| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Douanewet
DOUANEREGELING
Tekst zoals deze geldt op
6 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
REGELING verband houdende met de herziening van de douanewetgeving,
10 mei 1996/WD96/402
De Staatssecretaris van Financiën;
Handelende in overeenstemming met de
Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij, en de Minister van Economische
Zaken;
Gelet op de artikelen 10 tot en met
23 van de bijlage bij het Protocol van 15 juni 1970 tot
vaststelling van een Benelux-tarief van invoerrechten, het
Protocol betreffende goederen van oorsprong en van herkomst
uit bepaalde landen onderworpen aan een bijzondere regeling
bij invoer in een van de Lid-Staten, behorende bij het Verdrag
tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Trb.
1957, 91), titel II C van de Inleidende bepalingen van de
gecombineerde nomenclatuur die als bijlage I is gevoegd bij de
Verordening (EEG) nr. 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad van
de Europese Gemeenschappen (PbEG L 256), de artikelen 3, 4, 6,
9, 14, 18, 25, 35, 53 en 58 van de Douanewet, de artikelen 4,
5, 7, 8, 10, 12, 14, 16, 17, 18, 22, 24, 25, 32, 34, 35, 44,
48, 49 en 50 van het Douanebesluit, de artikelen 22a,
22b, 22c, 88b en 88c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
artikel 3 van de Invorderingswet 1990, artikel 21 van de Wet
op de omzetbelasting 1968, artikel 69 van de Wet op de accijns
en artikel 31 van de Wet op de verbruiksbelastingen van
alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten;
Besluit:
Hoofdstuk
1. Inleidende bepalingen
Artikel
1
| 1. |
De
vordering ten behoeve van de visitatie van een
schip:
-
tot
het doen vaart verminderen of bijdraaien, indien
het schip zich bevindt in zee, in een zeegat of
op een meer,
-
tot
het doen stilhouden of aanleggen, indien het
schip zich elders bevindt dan in zee, in een
zeegat of op een meer, wordt gedaan in
duidelijke en op het schip goed verstaanbare
bewoordingen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt
van radiotelefonie of een dergelijk hulpmiddel.
Bij de vordering wordt meegedeeld dat deze wordt
gedaan door de douane.
|
| 2. |
De
inspecteur die de vordering doet, dient, indien hij
geen gebruik maakt van radiotelefonie of een
dergelijk hulpmiddel en hij zich niet bevindt op een
vaartuig van de Belastingdienst/Douane dat als
zodanig kenbaar is, in uniform te zijn of vergezeld
te zijn van een inspecteur in uniform of een
politieambtenaar in uniform.
|
| 3. |
Een
vaartuig van de Belastingdienst/Douane is als
zodanig kenbaar indien het een vlag voert met daarop
duidelijk zichtbaar ’DOUANE’ in witte letters of
indien een op andere wijze op dat vaartuig
aangebracht opschrift ’DOUANE’ duidelijk
zichtbaar is.
|
Artikel
2
De vordering,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, kan in zee of
in een zeegat vanaf een vaartuig van de
Belastingdienst/Douane dat als zodanig kenbaar is, ook
worden gedaan door middel van het door de Internationale
Maritieme Organisatie (IMO) vastgestelde en in het
Internationaal Seinboek (Stcrt. 1969, 52) vermelde sein met
de betekenis ’U moet stoppen of bijdraaien. Ik zal bij u
aan boord komen’.
Artikel
3
| 1. |
De
vordering tot het doen stilhouden van een ander
vervoermiddel dan een schip of een luchtvaartuig
wordt gedaan:
-
bij
dag door middel van een stopteken, bestaande uit
een ronde witte schijf met rode rand, waarop in
het wit van de schijf met zwarte letters
’DOUANE’ is vermeld;
-
bij
nacht door middel van een stopteken, bestaande
uit een rood licht dat snel verticaal op en neer
wordt bewogen.
|
| 2. |
Bij dag
kan de vordering door een inspecteur in uniform ook
worden gedaan door het opsteken van de rechterhand.
Bij nacht dient de inspecteur die de vordering doet
in uniform te zijn of vergezeld te zijn van een
inspecteur in uniform of een politieambtenaar in
uniform.
|
| 3. |
De in het
eerste lid bedoelde vordering kan ook worden gedaan
door in rood licht afwisselend de woorden
’VOLGEN’ en ’DOUANE’, onderscheidenlijk de
woorden ’STOP’ en ’DOUANE’ te tonen:
-
bij
een motorvoertuig, waarmee wordt gereden vóór
het vervoermiddel waarop de vordering ziet;
-
in
spiegelschrift, bij een motorvoertuig, waarmee
wordt gereden achter het vervoermiddel waarop de
vordering ziet.
|
| 4. |
De
vordering tot het buiten werking stellen van de
motor van het in het eerste lid bedoelde
vervoermiddel wordt gedaan in voor de bestuurder
goed verstaanbare bewoordingen.
|
Artikel
4
Het doen van de
vordering tot het stilstaan van personen die goederen
vervoeren welke zich niet in of op een vervoermiddel
bevinden, alsmede van personen die ingevolge wettelijke
bepalingen aan lijfsvisitatie zijn onderworpen, geschiedt in
voor hen goed verstaanbare bewoordingen. De inspecteur maakt
daarbij, indien hij niet in uniform is, zijn kwaliteit
bekend; tussen zonsonder- en zonsopgang behoeft hij, indien
hij niet in uniform is, de bijstand van een inspecteur in
uniform of van een politieambtenaar in uniform.
Artikel 5
[Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 6
[Vervallen per 01-01-2003]
Artikel
7
- 1.
- Voor de
toepassing van artikel
9 van de Douanewet en, voor zover de toepassing
er van plaatsvindt in het kader van de wettelijke
bepalingen, bedoeld in artikel
2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet,
van hoofdstuk VII van
de Invorderingswet 1990 worden als inspecteur,
onderscheidenlijk ontvanger, mede aangemerkt de
ambtenaren van de Algemene Inspectie Dienst.
- 2.
- De
verplichtingen welke ingevolge artikel
9 van de Douanewet bestaan jegens de inspecteur,
gelden mede jegens de ambtenaren van de Algemene
Inspectie Dienst.
Artikel
7a
- 1.
- De bevoegde
douaneadministratie, bedoeld in artikel 10 van de
Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake het gebruik
van informatica op douanegebied (Trb. 1995, 225), is de
voorzitter van het managementteam Belastingdienst/Douane
Rotterdam.
- 2.
- De in het
eerste lid bedoelde douaneadministratie is gehouden
uitvoering te geven aan onherroepelijke beslissingen van
een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit met
betrekking tot kennisneming, verwijdering of verbetering
van persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 15, vierde
lid, onder I, II en III, van de in het eerste lid
genoemde Overeenkomst.
Artikel 8
[Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
8a
- 1.
- Met betrekking
tot de goederen aangewezen in bijlage VII, kolom I,
horizontale balken Ia, Ib, Ic, Id en If, kolom II,
horizontale balken IIe en IIf, kolom IV, horizontale
balk IVa, onder (2) voor zover het betreft de onder
Verordening (EG) no. 1255/99 vallende goederen van post
2309 1011 tot en met 2309 1070 en 2309 9031 tot en met
2309 9070, horizontale balken IVc, IVd, IVe, IVf en IVg
en kolom V, horizontale balk Va, onder (3), zevende
gedachtestreepje, kan zekerheid ter verzekering van de
voldoening van douanerechten worden gesteld bij het bij
die goederen in bijlage VII genoemde productschap,
indien de desbetreffende douaneschuld is ontstaan uit
hoofde van artikel 201, eerste lid, onderdeel a, van het
Communautair douanewetboek.
- 2.
- Indien de
zekerheid wordt gesteld bij het in het eerste lid
bedoelde productschap, wordt dat productschap voor de
toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen
5, 22a, eerste
lid, 22b,
22c, eerste en vierde
lid, alsmede hoofdstuk
V, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en
artikel 3, eerste lid,
van de Invorderingswet 1990 mede aangemerkt als
inspecteur, onderscheidenlijk ontvanger.
Artikel
8b
Indien een
productschap een vergunning heeft verleend als bedoeld in
artikel 56, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 68, eerste
lid, en voor deze goederen een douaneschuld ontstaat uit
hoofde van artikel 204 van het Communautair douanewetboek,
wordt dat productschap voor de toepassing van het bepaalde
bij of krachtens de artikelen
5, 22a, eerste lid,
22b, 22c,
eerste en vierde lid, alsmede hoofdstuk
V, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel
3, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 mede
aangemerkt als inspecteur, onderscheidenlijk ontvanger.
Hoofdstuk
2. Binnenbrengen van goederen
§ 1.
Gemeenschappelijke bepaling voor de paragrafen 2 en 3
Artikel
9 [Vervallen per 01-01-2005]
§ 2.
Over zee binnengebrachte goederen
Artikel
10
Als vaarwater
voor over zee binnengebrachte schepen en de daarin of
daarop aanwezige goederen worden aangewezen de
vaarwaters, opgenomen in bijlage I.
Artikel
11
Als
douanekantoor als bedoeld in artikel
4 van het Douanebesluit worden de plaatsen
aangewezen opgenomen in bijlage II, in voorkomend geval
rekening houdend met de aard van de goederen of met de
douaneregeling waaronder de goederen zullen worden
geplaatst.
Artikel
11a
- 1.
- Als
plaatsen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het
besluit, waar schepen en de daarin of daarop
aanwezige goederen kunnen worden aangebracht, worden
aangewezen de plaatsen opgenomen in bijlage II. Het
aanbrengen geschiedt door het doen van een
mededeling aan de inspecteur van de aankomst op een
plaats als hiervoor bedoeld.
- 2.
- Op de
plaatsen als bedoeld in het eerste lid kunnen geen
andere activiteiten plaatsvinden dan
-
het
innemen van provisie en scheepsbehoeften ten
behoeve van de bemanning van het schip; of
-
het
innemen van brandstoffen of smeermiddelen
bestemd voor de aandrijving of smering van het
schip; of
-
het
aan boord nemen van goederen welke nodig zijn
voor reparatie of vervanging van onderdelen van
het schip, mits deze reparatie of vervanging
noodzakelijk is om het schip zijn reis voort te
kunnen laten zetten alsmede de daadwerkelijke
reparatie of vervanging van deze onderdelen.
Het schip
dient na afloop van deze activiteiten zijn reis
voort te zetten zonder dat de eerstvolgende haven
van bestemming een in Nederland gelegen haven is.
Artikel
11b
- 1.
- De
toestemming tot het overladen van ter zee uitgaande
goederen als genoemd in artikel 35, tweede lid, van
het besluit, wordt door de inspecteur door middel
van een daartoe strekkende vergunning verleend aan
de persoon die de wettelijke verplichtingen met
betrekking tot het uitgaan van goederen dient na te
komen. Met betrekking tot het verlenen, het
aanpassen en het intrekken van de vergunning is
artikel 3 van het besluit van overeenkomstige
toepassing.
- 2.
- De
toestemming wordt slechts verleend voor het
overladen van:
-
provisie
of scheepsbehoeften ten behoeve van de bemanning
van het schip; of
-
brandstoffen
of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of
smering van het schip; of
-
goederen
welke nodig zijn voor reparatie of vervanging
van onderdelen van het schip, mits deze
reparatie of vervanging noodzakelijk is om het
schip zijn reis voort te kunnen laten zetten.
- 3.
- De
overlading kan slechts plaatsvinden in een schip dat
overeenkomstig artikel 11a, eerste lid, is
aangebracht.
Artikel
12
- 1.
- Met
betrekking tot het schip wordt de formaliteit van
het aanbrengen, bedoeld in artikel
4, eerste lid, van het Douanebesluit, vervuld
door de inlevering bij aankomst van de generale
verklaring (IMO/FAL 1).
- 2.
- De
Inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in het
eerste lid bedoelde formaliteit elektronisch wordt
vervuld.
Artikel
13
- 1.
- De
summiere aangifte, bedoeld in artikel
5, eerste lid, van het Douanebesluit, wordt
gedaan door inlevering van:
-
één
of meer volglijsten (Douane 11) behorend tot de
in artikel 12 genoemde generale verklaring;
-
de
scheepsvoorradenaangifte (IMO/FAL 3) voor de in
het schip aanwezige provisie.
- 2.
- De in de
volglijst (Douane 11) te vermelden gegevens mogen
desgewenst worden vermeld in bij te voegen
scheepvaartmanifesten welke zijn ingericht volgens
het model ICS-STANDARD MANIFEST 1968. Alsdan moet op
de voorzijde van de volglijst worden verwezen naar
die scheepvaartmanifesten onder vermelding van hun
aantal. De manifesten en alle in het manifest
omschreven goederen worden doorlopend genummerd.
- 3.
- De
Inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in het
eerste lid bedoelde summiere aangifte elektronisch
wordt gedaan.
Artikel
14
Als vaartuigen
voor het verrichten van openbare diensten welke niet aan
een douanekantoor als bedoeld in de artikelen 40 en 43
van het Communautair douanewetboek behoeven te worden
aangebracht, worden aangewezen:
-
de
vaartuigen van de Belastingdienst/Douane;
-
de
vaartuigen van de regionale politiekorpsen en het
korps landelijke politiediensten;
-
de
vaartuigen voor het verrichten van loodsdiensten;
-
de
vaartuigen van de Vaarwegmarkeringsdienst;
-
de
onderzoekingsvaartuigen ressorterende onder de
Directie Visserij;
Artikel
15
Toestemming
tot overlading van goederen waarvoor ingevolge artikel
5 van het Douanebesluit een summiere aangifte is
gedaan kan slechts worden verleend indien:
-
zekerheid
wordt gesteld als waarborg voor de betaling van de
douaneschuld die ten aanzien van deze goederen kan
ontstaan.
-
wordt
overgeladen in een ander schip, dat de goederen zal
vervoeren naar een douanekantoor als bedoeld in artikel
4 van het Douanebesluit.
Artikel
16
Voor goederen
die over zee zijn binnengebracht en met een ander
vervoermiddel over zee of door de lucht rechtstreeks
zullen worden verder vervoerd, kan een doorvoerlijst
(Douane 51) worden opgemaakt.
§ 3.
Door de lucht binnengebrachte goederen
Artikel
17
- 1.
- Als
internationale luchthaven als bedoeld in artikel
10 van het Douanebesluit worden de
luchthavens aangewezen opgenomen in bijlage III.
- 2.
- Als
douanekantoor als bedoeld in artikel
10 van het Douanebesluit worden de plaatsen
aangewezen opgenomen in bijlage III, in voorkomend
geval rekening houdend met de aard van de goederen
of met de douaneregeling waaronder de goederen
zullen worden geplaatst.
Artikel
18
- 1.
- De
summiere aangifte, bedoeld in artikel
11 van het Douanebesluit, wordt gedaan door
inlevering van een generale verklaring luchtvaart
zoals is voorzien in het Verdrag inzake de
internationale burgerluchtvaart van Chicago, 7
december 1944 (Stb. H 165), met daarin vervat het
manifest van de lading of door inlevering van alleen
het manifest van de lading, zoals voorzien bij dat
verdrag.
- 2.
- De
inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in het
eerste lid bedoelde summiere aangifte elektronisch
wordt gedaan.
Artikel
19
Ter
tegemoetkoming aan bijzondere bezwaren kan in bijzondere
gevallen of groepen van gevallen door de inspecteur
onder daarbij te stellen voorwaarden ontheffing worden
verleend van de bepalingen betreffende de tijden
gedurende welke met binnenkomende luchtvaartuigen kan
worden geland.
§ 4.
Tijdelijke opslag van goederen
Artikel
20
Ruimtes voor
tijdelijke opslag kunnen worden gevestigd op plaatsen,
opgenomen in bijlage IV.
Artikel
21
- 1.
- Degene die
een ruimte voor tijdelijke opslag wenst te beheren,
dient daartoe bij de inspecteur een schriftelijk
verzoek in. Het verzoek bevat gegevens omtrent:
-
de
plaats waar het gebouw of terrein is gelegen,
met vermelding van gemeente en kadastrale
aanduiding;
-
de
ligging, de afscheiding van andere percelen, de
bouw en de inrichting; c. naam en adres van de
verzoeker van de ruimte voor tijdelijke opslag.
- 2.
- Bij het
verzoek wordt van de ruimte een duidelijke tekening
op schaal overgelegd.
Artikel
22
- 1.
- Een
wijziging in de inrichting van een ruimte voor
tijdelijke opslag wordt niet aangebracht dan na
goedkeuring van de inspecteur.
- 2.
- Intrekking
van de vergunning tot beheer van een ruimte voor
tijdelijke opslag door de inspecteur kan, behalve op
verzoek van de beheerder, eveneens geschieden indien
zich een omstandigheid voordoet wanneer naar het
oordeel van de inspecteur bedoelde ruimte niet of
niet meer in die mate gebruikt wordt dat handhaving
van de vergunning gerechtvaardigd is.
Artikel
23
| 1. |
Het
plaatsen van goederen in een ruimte voor
tijdelijke opslag, bedoeld in artikel 186 van de
toepassingsverordening Communautair
douanewetboek, kan slechts geschieden nadat een
zekerheid is gesteld.
|
| 2. |
Geen
nadere aangifte, als bedoeld in artikel 186 van
de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek is vereist indien:
-
alle
in de ingediende summiere aangifte
omschreven goederen in één ruimte voor
tijdelijke opslag worden geplaatst;
-
de
summiere aangifte is gesteld ten name van
een ander dan de beheerder van de ruimte
voor tijdelijke opslag en de beheerder
schriftelijk heeft verklaard dat hij van die
ander de verplichting heeft overgenomen om
de formaliteiten te verrichten welke nodig
zijn om de goederen binnen de ingevolge
artikel 49 van het Communautair
douanewetboek geldende termijn een
douanebestemming te geven.
|
| 3. |
De in
het tweede lid onderdeel b bedoelde overname van
de verplichting wordt in de navolgende vorm door
de beheerder op de summiere aangifte gesteld:
’Ondergetekende ...... (naam) ...... verzoekt
hierbij de in deze aangifte vermelde goederen in
de ruimte voor tijdelijke opslag te mogen
plaatsen. ...... (naam ) ......’.
|
| 4. |
De
nadere aangifte wordt gedaan op de wijze zoals
omschreven in de Toelichting Enig document,
zoals opgenomen in bijlage VI.
|
| 5. |
De
inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in
de artikel 186 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek nadere aangifte
elektronisch dan wel met behulp van een handels-
of administratief document wordt gedaan.
|
Artikel
24
Tot uitslag
van goederen uit een ruimte voor tijdelijke opslag dient
een douaneaangifte, een document voor douanevervoer
onderscheidenlijk een vooraf ingediende schriftelijke
kennisgeving dat goederen een andere douanebestemming
zullen krijgen dan die van plaatsing van de goederen
onder een douaneregeling.
Hoofdstuk
3. Douanebestemmingen
Afdeling
1. Aangiften (normale procedure)
§
1. Douanekantoren
Artikel
25
- 1.
- Douanekantoren
zijn gevestigd in plaatsen opgenomen in bijlage
V.
- 2.
- In
voorkomend geval kan de inspecteur rekening
houdend met de aard van de goederen of met de douaneregeling
waaronder de goederen zullen worden geplaatst
andere plaatsen aanmerken als plaats waar
goederen kunnen worden aangebracht.
§
2. Inhoud van de aangifte
Artikel
26 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel
27
- 1.
-
Het
gebruikstarief wordt onder verantwoordelijkheid van
Onze Minister samengesteld en gepubliceerd.
- 2.
- Het
gebruikstarief is met inbegrip van alle
wijzigingen beschikbaar via Internetadres www.douane.nl/taric-nl.
Tegen betaling is de lijst van
goederenomschrijvingen met acht cijferige codes
(gecombineerde nomenclatuur) ook als losbladig
boekwerk verkrijgbaar. Hierin zijn de algemeen
geldende rechten bij invoer opgenomen. De
afwijkende tarifaire maatregelen en de
non-tarifaire maatregelen zijn uitsluitend
opgenomen in het gebruikstarief op het Internet.
Artikel
28
Voor zover
de vermelding in een douaneaangifte van het gehalte,
de samenstelling of de hoeveelheid van de goederen
van belang is met het oog op de heffing van rechten
bij invoer, mag die vermelding achterwege blijven
voor zover de bijzonderheden redelijkerwijs niet
bekend kunnen zijn en de aangever verzoekt deze op
zijn kosten door het Rijk te laten bepalen. De
aangifte dient een voorlopige aanduiding van het
ontbrekende gegeven te bevatten die gebaseerd is op
de gegevens waarover de aangever beschikt en die de
inspecteur aanvaardbaar acht.
Artikel
29
- 1.
- De
formulieren Enig document worden ingevuld
overeenkomstig het bepaalde in bijlage VI. De in
die bijlage opgenomen tekst wordt aangehaald
als: Toelichting Enig document.
- 2.
- De bij
de invulling van het formulier Enig document te
gebruiken codes zijn de codes opgenomen in het
codeboek Sagitta en beschikbaar via
Internetadres www.douane.nl.
Artikel
30
- 1.
- Tenzij
bij wettelijke bepalingen anders is bepaald,
heeft een douaneaangifte een geldigheidsduur van
één maand.
- 2.
- In
voorkomend geval is de inspecteur bevoegd een
kortere of langere geldigheidsduur vast te
stellen mede met inachtneming van de douaneregeling
waaronder de goederen zijn geplaatst.
Artikel
31
- 1.
- Indien
de aangifte met toepassing van artikel 201,
tweede lid, van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek is ingediend, worden
de goederen binnen zeven dagen na indiening van
die aangifte bij het douanekantoor aangebracht.
- 2.
- De
plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht
dient aan het douanekantoor te worden gemeld
door inlevering van een schriftelijke,
gedateerde en ondertekende verklaring waarin dit
gegeven is vermeld. Tevens wordt in de
verklaring vermeld de aangifte-identificatie die
op de ingeleverde aangifte in vak A door de
aangever of door de douane is vermeld. In geval
van een elektronische aangifte worden deze
gegevens verstrekt in een elektronisch bericht.
§
3. Aangifte welke met gebruikmaking van automatische
gegevensverwerking wordt gedaan
Artikel
32
| 1. |
Aangiften
kunnen, door degenen aan wie daartoe een
vergunning is verleend, elektronisch worden
ingediend. In de vergunning kan het indienen
van een elektronische aangifte worden
beperkt tot bepaalde douaneregelingen.
|
| 2. |
De
vermeldingen in vak 44 van het formulier
Enig document betreffende overgelegde
bescheiden, hebben in een elektronische
aangifte betrekking op bescheiden die de
aangever op het tijdstip waarop de aangifte
wordt gedaan in zijn bezit heeft. De
bescheiden, voorzien van de
aangifte-identificatie op de wijze zoals
bepaald in de Toelichting Enig document,
moeten uiterlijk de tweede werkdag na de dag
waarop de aangifte is gedaan zijn ontvangen
op het douanekantoor waar de elektronische
aangifte is gedaan, tenzij door de
inspecteur anders is bepaald. In de
vergunning tot het indienen van
elektronische aangiften kunnen nadere
bepalingen worden gesteld voor de wijze van
toezending van de bescheiden of voor de
wijze van archivering daarvan.
|
Artikel
33
In geval
van een elektronische aangifte wordt de aangifte van
gegevens inzake de douanewaarde als bedoeld in
artikel 178 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek elektronisch gedaan door
de vereiste gegevens te vermelden in de aangifte
voor het vrije verkeer alsof zij daarvan deel
uitmaken.
De
gegevens worden vermeld op dezelfde wijze als is
voorgeschreven voor het vermelden van de gegevens in
een formulier D.V.1, behoudens de afwijkingen die
blijken uit hetgeen is bepaald in de vergunning tot
het doen van elektronische aangiften voor het vrije
verkeer.
§
4. Controle van aangiften
Artikel
34
- 1.
- Bij
verificatie van een aangifte door middel van
onderzoek van de goederen wordt de uitkomst van
een onderzoek of van het heronderzoek geacht
overeen te komen met de aangifte, indien een
verschil op de waarde of de hoeveelheid geringer
is dan één percent van hetgeen aanwezig is,
mits de bevinding van dat verschil niet van
invloed is op de berekening van het bedrag dat
verschuldigd is, wordt terugbetaald of
kwijtgescholden en het verschil is ontstaan
tengevolge van dwaling of onwillekeurig verzuim.
- 2.
- Een
summiere aangifte dan wel een document voor
douanevervoer waarvan de goederen aan de hand
van de omschrijving niet te identificeren zijn,
wordt voorzien van de vereiste aftekeningen en
verklaringen indien een verschil op de
hoeveelheid van de goederen geringer is dan tien
percent van hetgeen aanwezig is, mits het is
ontstaan ten gevolge van een dwaling of
onwillekeurig verzuim van de aangever.
- 3.
- Vorenstaande
leden zijn niet van toepassing op het aantal
colli of losse voorwerpen.
Artikel
35
Behoudens
hetgeen is bepaald met betrekking tot heronderzoek
van de hoeveelheid en de soort is de aangever
bevoegd heronderzoek te vorderen ten aanzien van de
samenstelling van de goederen.
§
5. Het in het vrije verkeer brengen
Artikel
36
| 1. |
Het
verzoek bedoeld in artikel 81 van het
Communautair douanewetboek kan slechts bij
de inspecteur worden gedaan indien in de
douaneaangifte de goederensoort is vermeld
waarvoor het tarief van de rechten bij
invoer het hoogste is onder de toevoeging
’en andere goederen’.
Een
dergelijk verzoek dient te worden gedaan
door in vak 44 van het formulier Enig
Document te vermelden ’Verzoeke toepassing
artikel 81 CDW’.
|
| 2. |
De
in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven kan worden toegestaan indien het
een partij goederen betreft bestaande uit
twee of meer goederensoorten die elk een
waarde hebben van niet meer dan € 1000 en
een nettogewicht van niet meer dan 1 000 kg;
|
| 3. |
De
in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven is niet toegestaan:
-
indien
onder de goederensoorten die deel
uitmaken van de partij zich een
goederensoort bevindt waarvan het in het
vrije verkeer brengen ingevolge andere
wettelijke bepalingen dan die inzake de
rechten bij invoer is verboden of
beperkt of aan regelen is gebonden;
-
indien
aanspraak wordt gemaakt op toepassing
van een preferentieel tarief zonder dat
wordt aangetoond dat de gehele partij
voldoet aan de daarvoor geldende
bepalingen;
-
indien
onder de goederensoorten die deel
uitmaken van de partij zich een
goederensoort bevindt waarvoor een
tarief geldt met een andere maatstaf dan
de waarde.
|
Artikel
37
- 1.
- Bij
het doen van een aangifte voor het vrije verkeer
voor de goederen bedoeld in bijlage VII, kolom
3, wordt een origineel ondertekend, volledig en
naar waarheid ingevuld en goed leesbaar
formulier L in tweevoud, overgelegd. Het
gestelde bij of krachtens artikel
17 van het Douanebesluit is van
overeenkomstige toepassing.
- 2.
- Als
een aangifte voor het vrije verkeer elektronisch
geschiedt en daartoe toestemming is verleend,
wordt het formulier L geacht in overeenstemming
met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de
volgens het formulier L vereiste gegevens worden
vermeld in de aangifte voor het vrije verkeer.
In de gevallen dat zekerheid is gesteld bij het
productschap dient een formulier
zekerheidsstelling te worden overgelegd.
- 3.
- Voor
goederen, die vallen onder de bij bijlage VII,
onder kolom 3, genoemde posten van de
gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van
posten of ex-posten en aangeduid zijn met het
teken *), gelden de verplichtingen, gesteld in
dit lid, niet, indien op de dag van aanvaarding
van de aangifte in voorkomend geval mede gelet
op hun oorsprong en/of herkomst, volgens de
regelen van de in deze bijlage genoemde
verordeningen dan wel de daarop gebaseerde
uitvoeringsbepalingen geen bedrag aan
landbouwheffingen is vastgesteld.
- 4.
- De
inspecteur zendt terstond nadat de goederen zijn
vrijgegeven, het formulier L, bedoeld in het
eerste lid toe aan het bevoegd productschap.
- 5.
- Uit
het formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan
wel uit begeleidende of nagezonden stukken
blijkt:
-
van
de bevindingen van de inspecteur bij
verificatie van de aangifte voor het vrije
verkeer ten aanzien van alle feiten of
omstandigheden die van belang zijn voor de
toepassing van het heffingen- en in
voorkomend geval het subsidieregime, alsmede
het vergunningen- en certificatenstelsel bij
invoer;
-
in
voorkomend geval, dat de ontvanger zich
heeft belast met de inning van de heffing,
in welk geval tevens het bedrag van de
opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat
geen heffing is opgelegd;
-
ingeval
bij de aangifte voor het vrije verkeer een
voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat
niet hier te lande is afgegeven: de
instantie die het certificaat heeft
afgegeven alsmede het nummer van het
betrokken certificaat, terwijl bovendien een
fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
- 6.
- Op de
aangifte voor het vrije verkeer stelt de
inspecteur met inachtneming van de regels ter
zake in voorkomend geval aantekening op het
overgelegde certificaat.
§
6. Uitvoer
Artikel
38
| 1. |
De
inspecteur kan bij vergunning toestaan dat
voor een partij goederen die bestaat uit
twee of meer goederensoorten waarbij van
elke goederensoort de waarde niet meer is
dan € 1000 en het nettogewicht niet meer
dan 1.000 kg, een aangifte ten uitvoer wordt
gedaan alsof de gehele partij uitsluitend
bestaat uit die van de partij deel
uitmakende goederensoort die de hoogste
waarde heeft. In de aangifte wordt aan de
eigen benaming van de vorenbedoelde
goederensoort toegevoegd de vermelding ’en
andere goederen’ en worden de vermeldingen
opgenomen die de inspecteur in de vergunning
voorschrijft.
|
| 2. |
De
in het eerste lid bedoelde vergunning kan
slechts worden verleend in de gevallen
waarin het uitgaan uit het douanegebied van
de Gemeenschap zal plaatsvinden vanuit
Nederland.
|
| 3. |
De
in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven is niet toegestaan:
| a. |
indien
een aangifte ten uitvoer betrekking
heeft op de tijdelijke uitvoer of
wederuitvoer;
|
| b. |
indien
onder de goederensoorten die deel
uitmaken van de partij zich een
goederensoort bevindt waarvan de
uitvoer ingevolge andere wettelijke
bepalingen dan die inzake de rechten
bij invoer is verboden of beperkt of
aan regelen is gebonden;
|
| c. |
indien
onder de goederensoorten zich
goederen bevinden waarvoor
terugbetaling of kwijtschelding van
rechten bij invoer, omzetbelasting,
accijns of verbruiksbelastingen kan
worden verleend.
|
|
| 4. |
De
inspecteur kan afwijkingen toestaan van het
bepaalde in het tweede lid.
|
| 5. |
Indien
de in het eerste lid bedoelde wijze van
aangeven wordt toegestaan voor goederen die
als scheepsprovisie of scheepsbehoeften
zullen worden afgeleverd aan in het
buitenland verblijvende schepen, mag als
soort van de goederen worden vermeld
’scheepsprovisie’ onderscheidenlijk
’scheepsbehoeften’.
|
Artikel
39
- 1.
- Bij
het doen van aangifte ten uitvoer voor de
goederen bedoeld in bijlage VII, kolom 4, wordt
een origineel ondertekend, volledig en naar
waarheid ingevuld en goed leesbaar formulier L
in enkelvoud, overgelegd. Het gestelde bij of
krachtens artikel
17 van het Douanebesluit is van
overeenkomstige toepassing.
- 2.
- Als
een aangifte ten uitvoer elektronisch geschiedt
en daartoe toestemming is verleend, wordt het
formulier L geacht in overeenstemming met het
eerste lid te zijn overgelegd, mits de volgens
het formulier L vereiste gegevens worden vermeld
in de aangifte ten uitvoer.
- 3.
- Ten
aanzien van goederen die vallen onder de in
bijlage VII, onder kolom 4, genoemde posten van
de gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van
posten of ex-posten, en aangeduid zijn met het
teken **), gelden de verplichtingen, gesteld in
het vorige leden niet, indien op de dag van de
aanvaarding van de aangifte, voor geen enkele
bestemming een bedrag aan restitutie is
vastgesteld, tenzij het betreft wederuitvoer van
goederen waarvoor een ontheffing van de ter zake
van de invoer van deze goederen opgelegde
heffing is verzocht.
- 4.
- De
inspecteur zendt het formulier L, bedoeld in het
eerste lid terstond nadat de goederen zijn
vrijgegeven toe aan het bevoegd productschap.
- 5.
- Uit
formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan wel
uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt:
-
van
de bevindingen van de inspecteur bij
verificatie van de aangifte ten uitvoer ten
aanzien van alle feiten of omstandigheden
die van belang zijn voor de toepassing van
het heffingen- en in voorkomend geval het
restitutieregime, alsmede het vergunningen-
en certificatenstelsel bij uitvoer;
-
in
voorkomend geval, dat de ontvanger zich
heeft belast met de inning van de heffing,
in welk geval tevens het bedrag van de
opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat
geen heffing is opgelegd;
-
in
voorkomend geval van de plaatsing onder de
regeling van het communautair douanevervoer
of onder de regeling voor communautair
douanevervoer voor per spoor vervoerde
goederen als bedoeld in de
toepassingsverordening Communautair
douanewetboek.
-
ingeval
bij de aangifte ten uitvoer een uitvoer- of
voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat
niet hier te lande is afgegeven: de
instantie die het certificaat heeft
afgegeven alsmede het nummer van het
betrokken certificaat, terwijl bovendien een
fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
- 6.
- Voorts
zendt de inspecteur het controle-exemplaar T5 in
voorkomende gevallen toe, terstond na
terugontvangst en na onderzoek, aan het
productschap.
Artikel
40
Overlading
van goederen die voor de douaneregeling
uitvoer zijn vrijgegeven kan in alle gevallen
plaatsvinden. Met de overlading mag echter niet
worden aangevangen dan na toestemming van de
inspecteur onder vermelding van de identiteit van
het vervoermiddel waarin zal worden overgeladen.
Afdeling
2. Vereenvoudigde procedures
Artikel
41
- 1.
- Indien bij
een vereenvoudigde aangifte bescheiden worden
overgelegd, wordt op de vereenvoudigde aangifte
vermeld welke dit zijn.
- 2.
- De
vergunning voor een procedure voor het indienen van
een vereenvoudigde aangifte voor goederen waarvoor
ingevolge andere wettelijke bepalingen dan die
inzake de rechten bij invoer de plaatsing onder een douaneregeling
is beperkt of aan regels is gebonden kan slechts
worden verleend met toestemming van Onze Minister.
Een zodanige toestemming wordt slechts gegeven in
overeenstemming met de Minister onder wiens
verantwoordelijkheid de vorenbedoelde wettelijke
voorschriften vallen.
Artikel
42
Ingeval de
goederen hun bestemming volgen in het bedrijf van een
’toegelaten geadresseerde’, als bedoeld in artikel
406 van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek wordt de bij of krachtens de In-
en uitvoerwet (Stb. 1988, 228) afgegeven
vergunning, ten behoeve van toezicht op de naleving van
het bepaalde bij of krachtens laatstbedoelde wettelijke
voorschriften, uiterlijk vóór de tweede werkdag nadat
de goederen in het bedrijf zijn aangekomen ingeleverd
bij de in de vergunning daartoe aangewezen inspecteur.
Het eerste lid
is van overeenkomstige toepassing indien voor de
goederen een registratieformulier wordt overgelegd.
Artikel
43
- 1.
- In de
gevallen waarin op de voet van artikel 260 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
vergunning wordt verleend kan de inspecteur, indien
zulks naar zijn oordeel wenselijk is ter voorkoming
van lange wachttijden als gevolg van ernstige
piekvorming in de werkzaamheden, vergunnen dat de
aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan.
- 2.
- Het
tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte
wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met
dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn
dan een maand. De aanvullende aangifte wordt gedaan
vóór de derde werkdag na het einde van het
tijdvak.
- 3.
- De
vergunning wordt voor elk douanekantoor waar de
wenselijkheid als bedoeld in het eerste lid zich
voordoet, afzonderlijk verleend en geldt tot
wederopzegging. De vergunning kan worden beperkt of
kan niet geldig worden verklaard voor bepaalde
tijdvakken en/of omstandigheden.
Artikel
44
- 1.
- In de
gevallen waarin met toepassing van artikel 260 van
de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
vergunning wordt verleend kan de inspecteur, voor
massagoederen die veelvuldig in het vrije verkeer
worden gebracht en die, indien zij gelijktijdig in
het vrije verkeer zouden worden gebracht als één
hoeveelheid zouden kunnen worden aangegeven, op de
voet van artikel 262, eerste lid, van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek,
vergunnen dat de aanvullende aangifte periodiek
wordt gedaan.
- 2.
- Het
tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte
wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met
dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn
dan een maand. De termijn waarbinnen de aanvullende
aangifte wordt gedaan is vóór de derde werkdag na
het einde van een tijdvak.
- 3.
- De
vergunning wordt niet verleend voor goederen waarvan
ingevolge andere wettelijke voorschriften dan de
wettelijke bepalingen het in het vrije verkeer
brengen is beperkt of aan regels is gebonden.
Artikel
45
- 1.
- Vergunning
met toepassing van artikel 260 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
voor het indienen van een onvolledige aangifte
gesteld op een formulier Enig document, wordt
slechts verleend indien het gegeven dat niet bekend
is bepalend is voor de indeling in het
gebruikstarief en dit redelijkerwijze nog niet
bekend kan zijn. In de vergunning wordt vermeld voor
welke goederen de vergunning geldt.
- 2.
- Voor
goederen waarvoor ingevolge andere wettelijke
voorschriften dan de wettelijke bepalingen het in
het vrije verkeer brengen is beperkt of aan regels
is gebonden, wordt de vergunning slechts éénmalig
verleend.
Bovendien
dient aan hetgeen dat ingevolge deze wettelijke
voorschriften is vereist, te worden voldaan voordat
de goederen worden weggevoerd. Indien naar het
oordeel van de inspecteur zonder bezwaar kan worden
voldaan aan de wettelijke voorschriften bij
indiening van de aanvullende aangifte kunnen de
goederen worden weggevoerd zonder dat ten tijde van
de wegvoering daaraan is voldaan.
- 3.
- In de
vergunning kan voor het doen van de aanvullende
aangifte een termijn worden bepaald die afwijkt van
de termijn die is bepaald in artikel
22, vierde lid, van het Douanebesluit.
- 4.
- De
aanvraag tot het verlenen van een eenmalige
vergunning wordt gesteld op de vereenvoudigde
aangifte.
Artikel
46
- 1.
- Voor de
vereenvoudigde procedures, bedoeld in de artikelen
282 en 283 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, kan de inspecteur
vergunning verlenen dan wel in de vergunning bepalen
dat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 288 van
de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek, gebruik wordt gemaakt van een
handels- of administratief bescheid in plaats van
het formulier Enig document.
- 2.
- Het
bepaalde in het eerste lid kan slechts worden
toegestaan voor de gevallen waarin het daadwerkelijk
verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap
plaatsvindt vanuit een andere Lid-Staat dan
Griekenland.
Artikel
47
- 1.
