Artikel 1
1. De zelfstandige binnenschipper is gehouden woonplaats te
kiezen binnen het Rijk, tenzij hij:
a. binnen het Rijk een vaste woonplaats heeft;
b. niet binnen het Rijk woont en niet als binnenschipper een
binnenlandse onderneming drijft.
2. Het lid van de bemanning van een binnenschip - daaronder
begrepen de niet-zelfstandige binnenschipper - is bevoegd, en op
vordering van de inspecteur gehouden, woonplaats te kiezen binnen het
Rijk. Indien hij geen woonplaats heeft gekozen, wordt hij geacht
woonplaats te hebben op de vaste woonplaats of de gekozen woonplaats van
zijn inhoudingsplichtige. Het vorenstaande geldt niet indien:
a. hij binnen het Rijk een vaste woonplaats heeft;
b. hij niet binnen het Rijk woont en niet als binnenschipper binnen
het Rijk een dienstbetrekking vervult.
3. De stukken betreffende de heffing en de invordering van
belasting kunnen worden gezonden en betekend aan de gekozen woonplaats.
Artikel 2
1. De keuze van de woonplaats of een wijziging van de keuze
wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur.
2. Hij die ingevolge artikel 1, eerste lid, verplicht is
woonplaats te kiezen, doet dit binnen acht weken na de aanvang van zijn
werkzaamheden. Woont hij niet binnen het Rijk, dan doet hij de keuze
binnen een week nadat hij het drijven van een binnenlandse onderneming
heeft aangevangen.
3. Hij die ingevolge artikel 1, tweede lid, verplicht is
woonplaats te kiezen, doet dit binnen een door de inspecteur te bepalen
termijn.
Artikel 3
Degene die verplicht is woonplaats te kiezen, is desgevraagd gehouden
de in de artikelen 47 en 53 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud
daarvan, voor raadpleging aan de inspecteur ter beschikking te stellen
op de gekozen woonplaats.
Artikel 4
Het niet voldoen aan een verplichting bedoeld in de artikelen 1 tot
en met 3 is een strafbaar feit.
Artikel 5
Hij die bij de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 1,
eerste lid, gehouden wordt woonplaats te kiezen, doet dit binnen twee
maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 5a
Als authentieke gegevens uit andere basisregistraties als bedoeld in
artikel 21a, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
worden aangewezen de algemene gegevens, genoemd in bijlage 1d bij
artikel 58a van het Besluit gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens onder 5.
Artikel 6
1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
op de inkomstenbelasting 1964 in werking treedt.
2. Dit besluit kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbesluit
Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964.
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering
van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en
waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 18 december 1964
JULIANA
De Staatssecretaris van Financiën,
Van den Berge
Uitgegeven de tweeëntwintigste december 1964.
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus