| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene wet inzake
rijksbelastingen (Awr)
REGELING
TOEPASSING ALGEMENE WET INZAKE
RIJKSBELASTINGEN VOOR DE VERONTREINIGINGSHEFFING
RIJKSWATEREN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING
van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende
toepassing van de artikelen 6, eerste lid en 8, eerste lid, onderdeel a,
van de Algemene wet inzake rijksbelastingen voor de
verontreinigingsheffing rijkswateren
De Minister van Verkeer en
Waterstaat;
Gelet op artikel 20, tweede lid, van de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren, de artikelen 19 en 20, van het Uitvoeringsbesluit
verontreiniging rijkswateren en de artikelen 6, eerste lid, en 8, eerste
lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
Besluit:
Artikel 1
Het uitnodigen tot het doen van aangifte, bedoeld in artikel 6,
eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geschiedt door
het uitreiken van een aangiftebiljet.
Artikel 2
Het doen van aangifte, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a,
Algemene wet inzake rijksbelastingen, geschiedt door het inleveren van
het uitgereikte aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 22 december 1995.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
|
|
|