| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Arbeidsomstandighedenwet
(Arbowet)
ASBESTVERWIJDERINGSBESLUIT
2005
Tekst zoals deze geldt op
20 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 16 december 2005, houdende vaststelling van regels voor
het inventariseren van asbest en het verwijderen van asbest in het
algemeen en uit een bouwwerk in het bijzonder en in verband hiermee een
wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Asbestverwijderingsbesluit
2005)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 april 2005, nr.
MJZ2005029056, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan
mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en
in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van
Economische Zaken;
Gelet op artikel 7 van Richtlijn nr. 87/217/EEG van de Raad van 19
maart 1987 inzake voorkoming en vermindering van verontreiniging van het
milieu door asbest (PbEG L 85), artikel 1, onderdelen 11, 13 en 14, voor
zover het betreft artikel 12 ter, van Richtlijn nr. 2003/18/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 27 maart 2003 (PbEU L 97) tot
wijziging van Richtlijn nr. 83/477/EEG van de Raad betreffende de
bescherming van werknemers tegen de risicos van blootstelling van
asbest op het werk, de artikelen 24, 35, vierde lid, en 39, derde lid,
van de Wet milieugevaarlijke stoffen, de artikelen 8, achtste lid,
juncto 8, tweede lid, onderdeel d en h, en 120 van de Woningwet
voor zover het betreft artikel 10, alsmede de artikelen 16, 20, 21, 22,
23 en 33, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 voor zover het
betreft artikel 12 en artikel 8.44, eerste lid, van de Wet milieubeheer
voor zover het betreft artikel 13;
De Raad van State gehoord (advies van 14 juli 2005, nr.
W08.05.0120/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 december
2005, nr. DJZ2005215654, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving,
uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en in overeenstemming met Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat en Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsomschrijvingen en toepassingsbereik
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. asbest: de volgende vezelachtige silicaten: actinoliet (CAS-nummer
77536-66-4), amosiet (CAS-nummer 12172-73-5), anthofylliet (CAS-nummer
77536-67-5), chrysotiel (CAS-nummer 12001-29-5), crocidoliet (CAS-nummer
12001-28-4) en tremoliet (CAS-nummer 77536-68-6);
b. asbestinventarisatierapport: rapport dat voldoet aan de
eisen, gesteld in artikel 4.54a, eerste, derde en vierde lid, van
het Arbeidsomstandighedenbesluit;
c. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
d. object: constructie, installatie, apparaat of
transportmiddel, niet zijnde een bouwwerk;
e. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1,
eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
f. sloopvergunning: vergunning voor een sloopactiviteit als
bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.
2. In dit besluit wordt onder woning verstaan hetgeen daaronder
wordt verstaan in de Woningwet.
Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. puin, puingranulaat, bodem, grond, slib, baggerspecie en
grondwater;
b. producten waaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens het
Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur.
§ 2. Asbestinventarisatie
Artikel 3
1.Degene die:
a. anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een
bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk afbreekt of uit elkaar
neemt, of
b. een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk doet afbreken
of uit elkaar doet nemen,
beschikt met betrekking tot het bouwwerk of object, dan wel het
gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de handeling wordt verricht, over
een asbestinventarisatierapport indien hij weet of redelijkerwijs kan
weten dat zich in het bouwwerk of object asbest of een asbesthoudend
product bevindt.
2.Degene die:
a. anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf
asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object
verwijdert, of
b. asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of
object doet verwijderen,
beschikt met betrekking tot het bouwwerk of object over een
asbestinventarisatierapport.
3.Degene die materialen of producten doet opruimen die ten gevolge
van een incident zijn vrijgekomen, beschikt met betrekking tot de
materialen of producten over een asbestinventarisatierapport indien
hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in de materialen of
producten asbest of een asbesthoudend product bevindt.
Artikel 4
1.Artikel 3 is niet van toepassing op:
a. werkzaamheden die worden uitgevoerd in of aan bouwwerken of
objecten, niet zijnde zeeschepen als bedoeld in artikel 8:2,
eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die op of na 1 januari
1994 zijn gebouwd dan wel vervaardigd;
b. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en
frictiematerialen;
c. wegen als bedoeld in het Besluit asbestwegen milieubeheer.
