999, houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en
zuivelproducten; (PbEG L 160)
|
Productschap Zuivel,
doch voor de onder Verordening (EG) nr. 1255/1999 vallende
goederen van post 2309 1011 t/m 2309 1070 en 2309 9031 t/m
2309 9070 Hoofdproductschap Akkerbouw
|
Alle goederen
genoemd in artikel 1 Verordening (EG) nr. 1255/1999
|
Alle goederen
genoemd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1255/1999
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 2730/75 van de Raad van 29 oktober 1975, betreffende
glucose en lactose (PbEG L 281)
|
Productschap Zuivel
|
1702 1100 lactose
(melksuiker) en melksuikerstroop, bevattende 99 of meer
gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in
kristalvrije lactose, berekend op de droge stof.
|
1702 1100 lactose
(melksuiker) en melksuikerstroop, bevattende 99 of meer
gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in
kristalvrije lactose, berekend op de droge stof.
|
|
c
|
Verordening (EG) nr.
2414/1998 van de Commissie van 9 november 1998 tot
vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de regeling
voor producten van de sector melk en zuivelproducten, van
oorsprong uit de Staten van Afrika, het Caraїbisch
gebied en de Stille Oceaan (ACS-Staten) of uit de landen en
gebieden overzee (LOG) (PbEG L 299)
|
Productschap Zuivel
|
|
|
|
d
|
Verordening (EG) nr.
2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende
uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1199 van
de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten
inhoudende opening van tariefcontingenten.
|
Productschap Zuivel
|
|
|
|
e
|
Besluit van de Raad
van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met
de Europese Gemeenschap (2001/822/EG) (PbEG L 314)
|
Productschap voor
Zuivel
|
|
|
|
f
|
Vervallen
|
|
|
|
|
g
|
Vervallen
|
|
|
|
|
V
|
|
a
|
Verordening
136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de
totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der
markten in de sector oliλn en vetten; (PbEG L 172)
|
Hoofdproductschap
Akkerbouw, doch voor de goederen van de posten 1202 1090 en
1202 2000, grondnoten, bestemd voor de consumptie:
Productschap Tuinbouw
|
0709 9039 olijven,
vers of gekoeld, bestemd voor het vervaardigen van olie
0709 9031
olijven, bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen
van olie
0711 2010
olijven, bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen
van olie
0711 2090
olijven in water, waaraan voor het voorlopig verduurzamen
zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch niet
speciaal bereid voor dagelijkse consumptie, bestemd voor het
vervaardigen van olie
|
1509 1010 en 1509
1090, olijfolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd,
doch niet chemisch gewijzigd.
1510 0010 en 1510
0090, andere olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen
uit olijven, ook indien geraffineerd toch niet chemisch
gewijzigd, mengsels daarvan of olijfolie of fracties daarvan,
bedoeld bij post 1509, daaronder begrepen.
|
| |
|
|
1509 1010, 1509
1090 en 1509 9000, olijfolie en fracties daarvan, doch niet
chemisch gewijzigd
1510 0010 en
1510 0090, andere olie en fracties daarvan, uitsluitend
verkregen uit olijven ook indien geraffineerd, doch niet
chemisch gewijzigd, mengsels of fracties daarvan, uitsluitend
verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd, doch niet
chemisch gewijzigd, mengsels of fracties daarvan, bedoeld bij
post 1509, daaronder begrepen
|
|
| |
|
|
1509 1010 15090 1090 en
1509 9000, olijfolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd,
doch niet chemisch gewijzigd
|
|
| |
|
|
1515 90 59 en 1515 90 99
met uitzondering van de goederen welke staan vermeld in de bijlage van
Verordening (EEG) nr. 2828/93 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 15 oktober 1993 tot vaststelling van
gemeenschappelijke bepalingen voor de controle op het gebruik en/of de
bestemming van ingevoerde producten van de GN-codes 1515 90 59 en 1515
90 99 (Pb EG L 258, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij
Verordening (EG) nr. 2206/94 van de Commissie
|
|
| |
|
|
van de Europese
Gemeenschappen van 9 september 1994 (Pb EG L 236). 2306 9019
perskoeken van olijven en andere bij de winning van olijfolie
verkregen afvallen.
|
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68, van de Raad van 28 juni 1968 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten voor bepaalde in
bijlage II van het Verdrag vermelde producten (PbEG L 151)
|
Productschap voor
Vee en Vlees
|
|
|
|
VI
|
|
a
|
Verordening (EEG)
nr. 1035/72 houdende een gemeenschappelijke ordening der
markten in de sector groenten en fruit; (PbEG L 118)
|
Productschap
Tuinbouw
|
Alle goederen
genoemd in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1035/72
|
Alle goederen
genoemd in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1035/72
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (PbEG
L 47)
|
Productschap
Tuinbouw
|
ex 0803 Bananen, met
uitzondering van plantiana vers (*)
|
|
|
c
|
Verordening (EEG)
nr. 426/86 van de Raad van 24 februari 1986 houdende een
gemeende ordening der markten in de sector van op basis van
groenten en fruit verwerkte producten (PbEG L 49)
|
Productschap
Tuinbouw
|
De goederen genoemd
in artikel 1, eerste lid letters a en b, van de Verordening
(EEG) nr. 426/86 (*)
|
De goederen genoemd
in artikel 1, eerste lid, letter b van Verordening (EEG) nr.
426/86 (*)
|
|
d
|
Verordening (EEG)
nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987, houdende een
gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, met uitzondering
van de posten 0806 1093, 0806 1095 en 0806 1097 alsmede 2009
6011 t/m 2009 6090; (PbEG L 84)
|
Productschap
Tuinbouw
|
De post 0806 1090
druiven, ongegist andere dan voor tafelgebruik; de posten 2009
6011 t/m 2009 6090 ongegist druivensap (met inbegrip van
druivenmost) zonder toegevoegde alcohol, ook indien met
toegevoegde suiker
|
De posten 2009 6011
t/m 2009 6090 druivensap (met inbegrip van druivenmost) zonder
toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker
|
|
e
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68 (PbEG L 151), houdende de marktordening voor
bepaalde bijlage II- producten voorzover het betreft de
producten opgenomen onder E van het aanhangsel bij deze
bijlage
|
Productschap
Tuinbouw
|
|
|
|
VII
|
|
a
|
Verordening (EEG)
nr. 3759/92 van de Raad van 17 december 1992 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de sector
visserijproducten en producten van de aquacultuur; (PbEG L
388/1)
|
Productschap Vis
|
De goederen genoemd
in artikel 22, vierde lid, onder c van Verordening (EEG) nr.
3759/92 (*)
|
De goederen genoemd
in artikel 23, derde lid, Verordening (EEG) nr. 3759/92 (*)
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68, van de Raad van een gemeenschappelijke ordening
der markten voor bepaalde in bijlage II van het Verdrag
vermelde producten; (PbEG L 151).
|
Productschap Vis
|
|
|
|
VIII
|
|
a
|
Verordening (EEG)
nr. 234/68 van de Raad van 27 februari 1968 houdende de
totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der
markten in de sector levende planten en producten van de
bloementeelt; (PbEG L 55)
|
Productschap Vis
|
|
|
|
b
|
Verordening (EEG)
nr. 827/68, van de Raad van 28 juni 1968 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten voor bepaalde in
bijlage II van het Verdrag vermelde producten; (PbEG L 1510
|
Productschap Vis
|
|
|
|
IX
|
|
a
|
Goederen die niet
vallen onder de hierboven genoemde verordeningen en /of die
niet zijn opgenomen in de hierboven staande kolommen 3 of 4,
en die worden in- of uitgevoerd ter zuivering van een
verleende vrijstelling van een uitvoer- of invoerheffing
|
Het productschap dat
de vrijstelling van de in kolom 1 bedoelde heffing heeft
verleend
|
De goederen die met
toepassing van het gestelde onder kolom 1 worden ingevoerd
|
De goederen die met
toepassing van het gestelde onder kolom 1 worden uitgevoerd.
|
Aanhangsel bij bijlage VII
|
GN-code
|
Omschrijving
|
|
A
(Hoofdproductschap Akkerbouw)
|
| |
|
|
ex 0713
|
Gedroogde zaden van
peulgroenten, ook indien gepeld (bij voorbeeld spliterwten),
andere dan bestemd voor zaaidoeleinden
|
|
0714
|
Maniokwortel,
arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete
aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog
gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of
gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de
sagopalm:
|
|
0714 20
|
Bataten (zoete
aardappelen)
|
|
0714 90
|
andere
|
|
0714 90 90
|
andere
|
|
0902
|
Thee
|
|
1106
|
Meel, gries en
poeder, van gedroogde zaden van peulgroenten bedoelde bij post
0713, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714
en van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8;
|
|
1106 10 00
|
gedroogde zaden
van peulgroenten bedoelde bij post 0713
|
|
1108
|
Zetmeel en inuline:
|
|
1108 20 00
|
inuline
|
|
1213 00 00
|
Stro en kaf van
graangewassen, onbewerkt, ook indien gehakt. Gemalen. Geperst
of in pellets
|
|
1214
|
Koolrapen,
voederbieten, voederwortels, hooi, luzerne, klaver,
hanenkammetjes (esparcette), mengkool, lupine, wikke en
dergelijke voerdergewassen, ook indien in pellets
|
|
ex 1214 10 00
|
luzernemeel en
luzerne in pellets
|
|
1214 90
|
andere:
|
|
1214 90 10
|
mengwortels
(voederbieten), voederrapen en andere voederwortels
|
|
ex 1214 90 99
|
andere
|
|
1801 00 00
|
Cacaobonen, ook
indien gebroken, al dan niet gebrand
|
|
1802 00 00
|
Cacaodoppen,
cacaoschillen, cacaovliezen en andere afvallen van cacao
|
|
2301
|
Meel, poeder en
pellets van vlees, van slachtafvallen, van vis, van
schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde
waterdieren, ongeschikt voor menselijk consumptie; kanen:
|
|
2301 10 00
|
meel, poeder en
pellets van vlees of andere slachtafvallen; kanen
|
|
2302
|
Zemelen, slijpsel en
andere resten van zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van granen of van peulvruchten, ook indien in
pellets:
|
|
2302 50 00
|
van peulvruchten
|
|
2303
|
Afvallen van
zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen, bietenpulp,
uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de
suikerindustrie, bostel (brouwerijafval), afvallen van
branderijen, ook indien pellets
|
|
2303 10
|
afvallen van
zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen:
afvallen van
maїszetmeelfabrieken (met uitzondering van ingedikt
zwelwater), met een gehalte aan proteοne, berekend op de
droge stof:
|
|
2303 10 19
|
van niet
meer dan 40 gewichtspercenten
|
|
2303 10 90
|
andere
|
|
2303 30 00
|
borstel
(brouwerijafval) en afvallen van branderijen
|
|
2307 00
|
Wijnmoer; ruwe
wijnsteen
|
|
2308
|
Plantaardige
zelfstandigheden en plantaardig afval, plantaardige residuen
en bijproducten, ook indien in pellets, van de soort gebruikt
voor het voederen van dieren, elders genoemd noch elders onder
begrepen:
|
|
2308 00 40
|
eikels en wilde
kastanjes, draf (droesem) van vruchten, andere dan druiven
|
|
2308 00 90
|
andere:
|
|
2309
|
Bereidingen van de
soort gebruikt voor het voederen van dieren
|
|
2309 10 90
|
andere
|
|
2309 90
|
andere
|
|
2309 90 10
|
visperswater
en perswater van zeezoogdieren (solubles)
|
| |
andere
|
| |
andere
|
|
2309 90 99
|
andere,
met uitzondering van eiwitconcentraten
|
| |
verkregen uit
sap van luzerne en gras
|
| |
|
B
(Productschap voor Vee en Vlees)
|
| |
|
|
Ex 0101
|
Levende paarden,
ezels, muildieren en muilezels:
|
|
0101 10
|
fokdieren van
zuiver ras:
|
|
0101 10 10
|
paarden
|
|
0101 10 90
|
andere
|
|
0101 90
|
andere:
paarden
|
|
0101 90 11
|
slachtpaarden
|
|
0101 90 19
|
andere
|
|
0101 90 30
|
ezels
|
|
0101 90 90
|
muildieren
en muilezels
|
|
0102
|
Levende runderen
|
|
0102 90
|
andere dan
fokdieren van zuiver ras:
|
|
0102 90 90
|
andere dan
huisdieren
|
|
0103
|
Levende varkens:
|
|
0103 10 00
|
fokdieren van
zuiver ras
andere
|
|
ex 0103 91
|
met een
gewicht van minder dan 50 kg
|
|
0103 91 90
|
andere
dan huisdieren
|
|
ex 0103 92
|
met een
gewicht van 50 kg of meer:
|
|
0103 92 11
|
|
|
0103 92 90
|
andere
dan huisdieren
|
|
0106
|
Andere levende
dieren
|
|
ex 0203
|
Vlees van varkens,
vers, gekoeld of bevroren:
vers of gekoeld:
|
|
ex 0203 11
|
hele en
halve dieren:
|
|
0203 11 90
|
ander
dan van huisdieren
|
|
ex 0203 12
|
hammen en
schouders, alsmede delen daarvan, met been:
|
|
0203 12 90
|
ander
dan van huisdieren
|
|
ex 0203 19
|
ander:
|
|
0203 19 90
|
ander
bevroren:
|
|
ex 0203 21
|
hele en
halve dieren:
|
|
0203 21 90
|
andere
dan van huisdieren
|
|
ex 0203 22
|
hammen en
schouders, alsmede delen daarvan, met been:
|
|
0203 22 90
|
andere
dan van huisdieren
|
|
ex 0203 29
|
andere:
|
|
0203 29 90
|
andere
dan van huisdieren
|
|
0205 00
|
Vlees van paarden,
van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of
bevroren
|
|
0206
|
Eetbare
slachtafvallen van runderen, van varkens, van schapen, van
geiten, van paarden, van ezels, van muildieren of van
muilezels, vers, gekoeld of bevroren:
|
|
0206 10
|
van runderen,
vers of gekoeld:
|
|
0206 10 10
|
bestemd voor
de vervaardiging van farmaceutische producten
|
|
ex 0206 29
|
andere:
|
|
0206 29 10
|
bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische producten
|
| |
van varkens,
bevroren:
|
|
ex 0206 49
|
andere:
|
|
0206 49 80
|
andere
dan van huisdieren
|
|
ex 0206 80
|
anders, vers of
gekoeld:
|
|
0206 80 10
|
bestemd voor
de vervaardiging van farmaceutische producten
andere:
|
|
0206 80 91
|
van
paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels
|
|
ex 0206 90
|
andere,
bevroren:
|
|
0206 90 10
|
bestemd voor
de vervaardiging van farmaceutische producten
andere:
|
|
0206 90 91
|
van
paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels
|
|
0208
|
Ander vlees en
andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren
|
|
0210
|
Vlees en eetbare
slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel
en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor
menselijke consumptie:
vlees van
varkens:
|
|
ex 0210 11
|
hammen en
schouders, alsmede delen daarvan, met been:
|
|
0210 11 90
|
andere
dan van varkens (huisdieren)
|
|
ex 0210 12
|
buiken
(buikspek) en delen daarvan:
|
|
0210 12 90
|
andere
dan van varkens (huisdieren)
|
|
ex 0210 19
|
ander:
|
|
0210 19 90
|
ander
dan van varkens (huisdieren)
|
| |
ander, meel en
poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor
menselijke consumptie, daaronder begrepen:
|
|
0210 91 00
|
van primaten
|
|
0210 92 00
|
van
walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de
orde Cetacea); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van
de orde Sirenia)
|
|
0210 93 00
|
van
reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)
|
|
ex 0210 99 00
|
andere:
vlees:
|
|
0210 99 10
|
van
paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd
|
|
0210 99 31
|
van
rendieren
|
|
0201 99 39
|
ander
|
|
0410 00 00
|
Eetbare producten
van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder
begrepen
|
|
0504 00 00
|
Darmen, blazen en
magen van dieren (andere dan die van vissen), in hun geheel of
in stukken, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld
gedroogd of gerookt
|
|
0511 10 00
|
rundersperma
|
|
ex 0511 99
|
andere:
|
|
0511 99 90
|
andere
dan pezen en zenen, snippers en dergelijk afval van ongelooide
huiden of vellen
|
|
ex 1602
|
Andere bereidingen
en conserven, van vlees, van slachtafvallen of van bloed:
van varkens:
|
|
ex 1602 41
|
hammen en
delen daarvan:
|
|
1602 41 90
|
andere
dan van varkens (huisdieren)
|
|
ex 1602 42
|
schouders en
delen daarvan:
|
|
1602 42 90
|
andere
dan van varkens (huisdieren)
|
|
ex 1602 49
|
andere,
mengsels daaronder begrepen:
|
|
1602 49 90
|
andere
dan van varkens (huisdieren)
|
|
ex 1602 90
|
andere,
bereidingen van bloed van dieren van alle soorten daaronder
begrepen:
|
| |
andere dan
bereidingen van bloed van dieren van alle soorten:
|
|
1602 90 31
|
van wild
of van konijn
|
|
1602 90 41
|
van
rendieren
|
| |
andere:
|
| |
andere dan vlees of slachtafvallen van varkens (huisdieren)
bevattend:
|
| |
andere dan vlees of slachtafvallen van runderen bevattend:
|
|
1602 90 98
|
andere dan van schapen of van geiten
|
|
ex 1603 00
|
Extracten en sappen
van vlees:
|
| |
|
C
(Productschap voor Pluimvee en Eieren)
|
| |
|
|
0210
|
Vlees en eetbare
slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel
en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor
menselijke consumptie:
ander, meel en
poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor
menselijke consumptie, daaronder begrepen:
|
|
ex 0210 99
|
andere:
vlees:
slachtafvallen:
andere dan van varkens (huisdieren), runderen, schapen en
geiten
levers van pluimvee:
