| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Ambtenarenwet (AW)
BESLUIT
TIJDELIJKE COMPENSATIE KOOPKRACHTVERLIES
POSTACTIEVE AMBTENAREN ZORGVERZEKERINGSWET
Tekst zoals deze geldt op
28 januari 2009
Regeling vervalt m.i.v. 1 januari 2010
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 10 april 2007 tot compensatie van het bij postactieve
ambtenaren in de sectoren Rijk, Politie, Defensie, Rechterlijke Macht en
Onderwijs van 65 jaar of ouder opgetreden koopkrachtverlies als gevolg
van de invoering van de Zorgverzekeringswet (Besluit tijdelijke
compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 31 januari 2007, CS/CZW/WVOB 2007-0000025888,
gedaan mede namens Onze Ministers van Justitie, Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de
Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet, artikel 54
van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 12 van de
Militaire Ambtenarenwet 1931, artikel 50, eerste lid, van de Politiewet
1993, artikel 10, vijfde lid, van de Wet op het LSOP en het
politieonderwijs, artikel 33, tweede lid, van de Wet op het primair
onderwijs, artikel 33, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra,
artikel 38a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de
artikelen 4.1.2, tweede lid, en 4.3.2, tweede lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs, artikel 4.5, tweede lid, van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 14 van de Wet op de
Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
De Raad van State gehoord (advies van 8 maart 2007, nr.
W04.07.0030/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 20 maart 2007, CS/CZW/WVOB 2007-00000086767,
uitgebracht mede namens Onze Ministers van Justitie, van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de
Staatssecretaris van Defensie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Onder betrokkene wordt verstaan: degene die op 31 december
2005 de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en
a. als gewezen ambtenaar, dan wel als achtergebleven echtgenoot van
een overleden ambtenaar, over de maand december 2005 een
tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van
1°. de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel;
2°. artikel 27a, van het Besluit rechtspositie rechterlijke
ambtenaren;
b. als gewezen Kamerlid, dan wel als achtergebleven echtgenoot van
een overleden Kamerlid, over de maand december 2005 overeenkomstig de
Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel een tegemoetkoming
heeft ontvangen op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet
schadeloosstelling leden Tweede Kamer;
c. als gewezen lid van het Europees Parlement, dan wel als
achtergebleven echtgenoot van een overleden lid, over de maand
december van 2005 overeenkomstig de Regeling ziektekostenvoorziening
rijkspersoneel een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van artikel
2c, derde lid, van de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen
leden Europees Parlement;
d. als gewezen personeelslid dan wel als achtergebleven echtgenoot
van een overleden personeelslid over een of meer maanden van het jaar
2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Regeling
ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel;
e. als gewezen personeelslid, dan wel als achtergebleven echtgenoot
van een overleden personeelslid, van een instelling als bedoeld in
artikel 1.1.1, onderdelen b tot en met b2, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs, artikel 1.2, onderdelen a, c en d, van de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of artikel 2 van de Wet
op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek over een
of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen
op grond van een met de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en
onderzoekpersoneel vergelijkbare regeling, overeengekomen door de
Vereniging MBO Raad, de Vereniging Colo, kenniscentra beroepsonderwijs
bedrijfsleven, de Vereniging HBO-raad, de Vereniging van Samenwerkende
Nederlandse Universiteiten, de vereniging Nederlandse Federatie van
Universitair medische centra en de Werkgeversvereniging
Onderzoekinstellingen enerzijds en de centrales voor overheids- en
onderwijspersoneel anderzijds;
f. als gewezen ambtenaar, dan wel als achtergebleven echtgenoot van
een overleden ambtenaar, over een of meer maanden van het jaar 2005
een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Regeling
ziektekostenvoorziening defensiepersoneel, of
g. als gepensioneerde deelnemer in de zin van artikel 2, eerste
lid, onderdelen d en e, van het Besluit geneeskundige verzorging
politie 1994, zoals dat besluit luidde op 31 december 2005, op grond
van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
gestelde regels over 2006 een tegemoetkoming heeft ontvangen ter
compensatie van de inkomenseffecten van de invoering van de
Zorgverzekeringswet.
2. Onder echtgenoot wordt tevens verstaan: geregistreerd partner
of levenspartner die op basis van een notarieel verleden
samenlevingscontract met een ambtenaar, personeelslid onderscheidenlijk
Kamerlid of lid van het Europees Parlement een gemeenschappelijke
huishouding voerde.
Artikel 2
De Sociale verzekeringsbank verleent de betrokkene, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, een uitkering die, met
inbegrip van de ter zake van die uitkering op de voet van artikel 31 van
de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigde belasting:
a. in 2007 gelijk is aan 70% van de over 2005 ontvangen
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot
en met f, tot ten hoogste € 1093,75;
b. in 2008 gelijk is aan 50% van de over 2005 ontvangen
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot
en met f, tot ten hoogste € 781,25;
c. in 2009 gelijk is aan 40% van de over 2005 ontvangen
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot
en met f, tot ten hoogste € 625,–.
Artikel 3
1. Indien de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, onderdeel
uitmaakt van een verlening over een tijdvak dat mede betrekking heeft
op 2004, wordt voor de berekening van de uitkering, bedoeld in artikel
2, van de tegemoetkoming over genoemd tijdvak voor iedere maand dat de
tegemoetkoming betrekking heeft op 2005 een twaalfde deel van de
tegemoetkoming aan 2005 toegerekend.
2. Indien de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, uitsluitend
betrekking heeft op een tot en met december 2005 lopend tijdvak, wordt
voor de berekening van de uitkering, bedoeld in artikel 2, de
tegemoetkoming die is verleend over het tot en met december 2005 lopende
tijdvak, vermenigvuldigd met de breuk waarbij de teller 12 bedraagt en
de noemer staat voor het aantal maanden waarover die tegemoetkoming is
verleend.
Artikel 4
De Sociale verzekeringsbank verleent de betrokkene, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel g, een uitkering die, met inbegrip van
de ter zake van die uitkering op de voet van artikel 31 van de Wet op de
loonbelasting 1964 verschuldigde belasting,
a. in 2007 gelijk is aan 70% van de over 2006 ontvangen
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot
ten hoogste € 1093,75;
b. in 2008 gelijk is aan 50% van de over 2006 ontvangen
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot
ten hoogste € 781,25;
c. in 2009 gelijk is aan 40% van de over 2006 ontvangen
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot
ten hoogste € 625,–.
Artikel 5
De uitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 4, wordt jaarlijks
verleend in de maand september.
Artikel 6
De uitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 4, wordt niet verleend aan
de betrokkene die voor de eerste dag van de maand van uitkeren is
overleden.
Artikel 7
Artikel 35 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt
met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijke compensatie
koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 10 april 2007
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H.A. Plasterk
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg
De Staatssecretaris van Defensie,
C. van der Knaap
Uitgegeven de achtste mei 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|