- Onverminderd
artikel 22, vierde
lid, van het Douanebesluit kan worden
toegestaan dat de aanvullende aangifte voor de
vereenvoudigde procedures, bedoeld in de artikelen
282 en 283 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek periodiek wordt ingediend
bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Dit kan
slechts worden toegestaan indien ten genoegen van de
inspecteur is aangetoond dat ter zake tussen
belanghebbende en het Centraal Bureau voor de
Statistiek overeenstemming is bereikt. Vorenstaande
is niet van toepassing indien de aanvullende
aangifte elektronisch wordt ingediend.
- 2.
- Het
tijdvak waarover de in het eerste lid bedoelde
periodieke aangifte ten uitvoer wordt gedaan is een
maand. De termijn waarbinnen de aangifte wordt
gedaan is twee werkdagen na het einde van dat
tijdvak. In overeenstemming met het Centraal Bureau
voor de Statistiek kan in de vergunning een ander
tijdvak en een andere termijn worden vastgesteld.
Afdeling
3. Schorsingsregelingen en economische douaneregelingen
§
1. Douanevervoer
Artikel
48
Als
Rijnvaartwaterweg worden de waterwegen aangewezen,
opgenomen in bijlage VIII.
Artikel
49
Goederen
die over zee zijn binnengebracht en rechtstreeks
onder de regeling douanevervoer zullen worden
geplaatst, kunnen worden aangegeven door inlevering
van een Rijnvaartmanifest nieuw model indien zij
verder worden vervoerd langs de Rijn, langs een
Rijnvaartwaterweg of over zee en, indien het vervoer
van de goederen daarbij in België of Luxemburg zal
plaatsvinden langs waterwegen waarlangs, ingevolge
de aldaar geldende wetgeving, het vervoer van
goederen welke zijn aangegeven door inlevering van
een Rijnvaartmanifest, kan geschieden.
Artikel
50
- 1.
- Wanneer
de inspecteur het noodzakelijk acht goederen te
identificeren ter verzekering van de heffing van
de rechten bij invoer door middel van het
aanbrengen van identificatiemiddelen op
laadruimten van vervoermiddelen of op containers
wordt slechts geacht hieraan voldaan te zijn
indien:
-
de
bouw en inrichting van de laadruimte van een
vrachtauto, waaronder voor de toepassing van
dit artikel mede worden begrepen
aanhangwagen(s) en oplegger(s):
-
voldoen
aan het bij de TIR-overeenkomst
behorende reglement betreffende de
technische voorwaarden, van toepassing
op voertuigen welke kunnen worden
toegelaten tot internationaal vervoer
onder douaneverzegeling;
-
in
belangrijke mate voldoen aan
vorenbedoeld reglement en daarvan
slechts afwijken in verband met het
bijzondere karakter van de te vervoeren
goederen of met de bijzondere aard van
het vervoer, mits in voldoende mate
afsluitbaarheid mogelijk is.
-
de
bouw en de inrichting van een container
voldoen aan de bij de TIR-Overeenkomst of de
Douane-overeenkomst inzake containers (Trb.
1957, 124) behorende reglementen betreffende
de technische voorwaarden, van toepassing op
containers welke kunnen worden toegelaten
tot internationaal vervoer onder
douaneverzegeling;
-
de
bouw en de inrichting van een laadruimte van
een schip voldoen aan:
-
de
voorwaarden gesteld in het bij
Koninklijk besluit van 26 oktober 1965
(Stb. 458) van kracht verklaarde
Reglement betreffende de douanesluiting
van Rijnschepen, dan wel aan
-
de
volgende maatstaven:
- 1°.
- de
verzegeling moet op eenvoudige en
doeltreffende wijze kunnen worden
aangebracht;
- 2°.
- alle
ruimten welke goederen bevatten,
moeten gemakkelijk door de
inspecteur aan een onderzoek kunnen
worden onderworpen;
-
de
bouw en de inrichting van andere laadruimten
voldoen aan de in onderdeel c, nr. 2
bedoelde maatstaven, alsmede aan de eis dat,
ingeval zich ledige ruimten bevinden tussen
de schotten welke de wanden, de vloer en het
dak van het vervoermiddel vormen, de
binnenkleding vast is bevestigd, volledig en
aaneengesloten en bovendien zodanig is
aangebracht, dat zij niet of ten dele kan
worden losgemaakt zonder zichtbare sporen na
te laten.
- 2.
- Het
eerste lid is niet van toepassing indien de
goederen worden vervoerd onder de regeling voor
communautair douanevervoer.
- 3.
- Ten
bewijze dat de bouw en inrichting van de
laadruimte van een vrachtauto of een container
aan het bepaalde in het eerste lid voldoen,
dient de vrachtauto of de container te zijn
voorzien van een geldig certificaat van
goedkeuring. In plaats van een certificaat van
goedkeuring kan een container welke uitsluitend
per spoor wordt vervoerd en welke toebehoort aan
of is ingeschreven bij een spoorwegmaatschappij,
of een container waarvan een prototype bij de
vervaardiging is goedgekeurd, zijn voorzien van
het bij of ter uitvoering van de
Douane-overeenkomst inzake containers
vastgesteld kenteken. Ten bewijze dat de bouw en
de inrichting van een schip voldoen aan de
bepalingen van het eerste lid, onderdeel c, nr.
1 dient het schip te zijn voorzien van een
geldig certificaat als bedoeld in het in die
bepaling bedoelde reglement.
- 4.
- Vrachtauto's
en containers, waarvan de eigenaar hier te lande
woont of is gevestigd of waarmede voor de eerste
maal goederen onder douaneverzegeling worden
overgebracht, alsmede prototypen van hier te
lande te vervaardigen containers waarvoor de
fabrikant goedkeuring wenst, worden, voordat met
het overbrengen van de goederen wordt
aangevangen, aangeboden aan de inspecteur voor
een onderzoek naar de bouw en de inrichting van
de laadruimte. Voor vrachtauto's welke voldoen
aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a,
nr. 2, worden slechts certificaten van
goedkeuring afgegeven welke zijn voorzien van de
aanduiding: `Niet geldig voor TIR-vervoer'. Op
de certificaten van goedkeuring van
laatstbedoelde vrachtauto's worden voorts
vermeld de soort van de goederen en de aard van
het vervoer waarvoor de laadruimte is
goedgekeurd.
- 5.
- Schepen
waarvoor een certificaat wordt verlangd als
bedoeld in het reglement, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c nr. 1, worden, voordat met het
overbrengen van de goederen wordt aangevangen,
aangeboden aan de inspecteur voor een onderzoek
naar de bouw en de inrichting van de laadruimte.
Het certificaat van goedkeuring wordt afgegeven
door die inspecteur.
- 6.
- De
beoordeling of de laadruimte van een ander
vervoermiddel dan een vrachtauto, container of
een schip is als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c, nr. 1, voldoet aan de in het eerste
lid, onderdeel c, nr. 2 of onderdeel d, vermelde
maatstaven, berust bij de inspecteur die met het
daadwerkelijk toezicht is belast.
Artikel
51
- 1.
- Wanneer
de inspecteur het noodzakelijk acht goederen te
identificeren ter verzekering van de heffing van
de rechten bij invoer, op een andere wijze dan
door middel van het aanbrengen van
identificatiemiddelen op laadruimten van
vervoermiddelen of op containers wordt slechts
geacht hieraan voldaan te zijn indien naar zijn
oordeel:
-
de
goederen zich bevinden in bergings- of
verpakkingsmiddelen welke door het
aanbrengen van zegels zodanig door de
inspecteur kunnen worden gesloten, dat na
het aanbrengen van die zegels geen goederen
aan die bergings- of verpakkingsmiddelen
kunnen worden onttrokken zonder dat die
bergings- of verpakkingsmiddelen of de
daaraan aangebrachte zegels op zichtbare
wijze worden geschonden, of
-
de
soort van de goederen duidelijk kan worden
waargenomen en voor onttrekking geen vrees
bestaat, of
-
de
goederen in verband met hun omvang niet in
een afsluitbare laadruimte van een
vervoermiddel kunnen worden overgebracht,
dan wel
-
de
goederen zich bevinden in behoorlijke
verpakkings- of bergingsmiddelen waarop
herkenningsmerken kunnen worden aangebracht.
- 2.
- Het
eerste lid, onderdeel c, vindt slechts
toepassing indien:
-
de
goederen kunnen worden aangemerkt als zware
of omvangrijke goederen in de zin van de
TIR-Overeenkomst, of
-
het
vervoermiddel waarmede de goederen worden
overgebracht is voorzien van een bijzondere,
op het vervoer van die goederen gerichte
constructie welke het op doeltreffende wijze
aanbrengen van een verzegeling na de lading
van die goederen mogelijk maakt, of
-
op
de goederen herkenningsmerken kunnen worden
aangebracht.
Artikel
52
In
afwijking van het bepaalde in artikel 357, vierde
lid, van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek kan het vervoer van goederen zonder
identificatiemiddel plaatsvinden voor zover dit
vervoer uitsluitend wordt verricht in de
geografische gebieden genoemd in Bijlage IX.
| 2. |
De
toestemming voor dit vervoer wordt slechts
verleend indien naar het oordeel van de
inspecteur de wettelijke maatregelen waaraan
de goederen zijn onderworpen voldoende zijn
gewaarborgd. De inspecteur kan voor de
toepassing van deze bepalingen nadere
voorwaarden stellen.
|
| 3. |
Gebruikmaking
van de in dit artikel bedoelde regeling kan
worden aangehaald als ’vlagvervoer’.
|
Artikel
53 [Vervallen per 25-09-2005]
Artikel
54
- 1.
- Aangiften
voor communautair douanevervoer kunnen op
verzoek van de aangever door de inspecteur
worden aanvaard hoewel hierin het brutogewicht
nog niet is vermeld.
- 2.
- De
goederen worden door de inspecteur slechts
vrijgegeven voor de regeling nadat door
belanghebbende het in het eerste lid bedoelde
gegeven is verstrekt.
§
2. Douane-entrepots
Artikel
55
Als
waarborg voor de betaling van de douaneschuld die
kan ontstaan ten aanzien van goederen die onder het
stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst, dient
door de entreposeur zekerheid te worden gesteld. Ten
aanzien van goederen die zullen worden geplaatst in
een entrepot van het type B dient deze zekerheid te
worden gesteld door de entrepositaris.
§
3. Actieve veredeling
Artikel
56
- 1.
- Met de
afgifte van een vergunning actieve veredeling
voor de goederen die vallen onder de
verordeningen genoemd in kolom 1 van bijlage
VII, met uitzondering van de goederen die vallen
onder de basisverordeningen genoemd in kolom I
van de horizontale balken I-l, VIa, VIb, en VIc
alsmede VIIa, is het productschap belast dat in
deze bijlage is aangegeven.
- 2.
- De
aanvraag ter verkrijging van een vergunning
wordt in een dergelijk geval gericht aan het
betrokken productschap.
- 3.
- Het
betrokken productschap kan aan de plaatsing van
de goederen onder de regeling de voorwaarde
verbinden dat een zekerheid wordt gesteld als
waarborg voor de betaling van de douaneschuld
die ten aanzien van deze goederen kan ontstaan.
Deze zekerheid dient te worden gesteld bij dit
betrokken productschap.
- 4.
- Wanneer
voor de in het eerste lid bedoelde goederen een
douaneschuld ontstaat wordt het bedrag van de
compenserende interesten vastgesteld door het
betrokken productschap.
Artikel
57
- 1.
- Bij
het doen van een aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling actieve veredeling voor goederen
waarvoor ingevolge artikel 56 een productschap
de vergunningafgevende instantie is, dient een
origineel ondertekend, volledig en naar waarheid
ingevuld en goed leesbaar formulier L in
tweevoud te worden overgelegd.
- 2.
- Als
een aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling actieve veredeling elektronisch
geschiedt en daartoe toestemming is verleend,
wordt het formulier L geacht in overeenstemming
met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de
volgens het formulier L vereiste gegevens worden
vermeld in de aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling actieve veredeling. In de
gevallen dat zekerheid is gesteld bij het
productschap dient een formulier
zekerheidsstelling te worden overgelegd.
- 3.
- De
inspecteur zendt dit afgetekende formulier L aan
het betrokken productschap.
§
4. Tijdelijke invoer
Artikel
58
Als
instelling als bedoeld in artikel 570, letter b, van
de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
worden tevens aangemerkt de instellingen, opgenomen
in de bijlagen X en XI.
Artikel
59 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
60
Als
erkende instantie als bedoeld in artikel 565 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
worden aangewezen de instanties opgenomen in bijlage
XII.
Artikel
61 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
62
- 1.
- Gebruikmaking
van de regeling tijdelijke invoer wordt
toegestaan voor de voertuigen waarvoor hier te
lande een kentekenbewijs is afgegeven dat is
voorzien van de letters CD, CDJ dan wel de
letters BN of GN in combinatie met twee
cijfergroepen van elk twee cijfers, mits dat
kentekenbewijs geldig is.
- 2.
- De in
het eerste lid bedoelde voertuigen kunnen onder
de regeling worden geplaatst zonder
schriftelijke aanvraag of vergunning.
Artikel
63
| 1. |
Met
inachtneming van artikel van 561, eerste
lid, onderdeel a, onderscheidenlijk
onderdeel b van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, wordt toegestaan
dat wegvoertuigen welke worden betrokken uit
een douane-entrepot of een ruimte voor
tijdelijke opslag onder de regeling
tijdelijke invoer worden geplaatst.
|
| 2. |
Voor
voertuigen die overeenkomstig het eerste lid
onder de regeling zijn geplaatst, wordt een
kentekenbewijs afgegeven, dat is voorzien
van de letters BN of GN in combinatie met
twee cijfergroepen van elk twee cijfers en
een verticale rode balk met daarin de
vermelding van het jaar waarin de
vrijstelling eindigt en waarop voorkomt de
aanduiding: ’Vrijstelling van rechten bij
invoer en/of omzetbelasting en belasting van
personenauto’s en motorrijwielen onder
voorwaarde van wederuitvoer’.
|
| 3. |
Het
kentekenbewijs heeft een geldigheidsduur van
ten hoogste zes maanden in de gevallen als
bedoeld in artikel van 561, eerste lid,
onderdeel a, van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboeken van ten hoogste
drie maanden in de gevallen als bedoeld in
artikel van 561, eerste lid, onderdeel b,
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek.
|
Artikel
64 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel
65 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel
66
In
afwijking van artikel 233 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
kan voor niet- geregistreerde voertuigen de
douaneaangifte worden gedaan door een triptiek of
een carnet de passage en douane, dat is afgegeven
onder aansprakelijkheid van een vereniging die is
aangesloten bij de Alliance Internationale de
Tourisme of de Fédération Internationale
Automobile.
§
5. Passieve veredeling
Artikel
67
- 1.
- Op
verzoek van de vergunninghouder passieve
veredeling stelt de inspecteur het bedrag van
het ingevolge artikel 151 van het Communautair
douanewetboek in mindering te brengen bedrag
vast.
- 2.
- Bij
het in het vrije verkeer brengen van goederen
die overeenkomstig de douaneregeling
passieve veredeling tijdelijk zijn uitgevoerd
uit Nederland, is de gehele of gedeeltelijke
vrijstelling van rechten bij invoer van
overeenkomstige toepassing op de omzetbelasting.
Artikel
68
- 1.
- Met de
afgifte van een vergunning passieve veredeling
voor de goederen die vallen onder de
verordeningen genoemd in kolom 1 van bijlage
VII, met uitzondering van de goederen die vallen
onder de basisverordeningen genoemd in kolom I
van de horizontale balken I-l, VIa, VIb, en VIc
alsmede VIIa, is het productschap belast dat in
deze bijlage is aangegeven.
- 2.
- De
aanvraag ter verkrijging van een vergunning
wordt in een dergelijk geval gericht aan het
betrokken productschap.
- 3.
- Het
betrokken productschap kan aan de plaatsing van
de goederen onder de in het eerste lid genoemde
regeling de voorwaarde verbinden dat een
zekerheid wordt gesteld als waarborg voor de
betaling van de douaneschuld die ten aanzien van
deze goederen kan ontstaan. Deze zekerheid dient
te worden gesteld bij dit betrokken
productschap.
Artikel
69
- 1.
- Bij
het doen van een aangifte tot plaatsing onder de
douaneregeling passieve veredeling dient voor
goederen waarvoor ingevolge artikel 68 het
productschap de vergunningafgevende instantie
is, dient een origineel ondertekend, volledig en
naar waarheid ingevuld en goed leesbaar
formulier L in enkelvoud, te worden overgelegd.
- 2.
- De
inspecteur zendt dit afgetekende formulier L aan
het betrokken productschap.
Hoofdstuk
4. Verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap, vrije
entrepots en vrije zones
§ 1.
Verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap
Artikel
70
- 1.
- Als
douanekantoor van uitgang voor over zee uitgaande
goederen worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in
bijlage II.
- 2.
- Als
douanekantoor van uitgang voor door de lucht
uitgaande goederen worden aangewezen de plaatsen,
opgenomen in bijlage III.
Artikel
71
- 1.
- De
aangifte tot uitklaring, bedoeld in artikel
32 van het Douanebesluit, wordt gedaan door
inlevering van de bij de goederen behorende
douaneaangiften of wel de ten geleide van de
goederen dienende documenten, alsmede door de
inlevering bij vertrek van de generale verklaring (IMO/FAL
1).
- 2.
- De
generale verklaring (IMO/FAL 1) dient eveneens als
kennisgeving tot wederuitvoer zoals bedoeld in
artikel 182, derde lid van het Communautair
douanewetboek.
- 3.
- Van door
de lucht uitgaande goederen wordt de aangifte tot
uitklaring gedaan door inlevering van een generale
verklaring luchtvaart, zoals is voorzien bij het
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart
van Chicago van 7 december 1944, met daarin vervat
het manifest van lading, of van alleen een manifest
van lading, zoals is voorzien bij dat verdrag.
- 4.
- De
Inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in dit
artikel bedoelde aangifte, onderscheidenlijk
kennisgeving elektronisch worden gedaan.
Artikel
72
Als vaarwater
voor over zee uitgaande schepen en de daarin of daarop
aanwezige goederen worden aangewezen de vaarwaters,
opgenomen in bijlage I.
§ 2.
Vrije entrepots
Artikel
73
Als plaats
waar een vrij entrepot kan worden gevestigd, worden
aangewezen de plaatsen, opgenomen in bijlage XIII.
Artikel
74
- 1.
- Voor de
inslag in een vrij entrepot van goederen welke
hierna zijn genoemd, worden de navolgende
minimumhoeveelheden vastgesteld.
-
Voor
bier als bedoeld in artikel
6 van de Wet op de accijns:
-
op
fust: 5 hectoliter;
-
in
flessen of in andere kleine verpakking: 3
hectoliter.
-
Voor
minerale oliën als bedoeld in de artikelen
25 en 26
van de Wet op de accijns:
-
lichte
olie en gasolie: 250 liter;
-
halfzware
olie: 500 liter;
-
zware
stookolie en andere minerale oliën: 2000
kilogram.
- 2.
- Voor de
uitslag uit een vrij entrepot van goederen welke
hierna zijn genoemd, worden de navolgende
minimumhoeveelheden vastgesteld.
-
Voor
aan accijns onderworpen goederen: 500 kilogram
nettogewicht.
-
Voor
tabaksprodukten als bedoeld in artikel
29 van de Wet op de accijns: 4 kilogram
nettogewicht.
-
Voor
minerale oliën:
-
lichte
olie en gasolie: 250 liter;
-
halfzware
olie: 500 liter;
-
zware
stookolie en andere minerale oliën: 2000
kilogram.
- 3.