2.Artikel 3 is voorts niet van toepassing op het in de uitoefening
van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk:
a. verwijderen van waterleidingbuizen, gasleidingbuizen,
rioolleidingbuizen en mantelbuizen, voorzover zij deel uitmaken
van het ondergrondse openbare gas-, water- en rioolleidingnet;
b. verwijderen van geklemde vloerplaten onder
verwarmingstoestellen;
c. verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de
constructie van kassen;
d. verwijderen van pakkingen uit verbrandingsmotoren;
e. verwijderen van pakkingen uit procesinstallaties
onderscheidelijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen
dat lager is dan 2250 kilowatt.
3.Artikel 3 is voorts niet van toepassing op het anders dan in de
uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel:
a. verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de
asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een
woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw,
voorzover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de
uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld
zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te
verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante
meter per kadastraal perceel bedraagt;
b. verwijderen van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde,
asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf
van die woning staand bijgebouw, voorzover de woning of het
bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of
bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader
en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende
vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante
meter per kadastraal perceel bedraagt;
c. verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de
asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of
asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende
vloerbedekking uit een vaartuig, voorzover het vaartuig niet in
het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt
gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte
van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig
vierkante meter bedraagt.
Artikel 5
Degene die een handeling doet verrichten waarop artikel 3 van
toepassing is, verstrekt, voordat de handeling wordt verricht, een
afschrift van het asbestinventarisatierapport aan degene die de
handeling verricht.
§ 3. Asbestverwijdering
Artikel 6
1.De volgende handelingen, indien de concentratie van asbeststof is
ingedeeld in risicoklasse 2 of 3 als bedoeld in artikel 4.48
onderscheidenlijk artikel 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit,
mogen slechts worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van
een certificaat als bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, van het
Arbeidsomstandighedenbesluit:
a. het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van
bouwwerken of objecten indien in die bouwwerken of objecten asbest
of een asbesthoudend product is verwerkt;
b. het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten uit
bouwwerken of objecten;
c. het opruimen van asbest dat of asbesthoudende producten die
ten gevolge van een incident is of zijn vrijgekomen.
2.Artikel 4 is, met uitzondering van het eerste lid onder a, van
overeenkomstige toepassing.
3.Het is verboden een handeling als bedoeld in het eerste lid te
doen verrichten in strijd met het bepaalde in het eerste lid in
verbinding met het tweede lid.
Artikel 7
Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf
asbest of een asbesthoudend product verwijdert, draagt er zorg voor dat:
a. de verwijderingshandeling, indien technisch mogelijk, wordt
verricht alvorens het bouwwerk of object waarin het asbest of
asbesthoudende product zich bevindt, geheel of gedeeltelijk wordt
afgebroken of uit elkaar genomen;
b. verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product
onmiddellijk van niet-asbesthoudende producten wordt gescheiden en
verzameld;
c. het verzamelde asbest of de verzamelde asbesthoudende
producten, tenzij dit door vorm of formaat niet mogelijk is,
onmiddellijk wordt respectievelijk worden verpakt in
niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van zodanige dikte en
sterkte dat deze niet scheurt;
d. niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd
asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt
onmiddellijk wordt afgesloten en opgeslagen in een afgesloten
opslagplaats;
e. ingeval verzameld asbest of verzamelde asbesthoudende
producten niet in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal kan
respectievelijk kunnen worden verpakt, dat asbest of die
asbesthoudende producten onmiddellijk in een afgesloten container
wordt respectievelijk worden opgeslagen;
f. niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd
asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt op
duidelijke wijze wordt voorzien van aanduidingen overeenkomstig
artikel 7 van het Productenbesluit asbest;
g. opgeslagen verwijderd asbest of een opgeslagen verwijderd
asbesthoudend product binnen twee weken na het vrijkomen hiervan
wordt afgevoerd naar een inrichting als bedoeld in artikel 1.1,
vierde lid, van de Wet milieubeheer.
Artikel 8
1.Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf
een handeling als bedoeld in artikel 7 verricht, doet dat op een
zodanige wijze dat gevaren voor mens en milieu die door zodanige
handelingen kunnen ontstaan, worden voorkomen.
2.Bij regeling van Onze Minister kunnen met het oog op het
voorkomen van gevaren voor mens en milieu regels worden gegeven die
ten minste bij het verrichten van zodanige handelingen in acht worden
genomen.
Artikel 9
1.Degene die in een binnenruimte een handeling doet verrichten
waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor
dat direct na het verrichten van die handeling een eindbeoordeling
wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel
4.51a, eerste, tweede en vijfde lid, van het
Arbeidsomstandighedenbesluit.
