|
BESLUIT van 22 december 1995, houdende regels ten aanzien van de
inkomsten van militairen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Defensie van 11 augustus 1995, nr. PAV 6011/95014842;
Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet en
artikel 12 van de Militaire ambtenarenwet 1931;
De Raad van State gehoord (advies van 14
december 1995, nr. W07.95.0432);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Defensie van 20 december 1995, nr. PAV
6011/95023787;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
b. de commandant operationeel commando
de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant
Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten en de
Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende
commando;
c. hoofd defensieonderdeel
1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de
Bestuursstaf;
2°. de commandant operationeel commando voor het
desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie,
voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met
uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor
zover het betreft het Commando Dienstencentra;
d. commandant: een bij ministeriële regeling aan te wijzen
functionaris;
e. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1,
eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931;
f. rang: een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet
titulair toegekend;
g. officier: de militair met de rang van luitenant ter zee der
derde klasse, tweede luitenant of met een hogere rang;
h. gezin en gezinsleden: de echtgenote van de militair en de
kinderen, stief- en pleegkinderen van de militair of van zijn
echtgenote;
i. salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen
van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van
artikel 5;
j. salarisschaal: een reeks van salarissen, behorende bij een
bepaalde rang;
k. bezoldiging: het salaris, in voorkomend geval vermeerderd
met de overbruggingstoelage, bedoeld in artikel 9, en de
garantietoelage minimumloon, bedoeld in artikel 10;
l. inkomsten: alle bedragen waarop de militair aanspraak kan
maken bij of krachtens dit besluit;
m. salarisnummer:
het getal dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;
n. maand: een kalendermaand;
o. werknemersverzekering: Werkloosheidswet, Wet op de
Arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel de Ziektewet;
p. arbodienst: een voor de militair aangewezen arbodienst als
bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
q. deskundige persoon: een voor de militair aangewezen
deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de
Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in
artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet.
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede
verstaan onder militair: degene die is aangesteld in burgerlijke
openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger
werkzaam te zijn.
3. Met inachtneming van artikel 1, derde en vierde lid, van het
Algemeen militair ambtenarenreglement wordt in dit besluit en de
daarop berustende bepalingen mede verstaan onder echtgenote of
echtgenoot:
1°. de geregistreerde partner;
2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij
de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds
als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een
bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de commandant;
4. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. fase één: fase één als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel l van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
b. fase twee: fase twee als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel m van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
c. fase drie: fase drie als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel n van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
Artikel 2. Afwijking van dit besluit
1. Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden, tijdelijk afwijken van hetgeen bij of
krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het
oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de
krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht.
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorts afwijkende regelen
worden gesteld ten aanzien van militairen, die zijn tewerkgesteld of
ingezet:
a. onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde
Naties;
b. bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of
bondgenootschappelijke strijdkrachten;
c. ten behoeve van operaties in het kader van internationale
overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan;
d. buiten het Ministerie van Defensie anders dan in de
gevallen, bedoeld onder a, b en c.
Artikel 3. Vaststelling inkomsten
1. Voor zover in dit besluit niet anders is bepaald, heeft de
militair aanspraak op inkomsten voor elke dag dat hij in werkelijke
dienst is; daarbij wordt een gedeelte van een dag aangemerkt als een
volle dag.
2. Bij de vaststelling van inkomsten die zijn uitgedrukt per maand
wordt een maand gesteld op dertig dagen. Bij de berekening over een
gedeelte van een maand wordt het bedrag per dag vastgesteld door het
maandbedrag te delen door dertig. Een wijziging van inkomsten op de
eenendertigste van een maand gaat in op de eerste dag van de volgende
maand.
3. Tenzij anders is bepaald, kan op inkomsten die zijn uitgedrukt
per dag of per tijdseenheid van langere duur en die niet tot de
bezoldiging behoren, slechts aanspraak bestaan voor de tijd dat
aanspraak bestaat op bezoldiging. Bedoelde inkomsten worden dan
toegekend in evenredigheid met de bezoldiging waarop aanspraak
bestaat.
4. De militair aangesteld bij het reservepersoneel, die in
werkelijke dienst is op grond van artikel 12l, derde lid, van de
Militaire ambtenarenwet 1931 heeft geen aanspraak op inkomsten.
5. De bezoldiging van de militair aangesteld bij het
reservepersoneel in werkelijke dienst bedraagt per feitelijk gewerkt
uur 1/165e van de maandbezoldiging, met een maximum van 165 uren per
maand.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
met betrekking tot de vaststelling van de inkomsten van de militair
aangesteld bij het reservepersoneel.
Artikel 3a [Vervallen per 13-09-2002]
Artikel 3b. Berekening pensioen gevend inkomen
Voor de berekening van het pensioen gevend inkomen worden aanspraken
op grond van dit besluit of op grond van andere regelingen inzake
beloningen van de militair, vermenigvuldigd met een factor 1/1,019 met
inachtneming van een maximale vermindering van het pensioen gevend
inkomen van € 63,46.
Hoofdstuk 2. Bezoldiging
Artikel 4. Vaststelling salarisschalen
De salarisschalen voor militairen zijn opgenomen in de bij dit
besluit behorende bijlage A of B, die blijkens het opschrift betrekking
heeft op het krijgsmachtdeel waartoe de militair behoort.
Artikel 5. Salaris
De militair heeft aanspraak op een salaris dat wordt bepaald met
inachtneming van:
a. het krijgsmachtdeel waartoe hij behoort;
b. zijn rang en
c. zijn salarisnummer.
Artikel 5a [Vervallen per 03-03-2010]
Artikel 6. Bijzondere bepalingen militairen met de rang van kapitein
ter zee/kolonel of hoger
1.De bevoegdheid tot het toekennen van aanspraken op grond van de
artikelen 7, 8, 12, 12a en 13 aan militairen met de rang van kapitein
ter zee/kolonel en hoger berust bij de Secretaris-Generaal.
2.De militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van
vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal
heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 1,6% van de
door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten
uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door
hem genoten wachtgeld of uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde
lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor
de sector Defensie na toepassing van de bij of krachtens die wet
respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten
uit of in verband met arbeid of bedrijf.
3.Het in het tweede lid genoemde percentage wordt achtereenvolgens
verhoogd naar:
2,8% per 1 december 2006;
4,0% per 1 december 2007;
5,4% per 1 december 2008;
8,3% per 1 december 2009.
Artikel 7. Salarisnummer bij aanstelling, verhoging salarisnummer
1.De commandant operationeel commando kent de militair bij
aanstelling een salarisnummer binnen de bij zijn rang behorende
salarisschaal toe op basis van kennis en ervaring van de militair.
2.Aan de militair van 20, 21, 22 of 23 jaar en ouder wordt bij
aanstelling respectievelijk ten minste salarisnummer 1, 2, 3 of 4
toegekend.
3.Het salarisnummer van de militair wordt jaarlijks met één
verhoogd. Deze verhoging is ook van toepassing op de militair, die het
maximum van de salarisschaal heeft bereikt.
4.De in het derde lid bedoelde verhoging van het salarisnummer
vindt plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin één
jaar is verstreken sedert de dag waarop zijn salarisnummer voor de
laatste maal is toegekend.
5.Het hoofd defensieonderdeel kan een hoger salarisnummer toekennen
aan een militair, indien deze naar het oordeel van het hoofd
defensieonderdeel daarvoor in aanmerking komt.
6.Het hoofd defensieonderdeel kan een verhoging van het
salarisnummer achterwege laten, indien de militair niet naar behoren
functioneert.
Artikel 8. Salarisnummer bij bevordering
1.De militair behoudt zijn salarisnummer indien hij wordt
bevorderd.
2.Indien het salarisnummer van een militair, na bevordering, lager
is dan het laagste salarisnummer waarvoor bij zijn nieuwe
salarisschaal een bedrag is opgenomen, wordt de militair door de
commandant operationeel commando een hoger salarisnummer toegekend,
zodanig dat de militair aanspraak verkrijgt op het laagste bedrag
behorende bij zijn nieuwe salarisschaal.
3.Indien de in het tweede lid bedoelde militair tijdelijk is
bevorderd en de rang herkrijgt die hij had voordat hij tijdelijk werd
bevorderd, vervalt de in het vorige lid bedoelde verhoging van het
salarisnummer.
4.Het salarisnummer van de korporaal van de Koninklijke Landmacht
of van de Koninklijke Luchtmacht, die wordt bevorderd tot korporaal
der eerste klasse, wordt met één verhoogd. Deze verhoging is niet
van invloed op de datum van de jaarlijkse verhoging van het
salarisnummer, bedoeld in artikel 7, vierde lid.
Artikel 8a [Vervallen per 16-08-2006]
Artikel 9. Overbruggingstoelage
1.Een militair wiens salaris vermindering ondergaat, heeft
aanspraak op een overbruggingstoelage ten bedrage van die
vermindering, indien hij:
a. na een verandering in zijn dienstverhouding tot het Rijk -
in verband met het volgen van een opleiding wordt aangesteld in
een lagere rang; of
b. na overgang naar een ander krijgsmachtdeel aanspraak heeft
op een lager salaris.
2.Een militair, voor wie na bevordering de functioneringstoelage is
vervallen, of het bedrag ervan op nul is gesteld, heeft aanspraak op
een overbruggingstoelage indien hij na bevordering aanspraak heeft op
een salaris dat lager is dan het salaris vermeerderd met de
functioneringstoelage waarop hij direct voorafgaande aan die
bevordering aanspraak had, ten bedrage van deze vermindering.
3.Indien het salaris van de militair aan wie een
overbruggingstoelage is toegekend, wordt verhoogd anders dan op grond
van een algemene salarismaatregel, wordt de overbruggingstoelage met
het bedrag van die verhoging verminderd.
4.Geen aanspraak op een overbruggingstoelage wordt verleend, dan
wel de aanspraak op de toegekende overbruggingstoelage vervalt, indien
de militair na een tijdelijke rang te hebben bekleed, de rang
herkrijgt die hij had voordat hij tijdelijk werd bevorderd.
5.De aanspraak op de in het tweede lid bedoelde
overbruggingstoelage eindigt op de datum waarop de toegekende
functioneringstoelage volgens de toekenningsbeschikking zou eindigen.
Artikel 10. Garantietoelage minimumloon
De militair wiens salaris - in voorkomend geval verhoogd met een
overbruggingstoelage - lager is dan het maandbedrag van het minimumloon
dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd,
heeft aanspraak op een garantietoelage minimumloon ten bedrage van het
verschil.
Hoofdstuk 3. Andere inkomsten
Artikel 11. Waarnemingstoelage
1.De militair die is belast met de volledige waarneming van een
functie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het Algemeen militair
ambtenarenreglement, heeft, indien aan die functie een hogere rang is
verbonden, voor de duur van de waarneming aanspraak op een
waarnemingstoelage.
2.De toelage wordt toegekend, indien de waarneming ten minste een
tijdvak van dertig aaneengesloten dagen heeft geduurd.
3.Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen de
bezoldiging waarop de militair aanspraak heeft en de bezoldiging
waarop hij aanspraak zou hebben, indien de waargenomen functie hem zou
zijn toegewezen en hij dientengevolge zou zijn bevorderd tot de aan
die functie verbonden rang.
Artikel 11a. Bevorderingstoeslag
1. De militair in fase twee of drie heeft tot en met 31 december
2009 bij een bevordering, als bedoeld in artikel 27, vierde lid, van
het Algemeen militair ambtenarenreglement, aanspraak op een eenmalige
toeslag.
2. Het bedrag van de toeslag is gelijk aan vier maal het verschil
tussen het salaris waarop hij aanspraak maakt na de bevordering en het
salaris waarop hij aanspraak maakte voor de bevordering.
Artikel 11b. Vaste vergoeding extra beslaglegging
1. Ter zake van extra beslaglegging ontvangt de militair een
maandelijkse toelage, bestaande uit een percentage van de voor hem
geldende bezoldiging.
2. In afwijking van het eerste lid wordt voor de militair die
aanspraak heeft op een afwijkende bezoldiging de toelage verminderd
overeenkomstig de mate waarin die bezoldiging afwijkt van de
bezoldiging bedoeld in het eerste lid.
3. Het percentage bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand
van het maandbedrag van de bezoldiging, volgens onderstaande tabel:
|
bezoldiging
|
|
|
percentage
|
|
t/m
|
€2.825,82
|
|
9,3%
|
|
van
|
€2.825,83 t/m
|
€3.230,44
|
8,8%
|
|
van
|
€3.230,45 t/m
|
€3.786,58
|
7,7%
|
|
van
|
€3.786,59 t/m
|
€6.285,04
|
6,3%
|
|
vanaf
|
€6.285,05
|
|
4,6%
|
4. Onder een afwijkende bezoldiging bedoeld in het tweede lid wordt
verstaan de bezoldiging in geval van:
a. ongeoorloofde afwezigheid;
b. vermissing;
c. verlof;
d. ziekte;
e. schorsing, vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis.
Artikel 12. Bindingspremie
1.De commandant operationeel commando kan aan een militair in fase
twee of drie, die zich verbindt om gedurende een bepaalde periode
onafgebroken deel uit te maken van het beroepspersoneel, een
bindingspremie toekennen.
2.Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de
toekenning van een bindingspremie.
Artikel 12a. Functioneringstoelage
1.Het hoofd defensieonderdeel kan aan een militair, die is
aangesteld bij het beroepspersoneel en het voor hem geldende
maximumsalaris heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen,
indien de wijze van functioneren van die militair daartoe naar het
oordeel van het hoofd defensieonderdeel aanleiding geeft.
2.De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van
tenminste één jaar.
3.De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het
voor de militair geldende salaris.
4.Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, wordt
bevorderd, niet zijnde een tijdelijke bevordering, komt de
functioneringstoelage met ingang van de datum van de bevordering te
vervallen.
5.Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet,
tijdelijk wordt bevorderd, wordt het bedrag van de
functioneringstoelage gedurende de tijd dat hij de tijdelijke rang
bekleedt, op nul gesteld.
6.Voor de toepassing van dit artikel wordt het maximumsalaris
bereikt voor:
a. de matroos der 1e klasse van de Koninklijke Marine: bij het
salarisnummer 11 of hoger;
b. de korporaal, de korporaal der 1e klasse van de Koninklijke
Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht en de marechaussee der 1e
klasse van de Koninklijke Marechaussee: bij het salarisnummer 15
of hoger.
Artikel 13. Beloningen
1.De commandant kan aan de militair die zich tijdens het verblijf
in werkelijke dienst bijzonder heeft onderscheiden door optreden of
gedragingen dan wel door buitengewone toewijding of bijzondere
loffelijke dienstverrichtingen, naar bij ministeriële regeling te
stellen regels, één of meer van de onderstaande beloningen
toekennen:
a. geschenk;
b. geldelijke beloning;
c. functioneringsgratificatie.
2.Het maximumbedrag van de beloningen wordt bij ministeriële
regeling vastgesteld.
Artikel 13a. Aanstellingspremie
1.Aan de militair die met goed gevolg zijn initiële opleiding
heeft volbracht kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels
een aanstellingspremie worden toegekend.
2.Indien de in het eerste lid bedoelde militair tijdens fase één
ontslag wordt verleend, betaalt hij de toegekende premie op een door
Onze minister te bepalen wijze terug.
3.Indien het in het tweede lid bedoelde ontslag niet of niet geheel
aan de militair valt te verwijten kan Onze Minister in afwijking van
het tweede lid bepalen dat de toegekende premie gedeeltelijk of niet
behoeft te worden terugbetaald.
Artikel 14. Vakantie-uitkering
1. De militair met aanspraak op salaris heeft aanspraak op een
vakantie-uitkering ten bedrage van 8 procent van de door hem genoten
bezoldiging, in voorkomend geval vermeerderd met:
a. de waarnemingstoelage;
b. de toelage officieren-arts, -tandarts, of -apotheker, zodra
deze laatstelijk gedurende vijf jaren onafgebroken is genoten;
c. de brevettoelage voor het vervullen van een eerste partij
bij de marinierskapel der Koninklijke marine;
d. de brevettoelage voor het vervullen van een solistenpartij
bij de marinierskapel der Koninklijke marine;
e. de vliegtoelage of de garantievliegtoelage;
f. de toelage woninghuur Koninklijke marechaussee;
g. het emolument van kleermakers, schoenmakers en barbiers der
zeemacht, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel l;
h. de toelage Huis van Hare Majesteit de Koningin.
2. Het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de
militair:
a. met salarisnummer 0: € 103,39;
b. met salarisnummer 1:€ 118,16;
c. met salarisnummer 2:€ 132,93;
d. met salarisnummer 3 of hoger: € 147,70.
3. Ten aanzien van de militair op wie artikel 17, eerste lid, van
toepassing is, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van
de inkomsten waarop die militair aanspraak zou hebben, indien de
verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden.
4. Indien de militair - anders dan op grond van artikel 17 -
aanspraak heeft op een gedeelte van de voor hem geldende inkomsten,
wordt het in het tweede lid bedoelde bedrag naar evenredigheid
verminderd.
Artikel 15. Eindejaarsuitkering
De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang
dan vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een
eindejaarsuitkering ten bedrage van 5,0% van de door hem genoten
bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van
de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld of
uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit
bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie na
toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling
geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of
bedrijf.
Artikel 15a [Vervallen per 02-08-2006]
Artikel 16. Overige inkomsten
Bij ministeriële regeling kan de militair aanspraak worden verleend
op:
a. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze
Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister
aangewezen bekwaamheid;
b. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar
het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of
inconveniënten zijn verbonden;
c. een toelage of - in de plaats daarvan - voorzieningen in
natura ter zake van het verblijf van de militair buiten Nederland;
d. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van
recepties en representatie;
e. een diensttijdgratificatie bij een - naar het oordeel van Onze
Minister - eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig of
vijfendertig jaren;
f. een toelage dan wel een toeslag, uitsluitend indien de
militair is aangesteld bij het reserve-personeel, in verband met het
handhaven van zijn inzetbaarheid;
g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van
communicatie;
h. een vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten van het
volgen van een cursus of opleiding alsmede de hiervoor benodigde
studiematerialen;
i. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor
zorg voor jonge kinderen bij inzet.
Hoofdstuk 4. Inkomsten tijdens bijzondere situaties
Artikel 17. Ziekte
1.De militair die wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten,
heeft, zodra die verhindering twaalf maanden heeft geduurd, aanspraak
op 70% van de inkomsten waarop hij aanspraak zou hebben, indien die
verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden.
2.Indien de militair, bedoeld in het eerste lid gedurende een
bepaalde tijd zwangerschaps- of bevallingsverlof op basis van artikel
3:1 van de Wet arbeid en zorg geniet wordt het betreffende tijdvak van
twaalf maanden met dat verlof verlengd.
3.Voor het bepalen van de in het eerste lid genoemde termijn – in
voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid – wordt een
opnieuw ingetreden verhindering tot dienstverrichting als voortzetting
van de voorgaande verhindering beschouwd, indien niet meer dan vier
weken zijn verstreken sinds de dag waarop de militair de dienst
volledig heeft hervat. Bij de vaststelling van de periode van vier
weken blijven perioden waarin zwangerschapsof bevallingsverlof wordt
genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, buiten
beschouwing.
4.In afwijking van het eerste lid heeft de militair ook na afloop
van de in lid 1 genoemde termijn – in voorkomend geval verlengd
ingevolge het tweede lid – aanspraak op de inkomsten waarop hij
aanspraak zou hebben, indien die verhindering tot dienstverrichting
niet was ingetreden:
a. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te
verrichten naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in
overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan hem
opgedragen werkzaamheden of diensten of in de bijzondere
omstandigheden waaronder deze moeten worden verricht, en –
rekening houdend met de werkzaamheden of diensten en
omstandigheden – niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid te
wijten;
b. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof
wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
5.In afwijking van het eerste lid heeft de militair ook na het
eerste tijdvak van twaalf maanden recht op doorbetaling van zijn
inkomsten over het aantal uren dat hij loonvormende arbeid heeft
verricht, niet zijnde reïntegratieactiviteiten waaronder
therapeutische arbeid, onderwijs of scholing.
6.In afwijking van het vijfde lid wordt onderwijs of scholing
beschouwd als loonvormende arbeid indien:
a. dit onderwijs of deze scholing is gekoppeld aan de
functievervulling van een voor de militair beschikbare functie;
b. dit onderwijs of deze scholing plaats vindt binnen een
erkend reïntegratietraject en gericht is op concrete
arbeidsmogelijkheden buiten Defensie en is goedgekeurd door de
reïntegratie-autoriteit van Defensie.
7.In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel in de
situaties, genoemd in het vijfde en zesde lid, bepalen dat de niet
genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de
militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan
de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet
betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem
aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het
Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
8.Het vijfde tot en met zevende lid is niet van toepassing indien
sprake is van samenloop, bedoeld in artikel 17a, met een uitkering op
grond van en werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg.
Artikel 17a. Samenloop tijdens ziekte van inkomsten en uitkering op
grond van een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een
bovenwettelijke regeling
1. Indien de militair, bedoeld in artikel 17, ter zake van de
betrekking waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging
voortvloeit, recht heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van
een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een
bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering(en)
in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge artikel 17
recht heeft.
2. Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
door de militair de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de
Wet arbeid en zorg, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een
vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of
gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de
toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die
onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van
de WAO die in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de
toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond
van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid
van 80% of meer.
3. Indien ten aanzien van de wettelijke uitkering een verplichting
wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het hoofd
defensieonderdeel zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan
wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag aan inkomsten
waarop de militair ingevolge het eerste lid aanspraak heeft.
4. In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel bepalen
dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan
aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen
dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel
resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald,
indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in
artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn
voordeel is beslist.
5. Het in het derde lid bedoelde verplichtingen- en sanctieregime
is van overeenkomstige toepassing indien de militair bij doorbetaling
van bezoldiging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid de in dat lid
bedoelde aanspraak niet had kunnen hebben.
Artikel 17b. Inkomsten tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
1.Indien aan de vrouwelijke militair zwangerschaps- en
bevallingsverlof is verleend, behoudt zij haar aanspraak op inkomsten.
2.De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke militair door
tussenkomst van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3
van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze
uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het
zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop
de vrouwelijke militair het recht op de uitkering wil laten ingaan,
worden aangevraagd.
3.Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en
bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een
bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op
basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het hoofd
defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop
een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het eerste lid
toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
4.Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering
als bedoeld in het tweede lid is voldaan maar geen uitkering is
toegekend omdat de vrouwelijke militair geen aanvraag heeft ingediend,
wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast.
Artikel 17c. Inkomsten tijdens adoptieverlof
1.Indien aan de militair door de commandant adoptieverlof op basis
van artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en
zorg is verleend behoudt hij zijn aanspraak op inkomsten.
2.De commandant draagt ervoor zorg dat de militair door tussenkomst
van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet
arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze
uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het
adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de militair het recht
op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
3.Indien de militair aan wie adoptieverlof is verleend gedurende
dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens
recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt
door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is
van samenloop een inhouding op de doorbetaling, bedoeld in het eerste
lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
4.Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering
als bedoeld in het derde lid is voldaan maar geen uitkering is
toegekend omdat de militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het
derde lid op overeenkomstige wijze toegepast.
Artikel 17d. Samenloop inkomsten en financiële tegemoetkoming
loopbaanonderbreking op basis van de Wet arbeid en zorg
1.De commandant wijst de militair, aan wie buitengewoon verlof in
het kader van arbeid en zorg met geheel of gedeeltelijk behoud van
inkomsten op basis van paragraaf 4b van hoofdstuk 8 van het Algemeen
militair ambtenarenreglement is verleend, in voorkomend geval op de
mogelijkheden tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op
basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
2.Indien de militair gedurende het verlof, bedoeld in eerste lid,
of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op
een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet
arbeid en zorg, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de
periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de
doorbetaling van die inkomsten toegepast.
De inhouding bedraagt maximaal het bedrag van de in het eerste lid
bedoelde tegemoetkoming en voor zover in totaal door de samenloop 100%
van de inkomsten wordt overschreden.
3.Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde
voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is
voldaan maar door toedoen van de militair geen financiële
tegemoetkoming is toegekend, kan het tweede lid op overeenkomstige
wijze worden toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de
financiële tegemoetkoming die aan de militair zou zijn toegekend
indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
Artikel 18. Ongeoorloofde afwezigheid
Voor elke volledige dag dat de militair zich aan zijn
dienstverplichtingen onttrekt, heeft hij geen aanspraak op inkomsten.
Artikel 19. Schorsing
1.Bij de militair die ingevolge artikel 34, eerste lid, dan wel
ingevolge artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen
militair ambtenarenreglement is geschorst, wordt door de commandant
voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de
inkomsten, tenzij het hoofd defensieonderdeel bepaalt dat geen
inhouding zal plaatsvinden.
2.In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer
duurt dan zes weken, kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat
gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding
plaatsvindt tot het volle bedrag der inkomsten. Bij de afweging
omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de
militair in de beschouwing betrokken.
3.Bij de militair die ingevolge artikel 34, tweede lid, onder c,
van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst, vindt geen
inhouding van inkomsten plaats.
4.De ingehouden inkomsten kunnen alsnog geheel of gedeeltelijk aan
de militair worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld in
artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair
ambtenarenreglement niet wordt gevolgd door een veroordeling tot een
onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel of
ontslag uit de militaire dienst. Op de aldus uit te keren inkomsten
worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de militair sedert de
schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de
schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van
het hoofd defensieonderdeel, onredelijk of onbillijk is.
Artikel 20 [Vervallen per 23-06-2004]
Artikel 21. Krijgsgevangenschap en internering
De militair die zich in krijgsgevangenschap bevindt of door een
vreemde mogendheid is geïnterneerd, behoudt aanspraak op inkomsten,
tenzij Onze Minister anders bepaalt.
