|
BESLUIT van 12 april 2005, houdende vaststelling van regels met
betrekking tot de inkomsten van burgerlijke ambtenaren bij het ministerie
van Defensie (Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie)
en tot wijziging van enkele besluiten in verband met technische
wijzigingen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Defensie van 19 januari 2005, nr. P/2004013819;
Gelet op artikel 12 van de Militaire
Ambtenarenwet 1931 en de artikelen 125, 125c en 134, eerste lid,
van de Ambtenarenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 17 maart
2005, nr. W07.05.0014/II);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Defensie van 5 april 2005, nr. P/2005005542;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. ambtenaar: degene die bij het Ministerie van Defensie in
burgerlijke openbare dienst is aangesteld;
b. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
c. hoofd defensieonderdeel:
1°. de secretaris-generaal, voor zover het betreft de
Bestuursstaf;
2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant
Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de
Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende
commando;
3°. de directeur Defensie Materieel Organisatie, voor zover
het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering
van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant Commando DienstenCentra, voor zover het
betreft het Commando DienstenCentra;
d. commandant: een bij ministeriële regeling aangewezen
autoriteit;
e. salaris: het bedrag, dat in de bijlage A wordt gevonden in de
voor de ambtenaar geldende salarisschaal en salarisnummer, in
voorkomend geval verhoogd met de aanvulling op het salaris, bedoeld
in artikel 4 van het Besluit personenchauffeurs defensie, of het
bedrag, dat wordt gevonden met toepassing van bijlage B;
f. salaris per uur: 1/165 deel van het salaris bij een
voltijdaanstelling;
g. salarisschaal: een als zodanig in de bijlage A vermelde reeks
van genummerde salarissen;
h. salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal of uit
een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris
is vermeld;
i. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;
j. bezoldiging: de som van het salaris en de toelagen waarop de
ambtenaar ingevolge hoofdstuk 3 van dit besluit aanspraak heeft, in
voorkomend geval vermeerderd met:
1°. aanspraken op grond van artikel 62, indien en voor zover
de minister dit bepaalt,
2°. aanspraken op grond van artikel 51 voor zover deze tot
de bezoldiging worden gerekend, en
3°. de vaste toelage onregelmatige dienst en de
consignatietoelage, bedoeld in de artikelen 5 en 6 van het
Besluit personenchauffeurs defensie;
k. inkomsten: alle bedragen waarop de ambtenaar aanspraak maakt
bij of krachtens dit besluit;
l. functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te
verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door de
autoriteit, bedoeld in artikel 8 van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie, is opgedragen;
m. voltijdaanstelling: een aanstelling met een arbeidsduur van
achtendertig uur per week;
n. deeltijdaanstelling: een aanstelling met een arbeidsduur van
minder dan achtendertig uur per week;
o. arbeidsduur: de arbeidsduur, bedoeld in artikel 30a, onderdeel
d, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
p. rooster: het rooster, bedoeld in artikel 30a, onderdeel c, van
het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
Artikel 2. Toepasselijkheid van dit besluit
1.Dit besluit is niet van toepassing op de ambtenaar:
a. wiens bezoldiging is geregeld bij wet of bij een algemene
maatregel van bestuur tot regeling van de bezoldiging van leden
van raden, besturen en commissies;
b. die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om als
geestelijk verzorger bij de krijgsmacht werkzaam te zijn;
c. die ingevolge artikel 125c, eerste lid, van de Ambtenarenwet
in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie
in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of
verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt,
met uitzondering van artikel 32;
d. die op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel g, van het
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is aangesteld voor het
verrichten van enkele diensten, met uitzondering van artikel 34;
e. indien hem buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging
is verleend.
2.Op de ambtenaar die is aangesteld in de functie van tandarts en
die hoofdzakelijk is belast met de curatieve tandheelkundige zorg,
zijn uitsluitend van toepassing:
a. de hoofdstukken 1, 4, 5, 7, 8 en 9;
b. uit hoofdstuk 2: het salaris burgertandarts, bedoeld in
artikel 13, 14 en 15;
c. uit hoofdstuk 3: de toelage hoofd tandheelkundig centrum;
d. hoofdstuk 6, met uitzondering van artikel 49 en 50.
Artikel 3. Buitengewone omstandigheden
Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden, tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens
dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de
goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht
noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 4. Toekenningsautoriteit
1.Tenzij anders bepaald, berust de bevoegdheid tot het toekennen
van een aanspraak bij Onze Minister.
2.Indien de bevoegdheid tot het toekennen van een aanspraak berust
bij de commandant, worden aanspraken die de commandant betreffen,
toegekend door het hoofd defensieonderdeel.
3.De bevoegdheid tot het toekennen van aanspraken op grond van de
artikelen 10, 11, 45, 46 en 47 aan ambtenaren bezoldigd volgens
salarisschaal 14 en hoger berust bij de Secretaris-Generaal.
Artikel 5. Beëindiging van aanspraken
1.De aanspraak op bezoldiging vervalt met ingang van de dag na het
ontslag of het overlijden van de ambtenaar.
2.Een toegekende aanspraak wordt beëindigd, zodra de gronden,
waarop deze werd toegekend niet meer aanwezig zijn.
Artikel 6. Vaststelling en uitbetaling van inkomsten
1.Indien het salaris, een maandelijkse toelage, toeslag of
vergoeding dan wel een maandelijks verschuldigd bedrag moet worden
berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag per
dag vastgesteld door een maandbedrag te delen door dertig.
2.Tenzij anders vermeld, worden de inkomsten maandelijks
uitbetaald.
Artikel 7. Berekening pensioengevend inkomen
Voor de berekening van het pensioengevend inkomen worden aanspraken
op grond van dit besluit vermenigvuldigd met een factor 1/1,019 met
inachtneming van een maximale vermindering van het pensioengevend
inkomen van € 65,92 per maand.
Hoofdstuk 2. Salaris
Artikel 8. Salarisschaal
1.Onze Minister bepaalt de salarisschaal die voor de ambtenaar van
toepassing is, welke, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog
daartegen verzet, wordt bepaald met in achtneming van de zwaarte van
zijn functie en van bijzondere regelingen als bedoeld in artikel 18
van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
2.De zwaarte van de functie wordt gewaardeerd binnen de in bijlage
A van dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van
het door Onze Minister vastgestelde normeringstelsel.
3.Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een andere
functie vervult, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal
van toepassing.
4.Anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in het
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie kan zonder voorafgaand ontslag
voor een ambtenaar geen lagere salarisschaal van toepassing worden.
5.Het vierde lid is niet van toepassing indien:
a. bij de bepaling van de salarisschaal, bedoeld in het eerste
lid, tevens is bepaald dat de functie van de ambtenaar een
tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee
slechts tijdelijk zal gelden;
b. de ambtenaar in verband met ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een
andere functie.
6.In afwijking van het eerste lid geschiedt het aan de ambtenaar
toekennen van salarisschaal 15 of hoger bij Koninklijk Besluit.
Artikel 9. Functiewaardering
1.Het hoofd defensieonderdeel stelt de ambtenaar in kennis van de
voorgenomen functiewaardering als bedoeld in artikel 8, tweede lid. De
ambtenaar die bedenkingen heeft tegen de functiewaardering kan die
bedenkingen aan het hoofd defensieonderdeel kenbaar maken. Na een
heroverweging stelt het hoofd defensieonderdeel de functiewaardering
al dan niet gewijzigd vast. De ambtenaar kan tegen deze heroverweging
bezwaar maken. In een dergelijk geval wint het hoofd
defensieonderdeel, naar regels bij ministeriële regeling te stellen,
het advies in van de Commissie van advies bezwaren functiewaardering.
2.Het eerste lid is niet van toepassing indien voor de ambtenaar
een bijzondere regeling geldt als bedoeld in artikel 18 van het
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
Artikel 10. Salarisnummer bij aanstelling
1.De commandant kent de in artikel 8 bedoelde ambtenaar bij
aanstelling het salaris toe, dat:
a. wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem van
toepassing zijnde salarisschaal is vermeld achter het
salarisnummer 0;
b. wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem van
toepassing zijnde salarisschaal is vermeld achter het
salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat
overeenkomt met zijn leeftijd. Indien het salarisnummer niet
voorkomt, wordt de ambtenaar het laagste salaris in de schaal
toegekend.
2.De commandant kan, ingeval daartoe naar zijn oordeel aanleiding
bestaat, afwijken van het eerste lid door het toekennen van een hoger
salaris.
Artikel 11. Salarisverhoging
1.Het salaris van de ambtenaar wordt verhoogd tot het in de schaal
naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van de commandant zijn
functie naar behoren vervult.
2.Het salaris van de ambtenaar kan worden verhoogd tot een in de
schaal hoger vermeld bedrag, indien hij naar het oordeel van de
commandant zijn functie zeer goed of uitstekend vervult.
3.Indien de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van de
commandant niet naar behoren vervult, blijft salarisverhoging
achterwege.
4.De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt
toegekend:
a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en het
maximumsalaris van de voor hem van toepassing zijnde salarisschaal
nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de
eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is
verstreken en nadien telkens na één jaar;
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van
de eerste dag van de maand, waarop zijn verjaardag valt.
5.Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onderdeel a, een
salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe
naar het oordeel van de commandant aanleiding bestaat.
6.Indien de in het vierde lid, onderdeel a, bedoelde ambtenaar
reeds voor zijn 22e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in
het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van
de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt.
Artikel 12. Deeltijdaanstelling
1.Het salaris van de ambtenaar met een deeltijdaanstelling wordt
vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een
voltijdaanstelling.
2.Het salaris van de ambtenaar die is aangesteld op grond van
artikel 7, tweede lid, onderdeel f, van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie, wordt, met inachtneming van het bepaalde
in artikel 8, derde lid, vastgesteld op een bedrag per uur dat
daadwerkelijk dienst wordt verricht.
Artikel 13. Jaaromzet en maandsalaris tandarts
1.In dit artikel en in de artikelen 14, 15 en 19 wordt verstaan
onder:
a. tandarts: de ambtenaar bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. hoofd tandheelkundige dienst: het hoofd tandheelkundige
dienst zeemacht, de tandheelkundige autoriteit landmacht en de
staf tandarts luchtmacht;
c. werkdag en werkuur: een dag respectievelijk een uur waarop
de tandarts dienst moet verrichten volgens het voor hem
vastgestelde rooster;
d. tandheelkundig centrum: een onderdeel of afdeling,
voornamelijk belast met de curatieve tandheelkundige zorg voor
militairen.
2.De tandarts draagt zorg voor de registratie van iedere
tandheelkundige verrichting in het voorgeschreven geautomatiseerde
tandheelkundig informatiesysteem, na voltooiing van de desbetreffende
verrichting. Deze verrichtingen worden gewaardeerd op een aantal
punten conform de uniforme particuliere tarieven als vastgesteld door
de Nederlandse Zorgautoriteit. Het totaal van de aldus geregistreerde
punten exclusief tandtechniek gedurende een kalenderjaar vormt de
gerealiseerde omzet in dat jaar.
3.De maximaal in een jaar te behalen omzet wordt als volgt bepaald:
bij een voltijdaanstelling van 254 roosterdagen per jaar worden 190
werkdagen berekend. Per werkdag worden zeven werkuren aan
verrichtingen en één werkuur aan niet declareerbare patiëntgebonden
administratieve werkzaamheden besteed. Een werkuur wordt gewaardeerd
op gemiddeld 20 punten, waardoor een maximale jaaromzet wordt
vastgesteld op 26.600 punten.
4.Door het hoofd tandheelkundige dienst wordt in overleg met de
tandarts een raming van de omzet over een kalenderjaar vastgesteld, te
bepalen in een aantal te behalen punten.
5.De tandarts met een voltijdaanstelling dient zodanig te presteren
dat de krachtens het tweede lid bepaalde jaaromzet per kalenderjaar
ten minste 11.818 punten bedraagt. Bij een deeltijdaanstelling wordt
deze jaaromzet teruggerekend in verhouding naar het aantal uren van de
deeltijdaanstelling.
6.Het hoofd defensieonderdeel kent aan de tandarts het maandsalaris
toe, dat bij een voltijdaanstelling van 254 roosterdagen per jaar
wordt bepaald aan de hand van de geraamde jaaromzet, met toepassing
van de in bijlage B opgenomen tabel. Het maandsalaris wordt tot de
definitieve afrekening beschouwd als een voorschotbetaling.
7.Bij een deeltijdaanstelling wordt de te behalen omzet herleid tot
de omzet behorende bij een voltijdaanstelling. Aan de hand van deze
gecorrigeerde omzet wordt het maandsalaris bepaald, met toepassing van
de in bijlage B opgenomen tabel. Dit maandsalaris wordt teruggerekend
in verhouding naar het aantal uren van de deeltijdaanstelling.
8.Mede op grond van de realisatie van de omzet in enig kalenderjaar
wordt uiterlijk in de maand december van dat jaar door het hoofd
tandheelkundige dienst in overleg met de tandarts voor het aankomende
kalenderjaar een nieuwe raming van de omzet en het daarbij behorende
maandsalaris vastgesteld.
Artikel 14. Definitieve afrekening tandarts
1.Na afloop van het kalenderjaar wordt de totale realisatie van de
omzet van de tandarts door zorg van het hoofd tandheelkundige dienst
getoetst aan de raming van de omzet. Het vaststellen van het
bijbehorende salaris geschiedt aan de hand van de in bijlage C
opgenomen tabel.
2.Indien de maximale omzet werd geraamd en er meer dan het maximum
werd gerealiseerd vindt geen nabetaling van salaris plaats.
3.Indien een omzet werd geraamd, die lager is dan de maximale
omzet, en er vervolgens meer is gerealiseerd dan geraamd, volgt
suppletie van het te weinig betaalde salaris tot ten hoogste het
maximum salarisbedrag.
4.Indien er minder omzet is gerealiseerd dan geraamd wordt na
toepassing van het zesde lid het te veel betaalde salaris
teruggevorderd. De terugvordering vindt plaats in het volgende
kalenderjaar in twaalf gelijke maandtermijnen.
5.Het bedrag van de terugvordering dan wel van de suppletie behoort
tot de grondslag voor de berekening van de vakantie-uitkering en de
eindejaarsuitkering.
6.Het aantal werkdagen van het afgesloten kalenderjaar wordt
vastgesteld door het aantal van 254 roosterdagen te verminderen met
het daadwerkelijke aantal dagen van afwezigheid. Indien het aantal
werkdagen op jaarbasis minder bedraagt dan 190 dan wel het
deeltijdaantal daarvan, kan de gerealiseerde jaaromzet lager uitvallen
dan geraamd. Indien het verminderde aantal werkdagen aantoonbaar is en
bovendien buiten de schuld van de tandarts is ontstaan, stelt het
hoofd tandheelkundige dienst de gerealiseerde jaaromzet opwaarts bij.
7.Door het hoofd tandheelkundige dienst wordt onder meer in de
volgende gevallen het verminderd aantal werkdagen opwaarts bijgesteld:
a. langdurige ziekte;
b. buitengewoon verlofdagen;
c. het werken zonder assistentie ondanks inspanning om in
vervanging te voorzien, waardoor de tandarts een geringere
dagomzet realiseert;
d. meer dan gemiddeld aantal niet verschenen patiënten, mits
de tandarts aantoonbare actie heeft ondernomen ter voorkoming van
het niet op de afspraak verschijnen van patiënten;
e. meer dan gemiddeld aantal onderhoud- en
reparatiewerkzaamheden aan de tandheelkundige installatie;
f. tijdelijke afname van het patiëntenbestand, bijvoorbeeld
ten gevolge van uitzending;
g. deelname aan overleg- of projectgroepen.
8.In afwijking van de vorige leden geldt voor de tandarts, die de
leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, dat terugbetaling in geval van het
niet realiseren van de geraamde omzet achterwege blijft indien de
gerealiseerde omzet minder dan 5% lager is dan de geraamde omzet.
Indien het verschil tussen de geraamde en de gerealiseerde omzet meer
bedraagt dan 5%, vindt terugbetaling uitsluitend over het meerdere
plaats.
Artikel 15. Overige bepalingen tandarts
1.Bij aanstelling van een tandarts vindt op grond van zijn
werkervaring door het hoofd tandheelkundige dienst inschaling plaats
door het vaststellen van een geraamde omzet en het bijbehorende
maandsalaris. In het eerste jaar van de aanstelling wordt telkens na
een periode van drie maanden de realisatie aan de geraamde omzet
getoetst. Op grond van deze toetsing wordt indien nodig opnieuw de
raming van de omzet en het bijbehorende maandsalaris vastgesteld.
2.De artikelen 30da tot en met 30dd van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie met betrekking tot de flexibilisering van
de arbeidsduur zijn van toepassing op de tandarts. Voor de tandarts
die niet de maximaal te realiseren omzet behaalt, wordt de met de
verkorting of verlenging behaalde omzet herleid tot de normaal te
behalen omzet. Op het bijbehorende maandsalaris wordt dan de korting
of de toeslag toegepast.
Hoofdstuk 3. Overige bezoldiging
Artikel 16. Toelage minimumloon
1.Het hoofd defensieonderdeel kent een toelage minimumloon toe aan
de ambtenaar, wiens salaris minder is dan het maandbedrag van het
minimumloon, dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, geldt voor werknemers van
dezelfde leeftijd als de ambtenaar. Het bedrag van de toelage per
maand is gelijk aan het verschil tussen het bedoelde minimumloon en
het salaris van de ambtenaar.
2.Voor de ambtenaar met een deeltijdaanstelling is het bedrag van
de toelage gelijk aan het verschil tussen het naar evenredigheid van
de deeltijd berekende minimumloon en het salaris van de ambtenaar.
Artikel 17. Waarnemingstoelage
1.In dit artikel wordt verstaan onder:
a. waarneming: het krachtens een daartoe strekkende opdracht
van de commandant, tijdelijk verrichten van een samenstel van
werkzaamheden dat een andere functie vormt dan die van de
ambtenaar zelf;
b. volledige waarneming: een zodanige waarneming dat in de
plaats van de eigen functie het volledige samenstel van
werkzaamheden van de waargenomen functie, met de daarmee gepaard
gaande verantwoordelijkheden, wordt uitgeoefend.
2.De commandant kent, voor de duur van de waarneming, een
waarnemingstoelage toe aan de ambtenaar, die bij wijze van volledige
waarneming tijdelijk een functie vervult, die bij toepassing van
artikel 8, tweede en derde lid, zou leiden tot een hogere
salarisschaal.
3.De commandant kan, voor de duur van de waarneming, een
waarnemingstoelage toekennen aan de ambtenaar, die bij wijze van
onvolledige waarneming tijdelijk een functie vervult, die bij
toepassing van artikel 8, tweede en derde lid, zou leiden tot een
hogere salarisschaal.
4.De toelage wordt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn,
slechts toegekend wanneer de waarneming ten minste een tijdvak van
dertig dagen beslaat.
5.De ambtenaar voor wie het een onderdeel is van de eigen functie
om als plaatsvervanger op te treden van degene wiens functie moet
worden waargenomen, komt bij onvolledige waarneming van die functie
niet in aanmerking voor een waarnemingstoelage.
6.Bij volledige waarneming van de functie is het bedrag van de
toelage per maand gelijk aan het verschil tussen het salaris waarop de
ambtenaar aanspraak maakt en het salaris waarop hij aanspraak zou
maken, indien de hogere salarisschaal met ingang van de dag waarop de
waarneming is begonnen voor hem zou hebben gegolden, terwijl het voor
hem geldende tijdstip waarop regulier een in de schaal naasthoger
bedrag wordt toegekend, niet wordt gewijzigd.
7.Bij onvolledige waarneming wordt de toelage door de commandant
vastgesteld op 50% van de toelage bij volledige waarneming in het
desbetreffende geval.
Artikel 18. Wervingstoelage
1.Het hoofd defensieonderdeel kan aan de ambtenaar om redenen van
werving een maandelijkse wervingstoelage toekennen voor de duur van
één jaar.
2.Indien naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel sprake is
van bijzondere omstandigheden kan de toelage voor een bepaalde duur
langer dan één jaar worden toegekend.
Artikel 19. Toelage hoofd tandheelkundig centrum
Het hoofd defensieonderdeel kent een toelage hoofd tandheelkundig
centrum toe aan de tandarts die de functie van hoofd van één of meer
tandheelkundige centra vervult en hierdoor extra werkzaamheden verricht.
De toelage bedraagt voor iedere maand dat hij deze functie vervult 37,5%
van het maximale jaarsalaris, bedoeld in bijlage C, gedeeld door het
aantal roosterdagen van 254, bedoeld in artikel 13, derde lid. Voor de
tandarts met een deeltijdaanstelling wordt de toelage op een evenredig
deel vastgesteld.
Artikel 20. Toelage onregelmatige dienst
1.De commandant kent een toelage onregelmatige dienst toe aan de
ambtenaar, die anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij
regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag
tot en met vrijdag tussen 08.00 uur en 18.00 uur.
