St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Ambtenarenwet (AW)

 

REGELING  BUITENGEWOON  VERLOF  EX-MIJNWERKERS  IN  RIJKSOVERHEIDSDIENST

Tekst zoals deze geldt op 29 januari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

 

 

 
BESLUIT van 11 oktober 1980, houdende vaststelling van regelen tot toekenning van buitengewoon verlof

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 15 augustus 1980, nr. AB80/U1614, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, Afdeling Algemene en Juridische Zaken;
     Gelet op de artikelen 125, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 1929, 530);
     De Raad van State gehoord (advies van 17 september 1980, nr. 800910/4);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 7 oktober 1980, nr. AB80/1910, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, Afdeling Algemene en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Dit besluit verstaat onder:

a. betrokkene: degene die krachtens aanstelling of op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst is van het Rijk of een zijner diensten, bedrijven of instellingen en die door middel van een schriftelijke verklaring van de Stichting Beheer Pensioenfondsen "A.Z.L.", te Heerlen, kan aantonen dat hij aanspraak kan maken op uitkering krachtens de Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers;

b. het bevoegd gezag: het gezag dat bevoegd is tot het verlenen van ontslag aan een betrokkene;

c. Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers: het besluit van de Minister van Sociale Zaken van 20 juni 1979, nr. 53041 (Stcrt. nr. 120).

Artikel 2

1. Het bevoegd gezag verleent aan de betrokkene op aanvraag verzoek buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging.

2. Het buitengewoon verlof wordt verleend voor de periode dat de betrokkene recht op uitkering heeft krachtens de Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers, met dien verstande dat het bevoegd gezag de betrokkene ontslag verleent, onderscheidenlijk het dienstverband met de betrokkene beëindigt met ingang van de datum waarop het recht op uitkering eindigt.

3. Onverminderd het tweede lid kan het buitengewoon verlof niet tussentijds worden beëindigd.

Artikel 3

Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken voor de uitvoering van dit besluit nadere voorschriften geven.

Artikel 4

Dit besluit kan worden aangehaald als: Regeling buitengewoon verlof ex-mijnwerkers in rijksoverheidsdienst.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

 

Lage Vuursche, 11 oktober 1980

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. Wiegel

 

Uitgegeven de drieëntwintigste oktober 1980
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Ambtenarenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x