2.Degene die in de buitenlucht een handeling doet verrichten waarop
artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat
direct na het verrichten van die handeling een visuele inspectie wordt
uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens 4.51a, derde
en vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
3.Het is verboden andere werkzaamheden in een binnenruimte te
verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of
object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6,
eerste lid, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling als bedoeld
in het eerste lid is uitgevoerd of indien uit de eindbeoordeling,
bedoeld in het eerste lid, volgt dat er op de plaats van de handeling
nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is of de concentratie
asbeststof in de lucht, bedoeld in artikel 4.51a, tweede lid, van het
Arbeidsomstandighedenbesluit wordt overschreden.
4.Het is verboden andere werkzaamheden in de buitenlucht te
verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of
object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6,
eerste lid, onder a of b, is verricht of op de plaats waar een
handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, is verricht,
zolang niet een visuele inspectie als bedoeld in het tweede lid is
uitgevoerd of indien uit de visuele inspectie, bedoeld in het tweede
lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel
waarneembaar asbest aanwezig is.
§ 4. Bouwwerken
Artikel 10
In de bouwverordening worden regels gesteld inhoudende dat:
a. onverminderd het ter zake bepaalde in de bouwverordening het
verboden is te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van
het bevoegd gezag (sloopvergunning), voorzover in het bouwwerk dat
geheel of gedeeltelijk wordt gesloopt asbest of een asbesthoudend
product aanwezig is;
b. het onder a bepaalde niet van toepassing is op een handeling
als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, indien die wordt
verricht in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf;
c. het onder a bepaalde niet van toepassing is op een handeling
als bedoeld in artikel 4, eerste en derde lid, indien die niet wordt
verricht in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf
en het voornemen tot slopen bij burgemeester en wethouders is gemeld
en zij overeenkomstig bij de bouwverordening gegeven voorschriften
binnen acht dagen na de dag waarop het voornemen tot slopen is
gemeld, schriftelijk aan degene die heeft gemeld hebben medegedeeld
dat geen sloopvergunning is vereist;
d. indien burgemeester en wethouders niet binnen de in onderdeel
c genoemde termijn hebben medegedeeld dat geen sloopvergunning is
vereist, de mededeling van rechtswege is gedaan;
e. burgemeester en wethouders aan een mededeling als bedoeld
onder c voorschriften kunnen verbinden met betrekking tot de
verwijdering, opslag en afvoer van asbest of asbesthoudende
producten;
f. de houder van een mededeling als bedoeld onder c verplicht is
de voorschriften, bedoeld onder e, in acht te nemen;
g. de houder van een mededeling als bedoeld onder c verplicht is
de voorschriften, bij of krachtens de artikelen 7 en 8, in acht te
nemen;
h. een aanvraag om een sloopvergunning tevens geldt als een
melding als bedoeld onder c;
i. de houder van een sloopvergunning het slopen, voorzover dat
betrekking heeft op asbest of asbesthoudende producten niet zijnde
beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen en
voorzover verplicht op grond van artikel 6, eerste lid, opdraagt aan
een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in
artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
j. de houder van een sloopvergunning een afschrift van de
sloopvergunning ter hand stelt aan het bedrijf, bedoeld onder i, dat
het slopen zal uitvoeren;
k. de houder van de sloopvergunning, ten minste ιιn week
voorafgaand aan de aanvang van het slopen, het bevoegd gezag
schriftelijk op de hoogte stelt van de data en tijdstippen waarop
het slopen, voorzover dat betrekking heeft op asbest of
asbesthoudende producten, zal plaatsvinden;
l. de houder van een sloopvergunning binnen twee weken na de
uitvoering van de werkzaamheden het bevoegd gezag een afschrift
stuurt van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel
9, eerste lid.
§ 5. Strafbepalingen
Artikel 11 [Vervallen per 16-09-2008]
§ 6. Wijzigingen Arbeidsomstandighedenbesluit
Artikel 12
[Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit]
§ 7. Wijzigingen overige regelgeving
Artikel 13
[Wijzigt het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen]
Artikel 14
[Wijzigt het Productenbesluit asbest]
§ 8. Slotbepalingen
Artikel 14a
Voor zover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit op
de artikelen 9.2.2.1, 9.2.3.2 en 9.2.3.3, vierde lid, van die wet.
Artikel 15
Het Asbest-verwijderingsbesluit wordt ingetrokken.
Artikel 16
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Asbestverwijderingsbesluit 2005.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
s-Gravenhage, 16 december 2005
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de zevenentwintigste december 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|