2.De toelage onregelmatige dienst bedraagt per gewerkt uur een
percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:
a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00
uur en 08.00 uur en tussen 18.00 uur en 22.00 uur;
b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00
uur en 06.00 uur en tussen 22.00 uur en 24.00 uur;
c. 45% voor de uren op zaterdag;
d. 70% voor de uren op zondag;
e. 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 31g,
tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, met
dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten
hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het
maximumsalaris van salarisschaal 7.
3.Voor de in het tweede lid, onder a, genoemde morgen- en avonduren
wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen
vóór 07.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.
4.In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid
ontvangt de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd
van 55 jaar bereikt een vaste toelage onregelmatige dienst, mits hij
op dat moment gedurende ten minste 5 jaar zonder een onderbreking van
langer dan twee maanden aanspraak had op een toelage onregelmatige
dienst.
5.De vaste toelage onregelmatige dienst, bedoeld in het vierde lid,
wordt vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de twaalf
kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van
55 jaar bereikt gemiddeld per maand aanspraak op een toelage
onregelmatige dienst had en wordt aangepast aan een algemene
salarismaatregel.
Artikel 21. Aflopende toelage onregelmatige dienst
1.De commandant kent gedurende een uitkeringsperiode een aflopende
toelage onregelmatige dienst toe aan de ambtenaar wiens bezoldiging
een blijvende verlaging ondergaat als gevolg van het buiten zijn
toedoen beëindigen of verminderen van de toelage onregelmatige
dienst, indien de verlaging tenminste 3% bedraagt van het salaris.
2.De aflopende toelage onregelmatige dienst wordt uitsluitend
toegekend, indien de ambtenaar de toelage onregelmatige dienst direct
voorafgaande aan het tijdstip van de blijvende verlaging van de
bezoldiging gedurende tenminste twee jaar zonder een onderbreking van
langer dan twee maanden heeft genoten.
3.De berekeningsbasis voor de aflopende toelage onregelmatige
dienst is het bedrag waarop de ambtenaar over de twaalf
kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de blijvende
verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan
toelage onregelmatige dienst aanspraak had, verminderd met het bedrag
dat hij daarna in totaal per maand aanspraak heeft aan toelage
onregelmatige dienst en aan verhogingen van het salaris, anders dan
die wegens een algemene salarismaatregel.
4.De uitkeringsperiode voor de aflopende toelage onregelmatige
dienst is gelijk aan het naar boven op een maand afgeronde één
vierde gedeelte van de tijd gedurende welke de ambtenaar direct
voorafgaande aan het tijdstip van de blijvende verlaging van de
bezoldiging zonder wezenlijke onderbreking de toelage onregelmatige
dienst heeft genoten. De uitkeringsperiode is maximaal drie jaar.
5.De hoogte van de aflopende toelage onregelmatige dienst wordt
bepaald door de uitkeringsperiode in drie gelijke delen te splitsen,
waarbij te beginnen met het eerste deel, afronding naar boven
plaatsvindt op een hele maand, met dien verstande dat hierdoor de
maximale uitkeringsperiode niet wordt overschreden. Gedurende deze
drie deelperioden bedraagt de toelage achtereenvolgens 75%, 50% en 25%
van de voor de desbetreffende maand van toepassing zijnde
berekeningsbasis.
6.Indien de blijvende verlaging van de bezoldiging intreedt op de
eerste dag van een maand, vangt de toelage op die datum aan. Treedt
deze verlaging in op een andere dag van de maand, dan gaat de toelage
in op de eerste dag van de erop volgende maand. In het laatste geval
wordt aan de ambtenaar over de maand waarin de blijvende verlaging van
de bezoldiging intreedt, een aanvulling toegekend op het over die
maand toegekende bedrag aan toelage onregelmatige dienst, tot het
gemiddelde maandbedrag waarop hij hieraan over de twaalf maanden,
voorafgaande aan de blijvende verlaging van de bezoldiging, aanspraak
had.
7.Op aanvraag van de ambtenaar kan de aflopende toelage worden
uitbetaald als eenmalige uitkering.
8.De hoogte van de eenmalige uitkering is gelijk aan het totale
bedrag van de aflopende toelage onregelmatige dienst die de ambtenaar
gedurende de uitkeringsperiode, bedoeld in het vierde lid, zou hebben
ontvangen. Voor het vaststellen van de berekeningsbasis wordt geen
rekening gehouden met verhogingen van het salaris.
Artikel 22. Verschuivingstoelage
1.De commandant kent een verschuivingstoelage toe aan de ambtenaar
die krachtens een rooster, anders dan bij wijze van overwerk,
regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op
de dagen van maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 uur en 18.00 uur,
indien hij in opdracht van de commandant arbeid verricht op uren die
afwijken van dat rooster, voor zover met die uren het totaal van het
per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren niet wordt
overschreden.
2.Op de verschuivingstoelage bestaat geen aanspraak indien tussen
het geven van de opdracht en het verrichten van de arbeid meer dan 72
uren zijn verstreken.
3.De verschuivingstoelage bedraagt voor elk vol uur waarop in
afwijking van het rooster arbeid is verricht 40% van het voor de
ambtenaar geldende salaris per uur, met dien verstande dat dit
percentage wordt berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is
afgeleid van het maximumsalaris van salarisschaal 7.
Artikel 23. Consignatietoelage
1.De commandant kent een consignatietoelage toe aan de ambtenaar
die buiten de werktijden die voor hem gelden krachtens een rooster,
ingevolge een schriftelijke opdracht van de commandant zich regelmatig
of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij
oproep arbeid te gaan verrichten.
2.De consignatietoelage bedraagt per uur bereikbaarheid en
beschikbaarheid een percentage van het voor de ambtenaar geldende
salaris per uur en wel:
a. 5% voor de uren op maandag tot en met vrijdag;
b. 10% voor de uren op zaterdag en zondag en op de feestdagen
genoemd in artikel 30b, eerste lid, van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie,
met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over
ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het
maximumsalaris van salarisschaal 7.
3.Het bedrag van de toelage wordt verdubbeld over de uren waarop
aan de opgedragen bereikbaarheid en beschikbaarheid een extra
plaatsgebondenheid op of rond de plaats van tewerkstelling is
verbonden.
Artikel 24. Toelage en vergoeding brandweerdiensten defensie
1.In afwijking van artikel 20 tot en met 23 en artikel 49 kent de
commandant een toelage brandweerdiensten defensie toe, wegens extra
beslaglegging binnen het voor betrokkene geldende rooster, aan de
ambtenaar die werkzaam is bij een door Onze Minister aangewezen
brandweerdienst van het Ministerie van Defensie anders dan in het
kader van bedrijfszelfbeschermingsactiviteiten, indien hij
gekazerneerd is ten behoeve van repressieve brandweertaken en
uitrukdiensten en hij 24-uursdiensten verricht.
2.De brandweertoelage defensie bedraagt per maand 17,05% van het
voor de ambtenaar geldende salaris, met dien verstande dat genoemd
percentage wordt berekend over ten hoogste het maximumsalaris van
salarisschaal 7.
3.Indien het aantal 24-uursdiensten volgens het rooster bij een
brandweerdienst kleiner is dan 122 per jaar, wordt de toelage berekend
door dat aantal 24-uursdiensten te delen door 122 en de uitkomst te
vermenigvuldigen met de uitkomst van de in het tweede lid aangegeven
berekening.
4.Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar wordt
wegens dienstverrichting in het kader van een 24-uursdienst buiten het
rooster een toeslag extra beslaglegging toegekend.
5.De toeslag extra beslaglegging in het kader van een 24-uursdienst
buiten het rooster bedraagt voor een 24-uursdienst: het salaris per
uur, vermenigvuldigd voor de diensten op maandag tot en met vrijdag
met een factor 14, voor de diensten op zaterdag met een factor 16 en
voor de diensten op zondag en op feestdagen als bedoeld in artikel
31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie met
een factor 18.
6.In de toeslag extra beslaglegging in het kader van een
24-uursdienst buiten het rooster is een vergoeding voor vier uren
arbeid, verricht tijdens de periode dat de betrokken ambtenaar zich
bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te
verrichten, begrepen. Indien het aantal uren actief verrichte arbeid
tijdens die periode groter is dan vier, wordt het meerdere vergoed op
basis van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
7.De toeslag extra beslaglegging in het kader van een 24-uursdienst
buiten het rooster voor een gedeeltelijke 24-uursdienst wordt naar
rato van het in het vijfde lid bepaalde berekend, waarbij als een
halve 24-uursdienst worden aangemerkt:
a. acht uren waarop arbeid wordt verricht;
b. zestien uren waarop de ambtenaar zich bereikbaar en
beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te verrichten.
8.Aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar van wie de som van
het salaris en de toelage brandweerdiensten defensie een blijvende
verlaging ondergaat als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen
van die toelage, wordt een aflopende toelage toegekend, mits direct
voorafgaande aan het tijdstip van de beëindiging gedurende ten minste
twee jaren zonder onderbreking van langer dan twee maanden aanspraak
bestond op de toelage brandweerdiensten.
9.De aflopende toelage bedraagt gedurende de eerste drie maanden
100% van het in het tweede lid bedoelde bedrag, en vervolgens één
maand 75%, één maand 50% en één maand 25% van dat bedrag.
10.In afwijking van het bepaalde in het achtste en negende lid
wordt aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar van 50 jaar of
ouder, van wie de som van het salaris en de toelage brandweerdiensten
defensie een verlaging ondergaat, als gevolg van het buiten diens
toedoen beëindigen van die toelage, een vaste toelage toegekend ter
hoogte van het oorspronkelijke bedrag, mits hij de toelage
brandweerdiensten direct voorafgaande aan het tijdstip van
vorenbedoelde beëindiging gedurende ten minste tien jaren zonder
onderbreking van langer dan twee maanden heeft genoten.
11.De aflopende toelage wordt, wanneer de ambtenaar de leeftijd van
50 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van de aflopende
toelage, gedurende ten minste tien jaren zonder onderbreking van
langer dan twee maanden een toelage brandweertoelage heeft genoten,
omgezet in een vaste toelage ter hoogte van het bedrag van de
aflopende toelage op dat moment.
12.Voor de toepassing van het tiende en elfde lid wordt een toelage
op grond van de Regeling vergoeding Korps Marinebrandweer van 29
november 1985 of van de Regeling vergoeding Korps Marinebrandweer van
12 december 1983 beschouwd als een toelage als bedoeld in het eerste
lid.
