|
BESLUIT van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 september
2009, Directie Uitvoering, Handhaving en Bedrijfsvoering, nr. AI/A/EC/2009/21170,
tot vaststelling van nieuwe Beleidsregels boeteoplegging
Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit in verband met de Wet van 25 juni
2009 (Stb. 265) tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde
tranche van de Algemene wet bestuursrecht
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 10:5 en 10:7 van de
Arbeidstijdenwet;
Besluit:
Artikel 1. Berekening van de bestuurlijke boete
1. Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in
artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet wordt voor alle overtredingen
waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd als uitgangspunt
gehanteerd de normbedragen die gelden voor de onderscheiden
onderwerpen in de Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete
Arbeidstijdenwet die als bijlage 1 bij deze beleidsregel is
gevoegd.
2. Bij de toepassing hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven
of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat
nogmaals is geconstateerd dat eenzelfde wettelijke verplichting
niet is nageleefd of dat de betreffende tekortkoming niet is
opgeheven, wordt overgegaan tot het opleggen van een bestuurlijke
boete;
b. overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt
opgelegd die worden genoemd in de lijst die is opgenomen als
bijlage 2 bij deze beleidsregel.
3. Van deze beleidsregel zijn uitgezonderd alle overtredingen die
als zodanig in de Arbeidstijdenwet zijn aangemerkt en die betrekking
hebben op arbeid verricht door personen als bedoeld in artikel 5:12,
tweede lid, en arbeid in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks
betrekking heeft op arbeid verricht in of op motorrijtuigen als
bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onderdeel a, van de
Arbeidstijdenwet.
Artikel 2. Correctie aantal werknemers
1. De in bijlage 1 genoemde boetenormbedragen zijn uitgangspunt
voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor een
werkgever die 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers in dienst
heeft (middelgroot bedrijf).
2. Voor de werkgever die een van het eerste lid afwijkend aantal
werknemers in dienst heeft, worden de volgende uitgangspunten
gehanteerd voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes:
a. van 0,5 maal het boetenormbedrag voor de werkgever die
minder dan 10 werknemers in dienst heeft (kleinbedrijf);
b. van 0,75 maal het boetenormbedrag voor de werkgever die 10
of meer, maar minder dan 50 werknemers in dienst heeft
(middenbedrijf);
c. van 1,5 maal het boetenormbedrag voor de werkgever die 100
of meer werknemers in dienst heeft (grootbedrijf).
3. Een al dan niet op het aantal werknemers dat in dienst is van de
werkgever gecorrigeerd normbedrag, is het uitgangsbedrag voor de
eventuele verdere berekening van de bestuurlijke boete.
Artikel 3. Zelfstandigen
Voor overtredingen die zijn begaan door een persoon die, zonder
werkgever of werknemer te zijn als bedoeld in artikel 2:7 van de
Arbeidstijdenwet wordt als uitgangspunt voor de berekening van de op te
leggen bestuurlijke boete de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a,
gegeven correctiefactor gehanteerd.
Artikel 4. Verantwoordelijke persoon
Voor een verantwoordelijk persoon, niet zijnde een werkgever als
bedoeld in de artikelen 3:2, eerste en vierde lid, en 3:5 eerste lid,
van de Arbeidstijdenwet wordt als uitgangspunt voor de berekening van de
op te leggen bestuurlijke boete gehanteerd: 0,25 maal het
boetenormbedrag.
Artikel 5. Maximum aantal werknemers
Het maximaal in het boeterapport op te nemen aantal werknemers
terzake waarvan een of meer overtredingen is vastgesteld, bedraagt,
afhankelijk van het aantal werknemers dat bij de betreffende werkgever
in dienst is:
a. 3 (kleinbedrijf),
b. 6 (middenbedrijf),
c. 9 (middelgroot bedrijf),
d. 12 (grootbedrijf).
Artikel 6. Correctie overtreding waarvoor direct een bestuurlijke
boete wordt opgelegd
Het op grond van voorgaande artikelen bepaalde boetebedrag wordt met
anderhalf vermenigvuldigd, indien er sprake is van een overtreding
waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd zoals genoemd in
de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel.
Artikel 7. Minimale en maximale bestuurlijke boetes
1. De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke
boete bestaat, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit
de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
2. De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werkgever
of een persoon die, zonder werkgever of werknemer te zijn, bedoeld in
artikel 3, of de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, kan
worden opgelegd, bedraagt:
a. minimaal 25,;
b. voor de werkgever als natuurlijk persoon maximaal
11.250,;
c. voor de werkgever als rechtspersoon maximaal 45.000,;
d. voor de persoon die noch werkgever noch werknemer is,
bedoeld in artikel 3, maximaal 11.250,;
e. voor de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4,
maximaal 2250,.
Artikel 8. Onherroepelijke bestuurlijke boete
Voor de toepassing van artikel 11:3, eerste lid, van de
Arbeidstijdenwet gelden de bestuurlijke boetes die een werkgever in een
onderneming onherroepelijk zijn opgelegd.
Artikel 9. Intrekking oude beleidsregels
De Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en
Arbeidstijdenbesluit van 21 april 2007 (Stcrt. 76) laatstelijk
gewijzigd bij besluit van 16 mei 2007 (Stcrt. 99) worden
ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 juli 2009.
Artikel 11. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging
Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit.
Deze
beleidsregel wordt met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant
geplaatst.
Den Haag, 22 september
2009.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur-generaal Uitvoering, Handhaving en Bedrijfsvoering,
J.A. van den Bos.
Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen
bestuurlijke boete
|
Onderwerp |
Boetenormbedrag |
|
Kinderarbeid |
|
|
* het verbod van kinderarbeid |
900, |
|
het ontbreken van een
ontheffing indien deze kan worden verleend |
500, |
|
* het niet naleven van
voorschriften in geval van toegestane kinderarbeid |
|
|
rusttijd |
100, |
|
zondagsarbeid |
100, |
|
arbeidstijd |
100, |
|
nachtarbeid |
100, |
|
pauze |
100, |
|
* bijzondere onderwerpen |
|
|
voorlichting |
100, |
|
zorgverplichting
arbeidsomstandigheden |
100, |
| |
|
|
Algemene verplichtingen |
|
|
beleidsvoering, inventarisatie
en evaluatie |
900, |
|
arbeids- en
rusttijdenregistratie |
4.500, |
|
bewaren registratie |
4.500, |
|
werkneemsters |
|
|
verbod van het werken rondom de
bevalling |
2.250, |
| |
|
|
Jeugdige werknemers |
|
|
rusttijd |
100, |
|
arbeidstijd |
100, |
|
nachtarbeid |
100, |
|
pauze |
100, |
|
bijzondere diensten |
100, |
| |
|
|
Werknemers van 18 jaar of ouder met
uitzondering van werknemers waarop § 5.14 Arbeidstijdenbesluit
van toepassing is. |
|
|
rusttijd |
100, |
|
arbeidstijd |
100, |
|
nachtarbeid |
100, |
|
bijzondere diensten |
100, |
| |
|
|
Werknemers voor zover het een
overtreding betreft van artikel 5:15 lid 7 Arbeidstijdenwet, en
voor zover een deel van de werkzaamheden activiteiten betreft als
bedoeld in artikel 5:12 lid 2 onder a Arbeidstijdenwet. |
|
|
dagelijkse rusttijd enkel
bemand < 11 uur |
110,- |
|
dagelijkse rusttijd enkel
bemand < 8 uur |
220,
+ 220, per uur te kort |
|
dagelijkse rusttijd enkel
bemand bij < 4,5 uur |
1.100,
+ 220, per uur |
|
dagelijkse rusttijd dubbel
bemand bij < 9 uur |
110, |
|
dagelijkse rusttijd dubbel
bemand bij < 7 uur |
220,
+ 220, per uur te kort |
|
dagelijkse rusttijd dubbel
bemand bij < 4,5 uur |
880,
+ 220, per uur te kort |
| |
|
|
Werknemers van 18 jaar of ouder
waarop § 5.14 Arbeidstijdenbesluit van toepassing is |
|
|
rusttijd |
500, |
|
arbeidstijd |
500, |
|
nachtarbeid |
500, |
|
pauze |
500, |
|
bijzondere diensten |
500, |
|
aantal aaneengesloten dagen
arbeid |
500, |
Toelichting bij bijlage 1
Kinderarbeid
Onder bepaalde voorwaarden kan een
ontheffing van het verbod van kinderarbeid worden verleend (artikel 3:3,
eerste lid van de Arbeidstijdenwet). Wanneer een ontheffing ontbreekt en
deze had kunnen worden verkregen indien de ontheffing was aangevraagd
wordt een bestuurlijke boete opgelegd van 500,. Deze bestuurlijke
boete is lager dan de bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod
op kinderarbeid, de bestuurlijke boete die wordt gegeven wanneer de
ontheffing ook niet zou zijn verleend wanneer die wel was aangevraagd.
Sector mijnbouw
In de tarieflijst boetenormbedragen
bestuurlijke boete wordt een onderscheid gemaakt tussen werknemers van
18 jaar of ouder waarop paragraaf 5.14 Arbeidstijdenbesluit, die
betrekking heeft op de sector mijnbouw, van toepassing is. Voor deze
mijnbouwsector geldt als gevolg van de eigen en zeer specifieke aard van
deze sector een eigen, ruimere regeling wat betreft de arbeids- en
rusttijden in vergelijking met de in de Arbeidstijdenwet zelf
neergelegde normering op dit terrein. Voor de overtredingen in de
mijnbouwsector zijn hogere boetebedragen vastgesteld. Overtreding van
deze eigen en zeer specifieke arbeids- en rusttijdennormering is een
overtreding waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd als
dit op grond van het interventiebeleid van het Staatstoezicht op de
Mijnen, waarvan in bijlage 2 sprake is, als zodanig is gekwalificeerd.
Samenloop en vervoerswerkzaamheden
Wanneer er sprake is van samenloop, op
grond van artikel 5:15, zevende lid van de Arbeidstijdenwet waarbij
vervoerswerkzaamheden worden verricht wordt aangesloten bij het beleid
uit de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en
Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer). De reden hiervoor is dat een
overtreding van de rusttijden gevaar voor de verkeersveiligheid
oplevert. Onder transportinspectie wordt verstaan een inspectie langs de
kant van de weg naar de naleving van de Arbeidstijdenwetgeving met
betrekking tot vervoerswerkzaamheden. Onder een bedrijfsinspectie wordt
verstaan een inspectie op het bedrijf naar de naleving van de
Arbeidstijdenwetgeving met betrekking tot vervoerswerkzaamheden.
Bijlage 2. Lijst van overtredingen
waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd
a. Het niet hebben van een deugdelijke
arbeids- en rusttijdenregistratie indien hierdoor een volledige
inspectie over de gehele te onderzoeken periode niet mogelijk is.
b. Het niet naleven van het verbod van
kinderarbeid:
indien (gewone) arbeid
wordt verricht door kinderen jonger dan 13 jaar, of
indien artistieke arbeid
door kinderen wordt verricht waarvoor geen ontheffing is verleend.
c. Indien er bij het niet naleven van
art. 3:2 van de Arbeidstijdenwet sprake is van een voor een kind
gevaarlijke situatie.
d. Indien sprake is van het verrichten
van arbeid door kinderen van 13 tot en met 15 jaar:
een kind in een aaneengesloten
tijdruimte van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van
minder dan 24 uur, of
tussen 21.00 uur en 06.00 uur,
of
waarbij de onafgebroken
rusttijd in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren minder dan
12 uur is, of
meer dan 10 uur per dienst, of
meer dan 45 uur per week.
e. Indien sprake is van het verrichten
van arbeid door jeugdige werknemers (16 en 17 jarigen):
een jeugdige werknemer in een
aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een onafgebroken
rusttijd heeft van minder dan 24 uur, of
tussen 00.00 uur en 06.00 uur,
of
met een onafgebroken rusttijd
van minder dan 10 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24
uren, of
meer dan 12 uur per dienst, of
meer dan 60 uur per week.
f. 1 Indien sprake is van het
verrichten van arbeid door werknemers van 18 jaar of ouder:
een werknemer in een tijdruimte
van 14 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan
32 uur, of
met een onafgebroken rusttijd
van minder dan 6 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren,
of
meer dan 14 uur per dienst, of
gedurende meer dan 72 uur in
een periode van een week, of
meer dan 48 uur gemiddeld
berekend over een periode van 16 weken.
g. Het gestelde onder e en f geldt niet
voor zover in het Arbeidstijdenbesluit in langere arbeidstijden of
kortere rusttijden is voorzien dan onder e of f zijn genoemd. Zolang
in dat geval conform het Arbeidstijdenbesluit arbeid wordt verricht,
is er pas sprake van een overtreding waarvoor direct een bestuurlijke
boete wordt opgelegd indien de ruimere norm van het
Arbeidstijdenbesluit wordt overtreden.
h. Het bepaalde onder g is niet van
toepassing wat betreft de norm van het gemiddeld aantal uren per week
en de norm van de onafgebroken rusttijd na de aanwezigheidsdienst
indien er sprake is van het verrichten van arbeid door werknemers van
18 jaar of ouder en de werknemer conform het Arbeidstijdenbesluit in
een aanwezigheidsdienst arbeid verricht. Er is in dat geval sprake van
een overtreding waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd:
indien er meer dan 60 uur
gemiddeld arbeid wordt verricht berekend over een periode van 26
weken; of,
indien er sprake is van een
onafgebroken rusttijd van minder dan 6 uur na afloop van een
aanwezigheidsdienst.
i. Het niet naleven van de
voorschriften die zijn geregeld in § 5.14 Arbeidstijdenbesluit en als
zodanig in het interventiebeleid van het Staatstoezicht op de Mijnen
zijn gekwalificeerd.
Samenloop en vervoerswerkzaamheden
j. Indien er sprake is van een
transportinspectie:
een te korte dagelijkse
rusttijd;
k. Indien er sprake is van een
bedrijfsinspectie:
een dagelijkse rusttijd van
minder dan 4,5 uur, of
structurele overtredingen op
10% of meer van de door de bestuurder gebruikte
registratiemiddelen terzake in tenminste 11 gecontroleerde
zogenoemde chauffeurswerkdagen.
Toelichting bij bijlage 2
Week
De wet bevat geen definitie van de term
week. In deze beleidsregel wordt aangesloten bij het spraakgebruik (zie
ook Rb. Rotterdam 21 juni 1921, W 10 844.). Een week is het tijdvak
gelegen tussen zondag 00.00 uur en de eerstvolgende zaterdag 24.00 uur.
In het verlengde hiervan moet als dag worden beschouwd de
tijdruimte van 00.00 tot 24.00 uur.
Ruimere normering in het
Arbeidstijdenbesluit
In het Arbeidstijdenbesluit wordt voor
een aantal sectoren of typen werkzaamheden voorzien in een ruimere
normering dan is voorgeschreven in de Arbeidstijdenwet. In sommige
gevallen is de norm in het Arbeidstijdenbesluit ruimer dan de norm voor
overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Overtreding van deze ruime normering is in dat geval een overtreding
waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Aanwezigheidsdiensten
Artikel 4.8:1 van het
Arbeidstijdenbesluit regelt de normering als de werknemer ook rechtmatig
in aanwezigheidsdiensten werkt. Hierbij geldt de tijd tijdens de
aanwezigheidsdienst als arbeidstijd. Een werknemer mag dan maximaal
gemiddeld 48 uur per week over een periode van 26 weken arbeid
verrichten. Dit kan worden uitgebreid naar gemiddeld 60 uur per week als
de werknemer hiermee uitdrukkelijk instemt (de zogenaamde opt-out van
artikel 4.8:2 van het Arbeidstijdenbesluit).
Indien er geen opt-out is getekend is er
sprake van een overtreding van artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel b,
van het Arbeidstijdenbesluit als er meer dan gemiddeld 48 uur per week
arbeid wordt verricht. De Arbeidsinspectie treedt direct op als er meer
dan gemiddeld 60 uur per week arbeid wordt verricht. Wanneer er wel meer
dan 48 uur, maar niet meer dan 60 uur per week arbeid wordt verricht
wordt een waarschuwing gegeven waarbij de werkgever een termijn krijgt
om de arbeidstijden aan te passen aan artikel 4.8:1 van het
Arbeidstijdenbesluit. Als bij hercontrole blijkt dat nog steeds meer dan
gemiddeld 48 uur per week arbeid wordt verricht wordt er een
bestuurlijke boete opgelegd.
Indien er wel een opt-out is getekend is
er geen sprake van een overtreding als meer dan gemiddeld 48 uur per
week, maar niet meer dan gemiddeld 60 uur per week arbeid wordt verricht
(ongeacht voor hoeveel meer uren de opt-out is getekend). Als bij een
inspectie blijkt dat meer dan gemiddeld 60 uur per week arbeid wordt
verricht, wordt dat aangemerkt als een overtreding waarvoor direct een
bestuurlijke boete wordt opgelegd.
De lijst met overtredingen waarvoor
direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd
Arbeids- en rusttijdenregistratie
De arbeids- en rusttijdenregistratie ligt
ten grondslag aan een inspectie van de naleving van de
Arbeidstijdenregelgeving. Als deze registratie er niet is, kan niet
worden geοnspecteerd. Het kan dan lonend zijn voor een werkgever die
veel overtredingen begaat om geen arbeids- en rusttijdenregistratie te
hebben. Onder de oude beleidsregels kreeg hij dan slechts een
waarschuwing. Om dit misbruik tegen te gaan is het niet hebben van een
deugdelijke arbeids- en rusttijdenregistratie als overtreding waarvoor
direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd gedefinieerd, indien
daardoor een volledige inspectie over de gehele te onderzoeken periode
niet mogelijk is.
Indien de arbeids- en
rusttijdenregistratie niet deugdelijk is, maar een inspectie hierdoor
niet gehinderd wordt, is er geen sprake van een overtreding waarvoor
direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Er wordt dan eerst een
waarschuwing gegeven en niet direct een bestuurlijke boete opgelegd.
Kinderarbeid
Indien de inspecteur constateert dan een
kind van 13 tot en met 15 jaar niet-toegestane arbeid verricht is dit
een overtreding waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd,
wanneer ook aan ιιn van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. er is sprake van een voor een
kindgevaarlijke situatie; of,
b. als het kind onvoldoende heeft
gerust, laat werkt of te lang werkt zoals omschreven in bijlage 2.
Ad a. Het is afhankelijk van de situatie
of er sprake is van een voor een kindgevaarlijke situatie. Als het kind
wordt blootgesteld aan overtreding van de Arbeidsomstandighedenwetgeving
zal er in de meeste gevallen sprake zijn van een voor een
kindgevaarlijke situatie. Maar ook als er geen sprake is van een
overtreding van de Arbeidsomstandighedenwetgeving kan er sprake zijn van
een voor een kindgevaarlijke situatie. Zo zal er bij het werken met of
in de nabijheid van een cirkelzaag sprake zijn van een voor een
kindgevaarlijke situatie ook al is er geen sprake van overtreding van de
Arbeidsomstandighedenwetgeving. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het
werken met of in de nabijheid van gevaarlijke stoffen of het werken op
hoogte.
Ad b. In het geval onder b is er sprake
van overtreding van artikel 3:2, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet.
Het verrichten van toegestane arbeid door
een kind van 13 tot en met 15 jaar is slechts een overtreding waarvoor
direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd als het kind onvoldoende
heeft gerust, laat werkt of te lang werkt zoals omschreven in bijlage 2.
Telling bij doorlopende diensten
Op grond van artikel 1:7, eerste lid,
onderdeel c van de Arbeidstijdenwet is een dienst een aaneengesloten
periode waarin arbeid wordt verricht en die gelegen is tussen twee
opeenvolgende onafgebroken rusttijden van ten minste 8 uren. Dit
betekent dat een dienst niet eindigt als een werknemer na het verrichten
van werkzaamheden een rusttijd heeft van minder dan acht uur. Hierdoor
is er niet alleen een overtreding van de rusttijdbepaling, maar ook van
de arbeidstijdbepaling.
Een voorbeeld kan dit verduidelijken.
Stel dat een werknemer, na een rust van 12 uur, 10 uur werkt, 7 uur rust
en vervolgens weer 10 uur werkt, waarna hij 12 uur rust. Er is sprake
van een dienst van 27 uur, waarin 20 uur arbeid wordt verricht. De
werkgever heeft hier art. 5:3, tweede lid van de Arbeidstijdenwet
overtreden, omdat de werknemer binnen de periode van 24 uur slechts 7
uur heeft gerust. Maar hij heeft ook art. 5:7, tweede lid van de
Arbeidstijdenwet overtreden doordat de werknemer in de dienst (van 26
uur) 20 uur arbeid heeft verricht, terwijl hij maximaal 12 uur per
dienst arbeid mag verrichten.
Op dergelijke situaties ziet artikel 9.
De arbeidstijdovertreding zal alleen in een boeterapport worden
opgenomen als de rusttijd korter is dan 6 uur en de rusttijdovertreding
een overtreding is, waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt
opgelegd Indien de rusttijd korter is dan 6 uur is er geen relevante
werkonderbreking geweest. Er is dan sprake van ιιn dienst.
|