- In
afwijking van het tweede lid geldt geen
minimumhoeveelheid bij de uitslag van
tabaksprodukten uit een vrij entrepot bij het
brengen in het vrije verkeer met betaling van de
verschuldigde rechten bij invoer en bedraagt de
minimumhoeveelheid bij de uitslag uit een vrij
entrepot:
-
voor
overige alcoholhoudende produkten ter aflevering
als provisie aan boord van uitgaande schepen en
luchtvaartuigen of aan diplomaten, indien het
betreft:
- 1°.
- vloeistoffen:
5 liter, ongeacht het alcoholgehalte;
- 2°.
- andere
produkten:
-
5
kilogram nettogewicht;
-
voor
alcoholhoudende extracten, essences,
tincturen, parfumerieën,
toiletartikelen cosmetische produkten,
welke ten uitvoer worden uitgeslagen,
indien het betreft:
- 1°.
- vloeistoffen:
5 liter, ongeacht het
alcoholgehalte;
- 2°.
- andere
produkten: 5 kilogram nettogewicht;
-
voor
tabaksprodukten ter aflevering als
provisie aan boord van uitgaande schepen
en luchtvaartuigen of aan diplomaten: 1
kilogram nettogewicht.
- 4.
- De
inspecteur is bevoegd de in- en uitslag van goederen
in kleinere hoeveelheden toe te staan dan die
vermeld in de voorgaande leden.
§ 3.
Vrije zones
Artikel
74a
Als vrije zone
controletype II als bedoeld in artikel
46a van het Douanebesluit worden aangewezen de
geografische gebieden, opgenomen in bijlage XIII.
Artikel
74b
- 1.
- Bij de
aanvraag, bedoeld in artikel
46a van het Douanebesluit, dient door de
beoogde beheerder en de operateur(s) een aanvraag
tot goedkeuring van de voorraadadministratie,
bedoeld in artikel 804 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, te worden overgelegd.
- 2.
- De
operateur die activiteiten wil uitvoeren in een
aangewezen vrije zone controletype II, dient de
goedkeuring van de voorraadadministratie, bedoeld in
artikel 804 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, in te dienen bij de
inspecteur.
Artikel
74c
- 1.
- De
inspecteur kan van de in artikel
46b van het Douanebesluit genoemde personen
verlangen dat zekerheid wordt gesteld met betrekking
tot de door deze personen na te komen
verplichtingen.
- 2.
- Indien artikel
46b, derde lid, van het Douanebesluit van
toepassing is, kan de inspecteur alleen zekerheid
verlangen van de operateur.
Hoofdstuk
5. Begunstigde verrichtingen
§ 1.
Inleidende bepalingen
Artikel
75
| 1. |
In dit
hoofdstuk wordt verstaan onder verordening
918/83: Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983
betreffende de instelling van een communautaire
regeling inzake douanevrijstellingen (PbEG L
105).
|
| 2. |
In dit
hoofdstuk wordt verstaan onder normale
verblijfplaats: de plaats waar een natuurlijk
persoonlijk gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen
gedurende tenminste 185 dagen per kalenderjaar
wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen
of, indien hij geen beroepsmatige bindingen
heeft, wegens persoonlijke bindingen waaruit
nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar
hij woont, blijken.
Indien
belanghebbende zijn beroepsmatige bindingen op
een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke
bindingen en daardoor afwisselend verblijft in
verschillende landen, wordt hij geacht zijn
normale verblijfplaats te hebben in het land van
zijn persoonlijke bindingen, mits hij daar op
geregelde tijden terugkeert. Indien
belanghebbende zich op de plaats van zijn
beroepsmatige bindingen bevindt voor een
opdracht van een bepaalde duur, wordt hij geacht
zijn normale verblijfplaats te hebben in het
land van zijn persoonlijke bindingen.
De
omstandigheid dat onderwijs wordt genoten houdt
op zich niet in dat de normale verblijfplaats is
verplaatst.
De
normale verblijfplaats wordt aan de hand van
bescheiden, waaronder een legitimatiebewijs,
aangetoond. Indien de inspecteur daar om
verzoekt worden aanvullende inlichtingen en
bewijsstukken overgelegd.
|
§ 2.
Vrijstelling van rechten bij invoer overeenkomstig
verordening 918/83
Artikel
76
| 1. |
Voor
het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in de artikelen 2, 11, 16 en 19, 20, 25, 32 en
38, 51, 52 en 53, 59bis, 60, 63bis, 63quater,
65, 79, 87, onderdeel c en 100 van de
verordening 918/83, is een vergunning van de
inspecteur vereist.
|
| 2. |
Voor
de vrijstelling van rechten bij invoer als
bedoeld in artikel 50 van de verordening 918/83
is een vergunning van de inspecteur vereist voor
zover het betreft de goederen als bedoeld in
bijlage I, onderdeel B van die verordening.
|
| 3. |
Voor
de vrijstelling van rechten bij invoer als
bedoeld in de artikelen 71 en 72 van de
verordening 918/83 is een vergunning van de
inspecteur vereist voor zover de aldaar bedoelde
voorwerpen in het vrije verkeer worden gebracht
door een instelling of een organisatie.
|
Artikel
77
Onverminderd
het bepaalde in de artikelen 8, eerste lid, en 14,
eerste lid, van de verordening 918/83 kan de inspecteur
bepalen dat en tot welk bedrag zekerheid moet worden
gesteld voor het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de
artikelen 2, 11, 20, 25, 32 en 38 van die verordening.
Artikel
78
Indien voor
het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van
rechten bij invoer overeenkomstig de verordening 918/83
een vergunning is vereist, kan de inspecteur in die
vergunning bepalen dat in de aangifte voor het vrije
verkeer voor de goederen, andere dan motorrijtuigen, als
soort van de goederen mag worden vermeld:
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 2 van
voornoemde verordening: ’verhuisgoed’;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 11 van
voornoemde verordening: ’huwelijksgoederen’;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in de artikelen 16
en 19 van voornoemde verordening:
’erfgoederen’;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 20 van
voornoemde verordening: ’meubilering tweede
woning’;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 25 van
voornoemde verordening: ’roerende goederen
studenten’;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in de artikelen 32
en 38 van voornoemde verordening:
’kapitaalgoederen’;
|
| - |
voor
de vrijstelling als bedoeld in artikel 79 van
voornoemde verordening: ’goederen voor
bestrijding van rampen’.
|
Artikel
79
| 1. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in de artikelen 2, 11, 16 en 19, 20, 25 en 32 en
38 van de verordening 918/83 wordt slechts
verleend indien een door belanghebbende
ondertekende lijst wordt overgelegd, houdende
een omschrijving van alle goederen waarvoor
aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer
wordt gemaakt.
|
| 2. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 11 van de verordening 918/83 wordt
voorts slechts verleend voor zover
belanghebbende aantoont dat zijn huwelijk heeft
plaatsgehad of dat de eerste officiële stappen
met het oog op zijn huwelijk zijn gezet.
|
| 3. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in de artikelen 16 en 19 van de verordening
918/83 wordt voorts slechts verleend voor zover
een door een notaris of vergelijkbare
functionaris van het land van uitvoer afgegeven
verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat
de goederen door vererving zijn verkregen.
|
| 4. |
De
termijn van twaalf maanden, als bedoeld in
artikel 37, eerste lid, van de verordening
918/83 wordt niet verlengd.
|
| 5. |
Voor
het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer van
voorwerpen voor blinden en andere gehandicapten
als bedoeld in de artikelen 71 en 72 van de
verordening 918/83, die door de gehandicapten
zelf worden ingevoerd of als gift rechtstreeks
aan hen worden gezonden, kan de inspecteur in
twijfelgevallen om een medische verklaring
vragen om de handicap aan te tonen.
|
Artikel
80
| 1. |
Als
instellingen en organisaties als bedoeld in
artikel 51, tweede streepje, van de verordening
918/83, worden aangewezen de instellingen en
organisaties, genoemd in bijlage XIV.
|
| 2. |
Als
particuliere instellingen als bedoeld in artikel
52, tweede lid, tweede streepje, van de
verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen, genoemd in bijlage XV.
|
| 3. |
Als
particuliere instellingen als bedoeld in artikel
60, tweede lid, tweede streepje, van de
verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen, genoemd in bijlage XVI.
|
| 4. |
Als
laboratorium als bedoeld in artikel 62,
onderdeel a, van de verordening 918/83, wordt
aangewezen het Centraal Laboratorium van de
Bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode
Kruis.
|
| 5. |
Als
instellingen als bedoeld in artikel 63bis,
eerste lid, van de verordening 918/83, worden
aangewezen de ziekenhuizen,
gezondheidsinstellingen en dergelijke
instellingen welke zich uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend bezighouden met medisch onderzoek,
medische diagnose of medische behandeling.
|
| 6. |
Als
geadresseerden als bedoeld in artikel 63quater
van de verordening 918/83, worden aangewezen de
geadresseerden, genoemd in bijlage XVII. De in
de bijlage bedoelde vergunningen dienen bij de
aanvraag voor een vergunning voor het brengen in
het vrije verkeer met vrijstelling van rechten
bij invoer te worden getoond.
|
| 7. |
Als
instellingen met een liefdadig of filantropisch
karakter als bedoeld in artikel 65, eerste lid,
onderdeel a, van de verordening 918/83, worden
aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage
XVIII.
|
| 8. |
Als
instellingen en organisaties als bedoeld in de
artikelen 71 en 72, eerste lid, van de
verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen en organisaties, genoemd in bijlage
XIX.
|
| 9. |
Als
instellingen met een liefdadig of filantropisch
karakter als bedoeld in artikel 79, eerste lid,
van de verordening 918/83, worden aangewezen de
instellingen, genoemd in bijlage XVIII.
|
| 10. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 107 van de verordening 918/83, wordt
slechts verleend indien de goederen zijn bestemd
voor een van de instellingen genoemd in bijlage
XX.
|
| 11. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 117 van de verordening 918/83, wordt
slechts verleend indien een attest of een
verklaring wordt overgelegd welke is afgegeven
door een organisatie, genoemd in bijlage XXI.
|
Artikel
81
Onverminderd
het bepaalde in de verordening 918/83 kan de aangifte
voor het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij
invoer voor de vrijstellingen bedoeld in de artikelen
86, onderdelen a en b, 87, onderdelen a en b, 90, 110,
111, 112, 116, 117 en 118 van die verordening, mondeling
worden gedaan.
Artikel
82
| 1. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer bedoeld in
artikel 45 van de verordening 918/83, wordt,
voor personeel van vervoermiddelen die in het
verkeer tussen derde landen en de Gemeenschap
worden gebruikt, voor de hierna vermelde
goederen beperkt tot de volgende hoeveelheden.
-
tabaksprodukten:
sigaretten:
40 stuks
of
cigarillo’s
(sigaren die per stuk niet meer dan 3 gram
wegen): 20 stuks
of
sigaren:
10 stuks
of
rooktabak:
50 gram;
-
alcoholhoudende
dranken:
gedistilleerde
en alcoholhoudende dranken met een
alcoholgehalte van meer dan 22
volumepercenten: 1 liter
of
gedistilleerde
en alcoholhoudende dranken, aperitieven op
basis van wijn of alcohol, met een
alcoholgehalte van ten hoogste 22
volumepercenten; mousserende wijnen,
likeurwijnen: 1 liter,
en
niet-mousserende
wijnen: 1 liter.
|
| 2. |
Voor
de beoordeling van de vraag of monsters en
stalen als bedoeld in artikel 91 van de
verordening 918/83 een onbeduidende waarde
hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle
monsters en stalen die van eenzelfde zending
deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden
van de zendingen door dezelfde afzender aan
verschillende geadresseerden verzonden, worden
niet samengeteld, ook al worden de zendingen
gelijktijdig aangegeven voor het brengen in het
vrije verkeer.
|
| 3. |
De
vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld
in artikel 118 van de verordening 918/83, voor
lijkkisten die het stoffelijk overschot van een
overledene bevatten en voor urnen die de as van
een overledene bevatten, wordt slechts verleend
voor zover een laissez-passer voor lijken, een
lijkenpas of een overeenkomstige verklaring
wordt overgelegd.
|
§ 3.
Overige vrijstellingen van rechten bij invoer
Artikel
83
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van:
-
provisie
en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende
schepen, geen woonschepen zijnde;
-
provisie
aanwezig in luchtvaartuigen in internationaal
verkeer;
-
brandstoffen
en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende
schepen en luchtvaartuigen en bestemd voor de
aandrijving of smering daarvan.
- 2.
- Provisie
en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende
schepen, geen woonschepen zijnde, alsmede
brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in die
schepen en bestemd voor de aandrijving of smering
daarvan kunnen slechts met vrijstelling in het vrije
verkeer worden gebracht, indien die goederen
overeenkomstig artikel
4, derde lid van het Douanebesluit worden
aangegeven.
- 3.
- De
vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, wordt slechts verleend voor de
hoeveelheden, welke redelijkerwijs noodzakelijk
worden geacht voor het verbruik of gebruik aan
boord, gedurende de reis in Benelux.
- 4.
- De
vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c, wordt slechts verleend voor de
hoeveelheden welke redelijkerwijs noodzakelijk
worden geacht voor het verbruik aan boord van de
luchtvaartuigen gedurende de reis in Benelux.
- 5.
- De
vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel d, wordt slechts verleend voor de
hoeveelheden welke redelijkerwijs noodzakelijk
worden geacht voor het verbruik aan boord gedurende
de reis in Benelux.
- 6.
- Het is
verboden de goederen uit de vervoermiddelen te
verwijderen.
Artikel
84
| 1. |
Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van goederen die
bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik -
gebruik door inwonende gezinsleden daaronder
begrepen - van diplomatieke en consulaire
ambtenaren van in Nederland gevestigde
diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen,
mits zij geen Nederlander zijn en niet duurzaam
in Nederland verblijven. De vrijstelling wordt
voor motorrijtuigen beperkt tot maximaal twee
personenvoertuigen. De vrijstelling wordt
overeenkomstig verleend ten aanzien van
internationale ambtenaren voor wie met de
desbetreffende organisatie is overeengekomen dat
aan hen de voorrechten worden verleend die in
het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
1961 worden toegekend aan diplomatieke
ambtenaren. Honorair consuls zijn van de
vrijstelling uitgesloten.
|
| 2. |
Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van goederen die
bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik -
gebruik door inwonende gezinsleden daaronder
begrepen - van leden van het administratief,
technisch en bedienend personeel van in
Nederland gevestigde diplomatieke en consulaire
vertegenwoordigingen, mits zij geen Nederlander
zijn en niet duurzaam in Nederland verblijven,
en mits sinds de aanvang van de tewerkstelling
in Nederland ten hoogste tien jaar zijn
verstreken. De vrijstelling wordt voor
motorrijtuigen beperkt tot maximaal twee
personenvoertuigen. De vrijstelling wordt met
inachtneming van het in het vierde lid bepaalde
overeenkomstig verleend ten aanzien van
internationale ambtenaren voor wie met de
desbetreffende organisatie is overeengekomen dat
aan hen de voorrechten worden verleend die in
het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
1961 worden toegekend aan leden van het
administratief en technisch personeel van
diplomatieke vertegenwoordigingen.
|
| 3. |
Voor
het brengen in het vrije verkeer met
vrijstelling van rechten bij invoer is een
vergunning van de inspecteur vereist.
|
| 4. |
De
vergunning wordt slechts verleend onder
voorwaarde van wederkerigheid. Ten aanzien van
de internationale ambtenaren bedoeld in het
eerste lid wordt aangenomen dat aan de
voorwaarde van wederkerigheid wordt voldaan. Ten
aanzien van de internationale ambtenaren bedoeld
in het tweede lid wordt aangenomen dat aan de
voorwaarde van wederkerigheid wordt voldaan voor
één personenvoertuig, alsmede voor goederen
ingevoerd binnen één jaar na aanvang van de
tewerkstelling in Nederland.
|
| 5. |
De
aangifte voor het vrije verkeer wordt gedaan bij
de inspecteur, door de overlegging van een door
het hoofd van de diplomatieke of consulaire
vertegenwoordiging ondertekende aangifte Douane
39. De overlegging van deze aangifte houdt
tevens het verzoek tot het verlenen van de
vergunning in.
|
| 6. |
De
vergunning wordt slechts verleend, indien alle
douane-exemplaren van eerder gedane aangiften
ten behoeve van eenzelfde belanghebbende,
voorzien van een door hem en het hoofd van de
diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
voor gezien getekende ontvangstbevestiging,
binnen drie dagen na het verstrijken van de
geldigheidsduur van de volgens het vijfde lid
gedane aangifte door de inspecteur zijn
terugontvangen.
|
| 7. |
Voor
motorrijtuigen waarvoor overeenkomstig het
eerste of tweede lid vrijstelling van rechten
bij invoer is verleend, wordt een kentekenbewijs
afgegeven dat is voorzien van de aanduiding
’vrijstelling van rechten bij invoer en/of
omzetbelasting en/of belasting van
personenauto’s en motorrijwielen; vervalt bij
vervreemding; kentekenbewijs niet
overdraagbaar’.
|
| 8. |
De
overeenkomstig dit artikel met vrijstelling in
het vrije verkeer gebrachte goederen mogen niet
worden uitgeleend, verpand, verhuurd, noch onder
bezwarende titel of om niet worden overgedragen,
zonder dat daartoe, van de inspecteur die de
vrijstelling heeft verleend, toestemming is
verkregen.
|
| 9. |
Het is
verboden de goederen te gebruiken of te doen
gebruiken op een wijze of voor doeleinden
waarvoor de vrijstelling niet geldt. Met
betrekking tot motorrijtuigen geldt voorts dat
deze slechts mogen worden gebruikt indien
daarvoor een geldig Nederlands kentekenbewijs
kan worden getoond.
|
Artikel
85
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen van goederen in het vrije verkeer, die
bestemd zijn voor het officiële gebruik - bouwen en
herstellen daaronder begrepen - van in Nederland
gevestigde diplomatieke en beroepsconsulaire
vertegenwoordigingen.
- 2.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde tot en met negende
lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat het hoofd van de diplomatieke of
consulaire vertegenwoordiging in een verklaring
bevestigt dat de goederen voor het officiële
gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.
Artikel
86
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van
kanselarijbenodigdheden die bestemd zijn voor het
officiële gebruik van in Nederland gevestigde
honorair consulaire vertegenwoordigingen.
- 2.
- Onder
kanselarijbenodigdheden wordt verstaan officiële
emblemen en documenten alsmede kantoormeubilair en
kantoorbenodigdheden.
- 3.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde tot en met zesde lid,
achtste lid en negende lid, is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de
consulaire vertegenwoordiging in een verklaring
bevestigt dat de goederen voor het officiële
gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.
Artikel
87
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van goederen die
bestemd zijn voor het verrichten van de officiële
werkzaamheden door een internationale organisatie
genoemd in bijlage XXII.
- 2.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde lid en vijfde tot en
met negende lid, is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat het hoofd van de organisatie
in een verklaring bevestigt dat de goederen voor het
officiële gebruik van de organisatie bestemd zijn.
Artikel
88
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het
brengen in het vrije verkeer van personenvoertuigen
die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik
-gebruik door inwonende gezinsleden daaronder
begrepen - van personen in dienst bij een
internationale organisatie genoemd in bijlage XXIII
op wie artikel 84 niet van toepassing is, mits zij
geen Nederlander zijn en niet duurzaam in Nederland
verblijven, en mits sinds de aanvang van de
tewerkstelling in Nederland ten hoogste tien jaar
zijn verstreken. De vrijstelling wordt beperkt tot
één personenvoertuig.
- 2.
- Het
bepaalde in artikel 84, derde lid en vijfde tot en
met negende lid, is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat de in het derde lid bedoelde
vergunning slechts wordt verleend indien de
organisatie in een schriftelijke verklaring
bevestigt dat de persoon die gebruik wenst te maken
van de vrijstelling van rechten bij invoer in dienst
is bij die organisatie, geen Nederlander is en niet
duurzaam in Nederland verblijft; deze verklaring
dient tevens de normale verblijfplaats op het moment
van aanwerving te vermelden, alsmede de datum van de
aanvang van de tewerkstelling in Nederland.
Artikel
89 [Vervallen per 01-07-2002]
Artikel
90
- 1.
- Vrijstelling
van rechten bij invoer wordt verleend voor het in
het vrije verkeer brengen van gronduitrusting door
buiten Benelux gevestigde luchtvaartondernemingen om
op een douaneluchtvaartterrein te worden gebruikt
voor de inrichting of exploitatie van een
internationale luchtdienst door die ondernemingen.
- 2.
- Voor het
brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van
rechten bij invoer is een vergunning van de
inspecteur vereist.
- 3.
- De
vrijstelling wordt slechts verleend indien en voor
zover de Staat op wiens grondgebied de
luchtvaartonderneming is gevestigd aan Nederland,
België of Luxemburg een overeenkomstige
vrijstelling verleent.
- 4.
- Indien
eenzelfde vrijstellingsgenietende tegelijkertijd
goederen van twee of meer soorten in het vrije
verkeer brengt, mag worden volstaan met één
aangifte voor het brengen in het vrije verkeer die
is aangevuld met een lijst waarop de gegevens van de
goederen zijn vermeld.
§ 4.
Terugkerende goederen
Artikel
91
- 1.
- Goederen
waarvoor in het douanegebied van de Gemeenschap een
carnet ATA is afgegeven overeenkomstig artikel 797
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek worden aangegeven voor het vrije
verkeer door overlegging van een carnet.
- 2.
- Overlegging
bij de aangifte voor het vrije verkeer van een
uitvoerdocument als bedoeld in artikel 847 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek
dan wel van het inlichtingenblad INF-3 kan,
behoudens in de gevallen waarin de goederen in het
kader van de regeling passieve veredeling zijn
uitgevoerd, achterwege blijven voor:
-
motorrijtuigen
alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd
voor het vervoer van reisbenodigdheden,
duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen
met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien
bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs
aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens,
het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor
zover daaruit blijkt dat zij in het vrije
verkeer zijn;
-
aanhangwagens,
andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en
opleggers, voor zover uit de overgelegde
bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat
zij in het vrije verkeer zijn;
-
luchtvaartuigen
die in één der lid-staten zijn ingeschreven;
-
locomotieven
en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn
ingeschreven in het wagenpark van een in één
der lid-staten gevestigde spoorweg- of andere
onderneming, indien ten genoegen van de
inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit
het vrije verkeer van het douanegebied van de
Gemeenschap zijn uitgevoerd;
-
andere
vervoermiddelen, indien ten genoegen van de
inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit
het vrije verkeer van het douanegebied van de
Gemeenschap zijn uitgevoerd;
-
containers,
met inbegrip van het normale toebehoren en de
normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen
en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht
voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden
en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij
wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere
kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk
is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het
douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
-
goederen
die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van
reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer
van het douanegebied van de Gemeenschap zijn
uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de
herkomst uit het vrije verkeer van het
douanegebied van de Gemeenschap wordt aangetoond
door middel van een schriftelijk bewijsstuk.
- 3.
- Indien de
inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan
de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij
invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd
nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij
invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd
zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij
de inspecteur een verzoek indienen om voor de
goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer
te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de
voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij
invoer is voldaan.
- 4.
- Het is
verboden aanspraak te maken op vrijstelling van
rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het
chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd
zonder dat daartoe door de inspecteur toestemming is
verleend.
- 5.
- Indien bij
de uitvoer van de goederen een inlichtingenblad
INF-3 is verkregen dient dit inlichtingenblad bij de
wederinvoer van de goederen te worden overgelegd.
§ 5.
Vrijstelling van omzetbelasting, accijnzen en
verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele
andere produkten
Artikel
92
Op de
accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelastingen
van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten
zijn de artikelen 29 tot en met 31 van de verordening
918/83 van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat:
-
de
vrijstelling voor alcoholhoudende dranken als
bedoeld in artikel 31, onderdeel b, eerste en tweede
streepje, van de verordening 918/83, is beperkt tot
één fles van het gebruikelijke type met een
maximum van 1 liter;
-
de
vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is
beperkt tot de volgende hoeveelheden:
| 1°. |
koffie:
500 gram of koffie-extracten en essences:
200 gram;
|
| 2°. |
thee:
100 gram of thee-extracten en essences: 40
gram.
|
Artikel
93
Op de
omzetbelasting zijn de artikelen 32 tot en met 38 van de
verordening 918/83, alsmede de artikelen 76, 77, 78, en
79 van overeenkomstige toepassing voor zover de voor het
vrije verkeer aangegeven goederen niet zijn bestemd voor
de uitoefening van een activiteit die op grond van artikel
11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is
vrijgesteld.
Artikel
94
Op de
accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelastingen
van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten
zijn de artikelen 45 tot en met 49 van de verordening
918/83, alsmede artikel 82, eerste lid, van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
-
het
bepaalde met betrekking tot een proportioneel
assortiment als bedoeld in artikel 46, eerste lid,
onderdelen a en b
van de verordening 918/83, niet van toepassing is;
-
de
vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is
beperkt tot de volgende hoeveelheden:
| 1e. |
koffie:
500 gram of koffie-extracten en essences:
200 gram;
|
| 2e. |
thee:
100 gram of thee-extracten en essences: 40
gram.
|
Artikel
95
Op de
omzetbelasting is artikel 50 van de verordening 918/83,
alsmede artikel 76 van overeenkomstige toepassing voor
zover betreft de goederen genoemd in bijlage I,
onderdeel B, van voornoemde verordening.
Artikel
96
Op de
omzetbelasting is artikel 51 van de verordening 918/83,
alsmede de artikelen 76 en 80 van overeenkomstige
toepassing voor zover betreft de goederen genoemd in
bijlage II, onderdeel B, van voornoemde verordening,
mits de aan de aangifte voor het vrije verkeer ten
grondslag liggende levering om niet geschiedt, of,
indien zij onder bezwarende titel plaatsheeft, de
goederen worden geleverd door een ander dan een
ondernemer in de zin van de Wet
op de omzetbelasting 1968.
Artikel
97
Op de
accijnzen en de omzetbelasting is artikel 60 van de
verordening 918/83, alsmede de artikelen 76 en 80 van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor
laboratoriumgebruik gefokte dieren de vrijstelling
uitsluitend van toepassing is indien die dieren gratis
aan laboratoria worden afgestaan.
Artikel
98
- 1.
- Op
de omzetbelasting zijn de artikelen 71 en 72 van de
verordening 918/83, alsmede de artikelen 76 en 80
van overeenkomstige toepassing met dien verstande
dat:
- a)
- de
vrijstelling kan worden verleend voor alle
goederen die speciaal zijn ontworpen voor
onderwijs aan en tewerkstelling of verbetering
van de maatschappelijke positie van blinden en
andere lichamelijke of geestelijk gehandicapten;
- b)
- geen
vrijstelling wordt verleend indien de goederen
door de blinden of andere gehandicapten voor hun
eigen gebruik worden ingevoerd;
- c)
- geen
vrijstelling wordt verleend indien de goederen
met enige commerciële bijbedoeling van de gever
of niet gratis aan een in bijlage XIX aangewezen
instelling of organisatie worden gezonden.
- 2.
- De
omstandigheid dat er op het tijdstip van de aangifte
voor het vrije verkeer in het douanegebied van de
Gemeenschap gelijkwaardige voorwerpen worden
vervaardigd staat het verlenen van de vrijstelling
niet in de weg.
Artikel
99
Op de
omzetbelasting is artikel 109 van de verordening 918/83
van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat
geen vrijstelling wordt verleend voor belastingzegels
als bedoeld in artikel 109, onderdeel q, van de
verordening 918/83.
Artikel
100
- 1.
- Op de
accijnzen en de omzetbelasting zijn de artikelen 185
tot en met 187 van het Communautair Douanewetboek,
de artikelen 844 tot en met 856 van de
toepassingsverordening Communautair Douanewetboek
alsmede artikel 91 van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat de bepalingen inzake het
inlichtingenblad INF 3 slechts van toepassing zijn
voorzover gelijktijdig aanspraak op vrijstelling van
rechten bij invoer wordt gemaakt.
- 2.
- Vrijstelling
van omzetbelasting voor terugkerende goederen als
bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend,
indien wordt aangetoond, dat op de terugkerende
goederen omzetbelasting drukt.
- 3.
- Vrijstelling
van accijns voor terugkerende goederen als bedoeld
in het eerste lid wordt slechts verleend, indien
wordt aangetoond, dat de voorafgaande uitvoer van
deze goederen niet heeft plaatsgevonden uit een
accijnsgoederenplaats dan wel met teruggaaf van
accijns.
Artikel
101
| 1. |
Op de
accijnzen zijn de artikelen 2 tot en met 19, 27,
28, 63quater, 79 tot en met 85, 90, 91, 100 tot
en met 106 en 112 tot en met 117 van verordening
918/83 alsmede de artikelen 76 tot en met 87, en
90 van overeenkomstige toepassing.
|
| 2. |
Op de
omzetbelasting zijn de artikelen 2 tot en met
19, 25, 27, 28, 61 tot en met 63, 63quater tot
en met 69, 79 tot en met 108 en 110 tot en met
118 van verordening 918/83, alsmede de artikelen
76 tot en met 88, en 90 van overeenkomstige
toepassing.
|
| 3. |
Op de
verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en
van enkele andere produkten zijn de artikelen 2
tot en met 19, 27, 28, 63 quater, 79 tot en met
85, 90, 91, 95 tot en met 106 en 112 tot en met
117 van verordening 918/83 alsmede de artikelen
76 tot en met 87, en 90 van overeenkomstige
toepassing.
|
§ 6.
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel
102
De inspecteur
kan in de vergunning nadere voorwaarden en bepalingen
stellen met betrekking tot de in acht te nemen
formaliteiten en het uit te oefenen toezicht. Tevens kan
de inspecteur in de vergunning bepalen dat de vergunning
slechts geldt indien de in- of uitvoer plaatsvindt
binnen een te stellen termijn.
Artikel
103
In de gevallen
waarin het verlenen van vrijstelling van rechten bij
invoer afhankelijk is van de voorwaarde dat de goederen
een bepaalde bestemming volgen wordt de vrijstelling
niet verleend indien naar het oordeel van de inspecteur
de vaststelling van de identiteit van de goederen niet
kan worden verzekerd. De aanspraak op vrijstelling
vervalt indien de identiteit van de goederen bij de
aangifte voor het vrije verkeer niet overeenstemt met
die welke is vermeld in de vergunning.
De aanspraak
op vrijstelling vervalt eveneens indien bij het volgen
van de bestemming de identiteit van de goederen niet
wordt gehandhaafd.
Artikel
104
Tenzij anders
is bepaald, kunnen de termijnen welke bij of krachtens
deze ministeriële regeling zijn gesteld, door de
inspecteur worden verlengd of verkort.
Artikel
105
Degene aan wie
een vrijstelling is verleend, is desgevraagd gehouden
aan de inspecteur de goederen aan te wijzen waarop de
vrijstelling betrekking heeft, in voorkomend geval in de
vorm van tijdens de behandeling verkregen goederen.
Artikel
106
Indien
bijzondere omstandigheden welke bij het verlenen van de
vrijstelling van rechten bij invoer niet waren te
voorzien, beletten de met vrijstelling in het vrije
verkeer gebrachte goederen hun bestemming te doen
volgen, kan de inspecteur toestaan dat voor de goederen
een aangifte voor het vrije verkeer wordt gedaan of dat
de goederen worden vernietigd. De inspecteur kan met die
vernietiging gelijkstellen de vernietiging van goederen
welke te wijten is aan toevallige omstandigheden of
overmacht.
Artikel
107
Aan degene ten
aanzien van wie een vergunning voor het brengen in het
vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer is
ingetrokken kan enkel op grond daarvan een vergunning
tot invoer met vrijstelling worden geweigerd.
Hoofdstuk
6. Douaneschuld
§ 1.
De uitnodiging tot betaling
Artikel
108
| 1. |
Voor
de uitnodiging tot betaling die wordt
vastgesteld met toepassing van artikel
22a, tweede lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, wordt door de Minister
van Economische Zaken of, voor zover het
landbouwgoederen betreft, Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een
aanslagbiljet opgemaakt en aan de ontvanger ter
hand gesteld door tussenkomst van de inspecteur.
|
| 2. |
Voor
de uitnodiging tot betaling die wordt
vastgesteld met toepassing van artikel
22a, derde lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, door Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij
ministeriële regeling aan te wijzen gevallen,
wordt het aanslagbiljet ter zake opgemaakt door
daarbij aan te wijzen organen en in de door Onze
Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit ingevolge artikel
3 van de Invorderingswet 1990 bij
ministeriële regeling aan te wijzen gevallen
ter hand gesteld aan de bij die regeling aan te
wijzen functionaris.
|
Artikel
109
De inspecteur
kan uitnodigingen tot betaling uit hoofde van dezelfde
douaneschuld, of uit hoofde van verschillende
douaneschulden op één aanslagbiljet verenigen of
vermelden.
Artikel
110
De inspecteur
kan beschikkingen tot terugbetaling of kwijtschelding
van rechten bij invoer welke voortvloeien uit dezelfde
douaneschuld, of welke voortvloeien uit verschillende
douaneschulden op één kennisgeving verenigen of
vermelden.
§ 2.
Terugbetaling of kwijtschelding van accijnzen,
omzetbelasting en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije
dranken en van enkele andere produkten.
Artikel
110a
- 1.
- Terugbetaling
of kwijtschelding van accijnzen, omzetbelasting en
de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en
van enkele andere produkten wordt verleend in de
gevallen waarin bij of krachtens het Communautair
douanewetboek aanspraak op terugbetaling of
kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou
bestaan.
- 2.
- De door de
Commissie genomen beschikking bedoeld in artikel
239, lid 1, tweede gedachtestreepje, van het
Communautair douanewetboek en de ter uitvoering van
dit artikel vastgestelde bepalingen is van
overeenkomstige toepassing op het verzoek om
terugbetaling of kwijtschelding voor zover het
tevens betrekking heeft op accijnzen, omzetbelasting
en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken
en van enkele andere produkten.
Hoofdstuk
7. Bijzondere regelingen
§ 1.
Postzendingen
Artikel
111
Als plaats
waar een sorteerplaats van de Post in de zin van het Douanebesluit
is gelegen, worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in
bijlage XXIV.
Artikel
112
Als plaats
waar een bergplaats van de Post in de zin van het Douanebesluit
is gelegen, worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in
bijlage XXV.
Artikel
113
Als plaats
waar op kantoren van de Post de aftekening als bedoeld
in artikel 50, tweede
lid van het Douanebesluit kan plaatsvinden,
worden aangewezen de plaatsen, opgenomen in bijlage
XXVI.
Hoofdstuk
8. Algemene bepalingen
§ 1.
Inbeslagneming en inbewaringneming
Artikel
114
- 1.
- Van de
inbeslagneming van goederen ter zake van het begaan
van bij wettelijke bepalingen strafbaar gestelde
feiten door onbekende personen wordt mededeling
gedaan in één of meer door de inspecteur, aan te
wijzen dag- of nieuwsbladen, met vermelding van een
omschrijving van de goederen en van de voor de
goederen gebezigde verpakking.
- 2.
- Indien de
goederen aan spoedige, aanmerkelijke waarde-
vermindering onderhevig zijn of indien de bewaring
of het onderhoud ervan gevaar oplevert dan wel hoge
kosten met zich meebrengt, wordt, in afwijking van
het eerste lid, van de inbeslagneming op door de
inspecteur te bepalen wijze, naar plaatselijk
gebruik, in het openbaar mededeling gedaan.
- 3.
- De vorige
leden vinden overeenkomstige toepassing bij de
inbeslagneming op onbekende personen van
vervoermiddelen en voorwerpen op de voet van artikel
52, eerste lid, van de Douanewet, in welk
geval mede de gronden tot die inbeslagneming worden
vermeld.
Artikel
115
Onder de
voorwaarden voor het vrijgeven van goederen welke ter
zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen
strafbaar gestelde feiten in beslag zijn genomen, wordt
ten minste gesteld dat ten kantore van een door de
inspecteur aangewezen ontvanger zekerheid wordt gesteld
tot verzekering van de uitlevering van de goederen of de
voldoening van de waarde daarvan.
Artikel
116
- 1.
- Bij de
inbewaringneming van goederen vindt, indien de
belanghebbende bij die goederen niet bekend is,
artikel 114, eerste en tweede lid, overeenkomstige
toepassing.
- 2.
- De verkoop
van de inbewaring genomen goederen vindt niet eerder
plaats dan nadat aan het voornemen daartoe in de een
of meer door de inspecteur, aan te wijzen dag- of
nieuwsbladen bekendheid is gegeven.
- 3.
- Indien de
goederen aan spoedige, aanmerkelijke
waardevermindering onderhevig zijn of indien de
bewaring of het onderhoud ervan gevaar oplevert dan
wel hoge kosten met zich meebrengt, vindt, in
afwijking van het tweede lid, de verkoop plaats
nadat van het voornemen op door de inspecteur te
bepalen wijze in het openbaar bekendheid is gegeven.
- 4.
- De verkoop
geschiedt in het openbaar en volgens plaatselijke
gebruiken.
- 5.
- In
afwijking van het bepaalde in de vorige leden, kan
de verkoop met volmacht van de inspecteur onderhands
geschieden indien wordt vermoed dat uit de opbrengst
van de goederen de aan een openbare verkoop
verbonden kosten niet kunnen worden bestreden of
indien het de verkoop van in het derde lid bedoelde
goederen betreft.
Paragraaf
2. Kosten
Artikel
117
| 1. |
Het
tarief dat verschuldigd is ter zake van
ambtelijke werkzaamheden, bedoeld in artikel
74, eerste lid, van het Douanebesluit
bedraagt € 42 per uur. Voor werkzaamheden die
een half uur duren of een gedeelte van een half
uur duren, wordt de helft van het uurbedrag in
rekening gebracht.
|
| 2. |
Voor
de berekening van de duur van de ambtelijke
verrichting wordt mede in aanmerking genomen de
tijd welke nodig is om zich van de plaats waar
hij zich gewoonlijk ter beschikking houdt te
begeven naar de plaats waar de werkzaamheden
verricht dienen te worden, alsmede de tijd nodig
om aan het einde van de werkzaamheden zich weer
naar eerstgenoemde plaats te begeven.
|
| 3. |
Indien
werkzaamheden als bedoeld in artikel
74, eerste lid, onderdeel f, van het
Douanebesluit worden verricht naar
aanleiding van:
| a. |
een
verzoek om terugbetaling of
kwijtschelding van rechten bij invoer;
|
| b. |
een
verzoek om een aangifte waarvan de
geldigheidsduur is verstreken,
wedergeldig te verklaren;
|
| c. |
een
verzoek om vaststelling van een nieuwe
termijn van wederuitvoer, indien de
daarvoor krachtens wettelijke bepalingen
gestelde termijn is verstreken, al dan
niet gepaard gaande met een verzoek om
wedergeldigverklaren;
|
zijn
de kosten gelijk aan een bedrag dat, naar het in
het eerste lid vastgestelde tarief, overeenkomt
met één uur voor de werkzaamheden in verband
met een verzoek als bedoeld onder a en een half
uur voor de werkzaamheden in verband met een
verzoek als bedoeld onder b of c. Voorzover een
verzoek als bedoeld onder a betrekking heeft op
een aanvullende aangifte in het kader van
vereenvoudigde procedures, wordt iedere
aangifteregel beschouwd als een afzonderlijke
aangifte. Voorzover een verzoek als bedoeld
onder b of c betrekking heeft op twee of meer
aangiften, wordt voor de berekening van de
kosten uitgegaan van een half uur verrichte
werkzaamheden per aangifte, met een maximum van
twee uur. Indien een verzoek betrekking heeft op
twee of meer aangifteregels van een aanvullende
aangifte, worden de kosten berekend over een
maximum van 10 uur.
|
| 4. |
Indien
een verzoek als bedoeld in het derde lid
betrekking heeft op een carnet en wordt dit
gedaan door de aansprakelijke organisatie, zijn
de kosten per carnet waarvoor het verzoek wordt
ingewilligd, gelijk aan een bedrag dat naar het
in het eerste lid vastgestelde tarief,
overeenkomt met één uur.
|
| 5. |
In de
gevallen waarin ter zake van het verrichten van
ambtelijke werkzaamheden door de belanghebbende
kosten zijn verschuldigd worden deze voldaan
uiterlijk tien dagen nadat aan hem een
beschikking terzake is uitgereikt, tenzij hij in
voorkomend geval gebruik heeft gemaakt van de
hem geboden mogelijkheid om de kosten direct na
het verrichten van de ambtelijke werkzaamheden
te betalen. In dit laatste geval wordt aan de
belanghebbende onmiddellijk een schriftelijke
beschikking verstrekt waarin het bedrag aan
kosten is vermeld.
|
§ 3.