Hoofdstuk 4. Bezoldiging tijdens ziekte
Artikel 25. Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. ZW: Ziektewet;
c. WW: Werkloosheidswet;
d. Werknemersverzekering: WAO, ZW, dan wel WW;
e. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van
artikel 18, eerste lid, van de WAO;
f. bedrijfsgeneeskundige dienst: een door of vanwege Onze
Minister aangewezen uitvoeringsorgaan bedrijfsgezondheidszorg;
g. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP,
bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
h. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting
Pensioenfonds ABP;
i. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in
paragraaf 9 van het pensioenreglement;
j. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de
Ziektewet;
k. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid,
van de WAO;
l. loonvormende arbeid: arbeid gericht op het leveren van
productie.
Artikel 26. Bezoldiging tijdens ziekte
1.De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid
wegens ziekte heeft vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt,
gedurende een termijn van twaalf maanden aanspraak op zijn volledige
bezoldiging. Vervolgens heeft hij tot het einde van zijn betrekking
aanspraak op 70% van zijn bezoldiging.
2.Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid gedurende een
bepaalde tijd zwangerschaps- of bevallingsverlof op basis van artikel
3:1 van de Wet arbeid en zorg geniet wordt het betreffende tijdvak van
twaalf maanden met dat verlof verlengd.
3.Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid
genoemde termijn van twaalf maanden verstreken is, worden perioden van
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan
vier weken opvolgen. Bij vaststelling van de periode van vier weken
blijven periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt
genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, buiten
beschouwing.
4.De ambtenaar heeft ook na afloop van de in het eerste lid
genoemde termijn van twaalf maanden aanspraak op zijn volledige
bezoldiging:
a. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn
arbeid te verrichten, in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de
aard van de hem opgedragen arbeid of in de bijzondere
omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet
aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
b. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof
wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
5.In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar ook na het
eerste tijdvak van twaalf maanden recht op doorbetaling van zijn
bezoldiging over het aantal uren dat hij loonvormende arbeid heeft
verricht, niet zijnde reïntegratieactiviteiten, waaronder
therapeutische arbeid, onderwijs of scholing.
6.In afwijking van het vijfde lid wordt onderwijs of scholing
beschouwd als loonvormende arbeid indien dit onderwijs of deze
scholing is gekoppeld aan de functievervulling van een voor de
ambtenaar beschikbare functie.
Artikel 27. Samenloop van bezoldiging en uitkering op grond van een
werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of bovenwettelijke regeling
1.Indien de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, ter zake van de
betrekking waaruit de aanspraak op bezoldiging voortvloeit, recht
heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van een
werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een bovenwettelijke
WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering of uitkeringen in
mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge artikel 26 recht
heeft.
2.Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar uit hoofde van
twee of meer betrekkingen recht heeft op één uitkering op grond van
een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een
bovenwettelijke WW-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing
van het eerste lid toegerekend aan de betrekking ter zake waarvan hij
aanspraak heeft op bezoldiging naar rato van de bezoldiging uit hoofde
van de desbetreffende betrekkingen.
3.Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
door de ambtenaar de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de
Wet arbeid en zorg, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een
vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of
gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de
toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die
onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van
de WAO die in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de
toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond
van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid
van 80% of meer.
4.In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan Onze Minister op
grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de
niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de
ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze
bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde
bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel
57, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
bedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld.
Artikel 28. Geen aanspraak op bezoldiging ingeval van herplaatsing
1.De in artikel 26 bedoelde aanspraak op volledige of gedeeltelijke
bezoldiging eindigt indien de ambtenaar op grond van artikel 58a van
het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt herplaatst.
2.Indien de herplaatsing, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt
voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 121, derde lid,
onderdeel a, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is
verstreken en de bezoldiging van de ambtenaar als gevolg van de
herplaatsing vermindering ondergaat, heeft hij tot het eind van de
genoemde termijn recht op een aanvullende uitkering.
3.De aanvullende uitkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt het
verschil tussen het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 26
recht zou hebben gehad indien hij niet zou zijn herplaatst en zijn
bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een
uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op uitkering op
grond van de WAO en herplaatsingstoelage.
Artikel 29. Sancties
1.Geen aanspraak op bezoldiging als bedoeld in artikel 26 bestaat:
a. indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven
wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
b. indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van
zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij
hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan
worden gemaakt;
c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid
wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na een medisch
onderzoek als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b, van
het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, en tevens blijkt, dat
de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand
heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen ten gevolge waarvan de
verklaring van geschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid ten
onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk
maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
2.De ambtenaar heeft geen aanspraak op bezoldiging, als bedoeld in
artikel 26, indien en gedurende de tijd dat hij:
a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de
bedrijfsgeneeskundige dienst of, na voor zulk een onderzoek te
zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
b. zonder voldoende gronden nalaat zich onder geneeskundige
behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet
houdt aan de voorschriften die hem door de behandelende arts
gegeven zijn, met dien verstande dat voorschriften tot het
verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard
hierbij zijn uitgezonderd;
c. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of
vertraagd;
d. tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid
wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij
dit door de bedrijfsgeneeskundige dienst in het belang van zijn
genezing wenselijk wordt geacht;
e. in gebreke blijft op het door de bedrijfsgeneeskundige
dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate
zijn arbeid te hervatten, tenzij hij daarvoor een door deze dienst
als geldig erkende reden heeft opgegeven;
f. zonder deugdelijke grond weigert hem aangeboden passende
arbeid, dan wel gangbare arbeid, waartoe de bedrijfsgeneeskundige
dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
3.Het hoofd defensieonderdeel kan bepalen, dat de aanspraak op
bezoldiging, bedoeld in artikel 26, vervalt, indien de ambtenaar de
voorschriften overtreedt die ter zake van afwezigheid wegens ziekte
zijn vastgesteld.
4.De ambtenaar kan aan een onderzoek vanwege de
bedrijfsgeneeskundige dienst worden onderworpen ter beantwoording van
de vraag of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste
of tweede lid, onderdeel b of c, van dit artikel. De ambtenaar is
gehouden aan een zodanig onderzoek zijn medewerking te verlenen.
5.Het in het eerste lid bedoelde verplichtingen- en sanctieregime
is van overeenkomstige toepassing indien de ambtenaar bij doorbetaling
van bezoldiging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid de in dat lid
bedoelde aanspraak niet had kunnen hebben.
6.In de gevallen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, kan
Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het
bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan
anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze
Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de
niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald,
indien de in artikel 57, tweede lid, van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie bedoelde commissie van artsen te zijnen
gunste heeft geoordeeld.
7.Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van een
werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg, is in plaats van het
eerste tot en met vierde lid het verplichtingen- en sanctieregime van
de desbetreffende wet op hem van toepassing.
8.Indien ten aanzien van de uitkering die de ambtenaar geniet op
grond van een werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg een
verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door
het hoofd defensieonderdeel zoveel mogelijk dezelfde verplichting
opgelegd, dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op het bedrag
waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 26, eerste lid, na
toepassing van artikel 27, eerste lid.
Artikel 30. Begrip bezoldiging
1.Ingeval de ambtenaar aanspraak heeft op een toelage onregelmatige
dienst, als bedoeld in artikel 20, wordt voor de toepassing van dit
hoofdstuk deze toelage vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge het
voor hem geldende rooster zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn
arbeid zou zijn onttrokken. Is de vaststelling van het bedrag op deze
wijze niet mogelijk, dan wordt dit, met inachtneming van de
percentages zoals genoemd in artikel 20, berekend over het voor de
ambtenaar geldende salaris, zulks naar aantallen uren als bedoeld in
dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden
voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn arbeid
werd onttrokken, ingevolge het voor hem geldende rooster gemiddeld per
maand is gewerkt.
2.In geval de ambtenaar aanspraak heeft op een consignatietoelage,
als bedoeld in artikel 23, wordt deze toelage vastgesteld op het
bedrag dat hem ingevolge het voor hem geldende consignatierooster zou
zijn toegekend, indien hij niet aan zijn arbeid zou zijn onttrokken.
Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, wordt
dit bedrag berekend naar de berekeningsgrondslag en de percentages
zoals genoemd in artikel 23, zulks naar de aantallen uren als bedoeld
in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden
voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn arbeid
werd onttrokken, gemiddeld per maand consignatiediensten zijn
verricht.
3.Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast
bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt gerekend met het bedrag
dat gemiddeld per maand is toegekend in de drie kalendermaanden
voorafgaande aan het tijdstip waarop de verhindering tot
dienstverrichting is ontstaan. Voor zover de ambtenaar op evenbedoeld
tijdstip nog geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt
gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is
toegekend over het tijdvak waarin hij voor het ontstaan van de
verhindering in dienst is geweest.
Artikel 31. Afwijkende afspraken voor tijdelijke ambtenaren
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die geen
deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement ABP. In geval van
ziekte ontvangt hij tijdens de duur van zijn dienstverband op een hem op
grond van de Ziektewet of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
toegekende uitkering een aanvulling tot zijn bezoldiging. Indien de
ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is voor de uitoefening van zijn
dienstbetrekking, ontvangt hij gedurende de eerste twaalf maanden van
die ongeschiktheid 100% en daarna tot aan het einde van zijn betrekking
70% van zijn bezoldiging, nadat daarop de uitkering ingevolge de
Ziektewet of de de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in mindering
is gebracht. Op die vermindering zijn de artikelen 27 en 29 van
overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5. Bezoldiging tijdens bijzondere situaties
Artikel 32. Non-activiteitswedde
1.Het hoofd defensieonderdeel kent een non-activiteitswedde toe aan
de ambtenaar die, ingevolge artikel 125c, eerste lid, van de
Ambtenarenwet, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt
in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in
een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen. De
non-activiteitswedde is het bedrag waarmee de laatstelijk door hem in
zijn ambt genoten bezoldiging het bedrag van de inkomsten die de
ambtenaar in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk
college geniet, overschrijdt.
2.Voor de toepassing van het eerste lid geldt voorts dat:
a. toekenning van de non-activiteitswedde plaatsvindt op de
voet van het bepaalde in de artikelen 4, tweede tot en met vijfde
lid, en 5 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en
Europees Parlement;
b. onder inkomsten die in verband met zijn werkzaamheden in dat
publiekrechtelijk college worden genoten wordt verstaan: alle
inkomsten die aan die werkzaamheden zijn verbonden.
3.Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van
substituut-ombudsman met de in het eerste lid bedoelde functie
gelijkgesteld.
4.Dit artikel is niet van toepassing op degene die een
non-activiteitswedde geniet uit hoofde van artikel 4, eerste lid, van
de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
Artikel 33. Vergaderingen van en werkzaamheden voor
publiekrechtelijke colleges
1.Het hoofd defensieonderdeel past een vermindering toe op de
bezoldiging van de ambtenaar die een vaste vergoeding ontvangt uit de
functie waarvoor hem ingevolge artikel 125c, tweede lid, van de
Ambtenarenwet verlof is verleend. De bezoldiging wordt verminderd in
evenredigheid met het aantal uren dat de ambtenaar verlof is verleend.
De vermindering bedraagt maximaal de vaste vergoeding die de ambtenaar
in de bedoelde functie zou ontvangen voor de uren die overeenkomen met
een hierna vastgestelde taakduur.
2.De in het eerste lid bedoelde taakduur wordt voor een lid van de
Provinciale Staten vastgesteld op een taakduur van 11 uur per week.
3.De in het eerste lid bedoelde taakduur wordt voor een lid van de
raad van een gemeente vastgesteld op:
a. 7 uur per week voor een gemeente met ten hoogste 30.000
inwoners;
b. 12 uur per week voor gemeente met ten hoogste 100.000
inwoners;
c. 24 uur per week voor een gemeente met meer dan 100.000
inwoners.
4.De in het eerste lid bedoelde taakduur wordt voor een wethouder
vastgesteld op een taakduur van:
a. 16 uur per week voor een gemeente tot 2.000 inwoners;
b. 20 uur per week voor een gemeente tot 4.000 inwoners;
c. 24 uur per week voor een gemeente tot 8.000 inwoners;
d. 28 uur per week voor een gemeente tot 14.000 inwoners;
e. 32 uur per week voor een gemeente tot 18.000 inwoners.
Artikel 34. Bezoldiging bij verrichten van enkele diensten
De bezoldiging van de ambtenaar die is aangesteld op grond van
artikel 7, tweede lid, onderdeel g, van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie wordt bepaald op een bedrag voor elk geval
of voor elke te verrichten dienst afzonderlijk vast te stellen.
Artikel 35. Bezoldiging bij opzettelijke nalatigheid
De ambtenaar ontvangt geen bezoldiging over de tijd, gedurende welke
hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te
verrichten.
Artikel 36. Bezoldiging bij schorsing
1.Bij de ambtenaar die ingevolge artikel 109, eerste lid, dan wel
ingevolge artikel 109, tweede lid, onderdeel a of b, van het
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is geschorst, wordt door de
commandant voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden
van de bezoldiging, tenzij het hoofd defensieonderdeel bepaalt dat
geen inhouding zal plaatsvinden.
2.In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer
duurt dan zes weken, kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat
gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding
plaatsvindt tot het volle bedrag der bezoldiging. Bij de afweging
omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de
ambtenaar in de beschouwing betrokken.
3.Bij de ambtenaar die ingevolge artikel 109, tweede lid, onderdeel
c, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is geschorst, vindt
geen inhouding van bezoldiging plaats.
4.De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan
de ambtenaar worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld in
artikel 109, tweede lid, onderdeel a of b, van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie niet wordt gevolgd door een veroordeling
tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende
maatregel, ontslag op grond van artikel 121, eerste lid, onderdeel e,
van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie of een
onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf. Op de aldus uit te keren
bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de
ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als
gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar
het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, onredelijk of onbillijk
is.
5.In geval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar is voor de
berekening van de bezoldiging artikel 30 van toepassing.
Artikel 37. Bezoldiging bij nevenwerkzaamheden tijdens diensttijd
1.In dit artikel wordt verstaan onder nevenwerkzaamheden:
activiteiten, geen deel uitmakend van die welke in het kader van de
functievervulling aan de werknemer zijn opgedragen, die de werknemer
al of niet tegen vergoeding verricht, waaronder nevenbetrekkingen, het
drijven van nering of handel, het middellijk of onmiddellijk deelnemen
aan aannemingen en leveringen en het zijn van commissaris, bestuurder
of vennoot van een vennootschap, stichting of vereniging.
2.De ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend voor het
verrichten van nevenwerkzaamheden, heeft over de verlofuren geen
aanspraak op bezoldiging.
3.Indien de commandant van oordeel is dat de nevenwerkzaamheden
overwegend in het algemeen belang worden verricht, wordt, in afwijking
van het tweede lid, de bezoldiging van de ambtenaar verminderd met de
inkomsten die hij uit hoofde van zijn nevenwerkzaamheden ontvangt. De
vermindering bedraagt ten hoogste de bezoldiging waarop de ambtenaar
over zijn verlofuren aanspraak zou hebben.
4.Geen vermindering van de bezoldiging vindt plaats indien het
aantal verleende verlofuren is beperkt tot maximaal 10% van de voor de
ambtenaar geldende gemiddelde arbeidsduur per week.
Artikel 38. Bezoldiging tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
1.Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van
artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg behoudt de vrouwelijke ambtenaar
haar aanspraak op bezoldiging.
2.De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke ambtenaar
door zijn tussenkomsteen uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet
arbeid en zorg aanvraagt. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken
voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof
onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke ambtenaar het recht
op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
3.Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie zwangerschaps- en
bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een
bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op
basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door de commandant betreffende
de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de
bezoldiging, als bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt
met het bedrag van bedoelde uitkering.
4.Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering
als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is
toegekend omdat de vrouwelijke ambtenaar geen aanvraag heeft
ingediend, past de commandant het derde lid op overeenkomstige wijze
toe.
Artikel 39. Bezoldiging tijdens adoptieverlof
1.Gedurende het adoptieverlof op grond van artikel 3:2, eerste tot
en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg, behoudt de ambtenaar zijn
aanspraak op bezoldiging.
2.De commandant draagt ervoor zorg dat de ambtenaar door zijn
tussenkomst een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid
en zorg aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van
het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de ambtenaar het
recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
3.Indien de ambtenaar aan wie adoptieverlof is verleend gedurende
dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens
recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt
door de commandant betreffende de periode waarin sprake is van een
samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid,
toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
4.Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering,
als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is
toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past de
commandant het derde lid op overeenkomstige wijze toe.
Artikel 40. Samenloop bezoldiging en financiële tegemoetkoming Wet
arbeid en zorg
1.De commandant wijst de ambtenaar, aan wie, in het kader van
arbeid en zorg buitengewoon verlof met geheel of gedeeltelijk behoud
van bezoldiging is verleend, in voorkomend geval op de mogelijkheden
tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op basis van
hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
2.Indien de ambtenaar gedurende het verlof, bedoeld in het eerste
lid, of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht
heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van
de Wet arbeid en zorg, wordt door de commandant betreffende de periode
waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de bezoldiging
toegepast. De inhouding bedraagt maximaal het bedrag van de in het
eerste lid bedoelde financiële tegemoetkoming voor zover in totaal
door de samenloop 100% van de inkomsten zou worden overschreden.
3.Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde
voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is
voldaan maar door toedoen van de ambtenaar geen financiële
tegemoetkoming is toegekend, kan de commandant het tweede lid op
overeenkomstige wijze toepassen. In dat geval wordt rekening gehouden
met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn
toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
Artikel 41. Samenloop bezoldiging en militaire inkomsten
1.De ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is, heeft
geen aanspraak op bezoldiging, tenzij de werkelijke dienst wordt
vervuld tijdens door hem opgenomen vakantie of buiten de voor hem
geldende werktijd, bedoeld in artikel 30a van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie.
2.In afwijking van het eerste lid behoudt de ambtenaar, die als
militair in werkelijke dienst is, aanspraak op zijn bezoldiging voor
zoveel deze meer bedraagt dan zijn militaire inkomsten, indien hij
door Onze Minister is tewerkgesteld:
a. onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde
Naties;
b. bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of
bondgenootschappelijke strijdkrachten;
c. ten behoeve van operaties in het kader van internationale
overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan.
3.Ingeval de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, aanspraak heeft
op een toelage onregelmatige dienst dan wel een consignatietoelage is
voor de berekening van de bezoldiging artikel 30 van toepassing.
4.Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder militaire
inkomsten verstaan, hetgeen bij of krachtens het Inkomstenbesluit
militairen of het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt
aangemerkt als:
a. militaire bezoldiging;
b. vaste vergoeding voor extra beslaglegging;
c. vliegtoelage;
d. garantievliegtoelage;
e. toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker;
f. toelage officieren-medisch specialist;
g. brevettoelage;
h. vergoeding extra werkdruk bij vredes- en humanitaire
operaties;
i. opkomsttoelage.
Voor de berekening van de militaire inkomsten wordt in voorkomend
geval de inhouding wegens gebruik van voeding en huisvesting in
mindering gebracht.
5.Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de
bepalingen van dit artikel slechts van toepassing tot en met de dag,
waarop de burgerlijke betrekking zou zijn beëindigd, indien hij niet
als militair in werkelijke dienst zou zijn geweest.
Artikel 42. Overige samenloopbepalingen
1.Het bepaalde in artikel 41, eerste lid, is van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van de ambtenaar, die is tewerkgesteld in de
zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst.
2.De ambtenaar die in werkelijke dienst is als een vrijwillige
ambtenaar van politie, als bedoeld in het Besluit rechtspositie
vrijwillige politie, behoudt aanspraak op zijn bezoldiging, met dien
verstande, dat deze bezoldiging, indien de werkelijke dienst langer
dan twee weken duurt, voor de verdere duur wordt verminderd met de
inkomsten, waarop de ambtenaar als vrijwillige ambtenaar van politie
aanspraak heeft. Het bepaalde in artikel 41 is verder voor zoveel
mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 6. Overige inkomsten
Artikel 43. Vakantie-uitkering
1. Het hoofd defensieonderdeel kent aan de ambtenaar per maand een
vakantie-uitkering toe ten bedrage van 8% van de bezoldiging van de
ambtenaar.
2. Voor de ambtenaar die 22 jaar of ouder is bedraagt de
vakantie-uitkering bij een voltijdaanstelling per maand tenminste €
148,85. Bij een deeltijdaanstelling wordt dit bedrag naar
evenredigheid verminderd.
3. Voor de ambtenaar die jonger is dan 22 jaar bedraagt de
vakantie-uitkering ten minste het in het tweede lid berekende bedrag
verminderd met 10% voor elk leeftijdsjaar of gedeelte van een
leeftijdsjaar dat hij jonger is dan 22 jaar. De vermindering bedraagt
maximaal 30%.
4. Indien de ambtenaar aanspraak heeft op een gedeelte van de
bezoldiging wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid van de
bezoldiging berekend, tenzij anders vermeld. Indien de ambtenaar geen
aanspraak heeft op bezoldiging heeft de ambtenaar geen aanspraak op
vakantie-uitkering, tenzij anders vermeld.
5. In afwijking van het vierde lid heeft de ambtenaar, die op grond
van artikel 26 aanspraak heeft op een gedeelte van de bezoldiging,
aanspraak op de vakantie-uitkering berekend over de volledige
bezoldiging.
