| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Arbeidstijdenwet (Atw)
REGELING
TACHOGRAAFKAARTEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING houdende regels met betrekking tot de verstrekking en het
gebruik van tachograafkaarten (Regeling tachograafkaarten)
De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 12.38, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, artikel
2.4:1, derde lid, artikel 2.4:12 en artikel 2.4:13, eerste lid, van het
Arbeidstijdenbesluit vervoer en artikel 4b, tweede lid, onderdeel
b,
van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluiten:
§ 1. Reikwijdte
Artikel 1
In deze regeling wordt, in afwijking van artikel, 2.1:1, eerste lid,
van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, verstaan onder:
a. controleapparaat: een controleapparaat als bedoeld in bijlage
IB van verordening (EEG) nr. 3821/85;
b. tachograafkaart: kaart met geheugen als bedoeld in bijlage IB,
hoofdstuk I, onderdeel kk, van verordening (EEG) nr. 3821/85, zijnde
een bestuurderskaart, een bedrijfskaart of een werkplaatskaart;
§ 2. Aanvraag en verlening
Artikel 2
1.Een bestuurderskaart wordt op aanvraag verleend indien de
aanvrager:
a. zijn gewone verblijfplaats in de zin van artikel 14, derde
lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85 in Nederland heeft;
b. in het bezit is van een aan hem afgegeven, geldig rijbewijs
voor het besturen van een voertuig in de zin van artikel 2.3:1,
aanhef en onder a en b, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer;
c. nog geen houder is van een bestuurderskaart, tenzij het een
aanvraag betreft overeenkomstig artikel 5, eerste lid, of het een
aanvraag betreft om vernieuwing van de bestuurderskaart.
2.Een bedrijfskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager
is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de
Handelsregisterwet 1996, tot een maximum van 62 exemplaren per
aanvrager.
3.Een werkplaatskaart wordt op aanvraag verleend indien de
aanvrager:
a. met goed gevolg een cursus heeft doorlopen als bedoeld in
artikel 12, eerste lid, van de Regeling controleapparaten 2005,
waarvan het installeren, onderzoeken en repareren van digitale
controleapparaten deel uit maakt;
b. onder gezag of in de hoedanigheid van een erkenninghouder
als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling
controleapparaten 2005, werkzaamheden verricht.
c. nog geen houder is van een werkplaatskaart, tenzij het een
aanvraag betreft:
1°. overeenkomstig artikel 5, eerste lid;
2°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden
onder gezag van een andere erkenninghouder dan degene onder
wiens gezag de aanvrager reeds een kaart bezit;
3°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden
in de hoedanigheid van erkenninghouder en de aanvrager in die
hoedanigheid niet reeds houder is van een op zijn naam
gestelde werkplaatskaart;
4°. om vernieuwing van de werkplaatskaart.
4.Bij de aanvraag van een bestuurderskaart of werkplaatskaart
overlegt de aanvrager een niet beschadigde, recente, goed gelijkende
pasfoto van de aanvrager van ongeveer 4 cm hoog en 3 cm breed, waarbij
het gezicht van voren, tegen een lichte, egale achtergrond is
gefotografeerd.
Artikel 3
In afwijking van artikel 2, eerste lid, onder a, kan een
bestuurderskaart worden verleend aan de aanvrager die zijn gewone
verblijfplaats niet binnen de grenzen van de Europese Unie heeft en die
onder gezag van een in Nederland gevestigde werkgever als bestuurder van
een vrachtauto of bus werkzaamheden verricht of gaat verrichten, al dan
niet uitsluitend bestemd voor of afkomstig van eigen onderneming of
bedrijf, indien aan zijn werkgever voor hem is afgegeven:
a. een bestuurdersattest als bedoeld in de Regeling
bestuurdersattest; of
b. een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.
Artikel 4
1. De Minister van Verkeer en Waterstaat beslist op aanvraag van
een tachograafkaart binnen 6 weken nadat de vergoeding voor het in
behandeling nemen van de aanvraag is ontvangen.
2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een
tachograafkaart wordt een vergoeding in rekening gebracht van € 98,–
per tachograafkaart.
Artikel 5
1.In geval een bestuurderskaart of werkplaatskaart zoek raakt door
verlies of diefstal, of defect of beschadigd is, vraagt de aanvrager
binnen zeven kalenderdagen na het tijdstip van vaststelling daarvan
een vervangende tachograafkaart aan.
2.In afwijking van artikel 4, eerste lid, beslist de Minister van
Verkeer en Waterstaat op de in het eerste lid bedoelde aanvraag van
een bestuurderskaart of werkplaatskaart binnen vijf werkdagen nadat de
vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag is ontvangen.
3.In afwijking van artikel 4, eerste lid, beslist de Minister van
Verkeer en Waterstaat op aanvraag van een bestuurderskaart of
werkplaatskaart die in de plaats komt van een kaart met een resterende
geldigheidsduur van ten minste twee weken, binnen de termijn van de
resterende geldigheidsduur gerekend vanaf het moment dat de vergoeding
voor het in behandeling nemen van de aanvraag is ontvangen voorzover
die termijn nog ten minste een week is.
§ 3. Inleverplicht tachograafkaart
Artikel 6
1.De aanvrager levert zijn ingetrokken, defecte of beschadigde
bestuurderskaart of werkplaatskaart in op de plaats van afgifte van de
vervangende tachograafkaart.
2.De aanvrager levert zijn verloren of gestolen geraakte
bestuurderskaart of werkplaatskaart in op de plaats van afgifte van de
vervangende tachograafkaart, indien deze na melding van verlies of
diefstal weer in bezit van de aanvrager is gekomen, voordat de
vervangende tachograafkaart is opgehaald.
3.Indien een bestuurderskaart of werkplaatskaart na melding van
verlies of diefstal weer in bezit van de aanvrager is gekomen, nadat
de vervangende tachograafkaart is opgehaald, dient deze te worden
teruggezonden aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en
Waterstaat.
§ 4. Intrekking en geldigheid
Artikel 7
1.Een tachograafkaart kan worden ingetrokken in de gevallen genoemd
in artikel 14, vierde lid, onder c, van verordening (EEG) nr. 3821/85
of op verzoek van de aanvrager.
2.Een bedrijfskaart of werkplaatskaart kan daarnaast worden
ingetrokken:
a. bij zodanig misbruik van de kaart dat een deugdelijke
registratie van rij- en rusttijden in gevaar komt;
b. indien de aanvrager niet meer kan voldoen aan de voorwaarden
genoemd in artikel 2, tweede en derde lid, onder b.
Artikel 8
1.Onverminderd artikel 2.4:11, eerste lid, van het
Arbeidstijdenbesluit vervoer, verliest een bestuurderskaart of
werkplaatskaart zijn geldigheid indien:
a. de kaart als verloren of gestolen is gemeld aan de Minister
van Verkeer en Waterstaat;
b. de kaart vanwege een defect, beschadiging bij de plaats van
afgifte is ingeleverd;
c. drie maanden, na de datum van dagtekening van het bericht
waarin de aanvrager wordt geïnformeerd dat zijn kaart gereed
ligt, zijn verstreken en de kaart in die periode niet is
afgehaald; of
d. het bestuurdersattest dat of de tewerkstellingsvergunning
die ten grondslag ligt aan de verlening van een bestuurderskaart
op grond van artikel 3 zijn geldigheid verliest.
2.De onderdelen a en b van het eerste lid zijn van overeenkomstige
toepassing op de bedrijfskaart.
§ 5. Afgifte van de kaart
Artikel 9
1.De wijze van afgifte van een tachograafkaart wordt schriftelijk
aan de aanvrager gemeld.
2.Afgifte van een bestuurderskaart geschiedt op vertoon door de
aanvrager van een op zijn naam gesteld, geldig rijbewijs als bedoeld
in artikel 2, eerste lid, onder b, alsmede de aan hem gezonden
schriftelijke melding, bedoeld in het eerste lid.
3.Afgifte van een werkplaatskaart geschiedt op vertoon door de
aanvrager van een op zijn naam gesteld, geldig identiteitsbewijs als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de
aan hem gezonden schriftelijke melding, bedoeld in het eerste lid.
4.Een bestuurderskaart of werkplaatskaart die is aangevraagd in
verband met een defect of beschadiging of vernieuwing van de oude
kaart wordt niet eerder afgegeven dan na inlevering van de te
vervangen kaart op de plaats van afgifte.