Formulieren
Artikel
118
- 1.
- Tenzij
anders is bepaald wordt voor aangiften en
formulieren die ingevolge de wettelijke bepalingen
dienen te worden ingeleverd, gebruik gemaakt van de
formulieren vermeld in bijlage XXVII die blijkens
hun benaming en ingevolge het bepaalde daartoe
dienen.
- 2.
- In bijlage
XXVII wordt aangegeven welke aangiften en
formulieren, die ingevolge wettelijke bepalingen
zijn vereist, van rijkswege tegen betaling
verkrijgbaar worden gesteld.
- 3.
- Het
formulier IMO/FAL 1 dient om bij aankomst of vertrek
ingevuld te worden ingeleverd als generale
verklaring. Bij aankomst dient dit formulier
eveneens als akte van afrekening nadat alle goederen
overeenkomstig wettelijke bepalingen zijn gelost.
Bij vertrek dient dit formulier eveneens als verzoek
tot het verkrijgen van de akte van uitklaring.
- 4.
- Het
formulier IMO/FAL 3 dient om ingevuld te worden
ingeleverd als scheepsvoorradenaangifte.
- 5.
- Het
formulier Douane 11 (inlegvel) dient om in één of
meer exemplaren te worden gebruikt bij het formulier
Douane 11 in de gevallen waarin dit laatste
formulier ontoereikend is voor het aantal
goederensoorten dat moet worden vermeld.
- 6.
- Het
formulier Douane 51 (inlegvel) dient om in één of
meer exemplaren te worden gebruikt bij het formulier
Douane 51 in de gevallen waarin dit laatste
formulier ontoereikend is voor het aantal
goederensoorten dat moet worden vermeld.
Artikel
119
De formulieren
genoemd in bijlage XXVII worden ingediend in het aantal
exemplaren zoals vermeld in kolom 3 van die bijlage.
Artikel
120
De in bijlage
XXVII vermelde formulieren kunnen worden aangehaald met
de aanduiding die achter de naam van het formulier in de
vijfde kolom is vermeld. Aangiften die worden gedaan met
gebruikmaking van deze formulieren kunnen eveneens
worden aangehaald met vorenbedoelde aanduiding.
Artikel
121 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel
122
| 1. |
Indien
gebruik wordt gemaakt van formulieren welke niet
van rijkswege zijn verkregen, daaronder begrepen
de gevallen waarin het vervaardigen en het
invullen van het formulier gelijktijdig
geschiedt, dienen deze, behoudens het bepaalde
hierna onder a tot en met e of in andere
wettelijke bepalingen, overeen te komen met een
van rijkswege verkrijgbaar gestelde uitvoering
van het desbetreffende formulier.
-
De
toelichting mag achterwege worden gelaten.
-
Van
hetgeen op de van rijkswege verkrijgbaar
gestelde formulieren voorkomt in de
onderrand wordt slechts de aanduiding van
het formulier overgenomen. In de onderrand
mogen verder vermeldingen worden gedrukt die
uitsluitend betekenis hebben voor de drukker
van de formulieren en/of zijn afnemers.
-
Indien
de formulieren als kettingformulieren worden
uitgevoerd mag de regelafstand worden
aangepast met het oog op de apparatuur
waarmee deze formulieren worden ingevuld.
-
Voor
wat betreft het formaat van de formulieren
zijn zowel voor de lengte als voor de
breedte afwijkingen toegestaan van maximaal
vijf mm in minder en maximaal acht mm in
meer.
-
Andere
afwijkingen zijn slechts toegestaan indien
daartoe door de inspecteur toestemming is
verleend.
|
| 2. |
Het
papier van de formulieren dient te voldoen aan
de volgende vereisten: houtvrij, zodanig gelijmd
dat het goed te beschrijven is, gewicht van ten
minste 40 gram per m2, zo
ondoorzichtig dat de op de ene zijde voorkomende
gegevens de leesbaarheid van de op de andere
zijde voorkomende gegevens niet aantasten en zo
stevig dat het bij normaal gebruik niet scheurt
of kreukt.
|
| 3. |
Van de
formulieren IMO/FAL moet het model en het
formaat voldoen aan de formulieren zoals deze
zijn vastgesteld bij het, het verdrag inzake het
vergemakkelijken van het internationaal verkeer
ter zee van de Internationale Maritieme
Organisatie (1965), (IMO/FAL Verdrag) en de
Richtlijn nr. 2002/6/EG betreffende
meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen
in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten
van de Gemeenschap (PbEG L 67).De modellen van
de IMO/FAL formulieren en de toelichting op het
gebruik daarvan zijn beschikbaar via het
Internetadres http://www.douane.nl.
|
Artikel
123
- 1.
- Het
Rijnvaartmanifest, - nieuw model - bedoeld in
artikel 91, tweede lid onderdeel d, van het
Communautair douanewetboek wordt vastgesteld
overeenkomstig het model, opgenomen in bijlage
XXVIII. Het manifest wordt ingediend in tweevoud.
Artikel
124
Een generale
verklaring luchtvaart met het daarin vervatte manifest
van de lading en het manifest van de lading worden
ingediend in tweevoud.
Artikel
125 [Vervallen per 25-09-2005]
Artikel
126
- 1.
- In
schriftelijke aangiften dan wel formulieren welke
anders dan met het formulier Enig document worden
ingediend, worden de gegevens vermeld overeenkomstig
de aanwijzingen welke op het formulier zijn gesteld.
- 2.
- De
invulling van de formulieren geschiedt onuitwisbaar
en zodanig dat de vermeldingen zonder moeite
leesbaar zijn. Invulling met de hand geschiedt in
blokletters.
- 3.
- Voor zover
in de aanwijzingen niet anders is bepaald, worden
alle getallen in cijfers uitgedrukt.
- 4.
- Tenzij
anders is bepaald of uit de inrichting van het
formulier anders blijkt mag in elk punt, vak of
onderdeel slechts één gegeven worden vermeld.
- 5.
- Indien een
formulier in meer dan één exemplaar moet worden
ingediend, wordt een wijze van invulling toegepast
die de zekerheid geeft dat deze op alle exemplaren
gelijkluidend is.
- 6.
- Indien
formulieren van Rijnvaartmanifesten door
aaneenhechting tot één aangifte worden verenigd,
en doorlopend worden genummerd, kan voor wat betreft
de vermelding van gegevens welke voor alle
formulieren gelijkluidend zijn, worden volstaan met
invulling van het eerste formulier, mits daaruit
blijkt dat de gegevens mede betrekking hebben op de
aangehechte formulieren.
- 7.
- De
ondertekening geschiedt zodanig dat alle exemplaren
van de aangifte zijn voorzien van een onuitwisbare
handtekening. Op het tweede en de volgende
exemplaren mag de handtekening worden verkregen door
middel van doordruk van de ondertekening van het
eerste exemplaar. Indien de invulling van de
exemplaren van een aangifte op andere wijze
geschiedt dan door invulling van het eerste
exemplaar met doordruk op de andere exemplaren, mag
ook de handtekening op alle exemplaren op die andere
wijze worden verkregen, mits de aangever tegenover
de inspecteur bij wie de aangifte wordt gedaan,
schriftelijk heeft verklaard zodanige aangiften als
van hem afkomstig te erkennen.
- 8.
- Schriftdelging
of overschrijving in een aangifte is niet
toegestaan. Bij elke doorhaling en bij elke
toevoeging die als zodanig herkenbaar zijn, plaatst
de aangever zijn paraaf.
Artikel
127
- 1.
- Voor het
doen van aangiften voor het vrije verkeer voor
postzendingen waarvoor gebruik gemaakt zou moeten
worden van een formulier Enig document, mag de Post
gebruik maken van formulieren van de Post waarvan de
inrichting door Onze Minister is goedgekeurd.
- 2.
- Voor het
doen van aangiften voor douanevervoer voor
postzendingen waarvoor gebruik gemaakt zou moeten
worden van een formulier Enig document, mag de Post
gebruik maken van formulieren van de Post waarvan de
inrichting Onze Minister goedgekeurd. Deze
formulieren worden voor het doen van de aangifte in
drie exemplaren ingediend.
- 3.
- Voor
goederen die als postzending zullen worden
uitgevoerd wordt een formulier van de Post gebruikt
waarvan de inrichting door Onze Minister is
goedgekeurd en dat verkrijgbaar is bij de Post.
- 4.
- In
afwijking van het derde lid, dient in de navolgende
gevallen gebruik te worden gemaakt van het formulier
Enig document:
-
indien
het een aangifte ten uitvoer betreft waarvoor in
de Toelichting Enig document de vermelding in
vak 1 één van de codes EU 2, EU 3, EX 2, EX 3
is voorgeschreven;
-
indien
onder de goederensoorten die deel uitmaken van
de partij zich een goederensoort bevindt waarvan
de uitvoer ingevolge andere wettelijke
bepalingen dan die inzake de rechten bij invoer
is verboden of beperkt of aan regelen is
gebonden;
-
indien
onder de goederensoorten zich goederen bevinden
waarvoor terugbetaling of kwijtschelding van
rechten bij invoer kan worden verleend.
Artikel
128
| 1. |
Door
de Post kunnen aangiften voor het vrije verkeer
voor postzendingen, die zich bevinden in een
bergplaats, bij de Post worden gedaan. Deze
aangiften worden door de Post aanvaard. De
aangiften worden geacht te zijn gedaan op het
tijdstip waarop het daartoe strekkende formulier
door een medewerker van de Post is ondertekend.
Deze wijze van aangeven is niet mogelijk indien
voor de desbetreffende goederen aanspraak wordt
gemaakt op een gehele of een gedeeltelijke
schorsing van de rechten bij invoer in het kader
van een tariefcontingent of een vast bedrag met
nulrecht.
|
| 2. |
In de
in het eerste lid bedoelde aangiften dient te
worden vermeld:
-
aangifte
voor het vrije verkeer;
-
de
soort van de goederen, omschreven onder hun
eigen benaming; Voor dit gegeven kan worden
verwezen naar een bijgevoegde opgave van de
afzender, van de geadresseerde of van de
Post;
-
de
goederencode van het Gebruikstarief die op
de betreffende goederen van toepassing is;
De vermelding van de goederencode kan
achterwege blijven indien er aanspraak op
bestaat dat voor de in het vrije verkeer
brengen geen rechten bij invoer worden
geheven, mits, indien die aanspraak mede
afhankelijk is van de soort van de goederen,
de omschrijving van de soort van de goederen
met het oog daarop voldoende gegevens bevat.
In afwijking van de voorafgaande zin mag de
goederencode niet achterwege blijven voor
goederen genoemd onder a in de bij de Wet
op de omzetbelasting 1968 behorende
tabel I;
-
het
bedrag van de verschuldigde rechten bij
invoer; De rechten bij invoer dienen te
worden vermeld naar de onderscheiding die
gehanteerd is op de wijze zoals voorzien in artikel
1, tweede lid van de Douanewet.
|
| 3. |
De in
het eerste lid bedoelde aangifte wordt uiterlijk
acht dagen na dagtekening van de aangifte ter
verificatie aangeboden, onder overlegging van de
bij aangifte vereiste bescheiden.
|
| 4. |
Dagelijks
vermeldt de Post op een formulier van de Post
waarvan de inrichting door Onze Minister is
goedgekeurd, alle door de Post aanvaarde
aangiften voor het vrije verkeer, met voor elke
aanvaarde aangifte het totale bedrag aan rechten
bij invoer alsmede een uitsplitsing van die
rechten naar de onderscheiding die gehanteerd is
op de wijze zoals voorzien in artikel
1, tweede lid, van de Douanewet. Per
kalendermaand worden de bedragen door de Post
per kolom samengesteld. Op het formulier worden
door de Post vermeld de totalen per kolom vanaf
het begin van de lopende maand, zoals deze waren
bij de aanvang van de dag en zoals deze zijn
geworden op het einde van de dag. Het ingevulde
formulier met een daarbij te voegen telstrook
waaruit de juistheid van de optellingen blijkt,
wordt uiterlijk bij de aanvang van de
eerstvolgende werkdag na de dag waarop het
formulier betrekking heeft, in handen gesteld
van de inspecteur.
|
| 5. |
De
door de Post verschuldigde rechten bij invoer
worden door de Onze Minister verrekend door de
debitering van de met de Post te houden
rekening-courant.
|
| 6. |
De
Post bewaart de aanvaarde aangiften met de
daarbij behorende bescheiden ten minste drie
kalenderjaren overeenkomstig artikel 3 van
Verordening (EEG) 1552/89 en wel zodanig dat aan
de hand van de vermelding op het in het vierde
lid bedoelde formulier elke aanvaarde aangifte
met bescheiden aan de administratie ter inzage
kan worden verstrekt.
|
Artikel
129
- 1.
- In een
bergplaats van de Post kan een postzending waarvoor
bij het in het vrije verkeer brengen geen rechten
bij invoer verschuldigd zijn, door de Post worden
aangegeven bij de inspecteur:
- a.
- indien
die postzending vergezeld is van een daarbij
behorende douaneverklaring als bedoeld in het
Algemeen Postverdrag, door overlegging van die
douaneverklaring;
- b.
- indien
de Post wegens het ontbreken van een
douaneverklaring een nooddouaneverklaring heeft
opgemaakt, door overlegging van die
nooddouaneverklaring;
- c.
- indien
de Post geen douaneverklaring heeft ontvangen en
geen nooddouaneverklaring heeft opgemaakt, door
verwijzing naar een op de postzending door de
afzender geplaatste aantekening omtrent de
inhoud van de zending;
- d.
- indien
het een postzending is die op grond van artikel
47, tweede lid, van het Douanebesluit
reeds vanaf de sorteerplaats zijn bestemming had
kunnen volgen, door een door de Post geplaatste
aantekening ’vrij’.
- 2.
- Uitslag
van de in het eerste lid bedoelde postzendingen uit
de bergplaats geschiedt nadat de inspecteur daartoe
toestemming heeft gegeven.
Artikel
130
Voor
postzendingen die in de statistiek van de in- en uitvoer
zullen worden opgenomen, levert de Post tegelijk met de
aanbieding ter verificatie van de aanvaarde aangifte
voor het vrije verkeer, of indien artikel 89 toepassing
vindt, op het tijdstip waarop de aangifte voor het vrije
verkeer wordt gedaan, een exemplaar van de bij de
zending behorende douaneverklaring in het Algemeen
Postverdrag in, of, indien deze ontbreekt, een door de
Post opgemaakte nooddouaneverklaring.
Artikel
131
In de gevallen
waarin de aangifte ten uitvoer bij de Post wordt gedaan,
geschiedt deze:
-
voor een
zending uitsluitend bestaande uit andere goederen
dan handelsgoederen en goederen voor zakelijk
gebruik;
-
voor een
zending handelsgoederen en/of goederen voor zakelijk
gebruik met een waarde van niet meer dan
€ 1000;
door
overlegging van de bij de zending behorende
douaneverklaring als bedoeld in het Algemeen
Postverdrag of, indien ingevolge dat verdrag voor de
zending geen douaneverklaring behoeft te worden
opgemaakt, door een door de afzender op de zending
geplaatste aantekening omtrent de soort van de
goederen en hun waarde. Voor zendingen zonder waarde
behoeft geen aangifte ten uitvoer te worden gedaan.
§ 4.
Bijzondere bestemmingen
Artikel
132
| 1. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder verordening
2342/92: verordening (EEG) nr. 2342/92 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7
augustus 1992 betreffende de invoer van
raszuivere fokrunderen uit derde landen en de
toekenning van uitvoerrestituties voor deze
dieren en tot intrekking van verordening (EEG)
nr. 1544/79 (PbEG L 227).
|
| 2. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder BLEU: het
grondgebied van de Belgisch-Luxemburgse
Economische Unie.
|
| 3. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder bevoegde
douaneautoriteit:
| - |
inspecteur,
indien het bedrijf waarin de goederen
worden ingeslagen in Nederland is
gelegen, of
|
| - |
Auditeur-generaal
van financiën, dienst Nomenclatuur,
Landbouw en Waarde (D.T.) te Brussel of
de Directeur der douane te Luxemburg of
een door een van hen aangewezen
ambtenaar van de Belgische of
Luxemburgse douanediensten, indien de
plaats waar de vergunninghouder is
gevestigd in de BLEU is gelegen.
|
|
| 4. |
In
deze paragraaf wordt verstaan onder
onderverdeling: onderverdeling van de
gecombineerde nomenclatuur.
|
Artikel
133
- 1.
- Bij de
aangifte van goederen om ze in het vrije verkeer te
brengen, op de voet van een krachtens artikel 292
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek afgegeven vergunning, wordt een
volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend
controle-exemplaar T5 in drievoud (origineel, kopie
nr.1 en kopie nr.2) overgelegd.
- 2.
- Het
origineel en de kopie nr. 1 van het afgegeven
controle-exemplaar T5 worden binnen de daarvoor in
de vergunning gestelde termijn aan de bevoegde
autoriteit aangeboden, nadat zij zijn voorzien van
een gedagtekende en ondertekende verklaring van de
vergunninghouder dat hij de goederen in zijn bedrijf
heeft opgenomen onder het stelsel van de bijzondere
bestemmingen.