6. In afwijking van het vierde lid, heeft de ambtenaar, die
aanspraak heeft op militaire inkomsten als bedoeld in artikel 41,
aanspraak op een vakantie-uitkering, voor zo veel de
vakantie-uitkering, berekend over de volledige bezoldiging, meer
bedraagt dan de vakantie-uitkering waarop hij als militair aanspraak
heeft.
7. In afwijking van artikel 6 wordt de vakantie-uitkering eenmaal
per jaar in de maand mei uitbetaald over de periode van 12 maanden,
die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande
kalenderjaar. Bij ontslag van de ambtenaar vindt de uitbetaling plaats
zo snel mogelijk na zijn ontslag.
Artikel 44. Eindejaarsuitkering
1. Het hoofd defensieonderdeel kent een eindejaarsuitkering per
maand toe aan de ambtenaar ten bedrage van 5,0% van het salaris van de
ambtenaar.
2. Indien ingevolge artikel 27 op het salaris van de ambtenaar een
uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering in mindering is gebracht, wordt voor
de toepassing van het eerste lid geen rekening gehouden met deze
vermindering.
3. Voor de toepassing van het eerste lid is het vierde tot en met
zevende lid van artikel 43 van overeenkomstige toepassing.
4. Onze Minister kent een eindejaarsuitkering toe aan de gewezen
ambtenaar, die in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22
van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de
sector Defensie, of een uitkering op grond van het Besluit uitkering
wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
De eindejaarsuitkering bedraagt 0,8% van het genoten wachtgeld of de
genoten uitkering na toepassing van de bij of krachtens die besluiten
geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of
bedrijf.
5. In afwijking van artikel 6 wordt de eindejaarsuitkering over de
periode december van het voorgaande jaar tot en met november van het
lopende jaar uitbetaald in de maand november. Bij ontslag van de
ambtenaar vindt de uitbetaling van de tot de datum van het ontslag
opgebouwde uitkering zo snel mogelijk na het ontslag plaats.
6. In afwijking van het vijfde lid wordt de eindejaarsuitkering in
het jaar 2009 over de periode januari 2009 tot en met november 2009
uitbetaald in de maand november. Bij ontslag van de ambtenaar vindt de
uitbetaling van de tot de datum van het ontslag opgebouwde uitkering
zo snel mogelijk na het ontslag plaats.
Artikel 44a. Inkomenstoeslag
De burgerambtenaar heeft aanspraak op een inkomenstoeslag ter hoogte
van € 123,93 per maand. Deze inkomenstoeslag wordt voor de ambtenaar
met een deeltijdaanstelling vastgesteld op een evenredig deel van de
uitkering behorend bij een voltijdaanstelling.
Artikel 45. Beloningen
1.De commandant kan aan de ambtenaar die zich bijzonder heeft
onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone
toewijding of bijzonder loffelijke dienstverrichtingen, één of meer
van de onderstaande beloningen toekennen:
a. geschenk;
b. geldelijke beloning;
c. functioneringsgratificatie.
2.De totale waarde van één of meer van de beloningen bedraagt
maximaal 20% van het tot een jaarbedrag herleide salaris in de maand
van toekenning. Bij de berekening van de totale waarde van de
beloningen wordt geen rekening gehouden met de verschuldigde
loonheffing en inhoudingen, bedoeld in het derde lid.
3.De in voorkomend geval over één of meer van die beloningen
verschuldigde loonheffing en de inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5
van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, komen voor
rekening van Defensie.
Artikel 46. Functioneringstoelage
1.De commandant kan aan de ambtenaar die het voor hem geldende
maximumsalaris heeft bereikt een functioneringstoelage toekennen,
indien de wijze van functioneren van de ambtenaar daartoe naar het
oordeel van de commandant aanleiding geeft.
2.De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van
tenminste één jaar.
3.De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het
salaris van de ambtenaar.
4.Indien een ambtenaar, die in het genot is van een
functioneringstoelage, een andere functie krijgt opgedragen waaraan
een hogere salarisschaal is verbonden, vervalt de
functioneringstoelage met ingang van de datum waarop die hogere
salarisschaal van toepassing wordt.
5.Indien een ambtenaar, die in het genot is van een
functioneringstoelage, tijdelijk wordt bezoldigd conform een hogere
salarisschaal, wordt het bedrag van de functioneringstoelage gedurende
de tijd dat de ambtenaar dat hogere salaris ontvangt, op nul gesteld.
6.Indien een ambtenaar na het opdragen van de andere functie
bedoeld in het vierde lid dan wel gedurende de periode dat hij
tijdelijk aanspraak heeft op bezoldiging conform een hogere
salarisschaal, aanspraak heeft op een salaris dat lager is dan het
salaris vermeerderd met de functioneringstoelage waarop hij direct
voorafgaand aan het opdragen van de andere functie dan wel de periode
waarover hij de tijdelijke hogere bezoldiging geniet aanspraak had,
heeft hij aanspraak op een overbruggingstoelage.
7.De overbruggingstoelage bedoeld in het zesde lid is gelijk aan
het verschil tussen het salaris zoals de ambtenaar dat wegens het
opdragen van de andere functie of gedurende de periode waarin hij de
tijdelijke hogere bezoldiging geniet en het salaris vermeerderd met de
functioneringstoelage zoals hij dat voorafgaand daaraan genoot.
8.De aanspraak op de in het zesde lid bedoelde overbruggingstoelage
vervalt indien de ambtenaar na de periode waarin hij tijdelijk conform
een hogere salarisschaal werd bezoldigd weer aanspraak heeft op de
functioneringstoelage.
9.De aanspraak op de in het zesde lid bedoelde overbruggingstoelage
eindigt op de datum waarop de toegekende functioneringstoelage volgens
de toekenningsbeschikking zou eindigen.
Artikel 47. Bindingspremie
1.Het hoofd defensieonderdeel kan aan een ambtenaar die in vaste
dienst is aangesteld en die zich verbindt om gedurende een bepaalde
periode onafgebroken deel uit te maken van het burgerpersoneel, een
bindingspremie toekennen.
2.Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de
toekenning van een bindingspremie.
Artikel 48 [Vervallen per 29-12-2007]
Artikel 49. Vergoeding voor overwerk
1.De commandant kent aan de ambtenaar met een salarisschaal tot en
met 10 een vergoeding voor overwerk toe, indien de ambtenaar in
opdracht van de commandant overwerk verricht.
2.Onder overwerk wordt verstaan: arbeid die wordt verricht buiten
de werktijden, die voor de ambtenaar gelden krachtens een rooster,
voor zover daardoor het per werkperiode vastgestelde aantal
arbeidsuren wordt overschreden.
3.In afwijking van het eerste lid wordt voor overwerk dat gedurende
korter dan een half uur aansluitend aan de dagelijkse werktijd wordt
verricht, geen vergoeding toegekend.
4.De werkperiode bedoeld in het tweede lid wordt gesteld op:
a. één dag, indien aanvang en einde van de werktijd in de
regel niet aan wisselingen onderhevig zijn;
b. een tijdvak van tenminste zeven dagen, indien de tijdstippen
van aanvang en einde van de werktijd volgens een tevoren
vastgesteld rooster wisselen.
5.De vergoeding voor overwerk bestaat uit:
a. verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het
per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren, en
b. een overwerktoelage in geld, die voor elk uur van die
overschrijding een percentage van het voor de ambtenaar geldende
salaris per uur bedraagt.
6.De vergoeding in verlof wordt zo spoedig mogelijk toegekend, doch
in de regel niet later dan in de kalendermaand volgende op die, waarin
de overschrijding plaats had, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt
gehouden met de wensen van de ambtenaar.
7.Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich
verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor
ieder uur een additionele overwerktoelage in geld toegekend gelijk aan
het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
8.Indien de werkperiode één dag omvat, bedraagt het in het vijfde
lid, onderdeel b, bedoelde percentage:
a. behoudens het gestelde onder b en c, het getal, vermeld in
de onderstaande tabel:
|
Overwerk verricht |
op zondag |
op maandag |
op dinsdag,
woensdag, donderdag of vrijdag |
op zaterdag |
|
tussen 0 en 6 uur |
100 |
100 |
50 |
50 |
|
tussen 6 en 18 uur |
100 |
25 |
25 |
50 |
|
tussen 18 en 20 uur |
100 |
25 |
25 |
75 |
|
tussen 20 en 24 uur |
100 |
50 |
50 |
75 |
b. 50, indien gedurende langer dan twee uur overwerk is
verricht, voor zover het overwerk betreft, dat na de eerste twee
uur is verricht op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of
vrijdag tussen 06.00 uur en 20.00 uur, behoudens het gestelde
onder c;
c. 100, indien het overwerk is verricht op een der
feestdagen, genoemd in artikel 31g, tweede lid, van het
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie dan wel op de daarop
volgende dag tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
9.Indien de werkperiode een tijdvak van tenminste zeven dagen
omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde
percentage:
a. 50, behoudens het gestelde onder b;
b. 100, indien het overwerk is verricht op zondag, op maandag
tussen 00.00 uur en 06.00 uur, op een der feestdagen, genoemd in
artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement
defensie, dan wel op de dag, volgende op de laatstgenoemde dag
tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
10.Voor het vaststellen van de duur van de overschrijding gelden
de uren waarop krachtens het vijfde lid onder a, of krachtens het
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie dan wel een overeenkomstige
regeling vakantie of verlof is genoten, als uren waarop is gewerkt.
11.Aan ambtenaren voor wie verschillende salarisschalen gelden,
die ingevolge een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke
werkzaamheden verrichten kan, in afwijking van het in dit artikel
bepaalde, naar billijkheid een voor alle betrokken ambtenaren
gelijke vergoeding worden toegekend.
Artikel 49a. Tijdelijke maatregel bij de vergoeding voor overwerk
1. De commandant kent aan de ambtenaar met salarisschaal 11 en 12
een vergoeding voor overwerk als bedoeld in artikel 49, tweede lid,
toe, indien de ambtenaar in de periode van 1 oktober 2007 tot en met
28 februari 2010 in opdracht van de commandant overwerk verricht.
2. Artikel 49, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige
toepassing.
3. De vergoeding voor overwerk bedraagt per uur de helft van het
voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
Artikel 50. Oefentoelage
1.In dit artikel wordt verstaan onder:
a. etmaal: een tijdsbestek van 24 uur aaneengesloten;
b. oefening: een oefening, als bedoeld in artikel 30a,
onderdeel k, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
c. ZZF-dag: een zaterdag, zondag of feest- en gedenkdag, als
bedoeld in artikel 31g, eerste of tweede lid, van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie.
