| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Arbeidsomstandighedenwet
(Arbowet)
PRODUCTENBESLUIT
ASBEST
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 17 december 2004, houdende regels betreffende asbest en
asbesthoudende producten (Productenbesluit asbest)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport van 6 juli 2004, nr. MJZ2004060995, Centrale Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze
Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 5 van Richtlijn nr. 83/477/EEG van de Raad van 19
september
1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van
blootstelling aan asbest op het werk (PbEG L 263), artikel 3 van
Richtlijn nr. 83/478/EEG van de Raad van 19 september 1983 (PbEG L 263),
houdende vijfde wijziging (asbest) van Richtlijn nr. 76/769/EEG van de
Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het
op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen
en preparaten, artikel 7, eerste gedachtestreepje, van Richtlijn nr.
87/217/EEG van de Raad van 19 maart 1987 inzake voorkoming en
vermindering van verontreiniging van het milieu door asbest (PbEG L 85),
artikel 2, vijfde lid, tweede volzin, en zesde lid, eerste volzin, van Richtlijn nr. 98/12/EG van de Commissie van 27 januari 1998
(PbEG L 81)
tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn nr.
71/320/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de
wetgevingen van de lidstaten betreffende de reminrichtingen van bepaalde
categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, Richtlijn nr.
1999/77/EG van de Commissie van 26 juli 1999 (PbEG L 207) tot zesde
aanpassing aan de technische vooruitgang van bijlage I bij Richtlijn nr.
76/769/EEG, artikel 3, tweede lid, tweede volzin, van Richtlijn nr.
2002/78/EG van de Commissie van 1 oktober 2002 (PbEG L 267) tot
aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn nr. 71/320/EEG,
artikel 1, vijfde lid, van richtlijn nr. 2003/18/EG van het Europese
Parlement en de Raad van 27 maart 2003 (PbEU L 97) tot wijziging van
Richtlijn nr. 83/477/EEG van de Raad betreffende de bescherming van
werknemers tegen de risico’s van blootstelling van asbest op het werk,
de artikelen 24 en 39, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen,
de artikelen 16 en 33, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998
en de artikelen 4, 8, 12, 13, 14 en 32b van de Warenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 6 september 2004, nr.
W08.04.0331/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2004, nr. MJZ
2004118121, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht
in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen en werkingssfeer
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer;
b. asbest: de volgende vezelachtige silicaten: actinoliet (CAS-nummer
77536-66-4), amosiet (CAS-nummer 12172-73-5), anthofylliet (CAS-nummer
77536-67-5), chrysotiel (CAS-nummer 12001-29-5), crocidoliet (CAS-nummer
12001-28-4) en tremoliet (CAS-nummer 77536-68-6);
c. serpentijnasbest: het vezelachtige silicaat, chrysotiel;
d. amfiboolasbest: vezelachtige silicaten: actinoliet, amosiet,
anthofylliet, crocidoliet en tremoliet.
Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. asbest of een asbesthoudend product dat wordt verwijderd in
een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet
milieubeheer;
b. een product waaraan geen asbest opzettelijk is toegevoegd en
waarvan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal
de concentratie amfiboolasbest, bepaald overeenkomstig een bij
regeling van Onze Minister vast te stellen methode, niet hoger is
dan honderd milligram per kilogram droge stof;
c. handelingen waaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens
het Asbestverwijderingsbesluit 2005;
d. het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van
bouwwerken of objecten waarin asbest of asbesthoudende producten is
respectievelijk zijn verwerkt en het verwijderen van asbest of
asbesthoudende producten uit deze bouwwerken of objecten voorzover
daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens het
Arbeidsomstandighedenbesluit;
e. het verplaatsen van verontreinigde grond binnen een geval van
ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet
bodembescherming, tenzij aan die grond asbest opzettelijk is
toegevoegd.