Artikel 22. Vermissing
1.Indien de militair wordt vermist en gegronde redenen bestaan om
aan te nemen dat hij zich aan zijn dienstverplichtingen onttrekt, dan
wel zich in krijgsgevangenschap bevindt of door een vreemde mogendheid
is geïnterneerd, is artikel 18, onderscheidenlijk 21 van
overeenkomstige toepassing.
2.Indien de militair wordt vermist en het eerste lid niet van
toepassing is, wordt de militair geacht te zijn overleden op de dag
waarop hij wordt vermist.
3.Indien blijkt dat een op grond van het eerste of tweede lid
gemaakte veronderstelling onjuist is geweest, stelt het hoofd
defensieonderdeel de aanspraak op inkomsten met betrekking tot het
tijdvak waarin de militair vermist is geweest vast in overeenstemming
met de overige bepalingen van dit besluit. Daarbij geldt dat enerzijds
kan worden bepaald dat eventueel te veel betaalde bedragen niet worden
teruggevorderd, maar dat anderzijds rekening kan worden gehouden met:
a. een eventueel aan de gezinsleden van de militair toegekend
tijdelijk pensioen;
b. een eventueel aan nabestaanden van de militair toegekende
uitkering op grond van artikel 16, derde lid;
c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of
zijn gezinsleden tijdens de duur van de vermissing van de militair
in verband daarmede zijn genoten.
Artikel 23. Samenloop
1. Onverminderd het tweede lid kan het hoofd defensieonderdeel het
bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak
heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de
geldelijke inkomsten waarop die militair over hetzelfde tijdvak
aanspraak heeft uit of in verband met arbeid of bedrijf anders dan als
militair. Dit geldt uitsluitend, indien laatstbedoelde geldelijke
inkomsten zijn verkregen uit of in verband met werkzaamheden, verricht
gedurende de voor de militair geldende werktijd, bedoeld in artikel
54a, onder d, van het Algemeen militair ambtenarenreglement. De
vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als
militair.
2. Indien de militair, bedoeld in artikel 17, eerste lid, tijdens
verhindering tot dienstverrichting in het belang van zijn genezing
door de militair geneeskundige dienst wenselijk geachte arbeid voor
zichzelf of voor derden verricht, worden - in afwijking van het eerste
lid - de geldelijke inkomsten uit die arbeid slechts op zijn inkomsten
als militair in mindering gebracht, voor zover de inkomsten uit die
arbeid 30 procent van zijn inkomsten als militair te boven gaan.
3. Indien de militair reeds vóór het tijdstip waarop hij de in
het eerste lid bedoelde werkzaamheden heeft aangevangen, naast zijn
inkomsten als militair tevens inkomsten uit of in verband met arbeid
of bedrijf genoot, worden die inkomsten niet in aanmerking genomen bij
de toepassing van het eerste lid. Dit is uitsluitend het geval, indien
hij aannemelijk kan maken dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
verhoogde werkzaamheden of van andere oorzaken die verband houden met
de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de militair reeds vóór het tijdstip waarop hij de in
het eerste lid bedoelde werkzaamheden heeft aangevangen, inkomsten uit
of in verband met arbeid of bedrijf genoot en hij na dat tijdstip meer
inkomsten gaat genieten, worden die meerdere inkomsten in aanmerking
genomen bij de toepassing van het eerste lid, tenzij hij aannemelijk
kan maken dat die meerdere inkomsten niet het gevolg zijn van
verhoogde werkzaamheden of van andere oorzaken die verband houden met
de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.
5. Het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak
aanspraak heeft, wordt verminderd met het bedrag van de geldelijke
uitkeringen waarop hij met betrekking tot hetzelfde tijdvak krachtens
een sociale verzekeringswet aanspraak heeft. Dit geldt uitsluitend,
indien die geldelijke uitkeringen in de plaats zijn getreden van
geldelijke inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, die met
toepassing van het eerste lid in mindering zijn of zouden zijn
gebracht tot ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair.
6. Het hoofd defensieonderdeel kan het bedrag aan inkomsten waarop
de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het
gehele of gedeeltelijke bedrag van de vaste vergoeding waarop de
militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft in verband met een
functie in een publiekrechtelijk college waarvoor hem over dat tijdvak
het in artikel 12c, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931
bedoelde verlof is verleend. De vermindering bedraagt ten hoogste het
bedrag van de inkomsten als militair.
7. De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is
gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met
arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een
functie in een publiekrechtelijk college te melden aan het hoofd
defensieonderdeel onder overlegging van een gespecificeerde opgave van
die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen.
Hoofdstuk 4a. Inhoudingen en berekeningsgrondslagen pensioenen
Artikel 23a. Berekeningsgrondslag pensioenen
1. Als inkomstenbestanddelen ingevolge dit besluit gelden, bij de
berekening van de grondslag voor militair ouderdoms- en
nabestaandenpensioen en pensioen ter zake van ziekten of gebreken naar
de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen
regels, uitsluitend:
a. de bezoldiging;
b. de vakantie-uitkering, met uitzondering van dat deel, dat als
een tijdelijk bestanddeel van de inkomsten wordt aangemerkt;
c. de eindejaarsuitkering;
d. de vliegtoelage;
e. de garantievliegtoelage;
f. de toelage Huis van H.M. de Koningin;
g. de functioneringstoelage, indien deze voor ten minste vijf jaren
onafgebroken is toegekend;
h. de toelage officieren-arts, officieren-tandarts en
officieren-apotheker, zodra deze toelage laatstelijk gedurende vijf
jaren onafgebroken is genoten;
i. de toelage officieren-medisch specialist, zodra deze toelage
laatstelijk gedurende vijf jaren onafgebroken is genoten;
j. de brevettoelage marinierskapel;
k. een op grond van artikel 26 van dit besluit dan wel een voor 1
januari 2009 op grond van artikel 115 van het Algemeen militair
ambtenarenreglement toegekende schadeloosstelling, vergoeding of
tegemoetkoming, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister,
een vast onderdeel van zijn inkomen vormt;
l. de door Onze Minister te schatten geldswaarden per jaar van het
emolument van kleermakers, schoenmakers en barbiers der zeemacht
wegens werkzaamheden ten dienste van de militairen, welke schatting
niet individueel geschiedt doch voor alle kleermakers, schoenmakers en
barbiers naar een voor elk van deze categorieën te bepalen bedrag,
berekend naar de gemiddelde inkomsten, welke door elke categorie
jaarlijks uit het bedrijf wordt genoten;
m. het emolument huisvesting Koninklijke marechaussee;
n. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die
zich in fase twee of drie bevindt, voor zover hij deze na 31 december
2001 heeft genoten, met uitzondering van de militair, bedoeld in het
vierde lid.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de gewezen
militair die een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen
militairen geniet en voor wie de ontslagleeftijd met ingang van 1
januari 2006 bij of krachtens artikel 12 van de Militaire
Ambtenarenwet 1931 is gewijzigd.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de gewezen
militair die een ontslaguitkering, waaronder tevens te begrijpen een
uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen, geniet in de
zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen
vastgestelde regels, met dien verstande dat onderdeel n van het eerste
lid niet als inkomensbestanddeel bij de berekening van de
pensioengrondslag wordt meegenomen.