2.De commandant kent, in afwijking van de artikelen 23 en 49, aan
de ambtenaar met een salarisschaal tot en met 10 een oefentoelage toe
voor een oefening, die een etmaal of langer duurt en waarbij sprake is
van consignatie in de zin van artikel 23 of overwerk in de zin van
artikel 49.
3.De oefentoelage wordt niet toegekend, indien de oefening korter
dan een etmaal duurt. De artikelen 23 en 49 zijn in dit geval van
toepassing.
4.De oefentoelage bedraagt per etmaal 3% van:
a. het maximumsalaris per maand van salarisschaal 3 voor de
ambtenaar met salarisschaal 1 tot en met 6;
b. het maximumsalaris per maand van salarisschaal 8 voor de
ambtenaar met salarisschaal 7 tot en met 10.
5.Indien bij een oefening langer dan een etmaal sprake is van een
niet volledig etmaal, wordt de oefentoelage over het niet volledige
etmaal berekend per half etmaal. Een tijdvak van minder dan 12 uren
telt hierbij voor een half etmaal en van 12 uren of meer voor een heel
etmaal.
6.Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt aan de
ambtenaar voor een oefening per etmaal 8 uur vrije tijd verleend,
indien dit plaatsvindt op een ZZF-dag. Hierbij telt een periode van 8
uur of langer voor een etmaal. Bij een periode korter dan 8 uur wordt
geen vergoeding in vrije tijd verleend.
7.Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich
verzet tegen het toekennen van de vergoeding in vrije tijd, bedoeld in
het zesde lid, wordt in plaats van deze vergoeding voor ieder uur een
compensatie in geld toegekend dat gelijk is aan het voor de ambtenaar
geldende salaris per uur.
8.De ambtenaar die aanspraak heeft op een toelage of vergoeding
ingevolge dit artikel heeft uit anderen hoofde geen aanspraak op een
toelage wegens beschikbaarheid of bereikbaarheid, vergoeding in geld
of tijd voor overwerk of beloning voor bezwarende werkomstandigheden.
Artikel 51. Vervangingstoelage
1.Voor de ambtenaar die op 30 juni 2003 aanspraak heeft op een
toelage op grond van de Toelageregeling afschaffing tariefbeloning
Defensie, wordt die aanspraak met ingang van 1 juli 2003 omgezet in
een vervangingstoelage.
2.Het bedrag van de vervangingstoelage is op 1 juli 2003 gelijk aan
het bedrag van de toelage waarop de ambtenaar op 30 juni 2003
aanspraak heeft op grond van de Toelageregeling afschaffing
tariefbeloning Defensie.
3.Voor zover de toelage op grond van de Toelageregeling afschaffing
tariefbeloning Defensie op 30 juni 2003 deel uitmaakt van de
bezoldiging onderscheidenlijk de grondslag voor de vakantie-uitkering
onderscheidenlijk het pensioengevend inkomen, maakt de
vervangingstoelage vanaf 1 juli 2003 op overeenkomstige wijze deel uit
van de bezoldiging onderscheidenlijk de grondslag voor de
vakantie-uitkering onderscheidenlijk het pensioengevend inkomen.
4.Voor zover de toelage op grond van de Toelageregeling afschaffing
tariefbeloning Defensie vóór 30 juni 2003 wordt aangepast met het
percentage van een algemene salarismaatregel, wordt de
vervangingstoelage vanaf 1 juli 2003 op overeenkomstige wijze
aangepast met het percentage van een algemene salarismaatregel.
Artikel 52. Overige inkomsten
1.Bij ministeriële regeling kan de ambtenaar een aanspraak worden
toegekend op:
a. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan
naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of
inconveniënten zijn verbonden;
b. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze
Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze
Minister aangewezen bekwaamheid;
c. een diensttijdgratificatie bij een – naar het oordeel van
Onze Minister – eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf,
vijfentwintig, veertig of vijftig jaren;
d. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten of – in
de plaats daarvan – voorzieningen in natura ter zake van het
verblijf van de ambtenaar buiten Nederland;
e. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van
recepties en representatie;
f. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van
maaltijden bij overwerk;
g. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van
communicatie;
h. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor
zorg voor jonge kinderen bij inzet;
i. eventuele overige inkomsten.
2.Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële
regelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d tot en met h,
wordt mandaat verleend aan de hoofddirecteur personeel van het
Ministerie van Defensie.
Hoofdstuk 7 [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 53 [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 54 [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 55 [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 56 [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 57 [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 58 [Vervallen per 16-08-2006]
Hoofdstuk 8. Verschuldigde bedragen
Artikel 59. Definitie
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
berekeningsbasis: de bezoldiging met uitzondering van een toelage
onregelmatige dienst, een aflopende toelage onregelmatige dienst en een
consignatietoelage, met dien verstande dat de bezoldiging bij
deeltijdaanstelling herleid wordt tot de bezoldiging, die geldt bij een
voltijdaanstelling.
Artikel 60. Verschuldigde bedragen wegens kost en inwoning
1.De ambtenaar is voor het verstrekken van kost en van inwoning
door Defensie, anders dan bij een dienstreis als bedoeld in artikel 1
van het Besluit dienstreizen defensie, per maand een bedrag
verschuldigd van onderscheidenlijk 12% en 8% van zijn
berekeningsbasis, met inachtneming van bij ministeriële regeling te
bepalen maxima.
2.In afwijking van het eerste lid wordt voor de ambtenaar, wiens
berekeningsbasis gelijk aan of lager is dan het maandbedrag van het
minimumloon dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, geldt voor werknemers in de
leeftijd van 23 jaar of ouder, het verschuldigde bedrag bij
ministeriële regeling vastgesteld.
Artikel 61. Verschuldigde bedragen wegens gebruik van een woning
1.De ambtenaar is voor het gebruik van een woning die door Defensie
beschikbaar is gesteld en voor verdere verstrekkingen in die woning
waarvan de kosten niet afzonderlijk kunnen worden vastgesteld, per
maand een bedrag verschuldigd aan Defensie, overeenkomende met de
hierna genoemde percentages van zijn berekeningsbasis:
a. voor het gebruik van de woning:
1°. die in Nederland is gelegen: 12%;
2°. die buiten Nederland is gelegen: 17%;
b. voor verwarming van de woning: 2,4%;
c. voor energie voor kookdoeleinden: 0,9%;
d. voor elektrische energie, anders dan voor verwarming van de
woning en voor kookdoeleinden: 0,9%;
e. voor leidingwater: 0,4%,
zulks met inachtneming van door Onze Minister aan te geven maxima
voor de verstrekkingen bedoeld onder b tot en met e.
2.Indien de ambtenaar aantoont dat de huurwaarde van de woning
voor de heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt
dan het op grond van het bepaalde in het eerste lid geldende bedrag
wegens het gebruik van de woning, wordt het verschuldigde bedrag op
dat van die huurwaarde gesteld.
3.Voor het gebruik van de verstrekkingen genoemd in het eerste
lid, onderdeel b tot en met e, is geen bedrag verschuldigd in het
geval, bedoeld in het tweede lid, en in de gevallen waarin tevens
kost en inwoning wordt verstrekt.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 62. Hardheidsclausule
Indien de billijkheid dat vordert, kan Onze Minister de ambtenaar
schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke
tegemoetkoming toekennen.
Artikel 63. Algemeen militair ambtenarenreglement
[Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.]
Artikel 64. Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering
burgerlijke ambtenaren defensie
[Wijzigt het Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering
burgerlijke ambtenaren defensie.]
Artikel 65. Besluit dienstreizen defensie
[Wijzigt het Besluit dienstreizen defensie.]
Artikel 66. Besluit georganiseerd overleg sector Defensie
[Wijzigt het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie.]
Artikel 67. Besluit personenchauffeurs defensie
[Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.]
Artikel 68. Premieregeling en aanvullende voorzieningen
beroepsmilitairen van de krijgsmacht
[Wijzigt de Premieregeling en aanvullende voorzieningen
beroepsmilitairen van de krijgsmacht.]
Artikel 69. Besluit procedure geneeskundig onderzoek
verzetsmilitairen en ondergedoken militairen
[Wijzigt het Besluit procedure geneeskundig onderzoek
verzetsmilitairen en ondergedoken militairen.]
Artikel 70. Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
[Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.]
Artikel 71. Inkomstenbesluit militairen
[Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen.]
Artikel 72. Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren
defensie
[Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren
defensie.]
Artikel 73. Verplaatsingskostenbesluit militairen
[Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit militairen.]
Artikel 74. Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag
burgerlijke ambtenaren defensie
[Wijzigt het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag
burgerlijke ambtenaren defensie.]
Artikel 75. Intrekking besluiten
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. het Besluit betaling emolumenten burgerlijke ambtenaren
defensie;
b. het Besluit maaltijdvergoeding bij overwerk burgerlijke
ambtenaren defensie;
c. het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
d. het Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren
defensie;
e. het Telefoonkostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
Artikel 76. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, met dien
verstande dat de artikelen 63, onderdeel A, 64, 65, 66, 68, 69, 70,
onderdeel W, 71, onderdeel C, 72, onderdeel C, en 73 terugwerken tot en
met 1 augustus 2004.
Artikel 77. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit burgerlijke
ambtenaren defensie.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 12 april 2005
BEATRIX
De
Staatssecretaris van Defensie,
C.
van der Knaap
Uitgegeven de tiende mei 2005
De
Minister van Justitie,
J.P.H.