Artikel 3
1. Dit besluit is voorts niet van toepassing:
a. tijdens, direct voor en direct na oefeningen als bedoeld in
artikel 1.5, onder d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
b. ten aanzien van militaire vaartuigen, militaire luchtvaartuigen,
bemande wapensystemen en eenheden met gereedstelling:
1°. voorzover afwijking van dit besluit naar het oordeel van
Onze Minister van Defensie noodzakelijk is in verband met de bouw,
constructie, inrichting of uitrusting van deze vaartuigen en
wapensystemen;
2°. indien oorlogsschepen varen en indien militaire
luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik
zijn;
3°. voorzover de operationele taakuitvoering van deze vaartuigen
en wapensystemen of van de eenheden met gereedstelling naar het
oordeel van Onze Minister van Defensie door de toepassing van dit
besluit wordt belemmerd.
2. Onder militaire vaartuigen, militaire luchtvaartuigen, bemande
wapensystemen en eenheden met gereedstelling wordt verstaan hetgeen
daaronder wordt verstaan in artikel 1.5 van het
Arbeidsomstandighedenbesluit.
§ 2. Regels met betrekking tot handelingen met asbest en
asbesthoudende producten
Artikel 4
Het is verboden asbest of asbesthoudende producten te vervaardigen,
in Nederland in te voeren, voorhanden te hebben, aan een ander ter
beschikking te stellen, toe te passen of te bewerken.
Artikel 5
Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing voorzover
dit betrekking heeft op:
a. het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen
van een product dat rechtmatig op de markt is gebracht of waarin
asbest of een asbesthoudend product rechtmatig is toegepast en dat
voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds
geïnstalleerd of in bedrijf was, tenzij bij wettelijk voorschrift
anders is bepaald;
b. het uitvoeren van laboratoriumonderzoek of het nemen van
materiaalmonsters, teneinde de samenstelling van het asbest en het
asbestgehalte van asbesthoudende producten vast te stellen;
c. het maken van aanboringen of het uitvoeren van reparatie- of
onderhoudswerkzaamheden;
d. het reinigen van kledingstukken en werktuigen die zijn
gebruikt bij werkzaamheden waarbij asbest aanwezig was of is
vrijgekomen;
e. het afgraven, opslaan, tijdens het vervoer voorhanden hebben
of aan een ander ter beschikking stellen van afvalstoffen indien
daaraan geen asbest opzettelijk is toegevoegd, tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald;
f. het reinigen van afvalstoffen waaraan geen asbest opzettelijk
is toegevoegd en waarvan na reiniging de concentratie
serpetijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie
amfiboolasbest, bepaald overeenkomstig een krachtens artikel 2,
onder b, vastgestelde methode, niet hoger is dan de in dat onderdeel
aangegeven hoeveelheid per kilogram droge stof, tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald;
g. handelingen die betrekking hebben op het opruimen van asbest
of een asbesthoudend product dat ten gevolge van een incident is
vrijgekomen.
Artikel 6
1. Handelingen als bedoeld in artikel 5 met asbest of
asbesthoudende producten worden op een zodanige wijze verricht dat
gevaren voor mens en milieu die door zodanige handelingen kunnen
ontstaan, worden voorkomen.
2. Bij regeling van Onze Minister kunnen met het oog op het
voorkomen van gevaren voor mens of milieu met asbest regels worden
gegeven die ten minste bij het verrichten van zodanige handelingen in
acht worden genomen.
§ 3. Regels met betrekking tot de aanduiding van asbesthoudende
producten
Artikel 7
1. Asbesthoudende producten die in handelsvoorraden voorhanden
zijn, aan een ander ter beschikking worden gesteld of worden
toegepast, zijn voorzien van aanduidingen overeenkomstig de bijlage
bij dit besluit.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken,
constructies, installaties en transportmiddelen.
§ 4. Bijzondere regels op grond van de Arbeidsomstandighedenwet
Artikel 8
Ter uitvoering van artikel 16, tiende lid, van de
Arbeidsomstandighedenwet zijn de werkgever, de werknemer, de
zelfstandige en de werkgever, bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de
Arbeidsomstandighedenwet verplicht tot naleving van artikel 4.
Artikel 9
De handeling of het nalaten in strijd met het ter uitvoering van
artikel 16, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet in artikel 4
bepaalde is een strafbaar feit.