Artikel
134
| 1. |
De
gunstige tariefregeling bedoeld bij de
onderverdelingen 0101 1100, 0103 1000, 0104 1010
en 0104 2010 wordt slechts toegepast, indien de
bij die onderverdelingen bedoelde dieren van
zuiver ras zijn en voor het fokken kunnen
dienen.
|
| 2. |
Bij de
aangifte voor het vrije verkeer wordt een
volledig ingevuld, door de inspecteur van het
voor de desbetreffende diersoort bestaande
Nederlandse stamboek gedagtekende en
ondertekende verklaring volgens het in bijlage
XXX opgenomen model ingeleverd.
|
| 3. |
Voor
de toepassing van deze regeling wordt onder
’stamboek’ verstaan: een boek, register,
kaartsysteem of andere informatiedrager,
| - |
bijgehouden
door een officieel erkende organisatie
of vereniging van veefokkers, en
|
| - |
waarin
de raszuivere fokdieren van een bepaald
ras worden ingeschreven of geregistreerd
met vermelding van hun voorgeslacht.
|
|
Artikel
135
| 1. |
Voor
de toepassing van onderverdeling 0102 1010, 0102
1030 en 0102 1090 is op de rechten bij invoer,
de verordening 2342/92 van overeenkomstige
toepassing.
|
| 2. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van een fokrund
van zuiver ras van herkomst en oorsprong uit
IJsland, Noorwegen of Zwitserland dient
belanghebbende aan de inspecteur een volledig
ingevulde, door de inspecteur van het voor de
desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse
stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring
volgens het in bijlage XXXI opgenomen model over
te leggen.
|
| 3. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van een fokrund
van zuiver ras van herkomst of oorsprong uit
andere derde landen dan die bedoeld in het
tweede lid is een vergunning vereist. Het
schriftelijke verzoek tot verkrijging van de
vergunning wordt gedaan door overlegging van een
extra exemplaar van de aangifte voor het vrije
verkeer bij de inspecteur.
|
| 4. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van fokrunderen
van herkomst of oorsprong uit andere derde
landen dan bedoeld in het tweede lid dient het
bewijs als bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel a, van verordening 2342/92 te worden
geleverd door overlegging van een volledig
ingevulde, door de inspecteur van het voor de
desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse
stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring
volgens het in bijlage XXXII opgenomen model.
|
| 5. |
Overdracht
van de in het derde lid genoemde runderen,
binnen de termijn van 24 maanden waarin deze
niet mogen worden geslacht, doet niet af aan de
verplichtingen die rusten op de
vergunninghouder.
|
Artikel
136 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
137
| 1. |
Bij
het in het vrije verkeer brengen van reuzel en
ander varkensvet op de voet van een krachtens
artikel 292 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek afgegeven vergunning
wordt bij de aangifte voor het vrije verkeer,
een in artikel 37 bedoeld formulier L in
drievoud ingeleverd dat, behalve de gegevens
welke ingevolge andere wettelijke voorschriften
zijn vereist, bevat:
-
de
aanduiding ’BIJZONDERE BESTEMMING’;
-
de
vermelding van de inspecteur die de
vergunning heeft verleend, alsmede de datum
en het nummer van de vergunning;
-
de
door de vergunninghouder gedagtekende en
ondertekende verklaring dat hij de goederen
slechts zal bezigen voor ander industrieel
gebruik dan voor de vervaardiging van
produkten voor menselijke consumptie, dan
wel zal afleveren aan een andere
vergunninghouder.
|
| 2. |
Indien
hier te lande tot het in het vrije verkeer
brengen aangegeven vet rechtstreeks naar de BLEU
zal worden vervoerd, is in afwijking van het
eerste lid, artikel 133, eerste en tweede lid,
van toepassing.
|
| 3. |
Indien
het in de BLEU tot het in het vrije verkeer
brengen aangegeven vet rechtstreeks naar
Nederland is vervoerd, worden het origineel en
de kopie nr 1 van het door de Belgische of
Luxemburgse douanediensten afgegeven
controle-exemplaar T5, alsmede een door de
afnemer ingevuld, gedagtekend en ondertekend
Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen,
volgens het in bijlage XXXIII opgenomen model,
in tweevoud (1e en 2e exemplaar) overgelegd bij
de instantie waarbij zekerheid is gesteld ter
verzekering van de voldoening van de eventueel
verschuldigde rechten bij invoer. Op dit
formulier wordt in plaats van de door de
leverancier te verstrekken gegevens een
verwijzing naar het controle-exemplaar T5
opgenomen, inhoudende de datum en het nummer,
alsmede de plaats van afgifte.
|
Artikel
138 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
139
- 1.
- De
tariefregeling voor machines, bedoeld bij de
aanvullende aantekening (GN) 3 op afdeling XVI van
de gecombineerde nomenclatuur, en voor
vervoermaterieel, bedoeld bij de aanvullende
aantekening (GN) 2 op afdeling XVII van de
gecombineerde nomenclatuur, die in deelzendingen
worden binnengebracht, wordt slechts toegepast
indien:
-
uiterlijk
bij het binnenkomen van de goederen aan degene
die de goederen zal aangeven voor het vrije
verkeer door de inspecteur vergunning is
verleend de goederen in het vrije verkeer te
brengen met toepassing van de aanvullende
aantekening (GN) 3 op de afdeling XVI of de
aanvullende aantekening (GN) 2 op afdeling XVII
van de gecombineerde nomenclatuur;
-
de
goederen die deel zullen uitmaken van de
gemonteerde machine of het gemonteerde
vervoermaterieel, alsmede de andere goederen die
in het kader van de montage worden ingevoerd,
behoudens bijzondere toestemming, op hetzelfde
douanekantoor worden aangevoerd.
- 2.
- Bij het
verzoek tot verlening van de vergunning worden de
akte ter zake van de overeenkomst die aan de
levering van de in het eerste lid, onderdeel b,
bedoelde goederen ten grondslag ligt en de
bescheiden als omschreven in de aanvullende
aantekening (GN) 2 op afdeling XVI van de
gecombineerde nomenclatuur, overgelegd.
- 3.
- Op de dag
waarop de goederen op het douanekantoor worden
aangebracht wordt overeenkomstig de vergunning aan
de inspecteur kennisgeving gedaan. Gelijktijdig
wordt een inhoudsopgave van de verschillende colli
ingeleverd.
- 4.
- Bij de
ontvanger, wordt een bedrag voldaan, gelijk aan de
rechten bij invoer die bij het in het vrije verkeer
brengen van de goederen verschuldigd zouden zijn bij
toepassing van het op dat tijdstip voor de
gemonteerde machine of het gemonteerde
vervoermaterieel geldende tarief.
- 5.
- Zo spoedig
mogelijk na de montage van de machine of het
vervoermaterieel, doch in ieder geval binnen een
door de inspecteur te bepalen termijn, worden de in
het eerste lid, onderdeel b, bedoelde goederen voor
het vrije verkeer aangegeven.
- 6.
- De
wettelijk verschuldigde rechten bij invoer worden
naar het percentage van het douanetarief, geldend op
de dag waarop de goederen op het douanekantoor zijn
aangebracht, berekend overeenkomstig de aangifte en
met inachtneming van hetgeen bij verificatie van de
aangifte en ingevolge andere wettelijke bepalingen
is bevonden of vastgesteld.
Artikel
140
Indien de
overdracht van goederen binnen de Benelux plaatsvindt
geschiedt dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 296
van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek.
Artikel
141
- 1.
- Bij
overdracht en overneming hier te lande op de voet
van artikel 296 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek van reuzel en ander
varkensvet dat bij het in het vrije verkeer brengen
is ingedeeld onder de onderverdeling 1501 0011,
overhandigt de leverancier aan zijn afnemer een
Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen, zoals
opgenomen in Bijlage XXXIII in drievoud, dat is
voorzien van de door de leverancier te verstrekken
gegevens, de dagtekening en zijn handtekening. Alle
exemplaren van het overdrachtsformulier worden door
de afnemer verder ingevuld, gedagtekend en
ondertekend en overgelegd bij de instantie waarbij
zekerheid is gesteld ter verzekering van de
voldoening van de eventueel verschuldigde rechten
bij invoer.
- 2.
- Indien het
in de BLEU ingeslagen vet wordt overgedragen aan een
hier te lande gevestigde afnemer, worden het
origineel en de kopie nr. 1 van het door de
Belgische of Luxemburgse douanediensten afgegeven
controle-exemplaar T5, alsmede een door de afnemer
ingevuld, gedagtekend en ondertekend
Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen in
tweevoud (1e en 2e exemplaar) overgelegd bij de
instantie waarbij zekerheid is gesteld ter
verzekering van de voldoening van de rechten bij
invoer. Op dit formulier wordt in plaats van de door
de leverancier te verstrekken gegevens een
verwijzing naar het controle-exemplaar T5 opgenomen,
inhoudende de datum en het nummer, alsmede de
instantie die het heeft afgegeven.
Artikel
142 [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel
143 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
144 [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel
145
Het is
verboden:
-
onjuiste
of onvolledige gegevens te verstrekken of te doen
verstrekken waarvan het gevolg zou kunnen zijn dat
ten onrechte een gunstige tariefregeling wordt
toegepast;
-
een
handeling te verrichten of medewerking te weigeren
in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit
de verordeningen van de Raad of van de Commissie van
de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van
een gunstige tariefregeling in verband met de
bijzondere bestemming, aard of eigenschappen van in
het vrije verkeer te brengen goederen of in strijd
met de bepalingen die bij of krachtens deze
ministeriële regeling zijn gesteld.
§ 5.
Douanewaarde
Artikel
146 [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel
147 [Vervallen per 01-01-1999]
Artikel
148
- 1.
- De
mededeling bedoeld in artikel 177, tweede lid, van
de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
wordt gedaan indien de douanewaarde, vastgesteld met
toepassing van de artikelen 28 tot en met 33 van het
Communautair douanewetboek, 10% of meer lager is dan
de douanewaarde vastgesteld op basis van de
eenheidswaarde.
- 2.
- Indien op
de voet van het eerste lid een mededeling wordt
gedaan met betrekking tot goederen waarvan de
douanewaarde wordt vastgesteld in het tijdvak van 1
november tot en met 31 december van een bepaald
jaar, strekt de in die mededeling genoemde periode
zich uit tot het einde van het daaropvolgende
kalenderjaar.
Artikel
149
Wanneer de
gegevens voor de bepaling van de douanewaarde zijn
uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese
Centrale Bank dagelijks referentiekoersen publiceert,
worden deze koersen voor de bepaling van die waarde
aangemerkt als de genoteerde koers in de zin van artikel
168, onderdeel a, tweede streepje, van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
Artikel
150
- 1.
- Wanneer de
gegevens voor de bepaling van de douanewaarde zijn
uitgedrukt in een andere munteenheid dan die bedoeld
in artikel 149, wordt voor het bepalen van die
waarde gebruik gemaakt van de koers van die
munteenheid ten opzichte van het Engelse pond zoals
die op de voorlaatste maandag van de maand in de F.T.
Guide to World Currencies in de Financial Times
wordt gepubliceerd. Voor de omrekening van het
Engelse pond in euro's wordt gebruik gemaakt van de
koers zoals deze is opgenomen in de in dit lid
bedoelde publikatie.
- 2.
- De
overeenkomstig het eerste lid vastgestelde koers
geldt gedurende de kalendermaand volgende op de in
dat lid bedoelde publikatie in de Financial Times.
- 3.
- Indien
geen publikatie plaatsvindt zoals bedoeld in het
eerste lid, wordt de voor de betrokken munteenheid
laatst in de F.T. Guide to World Currencies in de
Financial Times gepubliceerde koers van die
munteenheid ten opzichte van het Engelse pond geacht
de op de voorlaatste maandag van de maand
gepubliceerde wisselkoers te zijn.
- 4.
- Indien een
munteenheid als bedoeld in het eerste lid revalueert
of devalueert, waardoor de in de F.T. Guide to World
Currencies in de Financial Times gepubliceerde koers
5% of meer afwijkt van de overeenkomstig het eerste
en derde lid berekende koers, uitgedrukt in euro's,
wordt de eerstbedoelde koers toegepast in plaats van
de laatstbedoelde koers.
- 5.
- Artikel
172 van de toepassingsverordening Communautair
douanewetboek is van overeenkomstige toepassing.
Artikel
151
De aangifte
van gegevens inzake de douanewaarde als bedoeld in
artikel 178, eerste lid, van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, kan achterwege blijven:
-
indien de
douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt
vastgesteld op een andere wijze dan met toepassing
van artikel 29 van het Communautair douanewetboek;
-
in de
gevallen bedoeld in artikel 179, eerste lid, van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
- 2.
- In de
gevallen, waarin de in het eerste lid bedoelde
aangifte ingevolge het bepaalde in onderdeel a van
dat lid achterwege blijft en voor zover de
douanewaarde niet is aangegeven met toepassing van
de vereenvoudigde procedures als bedoeld in de
artikelen 173 tot en met 177 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek,
dient de aangever, indien de douanewaarde niet
rechtstreeks uit de factuur is afgeleid, op een
afzonderlijk blad de gegevens te verstrekken met
behulp waarvan de aangegeven douanewaarde is
berekend. Deze gegevens bevatten ten minste:
- -
- de
methode van de vaststelling van de douanewaarde,
aan te duiden door vermelding van het
desbetreffende artikel van het Communautair
douanewetboek;
- -
- een
verwijzing naar een door de douane genomen
beslissing voor zover de douanewaarde
overeenkomstig een dergelijke beslissing is
aangegeven;
- -
- een
gedetailleerde opgave van de wijze van
berekening.
§ 6.
Tarieven particuliere zendingen en reizigersbagage
Artikel
152
In afwijking
van het forfaitair invoerrecht dat wordt toegepast op
grond van paragraaf 1 van Titel II D van de Inleidende
Bepalingen van de gecombineerde nomenclatuur die als
bijlage I is gevoegd bij Verordening (EEG) nr. 2658/87
van 23 juli 1987 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen met betrekking tot de tarief- en
statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk
douanetarief (PbEG L 256) (de gecombineerde
nomenclatuur) worden zonder heffing van rechten bij
invoer toegelaten:
-
boeken,
kranten en tijdschriften;
-
goederen
van herkomst uit het vrije verkeer van:
| - |
Andorra,
voor zover zij vallen onder de hoofdstukken
25 tot en met 97 van de gecombineerde
nomenclatuur;
|
| - |
Turkije;
|
-
andere
goederen, voor zover zij van oorsprong zijn uit:
| - |
Andorra,
voor zover zij vallen onder de hoofdstukken
1 tot en met 24 van de gecombineerde
nomenclatuur;
|
| - |
Faeröer,
Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of
Zwitserland;
|
| - |
de
A.C.S.-staten, Albanië, Algerije, Gebied
onder Palestijnse autoriteit, Bosnië-Herzegovina,
Bulgarije, Ceuta, Egypte, Israël,
Joegoslavië (Servië en Montenegro) Jordanië,
Kroatië, de landen en gebieden die als
begunstigde zijn aangewezen in het kader van
het stelsel van de algemene
tariefpreferenties, de Landen en Gebieden
Overzee, Libanon, de voormalige
Joegoslavische Republiek Macedonië,
Marokko, Melilla, Roemenië, Syrië of
Tunesië.
|
Artikel
153
Voor goederen,
vermeld in onderstaande lijst, wordt, behoudens het
bepaalde in artikel 152, een forfaitaire accijns geheven
overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die gelden
voor het douanerecht. De accijns wordt berekend naar de
bij die goederen vermelde tarieven.
|
Omschrijving
|
Grondslag
|
Tarief
|
|
a.
overige alcoholhoudende
|
|
|
|
produkten
als bedoeld in
|
|
|
|
artikel
12 van de Wet op de accijns:
|
|
|
|
-
dranken
|
liter
|
€
5,72
|
| |
|
|
|
b.
rooktabak
|
kleinhandelsprijs
van soortgelijke
|
44,4%
|
| |
produkten
|
|
| |
|
|
|
c.sigaretten
|
kleinhandelsprijs
van soortgelijke
|
57%
|
| |
produkten
|
|
§ 7.
Preferentiële Invoerrechten Suriname
Artikel
154
| 1. |
De ad
valorem douanerechten worden voor de
onderstaande goederen, van oorsprong en van
herkomst uit Suriname, geschorst overeenkomstig
hetgeen hieronder bij die goederen is vermeld.
|
Goederencode
van de
gecombineerde
nomenclatuur
|
Omschrijving
van de goederen
|
Tarief
|
|
ex
0805 1037
|
Sinaasappelen,
van 1 augustus
|
|
|
t/m
|
tot
en met 14 oktober
|
vrij
|
|
ex
0805 1046
|
|
|
|
ex
0805 1084
|
|
|
|
ex
0805 2023
|
Satsuma’s,
mandarijnen en tangarines,
|
|
|
ex
0805 2025
|
van
1 augustus tot en met 14 oktober
|
vrij
|
|
ex
0805 2027
|
|
|
|
0805
3020
|
Citroenen
|
vrij
|
|
0805
3030
|
|
|
|
0805
3040
|
|
|
|
| 2. |
De
oorsprong en de herkomst van de in het eerste
lid genoemde goederen wordt aangetoond
overeenkomstig Protocol nr. 1, behorende bij de
Vierde ACS-EEG-Overeenkomst; Lomé, 15 december
1989 (PbEG 1991, L 229).
|
| 3. |
De in
het eerste lid genoemde goederen worden niet
afgeboekt van eventuele tariefplafonds die door
de Europese Unie binnen het kader van preferentiële
tariefregelingen worden vastgesteld.
|
§ 8.
Andere bepalingen
Artikel
155
- 1.
- In geval
van een schriftelijke of mondelinge aangifte wordt
de aangever in kennis gesteld van de wijze waarop de
toepassing van het douanetarief heeft plaatsgevonden
of van de door de inspecteur bevonden of
vastgestelde tariefindeling door op de dag waarop de
toepassing van dit tarief heeft plaatsgevonden, dan
wel de tariefindeling is bevonden of vastgesteld,
een exemplaar van de aangifte of een ander bescheid
waaruit die toepassing of indeling blijkt aan hem te
overhandigen of vanaf die dag te zijner beschikking
te houden op het douanekantoor waar de aangifte is
gedaan. Indien de goederen voordat de verificatie
van de aangifte is beëindigd zijn vrijgegeven,
geschiedt de inkennisstelling door een schriftelijke
mededeling waarvoor gebruik wordt gemaakt van een
formulier waarop het resultaat van de verificatie is
vermeld.
- 2.
- In geval
van een elektronische aangifte geschiedt de
inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid door
een elektronisch bericht.
- 3.
- In geval
van een aangifte als bedoeld in artikel 76
eerste
lid, onderdeel b, onderscheidenlijk c, van het
Communautair douanewetboek waarbij de aanvullende
aangifte periodiek wordt gedaan, wordt de aangever
in kennis gesteld door een schriftelijke mededeling
waarvoor gebruik wordt gemaakt van een exemplaar van
de aanvullende aangifte.
Hoofdstuk
9. Strafrechtelijke bepalingen
Artikel
156
- 1.
- Strafbare
feiten zijn:
-
het niet
in acht nemen van het bepaalde in artikel 40;
-
het
verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens,
onderscheidenlijk
het verrichten van handelingen, welke leiden dan wel
kunnen leiden tot een onjuiste terugbetaling of
kwijtschelding van rechten bij invoer;
-
het
verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens,
waarvan het gevolg is of zou kunnen zijn dat
vrijstelling wordt genoten zonder dat daarop
aanspraak bestaat;
-
de
voorwaarden en bepalingen die bij of krachtens de in
artikel 75 genoemde verordening of in andere
bepalingen in hoofdstuk 5, onderscheidenlijk
hoofdstuk 8, paragraaf 4, van deze ministeriële
regeling zijn gesteld, niet na te komen;
-
het
overtreden van een in deze ministeriële regeling
omschreven verbod.
- 2.
- Het eerste
lid, onderdeel d is niet van toepassing, indien met
betrekking tot de vrijstelling de overtreding van het
verbod is gelijk te stellen met het gebruiken of doen
gebruiken van de goederen waarvoor vrijstelling van
rechten bij invoer wordt genoten op een wijze of voor
doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt.
Hoofdstuk
10. Slotbepalingen
Artikel
157
Deze ministeriële
regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Douanewet
in werking treedt.
Artikel
158
Deze ministeriële
regeling wordt aangehaald als: Douaneregeling.
Deze regeling zal in
de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10
mei 1996.
De Staatssecretaris
van Financiën,
W.A.
Vermeend.
Bijlage I. Vaarwaters voor binnenkomst (artikel 10 Douaneregeling
onderscheidenlijk voor uitgang (artikel 72 Douaneregeling)
Als vaarwaters voor uit zee binnenkomende onderscheidenlijk naar zee
uitgaande schepen worden aangewezen de grootscheepse vaarwaters van de
Noordzee vice versa:
-
via de Eems naar Delfzijl;
-
via het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog naar Lauwersoog;
-
via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling naar Oost-Vlieland of
West-Terschelling;
-
via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling, dan wel via het zeegat
tussen Noord-Holland en Texel, naar Harlingen;
-
via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Texel en Den Helder;
-
via het Noordzeekanaal naar Amsterdam, Beverwijk, Velsen, IJmuiden of
naar Zaandam;
-
naar de Scheveningse haven;
-
-
via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg dan wel via de Maasmond en het
Calandkanaal naar Rotterdam;
-
via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg naar Dordrecht of Zwijndrecht;
-
via de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Oude Maas, de Dordtse Kil en het
Hollands Diep naar Moerdijk;
-
via de Westerschelde naar Breskens, Hansweert, Terneuzen of Vlissingen;
-
via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Oudeschild;
-
naar de haven van Stellendam;
-
naar de Roompotsluis.