Donner
Bijlage A (IBBAD, artikel 8, tweede lid)
Bedragen met ingang van 1 maart 2009
|
Nr. |
Salaris |
SCHAAL |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Nr. |
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
|
1 |
1347,40 |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
|
2 |
1413,49 |
– |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
3 |
1513,90 |
1 |
– |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
|
4 |
1547,22 |
– |
1 |
1 |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
|
5 |
1578,46 |
2 |
– |
– |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
|
6 |
1607,65 |
3 |
2 |
2 |
– |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
|
7 |
1641,99 |
4 |
– |
– |
2 |
– |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
|
8 |
1677,34 |
5 |
3 |
3 |
– |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
|
9 |
1722,93 |
6 |
4 |
– |
3 |
– |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
|
10 |
1775,69 |
7 |
5 |
4 |
– |
2 |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
11 |
1838,72 |
|
6 |
5 |
4 |
– |
– |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
|
12 |
1900,18 |
|
7 |
6 |
5 |
3 |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
|
13 |
1959,11 |
|
8 |
7 |
6 |
4 |
– |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13 |
|
14 |
2017,53 |
|
|
8 |
7 |
5 |
3 |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
14 |
|
15 |
2073,86 |
|
|
9 |
8 |
6 |
4 |
– |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15 |
|
16 |
2130,73 |
|
|
10 |
9 |
7 |
5 |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
16 |
|
17 |
2186,06 |
|
|
|
10 |
8 |
6 |
– |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17 |
|
18 |
2240,86 |
|
|
|
11 |
9 |
7 |
3 |
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
18 |
|
19 |
2298,77 |
|
|
|
|
10 |
8 |
4 |
– |
|
|
|
|
|
|
|
|
19 |
|
20 |
2354,60 |
|
|
|
|
11 |
9 |
5 |
1 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
20 |
|
21 |
2408,42 |
|
|
|
|
|
10 |
6 |
– |
|
– |
|
|
|
|
|
|
21 |
|
22 |
2466,81 |
|
|
|
|
|
11 |
7 |
2 |
0 |
1 |
|
|
|
|
|
|
22 |
|
23 |
2525,74 |
|
|
|
|
|
|
8 |
– |
– |
– |
|
|
|
|
|
|
23 |
|
24 |
2587,21 |
|
|
|
|
|
|
9 |
3 |
1 |
2 |
|
|
|
|
|
|
24 |
|
25 |
2656,36 |
|
|
|
|
|
|
10 |
4 |
– |
– |
|
|
|
|
|
|
25 |
|
26 |
2720,92 |
|
|
|
|
|
|
11 |
5 |
2 |
3 |
|
|
|
|
|
|
26 |
|
27 |
2775,73 |
|
|
|
|
|
|
|
6 |
– |
– |
|
|
|
|
|
|
27 |
|
28 |
2836,21 |
|
|
|
|
|
|
|
7 |
3 |
4 |
|
|
|
|
|
|
28 |
|
29 |
2898,16 |
|
|
|
|
|
|
|
8 |
– |
– |
|
|
|
|
|
|
29 |
|
30 |
2956,08 |
|
|
|
|
|
|
|
9 |
4 |
5 |
|
|
|
|
|
|
30 |
|
31 |
3008,84 |
|
|
|
|
|
|
|
10 |
– |
– |
|
|
|
|
|
|
31 |
|
32 |
3062,65 |
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
6 |
|
|
|
|
|
|
32 |
|
34 |
3171,26 |
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
7 |
0 |
|
|
|
|
|
34 |
|
36 |
3293,19 |
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
8 |
1 |
|
|
|
|
|
36 |
|
38 |
3404,85 |
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
9 |
2 |
|
|
|
|
|
38 |
|
40 |
3512,46 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
3 |
|
|
|
|
|
40 |
|
42 |
3616,97 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
4 |
|
|
|
|
|
42 |
|
44 |
3733,28 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
5 |
|
|
|
|
|
44 |
|
46 |
3852,64 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
0 |
|
|
|
|
46 |
|
48 |
3964,31 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
1 |
|
|
|
|
48 |
|
50 |
4076,51 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
2 |
|
|
|
|
50 |
|
52 |
4188,72 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
3 |
|
|
|
|
52 |
|
54 |
4296,81 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
4 |
|
|
|
|
54 |
|
55 |
4354,71 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
– |
|
|
|
|
55 |
|
56 |
4411,05 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
0 |
|
|
|
56 |
|
58 |
4523,27 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
1 |
|
|
|
58 |
|
60 |
4631,35 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
2 |
0 |
|
|
60 |
|
62 |
4744,07 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
3 |
1 |
|
|
62 |
|
64 |
4884,45 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
4 |
2 |
|
|
64 |
|
65 |
4953,11 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
– |
– |
|
|
65 |
|
66 |
5023,79 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
3 |
0 |
|
66 |
|
68 |
5164,70 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
4 |
1 |
|
68 |
|
70 |
5305,57 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
5 |
2 |
|
70 |
|
71 |
5373,20 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
– |
– |
|
71 |
|
72 |
5445,45 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
6 |
3 |
0 |
72 |
|
73 |
5519,72 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
– |
– |
– |
73 |
|
74 |
5594,02 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
4 |
1 |
74 |
|
76 |
5746,67 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
5 |
2 |
76 |
|
78 |
5903,45 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
6 |
3 |
78 |
|
80 |
6091,48 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
7 |
4 |
80 |
|
82 |
6285,63 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
5 |
82 |
|
84 |
6485,96 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
6 |
84 |
|
86 |
6692,93 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
7 |
86 |
|
88 |
6906,57 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
88 |
|
90 |
7126,86 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
90 |
|
91 |
7252,90 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
91 |
|
Leeftijd |
Sch1 |
Sch2 |
Sch3 |
Sch4 |
Sch5 |
|
J19 |
909,36 |
943,18 |
1059,73 |
1083,05 |
1125,36 |
|
J20 |
1044,10 |
1077,91 |
1211,12 |
1237,78 |
1286,12 |
|
J21 |
1178,85 |
1212,66 |
1362,51 |
1392,50 |
1446,89 |
Bijlage B (IBBAD, artikel 13, zesde
lid)
Maandsalaris burgertandartsen
Bedragen met ingang van 1 maart 2009
|
Aantal punten per
jaar: |
|
|
|
van |
t/m |
maandsalaris |
| |
11818,0 |
3945,00 |
|
11818,1 |
13167,0 |
4105,42 |
|
13167,1 |
14516,0 |
4329,75 |
|
14516,1 |
15884,0 |
4579,50 |
|
15884,1 |
17233,0 |
4826,25 |
|
17233,1 |
18582,0 |
5068,00 |
|
18582,1 |
19931,0 |
5253,00 |
|
19931,1 |
21280,0 |
5443,17 |
|
21280,1 |
22629,0 |
5616,33 |
|
22629,1 |
23978,0 |
5801,58 |
|
23978,1 |
25327,0 |
5908,58 |
|
25327,1 |
26599,9 |
5987,08 |
|
26600,0 |
en meer |
6022,83 |
Bijlage C (IBBAD, artikel 14, eerste
lid)
Jaarsalaris burgertandartsen
Bedragen met ingang van 1 maart 2009
|
aantal punten per
jaar |
jaarsalaris |
aantal punten per
jaar |
jaarsalaris |
aantal punten per
jaar |
jaarsalaris |
aantal punten per
jaar |
jaarsalaris |
aantal punten per
jaar |
jaarsalaris |
|
11818 |
47340 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11913 |
47538 |
14858 |
54199 |
17822 |
60677 |
20767 |
65580 |
23731 |
70256 |
|
11989 |
47728 |
14953 |
54390 |
17898 |
60816 |
20862 |
65723 |
23807 |
70315 |
|
12084 |
47917 |
15029 |
54576 |
17993 |
60898 |
20938 |
65861 |
23902 |
70374 |
|
12160 |
48112 |
15124 |
54764 |
18069 |
61040 |
21033 |
65999 |
23978 |
70430 |
|
12236 |
48304 |
15200 |
54954 |
18164 |
61184 |
21109 |
66008 |
24073 |
70493 |
|
12331 |
48493 |
15276 |
55141 |
18240 |
61327 |
21204 |
66147 |
24149 |
70551 |
|
12407 |
48688 |
15371 |
55331 |
18316 |
61470 |
21280 |
66284 |
24244 |
70608 |
|
12502 |
48881 |
15447 |
55520 |
18411 |
61611 |
21356 |
66426 |
24320 |
70669 |
|
12578 |
49077 |
15542 |
55707 |
18487 |
61753 |
21451 |
66560 |
24396 |
70725 |
|
12673 |
49265 |
15618 |
55898 |
18582 |
61898 |
21527 |
66698 |
24491 |
70784 |
|
12749 |
49458 |
15713 |
56086 |
18658 |
62037 |
21622 |
66840 |
24567 |
70845 |
|
12844 |
49653 |
15789 |
56219 |
18753 |
62182 |
21698 |
66979 |
24662 |
70903 |
|
12920 |
49842 |
15884 |
56407 |
18829 |
62325 |
21793 |
67117 |
24738 |
70964 |
|
12996 |
50035 |
15960 |
56595 |
18924 |
62465 |
21869 |
67258 |
24833 |
71021 |
|
13091 |
50228 |
16036 |
56785 |
19000 |
62608 |
21964 |
67396 |
24909 |
71077 |
|
13167 |
50419 |
16131 |
56972 |
19076 |
62752 |
22040 |
67535 |
25004 |
71136 |
|
13262 |
50608 |
16207 |
57160 |
19171 |
62896 |
22116 |
67673 |
25080 |
71198 |
|
13338 |
50806 |
16302 |
57350 |
19247 |
63036 |
22211 |
67811 |
25156 |
71257 |
|
13433 |
50995 |
16378 |
57541 |
19342 |
63180 |
22287 |
67953 |
25251 |
71317 |
|
13509 |
51185 |
16473 |
57729 |
19418 |
63322 |
22382 |
68090 |
25327 |
71375 |
|
13604 |
51380 |
16549 |
57915 |
19513 |
63463 |
22458 |
68232 |
25422 |
71432 |
|
13680 |
51571 |
16644 |
58104 |
19589 |
63608 |
22553 |
68369 |
25498 |
71493 |
|
13756 |
51764 |
16720 |
58293 |
19684 |
63751 |
22629 |
68509 |
25593 |
71550 |
|
13851 |
51957 |
16796 |
58481 |
19760 |
63894 |
22724 |
68648 |
25669 |
71609 |
|
13927 |
52098 |
16891 |
58669 |
19836 |
64034 |
22800 |
68782 |
25764 |
71667 |
|
14022 |
52288 |
16967 |
58860 |
19931 |
64178 |
22876 |
68923 |
25840 |
71724 |
|
14098 |
52483 |
17062 |
59049 |
20007 |
64318 |
22971 |
69063 |
25916 |
71786 |
|
14193 |
52675 |
17138 |
59235 |
20102 |
64461 |
23047 |
69200 |
26011 |
71845 |
|
14269 |
52863 |
17233 |
59424 |
20178 |
64603 |
23142 |
69339 |
26106 |
71904 |
|
14364 |
53057 |
17309 |
59613 |
20273 |
64748 |
23218 |
69478 |
26182 |
71961 |
|
14440 |
53249 |
17404 |
59803 |
20349 |
64889 |
23313 |
69619 |
26258 |
72023 |
|
14516 |
53440 |
17480 |
59993 |
20444 |
65033 |
23389 |
69756 |
26353 |
72079 |
|
14611 |
53634 |
17556 |
60178 |
20520 |
65172 |
23484 |
69896 |
26429 |
72137 |
|
14687 |
53827 |
17651 |
60367 |
20596 |
65318 |
23560 |
70034 |
26524 |
72199 |
|
14782 |
54013 |
17727 |
60529 |
20691 |
65442 |
23636 |
70197 |
26600 |
72274 |
|