4. Met de uitzondering genoemd in het eerste lid, onderdeel n,
wordt bedoeld:
a. de militair van de zeemacht zonder rang, of die een rang
bekleedt lager dan luitenant ter zee der derde klasse die in het
jaar 2002, 2003, 2004 of 2005 de leeftijd van vijftig jaar heeft
bereikt;
b. de militair van de zeemacht, die de rang bekleedt van
luitenant ter zee der derde klasse, luitenant ter zee der tweede
klasse of luitenant ter zee der tweede klasse oudste categorie,
die in het jaar 2002, 2003, 2004 of 2005 de leeftijd van
tweeënvijftig jaar heeft bereikt;
c. de militair van de zeemacht die de rang bekleedt van
luitenant ter zee der eerste klasse, of een hogere rang, die:
1°. van 1 januari 2002 tot en met 30 juni 2002 de leeftijd
van drieënvijftig jaar en zes maanden heeft bereikt;
2°. van 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003 de leeftijd
van drieënvijftig jaar en negen maanden heeft bereikt;
3°. van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2005 de leeftijd
van vierenvijftig jaar heeft bereikt;
4°. van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006 de leeftijd
van vierenvijftig jaar en drie maanden heeft bereikt;
5°. van 1 juli 2006 tot en met 30 juni 2007 de leeftijd
van vierenvijftig jaar en zes maanden bereikt;
6°. van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008 de leeftijd
van vierenvijftig jaar en negen maanden bereikt;
7°. van 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008 de
leeftijd van vijfenvijftig jaar bereikt;
d. de overige militairen die in het jaar 2002, 2003, 2004 en
2005 de leeftijd van vijfenvijftig jaar hebben bereikt.
Artikel 23b. Eigen bijdrage en tijdelijke aanvullende eigen bijdrage
1.De eigen bijdrage van de militair aan het
arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het
pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge
artikel 4, vijfde lid van de Wet privatisering ABP van een
overheidswerknemer, die met die militair kan worden gelijkgesteld,
door de sectorwerkgever wordt geheven.
2.De eigen bijdrage van de gewezen militair aan het
arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het
pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge
artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP van een gewezen
overheidswerknemer, die met die gewezen militair kan worden
gelijkgesteld, door de voor de ontslaguitkering zorgdragende instantie
wordt geheven.
3.De tijdelijke aanvullende eigen bijdrage van de militair en de
gewezen militair aan het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt
een door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge de
Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen extra bijdrage in de
jaren 2004 tot en met 2006. Deze bijdrage wordt geheven over de
bijdragegrondslag die geldt voor het pensioenbijdrageverhaal voor het
ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de desbetreffende jaren.
Artikel 23c. Pseudo-pensioenpremie VEB
1.Op de inkomsten van de militair bedoeld in artikel 23a, vierde
lid, wordt een pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra
beslaglegging ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die
verhaald zou zijn indien op basis van artikel 23a, onderdeel n, de
vaste vergoeding voor extra beslaglegging voor zover hij deze na 31
december 2001 heeft genoten, tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
2.De pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging wordt
op de datum dat hij met leeftijdsontslag gaat gerestitueerd aan de
militair, uitgezonderd de militair bedoeld in het derde en vierde lid.
3.Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december
2002 de leeftijd bereikt waarop hij twee jaren ouder is dan de voor
hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR wordt de
pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging op de datum
van eerstbedoelde leeftijd omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de
vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag
voor het pensioen gerekend.
4.Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december
2002 met leeftijdsontslag gaat en op de ontslagdatum twee jaar ouder
is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld
in artikel 39a AMAR, wordt de pseudo-pensioenpremie vergoeding voor
extra beslaglegging op de datum van ontslag omgezet in een
pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging
tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
5.Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige
toepassing indien deze militair komt te overlijden voordat hij is
ontslagen, te rekenen naar de overlijdensdatum.
Artikel 23d. Pseudo-pensioenpremietoelage officieren-medisch
specialist
1.Over de toelage bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i,
wordt, zolang niet is uitgesloten dat aan de in dat onderdeel bedoelde
voorwaarde zal worden voldaan, een pseudo-pensioenpremie ingehouden,
overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn, indien die
toelage tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
2.De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie is
verschuldigd, totdat blijkt dat aan de in artikel 23a, eerste lid,
onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
3.De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie over de
toelage wordt aan de militair gerestitueerd, zodra die toelage niet
meer wordt genoten en is uitgesloten dat aan de in artikel 23a, eerste
lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde zal worden voldaan.
4.Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de
militair komt te overlijden en niet aan de in artikel 23a, eerste lid,
onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
5.Ter voldoening aan de inartikel 23a, eerste lid, onderdeel i,
bedoelde voorwaarde, wordt voor de militair die vóór 1 juni 2006 met
leeftijdsontslag gaat mede onder de toelage officieren-medisch
specialist begrepen: de bijzondere tegemoetkoming, toegekend aan de
officieren-medisch specialist op grond van artikel 115 van het
Algemeen Militair Ambtenarenreglement.
6.Indien de in het vijfde lid bedoelde militair op de ontslagdatum
ten minste twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende
ontslagleeftijd, bedoeld in artikel 39a van het Algemeen Militair
Ambtenarenreglement, wordt de toelage aangemerkt als toelage die aan
de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde
voldoet.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 24 [Vervallen per 02-08-2006]
Artikel 24a. Overgangsbepaling overbruggingstoelage
De militair die op 31 mei 2001 aanspraak had op een
overbruggingstoelage op grond van artikel 9, eerste lid, onder b,
volgens de bepalingen van dit besluit zoals deze luidden op 31 mei 2001,
behoudt zijn aanspraak op de overbruggingstoelage volgens de bepalingen
van dit besluit zoals deze luidden op voornoemde datum.
Artikel 25. Vakantie-uitkering
Bij de vaststelling van de grondslag voor de vakantie-uitkering wordt
in voorkomend geval het ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen bepaalde emolument huisvesting Koninklijke
marechaussee, mede in aanmerking genomen.
Artikel 25a. Mandaatverlening
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen
als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen c en d, kan mandaat
worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van
Defensie.
Artikel 26. Hardheidsclausule
Indien de billijkheid dat vordert, kan Onze Minister de militair
schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke
tegemoetkoming toekennen.
Artikel 27 [Vervallen per 24-12-1997]
Artikel 28 [Vervallen per 24-12-1997]
Artikel 29. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. Indien
het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 1995, treedt het in werking met ingang van de
dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 30. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit militairen.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 22 december 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van Defensie,
J.C.
Gmelich Meijling
Uitgegeven de achttiende
januari 1996
De Minister van Justitie,
W.
Sorgdrager
Bijlage A (IBM, artikel 4)
Salarisschalen voor de militairen van
de Koninklijke marine met ingang van 1 maart 2009
|
salaris-
nummer |
matr3 |
matr2 |
matr1 |
kpl |
sgt |
smjr |
aoo |
ltz3 |
ltz2 |
ltz2oc |
ltz1 |
kltz |
ktz |
cdr |
sbn |
vadm |
ltadm |
|
0 |
894,67 |
932,28 |
1285,08 |
1315,06 |
1355,73 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
1003,97 |
1046,65 |
1468,57 |
1502,62 |
1549,40 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
1126,98 |
1174,26 |
1652,08 |
1690,71 |
1743,07 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
1263,71 |
1317,08 |
1835,58 |
1878,30 |
1936,76 |
2021,65 |
2098,92 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
1366,40 |
1428,40 |
1901,67 |
1924,04 |
1980,98 |
2060,28 |
2137,04 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
1570,24 |
1615,47 |
1935,75 |
1971,32 |
2021,65 |
2101,46 |
2175,17 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
1588,03 |
1639,89 |
1973,34 |
2005,88 |
2060,28 |
2140,09 |
2184,81 |
2234,11 |
2336,82 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
1606,84 |
1665,29 |
2001,82 |
2040,97 |
2101,46 |
2178,22 |
2223,44 |
2341,90 |
2444,58 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
1625,66 |
1690,71 |
2029,27 |
2074,51 |
2140,09 |
2212,78 |
2263,60 |
2450,17 |
2551,84 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
1644,47 |
1715,63 |
2056,71 |
2110,10 |
2178,22 |
2250,90 |
2303,75 |
2528,44 |
2640,80 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
1663,27 |
1741,55 |
2085,20 |
2142,62 |
2212,78 |
2290,54 |
2342,90 |
2613,34 |
2724,16 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
1682,08 |
1767,46 |
2114,14 |
2175,17 |
2250,90 |
2331,22 |
2384,08 |
2699,75 |
2802,96 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
,, |
,, |
,, |
2209,72 |
2290,54 |
2366,79 |
2424,23 |
2773,98 |
2885,80 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13 |
,, |
,, |
,, |
2242,25 |
2331,22 |
2401,87 |
2465,40 |
2855,82 |
2961,55 |
3144,55 |
|
|
|
|
|
|
|
|
14 |
,, |
,, |
,, |
2277,84 |
2366,79 |
2424,23 |
2506,09 |
2933,08 |
3030,70 |
3218,25 |
|
|
|
|
|
|
|
|
15 |
,, |
,, |
,, |
2312,42 |
2401,87 |
2464,40 |
2547,26 |
3001,70 |
3104,40 |
3295,02 |
|
|
|
|
|
|
|
|
16 |
,, |
,, |
,, |
2345,96 |
2440,51 |
2504,04 |
2591,99 |
,, |
3162,85 |
3348,38 |
|
|
|
|
|
|
|
|
17 |
,, |
,, |
2159,40 |
2384,08 |
2478,13 |
2544,21 |
2636,72 |
,, |
3218,77 |
3397,19 |
|
|
|
|
|
|
|
|
18 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2515,23 |
2588,44 |
2680,96 |
,, |
3277,22 |
3445,47 |
3647,28 |
|
|
|
|
|
|
|
19 |
,, |
,, |
2204,13 |
,, |
2554,38 |
2634,69 |
2719,08 |
,, |
3329,07 |
3498,86 |
3764,21 |
|
|
|
|
|
|
|
20 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2597,06 |
2675,87 |
2756,68 |
,, |
3410,92 |
3548,18 |
3879,10 |
3987,37 |
|
|
|
|
|
|
21 |
,, |
,, |
2249,89 |
,, |
2634,69 |
2715,51 |
2797,88 |
,, |
3483,61 |
3624,42 |
3989,90 |
4127,16 |
|
|
|
|
|
|
22 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2675,87 |
2754,64 |
2838,03 |
,, |
3561,90 |
3708,80 |
4101,24 |
4233,92 |
|
|
|
|
|
|
23 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2715,51 |
2795,83 |
2878,70 |
,, |
,, |
3789,62 |
4207,48 |
4347,27 |
|
|
|
|
|
|
24 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2837,51 |
2917,85 |
,, |
,, |
3869,44 |
4319,81 |
4458,59 |
|
|
|
|
|
|
25 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2878,70 |
2954,43 |
,, |
,, |
,, |
4430,12 |
4565,85 |
|
|
|
|
|
|
26 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2918,86 |
3010,36 |
,, |
,, |
,, |
4535,86 |
4677,17 |
|
|
|
|
|
|
27 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2956,47 |
3067,29 |
,, |
,, |
,, |
4630,91 |
4788,00 |
|
|
|
|
|
|
28 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
3125,73 |
,, |
,, |
,, |
4725,97 |
4899,31 |
5003,00 |
|
|
|
|
|
29 |
,, |
,, |
2296,15 |
,, |
,, |
,, |
3184,71 |
,, |
,, |
,, |
4820,53 |
5009,12 |
5273,46 |
|
|
|
|
|
30 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
3243,16 |
,, |
,, |
,, |
4914,06 |
5119,92 |
5399,01 |
|
|
|
|
|
31 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
4958,28 |
5230,77 |
5525,09 |
|
|
|
|
|
32 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5002,01 |
5312,08 |
5643,01 |
|
|
|
|
|
33 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5123,49 |
5413,24 |
5828,02 |
6029,35 |
6923,50 |
|
|
|
34 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5511,37 |
6015,63 |
6323,68 |
7115,65 |
|
|
|
35 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5647,07 |
6268,26 |
6741,51 |
7459,79 |
|
|
|
36 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5854,50 |
6529,54 |
6947,39 |
7811,06 |
|
|
|
37 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
6797,42 |
7331,20 |
8169,44 |
|
|
|
38 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
7068,89 |
7725,64 |
8537,95 |
8919,86 |
9501,91 |
M.i.v. 01-04-08 vadm € 9098,26 en
ltadm € 9691,95
Bijlage B (IBM, artikel 4)
Salarisschalen voor de militairen van
de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de
Koninklijke marechaussee met ingang van 1 maart 2009
|
sala-
ris-
num-
mer |
sld3
mar4 |
sld2
mar3 |
sld1 |
mar2 |
kpl/kpl1
mar1 |
sgt |
sgt1 |
sm |
aoo |
tlnt |
elnt |
kap |
maj |
lkol |
kol |
bgen |
genm |
lgen |
gen |
|
0 |
894,67 |
932,28 |
1142,22 |
1142,22 |
1209,32 |
1278,96 |
|
1329,80 |
1380,63 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
1003,97 |
1046,65 |
1305,39 |
1305,39 |
1382,15 |
1461,46 |
|
1519,40 |
1577,86 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
1126,98 |
1174,26 |
1468,07 |
1468,07 |
1554,99 |
1644,47 |
|
1709,53 |
1775,10 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
1263,71 |
1317,08 |
1631,25 |
1631,25 |
1727,83 |
1826,95 |
1852,36 |
1899,65 |
1972,34 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
1366,40 |
1428,40 |
1672,93 |
1672,93 |
1779,17 |
1885,40 |
1912,35 |
1972,34 |
2051,64 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
1570,24 |
1615,47 |
1716,13 |
1716,13 |
1810,17 |
1943,87 |
1972,34 |
2021,65 |
2084,17 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
1588,03 |
1639,89 |
1761,88 |
1761,88 |
1840,68 |
1973,34 |
2021,65 |
2084,17 |
2114,14 |
2194,98 |
2268,19 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
1606,84 |
1665,29 |
1796,46 |
1796,46 |
1869,65 |
2001,82 |
2051,64 |
2114,14 |
2146,69 |
2306,81 |
2381,03 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
1625,66 |
1690,71 |
1831,02 |
1831,02 |
1900,66 |
2030,80 |
2084,17 |
2146,69 |
2178,22 |
2416,11 |
2495,42 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 |
1644,47 |
1715,63 |
1864,06 |
1864,06 |
1928,62 |
2059,25 |
2114,14 |
2178,22 |
2277,84 |
2495,42 |
2574,21 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
1663,27 |
1741,55 |
1898,62 |
1898,62 |
1961,15 |
2088,73 |
2146,69 |
2211,77 |
2312,42 |
2574,21 |
2663,15 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
1682,08 |
1767,46 |
1930,66 |
1930,66 |
1990,13 |
2116,18 |
2178,22 |
2243,27 |
2345,96 |
2663,15 |
2741,44 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
,, |
,, |
1967,26 |
1967,26 |
2017,58 |
2142,62 |
2211,77 |
2277,84 |
2384,08 |
2741,44 |
2820,22 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13 |
,, |
,, |
1998,75 |
1998,75 |
2045,53 |
2175,17 |
2243,27 |
2312,42 |
2421,18 |
2820,22 |
2900,55 |
3066,78 |
|
|
|
|
|
|
|
|
14 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2072,98 |
2209,72 |
2277,84 |
2345,96 |
2459,80 |
2900,55 |
2973,25 |
3132,35 |
|
|
|
|
|
|
|
|
15 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2101,46 |
2242,25 |
2312,42 |
2384,08 |
2498,46 |
2973,25 |
3038,82 |
3198,95 |
|
|
|
|
|
|
|
|
16 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2277,84 |
2345,96 |
2421,18 |
2537,09 |
,, |
3109,48 |
3267,58 |
|
|
|
|
|
|
|
|
17 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2312,42 |
2384,08 |
2459,80 |
2576,23 |
,, |
3178,10 |
3331,62 |
|
|
|
|
|
|
|
|
18 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2345,96 |
2421,18 |
2498,46 |
2625,55 |
,, |
3248,76 |
3394,63 |
|
|
|
|
|
|
|
|
19 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2384,08 |
2459,80 |
2537,09 |
2664,17 |
,, |
3316,38 |
3455,65 |
3650,86 |
|
|
|
|
|
|
|
20 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2498,46 |
2576,23 |
2705,36 |
,, |
3378,90 |
3516,65 |
3766,75 |
3918,23 |
|
|
|
|
|
|
21 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2146,69 |
,, |
2537,09 |
2625,55 |
2739,93 |
,, |
3432,78 |
3583,75 |
3880,63 |
4027,52 |
|
|
|
|
|
|
22 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2576,23 |
2664,17 |
2777,03 |
,, |
3498,86 |
3649,85 |
3990,93 |
4138,85 |
|
|
|
|
|
|
23 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2191,43 |
,, |
,, |
2705,36 |
2815,66 |
,, |
,, |
3722,53 |
4102,76 |
4245,60 |
|
|
|
|
|
|
24 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2739,93 |
2856,84 |
,, |
,, |
3791,65 |
4210,53 |
4358,97 |
|
|
|
|
|
|
25 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2237,17 |
,, |
,, |
2777,03 |
2894,96 |
,, |
,, |
,, |
4324,39 |
4470,27 |
|
|
|
|
|
|
26 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2815,66 |
2956,47 |
,, |
,, |
,, |
4436,22 |
4577,54 |
|
|
|
|
|
|
27 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2856,84 |
3014,43 |
,, |
,, |
,, |
4543,99 |
4688,87 |
|
|
|
|
|
|
28 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
2894,96 |
3072,87 |
,, |
,, |
,, |
4656,35 |
4799,68 |
4923,20 |
|
|
|
|
|
29 |
,, |
,, |
,, |
,, |
2283,45 |
,, |
,, |
,, |
3133,36 |
,, |
,, |
,, |
4744,27 |
4928,80 |
5212,96 |
|
|
|
|
|
30 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
3192,83 |
,, |
,, |
,, |
4900,85 |
5059,44 |
5354,78 |
|
|
|
|
|
31 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
4958,28 |
5189,57 |
5496,11 |
|
|
|
|
|
32 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5002,01 |
5312,08 |
5643,01 |
|
|
|
|
|
33 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5123,49 |
5413,24 |
5828,02 |
6029,35 |
6923,50 |
|
|
|
34 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5511,37 |
6015,63 |
6323,68 |
7115,65 |
|
|
|
35 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5647,07 |
6268,26 |
6741,51 |
7459,79 |
|
|
|
36 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
5854,50 |
6529,54 |
6947,39 |
7811,06 |
|
|
|
37 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
6797,42 |
7331,20 |
8169,44 |
|
|
|
38 |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
,, |
7068,89 |
7725,64 |
8537,95 |
8919,86 |
9501,91 |
M.i.v. 01-04-09 lgen € 9098,26 en
gen € 9691,95
Bijlage C [Vervallen per 02-08-2006]
|