|
|
0210 99 80
|
andere dan levers van pluimvee
|
|
0407 00
|
Vogeleieren in de
schaal, vers, verduurzaamd of gekookt:
|
|
0407 00 90
|
andere dan van
pluimvee
|
|
0408
|
Vogeleieren uit de
schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water
gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere
wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of
andere zoetstoffen:
eigeel
|
|
ex 0408 11
|
gedroogd:
|
|
0408 11 20
|
ongeschikt voor menselijke consumptie
|
|
ex 0408 19
|
ander:
|
|
0408 19 20
|
ongeschikt voor menselijke consumptie
|
| |
ander:
|
|
ex 0408 91
|
gedroogd:
|
|
0408 91 20
|
ongeschikt voor menselijke consumptie
|
|
ex 0408 99
|
andere:
|
|
0408 99 20
|
ongeschikt voor menselijke consumptie
|
| |
|
D
(Productschap voor Vee en Vlees)
|
| |
|
|
ex 1502 00
|
Rund-, schapen- of
geitenvet, ander dan bedoeld bij post 1503:
|
|
ex 1502 00 10
|
bestemd voor
ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van
producten voor menselijke consumptie
|
|
1503 00
|
Varkensstearine,
spekolie, oleostearine, oleomargarine en talkolie, niet geλmulgeerd,
niet vermengd, noch op andere wijze bereid:
|
| |
|
E
(Productschap Tuinbouw)
|
| |
|
|
0801
|
Kokosnoten,
paranoten en cashewnoten, vers of gedroogd, ook zonder dop of
schaal
|
|
0802
|
Andere noten, vers
of gedroogd, ook zonder dop of schaal, al dan niet gepeld:
|
|
0802 90
|
andere:
|
|
0802 90 20
|
arecanoten
(of betelnoten), colanoten en pecannoten
|
|
0804
|
Dadels, vijgen,
ananassen, advocaten (avocados), guaves, mangas en
manggistans, vers of gedroogd:
|
|
0804 10 00
|
dadels
|
|
0804 40 00
|
advocaten
(avocados)
|
|
0804 50 00
|
guaves,
mangas en manggistans
|
|
0904 t/m 0910
|
Specerijen
|
|
1106 30
|
meel, gries en
poeder van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8
|
|
ex 1211
|
Planten, plantdelen,
zaden en vruchten, vers of gedroogd, ook indien gesneden,
gebroken of in poedervorm, welke al dan niet na be- of
verwerking bestemd zijn voor menselijke consumptie
|
|
1212
|
Sint-jansbrood,
zeewier en andere algen, suikerbieten en suikerriet, vers of
gedroogd, ook indien in poedervorm; vruchtenpitten, ook indien
in de steen en andere plantaardige producten (ongebrande
cichoreiwortels van de variteit Chicoriom intybus sativum
daaronder begrepen) hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke
consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:
|
|
1212 10
|
sint-jansbrood,
sint-jansbroodpitten daaronder begrepen zeewier en andere
algen
|
|
1212 20 00
|
zeewier en
andere algen
|
|
1212 30 00
|
pitten van
abrikozen, van perziken (nectarines daaronder begrepen) of van
pruimen, ook indien in de steen
andere:
|
|
1212 99
|
andere:
|
|
1212 99 90
|
andere
|
|
2206 00
2206 00 31
|
Andere gegiste
dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank):
andere:
mousserend
|
|
2206 00 51
|
niet
mousserend, in verpakking inhoudende:
niet
meer dan 2 l
appelwijn en perenwijn
|
|
2206 00 59
|
andere
|
|
2206 00 81
|
meer dan
2 l
appelwijn en perenwijn
|
|
2206 00 89
|
andere
|
| |
|
F
(Productschap Vis)
|
| |
|
|
ex 1603 00
|
Extracten en sappen,
van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere
ongewervelde waterdieren
|
Bijlage VIII. Rijnvaartwaterwegen (artikel
48 van de Douaneregeling)
-
Voor de toepassing van de regeling douanevervoer wordt in Nederland
onder Rijnvaartwaterwegen verstaan, voor elk van de hierna vermelde
vaarwegen de achter die vaarwegen genoemde waterwegen:
-
Lobith-Amsterdam; Rijn, Waal, Amsterdam-Rijnkanaal;
-
Lobith-Rotterdams havengebied;
-
Rijn, Waal, Merwede, Noord, Nieuwe Maas; Nieuwe Waterweg;
-
Rijn, Lek, Nieuwe Maas, Nieuwe Waterweg;
-
Lobith-Dordrecht, Hansweert-Antwerpen; Rijn, Waal, Merwede, Dordtse Kil
- of Nieuwe Merwede - Hollands Diep, Volkerak, Krammer, Zijpe, Mastgat,
Keeten, Oosterschelde, Kanaal door Zuid-Beveland, Westerschelde,
Schelde;
-
Lobith-Dordrecht-Hansweert-Gent: Rijn, Waal, Merwede, Dordtse Kil - of
Nieuwe Merwede - Hollands Diep, Volkerak, Krammer, Zijpe, Mastgat,
Keeten, Oosterschelde, Kanaal door Zuid-Beveland, Westerschelde, Kanaal
van Terneuzen;
-
Lobith-De Kempen, Smeermaas of St. Pieter: alle gebruikelijke vaarroutes
tussen deze plaatsen, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de volgende
waterwegen: Rijn, Waal, Julianakanaal, Dieze, Zuid-Willemsvaart, Kanaal
Wessem-Nederweert.
