Betrokkene is voor het van rijkswege
verstrekte genot van woning en verdere verstrekkingen in die woning aan
het Rijk een bedrag verschuldigd overeenkomende met de hierna genoemde
percentages van zijn berekeningsbasis:
a. voor woning: 12%,
b. voor verwarming van de woning: 2,4%,
c. voor energie voor kookdoeleinden: 0,9%,
d. voor elektrische energie, anders dan voor verwarming van de
woning en voor kookdoeleinden: 0,9%,
e. voor leidingwater: 0,4%,
zulks met inachtneming van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties aan te geven maxima voor de verstrekkingen,
bedoeld onder b t/m e.
2. Indien betrokkene aantoont, dat de huurwaarde van de woning
voor de heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt dan
het op grond van het bepaalde in het vorige lid geldende bedrag wegens
het genot van woning, wordt het verschuldigde bedrag op dat van die
huurwaarde gesteld.
Artikel 3a
1. De betrokkene aan wie door Onze minister schriftelijk
toestemming is verleend om een dienstauto voor het afleggen van
privé-kilometers te gebruiken is daarvoor per verreden kilometer een
door Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast
te stellen bedrag aan het Rijk verschuldigd.
2. Op basis van een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van de af
te leggen privé-kilometers wordt bij wijze van voorschot een
maandelijks verschuldigd bedrag vastgesteld.
3. De op grond van het eerste lid verschuldigde bedragen worden
verrekend met reeds betaalde voorschotten. De verrekening geschiedt
binnen drie maanden na door Onze minister te bepalen tijdstippen.
4. De navolgende kosten die verband houden met het onderhoud en
gebruik van een voor het afleggen van privé-kilometers ter beschikking
gestelde dienstauto zijn voor rekening van de betrokkene:
a. kosten voor boetes en bekeuringen;
b. kosten voor reiniging van de auto;
c. kosten voor aanpassingen aan of in de auto, tenzij Onze minister
te kennen heeft gegeven dat de aanpassingen in verband met de
dienstuitoefening noodzakelijk zijn;
d. parkeer-, veer- en tolgelden bij privé-gebruik van de auto.
5. De betrokkene kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke
vergoeding van de door de dienst geleden schade verband houdende met het
gebruik van een voor het afleggen van privé-kilometers ter beschikking
gestelde dienstauto, voor zover deze aan hem is te wijten dan wel is
veroorzaakt door een persoon wiens handelen aan de betrokkene kan worden
toegerekend.
6. De kosten die verband houden met een tussentijdse beëindiging
van een leasecontract voor een dienstauto kunnen geheel of gedeeltelijk
op de betrokkene worden verhaald volgens de door Onze minister te
stellen regels.
7. De meerkosten voor zowel het privé-gebruik als het zakelijk
gebruik van de op verzoek van de betrokkene ter beschikking gestelde
dienstauto waarvan de cataloguswaarde uitgaat boven het door Onze
minister vastgestelde gebruikelijke bedrag worden op de betrokkene
verhaald volgens de door Onze minister te stellen regels.
Artikel 4
1. In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen,
welke afwijkt van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen.
2. Ingeval andere dan de in dit besluit genoemde voordelen worden
genoten, kan een regeling worden getroffen, waarbij de hiervoor door de
betrokkenen verschuldigde bedragen worden vastgesteld.
3. Regelingen bedoeld in het eerste en tweede lid, worden
getroffen bij gemeenschappelijk besluit van Onze minister en Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 4a
Van de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk technisch
karakter krachtens dit besluit, kunnen Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister mandaat verlenen.
Artikel 5
1. De op grond van de bepaling van dit besluit door betrokkenen
verschuldigde bedragen worden verrekend bij de uitbetaling van het
salaris dan wel, indien dit niet mogelijk is, afzonderlijk in rekening
gebracht.
2. Wanneer de verschuldigde bedragen moeten worden berekend over
een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld
door het maandbedrag te delen door het aantal dagen van de
desbetreffende kalendermaand.
3. Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken
ingeval daartoe op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding
bestaat.
Artikel 6
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit betaling emolumenten
burgerlijk rijkspersoneel.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari
1984.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State en aan de Algemene Rekenkamer.
’s-Gravenhage, 1 november 1983
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Rietkerk
Uitgegeven de negenentwintigste november 1983
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes