|
De Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 3, vierde lid, 7, derde lid, 8, derde lid, 11,
eerste lid, onderdeel a, onder 2°, b, onder 5°, en p, 15, eerste lid,
onderdeel b, onder 1°,
en vijfde lid, 23, eerste lid, 24, tweede lid, 25, tweede en derde lid,
26, 27, zevende lid, 31, 33, tweede en zesde lid, 34, 35, vijfde lid,
50, vijfde, twaalfde en vijftiende lid, en 50a, vierde lid, van de Wet
op de omzetbelasting 1968 (Stb. 1968, 329), letter a, posten 29, letter
d, en
32, van de bij die wet behorende tabel I, de bijzondere bepaling op
letter a, post 2, van de bij die wet behorende tabel II, artikel 62 van
de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301), alsmede de
artikelen 4, onderdeel c, 9, derde lid, 12, derde lid, 13, 23 en
24b,
achtste lid, en 24ba, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit
omzetbelasting 1968 (Stb. 1968, 423);
Besluit:
Begripsbepalingen
Artikel 1
1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1a, derde lid,
2a, eerste lid, onderdelen l en m, en tweede lid, 5a, vierde en vijfde
lid, 7, derde en vierde lid, 8, zevende lid, 11, eerste lid,
onderdelen a, onder 2°, b, onder 5°, en p, 15, eerste lid, onderdeel
c, onder 1°, derde en zesde lid, 17e, 21, 23, eerste lid, 24, tweede
lid, 25, tweede, derde en zesde lid, 26, 27, negende lid, 28d, 28i,
28p, 31, zevende lid, 32f, tweede lid, 32h, 32i, 34, eerste, tweede,
derde en vierde lid, 35, tweede en derde lid, 35a, vierde lid, en 37d,
van de Wet op de omzetbelasting 1968, onderdeel a, posten 31, 32 en
35, van de bij die wet behorende tabel I, onderdeel a, posten 7 en 8,
van de bij die wet behorende tabel II, artikel II van de wet van 23
december 1994 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in
verband met de invoering van een bijzondere regeling voor gebruikte
goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en
antiquiteiten, artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
alsmede de artikelen 4, eerste lid, onderdeel c, 9, derde lid, 12,
vijfde lid, 13, 24b, achtste lid, 24ba, tweede lid, en 24c, derde lid,
onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
2. Deze regeling verstaat onder:
a. wet: Wet op de omzetbelasting 1968;
b. besluit: Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968;
c. belasting: omzetbelasting.
Inleidende bepalingen
Artikel 1a
1.De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan ingevolge artikel
1a, derde lid, eerste volzin, van de wet, het tweede lid van dat
artikel niet van toepassing is, vast:
a. op de datum van dagtekening van de beschikking bedoeld in
het derde lid van dat artikel; dan wel
b. indien degene die het verzoek indient zulks wenst, op een in
het verzoek aangegeven latere datum.
2.De wederopzegging als bedoeld in artikel 1a, derde lid, tweede
volzin, van de wet, dient schriftelijk te geschieden.
3.De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan na de
wederopzegging artikel 1a, tweede lid, van de wet, wederom van
toepassing is, vast, met inachtneming van het derde lid, tweede
volzin, van dat artikel, op 1 januari van het jaar volgend op dat
waarin de wederopzegging is ontvangen.
Artikel 1b
In geval moet worden aangetoond dat een vervoermiddel een nieuw
vervoermiddel is, dienen zodanig deugdelijke gegevens te worden
overgelegd dat aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat het
vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is. In ieder geval moeten worden
overgelegd:
a. de gegevens als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel
f, van de wet;
b. de gegevens omtrent het gebruik op het moment van aankoop;
c. naam en adres van degene van wie het vervoermiddel is
verkregen.
Hoofdstuk I. Veilingen
Artikel 2 [Vervallen per 01-01-1969]
Hoofdstuk I A. Verkopen op afstand
Artikel 2a
Het bedrag bedoeld in artikel 5a, vierde lid, van de wet, is voor
leveringen naar:
a. het Koninkrijk Denemarken: Dkr 280 000;
b. het Koninkrijk Zweden: SEK 320 000;
c. het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:
£ 70 000.
d. de overige lidstaten: het in euro's luidende bedrag zoals dat
in die lidstaten geldt met ingang van 1 januari 2002.
Artikel 2b
1.De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan ingevolge artikel
5a, vijfde lid, eerste volzin, van de wet, het vierde lid van dat
artikel niet van toepassing is, vast:
a. op de datum van dagtekening van de beschikking bedoeld in
het vijfde lid van dat artikel; dan wel
b. indien degene die het verzoek indient zulks wenst, op een in
het verzoek aangegeven latere datum.
2.De wederopzegging als bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, tweede
volzin, van de wet, dient schriftelijk te geschieden.
3.De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan na de
wederopzegging artikel 5a, vierde lid, van de wet, wederom van
toepassing is, vast, met inachtneming van het vijfde lid, tweede
volzin, van dat artikel, op 1 januari van het jaar volgend op dat
waarin de wederopzegging is ontvangen.
Hoofdstuk II. Publiekrechtelijke lichamen en fiscale eenheid
Artikel 3
Publiekrechtelijke lichamen worden als ondernemer aangemerkt met
betrekking tot het geven van gelegenheid tot parkeren waarbij een
fysieke barrière ter verzekering van de betaling van het parkeergeld
dient.
Artikel 3a
1.Bij vorming van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7,
vierde lid, van de wet, wordt de fiscale eenheid voor het berekenen
van de door haar verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn
getreden van de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale eenheid vormen.
2.Bij beëindiging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel
7, vierde lid, van de wet, worden de natuurlijke personen en lichamen
in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale
eenheid vormden, voor het berekenen van de door hen verschuldigde
belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de fiscale eenheid,
voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort.
3.Bij wijziging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7,
vierde lid, van de wet:
a. is bij toetreding van een natuurlijk persoon of lichaam in
de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tot de fiscale
eenheid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing; en
b. is bij uittreding van een natuurlijk persoon of lichaam in
de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen uit de fiscale
eenheid, het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4.De voorgaande leden gelden niet voor de toepassing van artikel
4c, derde en vierde lid.
Hoofdstuk III. Regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen,
voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
Artikel 4
1.Als edele metalen en edelstenen als bedoeld in artikel 2a, eerste
lid, onderdeel 1, van de wet, worden aangewezen onbewerkte edele
metalen (GN-code 7106, 7108, 7110 en 7112) en onbewerkte edelstenen (GN-code
7102, 7103).
2.Als kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en
antiquiteiten als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van
de wet, worden aangewezen de in bijlage J bedoelde goederen.
Artikel 4a
1. De wederverkoper is verplicht aan zijn leverancier als bedoeld
in artikel 28b, tweede lid, van de wet, een door laatstbedoelde te
ondertekenen inkoopverklaring uit te reiken waarin op duidelijke en
overzichtelijke wijze zijn vermeld:
a. de dag waarop de levering wordt verricht;
b. naam en adres van de wederverkoper;
c. naam en adres van de leverancier;
d. een duidelijke omschrijving van het geleverde goed en, voor
zover het een motorrijtuig betreft, tevens het kenteken;
e. de hoeveelheid van de geleverde goederen;
f. het bedrag dat aan de leverancier ter zake van de levering
is of moet worden voldaan;
g. een verklaring van de leverancier dat hij ter zake van de
levering aan hem van het goed in het geheel geen belasting in
aftrek heeft gebracht.
2. De wederverkoper is verplicht een dubbel van de uitgereikte
inkoopverklaring te bewaren.
3. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. ingeval het bedrag dat aan de leverancier moet worden
voldaan minder dan € 500 bedraagt;
b. ingeval de leverancier ingevolge artikel 35 van de wet een
factuur uitreikt;
c. ingeval de inkoop van een goed door de wederverkoper
gelijktijdig plaatsvindt met de levering door hem van een ander
goed aan de leverancier en de wederverkoper een factuur uitreikt
die voldoet aan de in de wet gestelde voorwaarden, mits de factuur
tevens voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 4b
1.Ingeval van inwilliging van het in artikel 28c, eerste lid, van
de wet bedoelde verzoek, is de wederverkoper de belasting die hij in
aftrek heeft gebracht:
a. ter zake van de levering en invoer van goederen als bedoeld
in het eerste lid, onderdelen a en b, van dat artikel; of
b. met toepassing van het tweede lid van dit artikel;
alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin artikel
28c van de wet toepassing vindt.
2.Ingeval van een wederopzegging als bedoeld in artikel 28c, tweede
lid, van de wet, kan de ondernemer de belasting die hij:
a. ingevolge artikel 28e, onderdeel b, van de wet niet in
aftrek heeft gebracht; of
b. met toepassing van het eerste lid van dit artikel
verschuldigd is geworden;
alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak waarin die
wederopzegging toepassing vindt.
Artikel 4c
1.Artikel 28d van de wet is van toepassing:
a. ter zake van leveringen door wederverkopers van de volgende
goederen alsmede van de gebruikte onderdelen, toebehoren en
benodigdheden terzake:
1°. vervoermiddelen, daaronder begrepen caravans, fietsen
en bromfietsen;
2°. kleding;
3°. meubels;
4°. boeken en tijdschriften;
5°. foto-, film- en video-apparatuur alsmede beeld- en
geluiddragers zoals grammofoonplaten, video- en
muziekcassettes en compact-discs;
6°. muziekinstrumenten;
7° huishoudelijke, elektrische en elektronische apparaten;
8°. huisdieren;
9°. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en
antiquiteiten;
b. ter zake van leveringen door wederverkopers van andere
goederen dan die bedoeld in onderdeel a, ingeval het onmogelijk of
ongebruikelijk is om de goederen administratief van inkoop tot
verkoop te volgen of om de aankoopprijs van een partij goederen te
splitsen in aankoopprijzen voor elk afzonderlijk goed, mits de
wederverkoper op een daartoe gedaan verzoek door de inspecteur is
aangewezen.
2.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van
veilinghouders.
3.Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing ten
aanzien van wederverkopers die daarvan schriftelijk kennis geven aan
de inspecteur. Deze regeling mag slechts worden toegepast met ingang
van het kalenderjaar volgend op dat van de kennisgeving en geldt tot
wederopzegging met ingang van een kalenderjaar na die wederopzegging,
doch voor ten minste vijf kalenderjaren. Een hernieuwde schriftelijke
kennisgeving kan eerst met ingang van het zesde kalenderjaar na het
ingaan van die wederopzegging worden ingewilligd.
4.De inspecteur beslist op het in het eerste lid, onderdeel b,
bedoelde verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging
van het verzoek geldt zulks met ingang van het kalenderjaar volgend op
dat van het verzoek en tot wederopzegging met ingang van een
kalenderjaar na die wederopzegging, doch voor ten minste vijf
kalenderjaren. Een hernieuwd verzoek kan eerst met ingang van het
zesde kalenderjaar na het ingaan van die wederopzegging worden
ingewilligd.
5.De wederverkoper die ingevolge de vorige leden de belasting moet
berekenen op de voet van artikel 28d van de wet, maar die ter zake van
de levering van een goed in het tijdvak van aangifte op grond van
artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet het tarief van nihil
toepast dan wel de belasting berekent met toepassing van artikel 28f,
eerste lid, van de wet, is gehouden in dat tijdvak de in artikel 28d,
tweede volzin, van de wet, laatstbedoelde som te verminderen:
a. met het bedrag dat eerder bij de berekening van de
winstmarge per tijdvak van aangifte ter zake van dat goed in
aanmerking is genomen; of
b. ingeval het in onderdeel a bedoelde bedrag niet bekend is,
met het bedrag van de vergoeding voor dat goed verminderd met het
positieve bedrag van de brutowinst, welke wordt gesteld op het
bedrag van die vergoeding vermenigvuldigd:
1°. met het saldo van de winstmarges per tijdvak van
aangifte over het voorgaande kalenderjaar gedeeld door de som
van de bij de berekening van die winstmarges in aanmerking
genomen vergoedingen; of
2°. ingeval het onder 1° bedoelde saldo ontbreekt, met de
winstmarge over het voorafgaande tijdvak van aangifte gedeeld
door de som van de bij de berekening van die winstmarge in
aanmerking genomen vergoedingen;
waarbij de onder 1° en 2° bedoelde winstmarges en
vergoedingen betrekking hebben op goederen waarop eenzelfde tarief
van toepassing is als op het geleverde goed en de bedoelde
winstmarges de in een tijdvak van aangifte gerealiseerde
winstmarges betreffen, voordat de in het zesde lid bedoelde
verrekening of optelling heeft plaatsgevonden.
6.Ingeval in een belastingtijdvak in een kalenderjaar, het laatste
belastingtijdvak in een kalenderjaar uitgezonderd, de winstmarge per
belastingtijdvak met betrekking tot leveringen van goederen waarop
eenzelfde tarief wordt toegepast (tijdvak-winstmarge) negatief is,
wordt deze negatieve tijdvak-winstmarge verrekend met een positieve
tijdvak-winstmarge, of opgeteld bij een negatieve tijdvak-winstmarge,
die in het volgende belastingtijdvak wordt gerealiseerd.
7.Na afloop van een kalenderjaar wordt voor dat kalenderjaar met
betrekking tot leveringen van goederen waarop eenzelfde tarief wordt
toegepast de in artikel 28d, van de wet bedoelde winstmarge op
jaarbasis vastgesteld (jaarsaldo). Ingeval dat jaarsaldo negatief is,
wordt dit negatieve jaarsaldo opgeteld bij de ten behoeve van de
vaststelling van het jaarsaldo van het daaropvolgende kalenderjaar in
artikel 28d, tweede volzin, van de wet laatstbedoelde, op jaarbasis
herrekende, som. Ingeval de belasting over dat aldus berekende
jaarsaldo minder bedraagt dan het bedrag aan belasting dat over dat
kalenderjaar is of moet worden voldaan ter zake van dergelijke
leveringen, wordt het verschil aan de wederverkoper teruggegeven.
8.Het vaststellen van een negatief jaarsaldo als bedoeld in het
zevende lid, alsmede van het bedrag van de aldaar bedoelde teruggaaf,
geschiedt op verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het verzoek
wordt gedaan bij de aangifte over het eerste tijdvak van het volgende
kalenderjaar. Indien de beschikking met betrekking tot de vaststelling
van een negatief jaarsaldo tot een onjuist bedrag is vastgesteld, kan
de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking
herzien. De bevoegdheid tot herziening ten aanzien van een negatief
jaarsaldo vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het
kalenderjaar waarin dat saldo, zonder toepassing van de tweede volzin
van het zevende lid berekend, is ontstaan.
Hoofdstuk IIIA. Regeling voor reisbureaus [Treedt in werking per
01-04-2012]
Artikel 4d [Treedt in werking per 01-04-2012]
De keuze, bedoeld in artikel 28zb van de wet, geldt voor een periode
van tenminste vijf opeenvolgende jaren en geldt vanaf het begin van een
aangiftetijdvak.
Hoofdstuk IV. Doorlopende posten
Artikel 5
Als met doorlopende posten gelijk te stellen bedragen, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, worden aangewezen:
a. de bedragen welke door een reisbureau, reisvereniging of een
dergelijke ondernemer op eigen naam ten behoeve van reizigers voor
wie zij de reis verzorgen, aan een andere ondernemer worden voldaan
ter zake van in het buitenland ten behoeve van die reizigers
verrichte leveringen en diensten;
b. de bedragen welke de leverancier van een motorrijtuig aan de
afnemer in rekening brengt terzake van de verstrekking van het
kentekenbewijs, voor zover die bedragen aan leges zijn voldaan.
Hoofdstuk IVa. Gemaakte uitgaven
Artikel 5a
1. Als gemaakte uitgaven voor het gebruik van een goed als bedoeld
in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet worden, met
inachtneming van het gestelde in het tweede en derde lid, aangemerkt
de kosten van de ondernemer, de omzetbelasting daaronder niet
begrepen, in verband met:
a. de verwerving of de vervaardiging van het goed;
b. het onderhoud, het herstel, de verbetering en de verbouwing
van het goed;
wanneer ter zake van de desbetreffende kosten recht op
volledige of gedeeltelijke aftrek van belasting is ontstaan en
voor zover het goed wordt gebruikt in de zin van genoemde
bepaling;
c. het feitelijke gebruik van het goed.
2. Het bedrag van de voor een kalenderjaar in aanmerking te nemen
kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gedeeld door
10 ingeval van een onroerende zaak, en gedeeld door 5 ingeval van een
roerende zaak waarop de ondernemer afschrijft voor de
inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting of waarop hij zou
kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn
onderworpen.
3. Het bedrag van de voor een kalenderjaar in aanmerking te nemen
kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gesteld op
het bedrag van die kosten in het kalenderjaar waarin de ondernemer de
betreffende goederen of diensten gaat gebruiken.
4. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kosten voor de
verwerving of de vervaardiging van een goed worden op nihil gesteld
voor een onroerende zaak na afloop van het negende jaar volgende op
dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken, en voor een
roerende zaak na afloop van het vierde jaar volgende op dat waarin de
ondernemer het goed is gaan gebruiken, indien het gaat om een roerende
zaak waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de
vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen
afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn
onderworpen.
5. Voor goederen waarvoor de kosten in verband met de verwerving of
de vervaardiging van het goed bij de verwerving of de vervaardiging
lager zijn dan de vergoeding voor de levering van dat goed als bedoeld
in artikel 8 van de wet, wordt voor de toepassing van het eerste lid,
onderdeel a, de vergoeding aangemerkt als de gemaakte kosten.
Artikel 5b
Als gemaakte uitgaven voor een dienst als bedoeld in artikel 4,
tweede lid, onderdeel b, van de wet, wordt aangemerkt het bedrag van de
door de ondernemer voor het verrichten van de dienst gemaakte kosten.
Hoofdstuk V. Vrijstellingen
Artikel 6
1.De keuze blijkens de notariële akte of het verzoek om te worden
uitgezonderd van de vrijstelling van belasting voor de levering van
onroerende zaken en van rechten waaraan deze zijn onderworpen kan voor
elke onroerende zaak en voor elk recht waaraan een onroerende zaak is
onderworpen worden gedaan.
2.In de notariële akte of het verzoek wordt vermeld een
omschrijving van de onroerende zaak en het recht waaraan deze is
onderworpen met plaatselijke en kadastrale aanduiding alsmede de datum
van aanvang van het boekjaar. In de notariële akte of het verzoek
wordt een door de afnemer ondertekende verklaring gevoegd waaruit
blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor
een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de
voet van artikel 15 van de wet bestaat.
3.De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare
beschikking.
4.Aan de in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de
wet bedoelde voorwaarde dat de afnemer de onroerende zaak gebruikt
voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op
aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat, is
voldaan, wanneer de onroerende zaak zowel over het boekjaar van
levering van de onroerende zaak als over het daarop volgende boekjaar
voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt.
5.Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar
volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak in
gebruik is genomen door de afnemer, is niet voldaan aan de in het
vierde lid bedoelde voorwaarde.
6.De afnemer stelt binnen vier weken na afloop van het boekjaar
volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak, de
leverancier door middel van een door hem ondertekende verklaring ervan
in kennis, of is voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde.
De afnemer zendt binnen dezelfde termijn een afschrift van deze
verklaring aan de inspecteur.
7.In geval van levering door de afnemer van de onroerende zaak
binnen de termijn waarin het keuzerecht voor belasting wordt
beoordeeld, is het zesde lid van toepassing, met dien verstande dat de
verklaring wordt overgelegd binnen vier weken na het tijdstip waarop
de levering is verricht. In dat geval vervalt de verklaring, bedoeld
in de eerste volzin van het zesde lid.
8.Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het
boekjaar van de afnemer.
Artikel 6a
1.De keuze blijkens de schriftelijke huurovereenkomst of het
verzoek om te worden uitgezonderd van de vrijstelling van belasting
voor verhuur van onroerende zaken kan voor elke onroerende zaak
afzonderlijk worden gedaan.
2.In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt vermeld
een omschrijving van de onroerende zaak met plaatselijke en kadastrale
aanduiding alsmede de datum van aanvang van het boekjaar van de
huurder. In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt een
door de huurder ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij
de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of
nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel
15 van de wet bestaat.
3.De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare
beschikking, waarin de datum met ingang waarvan de vrijstelling buiten
toepassing blijft, wordt vermeld.
4. Artikel 25 van de wet geldt niet, voor zover de vrijstelling van
artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet ingevolge 5° van die
bepaling ten aanzien van de ondernemer niet van toepassing is.
5.Voor elk boekjaar geldt dat aan de in artikel 11, eerste lid,
onderdeel b, onder 5°, van de wet bedoelde voorwaarde dat de huurder
de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of
nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel
15 van de wet bestaat, is voldaan, wanneer de onroerende zaak over het
desbetreffende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is
gebruikt. De voorwaarde wordt voor de eerste keer beoordeeld over het
boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het
keuzerecht voor belasting, is gaan huren.
6.Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar
waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het
keuzerecht voor belasting, is gaan huren, door de huurder in gebruik
is genomen, is niet voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde
voorwaarde.
7.Ingeval niet meer wordt voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde
voorwaarde stelt de huurder de verhuurder binnen vier weken na afloop
van het desbetreffende boekjaar daarvan in kennis door middel van een
door hem ondertekende verklaring. Tevens zendt de huurder binnen
dezelfde termijn een afschrift hiervan aan de inspecteur.
8.Ingeval in een boekjaar dat is aangevangen na het boekjaar waarin
de huurder de onroerende zaak is gaan huren, de vrijstelling buiten
toepassing is gebleven en na afloop van dat boekjaar blijkt dat de
huurder niet meer voldoet aan de in het vijfde lid bedoelde
voorwaarde, kan de vrijstelling in dat boekjaar buiten toepassing
blijven, tenzij de huurder redelijkerwijs kon voorzien dat hij niet
langer zou voldoen aan deze voorwaarde. Blijkt in het daarop volgende
boekjaar evenmin te worden voldaan aan voormelde voorwaarde, dan vindt
de vrijstelling toepassing met ingang van laatstgemeld boekjaar, ook
als de huurder redelijkerwijs niet kon voorzien dat hij in het
desbetreffende boekjaar niet zou voldoen aan die voorwaarde.
9.Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het
boekjaar van de huurder.
Artikel 7
De vrijstelling van belasting voor voordrachten en dergelijke
diensten, als zijn bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel p, van
de wet, geldt in gevallen waarin zij worden gehouden of verricht vanwege
publiekrechtelijke lichamen, stichtingen en verenigingen en strekken tot
bevordering van wetenschap of algemene ontwikkeling.
Artikel 8
1. In het geval, bedoeld in artikel 37d van de wet, wordt hij aan
wie de overdracht is geschied, voor het berekenen van de door hem
verschuldigde belasting wat de onderneming of het overgedragen
gedeelte betreft, geacht in plaats te zijn getreden van degene die de
onderneming of een gedeelte daarvan heeft overgedragen.
2. Het eerste lid geldt niet voor de toepassing van artikel 4c,
derde en vierde lid.
Artikel 9 [Vervallen per 01-01-1969]
Artikel 9a
Als diensten als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het besluit,
worden de volgende diensten aangewezen:
a. het ontwikkelen van geautomatiseerde informatie- en
communicatiesystemen;
b. het voor de in onderdeel a bedoelde systemen ontwikkelen van
programmatuur, alsmede het ter beschikking stellen daarvan;
c. het begeleiden van dan wel het leiding geven aan de toepassing
van de in onderdeel a bedoelde systemen;
d. het ter beschikking stellen van computerapparatuur;
e. advisering, begeleiding, onderzoek en andere diensten op het
gebied van onderhoudsbeheersing van woningen en andere gebouwen;
f. expertisewerkzaamheden, onderzoeken, inspecties, taxaties,
arbitrage en advisering in het kader van een verzekering of een
schadegeval;
g. het verlenen van bijstand als bedoeld in artikel 13, zevende
lid en artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
Hoofdstuk VI. Aftrek van voorbelasting
Artikel 10
Door de ondernemer kan in aftrek worden gebracht de belasting die
blijkens zijn boeken en bescheiden in het tijdvak van aangifte op de
voet van artikel 22 van de wet verschuldigd is geworden ter zake van de
invoer van voor hem bestemde goederen.
Artikel 10a
1.De in artikel 15, derde lid, eerste volzin, van de wet bedoelde
belasting die in de aankoopprijs is begrepen, wordt gesteld op 19/119
van het bedrag van de aankoopprijs, voorzover deze betrekking heeft op
een personenauto, een bestelauto of een motorrijwiel verminderd met
het bij de personenauto, de bestelauto of het motorrijwiel nog
behorende bedrag aan belasting bedoeld in en berekend overeenkomstig
artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en
motorrijwielen 1992.
2.Het bedrag van de aankoopprijs dient ten genoegen van de
inspecteur te worden aangetoond aan de hand van bescheiden zoals een
originele factuur, een inkoopverklaring of een betalingsbewijs.
Artikel 11
1. De aftrek van de in artikel 15 van de wet bedoelde belasting
(voorbelasting) geschiedt, ingeval de ondernemer zowel handelingen
verricht waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat als
handelingen verricht waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting
bestaat, met inachtneming van het volgende:
a. van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt
voor handelingen waarvoor recht op aftrek van voorbelasting
bestaat, komt de voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking;
b. van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt
voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting
bestaat, komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in
aanmerking;
c. met betrekking tot goederen en diensten die zowel voor de
onder a als voor de onder b bedoelde handelingen worden gebruikt,
komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte van de voorbelasting
dat in dezelfde verhouding staat tot die belasting als het totaal
van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a staat tot
het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a
en onder b.
2. Indien aannemelijk is dat het werkelijke gebruik van de in het
eerste lid, onderdeel c, bedoelde goederen en diensten, als geheel
genomen, niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding, wordt het
voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van
die goederen en diensten berekend op basis van het werkelijke gebruik.
3. Ingeval de ondernemer twee of meer goederen of diensten van
dezelfde soort gebruikt, worden deze alle geacht mede te worden
gebruikt ten behoeve van handelingen waarvoor geen recht op aftrek van
voorbelasting bestaat, tenzij blijkt welke van die goederen of
diensten uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen
recht op aftrek bestaat en welke uitsluitend voor handelingen waarvoor
dat recht wél bestaat.
4. De in artikel 15, eerste lid, laatste alinea, van de wet
bedoelde aftrek over uitgaven in verband met een onroerende zaak wordt
berekend op basis van het werkelijke gebruik van die onroerende zaak.
Artikel 12
1.De in artikel 11 voorgeschreven berekeningswijze geschiedt op
basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de belasting aan
de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel de belasting wordt
verschuldigd.
2.De herziening, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de wet,
geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de
ondernemer de goederen of diensten is gaan gebruiken.
3.Bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van het
boekjaar vindt herziening van de aftrek plaats op basis van de voor
het gehele boekjaar geldende gegevens.
Artikel 13
1.In afwijking van artikel 11 worden voor de toepassing van de
aftrek afzonderlijk in aanmerking genomen:
a. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen;
b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de
inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of
waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige
belasting zou zijn onderworpen.
2.Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn
onderworpen wordt de aftrek herzien in elk van de negen boekjaren,
volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken. De
herziening geschiedt telkens voor een tiende gedeelte van de
voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij
de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar.
3.Met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde
roerende zaken wordt de aftrek herzien in elk van de vier boekjaren,
volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken. De
herziening geschiedt telkens voor een vijfde gedeelte van de
voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij
de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar.
4.De herziening blijft achterwege in het boekjaar waarin de
belasting welke op basis van de voor dat boekjaar geldende gegevens
voor aftrek in aanmerking komt, niet meer dan tien percent verschilt
van de in aftrek gebrachte belasting.
Artikel 13a
1.In geval van levering door de ondernemer van de in artikel 13,
eerste lid, bedoelde goederen binnen de termijn waarin de aftrek wordt
herzien, is artikel 13, tweede en derde lid, van overeenkomstige
toepassing. Daarbij wordt de ondernemer geacht tot het einde van die
termijn het gebruik van het goed voor bedrijfsdoeleinden voort te
zetten uitsluitend ten behoeve van:
a. belaste handelingen, indien ter zake van de levering van het
goed belasting verschuldigd is dan wel geen belasting verschuldigd
is omdat het gaat om een handeling als bedoeld in artikel 15,
tweede lid, van de wet;
b. handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting
bestaat, indien ter zake van de levering van het goed geen
belasting verschuldigd is en het niet gaat om een handeling als
bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet.
2.De herziening geschiedt in één keer bij de aangifte over het
belastingtijdvak waarin de levering plaatsvindt.
Artikel 14
Het afstoten van goederen welke de ondernemer in zijn bedrijf heeft
gebruikt, wordt niet beschouwd als een handeling die voor de berekening
van de aftrek bij hem in aanmerking komt.
Artikel 14a
Handelingen ter zake waarvan op grond van artikel 27, eerste lid, van
de wet geen belasting verschuldigd is, worden voor de toepassing van de
artikelen 11 tot en met 14 aangemerkt als handelingen, andere dan die
bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 15 [Vervallen per 01-07-2011]
Artikel 16 [Vervallen per 01-10-2002]
Hoofdstuk VIA. Vrijstelling voor intracommunautaire verwervingen
Artikel 16a
1.Als intracommunautaire verwervingen als bedoeld in artikel 17e
van de wet worden aangewezen:
a. intracommunautaire verwervingen van menselijke organen,
menselijk bloed en moedermelk;
b. intracommunautaire verwervingen door ondernemers die geen
prestaties in Nederland verrichten die bij hen aan belasting zijn
onderworpen.
2.Voor de toepassing van het eerste lid is de ondernemer gehouden
een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige
gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld.
3.In geval de ondernemer niet in Nederland woont of is gevestigd en
aldaar geen vaste inrichting heeft, dient de aanspraak op toepassing
van de vrijstelling ten genoegen van de inspecteur te worden
aangetoond.
Hoofdstuk VII. Grensoverschrijdend verkeer van goederen en diensten
Artikel 16b
1. Ten aanzien van de vrijstelling als bedoeld in artikel 21,
onderdeel d, van de wet, is een vergunning van de inspecteur vereist.
Het bepaalde in artikel 6 van het Communautair douanewetboek is van
overeenkomstige toepassing.
2. De verlening van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is
gebonden aan de volgende voorwaarden:
a. degene die de goederen invoert, verstrekt aan de inspecteur
zijn btw-identificatienummer dat is toegekend door Nederland of
ingeval de belasting wordt voldaan door zijn fiscaal
vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g van de wet het
btw-identificatienummer dat is toegekend door Nederland aan deze
fiscaal vertegenwoordiger en het btw-identificatienummer waaronder
degene die de goederen intracommunautair afneemt in een andere
lidstaat is geregistreerd of ingeval van overbrenging van eigen
goederen het btw-identificatienummer waaronder degene die de
goederen invoert zelf in de lidstaat van aankomst van het vervoer
is geregistreerd;
b. de inspecteur kan bepalen dat degene die de goederen
invoert, onder de in het vierde lid genoemde voorwaarden,
zekerheid stelt tot het beloop van een door de inspecteur
vastgesteld bedrag per invoer van goederen;
c. degene die de goederen invoert, verstrekt op verzoek aan de
inspecteur de inlichtingen die noodzakelijk zijn om het beloop van
de zekerheid vast te stellen.
3. Ten aanzien van de goederen die worden ingevoerd kan door de
inspecteur bewijs worden verzocht dat de ingevoerde goederen bestemd
zijn om naar een andere lidstaat te worden vervoerd of verzonden.
4. Met betrekking tot de te stellen zekerheid zijn de bepalingen
van Titel VII, hoofdstuk 1, van het Communautair douanewetboek van
overeenkomstige toepassing.
5. De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. indien de vergunninghouder niet voldoet aan de aan de
vergunning verbonden voorwaarden.
6. De vrijstelling is slechts van toepassing indien wordt
aangetoond dat ter zake van de levering is voldaan aan het bepaalde in
de artikelen 14, 35, 35a en 37a van de wet alsmede in artikel 12 van
het besluit.
Artikel 17
1.Voor goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage
A worden voor de toepassing van artikel 23 van de wet aangewezen alle
ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, andere dan ondernemers.
2.Bij de aangifte ten invoer worden bescheiden - een kopie-factuur,
vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt
dat de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is.
Artikel 17a
1.Voor de toepassing van artikel 23 van de wet worden aangewezen
alle ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, andere dan ondernemers, doch alleen voor wat betreft
de voor hen bestemde, niet in het vrije verkeer zijnde goederen
waarmee in Nederland een vervoermiddel wordt bevoorraad.
2.Lichamen moeten van het bevoorraden, bedoeld in het eerste lid,
afzonderlijk aantekening houden op de voet van artikel 31.
Artikel 18
1.Voor andere goederen dan bedoeld in de artikelen 17 en 17a wordt
een verzoek om aanwijzing voor de toepassing van artikel 23 van de wet
ingediend bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij
voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek
stelt de inspecteur een datum van ingang vast en kent hij aan de
belanghebbende een btw-identificatienummer toe.
2.Het verzoek wordt slechts ingewilligd, indien de belanghebbende:
a. in Nederland woont of is gevestigd, dan wel aldaar een vaste
inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft;
b. geregeld goederen invoert, dan wel incidenteel goederen
invoert en een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft;
c. een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van
de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke
wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde
gegevens omtrent de ingevoerde goederen, en dat aan de hand
daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die
goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld.
3.De aanwijzing geldt voor alle goederen welke ten behoeve van de
belanghebbende worden ingevoerd, waaronder zijn begrepen de goederen
ter zake waarvan de belanghebbende aan een andere ondernemer een
schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat hij de goederen invoert
of dat de invoer in zijn opdracht plaatsvindt.
4.Ten aanzien van goederen welke door Koninklijke TNT Post B.V.
worden ingevoerd, vindt artikel 23 van de wet slechts toepassing,
indien:
a. op de postzending of in de daarbij behorende bescheiden het
aan de belanghebbende toegekende btw-identificatienummer is
vermeld, of
b. ten aanzien van de postzending de belanghebbende een
schriftelijke inklaringsopdracht aan de Koninklijke TNT Post B.V.
heeft verstrekt waarin het aan hem toegekende
btw-identificatienummer is vermeld.
5.Tenzij de inspecteur anders bepaalt, moet de belanghebbende
voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. van de invoer wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de
voet van artikel 31;
b. bij aangifte ten invoer van de goederen worden bescheiden -
een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke -
overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn
bestemd en de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing
is. Op deze bescheiden moet het btw-identificatienummer zijn
vermeld.
6.Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde
voorwaarden, alsmede in geval van misbruik, waaronder wordt begrepen
misbruik door de vervoerder van de goederen, kan de inspecteur de
aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren. De intrekking
en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
7.Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op
personenauto’s, bestelauto’s en motorrijwielen in de zin van de
artikelen 3 en 4 van de Wet op de belasting van personenauto’s en
motorrijwielen 1992.
Artikel 18a
1.Voor personenauto’s en bestelauto’s in de zin van artikel 3
van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992
wordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing van artikel 23 van
de wet ingediend bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het
verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het
verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en wijst hij aan
waar aangifte ten invoer dient te geschieden.
2.Het verzoek wordt slechts ingewilligd, indien:
a. de belanghebbende in Nederland woont of is gevestigd, dan
wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger
heeft;
b. de belanghebbende reeds gedurende een tijdvak van ten minste
zes maanden geregeld goederen als bedoeld in het eerste lid, heeft
ingevoerd en op regelmatige wijze de ter zake van de invoer van
die goederen verschuldigde omzetbelasting heeft voldaan;
c. de belanghebbende een bedrijfsadministratie voert welke naar
het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op
overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig
geoordeelde gegevens omtrent de hiervoor bedoelde goederen en dat
aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer
van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden
vastgesteld;
d. de voldoening van de ter zake van de invoer van de hiervoor
bedoelde goederen verschuldigde omzetbelasting naar het oordeel
van de inspecteur is verzekerd.
3.De belanghebbende moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. van de invoer van goederen als zijn bedoeld in het eerste
lid, wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van
artikel 31;
b. bij aangifte ten invoer van de hiervoor bedoelde goederen
worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren
en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor
belanghebbende zijn bestemd en de regeling van artikel 23 van de
wet van toepassing is. Op deze bescheiden moeten datum en nummer
van de in het eerste lid bedoelde beschikking, alsmede in
voorkomende gevallen het op de voet van artikel 18 aan
belanghebbende toegekende btw-identificatienummer zijn vermeld.
4.De inspecteur is bevoegd in bepaalde gevallen nadere voorwaarden
te stellen.
5.Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde
voorwaarden, alsmede in geval van misbruik, waaronder wordt begrepen
misbruik door de vervoerder van de in het eerste lid bedoelde
goederen, kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe
aanwijzing weigeren. De intrekking en de weigering geschieden bij voor
bezwaar vatbare beschikking.
6.Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op motorrijwielen in de zin van artikel 4 van de Wet op de
belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Artikel 18b
Bij toepassing van de artikelen 17, 17a, 18 en 18a is degene die
goederen ten invoer aangeeft verplicht op eerste vordering een
kopie-factuur in te leveren. Indien in een van de gevallen bedoeld in de
eerste volzin van dit lid geen factuur wordt opgemaakt, wordt in plaats
van een kopie-factuur een daarmee gelijk te stellen bescheid ingeleverd.
Artikel 18c [Vervallen per 01-01-1969]
Artikel 19
De schriftelijke opdracht, bedoeld in artikel 12, tweede lid,
onderdeel d, van het besluit, tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot
plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel
98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek wordt
opgemaakt overeenkomstig het in de bij deze regeling behorende bijlage B
opgenomen model.
Artikel 19a [Vervallen per 01-01-1969]
Artikel 20
Bij de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond van artikel
24, eerste lid, van de wet worden overgelegd:
a. bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting
voor de goederen is betaald;
b. het certificaat van uitvoer waarin de uit de Gemeenschap
uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen zijn vermeld en
dat overeenkomstig artikel 22 is aangeboden en afgetekend;
c. voor wat betreft motorrijtuigen waarvoor ter zake van de in
artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde opgaaf van een
kenteken een bewijs is afgegeven, een ter zake van de uitvoer uit de
Gemeenschap of van de opslag in een entrepot door de Dienst
Wegverkeer (RDW) opgemaakte verklaring.
Artikel 21
In de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond van artikel 24,
eerste lid, van de wet worden per partij uit de Gemeenschap uitgevoerde
of in een entrepot opgeslagen goederen vermeld:
a. het bedrag van de gevraagde teruggaaf;
b. de soort en de hoeveelheid van de uit de Gemeenschap
uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen;
c. het nummer van het certificaat van uitvoer;
d. een omschrijving van de bescheiden waarmee kan worden
aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald.
Artikel 22
1.Een lichaam als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet,
dat aanspraak wil maken op teruggaaf van de belasting op grond van dat
artikel, draagt zorg, dat de goederen bij de uitvoer uit de
Gemeenschap of bij de opslag in een entrepot zijn vergezeld van een
certificaat van uitvoer uit de Gemeenschap. Daartoe dient te worden
gebruik gemaakt van een van rijkswege tegen betaling verkrijgbaar
gesteld formulier.
2.In het certificaat worden vermeld:
a. een per kalenderjaar doorlopend volgnummer;
b. de naam en het adres van het lichaam;
c. een nauwkeurige omschrijving van de soort en de hoeveelheid
van de goederen.
3.Het certificaat wordt, na daartoe te zijn aangeboden, voor
uitvoer uit de Gemeenschap afgetekend door de daartoe bevoegde
ambtenaar. Deze zendt het certificaat terug aan het daarin vermelde
adres.
Artikel 23
Ingeval een lichaam als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de
wet, is aangewezen op de voet van artikel 23 van de wet, kunnen de
artikelen 20 en 22 al dan niet op verzoek en onder nader bij de
aanwijzing te stellen voorwaarden buiten toepassing worden verklaard.
Artikel 23a
1.In geval van levering van goederen aan natuurlijke personen die
hun normale verblijfplaats hebben in een derde-land en die, anders dan
als ondernemer, deze goederen uiterlijk het einde van de derde maand
na de maand van aankoop bij het verlaten van Nederland in hun
persoonlijke bagage meevoeren naar een derde-land, hetzij rechtstreeks
hetzij via één of meer andere lid-staten, is de ondernemer
gerechtigd, in afwijking van het wettelijk geldende tarief, het tarief
van nihil toe te passen, indien de totale waarde van de op de factuur
vermelde goederen, inclusief de tegen het wettelijk tarief berekende
belasting, ten minste € 50 bedraagt. De normale verblijfplaats dient
aan de hand van een legitimatiebewijs te worden aangetoond.
2.Het eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing
met betrekking tot goederen die worden afgenomen door een natuurlijke
persoon die zijn normale verblijfplaats heeft in de Gemeenschap en die
ten genoegen van de inspecteur kan aantonen dat hij zich binnen de in
het eerste lid bedoelde termijn in een derde-land zal vestigen.
3.Met betrekking tot de toepassing van het tarief van nihil is het
bepaalde in artikel 12 van het besluit van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat voor het aantonen van de aanspraak op
toepassing daarvan in ieder geval is vereist een factuur, een
kopie-factuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat, na
daartoe te zijn aangeboden, voor uitvoer uit de Gemeenschap is
afgetekend door een daartoe bevoegde ambtenaar.
Hoofdstuk VIII. Kleine ondernemers
Artikel 24
1.Indien aannemelijk is, dat over een jaar artikel 25 van de wet
van toepassing zal zijn, kan de ondernemer per belastingtijdvak van
dat jaar een voorlopige vermindering op de belasting toepassen.
2.De voorlopige vermindering is per belastingtijdvak van een
kwartaal gelijk aan de belasting vóór aftrek van de vermindering.
Zij bedraagt per belastingtijdvak van een kwartaal evenwel bij een
vermoedelijke belasting per jaar vóór toepassing van artikel 25,
eerste lid, van de wet, van:
a. meer dan € 1345 doch niet meer dan € 1475 ten hoogste
€ 250;
b. meer dan € 1475 doch niet meer dan € 1611 ten hoogste
€ 159;
c. meer dan € 1611 doch niet meer dan € 1747 ten hoogste
€ 68;
d. meer dan € 1747 nihil.
3.Na afloop van het jaar wordt de voorlopige vermindering verrekend
met de in artikel 25, eerste lid, van de wet bedoelde vermindering.
4.Indien de verrekening leidt tot een hoger bedrag dan over het
jaar aan belasting is betaald, moet het verschil worden voldaan op de
aangifte over het eerste belastingtijdvak van het volgende jaar; leidt
de herrekening tot een lager bedrag dan over het jaar aan belasting is
betaald, dan wordt het verschil aan de ondernemer op verzoek
teruggegeven.
Artikel 25
1. Ontheffing van verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de
artikelen 34 en 35 van de wet, wordt op verzoek verleend, indien
aannemelijk is, dat de ondernemer jaarlijks, na toepassing van artikel
25, eerste lid, van de wet, geen belasting behoeft te voldoen.
2. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare
beschikking. De ontheffing gaat in bij het begin van het jaar,
volgende op dat waarin het verzoek is gedaan.
3. De ondernemer die ontheffing heeft verkregen, kan volstaan met
het ordelijk bewaren van de aan hem uitgereikte facturen gedurende de
termijn, bedoeld in artikel 52, vierde lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen en in artikel 34a van de wet.
4. De ontheffing vervalt:
a. bij schriftelijke opzegging door de ondernemer;
b. zodra de ondernemer weet of redelijkerwijs moet vermoeden,
dat hij niet langer voldoet aan de voor de ontheffing gestelde
eisen;
c. bij niet-voldoening aan het derde lid.
5. Na het vervallen van de ontheffing door opzegging kan een
hernieuwd verzoek eerst na vijf jaar worden ingewilligd.
6. De omzetbelasting die de ondernemer die ontheffing heeft
gekregen, op aangifte moet voldoen op grond van de artikelen 12,
tweede, derde en vijfde lid, 17f en 23 van de wet, kan door hem niet
op de voet van artikel 15 van de wet op de aangifte in aftrek worden
gebracht.
Artikel 25a
Voor de bepaling van de vermindering als bedoeld in artikel 25,
eerste lid, van de wet:
a. dient de belasting die ingevolge de artikelen 12, tweede en
derde lid, 17f en 23 van de wet, wordt geheven van de ondernemer,
niet te worden beschouwd als door hem verschuldigde belasting; en
b. dient de belasting die ingevolge artikel 12, vijfde lid, van
de wet, wordt geheven van degene aan wie de levering wordt verricht
of de dienst wordt verleend, in aanmerking te worden genomen als
ware zij geheven van de ondernemer die de levering of de dienst
verricht.
Hoofdstuk IX. Kasstelsel
Artikel 26
1.Als ondernemers als bedoeld in artikel 26 van de wet, worden
aangewezen:
a.
1°. winkeliers;
2°. marktkooplieden;
3°. schoenherstellers;
4°. kappers;
5°. glazenwassers;
6°. exploitanten van wasserijen;
7°. rijwielherstellers;
8°. exploitanten van schoonheidsverzorgingsbedrijven;
9°. behangers;
10°. stoffeerders;
11°. exploitanten van horecabedrijven;
12°. advocaten die hun praktijk alleen uitoefenen;
13°. houders van autorijscholen;
b. andere dan de in onderdeel a genoemde ondernemers, indien
zij hun prestaties als ondernemer uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend verrichten in of vanuit een inrichting welke bestemd
is voor de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan
anderen dan ondernemers;
c. niet onder de onderdelen a of b vallende ondernemers die
niet aan ondernemers goederen plegen te leveren en diensten plegen
te verlenen, behoudens voorzover zij goederen leveren als bedoeld
in artikel 3, tweede lid, van de wet, mits zij op daartoe gedaan
verzoek door de inspecteur zijn aangewezen. De inspecteur beslist
op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2.Indien de in het eerste lid in de onderdelen a en b bedoelde
ondernemers van de aanwijzing geen gebruik maken, dienen zij daarvan
schriftelijk kennis te geven aan de inspecteur.
Hoofdstuk X. Landbouwregeling
Artikel 27 [Vervallen per 01-01-1969]
Artikel 28
1.De aftrek en de teruggaaf op grond van artikel 27, vierde
onderscheidenlijk vijfde lid, van de wet, vinden slechts plaats,
indien de ondernemer aan wie de landbouwer, veehouder, tuinbouwer of
bosbouwer de goederen heeft geleverd, een door deze ondertekende
verklaring kan overleggen waaruit blijkt, dat de goederen binnen het
kader van de genoemde bepaling zijn geleverd, en waarin voorts zijn
vermeld:
a. naam en adres van de leverancier;
b. de dag waarop de levering wordt verricht;
c. naam en adres van de afnemer;
d. de hoeveelheid van de goederen;
e. een duidelijke omschrijving van de goederen;
f. het in rekening gebrachte bedrag.
2.De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt opgemaakt vóór
de vijftiende dag van de maand, volgende op die waarin de levering is
verricht.
3.De aftrek vindt plaats in het belastingtijdvak waarin de goederen
zijn geleverd.
4.Ingeval van leveringen aan veilingen en andere vaste afnemers
kan, in afwijking van het eerste en het tweede lid, de landbouwer,
veehouder, tuinbouwer en bosbouwer volstaan met een éénmaal per
kalenderjaar af te geven verklaring waaruit blijkt, dat de goederen
binnen het kader van artikel 27, vierde lid, van de wet zijn geleverd.
In dat geval houdt degene aan wie de goederen worden geleverd, van
iedere levering op zodanige wijze aantekening dat daaruit de in het
eerste lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde gegevens blijken.
5.Het eerste tot en met vierde lid zijn ten aanzien van diensten
voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29
De wederopzegging door belanghebbende, bedoeld in artikel 27, zesde
lid, van de wet, dient schriftelijk te geschieden.
Hoofdstuk XA. Regeling voor beleggingsgoud
Artikel 29a [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel 29b
De ondernemer of de tussenpersoon die het recht uitoefent om
overeenkomstig artikel 28l van de wet voor belastingheffing te kiezen,
stelt de inspecteur schriftelijk in kennis van deze keuze.
Artikel 29c
Handelingen die op grond van artikel 28k van de wet van de belasting
zijn vrijgesteld, worden voor de toepassing van de artikelen 11 tot en
met 14 aangemerkt als handelingen waarvoor geen recht op aftrek van
voorbelasting bestaat.
Artikel 29d
Voor de toepassing van de in artikel 28k van de wet vervatte
vrijstelling, is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin
de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke
wijze zijn vermeld.
Artikel 29e [Vervallen per 01-01-2008]
Hoofdstuk XI. Ondernemersverklaring
Artikel 30 [Vervallen per 01-01-1969]
Artikel 30a
Een ondernemer die buiten de Gemeenschap woont of is gevestigd en
geen vaste inrichting in Nederland heeft, dient indien de inspecteur
zulks vraagt, bij een verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel 31,
tweede lid, van de wet aan te tonen dat hij ondernemer is in de zin van
artikel 7 van de wet.
Hoofdstuk XII. Administratieve verplichtingen
Artikel 31
1.De ondernemer is gehouden regelmatig aantekening te houden van:
a. de aan hem en door hem uitgereikte facturen alsmede, indien
het een wederverkoper betreft, de door hem uitgereikte
inkoopverklaringen;
b. de uitgaven en ontvangsten ter zake van de aan hem en door
hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten en de
door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen;
c. het betrekken van voor hem bestemde ingevoerde goederen;
d. het verzenden of afleveren van door hem voor uitvoer uit de
Gemeenschap of opslag in een entrepot bestemde goederen.
2.De in het eerste lid bedoelde aantekeningen van facturen - welke
doorlopend dienen te worden genummerd - omvatten:
a. dagtekening en nummer;
b. naam, adres en, in voorkomend geval, btw-identificatienummer
van de ondernemer door wie of aan wie de levering of de dienst
wordt verricht, alsmede van degene aan wie wordt geleverd met
toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post
6;
c. een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen of van
de dienst;
d. de vergoeding;
e. het bedrag van de belasting.
3.De rechtspersoon, andere dan ondernemer, is gehouden ter zake van
zijn intracommunautaire verwervingen regelmatig aantekening te houden
van:
a. de aan hem uitgereikte facturen;
b. de uitgaven ter zake van die verwervingen.
4.De in het derde lid bedoelde aantekeningen van facturen - welke
doorlopend dienen te worden genummerd - omvatten:
a. dagtekening en nummer;
b. naam, adres en btw-identificatienummer van degene door wie
de levering wordt verricht;
c. een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen;
d. de vergoeding onderscheiden naar:
1°. nieuwe vervoermiddelen;
2°. accijnsgoederen;
3°. overige goederen;
e. het bedrag van de belasting.
5.De aantekeningen worden op zodanige duidelijke en overzichtelijke
wijze en met vermelding van zodanige bijzonderheden gehouden, dat aan
de hand daarvan de door de ondernemer of door de rechtspersoon, andere
dan ondernemer, over een bepaald belastingtijdvak verschuldigde
belasting kan worden vastgesteld. De wederverkoper is tevens gehouden
om met betrekking tot goederen die administratief van inkoop tot
verkoop zijn te volgen, zijn boekhouding op zodanige wijze te voeren
dat aan de hand daarvan het verband tussen inkoop en verkoop kan
worden vastgesteld.
6.De ondernemer en de rechtspersoon, andere dan ondernemer, zijn
verplicht de aantekeningen te bewaren gedurende de termijn, bedoeld in
artikel 52, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en
in artikel 34a van de wet.
7.De inspecteur kan afwijkingen toestaan van de verplichtingen
welke zijn opgelegd in de vorige leden.
8.De ondernemer is gehouden zijn boekhouding op zodanige duidelijke
en overzichtelijke wijze te voeren en met vermelding van zodanige
bijzonderheden, dat de inspecteur aan de hand daarvan kan vaststellen
of de belastingheffing met betrekking tot de in artikel 34, tweede
lid, onderdelen a en b, van de wet, bedoelde goederen, op de juiste
wijze plaatsvindt.
Artikel 31a
De ondernemer aan wie een vergunning voor een fiscaal
vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 24c van het besluit is
verleend, is gehouden:
a. afzonderlijk aantekening te houden van de gegevens als bedoeld
in artikel 31 die betrekking hebben op de buitenlandse ondernemer;
b. de aantekeningen als bedoeld in onderdeel a zodanig te houden
dat de herkomst en de bestemming van de goederen op eenvoudige wijze
kunnen worden gevolgd en de verschuldigde belasting op eenvoudige
wijze kan worden vastgesteld.
Artikel 32
1.Als ondernemers als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de
wet, worden aangewezen groothandelaren in levensmiddelen, dranken,
tandheelkundige grondstoffen, tandtechnische werken en onderdelen van
tandtechnische werken.
2.De in artikel 35, derde lid, van de wet, bedoelde ontheffing van
de verplichting om een factuur uit te reiken indien vrijgestelde
prestaties worden verricht, geldt niet ter zake van de levering van
een roerende zaak als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel r,
van de wet.
Artikel 33
1.In afwijking in zoverre van de verplichtingen opgelegd bij
artikel 35a van de wet geldt als een op de voorgeschreven wijze
opgemaakte factuur:
a. het vervoersbewijs voorzover de ondernemer personen vervoert
in de vorm van openbaar vervoer of taxivervoer als bedoeld in
artikel 1, onderdelen h en j, van de Wet personenvervoer 2000;
b. de gebruikelijke afrekening voorzover de ondernemer spijzen
en dranken verstrekt voor gebruik ter plaatse binnen het kader van
het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf
aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf
houden;
c. de factuur die bij inruiltransacties wordt uitgereikt en die
de gehele inruiltransactie dekt, mits die factuur alle
vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijk uit te reiken
facturen zouden moeten worden vermeld;
d. de wekelijks of maandelijks uitgereikte verzamelfactuur met
betrekking tot leveringen of diensten waarbij bonnen en dergelijke
worden uitgereikt die op zich niet voldoen aan de
factuurvereisten, mits deze verwijst naar de bonnen en dergelijke,
en samen daarmee voldoet aan de factuurvereisten;
e. het gedeelte van de overschrijvingskaart dat de afnemer
behoudt of de aan de afnemer gezonden bank- of giro-afrekening,
bij het gebruik van acceptgirokaarten onderscheidenlijk
automatische overschrijving;
mits daarin in elk geval de volgende vermeldingen zijn opgenomen:
1°. de datum van uitreiking;
2°. een identificatie van de ondernemer die de prestatie
verricht;
3°. een identificatie van de aard van de geleverde goederen of
de verrichte diensten;
4°. het te betalen bedrag van de belasting of de gegevens aan
de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend.
2.In afwijking in zoverre van de verplichtingen opgelegd bij
artikel 35a van de wet:
a. kan bij de levering van brandstof voor landvoertuigen de
vermelding van de naam en het adres van de afnemer achterwege
blijven, mits die afnemer kan worden geïdentificeerd doordat zijn
gegevens door de wijze van betalen, giraal of anderszins,
traceerbaar zijn;
b. kan bij de levering van goederen door groothandelaren, in
plaats van de vermelding van de aard van de geleverde goederen,
een door de inspecteur goedgekeurde codevermelding worden
gebruikt.
3.Geen afwijkingen zijn toegestaan voor leveringen als bedoeld in
artikel 5a van de wet en voor leveringen met toepassing van de bij de
wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6.
Artikel 33a
1. De aanvrager van het teruggaafverzoek als bedoeld in artikel 32f
van de wet neemt in het verzoek alle informatie op die is
voorgeschreven in de artikelen 8 en 9, lid 1, van Richtlijn 2008/9/EG.
2. De aanvrager van het verzoek bedoeld in het eerste lid
omschrijft in het verzoek mede zijn beroepsactiviteit op de wijze als
genoemd in artikel 32h van de wet.
3. De aanvrager kan zowel voor het verstrekken van de gegevens in
het in het eerste lid bedoelde verzoek als voor alle mogelijke andere
op dit teruggaafverzoek betrekking hebbende te verstrekken aanvullende
of verder aanvullende gegevens, gebruik maken van de Nederlandse,
Engelse of Duitse taal.
Artikel 33b
Het bedrag, bedoeld in artikel 37a, derde lid, van de wet, is€
100.000.
Hoofdstuk XIII. Tarief
Artikel 34
Als hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het
exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en slechtzienden als
bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 31, worden
aangewezen:
a. sprekende koortsthermometers, bloedsuikermeters en
bloeddrukmeters die worden aangewend voor zelfdiagnose;
b. programmatuur, alsmede de hiermee samenhangende apparatuur,
die door middel van zogeheten spraakoutput er specifiek op is
gericht visueel gehandicapten in staat te stellen om met computers
te werken;
c. programmatuur die grafische besturingssystemen omzet in voor
zogeheten spraakoutput en brailleschrift begrijpelijke informatie;
d. programmatuur die erop is gericht om conventionele geschriften
met behulp van een scanner om te zetten in een door een computer te
gebruiken tekst waardoor deze geschriften toegankelijk worden voor
visueel gehandicapten;
e. programmatuur die erop is gericht de weergave op het
beeldscherm van een computer te vergroten en/of te laten
contrasteren;
f . bijzondere gezichtshulpmiddelen voor slechtzienden die
gewoonlijk door een arts of een optometrist worden voorgeschreven en
individueel worden aangemeten, te weten: op of in een bril
gemonteerde kijkerloepsystemen; telescoop- en prismaloepbrillen, de
daarbij behorende opsteeklenzen daaronder begrepen; in een
brilmontuur of brilglazen aan te brengen vergroot- en loepglazen;
filterlenzen en -toepassingen en filterglazen bestemd voor een
selectieve absorptie van meer dan 400 Nn. van het licht met korte
golflengte; alsmede tafelloepsystemen, al dan niet voorzien van
verlichting, voor vergrotingen tot Nn 2X en bijbehorende toebehoren,
en monoculaire handtelescopen.
Artikel 34a
1.Ter zake van de levering en het vervoer van gas door middel van
pijpleidingen vinden de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a,
post 32, onderscheidenlijk onderdeel b, post 18, slechts toepassing,
indien de afnemer van die prestaties een tuinbouwer is en mits per
aansluiting een door de tuinbouwer ondertekende verklaring aan de
leverancier onderscheidenlijk netbeheerder kan worden overlegd waaruit
blijkt, dat deze het gas gebruikt voor verwarming ter bevordering van
het groeiproces van tuinbouwproducten, en waarin voorts zijn vermeld:
a. de dagtekening;
b. naam en adres van de afnemer, en
c. naam en adres van de leverancier onderscheidenlijk de
netbeheerder.
2.De in het eerste lid bedoelde verklaring heeft betrekking op al
het per aansluiting door de tuinbouwer afgenomen gas; indien slechts
een deel van dat gas wordt gebruikt voor het in het eerste lid
vermelde doel, moet dit in de verklaring worden vermeld en wordt dat
deel uitgedrukt in een percentage van het geheel.
3.Indien een gegeven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of
c, of het tweede lid, wijzigt, geeft de tuinbouwer binnen zes weken
een nieuwe verklaring af aan de leverancier onderscheidenlijk de
netbeheerder.
4.De tuinbouwer trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk
in, indien het door hem afgenomen gas niet langer wordt gebruikt voor
het hiervoor vermelde doel. In de te ondertekenen verklaring wordt de
datum van wijziging van gebruik opgenomen.
Artikel 34b
1.Ter zake van de levering, de invoer en de intracommunautaire
verwerving van minerale olie vindt de bij de wet behorende tabel I,
onderdeel a, post 32, slechts toepassing bij wijze van teruggaaf van
belasting aan de tuinbouwer die de olie gebruikt voor verwarming ter
bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
2.De teruggaaf geschiedt op verzoek van de tuinbouwer en bedraagt
13 percent van de aan hem wegens levering van de minerale olie in
rekening gebrachte vergoeding.
3.In afwijking in zoverre van artikel 33 van de wet geschiedt het
verzoek om teruggaaf steeds binnen drie maanden na afloop van het
kalenderkwartaal waarin de olie is ontvangen, en wel bij een
afzonderlijke, ondertekende aangifte welke de volgende gegevens moet
bevatten:
a. de dagtekening;
b. het kwartaal waarover teruggaaf wordt verzocht;
c. naam en adres van de tuinbouwer;
d. de hoeveelheid en de soort minerale olie waarvoor teruggaaf
wordt verzocht, en de vergoeding welke daarvoor in rekening is
gebracht;
e. de datum van levering van de minerale olie;
f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd;
g. de verklaring dat de tuinbouwer de olie ter zake waarvan
teruggaaf wordt gevraagd gebruikt voor verwarming ter bevordering
van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
4.Bij de aangifte moeten de inkoopfacturen worden overgelegd van de
in de aangifte vermelde hoeveelheid minerale olie waarvoor teruggaaf
wordt verzocht.
5.Geen teruggaaf wordt verleend indien de belasting op de voet van
artikel 15 van de wet in aftrek wordt gebracht.
Artikel 34c
Ter zake van de levering van gas anders dan door middel van
pijpleidingen, en ter zake van de invoer en de intracommunautaire
verwerving van gas is artikel 34b van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35
Als hulpmiddel dat speciaal is ontworpen dan wel bestemd voor het
exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden als
bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 35, worden
aangewezen:
a. wek- en waarschuwingsapparatuur die er specifiek op is gericht
om ten behoeve van auditief gehandicapten geluidssignalen om te
zetten in zichtbare of voelbare signalen;
b. teksttelefoons die er specifiek op zijn gericht om ten behoeve
van auditief gehandicapten spraak om te zetten tekst.
Artikel 36 [Vervallen per 01-01-1969]
Artikel 36a
1.Als schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 12, tweede
lid, onderdeel b.1° en b.2°, van het besluit, wordt aangewezen: een
factuur, een kopiefactuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid
dat is voorzien van de in die bepaling bedoelde verklaring van de
afnemer van de goederen, die vergezeld gaat van een verklaring van de
vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats dat deze de goederen
voor de ondernemer in zijn accijnsgoederenplaats in opslag neemt.
2.Als schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 12, tweede
lid, onderdeel c, van het besluit, wordt aangewezen: een factuur, een
kopiefactuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat is
voorzien van de in die bepaling bedoelde verklaring van de afnemer van
de goederen.
3.In de factuur die de ondernemer afgeeft ter zake van leveringen
als bedoeld in het eerste en tweede lid vermeldt hij ,,levering met
toepassing van tabel II, post a.7’’, onderscheidenlijk ,,levering
met toepassing van tabel II, post a.8’’. Wanneer een levering is
geschied met toepassing van de bij de wet behorende tabel II,
onderdeel a, post 7, onder b, moet op de afgegeven factuur tevens het
accijnsnummer van de afzender van het geleidedocument, alsmede het
volgnummer van het geleidedocument worden vermeld.
Artikel 36b
Tot de goederen of soorten van goederen bedoeld in de bij de wet
behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a, onderscheidenlijk
onder b behoren de goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende
bijlage I onderscheidenlijk bijlage K, voor zover deze produkten niet
geschikt zijn zonder nadere be- of verwerking in de particuliere
verbruikssfeer te worden gebracht.
Artikel 36c
1.Ondernemers wier bedrijfsuitoefening gericht is op het leveren
van goederen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I,
kunnen met betrekking tot die goederen, voor zover in Nederland
aanwezig, in aanmerking komen voor een vergunning voor een
niet-plaatsgebonden entrepot als bedoeld in de bij de wet behorende
tabel II, onderdeel a, post 8, onder a.
2.Degene die een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot
wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
3.In het verzoek dient te worden vermeld:
a. de naam, het adres, het btw-identificatienummer en de aard
van het bedrijf van de ondernemer die het verzoek doet;
b. de goederen waarop het verzoek betrekking heeft.
4.In de vergunning neemt de inspecteur nadere regels op met
betrekking tot de door de ondernemer te voeren administratie ten
behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bij de wet
behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a. In de vergunning
vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan de
vergunning geldt.
5.De vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. in geval de voorwaarden voor de vergunning niet worden
nageleefd.
6.Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een vergunning
alsmede het afwijzen van een verzoek om een vergunning te verlenen
geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Artikel 36ca
1.Een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën als bedoeld in de
Wet op de accijns kan worden aangewezen voor toepassing van de
bijzondere bepaling van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a,
post 7.
2.Voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde aanwijzing
dient de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een verzoek in
bij de inspecteur. In het verzoek dient hij zijn naam, adres en
btw-identificatienummer te vermelden. Voorts dient hij de inspecteur
een afschrift te verstrekken van zijn vergunning voor die
accijnsgoederenplaats.
3.In de aanwijzing neemt de inspecteur nadere voorwaarden op met
betrekking tot de door de vergunninghouder te voeren administratie ten
behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bijzondere
bepaling van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7.
Deze voorwaarden bepalen in ieder geval dat de administratie zodanig
wordt gevoerd dat bij de uitslag van minerale oliën uit de
accijnsgoederenplaats in de zin van de Wet op de accijns de identiteit
wordt vastgelegd van de ondernemer van wie de belasting wordt geheven
ter zake van de aan hem verrichte, aan de uitslag voorafgaande
levering alsmede dat de hoeveelheid en de soort van de desbetreffende
minerale oliën wordt omschreven. Daarbij moet, wanneer bedoelde
ondernemer een buitenlandse ondernemer is, de naam en het
btw-identificatienummer worden vastgelegd van de fiscaal
vertegenwoordiger die voor die ondernemer optreedt met betrekking tot
die levering. In de aanwijzing vermeldt de inspecteur voorts de datum
met ingang waarvan de aanwijzing geldt.
4.De aanwijzing kan worden gewijzigd of ingetrokken:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. in geval de voorwaarden voor de aanwijzing niet worden
nageleefd.
5.Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een aanwijzing
alsmede het afwijzen van een verzoek om een aanwijzing te verlenen,
geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een aanwijzing kan
niet worden verleend aan degene die een vergunning voor een
accijnsgoederenplaats voor minerale oliën heeft verkregen als bedoeld
in artikel 42a van de Wet op de accijns.
Artikel 36cb
1.Ondernemers wier bedrijfsuitoefening erop gericht is om ten
behoeve van een andere ondernemer te beschikken over een opslagplaats
voor goederen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage K,
kunnen met betrekking tot die opslagplaats voor die goederen in
aanmerking komen voor een vergunning voor een plaatsgebonden entrepot
als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8,
onder b.
2.Degene die een vergunning voor een plaatsgebonden entrepot wil
verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
3.In het verzoek dient te worden vermeld:
a. de naam, het adres, het btw-identificatienummer en de aard
van het bedrijf van de ondernemer die het verzoek doet;
b. de goederen waarop het verzoek betrekking heeft;
c. (vervallen);
d. de locatie en de inrichting van de als plaatsgebonden
entrepot aan te merken plaats of plaatsen.
4.In de vergunning neemt de inspecteur ten behoeve van de controle
op de juiste toepassing van de bij de wet behorende tabel II,
onderdeel a, post 8, onder b, nadere voorwaarden op met betrekking tot
de tot het plaatsgebonden entrepot te rekenen plaatsen en de door de
ondernemer te voeren administratie. Deze voorwaarden bepalen in ieder
geval dat de administratie zodanig wordt gevoerd dat bij de
beëindiging van de opslag van de goederen in het entrepot de
identiteit wordt vastgelegd van de ondernemer van wie de belasting
wordt geheven ter zake van de aan hem verrichte, aan de beëindiging
van de opslag voorafgaande levering alsmede dat de hoeveelheid en de
soort van de desbetreffende goederen wordt omschreven. Daarbij moet,
wanneer bedoelde ondernemer een buitenlandse ondernemer is, de naam en
het btw-identificatienummer worden vastgelegd van de fiscaal
vertegenwoordiger die voor die ondernemer optreedt met betrekking tot
die levering. In de vergunning vermeldt de inspecteur voorts de datum
met ingang waarvan deze geldt.
5.De vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. in geval de voorwaarden voor de vergunning niet worden
nageleefd.
6.Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een vergunning
alsmede het afwijzen van een verzoek om een vergunning te verlenen,
geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een verzoek om een
vergunning kan worden geweigerd aan de ondernemer die in de vijf aan
het verzoek voorafgaande jaren onherroepelijk is veroordeeld wegens
het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de omzetbelasting.
7.Onder beëindiging van de opslag van goederen in een
plaatsgebonden entrepot wordt verstaan:
a. het brengen van goederen buiten een plaatsgebonden entrepot
dat voor dat soort goederen als zodanig is aangewezen door of in
opdracht van de ondernemer die de macht heeft als eigenaar over
die goederen te beschikken;
b. het verrichten van een zodanige be- of verwerking met
betrekking tot in een plaatsgebonden entrepot opgeslagen goederen
door of in opdracht van de ondernemer die de macht heeft als
eigenaar over die goederen te beschikken, dat die goederen daarna
geen goederen meer zijn die zijn genoemd in de bij deze regeling
behorende bijlage K, dan wel dat die goederen weliswaar goederen
zijn die zijn genoemd in die bijlage, maar geschikt zijn om zonder
nadere be- of verwerking in de particuliere verbruikssfeer te
worden gebracht.
Hoofdstuk XIV. Overgangsbepalingen met betrekking tot gebruikte
goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en
antiquiteiten, in het handelsverkeer met enkele Lid-Staten
Artikel 36d
1. Artikel 1, aanhef en onderdeel b, van de wet is niet van
toepassing wanneer het verworven goed een gebruikt vervoermiddel is in
de zin van artikel 327, lid 3, van de BTW-richtlijn 2006 waarvan de
levering aan de in artikel 4, onder b, van die richtlijn vermelde
voorwaarden voldoet.
2. Artikel 5a van de wet is niet van toepassing op de in het eerste
lid bedoelde leveringen.
3. De in het eerste lid bedoelde leveringen worden voor de
toepassing van artikel 28b, tweede lid, van de wet gelijkgesteld met
de in dat tweede lid bedoelde leveringen aan de wederverkoper.
Slotbepaling.
Artikel 37
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
1969.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als Uitvoeringsbeschikking
omzetbelasting 1968.
Bijlage A
|
Goederenomschrijving
|
Post (of onderverdeling) van de gecombineerde nomenclatuur
|
|
|
|
|
Haar van varkens of van wilde zwijnen;
|
502
|
|
dassehaar en ander dierlijk haar, voor
|
|
|
borstelwerk; afval van dit haar
|
|
|
Paardehaar (crin) en afval van paardehaar, ook
|
503
|
|
indien in vliezen, al dan niet op een
|
|
|
onderlaag
|
|
|
Darmen, blazen en magen van dieren, andere dan
|
504
|
|
die van vissen, in hun geheel of in stukken
|
|
|
Vogelhuiden en andere delen van vogels, met
|
505
|
|
veren of dons bezet, veren en delen van veren
|
|
|
(ook in dien bijgesneden) en dons, ruw,
|
|
|
gereinigd, ontsmet of op andere wijze
|
|
|
behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet
|
|
|
verder bewerkt; poeder en afval, van veren of
|
|
|
van delen van veren
|
|
|
Beenderen en hoornpitten, ruw, ontvet of
|
506
|
|
eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm
|
|
|
gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van
|
|
|
gelatine; poeder en afval van deze stoffen
|
|
|
Grijze amber, bevergeil, civet en muskus;
|
510
|
|
Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd;
|
|
|
klieren en andere stoffen van dierlijke
|
|
|
oorsprong, die worden gebruikt voor het
|
|
|
bereiden van farmaceutische produkten, vers,
|
|
|
gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig
|
|
|
geconserveerd
|
|
|
Darmen, blazen en magen van vissen; pezen en
|
ex 0511
|
|
zenen; snippers en dergelijk afval van
|
|
|
ongelooide huiden en vellen
|
|
|
Mout, ook indien gebrand
|
1107
|
|
Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet
|
1801
|
|
gebrand
|
|
|
Cacaodoppen, cacaoschillen, cacaovliezen en
|
1802
|
|
andere afvallen van cacao
|
|
|
Cacaopasta, ook indien ontvet
|
1803
|
|
Ruwe en niet tot verbruik bereide tabak
|
ex 2401
|
|
IJzerkies, ongeroost
|
2502
|
|
Marmer, travertijn, ecaussine en andere
|
2515
|
|
kalksteen voor de steenhouwerij of voor het
|
|
|
bouwbedrijf, met een schijnbare dichtheid van
|
|
|
2,5 of meer, en albast, ook indien enkel
|
|
|
kantrecht behouwen dan wel in blokken of in
|
|
|
platen van vierkante of rechthoekige vorm,
|
|
|
verkregen door zagen, door splijten of op
|
|
|
dergelijke wijze
|
|
|
Korrels, scherven, splinters en poeder van de
|
2517 41 00
|
|
steensoorten bedoeld bij de posten 2515 en
|
|
|
2516, ook indien zij een warmtebehandeling
|
|
|
hebben ondergaan, van marmer
|
|
|
Graniet, porfier, basalt, zand steen en andere
|
2516
|
|
natuursteen voor de steenhouwerij of voor het
|
|
|
bouwbedrijf, ook indien enkel kantrecht
|
|
|
behouwen dan wel in blokken of in platen van
|
|
|
vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door
|
|
|
zagen, door splijten of op dergelijke wijze
|
|
|
Kalksteen voor hoogoventoeslag; kalksteen voor
|
2521
|
|
de vervaardiging van kalk of van cement
|
|
|
Hydraulisch cement (cementklinker daaronder
|
2523
|
|
begrepen), ook indien gekleurd
|
|
|
Metaalertsen en concentraten daarvan; geroost
|
2601 t/m 2617
|
|
ijzerkies (pyrietas)
|
|
|
Gegranuleerde hoogovenslakken (slakkenzand)
|
2618
|
|
verkregen bij de vervaardiging van ijzer en
|
|
|
staal
|
|
|
Slakken (andere dan gegranuleerde
|
2619
|
|
hoogovenslakken), walsschilfers en ander bij
|
|
|
de vervaardiging van ijzer en staal verkregen
|
|
|
afval
|
|
|
Assen en residuen (andere dan die verkregen
|
2620
|
|
bij de vervaardiging van ijzer en staal), die
|
|
|
metaal of metaalverbindingen bevatten
|
|
|
Andere slakken en andere assen, as van zeewier
|
ex 2621
|
|
daaronder begrepen, andere dan uit melasse
|
|
|
gewonnen potas
|
|
|
Ruwe aardolie en ruwe olie uit bitumineuze
|
2709
|
|
mineralen (voor zover voor raffinaderijen)
|
|
|
Petroleumbitumen
|
27 13 2000
|
|
Natuurlijke bitumen en natuurlijk asfalt;
|
2714
|
|
bitumineuze leisteen en bitumineus zand;
|
|
|
asfaltiet en asfaltsteen
|
|
|
Calciumcarbonaat
|
2836 50 00
|
|
Ruw thorium; resten en afval daarvan
|
2844 30 55
|
|
Tannine (looizuur), alsmede zouten, ethers,
|
ex 3201
|
|
esters en andere derivaten daarvan
|
|
|
Synthetische organische looistoffen;
|
3202
|
|
anorganische looistoffen; preparaten voor het
|
|
|
looien, ook indien zij natuurlijke looistoffen
|
|
|
bevatten; enzympreparaten voor het voorlooien
|
|
|
Dopes (antiklopmiddelen, oxydatievertragers,
|
ex 3811
|
|
peptisatiemiddelen, middelen ter verbetering
|
|
|
van de viscositeit, corrosievertragers en
|
|
|
dergelijke preparaten), voor minerale olie
|
|
|
(benzine daaronder begrepen)
|
|
|
Natuurlijke rubber, balata, guttapercha,
|
ex 4001
|
|
guayule, chicle en dergelijke natuurlijke
|
|
|
gommen, in primaire vormen of in de vorm van
|
|
|
gerookte vellen of vellen crêperubber
|
|
|
Synthetische rubber en uit olie vervaardigde
|
ex4002
|
|
factis, in primaire vormen; mengsels van
|
|
|
natuurlijke rubber en synthetische rubber, in
|
|
|
de vorm van latex
|
|
|
Basismengsels ("masterbatches"), andere dan
|
ex 4005
|
|
die bestaande uit mengsels van rubber en
|
|
|
carbonblack of dergelijk zwartsel of van
|
|
|
rubber met siliciumdioxyde
|
|
|
Huiden en vellen, ongelooid (vers, gezouten,
|
4101 t/m 4103
|
|
gedroogd, gekalkt, gepekeld ("pickled") of
|
|
|
anderszins geconserveerd, doch niet gelooid,
|
|
|
niet tot perkament verwerkt of verder
|
|
|
bewerkt), ook indien onthaard of gesplit
|
|
|
Kips van Indische runderen, in gehele staat
|
4104 10 10
|
|
(ook indien zonder kop en zonder poten),
|
|
|
wegende per stuk niet meer dan 4,5 kg, enkel
|
|
|
met plantaardige stoffen voorgelooid of
|
|
|
gelooid, ook indien verder bewerkt, maar niet
|
|
|
als zodanig bruikbaar voor het vervaardigen
|
|
|
van werken van leder
|
|
|
Huiden en vellen van runderen, van paarden of
|
ex 4104
|
|
van paardachtigen, voorgelooid of enkel
|
|
|
gelooid
|
|
|
Huiden en vellen, van Indische bastaards,
|
ex 4105
|
|
enkel met plantaardige stoffen voorgelooid of
|
|
|
gelooid, ook indien verder bewerkt, maar niet
|
|
|
als zodanig bruikbaar voor het vervaardigen
|
|
|
van werken van leder
|
|
|
Huiden en vellen, van Indische geiten, enkel
|
ex 4106
|
|
met plantaardige stoffen voorgelooid of
|
|
|
gelooid, ook indien verder bewerkt, maar niet
|
|
|
als zodanig bruikbaar voor het vervaardigen
|
|
|
van werken van leder
|
|
|
Wol, niet gekaard en niet gekamd
|
5101
|
|
Fijn haar en grof haar, niet gekaard en niet
|
5102
|
|
gekamd
|
|
|
Afval van wol, van fijn haar of van grof haar,
|
5103
|
|
afval van garen daaronder begrepen doch met
|
|
|
uitzondering van rafelwol en van rafelingen
|
|
|
van haar
|
|
|
Rafelwol en rafelingen van fijn haar of van
|
5104
|
|
grof haar
|
|
|
Vlas, ruw of bewerkt, doch niet gesponnen;
|
5301
|
|
werk en afval (afval van garen en rafelingen
|
|
|
daaronder begrepen), van vlas
|
|
|
Jute en andere bastvezels (andere dan vlas,
|
5303
|
|
hennep en ramee), ruw of bewerkt, doch niet
|
|
|
gesponnen; werk en afval (afval van garen en
|
|
|
rafelingen daaronder begrepen), van deze
|
|
|
vezels
|
|
|
Kabel van synthetische filamenten
|
5501
|
|
Kabel van kunstmatige filamenten
|
5502
|
|
Synthetische stapelvezels, niet gekaard, niet
|
5503
|
|
gekamd noch op andere wijze bewerkt met het
|
|
|
oog op het spinnen
|
|
|
Kunstmatige stapelvezels, niet gekaard, niet
|
5504
|
|
gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het
|
|
|
oog op het spinnen
|
|
|
Afval van synthetische of van kunstmatige
|
5505
|
|
vezels (kammeling, afval van garen en
|
|
|
rafelingen daar onder begrepen)
|
|
|
Synthetische stapelvezels, gekaard, gekamd of
|
5506
|
|
op andere wijze bewerkt met het oog op het
|
|
|
spinnen
|
|
|
Kunstmatige stapelvezels, gekaard, gekamd of
|
5507
|
|
op andere wijze bewerkt met het oog op het
|
|
|
spinnen
|
|
|
Al dan niet vervilte weefsels, ook indien
|
ex 5911
|
|
geïmpregneerd of voorzien van een deklaag van
|
|
|
de soort gebruikt voor papiermachines of voor
|
|
|
ander technisch gebruik, rondgeweven of
|
|
|
eindloos, met enkelvoudige of meervoudige
|
|
|
ketting en/of in slag, dan wel plat geweven
|
|
|
met meervoudige ketting en/of inslag
|
|
|
Lompen en vodden; afval en oud goed van
|
6310
|
|
bindgaren, van touw of van kabel
|
|
|
Resten en afval, van edele metalen of van
|
7112
|
|
Gietijzer en spiegelijzer, in gietelingen, in blokken of in andere
primaire vormen, niet-gelegeerd, bevattende niet meer dan 0,5
gewichtspercent fosfor en minder dan 0,1 gewichtspercent mangaan.
|
7201 1090 00
|
|
metalen geplateerd met edele metalen; andere
|
|
|
resten en afvallen bevattende edele metalen of
|
|
|
verbindingen van edele metalen, van de soort
|
|
|
hoofdzakelijk gebruikt voor het terugwinnen
|
|
|
van edele metalen
|
|
|
Ferrolegeringen
|
7202
|
|
resten en afval van gietijzer, van ijzer of
|
7204 10 00
|
|
van staal
|
|
|
|
7204 21 10
|
|
|
7204 21 90
|
|
|
8548 10 90
|
|
|
7204 30 00
|
|
|
7204 41 10
|
|
|
7204 41 91
|
|
|
7204 41 99
|
|
|
7204 49 10
|
|
|
7204 49 30
|
|
|
7204 49 91
|
|
|
7204 49 99
|
|
Ingots van ijzer of van niet-gelegeerd staal,
|
ex 7206
|
|
bevattende 0,6 of meer gewichtspercenten
|
|
|
koolstof
|
|
|
Halffabrikaten van ijzer of van niet-gelegeerd
|
ex 7207
|
|
staal, andere dan door continue-gieten
|
|
|
verkregen en andere dan gesmede produkten
|
|
|
Gewalste platte produkten, enkel warm gewalst,
|
ex 7208
|
|
van ijzer of van niet-gedelegeerd staal,
|
|
|
bevattende minder dan 0.6 gewichtspercent
|
|
|
koolstof, met een breedte van 600 mm of meer
|
|
|
Gewalste platte produkten, van ijzer of van
|
ex 7209
|
|
niet-gelegeerd staal, enkel koud gewalst, met
|
|
|
een breedte van 600 mm of meer, bevattende
|
|
|
minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof
|
|
|
Gewalste platte produkten, enkel warm gewalst,
|
ex 7211
|
|
van ijzer of van niet-gelegeerd staal,
|
|
|
bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent
|
|
|
koolstof, met een breedte van minder dan 600
|
|
|
mm
|
|
|
Gewalste platte produkten, enkel koud gewalst,
|
ex 7211
|
|
van ijzer of van niet-gelegeerd staal, anders
|
|
|
dan bestemd voor het vervaardigen van blik,
|
|
|
met een breedte van minder dan 600 mm,
|
|
|
bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent
|
|
|
koolstof
|
|
|
Gewalste platte produkten,
|
ex 7208
|
|
warm gewalst, van ijzer of van niet-gelegeerd
|
ex 7211
|
|
staal, bevattende 0,6 of meer
|
|
|
gewichtspercenten koolstof, met een
|
|
|
rechthoekige dwarsdoorsnede, met een dikte van
|
|
|
1,5 of meer mm en een breedte van meer dan 500
|
|
|
mm, op rollen wegende 500 of meer kg, of
|
|
|
overlangs warm gewalst in gesloten kalibers of
|
|
|
op het universeel walswerk, met een dikte van
|
|
|
meer dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met
|
|
|
een breedte van meer dan 150 mm doch niet meer
|
|
|
dan 1200 mm
|
|
|
Staven van ijzer of van niet-gelegeerd staal,
|
ex 7214
|
|
enkel warm gewalst of warm geperst, bevattende
|
|
|
minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof
|
|
|
Profielen van ijzer of van niet-gelegeerd
|
ex 7216
|
|
staal, enkel warm gewalst of warm geperst,
|
|
|
bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent
|
|
|
koolstof
|
|
|
Ingots en halffabrikaten van roestvrij staal,
|
ex 7218
|
|
anders dan door continue-gieten verkregen
|
|
|
Gewalste platte produkten, warm gewalst, van
|
ex 7219
|
|
roestvrij staal, met een rechthoekige
|
|
|
dwarsdoorsnede, met een dikte van 1,5 of meer
|
|
|
mm en een breedte van meer dan 500 mm, op
|
|
|
rollen wegende 500 of meer kg, of overlangs
|
|
|
warm gewalst in gesloten kalibers of op het
|
|
|
universeel wals werk, met een dikte van meer
|
|
|
dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met een
|
|
|
breedte van meer dan 150 mm doch niet meer dan
|
|
|
1200 mm
|
|
|
|
ex 7220
|
|
Ingots en halffabrikaten van ander gelegeerd
|
ex 7224
|
|
staal, andere dan door continue-gieten
|
|
|
verkregen
|
|
|
Gewalste platte produkten, warm gewalst, van
|
ex 7225
|
|
ander gelegeerd staal met een rechthoekige
|
|
|
dwarsdoorsnede, met een dikte van 1,5 of meer
|
|
|
mm en een breedte van meer dan 500 mm, op
|
|
|
rollen wegende 500 of meer kg, of overlangs
|
|
|
warm gewalst in gesloten kalibers of op het
|
|
|
universeel walswerk, met een dikte van meer
|
|
|
dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met een
|
|
|
breedte van meer dan 150 mm doch niet meer dan
|
|
|
1200 mm
|
|
|
|
ex 7226
|
|
Kopersteen of ruwsteen; cementkoper
|
7401
|
|
(neergeslagen koper)
|
|
|
Niet-geraffineerd koper; anoden van koper voor
|
7402
|
|
het elektrolytisch raffineren
|
|
|
Geraffineerd koper en koperlegeringen, ruw
|
7403
|
|
Resten en afval van koper
|
7404
|
|
|
8548 10 90
|
|
Toeslaglegeringen van koper, bevattende niet
|
ex 7405
|
|
meer dan 8 gewichtspercenten fosfor
|
|
|
Nikkelmatte, nikkeloxydesinters en andere
|
7501
|
|
tussenprodukten van de nikkelmetallurgie
|
|
|
Ruw nikkel
|
7502
|
|
Resten en afval, van nikkel
|
7503
|
|
|
8548 10 90
|
|
Ruw aluminium
|
7601
|
|
Ruw lood
|
7801
|
|
Resten en afval, van lood
|
7802
|
|
|
8548 10 90
|
|
Ruw zink
|
7901
|
|
Resten en afval, van zink
|
7902
|
|
|
8548 10 90
|
|
Ruw tin
|
8001
|
|
Resten en afval, van tin
|
8002
|
|
Ruw kobalt; resten en afval van kobalt
|
ex 8105 10 10
|
|
|
8105 10 90
|
|
Ruw bismut; resten en afval van bismut
|
ex 8106 00 10
|
|
Ruw cadmium; resten en afval van cadmium
|
ex 8107 10 10
|
|
|
8107 10 90
|
|
|
ex 8548 10 90
|
|
Ruw titaan; resten en afval van titaan
|
ex 8108 10 10
|
|
|
8108 10 90
|
|
Ruw zirkonium; resten en afval van zirkonium
|
ex 8109 10 10
|
|
|
8109 10 90
|
|
Ruw antimoon; resten en afval van antimoon
|
ex 8110 00 11
|
|
|
8110 00 19
|
|
Ruw mangaan; resten en afval van mangaan
|
ex 8111 00 11
|
|
|
8111 00 19
|
|
Ruw chroom, germanium, vanadium, gallium,
|
ex 8112
|
|
hafnium (celtium), indium, niobium
|
|
|
(columbium), rhenium en thallium; resten en
|
|
|
afval van deze metalen
|
|
|
Motoren voor vliegtuigtoestellen zwaarder dan
|
8407 10 10
|
|
de lucht, omschreven in de aanvullende
|
|
|
aantekening 1 (gecombineerde nomenclatuur) op
|
|
|
hoofdstuk 84
|
|
|
|
8407 10 90
|
|
Straalmotoren (reactiemotoren)
|
8411 11 10
|
|
|
8411 11 90
|
|
|
8411 12 11
|
|
|
8411 12 13
|
|
|
8411 12 19
|
|
|
8411 12 90
|
|
|
8412 10 10
|
|
|
8412 10 90
|
Bijlage B
[Illustratie Verwijderd]
Bijlage C [Vervallen per 01-01-1996]
Bijlage D [Vervallen per 01-01-1996]
Bijlage E [Vervallen per 18-03-2010]
Bijlage F [Vervallen per 01-01-1989]
Bijlage G [Vervallen per 29-12-1993]
Bijlage H [Vervallen per 01-01-2001]
Bijlage I
|
Goederenomschrijving |
Post (of
onderverdeling) van de gecombineerde nomenclatuur |
|
Maniokwortel, arrowroot
(pijlwortel), |
714 |
|
salepwortel, aardperen, bataten
(zoete |
|
|
aardappelen) en dergelijke wortels
en knollen |
|
|
met een hoog gehalte aan zetmeel of
aan |
|
|
inuline, vers, gekoeld, bevroren of
gedroogd, |
|
|
ook indien in stukken of in
pellets; merg van |
|
|
de sagopalm |
|
|
Ongebrande koffie |
0901 11 00 |
| |
0901 12 00 |
|
Thee |
902 |
|
Granen |
1001 t/m 1008 |
|
Oliehoudende zaden en vruchten |
1201 t/m 1207 |
|
Vetten en oliën |
1501 t/m 1516 |
|
ruwe glycerol; glycerolwater en
glycerollogen |
1520 |
|
Ruwe suiker |
1701 11 10 t/m 1701 12 90 |
|
Melasse verkregen bij de extractie
of de |
1703 |
|
raffinage van suiker |
|
|
Cacaobonen, ook indien gebroken, al
dan niet |
1801 |
|
Cacaodoppen, cacaoschillen,
cacaovliezen en andere afvallen van cacao |
1802 |
|
gebrand |
|
|
Tapioca |
ex 1903 |
|
Producten voor menselijke
consumptie, elders |
2106 |
|
genoemd noch elders onder begrepen,
voor zover |
|
|
deze producten nog een be- of
verwerking |
|
|
moeten ondergaan voordat zij aan |
|
|
eindgebruikers worden geleverd |
|
|
Resten en afval van de
voedselindustrie |
2301 t/m 2308 |
|
Bereidingen van de soort gebruikt
voor het |
2309 |
|
voederen van dieren, voor zover
deze producten |
|
|
nog een be- of verwerking moeten
ondergaan |
|
|
voordat zij aan eindgebruikers
worden geleverd |
|
|
Zout; zwavel; aarde en steen; gips,
kalk en |
2501 t/m 2530 |
|
cement |
|
|
IJzererts en concentraten daarvan,
geroost |
2601 |
|
ijzerkies (pyrietas) daaronder
begrepen |
|
|
Molybdeenerts en concentraten
daarvan |
2613 |
|
Steenkool; briketten, eierkolen en
dergelijke |
2701 |
|
van steenkool vervaardigde vaste
brandstoffen |
|
|
Olie en andere produkten, verkregen
bij het |
2707 |
|
distilleren van hoge-temperatuur- |
|
|
steenkoolteer; soortgelijke
produkten waarin |
|
|
het gewicht van de aromatische
bestanddelen |
|
|
dat van de niet-aromatische
overtreft |
|
|
Ruwe aardolie en ruwe olie uit
bitumineuze |
2709 |
|
mineralen |
|
|
Lichte oliën |
2710 00 11 en 2710 00 15 |
|
Speciale lichte oliën |
2710 00 21 en 2710 00 25 |
|
Lichte reactiemotorbrandstof en
andere lichte |
2710 00 37 en 2710 00 39 |
|
oliën |
|
|
Halfzware oliën |
2710 00 59 |
|
Gasolie |
2710 00 65 |
|
Stookolie |
2710 00 71 |
|
Smeeroliën en andere oliën |
2710 00 87 t/m 2710 00 98 |
|
Vloeibaar gemaakt ethyleen,
propyleen, |
2711 14 00 |
|
butyleen en butadieen |
|
|
Andere vloeibaar gemaakte
gasvormige |
2711 19 00 |
|
koolwaterstoffen, andere dan
aardgas, propaan |
|
|
en butanen |
|
|
Gasvormige koolwaterstoffen |
2711 29 00 |
|
Vaseline, paraffine,
microkristallijne was uit |
2712 |
|
aardolie, "slack wax",
ozokeriet montaanwas, |
|
|
turfwas, andere minerale was en
dergelijke |
|
|
door synthese of op andere wijze
verkregen |
|
|
produkten, ook indien gekleurd |
|
|
Anorganische chemische produkten;
anorganische |
2801 t/m 2851 |
|
of organische verbindingen van
edele metalen, |
|
|
van radioactieve elementen, van
zeldzame |
|
|
aardmetalen en van isotopen |
|
|
Organische chemische produkten |
2901 t/m 2942 |
|
Ammoniumsulfaat |
3102 2100; |
|
onder de voorwaarde dat deze
producten nog een be- of verwerking moeten ondergaan voordat zij
aan eindgebruikers worden geleverd; |
|
|
Kleurstoffen van plantaardige of
dierlijke oorsprong (verfstofextracten, andere dan dierlijk
zwartsel, daaronder begrepen), ook indien chemisch welbepaald;
preparaten bedoeld bij aantekening 3 op dit hoofdstuk, op basis
van kleurstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong |
3203 0000; |
|
Synthetische organische
kleurstoffen ook |
3204 |
|
indien chemisch welbepaald;
preparaten bedoeld |
|
|
bij aantekening 3 op dit hoofdstuk,
op basis |
|
|
van synhetische organische
kleurstoffen; |
|
|
synthetische organische producten
van de soort |
|
|
gebruikt als flu orescerende
heldermakende |
|
|
stoffen of als "lichtgevende
stoffen" |
|
|
(luminoforen), ook indien chemisch
welbepaald |
|
|
Pigmenten en preparaten op basis
van |
3206 30 00 |
|
cadmiumverbindingen |
|
|
Etherische oliën (ook indien
daaruit de |
ex 3301 |
|
terpenen zijn afgesplitst), vast of
vloeibaar; |
|
|
harsaroma's; door extractie
verkregen |
|
|
oleoharsen; geconcentreerde
oplossingen van |
|
|
etherische oliën in vet, in vette
oliën, in |
|
|
was of in dergelijke stoffen,
verkregen door |
|
|
enfleurage of door maceratie;
terpeenhoudende |
|
|
bijprodukten, afgesplitst uit
etherische |
|
|
oliën; gedistilleerd aromatisch
water en |
|
|
waterige oplossingen van etherische
oliën |
|
|
Mengsels van reukstoffen en
mengsels |
ex3302 |
|
(oplossingen in alcohol daaronder
begrepen) op |
|
|
basis van een of meer van deze |
|
|
zelfstandigheden met andere
stoffen, van de |
|
|
soort gebruikt als grondstof voor
de |
|
|
industrie; andere bereidingen op
basis van |
|
|
reukstoffen, van de soort gebruikt
voor de |
|
|
vervaardiging van dranken |
|
|
Organische tensioactieve produkten
(andere dan |
3402 |
|
zeep); tensioactieve bereidingen,
wasmiddelen |
|
|
(hulppreparaten voor het wassen
daaronder |
|
|
begrepen) en reinigingsmiddelen,
ook indien |
|
|
zeep bevattend, andere dan die
bedoeld bij |
|
|
post 3401 |
|
|
Aardolie of olie uit bitumineuze
mineralen |
3403 11 00 t/m 3403 19 99 |
|
bevattende smeermiddelen (boor,
snij- en |
|
|
draaiolie (koelolie), preparaten
voor het |
|
|
losmaken van bouten en moeren,
roest- en |
|
|
corrosiewerende preparaten en
preparaten voor |
|
|
het insmeren van vormen, op basis
van |
|
|
smeermiddelen, daaronder begrepen),
alsmede |
|
|
preparaten van de soort gebruikt
voor het |
|
|
smouten, vetten of oliën van
textiel, van |
|
|
leder, van pelterijen of van andere
stoffen, |
|
|
andere dan preparaten die 70 of
meer |
|
|
gewichtspercenten aardolie of olie
uit |
|
|
bitumineuze mineralen bevatten en
waarvan het |
|
|
karakter door deze olie wordt
bepaald |
|
|
Enzymen; bereidingen van enzymen,
elders |
3507 |
|
genoemd noch elders onder begrepen |
|
|
Diverse produkten van de chemische
industrie |
3801 t/m 3824 |
|
Polymeren van ethyleen, in primaire
vormen |
3901 |
|
Polymeren van propyleen of van
andere |
3902 |
|
olefinen, in primaire vormen |
|
|
Polymeren van styreen, in primaire
vormen |
3903 |
|
Polymeren van vinylchloride of van
andere |
3904 |
|
halogeenolefinen, in primaire
vormen |
|
|
Polyacetalen, andere polyethers en |
3907 |
|
expoxyharsen, in primaire vormen; |
|
|
polycarbonaten, alkydharsen,
polyallylesters |
|
|
en andere polyesters, in primaire
vormen |
|
|
Petroleumharsen, cumaronharsen,
indeenharsen |
3911 10 00 |
|
of cumaronindeenharsen en
polyterpenen |
|
|
Andere platen, vellen, foliën,
stroken en |
3920 |
|
strippen, van kunststof zonder
celstructuur, |
|
|
niet versterkt, gelaagd of op
dergelijke wijze |
|
|
gecombineerd met andere stoffen,
niet op een |
|
|
drager |
|
|
Synthetische rubber en uit olie
vervaardigde |
4002 |
|
factis, in primaire vormen of in
platen, |
|
|
vellen of strippen; mengsels van
produkten |
|
|
bedoeld bij post 4001 met produkten
bedoeld |
|
|
bij deze post, in primaire vormen
of in |
|
|
platen, vellen of strippen |
|
|
Synthetische filamentgarens (andere
dan |
5402 |
|
naaigarens), niet opgemaakt voor de
verkoop in |
|
|
het klein, synthetische
monofilamenten van |
|
|
minder dan 67decitex daaronder
begrepen |
|
|
Ferrolegeringen |
7202 |
|
Halffabrikaten van ijzer of van
niet-gelegeerd |
7207; |
|
staal |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7208; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van 600 |
|
|
mm of meer, warm gewalst, niet
geplateerd noch |
|
|
bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7209; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van 600 |
|
|
mm of meer, koud gewalst, niet
geplateerd noch |
|
|
bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7210; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van 600 |
|
|
mm of meer, geplateerd of bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7211; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van |
|
|
minder dan 600 mm, niet geplateerd
noch |
|
|
bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7212; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van |
|
|
minder dan 600 mm, geplateerd of
bekleed |
|
|
Profielen van ijzer of van
niet-gelegeerd |
7216; |
|
staal |
|
|
Gewalste platte producten van
roestvrij staal, |
7219; |
|
met een breedte van 600 mm of meer |
|
|
Gewalste platte producten van
roestvrij staal, |
7220; |
|
met een breedte van minder dan 600
mm |
|
|
Ander gelegeerd staal in ingots of
in andere |
7224 |
|
primaire vormen; |
|
|
halffabrikaten van ander gelegeerd
staal |
|
|
Gewalste platte producten van ander
gelegeerd |
7225; |
|
staal, met een breedte van 600 mm
of meer |
|
|
Gewalste platte producten van ander
gelegeerd |
7226; |
|
staal, met een breedte van minder
dan 600 mm |
|
|
Niet-geraffineerd koper; anoden van
koper voor |
7402 |
|
het elektrolytisch raffineren |
|
|
Geraffineerd koper en
koperlegeringen, ruw |
7403 |
|
Nikkeloxydesinters en andere
tussenprodukten |
7501 20 00 |
|
van de nikkelmetallurgie |
|
|
Ruw nikkel |
7502 |
|
Staven, profielen en draad, van
nikkel |
7505 |
|
Platen, bladen en strippen, van
nikkel |
7506 |
|
Ruw aluminium |
7601 |
|
Resten en afval, van aluminium |
7602 |
|
Poeder en schilfers, van aluminium |
7603 |
|
Staven en profielen, van aluminium |
7604 |
|
Draad van aluminium |
7605 |
|
Platen, bladen en strippen, van
aluminium, met |
7606 |
|
een dikte van meer dan 0,2 mm |
|
|
Bladaluminium met een dikte van
niet meer dan |
7607 |
|
0,2 mm |
|
|
Buizen en pijpen, van aluminium |
7608 |
|
Hulpstukken (fittings) voor
buisleidingen, van |
7609 |
|
aluminium |
|
|
Constructiewerken en delen van |
7610 |
|
constructiewerken, van aluminium,
andere dan |
|
|
de geprefabriceerde bouwwerken
bedoeld bij |
|
|
post 9406; platen, staven,
profielen, buizen |
|
|
en dergelijke, van aluminium,
gereedgemaakt |
|
|
voor gebruik in constructiewerken |
|
|
Reservoirs, fusten, trommels,
bussen, blikken |
7612 |
|
en dergelijke bergingsmiddelen,
voor ongeacht |
|
|
welke goederen, van aluminium, met
een |
|
|
inhoudsruimte van meer dan 300
liter, niet |
|
|
voorzien van een mechanische
inrichting of van |
|
|
een inrichting om te koelen of te
warmen, ook |
|
|
indien inwendig bekleed of voorzien
van een |
|
|
warmte-isolerende bekleding |
|
|
Kabels, strengen en dergelijke
artikelen, van |
7614 |
|
aluminium, niet geïsoleerd voor
het geleiden |
|
|
van elektriciteit |
|
|
Ruw lood |
7801 |
|
Ruw zink |
7901 |
|
Platen, bladen en strippen, van
zink |
7905 |
|
Ruw tin |
8001 |
|
Molybdeen en werken daarvan, resten
en afval |
8102 |
|
daaronder begrepen |
|
|
Magnesium en werken daarvan, resten
en afval |
8104 |
|
daaronder begrepen |
|
|
Kobaltmatte en andere
tussenprodukten van de |
8105 |
|
kobaltmetallurgie; kobalt en werken
daarvan, |
|
|
resten en afval daaronder begrepen |
|
|
Bismut en werken daarvan, resten en
afval |
8106 |
|
daaronder begrepen |
|
|
Cadmium en werken daarvan, resten
en afval |
8107 |
|
daaronder begrepen |
|
| |
ex 8548 10 90 |
|
Titaan en werken daarvan, resten en
afval |
8108 |
|
daaronder begrepen |
|
|
Antimoon en werken daarvan, resten
en afval |
8110 |
|
daaronder begrepen |
|
|
Mangaan en werken daarvan, resten
en afval |
8111 |
|
daaronder begrepen |
|
|
Beryllium, chroom, germanium,
vanadium, |
8112 |
|
gallium, hafnium (celtium), indium,
niobium |
|
|
(columbium), rhenium en thallium,
alsmede |
|
|
werken van deze metalen, resten en
afval |
|
|
daaronder begrepen |
|
Bijlage J
1. kunstvoorwerpen:
a. schilderijen, collages en dergelijke
decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van
de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere
tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en
dergelijke doeleinden en van met de hand versierde voorwerpen alsmede
van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van
studio's of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701);
b. originele gravures, originele etsen
en originele litho's, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar
geheel met de hand vervaardigde platen die in een beperkte oplage
rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het
materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde
techniek, met uitzondering van de mechanische en van de
fotomechanische reproduktietechniek (GN-code 9702 00 00);
c. originele standbeelden en origineel
beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn,
mits het werk geheel van de hand van de kunstenaar is; afgietsels van
beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren, die door
de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd (GN-code
9703 00 00);
d. tapisserieën (GN-code 5805 00 00)
en wandtextiel (ex 6304), met de hand vervaardigd volgens originele
ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van
elk zijn;
e. unieke voorwerpen van keramiek,
geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd;
f. emailwerk op koper, geheel met de
hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of
het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden,
juwelen en edelsmeedwerk;
g. foto's die genomen zijn door de
kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd
en genummerd, met een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle
formaten en dragers samen.
2. voorwerpen voor verzamelingen:
a. postzegels, fiscale zegels,
gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedagsenveloppen en
dergelijke, gestempeld of, indien ongestempeld, voor zover zij niet
geldig zijn of niet geldig zullen worden (GN-code 9704 00 00);
b. verzamelingen en voorwerpen voor
verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch,
anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch
of numismatisch belang (GN-code 9705 00 00).
3. antiquiteiten:
andere voorwerpen dan kunstvoorwerpen en
voorwerpen voor verzamelingen, ouder dan 100 jaar (GN-code 9706 00 00).
Bijlage K
|
Goederenomschrijving |
Post (of
onderverdeling) van de gecombineerde nomenclatuur |
|
Ongebrande koffie |
0901 11 00 |
| |
0901 12 00; |
|
Thee |
0902; |
|
Granen |
1001 t/m 1008; |
|
Oliehoudende zaden en vruchten |
1201 t/m 1207; |
|
Cacaobonen, ook indien gebroken, al
dan niet |
1801; |
|
gebrand |
|
|
Molybdeenerts en concentraten
daarvan |
2613; |
|
Anorganische chemische produkten;
anorganische |
2801 t/m 2851; |
|
of organische verbindingen van
edele metalen, |
|
|
van radioactieve elementen, van
zeldzame |
|
|
aardmetalen en van isotopen |
|
|
Onverzadigde eenwaardige acyclische
carbonzuren en eenwaardige cyclische carbonzuren, daarvan
afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren,
alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan |
2916; |
|
Amidoverbindingen van carbonzuren
of van koolzuur |
2924; |
|
Andere organische verbindingen van
niet-metalen of van metalen |
2931; |
|
Pigmenten en preparaten op basis
van |
3206 30 00; |
|
cadmiumverbindingen |
|
|
Organische tensioactieve producten
(andere dan |
3402 |
|
zeep); tensioactieve bereidingen,
wasmiddelen |
|
|
(hulppreparaten voor het wassen
daaronder |
|
|
begrepen) en reinigingsmiddelen,
ook indien |
|
|
zeep bevattend, andere dan die
bedoeld bij |
|
|
post 3401 |
|
|
Onkruidbestrijdingsmiddelen |
3808 30 27; |
|
Bereide bindmiddelen voor
gietvormen of voor gietkernen; chemische producten en preparaten
van de chemische of van aanverwante industrieën (mengsels van
natuurlijke producten daaronder begrepen), elders genoemd noch
elders onder begrepen |
3824; |
|
Polyacetalen, andere polyethers en |
#3907 |
|
epoxyharsen, in primaire vormen; |
|
|
polycarbonaten, alkydharsen,
polyallylesters |
|
|
en andere polyesters, in primaire
vormen |
|
|
Polyamiden in primaire vormen |
3908 |
|
Aminoharsen, fenolharsen en
polyurethanen, in |
3909 |
|
primaire vormen |
|
|
Natron- en sulfaatcellulose, andere
dan die |
4703; |
|
bedoeld bij post 4702 |
|
|
Zilver (verguld zilver en
geplatineerd zilver |
7106; |
|
daaronder begrepen), onbewerkt,
halfbewerkt of |
|
|
in poedervorm ... |
|
|
Platina, onbewerkt, halfbewerkt of
in |
7110; |
|
poedervorm ... |
|
|
Ferrolegeringen ... |
7202; |
|
Halffabrikaten van ijzer of van
niet-gelegeerd |
7207; |
|
staal |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7208; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van 600 |
|
|
mm of meer, warm gewalst, niet
geplateerd noch |
|
|
bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7209; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van 600 |
|
|
mm of meer, koud gewalst, niet
geplateerd noch |
|
|
bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7210; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van 600 |
|
|
mm of meer, geplateerd of bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7211; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van |
|
|
minder dan 600 mm, niet geplateerd
noch |
|
|
bekleed |
|
|
Gewalste platte producten, van
ijzer of van |
7212; |
|
niet-gelegeerd staal, met een
breedte van |
|
|
minder dan 600 mm, geplateerd of
bekleed |
|
|
Staven van ijzer of van
niet-gelegeerd staal, |
7214 |
|
enkel gesmeed, warm gewalst, warm
getrokken of |
|
|
warm geperst, ook indien na het
walsen |
|
|
getordeerd |
|
|
Andere staven van ijzer of van
niet-gelegeerd |
7215 |
|
staal |
|
|
Profielen van ijzer of van
niet-gelegeerd |
7216; |
|
staal |
|
|
Gewalste platte producten van
roestvrij staal, |
7219; |
|
met een breedte van 600 mm of meer |
|
|
Gewalste platte producten van
roestvrij staal, |
7220; |
|
met een breedte van minder dan 600
mm |
|
|
Gewalste platte producten van ander
gelegeerd |
7225; |
|
staal, met een breedte van 600 mm
of meer |
|
|
Gewalste platte producten van ander
gelegeerd |
7226; |
|
staal, met een breedte van minder
dan 600 mm |
|
|
Damwandprofielen van ijzer of van
staal, ook |
7301 |
|
indien van gaten voorzien of
bestaande uit |
|
|
aaneengezette delen; gelaste
profielen van |
|
|
ijzer of van staal |
|
|
Andere buizen en pijpen
(bijvoorbeeld gelast, |
7305 |
|
geklonken, genageld, gefelst), met
een rond |
|
|
profiel en met een uitwendige
diameter van |
|
|
meer dan 406,4 mm, van ijzer of van
staal |
|
|
Andere buizen, pijpen en holle
profielen |
7306 |
|
(bijvoorbeeld gelast, geklonken,
genageld, |
|
|
gefelst of met enkel tegen elkaar
liggende |
|
|
randen), van ijzer of van staal |
|
|
Niet-geraffineerd koper; anoden van
koper voor |
7402 00 00; |
|
het elektrolytisch raffineren ... |
|
|
Geraffineerd koper en
koperlegeringen, ruw ... |
7403; |
|
Toeslaglegeringen van koper ... |
7405 00 00; |
|
Draad van koper |
7408; |
|
Nikkeloxydesinters en andere
tussenprodukten |
7501 20 00; |
|
van de nikkelmetallurgie |
|
|
Ruw nikkel |
7502; |
|
Staven, profielen en draad, van
nikkel |
7505; |
|
Platen, bladen en strippen, van
nikkel |
7506; |
|
Ruw aluminium |
7601; |
|
Resten en afval, van aluminium |
7602 |
|
Poeder en schilfers, van aluminium |
7603 |
|
Staven en profielen, van aluminium |
7604 |
|
Draad van aluminium |
7605 |
|
Platen, bladen en strippen, van
aluminium, met |
7606 |
|
een dikte van meer dan 0,2 mm |
|
|
Bladaluminium met een dikte van
niet meer dan |
7607 |
|
0,2 mm |
|
|
Buizen en pijpen, van aluminium |
7608 |
|
Hulpstukken (fittings) voor
buisleidingen, van |
7609 |
|
aluminium |
|
|
Constructiewerken en delen van |
7610 |
|
constructiewerken, van aluminium,
andere dan |
|
|
de geprefabriceerde bouwwerken
bedoeld bij |
|
|
post 9406; platen, staven,
profielen, buizen |
|
|
en dergelijke, van aluminium,
gereedgemaakt |
|
|
voor gebruik in constructiewerken |
|
|
Reservoirs, fusten, trommels,
bussen, blikken |
7612 |
|
en dergelijke bergingsmiddelen,
voor ongeacht |
|
|
welke goederen, van aluminium, met
een |
|
|
inhoudsruimte van meer dan 300
liter, niet |
|
|
voorzien van een mechanische
inrichting of van |
|
|
een inrichting om te koelen of te
warmen, ook |
|
|
indien inwendig bekleed of voorzien
van een |
|
|
warmte-isolerende bekleding |
|
|
Kabels, strengen en dergelijke
artikelen, van |
7614 |
|
aluminium, niet geïsoleerd voor
het geleiden |
|
|
van elektriciteit |
|
|
Ruw lood |
7801; |
|
Ruw zink |
7901; |
|
Platen, bladen en strippen, van
zink |
7905 00 00; |
|
Ruw tin |
8001; |
|
Andere onedele metalen; cermets;
werken van |
Hoofdstuk 81. |
|
deze stoffen |
|
Bijlage L [Vervallen per 01-01-2011]
|