-
Schepen welke, komende van de Rijn en bestemd voor Antwerpen of Gent, of
die komende van Antwerpen of Gent en bestemd om langs de Rijn uit te
gaan en langs het Rotterdams havengebied varen, ten einde aldaar met
gebruikmaking van Rijnvaartmanifesten, of aldaar goederen bij te laden
welke langs de naar Antwerpen of Gent leidende Rijnvaartwegen,
onderscheidenlijk langs de Rijn, zullen uitgaan, worden geacht langs
Rijnvaartwaterwegen te varen.
Bijlage IX. Geografische gebieden voor het vlagvervoer (artikel 52
Douaneregeling)
Geografische gebieden voor het vlagvervoer (artikel 52 van de
Douaneregeling);
Ter uitvoering van de in artikel 25
van het Douanebesluit kan in de volgende geografische gebieden
van de daar bedoelde regelingen gebruik worden gemaakt:
| a. |
Rotterdams
havengebied:
| 1°. |
de havens,
vaarwaters, stations en luchtvaartterreinen alsmede de
aansluitende haven- en industrieterreinen in de
gemeenten Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis,
Spijkenisse en Rozenburg, alsmede
|
| 2°. |
de niet
onder 1° begrepen industrieterreinen in de gemeente
Rotterdam gelegen in het door de autowegen A20, A16,
A15 en A4 omsloten gedeelte en ten noorden van de
Groene-Kruisweg, alsmede
|
| 3°. |
de niet
onder 1° begrepen industrieterreinen gelegen aan de
Groene-Kruisweg in de gemeente Spijkenisse;
|
| 4°. |
de
industrieterreinen in de gemeente Albrandswaard
gelegen ten noorden van de Groene-Kruisweg.
|
|
| b. |
Amsterdams
havengebied:
het gebied hetwelk
omsloten wordt door de lijn die loopt van:
|
het kruispunt
Basisweg/Kabelweg (Coenhavengebouw) langs de Basisweg, Noordzeeweg,
Ruigoordweg tot het Noordzeekanaal;
|
|
van daar in westelijke
richting langs het Noordzeekanaal tot de afslag Velsertunnel;
|
|
van daaruit langs de
Amsterdamseweg, Parkweg, Stationsweg, Pontplein, Kanaaldijk, Dokweg
tot het einde van de kop Zuiderlijke Havendam. Hierin is omsloten de
nieuwe jachthaven;
|
|
van daaruit naar de kop
Noordelijke Havendam om het Hoogoventerrein heen naar de Velser
Traverse;
|
|
van daaruit de Paralelweg op
langs Wijkermeerweg, Kanaalweg tot Nauwema;
|
|
van daaruit over Kanaal D
langs Overtoom, Hoofdtocht, Schiehavenweg, Provincialeweg tot aan
Gedempte Gracht;
|
|
van daaruit langs Gedempte
Gracht, Peperstraat, Keepelstraat, Wibautstraat, Torbeckerweg, de A8
op in oostelijke richting via het Coentunnelcircuit om het sportpark
"Melkweg" de Cornelis Douwesweg op;
|
|
van daaruit langs de
Cornelis Douwesweg, Klaprozenweg en de Papaverweg naar het Mosplein;
|
|
van daaruit langs Distelkade
en Ranonkelkade tot het van der Pekplein;
|
|
van daaruit langs
Meidoornweg, Hagedoornplein, Hagedoornbrug, Sperwerlaan, Valkenweg,
Meeuwenlaan, Vogelkade, de Vogelstraat, Zamonhofstraat, Meeuwenlaan,
Niewerdammerdijk en Schellingerwouderdijk tot Schellingwouderbrug;
|
|
van daaruit over de
Schellingwouderbrug langs Zuiderzeeweg en Zeeburgerdijk tot het
spoorviaduct in deze straat;
|
|
van daaruit in noordelijke
richting langs de spoorlijn tot het viaduct Kattenburgerstraat;
|
|
van daaruit de langs de
Kattenburgerstraat, Prins Hendrikkade, Oosterdokskade;
|
|
van daaruit in westelijke
richting onder het spoorviaduct door;
|
|
van daaruit in westelijke
richting langs de Ruyterkade, Westerdokskade, Westerdok, Barentszplein,
van Diemenstraat, Tasmanstraat, en Spaardammerdijk tot het
spoorviaduct Amsterdam/Zaandam;
|
|
van daaruit onder het spoor
door langs Tranfsformatorweg tot het kruispunt Basisweg/Kabelweg (Coenhavengebouw).