Bijlage II. Douanekantoren als bedoeld in artikel 11 van de
Douaneregeling en douanekantoren van uitgang als bedoeld in artikel 70,
eerste lid, van de Douaneregeling
1. In de volgende plaatsen zijn douanekantoren gevestigd voor het
aanbrengen en aangeven van uit zee binnengebrachte goederen,
onderscheidenlijk voor goederen die over zee zullen uitgaan:
|
Douane Noord,
douanekantoor Eemshaven:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Delfzijl , Eemshaven en
Lauwersoog;
|
|
|
Douane Noord, douanekantoor
Leeuwarden:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Oost-Vlieland,
West-Terschelling en Harlingen;
|
|
|
Douane Zuid, douanekantoor
Moerdijk:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Dordrecht, voor wat betreft
het deel ten zuiden van de Oude Maas, en Moerdijk;
|
|
|
Douane Zuid, douanekantoor
Vlissingen:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Breskens, Hansweert,
Stellendam, Terneuzen, Veere-Roompotsluis en Vlissingen;
|
|
|
Douane West, douanekantoor
Amsterdam:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Amsterdam, Beverwijk, Den
Helder, Scheveningen, Oudeschild, IJmuiden, Velsen-Noord, en
Zaandam;
|
|
|
Douane Rotterdam,
douanekantoor Reeweg:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Heijplaat, Hoek van Holland,
Rozenburg, Schiedam, Vlaardingen en Zwijndrecht.
|
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Dordrecht, voor wat betreft
het deel ten noorden van de Oude Maas
|
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien
vanaf het douanekantoor Rotterdam Reeweg, bevinden tot en met
het Beerkanaal.
|
|
|
Douane Rotterdam,
douanekantoor Maasvlakte:
| – |
voor schepen die
ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien
vanaf het douanekantoor Rotterdam Maasvlakte, bevinden tot aan
het Beerkanaal.
|
|
2. In de havens van
Oost-Vlieland, West-Terschelling, Oudeschild, Stellendam en Veere (Roompotsluis)
mogen slechts schepen worden aangebracht bij het desbetreffende
douanekantoor met goederen die mondeling dan wel door enige andere
handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een
persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven
mag in dit geval niet hoger zijn dan € 1000.
3. De plaatsen, bedoeld in
artikel 11a, eerste lid, van de Douaneregeling, zijn:
|
Eemshaven rede en
Oterdum rede;
|
|
Ankerplaatsen Den Helder A
t/m Q (Adm. chart 1546);
|
|
IJmuiden deep draft area en
recommended anchor area;
|
|
Ankerplaats Scheveningen;
|
|
Deepdraft 1 en 2;
|
|
Maas outer 3 – Maas West 4
en Maas Noord 5;
|
|
Wielingen-Noord bewesten de
W8;
|
|
Wielingen-Zuid beoosten de
W8;
|
|
Wielingen-Zuid bewesten het
haventje van Nieuwe Sluis;
|
|
Rede van Vlissingen incl.
oostelijk deel Springergeul, Merlemon, Everingen A t/m E;
|
|
Put van Terneuzen A t/m C.
|
Bijlage III . Internationale luchthavens als bedoeld in artikel 17,
eerste lid, van de Douaneregeling, douanekantoren als bedoeld in artikel
17, tweede lid, van de Douaneregeling, alsmede douanekantoren van
uitgang als bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de Douaneregeling
1. In de volgende plaatsen zijn ten behoeve van de genoemde
internationale luchthavens douanekantoren gevestigd voor het aanbrengen
en aangeven op de van door de lucht binnengebrachte goederen,
onderscheidenlijk voor goederen die door de lucht zullen uitgaan:
-
Douane Noord,
douanekantoor Duiven:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Hilversum, Lelystad, Soesterberg en Teuge;
|
-
Douane Noord,
douanekantoor De Lutte:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Twente;
|
-
Douane Noord,
douanekantoor Eelde Airport:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Eelde Airport;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Maastricht-Aachen Airport:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Maastricht-Aachen Airport;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Moerdijk:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Seppe en Woensdrecht;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Vlissingen:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Midden-Zeeland;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Eindhoven Airport:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Budel en Eindhoven Airport;
|
-
Douane Zuid,
douanekantoor Hazeldonk:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Gilze-Rijen;
|
-
Douane West,
douanekantoor Rotterdam Airport:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthaven van Rotterdam Airport.
|
-
Douane West,
douanekantoor Schiphol:
| – |
voor
luchtvaartuigen met bestemming de internationale
luchthavens van Den Helder, Schiphol, Texel en Valkenburg.
|
2. De aanwijzing van Gilze-Rijen en Soesterberg geldt slechts voor
militaire luchtvaartuigen.
3. De aanwijzing van Eindhoven Airport, Twente en Valkenburg geldt
slechts voor militaire luchtvaartuigen alsmede burgerluchtvaartuigen
waarvoor de Minister van Defensie toestemming heeft gegeven tot gebruik
van de luchthaven.
4. De aanwijzing van Hilversum, Midden-Zeeland, Seppe, Teuge en Texel
geldt slechts voor goederen welke mondeling dan wel door enige andere
handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een
persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven mag
in dit geval niet hoger zijn dan € 1000.
Bijlage IV. Plaatsen waar een ruimte voor tijdelijke opslag kan worden
gevestigd (artikel 20 Douaneregeling)
-
de plaatsen die genoemd zijn in bijlage II met uitzondering van
Oost-Vlieland en West-Terschelling.
-
de plaatsen die genoemd zijn in bijlage III en bijlage V.
Bijlage V . Plaatsen van vestiging van douanekantoren als bedoeld in
artikel 60 van het Communautair douanewetboek, artikel
31 van het Douanebesluit en artikel 25 van de Douaneregeling.
Amsterdam
Maastricht-Aachen Airport
Brunssum (Afnorth)
Duiven
Groningen Airport Eelde
Eemshaven
Eindhoven Airport
Hazeldonk
Leeuwarden
Moerdijk
De Lutte
Rotterdam
Rotterdam Airport
Schiphol
Veendam
Venlo
Vlissingen
Bijlage VI. bij de Douaneregeling
Toelichting Enig document
Inleiding
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek
(CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de
schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale
procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het
vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve
veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer,
passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van
een economische douaneregeling.
De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage
37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW)
terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken
communautaire codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van
artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de
Lidstaten toegestaan de communautaire toelichting nader aan te vullen.
Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel
18 van het Douanebesluit vast te leggen dat dit kan geschieden
bij ministeriële regeling. Deze Toelichting Enig document is de
uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de
Douaneregeling.
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan
met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in
Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de
schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
De Toelichting bestaat uit drie titels, waarvan een algemeen gedeelte,
Titel I, waarin een matrix is opgenomen op basis waarvan kan worden
bepaald welke vakken ingevuld dienen te worden bij een bepaalde
douaneprocedure. In Titel II wordt een beschrijving van de afzonderlijke
vakken gegeven voor de formaliteiten bij uitvoer, douanevervoer en
invoer. Titel III bevat informatie voor het invullen van aanvullende
formulieren Enig document. De bij de invulling te gebruiken codes zijn
afzonderlijk opgenomen in het codeboek Sagitta. In artikel 29 van de
Douaneregeling is bepaald dat het codeboek Sagitta beschikbaar is via
het Internetadres www.douane.nl.
Teneinde de gebruiker een compleet overzicht te kunnen geven van alle
formaliteiten, die van belang zijn voor de juiste invulling van het Enig
document, bevat de Toelichting zowel de communautaire aanwijzingen uit
Bijlage 37 als de nationale aanvullingen. In het codeboek Sagitta zijn
daartoe zowel de communautaire codes uit Bijlage 38 als de codes die
nationaal zijn vastgesteld opgenomen.
Titel I. Algemene opmerkingen
A. Algemeen
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van
geautomatiseerde systemen (Sagitta-Invoer, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn
de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis
mutandis van toepassing.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
| a. |
wanneer volgens de
communautaire wetgeving aangifte tot plaatsing onder een
douaneregeling of tot wederuitvoer moet worden gedaan;
|
| b. |
indien nodig,
tijdens de in een toetredingsakte bepaalde overgangsperiode,
in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar
samenstelling voor de toetreding en de nieuwe lidstaten,
enerzijds, en tussen deze laatste onderling, anderzijds, voor
goederen waarvoor alle douanerechten en heffingen van gelijke
werking nog niet geheel zijn opgeheven of waarvoor nog andere
in de toetredingsakte vastgestelde maatregelen gelden;
|
| c. |
wanneer de
communautaire wetgeving daar uitdrukkelijk in voorziet.
|
De aldus te gebruiken formulieren en aanvullende formulieren bestaan uit
de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten
voor een of meer douaneregelingen en worden gekozen uit een set van acht
exemplaren:
| – |
exemplaar 1 te
bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de
formaliteiten bij uitvoer (eventueel verzending) of
communautair douanevervoer worden vervuld,
|
| – |
exemplaar 2 bestemd
voor de statistiek van de lidstaat van uitvoer; dit exemplaar
kan eveneens worden gebruikt voor de statistiek van de
lidstaat van verzending in het geval van handelsverkeer tussen
delen van het douanegebied van de Gemeenschap met
verschillende belastingstelsels,
|
| – |
exemplaar 3 bestemd
voor de exporteur, na visering door de douane,
|
| – |
exemplaar 4 te
bewaren door het kantoor van bestemming bij communautair
douanevervoer of te gebruiken als bewijs van de communautaire
status van de goederen,
|
| – |
exemplaar 5
terugzendingsexemplaar van de regeling communautair
douanevervoer,
|
| – |
exemplaar 6 te
bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de
formaliteiten bij invoer worden vervuld,
|
| – |
exemplaar 7 bestemd
voor de statistiek van de lidstaat van invoer. Dit exemplaar
kan eveneens voor de statistiek van deze lidstaat worden
gebruikt wanneer het gaat om handelsverkeer tussen delen van
het douanegebied van de Gemeenschap met verschillende
belastingstelsels.
|
| – |
exemplaar 8 bestemd
voor de geadresseerde.
|
Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk,
bijvoorbeeld:
| – |
uitvoer, passieve
veredeling of wederuitvoer: exemplaren 1, 2 en 3,
|
| – |
communautair
douanevervoer: exemplaren 1, 4 en 5,
|
| – |
douaneregelingen bij
invoer: exemplaren 6, 7 en 8.
|
Bovendien moet in bepaalde gevallen het communautaire karakter van de
goederen op de plaats van bestemming worden aangetoond. In dergelijke
gevallen kan het exemplaar nr. 4 als T2L document worden gebruikt.
Dit betekent dat belanghebbenden de sets kunnen laten drukken die
overeenkomen met de door hen gemaakte keuze, voor zover het gebruikte
formulier in overeenstemming is met het officiële model.
Iedere set moet zodanig zijn samengesteld dat wanneer voor de betrokken
lidstaten eenzelfde gegeven moet worden ingevuld, dit door de exporteur
of de aangever rechtstreeks op exemplaar nr. 1 wordt vermeld en als
gevolg van de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op
alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om een of
andere reden (met name wanneer naar gelang de fase waarin de
goederenbeweging zich bevindt andere gegevens moeten worden ingevuld)
een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden
doorgegeven, mag dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren
worden doorgeschreven.
Bij gebruikmaking van een systeem van geautomatiseerde
aangiftebehandeling, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan
elk exemplaar een dubbele bestemming heeft: 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.
In dit geval worden op elke gebruikte set de nummers van de
overeenkomstige exemplaren vermeld, terwijl de niet van toepassing
zijnde nummers worden doorgehaald.
Deze sets zijn zo samengesteld dat de op de verschillende exemplaren te
vermelden gegevens dankzij de chemische behandeling van het papier
worden doorgeschreven.
Wanneer overeenkomstig artikel 205, lid 3, TVo.CDW aangiften tot
plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer of documenten
waarmee het communautaire karakter wordt aangetoond van goederen die
niet onder de regeling intern communautair douanevervoer worden
vervoerd, met behulp van openbare of particuliere systemen voor
automatische gegevensverwerking op blanco papier worden gesteld, moet
aan alle vormvereisten van het CDW of van de onderhavige verordening
zijn voldaan, ook wat de ommezijde van het formulier betreft (voor de in
het kader van de regeling communautair douanevervoer gebruikte
exemplaren), met uitzondering van:
| – |
de kleur van de
drukinkt,
|
| – |
het gebruik van
cursief gedrukte tekst,
|
| – |
de onderdruk van de
vakken die betrekking hebben op communautair douanevervoer.
|
De aangifte voor douanevervoer wordt in een enkel exemplaar ingediend
bij het kantoor van vertrek wanneer dit kantoor de aangifte met behulp
van een systeem voor de automatische gegevensverwerking (NCTS) verwerkt.
Het hier te lande vervaardigen van formulieren Enig document is slechts
toegestaan onder voorwaarde dat de formulieren geheel identiek zijn aan
de officiële uitgaven opgenomen in de bijlagen 31 tot en met 34 TVo.CDW.
Formulieren die in een andere lidstaat door de douane zijn aanvaard,
worden hier te lande geaccepteerd.
Extra exemplaren van de formulieren Enig document worden gebruikt:
| – |
bij communautair
douanevervoer naar of via Zwitserland dient aan het Zwitserse
kantoor van binnenkomst een extra exemplaar dat identiek is
aan het exemplaar nr. 4 te worden afgegeven (zie artikel 12
van de overeenkomst tussen de EEG en de EVA-landenx [1]
betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake
douanevervoer).
|
| – |
indien goederen
onder een douaneregeling worden geplaatst met gebruikmaking
van het formulier Enig document, dienen in de hierna
omschreven gevallen één, twee of drie extra exemplaren van
het formulier Enig document te worden ingediend. Daartoe is
nationaal een exemplaar 0/0 ontwikkeld. De aangever kan voor
het extra exemplaar echter ook een fotokopie van het formulier
Enig document gebruiken. Achter de verticaal gedrukte
aanduidingen van het extra exemplaar komen letters en een
lettercombinatie voor. De aangever kan door omcirkeling van
een letter of lettercombinatie aanduiden voor welk doel het
extra exemplaar wordt ingediend.
|
|
Extra
exemplaar (A): Wanneer een aangifte
ten uitvoer of voor communautair douanevervoer wordt gedaan,
kunnen één of meer exemplaren (A) zijn vereist, ingevolge de
bepalingen inzake vrijstelling of teruggaaf van rechten bij
uitvoer of inzake landbouwrestitutie.
|
|
Extra
exemplaar (W): Wanneer een aangifte voor
een douaneregeling wordt gedaan waarbij een exemplaar noodzakelijk is
om de goederen weg te mogen voeren, kan een extra exemplaar (W) worden
ingediend.
|
|
Extra
exemplaar (D-W): Wanneer een exemplaar
van het Enig document als vervoersopdracht wordt gebruikt op grond van
de Wet op de accijns of de Wet op de verbruiksbelasting, kan een extra
exemplaar (D-W) worden ingediend.
|
|
Extra
exemplaar (Z): Een extra exemplaar (Z)
moet worden ingediend indien het betreft goederen waarvoor in de
vrijstellingsvergunning is bepaald dat een vrijstellingsregeling wordt
gehouden.
|
B. Te vermelden gegevens
De invulling van de vakken en deelvakken wordt beheerst door de
communautaire matrix van Bijlage 37 TVo.CDW. In de nationale matrix, die
hierna is opgenomen, is de communautaire matrix verwerkt en zijn
eveneens de nationaal verplicht gestelde vakken opgenomen. Deze
nationale matrix bepaalt voor elke douaneregeling of -bestemming, bewijs
communautair karakter van de goederen en tijdelijke opslag of een vak of
deelvak moet of mag worden gebruikt volgens de kolommen A tot en met L.
Voorzover van toepassing zijn daarbij ook vermeld de codes van de
gevraagde regelingen als bedoeld voor het eerste deelvak van vak 37:
|
Opschriften van de
kolommen in de nationale matrix
|
In het eerste
deelvak van vak 37 te gebruiken codes
|
|
A:
Uitvoer/verzending
|
10, 11, 23
|
|
B: Opslag in
douane-entrepot van voor uitvoer bestemde goederen met
voorfinanciering
|
76, 77
|
|
C: Wederuitvoer na
plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan het
stelsel van douane-entrepots (actieve veredeling, tijdelijke
invoer, behandeling onder douanetoezicht)
|
31
|
|
D: Wederuitvoer na
opslag in douane-entrepot
|
31
|
|
E: Passieve
veredeling
|
21, 22
|
|
F: Douanevervoer
|
|
|
G: Communautair
karakter van de goederen
|
|
|
H: In het vrije
verkeer brengen
|
01, 02, 07, 40 41,
42, 43, 45, 48, 49, 61, 63, 68
|
|
I: Plaatsing onder
een economische douaneregeling andere dan passieve veredeling
en douane-entrepot (actieve veredeling (schorsingssysteem),
tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht)
|
51, 53, 54(a), 91,
92(a)
(a) verwijst
uitsluitend naar de voorafgaande regeling.
|
|
J: Opslag in
douane-entrepot van het type A, B, C, E of F1 [2]
|
71, 78
|
|
K: Opslag in
douane-entrepot van het type D2 [3]3 [4]
|
71, 78
|
|
L: Tijdelijke opslag
|
|
Slechts een gedeelte van de vakken wordt ingevuld, naar gelang de
gevraagde douaneregeling(en).
Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures zijn de voor
elke regeling in te vullen vakken in de onderstaande tabel aangegeven.
De specifieke bepalingen betreffende elk vak in titel II doen geen
afbreuk aan de status van de in de tabel vermelde vakken.
Verklaring van de symbolen in de vakken van de nationale matrix
|
X
|
Verplicht voor de
aangever.
|
|
X*
|
Facultatief voor de
aangever: gegevens die de aangevers vrijwillig kunnen
verstrekken.
|
|
X* [1, enz.]
|
Facultatief voor de
aangever: gegevens die de aangevers vrijwillig kunnen
verstrekken, tenzij voetnoot van toepassing is dan voetnoot
verplicht volgen.
|
Opgemerkt zij dat indien een vak verplicht is voor de aangever (X), dit
geen afbreuk doet aan het feit dat de opgave van bepaalde gegevens,
wegens hun aard, enkel wordt verlangd wanneer de omstandigheden dit
rechtvaardigen. Zo wordt bijvoorbeeld de opgave van de bijzondere
maatstaf in vak 41 enkel verlangd wanneer Taric daarin voorziet.
Nationale matrix
|
Vak nr.
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
H
|
I
|
J
|
K
|
L
|
|
1[1]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
1[2]
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
1[3]
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
|
|
|
|
|
|
2
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
|
X [25]
|
|
|
|
|
|
|
2 (No)
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
X
|
|
|
|
|
|
|
3
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
X [2] [3]
|
|
4
|
|
|
|
|
|
|
X
|
|
|
|
|
X
|
|
5
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
X
|
|
6
|
|
|
|
|
|
X [4]
|
|
|
|
|
|
|
|
7
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
X [5]
|
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
X*
|
|
8
|
X [1]
|
X
|
|
|
|
X [6]
|
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
X [25]
|
|
|
8 (No)
|
|
|
|
|
|
|
|
X
|
X
|
| | |