5.Bij afgifte van een bestuurderskaart aan een bestuurder die een
geldig rijbewijs heeft zonder pasfoto en aan een bestuurder als
bedoeld in artikel 3 toont de aanvrager naast de in het tweede lid
genoemde documenten ook een geldig paspoort.
§ 6. Gebruik van de tachograafkaart en andere registratiemiddelen
Artikel 10
1.Indien de bestuurder zijn bestuurderskaart bij verlies, diefstal,
een defect of beschadiging niet kan gebruiken maakt hij in aanvulling
op artikel 16, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85 ook aan
het begin van de rit, een afdruk van alle gegevens die in het
controleapparaat zijn opgeslagen en voorziet hij deze van:
a. zijn naam, zijn handtekening en rijbewijsnummer of nummer
van bestuurderskaart; en
b. de in artikel 15, derde lid, tweede streepje, onder b, c en
d, van verordening (EEG) nr. 3821/85 aangegeven tijdgroepen.
2.Wanneer de bestuurder niet bij het voertuig is en daardoor het
controleapparaat in het voertuig niet kan bedienen, moeten de in
artikel 15, derde lid, tweede streepje, onder b, c en d, van
verordening (EEG) nr. 3821/85 aangegeven tijdgroepen op de
bestuurderskaart worden geregistreerd met behulp van de voorziening
voor handmatige invoer waarmee het controleapparaat is uitgerust op
het moment dat het voertuig wel aanwezig is.
3.In afwijking van het tweede lid, tekent de bestuurder, indien hij
zijn bestuurderskaart bij verlies, diefstal, een defect of
beschadiging niet kan gebruiken, op de in het eerste lid bedoelde
afdruk de in artikel 15, derde lid, tweede streepje, onder b, c en d,
van verordening (EEG) nr. 3821/85 aangegeven tijdgroepen met de hand
leesbaar op zonder dat die afdruk wordt bevuild op het moment dat het
voertuig wel aanwezig is.
4.Indien, in de situatie beschreven in het tweede lid, het voertuig
door meer dan één bestuurder wordt bemand, steken deze bestuurders
hun bestuurderskaarten in de juiste lezer van het controleapparaat.
Artikel 11
1.De in het controleapparaat geregistreerde gegevens worden door de
werkgever of de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de
Arbeidstijdenwet tenminste elke drie maanden met behulp van de
bedrijfskaart overgebracht naar de vestiging van die werkgever of die
persoon.
2.De gegevens op een bestuurderskaart worden door de werkgever of
de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de
Arbeidstijdenwet tenminste elke drie weken overgebracht naar de
vestiging van die werkgever of die persoon.
3.Indien de werkgever of de persoon als bedoeld in artikel 2:7,
eerste lid, van de Arbeidstijdenwet vanwege verlies, diefstal, defect
of beschadiging van de bedrijfskaart of vanwege een defect aan het
controleapparaat niet aan zijn verplichting op grond van het eerste
lid kan voldoen, is hij verplicht een erkenninghouder als bedoeld in
artikel 1, onderdeel d, van de Regeling controleapparaten 2005
schriftelijk te verzoeken de gegevens over te brengen naar een
computer of ander opslagmedium.
4.De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid
van de Arbeidstijdenwet, bewaren aan hen door de erkenninghouder als
bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling controleapparaten
2005 verstrekte certificaten van onmogelijkheid van gegevensoverdracht
ten minste 52 weken vanaf de datum van afgifte van het certificaat.
§ 7. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12
[Wijzigt de Regeling taken Dienst Wegverkeer]
Artikel 13
De Tijdelijke regeling verstrekking tachograafkaarten wordt
ingetrokken.
Artikel 14
1. Tachograafkaarten verleend ingevolge de Tijdelijke regeling
verstrekking tachograafkaarten, worden gelijk gesteld met
tachograafkaarten verleend op grond van deze regeling.
2. Aanvragen van tachograafkaarten ingevolge de Tijdelijke regeling
tachograafkaarten ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding
van deze regeling worden aangemerkt als aanvragen ingediend na dat
tijdstip.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip van
inwerkingtreding van de wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de
Arbeidstijdenwet en de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering
van het digitale controleapparaat (Stb. 2004, 347).
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tachograafkaarten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|
|
|