|
| c. |
De luchthaven Schiphol:
- Schiphol, waartoe
wordt aangewezen het gebied dat beginnend aan de zuidzijde en
gaande via de oost- en noordzijde naar de westzijde als volgt
wordt begrensd: door de Kruisweg (N-201) tot aan de kruising met
de Aalsmeerderdijk, vandaar de Aalsmeerderdijk in noordelijke
richting die ter hoogte van de gemeente Oude Meer overgaat in de
Schipholdijk tot aan de kruising met de A-9, vandaar in westelijke
richting het gedeelte van de A-9 tot aan de A-4, vandaar in
zuidelijke richting het gedeelte van de A-4 tot aan de kruising
met de Schipholweg, vandaar in westelijke richting de Schipholweg
tot aan de kruising met de Amsterdamse Baan, vandaar in
noordelijke richting de Amsterdamse Baan tot aan de kruising met
de Hoofdweg bij het gemaal Lijnden, vandaar in zuidelijke richting
de Hoofdweg Oostzijde tot aan de Weg om de Noord, vandaar
oostwaarts de Weg om de Noord die overgaat in de Kruisweg (N-201).
|
|
Bijlage X
Instellingen als bedoeld in artikel 58 van de Douaneregeling zijn:
| |
Algemeen Pedagogisch
studiecentrum, Amsterdam
|
| |
Avans Hogeschool,
locatie Breda, Breda
|
| |
Avans Hogeschool,
locatie Den Bosch, s-Hertogenbosch
|
| |
Avans Hogeschool,
locatie Tilburg, Tilburg
|
| |
Center Applied
Research, Tilburg
|
| |
Codarts Hogeschool
voor de Kunsten, Rotterdam
|
| |
Conservatorium van
Amsterdam, Amsterdam
|
| |
Constantijn Huygens
Instituut, s-Gravenhage
|
| |
De Amsterdamse
Toneelschool en Kleinkunstacademie, Amsterdam
|
| |
Fontys Hogescholen,
Maastricht
|
| |
Fontys Hogescholen,
Venlo
|
| |
Fontys Hogeschool,
Eindhoven
|
| |
Fontys Hogeschool,
Eindhoven
|
| |
Fontys Hogeschool,
Sittard
|
| |
Fryske Akademy,
Leeuwarden
|
| |
Het Nederlandse Rode
Kruis, s-Gravenhage
|
| |
Hogeschool Enschede,
Enschede
|
| |
Hogeschool Haarlem,
Haarlem
|
| |
Institute of Social
Studies, s-Gravenhage
|
| |
Instituut voor
lerarenopleiding, Amsterdam
|
| |
Internationaal
Agrarisch Centrum, Wageningen
|
| |
Internationaal
instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam
|
| |
Koningin
Wilhelminafonds, Amsterdam
|
| |
Koninklijk Instituut
voor Taal-Land-en Volkenkunde, Leiden
|
| |
Maatschappij der
Nederlandse Letterkunde, Leiden
|
| |
Museum Koninklijke
Marechaussee, Buren
|
| |
Nationaal Fonds
Geestelijke Volksgezondheid, Utrecht
|
| |
Nederlands
Audiovisueel Archief, Hilversum
|
| |
Nederlands
Bijbelgenootschap, Haarlem
|
| |
Nederlands
Economisch Historisch Archief, Amsterdam
|
| |
Nederlands
Filmmuseum, Amsterdam
|
| |
Nederlandse
Hartstichting, s-Gravenhage
|
| |
NOS Radio &
Televisie, Hilversum
|
| |
Rotary Administratie
Nederland, Amsterdam
|
| |
Secretariaat Rooms
Katholieke Kerkgenootschap, Utrecht
|
| |
Stichting
Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie (SNV), s-Gravenhage
|
| |
Stichting
Afasietherapie Amsterdam, Amsterdam
|
| |
Stichting Centrale
opleidingscursussen voor middelbare akten (COCMA), Utrecht
|
| |
Stichting
Filmcentrum, Hilversum
|
| |
Stichting
Hanzehogeschool, Groningen
|
| |
Stichting het
Veiligheids Instituut, Amsterdam
|
| |
Stichting Leerplan
Ontwikkeling, Enschede
|
| |
Stichting Natuur en
Milieu, Utrecht
|
| |
Stichting vrienden
van het Mauritshuis, s-Gravenhage