§ 5. Wijziging regelgeving
Artikel 10
[Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit]
Artikel 11
[Wijzigt het Asbestverwijderingsbesluit]
Artikel 12
[Wijzigt het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten]
§ 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
1. De krachtens artikel 9.11 van het
Arbeidsomstandighedenbesluit, zoals dat artikel luidde op de dag voor
de inwerkingtreding van dit besluit, verleende ontheffingen blijven,
met inbegrip van de aan die ontheffingen verbonden voorschriften of
beperkingen, van kracht tot en met het tijdstip waarvoor die
ontheffingen zijn verleend.
2. Ten aanzien van de ontheffingen, bedoeld in het eerste lid, is
artikel 4 niet van toepassing.
Artikel 14
Het Warenwetbesluit asbest wordt ingetrokken.
Artikel 15
Voor zover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit
besluit op de artikelen 9.2.2.1 en 9.2.3.2 van die wet.
Artikel 16
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Productenbesluit asbest.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 17 december 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de elfde januari 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Bijlage behorend bij artikel 7
De aanduiding van asbesthoudende producten geschiedt als volgt.
1. Asbesthoudende producten zijn voorzien van een figuur zoals
hierna omschreven:
a. de aan het hieronder staande model gelijkvormige
figuur is ten minste 5 cm hoog (H) en 2,5 cm breed;
b. de figuur bestaat uit twee delen:
– het bovendeel (h1 = 40% H) bevat een witte letter «a»
tegen een zwarte achtergrond;
– het benedendeel (h2 = 60% H) bevat de in de figuur
weergegeven standaardtekst in witte of zwarte letters tegen een
rode achtergrond; de tekst moet goed leesbaar zijn;
c. indien het product crocidoliet bevat, wordt de aanduiding
«bevat asbest» van de standaardtekst vervangen door de volgende
aanduiding: «bevat crocidoliet/blauwe asbest»;
d. indien voor het aanbrengen van de figuur gebruik wordt
gemaakt van een rechtstreekse opdruk op het product, is één, met
de achtergrond contrasterende, kleur voldoende.

2. Asbesthoudende producten die bij het gebruik kunnen worden
toegepast of bewerkt, worden in ieder geval voorzien van de volgende
veiligheidsaanbevelingen:
– «werk zo mogelijk in de open lucht of in een goed
geventileerde ruimte»;
– «bij voorkeur handwerktuigen of werktuigen met lage
snelheden gebruiken, die zo nodig zijn voorzien van een geschikte
stofvanger. Wanneer werktuigen met hoge snelheden worden gebruikt,
worden deze voorzien van een stofvanger»;
– «zo mogelijk vóór het zagen of boren bevochtigen»;
– «afval bevochtigen, in een vat doen dat goed wordt
gesloten en veilig verwijderen».
3. De in de punten 1 en 2 bedoelde figuur onderscheidenlijk
veiligheidsaanbevelingen worden goed leesbaar en onuitwisbaar
aangebracht:
a. wat betreft asbesthoudende producten die in een verpakking
worden afgeleverd:
1°. op een stevig op de verpakking aangebracht etiket,
2°. op een stevig aan de verpakking bevestigd label, of
3°. rechtstreeks op de verpakking;
b. wat betreft asbesthoudende producten die onverpakt
worden afgeleverd:
1°. op een stevig op het product aangebracht etiket,
2°. op een stevig aan het product bevestigd label, of
3°. rechtstreeks op het product.
Wanneer de onder b genoemde procédés redelijkerwijs niet kunnen
worden toegepast, bijvoorbeeld wegens de beperkte afmetingen van het
product, de ongeschikte aard ervan of bepaalde technische
moeilijkheden, gaat het product vergezeld van een geschrift waarin
de figuur en de veiligheidsaanbevelingen zijn opgenomen.
Eventuele nadere informatie inzake veiligheid die op de verpakking
of het product wordt aangebracht, mag de in de punten 1 en 2
bedoelde figuur onderscheidenlijk veiligheidsaanbevelingen niet
verzwakken of daarmee in strijd zijn.
4. Indien een product bestaat uit verschillende delen waarin
asbest voorkomt, worden de in de 1 en 2 bedoelde figuur en
veiligheidsaanbevelingen op elk van die delen aangebracht.
5. De in deze bijlage bedoelde aanduidingen worden gesteld in de
Nederlandse taal.
|
|
|