|
| |
Stichting Youth for
Christ Nederland, Driebergen
|
| |
Stichting Vroege
Vogels, Amsterdam
|
| |
Theater Instituut
Nederland, Amsterdam
|
| |
Theologische
Universiteit, Kampen
|
| |
Toneel Academie
Maastricht, Maastricht
|
| |
Universiteit
Nyenrode, Breukelen
|
| |
Vrienden van de
Hartstichting, s-Gravenhage
|
| |
Wereld
Esperanto-Vereniging (UEA), Rotterdam
|
| |
Wereld Natuurfonds,
Zeist
|
Bijlage XI
Instellingen als bedoeld in artikel 58 van de Douaneregeling zijn:
| |
Academie Jan van
Eyck, Maastricht
|
| |
Centraal Bureau voor
Schimmelcultures, Utrecht
|
| |
Erasmus MC-Daniλl
den Hoed, Rotterdam
|
| |
Europees Instituut
voor Bestuurskunde, Maastricht
|
| |
FOM-Instituut voor
Atoom en Molecuulfysica, Amsterdam
|
| |
FOM-Instituut voor
Plasmafysica, Nieuwegein
|
| |
Hubrecht
Laboratorium, Utrecht
|
| |
Instituut Collectie
Nederland, Amsterdam
|
| |
Instituut voor
Bodemvruchtbaarheid, Groningen
|
| |
Instituut voor
Doven, Schijndel
|
| |
Integraal
Kankercentrum Noord-Nederland, Groningen
|
| |
Interuniversitair
Cardiologisch Instituut Nederland, Utrecht
|
| |
J.A. Cohen Instituut
Interuniversitair Onderzoeksinstituut voor Radiopathologieλn
Stralenbescherming/Universiteit Leiden, Leiden
|
| |
Koninklijk Instituut
voor de Tropen, Amsterdam
|
| |
Koninklijk
Nederlands Instituut voor Onderzoek der zee, Den Burg
|
| |
Koninklijk
Nederlands Meteorologisch Instituut, De Bilt
|
| |
Koninklijke
Militaire Academie, Breda
|
| |
Koninklijke
Nederlandse Akademie van wetenschappen, Amsterdam
|
| |
Laboratorium van de
Vereniging Natura Docet, Denekamp
|
| |
Laboratorium voor de
Volksgezondheid Friesland, Leeuwarden
|
| |
Leids
Sterrewachtfonds, Leiden
|
| |
Mathematisch
Centrum, Amsterdam
|
| |
Nationaal Instituut
voor Kernfysica en Hoge-energiefysica sectie K, Amsterdam
|
| |
Nationaal Instituut
voor Kernfysica en Hoge-energiefysica, sectie
Hoge-energiefysica, Amsterdam
|
| |
Nationaal Lucht en
Ruimtevaartlaboratorium, Amsterdam
|
| |
Nederlands Instituut
voor Ecologie, Heteren
|
| |
Nederlands Instituut
voor Hersenonderzoek, Amsterdam
|
| |
Nederlands
Kankerinstituut, Amsterdam
|
| |
Nederlandse
Instituut voor Ecologie, Yerseke
|
| |
Nederlandse
organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, s-Gravenhage
|
| |
Nederlandse Rode
Kruis Centraal Laboratorium Bloedtransfusiedienst, Amsterdam
|
| |
Plantenziektenkundige
Dienst, Wageningen
|
| |
Radbout Universiteit
Nijmegen, Nijmegen
|
| |
Stichting Academisch
Rekencentrum, Amsterdam
|
| |
Stichting
Energieonderzoek Centrum Nederland/ECN, Petten
|
| |
Stichting
Internationaal Instituut voor Luchtkartering en Aardkunde (ITC),
Enschede
|
| |
Stichting
Netherlands Institute for Metals Research, Delft
|
| |
Stichting voor
Diergeneeskundig Onderzoek, Lelystad
|
| |
Stichting voor
Fundamenteel Onderzoek Materie, Utrecht
|
| |
Stichting voor
Internationaal Vlamonderzoek, Velsen-Noord
|
| |
Stichting voor
Isotopengeologisch Onderzoek, Amsterdam
|
| |
Stichting
Waterbouwkundig Laboratorium, Delft
|
| |
Stichting
Wetenschappelijk onderzoek Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam
|
| |
Stichting
wetenschappelijk Onderzoek Tropen, s-Gravenhage
|
| | |